Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 16 juni 2013

Father (Edgar Guest)


Bij Vaderdag

 

 

 

1410899-277e4ed0ca07d8b0c918ccd8d47cb393.jpg 

Zelfportret met mijn zoon door Otto Dix, 1930

 

 

 

 

Father

 

My father knows the proper way   

The nation should be run;

He tells us children every day   

Just what should now be done.

He knows the way to fix the trusts,   

He has a simple plan;

But if the furnace needs repairs,  

We have to hire a man.

 

My father, in a day or two   

Could land big thieves in jail;

There's nothing that he cannot do,   

He knows no word like "fail."

"Our confidence" he would restore,   

Of that there is no doubt;

But if there is a chair to mend,   

We have to send it out.

 

All public questions that arise,   

He settles on the spot;

He waits not till the tumult dies,   

But grabs it while it's hot.

In matters of finance he can   

Tell Congress what to do;

But, O, he finds it hard to meet   

His bills as they fall due.

 

It almost makes him sick to read   

The things law-makers say;

Why, father's just the man they need,   

He never goes astray.

All wars he'd very quickly end,   

As fast as I can write it;

But when a neighbor starts a fuss,   

'Tis mother has to fight it.

 

In conversation father can   

Do many wondrous things;

He's built upon a wiser plan   

Than presidents or kings.

He knows the ins and outs of each   

And every deep transaction;

We look to him for theories,   

But look to ma for action.

 

 

 

 1410899-dd266533b77097aae1d77242d028cb91.jpg

Edgar Guest (20 augustus 1881 – 5 augustus 1959)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 16e juni ook mijn drie vorige blogs van vandaag.


Geschreven door Romenu om 17:09 Reageer op dit bericht

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Casper Fioole, -minu, Frans Roumen

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook alle tags voor August Willemsen op dit blog.

 

Uit: Braziliaanse brieven

 

“Een alleraardigste man, eigenaar van de onbenulligste Portugese naam die er bestaat, José Maria da Silva, en tot nu toe de enige mens op aarde die mijn leeftijd juist wist te schatten. ‘Je krijgt er kijk op, in dit bedrijf’, was zijn verklaring. Hij bood me ten afscheid ettelijke bellen cachaça aan, zodat er niets kwam van mijn voornemen zaterdagochtend vroeg naar Rio te gaan. Achteraf viel het nog mee dat ik de bus van elf uur haalde. Aankomst zes uur. Met een taxi naar wat ik omschreef als ‘fatsoenlijk hotel met redelijke prijs’. De prijs was redelijk, maar de ambiance was van een goedkope liederlijkheid en verloedering die werkelijk tot braken noodde. Het is me intussen duidelijk geworden dat vrijwel elk hotel dat niet zéér duur is, in het centrum, een hoerenkast is. Hoererij is trouwens niet tot bepaalde straten beperkt, maar lijkt zo'n beetje in het hele centrum de gewoonte te zijn. Die kast waar ik in '73 met Noor zat was heel rustig vergeleken met het kot waar ik de eerste avond in Rio belandde. Daar komt bij dat tegenwoordig zelf de meest nederige van deze etablissementen radio op de kamers hebben met voorgeprogrammeerde popmuziek, en vaak ook nog televisie met porno en geweld, wat tot gevolg heeft dat de keet nog groter is en langer duurt dan wanneer er alleen maar wordt geneukt. Rekening houden met een ander is de mensen werkelijk volkomen vreemd. Om drie, vier, tot vijf uur in de nacht gelach en gegil, dreunende muziek, gesla met deuren - en toen ik, vroeg in de ochtend, eindelijk een beetje slaap vatte, droomde ik dat ik thuis was gekomen. Maar ik was niet alleen. Er waren vreemde mensen bij, met wie ik een opera aan het instuderen was.”

 

 

 1410884-2ce5dec0525254c209cfd1a8e3cea76f.jpg

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939. Zie ook alle tags voor Joyce Carol Oates op dit blog.

 

Uit: The Falls

 

“... Waking that morning to the rude and incontrovertible fact that she who'd slept alone all her life was yet alone again on the morning following her wedding day. Waking alone though she was no longer Miss Ariah Juliet Littrell but Mrs. Gilbert Erskine. Though no longer the spinster daughter of Reverend and Mrs. Thaddeus Littrell of Troy, New York, piano and voice instructor at the Troy Academy of Music, but the bride of Reverend Gilbert Erskine, recently named minister of the First Presbyterian Church of Palymra, New York.

Waking alone and in that instant she knew. Yet she could not believe, her pride was too great. Not allowing herself to think I am alone. Am I?

A clamor of wedding bells had followed her here. Hundreds of miles. Her head was ringed in pain as if in a vise. Her bowels were sick as if the very intestines were corroded and rotting. In this unfamiliar bed smelling of damp linen, damp flesh and desperation. Where, where was she, what was the name of the hotel he'd brought her to, a paradise for honeymooners, and Niagara Falls was the Honeymoon Capital of the World, a pulse in her head beat so violently she couldn't think. Having been married so briefly she knew little of husbands yet it seemed to her plausible (Ariah was telling herself this as a frightened child might tell herself a story to ward off harm) that Gilbert had only just slipped quietly from the bed and was in the bathroom. She lay very still listening for sounds of faucets, a bath running, a toilet flushing, hoping to hear even as her sensitive nerves resisted hearing. The awkwardness, embarrassment, shame of such intimacy was new to her, like the intimacy of marriage. The "marital bed." Nowhere to hide. His pungent Vitalis hair-oil, and her coyly sweet Lily of the Valley cologne in collision. Just Ariah and Gilbert whom no one called Gil alone together breathless and smiling hard and determined to be cheerful, pleasant, polite with each other as they'd always been before the wedding had joined them in holy matrimony except Ariah had to know something was wrong, she'd been jolted from her hot stuporous sleep to this knowledge.”

 

 

 1410884-6ff942246d25965287baffd69c76ed82.jpg

Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

 





De Canadese dichter, artiest en musicus Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec. Zie ook alle tags voor Derek R. Audette op dit blog.

 

 

A Cigarette From Frank (Fragment)

 

I used to work for a charity organization;
I didn’t volunteer or anything,
they gave me a job,
a paying job.
The hours were standard,
the pay was shit,
but it was a job.
The purpose of this particular organization
was to provide jobs to people
who couldn’t really work anymore;
who had sustained some injury,
or had some sickness
and were unable to work
in any standard sense.
This organization would provide
them with mostly menial tasks
to fill out their days
and make them feel as though
they still had a purpose,
and provide them with a small
paycheck
to supplement their
disability payments.

The jobs
they were given to do
mostly consisted of
stuffing envelopes,
collating papers,
or assembiling
cardboard boxes.

Insert tab ‘A’ into slot ‘B’

 

My job was to sort of
help out in running things
and also
sometimes
stuff envelopes
and assemble
cardboard boxes
when there wasn’t enough
disabled people there to
finish the task on time.

 

 


1410884-6cc164508c9fd6e447872d66f99eb853.jpg
Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en columnsit -minu (eig. Hans-Peter Hammel) werd geboren op 16 juni 1947 in Basel. Zie ook alle tags voor -minu op dit blog.

 

Uit: Wo Männer zu sabbernden Dildos werden

 

„Lino schleppte mich nun von Korsett zu Korsett. Er war auf der Suche nach dem ultimativen Bildknaller. Und da entdeckte er eine Tattoo-Landschaft, die sich vom Zehennagel über alle Rundungen bis zum Kinn ringelte. «DIE IST ES!», hauchte der Fotograf bereits in andern Sphären. Er sabberte wie unser Zwirbelhund, wenn wir mit dem Würstchen winkten. Die Dame war aber nicht gewillt, das Würstchen zu sein, und hatte Hunger: «Ich bin in einer halben Stunde zurück – ich muss mir jetzt mal etwas Warmes in den Bauch ziehen …»

ALSO VERSTEH DAS, WER WILL – jedenfalls kam dann so ein kleiner Macker angehuscht: «Hallöchen. Kann ich helfen? – Lena kommt sofort wieder und …» WER IST LENA? Diese Frage hat ihn dann total umgehauen. «SIE IST DER GRÖSSTE DEUTSCHE PORNOSTAR, MEIN HERR – IHRETWEGEN SIND 10'000 FANS IN DIESE HALLE GEKOMMEN!» «Mach alleine weiter…», sagte ich da zu Lino. Der nickte brav. Und wartete auf Lena, wie der Hund vor der Metzgerei auf seine Mutti. Ich drückte ihm dann noch das kleine Papierbildchen mit der wahren Liebe in die Hände. Damit er weiss, wo Gott und die wahre Liebe hockt. Dann kaute ich mich durch Dolly Busters Busen. Er machte mich glücklich.“

 

 

 1410884-497dc1820a0edc36de2ecaa845a713be.jpg

-minu (Basel, 16 juni 1947)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Casper Fioole werd geboren op 16 juni 1975. Zie ook alle tags voor Casper Fioole op dit blog.

 

Uit: Koelkastloze poëzie

 

 

Schrijver Utrecht

 

Ik gesloten man,

post gedichten,

fiets langs je

nee-nee

nee-nee

nee deur

 

huis te koop

veiling van tuin

en keuken

 

vlinder en vuurzijn huisvuil

de resteen stofwolk

van wirwardingen

 

je deur verborgenn

nee

 

vol huis

open mij

voorzichtig

 

 

 
1410884-d006671af613dd42ce6f20eca5817518.jpg

Casper Fioole (16 juni 1975)



 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

Mignon pensif

Zijn handen zijn al lang tot rust gekomen.
Hun lichamen zijn nu genoeg bekend.
Ooit raakte hij de wellust zo ontwend
als de vervoering van zijn stoutste dromen.

Zijn eerns alerte lijf is nu slechts loom en
verzadigd, levenloos en impotent.
Nu nadert hij berustend het moment
dat ook zijn geest elk leven wordt ontnomen.

Hij wordt nog wel verliefd, maar dat is meer
gewenst dan echt. Hij hoeft niet meer zo zeer.
Wie mooi is, weet hij, kent geen mededogen.

De passies en de dagen van weleer
zoekt hij vergeefs. De vreemde jongensogen
weerspiegelen het eigen onvermogen.

 

 

 1410884-aef148e72af8d2205c050afaee485810.jpg

Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957)

Jacques d’Albon, de mignon van Henri II

 

 

 

Zie ook alle tags voor Frans Roumen op dit blog.

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn vorige blog van vandaag en ook mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:21 Reageer op dit bericht

Theo Thijssen, Ferdinand Laholli, Elfriede Gerstl, Giovanni Boccaccio

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook alle tags voor Theo Thijssen op dit blog.

 

Uit: Jongensdagen

 

“Ko scharrelde even in zijn zakken. ‘Hier!’ zei hij toen ineens, en hij gaf den ander een cent. Henk aarzelde héél even; toen pakte hij gretig aan. ‘Laat mij nou de mand maar verder dragen!’ zei hij toen in zijn dankbaarheid. Ko liet hem begaan, en maakte een paar bokkesprongen en vloog een stoep op en af.

Zoo trokken ze verder naar huis; en Henk liep te denken over z'n broer, die een ‘fijne’ jongen was. En hij ging in gedachten na: alle jongens die hij kende. Wie het hardst kon loopen, waar je 't lekkerst mee spelen kon, en wie op school de beste was, en op gymnastiek. En misschien kwam het een beetje van die cent, maar Ko was de fijnste jongen dien ie wist.

Daar waren ze al thuis.

‘Net vier uur,’ zei Ko, ‘Ay is tot vijf uur op 't zand. Ga mee nog even.’

‘Goed,’ antwoordde Henk. Ze stapten den winkel weer in.

Moe was achter. ‘Jongen, jongen, da's gauw terug,’ zei ze.

Ko legde uit, hoe 't kwam; en terwijl hij 't geld voortelde, verhaalde hij het geval van de postzegels. ‘Vindt u 't niet gemeen?’ vroeg hij. Nou, Moe vònd het gemeen; en zonde van 't geld óók.

‘Die drie centen is nìks,’ beweerde Ko, ‘maar de gemeene streek!’ En hij ging wat water drinken.

 ‘Moe, hoe laat eten we?’ vroeg Henk, die Miep was gaan begroeten.

Moe keek even op de klok. ‘Met een goed uur. Heb je al honger?’

‘Nee, maar we wouen nog even naar 't zand, naar Ay.’

‘Dat 's de moeite niet meer,’ vond Moe, ‘blijf nou liever dat uurtje hier bij de deur, bij Miep. Dat 's véél aardiger.’

‘Ga mee dan,’ zei de kleine Miep al.

Daar kwam Ko weer binnen.”

 

           

1410881-6a08af7b565b6deef34e4906af019b49.jpg 

Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)

 

 

 

 

 

De Albanese dichter en vertaler Ferdinand Laholli werd geboren op 16 juni 1960 in Gradishta. Zie ook alle tags voor Ferdinand Laholli op dit blog.

 

 

FEAR

 

Fear
reveals
the chasm
of error.
You must kill
your self
to save yourself
from fear.

 

 

 

Vertaald door Zana Banci en Anthony Weird

 

 

 

DIE SUCHE NACH DEM SELBST

Ich suche
nach meinem in Schweigen gehüllten Selbst,
ohne es
finden zu können,
um es überzeugen zu wollen,
dass dort nur gestorben wird.

 

 

 1410881-9a5c43dcaf988a4e2265dfb0579be0c0.jpg

Ferdinand Laholli (Gradishta, 16 juni 1960)

Cover

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Elfriede Gerstl werd geboren op 16 juni 1932 in Wenen. Zie ook alle tags voor Elfriede Gerstl op dit blog.

 

 

natuur – nee bedankt

 

van tijd tot tijd zie ik ze graag

de vergiftigde bomen

de aangetaste weiden

dat luizige landschap

uit het raam van mijn treincoupé

waar ik me gewapend voel

met tincturen en

                        tabletten en

                                               andere munitie

tegen de bijtgrage bacteriën

                                               de killervirussen

                                                           dat enorme vijandige leger

op mij en in mij

moet ik misschien naar buiten gaan

                        in het besmette groen

                                               waar nieuwe vijanden wachten

nee bedankt zeg ik tegen mijn vrienden

                                               de berg- en dalbeklimmers

ik heb hier binnen

                        al natuur genoeg

 

een bijwoord ontbieden

een zin neerzetten

een daad dromen

jouw mond met de mijne

                                               verwisselen

 

waar is het station alsjeblieft

ik ben vreemd in deze stad

waar is je hand naartoe

                        waar is je mond naartoe

hier ben ik niet meer

                                                           thuis

de kraaien vliegen

                        als in een gedicht

dit winterlandschap

                        is een foto achter glas

deze treinrit is een slechte

                                                           treurige film

die ik helemaal

                        moet uitkijken

 

 

 

Vertaald door Inge Arteel

 

 

 

 1410881-860a453bade20f3e6cf872cd5f18b9ba.jpg

Elfriede Gerstl (16 juni 1932 – 9 april 2009)

Wenen
 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook alle tags voor Boccacio op dit blog.

 

Uit: Das Dekameron (Vertaald door Karl Witte)

 

„Die Franzosen, die den Namen Ciapperello nicht verstanden und der Meinung waren, er wolle so viel sagen wie chapeau, was in ihrer Landessprache Kranz bedeutet, nannten diesen Mann, der klein von Gestalt und sehr geschniegelt war, seiner Kleinheit halber nicht Chapeau, sondern Chapelet, unter welchem Namen er denn überall bekannt war, während nur wenige wußten, daß er Ciapperello hieß.

Das Leben, das dieser Chapelet führte, war folgendermaßen beschaffen: In seinem Beruf als Notar hätte er es für eine große Schande gehalten, wenn eine der von ihm ausgestellten Urkunden, obgleich er deren wenige ausstellte, anders als gefälscht befunden worden wäre. Solcher falschen Urkunden aber machte er, soviel man nur wollte, und dergleichen lieber umsonst als rechtmäßige für schwere Bezahlung. Falsches Zeugnis legte er auf Verlangen und aus freien Stücken besonders gern ab, und da in Frankreich Eidschwüre um jene Zeit in höchstem Ansehen standen, gewann er, da er sich nicht um einen Meineid scherte, auf unrechtmäßige Weise alle Prozesse, in denen er die Wahrheit nach seinem Gewissen zu beschwören berufen ward. Ausnehmendes Wohlgefallen fand er daran, und großen Fleiß verwandte er darauf, unter Freunden, Verwandten und was sonst immer für Leuten Unfrieden und Feindschaft anzuzetteln, und je größeres Unglück daraus entstand, desto mehr freute er sich. Wurde er aufgefordert, jemand umbringen zu helfen oder an einer anderen Schandtat teilzunehmen, so weigerte er sich niemals und war der erste auf dem Platz. Oft war er auch bereit, mit eigenen Händen zu ermorden und zu verwunden. In seiner beispiellosen Jähheit lästerte er Gott und alle Heiligen um jeder Kleinigkeit willen auf das gräßlichste. In der Kirche ließ er sich niemals antreffen und verspottete alle christlichen Sakramente mit den verruchtesten Worten. Um so mehr war er dafür in den Schenken und anderen Sündenhäusern. Aus Rauben und Stehlen hätte er sich ebensowenig ein Gewissen gemacht, als ein Heiliger daraus, Almosen zu geben.“

 

 

 1410881-b673a67df500421885d00f160caf6091.jpg

Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

Decamerone door  Franz Xaver Winterhalter, 1837    

Geschreven door Romenu om 16:14 Reageer op dit bericht

Torgny Lindgren, Erich Segal, Jean d'Ormesson, Anna Wimschneider, John Cleveland

 

De Zweedse dichter en schrijver Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook alle tags voor Torgny Lindgren op dit blog.

 

Uit: Bathsheba  (Vertaald door Tom Geddes)

“And Abishag from Shunem went to the King’s bed. She crept in beneath the pile of sheepskins, and those who stood nearest said they heard her whisper Tamar’s name. When her fingers brushed against a fig cake that had been laid on one of the festering sores on the King’s neck, there sprang forth from the cake a fig branch with magnificent leaves.
She remained there for twenty-eigth days, the length of time she was clean.
But not once did he have carnal knowledge of her. No , when he felt her with his withered hands he could not even distinguish the parts of her body one from another. He no longer knew for sure what was breast and stomach and pudenda, and he no longer remembered how the various parts of the body were to be used – the frost had turned his fingers blinds.
And when Abishag the Shunammite rose from the bed on the twenty-eighth day, King David had still not ceased shaking with cold. But the skin on the side of Abishag’s body that had lain against the King had become wrinkeld and dried up.
Then Bathsheba commanded them all to leave the King’s room. And she took off her cloak and slipped into his bed.
Quite soon his trembling abated, the terrible iciness retreated from his body. She lay at his left side, and he pressed himself against her like a new-born lamb against a ewe: he nestled into her warmth as if he were a little babe.
As if this warmth were the one truly godly experience of his entire life.
She could feel how shrivelled he was: his knees and pelvic bones and elbows cut into her flesh as if they were deer antlers. She lifted his head carefullly on to her arm, and she felt his breath on the lobe of her ear.
And for the first time in a very long while she heard his voice.”

 

 

1410880-e473ddcf017f86f1cf60f6e471310b84.jpg 

Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook alle tags voor Erich Segal op dit blog.

 

Uit: Love Story

 

“As   a kind of noblesse oblige, I have never denied them either.

Al  Redding,  Dartmouth  center,  charged  across  our blue  line and I slammed into  him, stole  the  puck  and  started  down-ice. The  fans  were roaring. I could see Davey Johnston on  my  left, but I thought I would take it all the way, their  goalie being a slightly chicken type I had terrorized since he played for Deerfield. Before I could  get  off  a  shot, both their defensemen .were on me, and I had to skate around their nets to keep hold of the  puck. There were three of us, flailing away against the boards and each other. It had always been my policy, in pile-ups like this, to lash mightily at anything wearing enemy colors. Somewhere beneath our skates was the puck, but for the moment we were  concentrating  on beating the  shit out of  each other.

 

 

1410880-1ec79787d3cbd632d4f074d9fae0d2bf.jpg 

Ryan O'Neal en Ali MacGraw in Love Story (1970)

 

 

A ref blew his whistle.

"You-two minutes in the box!"

I looked up. He was  pointing at me. Me? What  had I  done to deserve a penalty?

"Come on, ref, what'd I do?"

Somehow he wasn't interested in further dialogue. He was calling to the officials' desk-"Number seven, two minutes -and signaling with his arms.

Iremonstrated  a  bit, but  that's  de  rigueur. The  crowd  expects  a protest, no matter how flagrant the offense.  The ref waved me off. Seething with  frustration,  I  skated  toward the penalty box.  As I  climbed  in, listening to the click of my skate blades  on the wood of the floor, I heard the bark of the PA system:

"Penalty. Barrett of Harvard. Two minutes. Holding."

 

 

1410880-23bae453440c3006a17b00785382081d.jpg 

Erich Segal (New York, 16 juni 1937 – 17 januari 2010)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en essayist Jean d'Ormesson (eig. Jean Lefèvre, comte d'Ormesson) werd geboren op 16 juni 1925 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean d'Ormesson op dit blog.

 

Uit: Presque rien sur presque tout

 

“Elle est douce, fraîche, légère, lustrale, bénite, quotidienne, de vie, de rose, de fleur d'oranger, de cour, de toilette ou de table, thermale ou minérale, de Cologne ou de Seltz.   Elle peut aussi être lourde, saumâtre, meurtrière et cruelle.   Sa puissance est redoutable.   Ses colères sont célèbres.   Elle porte les navires qui n'existent que par elle, et elle leur inflige des naufrages qui font verser des larmes aux veuves de marins.   Lorsqu'elle se présente sous forme de mur, lorsqu'elle s'avance, selon la formule des poètes et des rescapés, à la vitesse d'un cheval au galop, lorsqu'elle s'abat sur les côtes et sur les villes, elle fait surgir du passé les vieilles terreurs ancestrales.

     Aussi vieille que la terre, ou plus vieille, plus largement répandue à la surface de la planète, complice des algues, des nénuphars, du plancton et du sel, fière de ses origines, consciente des services qu'elle a rendus à l'homme dont elle a longtemps abrité et nourri les ancêtres, puisque durant trois milliards et demi d'années tout ce qui vit est sous l'eau, elle considère toute matière autre qu'elle-même avec une sorte de dédain.   Comme la lumière, elle est nécessaire à la vie. Supprimez l'eau, c'est le désert, la ruine, la fin de tout, la mort.   II n'y a pas d'eau sur la Lune. Aussi peut-on assurer que ses paysages sont lunaires.”

 

 

 1410880-4dc9462a24938089d71f5ab04c4846a7.jpg

Jean d'Ormesson (Parijs, 16 juni 1925)

 



 

De Duitse schrijfster en boerin Anna Wimschneider werd geboren op 16 juni 1919 in Pfarrkirchen. Zie ook alle tags voor Anna Wimschneider op dit blog.

 

Uit: Herbstmilch

 

„Am Tag, als die Mutter starb, nahm den Kleinsten gleich die Taufpatin mit, obwohl sie nie ein Kind gehabt hatte und selbst schon alt war. Wir hatten alle Hunger und nichts zu essen. Statt dessen lagen die jüngsten Vier auf dem Kanapee, zwei nach hinten, zwei nach vorn, Joppen als Kopfkissen und als Zudekken. Wir größeren haben auch irgendwelche Kleidungsstücke zusammengesucht und uns auf die Holzbänke gelegt, die rund um die Stube gingen. Wir haben geweint, weil wir die Mutter nicht mehr hatten, und sind vor Hunger und Kummer eingeschlafen. Der Vater hat uns dann schlafend ins Bett getragen.
Der Vater suchte sofort eine Haushälterin, die kam auch. Das ging zwei Wochen mit ihr. Dann stellte sie die ganzen Zuber und Eimer, alles, was wir hatten, voll eingeweichter Wäsche auf die Bänke in der Stube und ging fort. Der Vater suchte wieder eine, die war auch nicht länger da, stellte auch die Wäsche auf die Bänke und verschwand. Wahrscheinlich hat die Wäsche jemand aus der Nachbarschaft gewaschen. Bügeln habe ich nie jemanden gesehen. Der Vater suchte dann eine Hochzeiterin, es wurde ihm diese und jene geraten, und immer stellte sich heraus, daß dieselben auch noch zwei, drei Kinder mitgebracht hätten. Da hat er sich überlegt, diese Frauen würden die ersten Kinder hinausdrücken und ihre Kinder als Erben einsetzen. Das wollte er nicht. Es ging dann überhaupt nicht mehr um. Die Kinder hatten Hunger.
Meine Mutter hatte eine Nachbarin noch auf dem Sterbebett gebeten, meine Firmpatin zu sein. Die kam dann zum Melken, und dafür bekam sie eine Schürze voll Äpfel. Es war gerade Sommer, meine Mutter ist am 21. Juli 1927 gestorben.
Es kam die Ernte, und die meiste Arbeit war da die Feldarbeit, und jeder hatte es satt, immer wieder zu helfen. Da dachte der Vater, ich muß mir selber helfen. Es blieb ihm nichts anderes übrig, als die Kinder arbeiten zu lassen.“

 

 

 1410880-616d85e776e4bcb21b06e173ab39e236.jpg

Anna Wimschneider (16 juni 1919 – 1 januari 1993)


 



 

De Engelse dichter John Cleveland werd geboren op 16 juni 1613 in Loughborough. Zie ook alle tags voor John Cleveland op dit blog.

 

 

Mark Antony (Fragment)

 

Whenas the nightingale chanted her vespers,
And the wild forester couched on the ground,
Venus invited me in th' evening whispers
Unto a fragrant field with roses crowned,
Where she before had sent
My wishes' complement;
Unto my heart's content
Played with me on the green.
Never Mark Antony
Dallied more wantonly
With the fair Egyptian Queen.

First on her cherry cheeks I mine eyes feasted,
Thence fear surfeiting made me retire;
Next on her warmer lips, which when I tasted
My duller spirits made active as fire.
Then we began to dart
Each at another's heart,
Arrows that knew no smart,
Sweet lips and smiles between.
Never Mark Antony
Dallied more wantonly
With the fair Egyptian Queen.

 

 

 

 1410880-0fced00cf7e56a76dd3a2ea508ce4485.jpg

John Cleveland (16 juni 1613 – 29 april 1658)

All Saints Church, Loughborough

Geschreven door Romenu om 16:11 Reageer op dit bericht

Frank Norbert Rieter

De Nederlandse schrijver Frank Norbert Rieter werd geboren op 16 juni 1973 in Nijmegen. Hij begon na zijn middelbare school aan een studie Algemene Literatuurwetenschap, maar voltooide deze niet omdat hij liever wilde schrijven dan studeren. Zijn debuutroman ´Het lichte hart van de mastodont´ gaf hij in 2013 uit bij zijn eigen uitgeverij ´Leviathan´. Daarnaast publiceerde hij een non-fictie reisverhaal en een verkiezingsnovelle “De tweede man”. Rieter schreef ook een tiental theaterstukken voor diverse gezelschappen en opleidingen. Naast zijn schrijfactiviteiten werkte hij twaalf jaar in het bedrijfsleven.

Uit: Het lichte hart van de mastodont

“Er werd lang en nadrukkelijk aangebeld en het lukte Gordon niet om daar doorheen te slapen. Even vreesde hij dat de buurman weer bozig voor de deur zou staan omdat de over spannen keffer van oma zijn ochtendrust verstoorde. Maar dat kon niet, want het beest had Gordon vannacht gebeten en in een reflex had hij het over de balkonrand gegooid. Zes hoog, weg ermee.
De tanden van het ondier hadden in zijn hand minuscule gaatjes achtergelaten waar een eindeloze hoeveelheid bloed uit had gestroomd. Gordon had de wondjes direct met wodka uitgewassen en met een schone theedoek verbonden.
Na het verbinden was er tijd geweest voor schrik en wroeging. Het restje wodka dat in de fles overschoot was net genoeg geweest om zichzelf mee in slaap te grienen. Stom onnozel beest. Het had nadat oma was verhuisd zijn zindelijkheid verloren en schier onophoudelijk gekeft. Het was een tragisch stukje leven, zeker omdat aan Gordon geen groot hondenfluisteraar verloren was gegaan. Het dier leefde op het balkon en kreeg dagelijks water en brokken. Gordon had zich afgevraagd wie zich hulpelozer voelde bij de situatie: het keffende beest of hijzelf. Maar dat was nu voorbij: exit Fifi.
Terwijl Gordon overeind kwam bonkte zijn hoofd. Hij had gisteravond wederom een poging gedaan zijn volwassen leven op liederlijke wijze in te luiden. Hij bekeek zijn gehavende hand: de wondjes waren inmiddels dicht. De theedoek was in zijn slaap losgeraakt. Vele donkere vegen en vlekken op zijn slaapshirt getuigden ervan dat het bloeden maar langzaam was gestelpt.
Opnieuw werd er lang en nadrukkelijk aangebeld. Gordon zocht met toegeknepen ogen zijn weg door de hal van het appartement en nam de hoorn van de intercom. ‘Wat?’ vroeg hij met een gebroken basstem.”

 

 1545400-ef3a041d18f830ce30d2f1955dc8f5db.jpg
Frank Norbert Rieter (Nijmegen, 16 juni 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Joël Dicker

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève als zoon van een boekhandelaar en een lerares Frans. Hij is zowel van Franse als avn Russische afkomst. Tijdens zijn jeugd speelde hij drums en richtte hij op de leeftijd van tien jaar met “La Gazette des animaux’ een eigen magazine op dat gedurende zeven jaar bleef verschijnen. Voor zijn inzet voor het milieu ontving hij de Prix Cunéo pour la protection de la nature. In Genève volgde hij het ​​Collège Madame de Staël . Op zijn 18e verhuisde hij naar Parijs, waar hij een jaar lang een toneelopleiding volgde aan de Cours Florent. Na zijn terugkeer begon hij rechten te studeren aan de Universiteit van Genève. In 2010 rondde hij deze studie succesvol af. De novelle “Le Tigre”werd in 2005 Dickers literaire debuut. In 2012 verscheen zijn tweede roman “La Vérité sur l'affaire Harry Quebert“. Het verhaal gaat over een Amerikaanse schrijver die zijn oude professor bezoekt vanwege een writer's block en vervolgens een moord oplost. De roman werd bekroond met de Prix Goncourt des lycéens, de Grand Prix du Roman en de Prix litteraire de la Vocation. Met de verkoop van de rechten in 32 talen werd het boek gepubliceerd in 45 landen.

Uit: De waarheid over de zaak Harry Quebert (Vertaald door Manik Sarkar)

“Begin 2008, dat wil dus zeggen ongeveer anderhalf jaar nadat ik met mijn eerste roman de nieuwe publiekslieveling van de Amerikaanse letteren was geworden, kreeg ik last van een heel zware aanval van writer’s block, een syndroom dat wel vaker schijnt voor te komen bij schrijvers die in één klap overweldigend succesvol zijn. De ziekte sloeg niet in één keer toe, maar kreeg langzaam vat op me. Alsof mijn hersenen besmet waren geraakt en langzaam maar zeker versteenden. Toen de eerste symptomen zich aandienden, wilde ik er geen aandacht aan besteden. Ik zei tegen mezelf dat de inspiratie vanzelf wel terug zou komen: morgen, overmorgen of de dag daarna. Maar de dagen, weken en maanden verstreken en de inspiratie bleef weg.
Mijn afdaling naar de hel verliep in drie fases. De eerste is essentieel voor iedere val van grote hoogte, namelijk een bliksemsnelle opgang: van mijn eerste roman waren twee miljoen exemplaren verkocht, en daarmee was ik op achtentwintigjarige leeftijd al een bestsellerauteur. Dat was in de herfst van 2006, toen mijn naam in een paar weken tijd een begrip werd. Ik was overal te vinden: op televisie, in de krant, op tijdschriftcovers… In metrostations hingen enorme reclameborden waarop mijn gezicht stond afgebeeld. Zelfs de meest kritische recensenten van de grote dagbladen van de Oostkust waren het met elkaar eens dat de jonge Marcus Goldman een heel groot schrijver zou worden.
Eén boek. Een enkel boek en ik zag de deuren naar een nieuw leven voor me opengaan: ik werd een jonge, rijke ster. Ik verliet mijn ouderlijk huis in Montclair, New Jersey, en betrok een luxueus appartement in de Village; ik ruilde mijn derdehands Ford in voor een gloednieuwe zwarte Range Rover met getint glas, ik at in chique restaurants en ik verzekerde me van de diensten van een literair agent die mijn agenda beheerde en baseball met me keek op het reusachtige televisiescherm in mijn nieuwe optrekje. Ik huurde een kantoor vlak bij Central Park waar een secretaresse genaamd Denise die een beetje verliefd op me was mijn post sorteerde, koffiezette en mijn papieren ordende.”

 

 1540822-5536b7d3c69748ae799f92ed76830544.jpg
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten