Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 13 februari 2016

M. Vasalis, Jan Arend, Georges Simenon, Nynke van Hichtum, Friedrich Christian Delius

De Nederlandse dichteres en psychiater M. Vasalis werd geboren in Den Haag op 13 februari 1909. Zie ook alle tags voor M. Vasalis op dit blog.

 

Sprookje
Voor mijn moeder en mijn dochtertje

Zij luisteren beide naar een oud verhaal,
wondere dingen komen aangevlogen,
zichtbaar in hun verwijde ogen,
als bloemen, drijvend in een schaal.

Er is een zachte spanning in hun wezen,
zij zijn verloren en verzonken in elkaar,
-het witte en het blonde haar -
geloof het maar, geloof het maar,
alles wat zij vertelt is waar
en nooit zal je iets mooiers lezen.

 

 

Duif

Het had geonweerd en de straat was nat,
het asfalt lag als water aan de oever
van het trottoir, waar plechtig trad
een duif en koerde als een kind, maar droever.

De hemel boven 't park werd licht,
de bomen stonden groen, af

zonderlijk
en ieder leek een bos, zo bol zo wonderlijk
en in zichzelf gekeerd, prevelend opgericht.

Ik liep te kijken in de korte stille straat
en zag de duif, de kleur van onweer op zijn vleugels
en poten roze als de dageraad.

 

 

Ochtend

Zo kalm als op een vlot van helderheid
en rust, gelegen op mijn rug
dreef ik de ochtend in, het ochtendlicht,
land, lucht en water waren één en zonder dat
er van hun eigenheid maar iets verloren ging.

 

 1877068-ae66ad526a3b70ed27ecab404cde4b26.jpg
M. Vasalis (13 februari 1909 - 6 oktober 1998)
Portret door Bert Megens, 2013

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Jan Arends werd geboren op 13 februari 1925 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jan Arends op dit blog.

 

De voetstappen die ik achterlaat

De
voetstappen
die ik achterlaat
zijn bezit
van de grond.

Mijn leven
is van het
verleden.

Mijn woord
is in de monden
van anderen.

Ik
ben niet.

Ik was.

Zo
is het
met alle dingen.

 

 

Niet god

Niet god
is god
maar ik
ben god.

ik ben
de schepper
van god.

Ik
heb hem gemaakt
van wat ik ben.

Ik heb hem
gemaakt van mijn taal
toen ik taal werd.

Hij is
het weten van mij.

Zo is god
van mij.

 

 1877068-7c5e8567bdcc55f666842141fee6d243.jpg
Jan Arends (13 februari 1925 – 21 januari 1974)

 

 

De Belgische (Franstalig) schrijver Georges Simenon werd geboren in Luik op 13 februari 1903. Zie ook alle tags voor Georges Simenon op dit blog.

Uit: De burgemeester van Veurne (Vertaald door Rokus Hofstede)

“Het was vlakbij, nauwelijks vijftien kilometer. Aan de rand van het dorp, waar je de duinen en het groene water van de zee al zag liggen, stonden kleine huizen op een rij, zonder bovenverdieping, elk met een hekje ervoor. De hekjes waren geverfd in blauw, in wit, in groen. Dat van zijn moeder was lichtgroen.
Hij wist dat er tussen alle gordijnen door buren naar hem keken. Hij wist dat er werd gezegd: ‘Het is de burgemeester van Veurne.’
En zij wisten van hun kant dat zijn vader, de oude Joris, tot de dag van zijn dood garnalen had gevist, met zijn paard, dat bij laagwater een net over het strand sleepte.
Was in het buurtje met de kleine lage huizen ook maar iemand onkundig van het feit dat hij zijn moeder had aangeboden in Veurne te komen wonen, of waar ze maar wilde, en haar te onderhouden?
Zij was koppig. Hij had altijd te maken gehad met koppige vrouwen. Ze was niet thuis, hij wist het meteen toen hij zag dat de gordijnen dicht waren en de grendel van het hekje dichtgeschoven.
Voor zijn auto stond hij te wachten tot iemand zich om hem zou bekommeren, en inderdaad ging er een deur open, een bleek meisje met albino-ogen en een baby op haar arm verklaarde: ‘Mevrouw Joris is bij Crams… Ik ga haar wel even roepen…’
Ze stapte vlug, een beetje voorovergebogen vanwege de baby, langs het klinkerpad dat de modder van het trottoir in tweeën deelde. Ze klopte op een bruine deur. De hemel was laag, lager dan in Veurne. Een frisse wind kwam in grote vlagen aangewaaid uit zee. Voor de huizen hingen garnalennetten te drogen.
Daar verscheen een kromgetrokken vrouwtje, met klepperende klompen en een wit mutsje op haar hoofd.
‘Ben jij het!’ zei ze, terwijl ze een sleutel tevoorschijn haalde uit een zak die verscholen zat onder haar schort.
Daarna, vreugdeloos: ‘Wat wil je nu weer?’

 

 1877068-6b3041bc8f2456af003360a6c1bf7f73.jpg
Georges Simenon (13 februari 1903 - 4 september 1989)
Op de cover van de Paris Match, 1989

 

 

De Nederlandse schrijfster Nynke van Hichtum (pseudoniem van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer) werd geboren in Nes op 13 februari 1860. Zie ook alle tags voor Nynke van Hichtum op dit blog.

Uit: Afke's tiental

‘Ziezoo Afke,’ zei ze, ‘en nu moet je me maar gauw wat werk geven. Naaien kan ik niet goed meer, want mijn oogen worden slecht; maar er zullen wel kapotte kousen en sokken zijn van de kinderen; die zou 'k wel gauw eventjes kunnen stoppen.’
Afke, die vermoeid de oogen gesloten had, toen 't kindje haar werd afgenomen, deed ze nu weêr wijd open, en er kwam een gelukkig lachje op haar bleek gezicht:
‘Nee,’ zei ze, ‘ik heb niks meer te stoppen. Alle kousen zijn netjes in orde. 'k Heb den halven nacht opgezeten om alles te verstellen, wat nog kapot was!’
Vol bewondering keek Saapke haar aan: ‘Wat ben jij een flinke huisvrouw, en dat met je zwakke lichaam! Zóó heb ik 't nog nooit gezien! Maar nu moet je ook probeeren 'n beetje te slapen, dan ben je wat uitgerust als de kinderen straks thuis komen uit de middagschool!’ En ze schoof de gordijnen weêr dicht, en zette de bedsteedeuren op een kier. In den hoek van de vensterbank lag 't breiwerk van een van de kinderen. Dat nam Saapke ter hand, nadat ze 't kooltje in haar stoof een beetje opgerakeld en zich een kopje koffie had ingeschonken.
En nu was 't weer heel rustig in de kamer. Ook buiten was 't stil. De velden, waarop het eenige raam uitzag, waren met sneeuw bedekt. De oude sloot, die de bleek achter 't huisje van een groot weiland scheidde, lag dichtgevroren. De kinderen hadden al geprobeerd er schaatsen op te rijden, maar 't ging niet: er lag te veel stof op 't ijs: 't was heelemaal stroef. Ze vielen telkens, als ze hun beenen wilden uitslaan. Heel vervelend! - Maar van avond zouden ze de heele sloot met water begieten; als dat dan bevroor, werd 't een prachtige baan voor alle kinderen uit 't steegje; tenminste zoolang de groote vaarten nog niet heelemaal veilig waren. Tot zoolang nog ‘baantje rijden’ op de oude sloot, maar dan - de beenen vrij uitslaan en overal naar toe! - Verre tochten maken met vaders of groote broers, of ooms en tantes! Heerlijk!”

 

 1877068-b011e1e7f2c74444df373626c005efc5.jpg
Nynke van Hichtum (13 februari 1860 - 9 januari 1939)
Cover

 

 

De Duitse dichter en schrijver Friedrich Christian Delius werd geboren in Rome op 13 februari 1943. Zie ook alle tags voor Friedrich Christian Delius op dit blog.

 

Ein Bankier auf der Flucht

Ganz sicher, er war es. Vor kurzem noch im Fernsehn,
jetzt sehn wir ihn im Schwarzwald zu Fuß
und abgehetzt, Dreck an den Schuhn, sehn ihn allein
mit einem Koffer, Richtung Süden, kein Gespenst.
Schweiz oder Liechtenstein? Warum hat er nicht
wenigstens seinen Chauffeur bei sich und
den Mercedes? Warum nimmt er nicht die Bahn? Warum
vertraut er sich nicht einem ortskundigen Landwirt an?
Warum dieser ängstliche Blick, diese Hast?
Ein Wanderer würde anders laufen und ohne
diesen Koffer. Wer vor seiner Frau oder Geliebten
abhaut, haut nicht über Feldwege ab.
Warum schlägt er den Mantelkragen hoch?
Erschrickt der vor uns? Seit wann gehören
Bankiers zu den Angsthasen? Kommen jetzt noch mehr
flüchtende Bankchefs hier vorbei und stören
Spaziergänger auf? Schreiben wir das Jahr 74 oder
1929 oder 1986, oder was ist hier eigentlich los?

 

 

Aufstiegsrunde

Hertha steigt auf. Steigt Hertha auf
steigt die ganze Hauptstadt auf
steigt aus dem Tal die Wirtschaft auf
(weil ich dann mehr Schultheiß sauf)
steigt die Macht der Presse auf
(steigert sonntags den Verkauf)
steigt die Stadtautobahn mit auf
(hoch über die Zone nach Helmstedt hinauf)
steigt der Senator für Inneres auf
(haut bundesweit sehr feste drauf)
steigt das ganze Rathaus auf
(rennt nach Bonn im Dauerlauf)
steigt auch der Bürgermeister auf
der freie Westen auch noch AUF!

Steigen wir Absteiger fürs erste ab
und sägen denen das Treppchen ab.
Denn die so mühsam aufgestiegen sind
vergessen wie spielstark die Absteiger sind.

 

 1877068-dd4451819104495df13685ef4c479571.jpg
Friedrich Christian Delius (Rome, 13 februari 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:52 Reageer op dit bericht

Urs Faes, Faiz Ahmed Faiz, Irene Dische, Karl Klostermann, Katja Lange-Müller

De Zwitserse schrijver Urs Faes werd geboren op 13 februari 1947 in Aarau. Zie ook alle tags voor Urs Faes op dit blog.

Uit:Sommer in Brandenburg

“Was war das für eine Stimme, ein Lachen, nicht laut, aber eindringlich, übermütig verspielt, unbekannt, vor allem das: ein Mädchenlachen, das er nie zuvor gehört hatte, ein Klang, der ihm fremd war, kehlig, rauh.
Er kannte sie doch alle, die hier waren, seit Monaten, die Mädchen und die Jungen, Chawerot und Chawerim. Er lauschte, hielt die Hand gegen die Sonne, die blendete, Gegenlicht, darüber der Himmel, blau, preußischblau, dieser große Himmel, Frühsommer noch und heiß. Schnell sprang er über die Schattensprenkel auf dem Weg, eilte dem Stall zu, wollte das Tor schließen, dann hinunter zum Sportplatz, für ein paar Ballwürfe in den Korb vor dem Abendbrot.
Vom Brunnen drang noch immer das Lachen herüber, ausgedehnt und breit. Was gab es da zu lachen, vor dem Brunnen. Dahinter schimmerte der Schwanenteich; da sirrten die Libellen, an diesem Spätnachmittag als Drohung über dem Schilf, bläulich durchlässig. Hecken säumten das Ufer, darüber das Grün der hohen Eichen, die den Weg verschatteten, der sandig war und trocken, weil Regen schon seit Tagen ausgeblieben war. Krähen flogen über den hohen Zaun, der das Landgut umgab.
Wir haben Gänse und Hühner, Ziegen, sogar zwei Pferde, hatte er Helma geschrieben, sechs Kühe, die für eine ganze Milchwirtschaft reichen, mit Käse und Quark. Helma hatte gespottet in ihrem Brief, von Sommerlager gesprochen und Pfadfinder-Romantik, die nicht reiche für den Pioniergeist, den es brauche im fremden Land. Was wußte schon Helma.
Das Lachen, zu wem gehörte es? Die Stimme, etwas laut für eine Zeit, in der sie gelernt hatten, leise und unauffällig zu sein,keinAufsehenzuerregen,zutun,als wären sie nicht da. Und nun lachte da eine, rief hinüber zum Haus, wo die Mädchen waren. Er hielt im Laufen inne, machte ein paar Schritte auf das Gebäude zu, ein Jagdschlößchen aus vergangener Zeit.“

 

 1877065-dcca78e0f320c2c48127c527097fe9fd.jpg
Urs Faes (Aarau,13 februari 1947)

 

 

De Duits-Amerikaanse schrijfster Irene Dische werd op 13 februari 1952 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Irene Dische op dit blog.

Uit: Liebe Mom, lieber Dad

„Liebe Mom, lieber Dad, bitte entschuldigt, dass ich mich so lange nicht gemeldet habe. Ich kann mir vorstellen, dass Ihr Euch Sorgen gemacht habt, aber ich konnte wirklich nicht anrufen. Bis gestern lag ich im Krankenhaus.
Zum ersten Mal seit anderthalb Monaten sitze ich wieder an einem Tisch. Nach unserem Streit vor sechs Wochen wegen Ralph, der Euch nicht gefällt, weil er so viel älter ist als ich und überhaupt eine seltsame Wahl ist, weil er kein Arzt oder Anwalt ist wie alle anderen, die ich kenne, war ich so wütend, dass ich mich besser nicht ans Steuer gesetzt hätte.
Jackie hatte die ganze Zeit im Wagen auf mich gewartet. Sie ist immer meine beste Freundin gewesen. Ich war doch bloß vorbeigekommen, um Euch kurz zu umarmen. Danach wollten wir weiterfahren – über das Wochenende nach Maine, wo Ralph eine Farm hat. So arm ist er nämlich gar nicht, wisst Ihr. Ich war hereingekommen und sagte: „Ich wollte euch bloß Guten Tag sagen, ich bin auf dem Weg nach Maine.“ Da habt ihr gleich angefangen, mir Vorwürfe wegen Ralph zu machen. Ihr werdet Euch daran erinnern. Als Du, Dad, meine Beziehung zu ihm eine „Katastrophe“ nanntest und Mom zu weinen anfing, da habe ich eben kehrtgemacht und bin gegangen. Ihr seid hinter mir her, aber ich war schneller. Ich habe mich in den Wagen gesetzt, mit zitternden Händen. Jackie bot an, sie könne fahren. Aber ich wollte nicht. Ich fuhr zu schnell. Ich fuhr viel zu schnell. Jackie schrie mich an. Ich stand einfach auf dem Gaspedal. Hundertfünfzig bin ich gefahren. An einer Baustelle verengte sich die Straße, und ich schoss auf die Gegenfahrbahn. Ein kleiner Wagen, eine indische Familie mit vier Kindern, kam mir entgegen – ich krachte in sie rein. Noch immer habe ich Jackies „Nein! Nein!“ im Ohr. Es waren ihre letzten Worte, Jackie ist tot.“

 

 1877065-731f3f01edd829c665c560cf7fcf44aa.jpg
Irene Dische (New York, 13 februari 1952)

 

 

De Pakistaanse (Urdu) dichter Faiz Ahmed Faiz werd geboren op 13 februari 1911 in Sialkot. Zie ook alle tags voor Faiz Ahmed Faiz op dit blog.

 

Bangladesh II

This is how my sorrow became visible:
its dust, piling up for years in my heart,
finally reached my eyes,

the bitterness now so clear that
I had to listen when my friends
told me to wash my eyes with blood.

Everything at once was tangled in blood—
each face, each idol, red everywhere.
Blood swept over the sun, washing away its gold.

The moon erupted with blood, its silver extinguished.
The sky promised a morning of blood,
and the night wept only blood.

The trees hardened into crimson pillars.
All flowers filled their eyes with blood.
And every glance was an arrow,

each pierced image blood. This blood
—a river crying out for martyrs—
flows on in longing. And in sorrow, in rage, in love.

Let it flow. Should it be dammed up,
there will only be hatred cloaked in colors of death.
Don’t let this happen, my friends,

bring all my tears back instead,
a flood to purify my dust-filled eyes,
to was this blood forever from my eyes.

 

Vertaald door Agha Shahed Ali

 

 1877065-e38f963a0bb427a6d339d2e896295f2f.jpg
Faiz Ahmed Faiz (13 februari 1911 - 20 november 1984)
Cover

 

 

De Duits-Tsjechische schrijver Karl Klostermann werd geboren op 13 februari 1848 in Haag am Hausruck in Oostenrijk. Zie ook alle tags voor Karl Klostermann op dit blog.

Uit: Aus der Welt der Waldeinsamkeiten

„Gott weiß, welches Geschick den Revierförster Koán im Jahre 186… nach Pürstling verschlagen hat. In einer Einöde, inmitten von Wald und Moor, wohin wohl über dreißig Jahre kein menschlicher Fuß den Weg gefunden hat, liegt es eine halbe Stunde von der bayerischen Grenze.
Durch eine Hochebene, durch sattes Grün, stellenweise mit grauem Moose überwachsen, schlängelt sich in weitem Bogen ein Bach dahin – die junge Wottawa. Aus dem Inneren des Lusen kommend, spiegelt sich ihr Wasser in granatroter Farbe, und ihre Quelle, die Gold enthalten soll, wie aus längst vergangener Zeit berichtet wird, gibt einfach von ihrem Rest an kostbarem Metalle dem „krummen“ Fluß mit auf seinen Weg.
Von diesem goldenen Überschuß ist jetzt wohl nichts mehr zu sehen.
Trittst du aus der Türe des Forsthauses, steht vor dir der Lusen, den struppigen Kopf in weiße Nebel oder in schwarze Wolken eingehüllt, in südlicher Richtung die Ebene abschließend.
Unbeweglich steht er da, im ewigen Schweigen, als würde er trauern über die Veränderungen der letzten Jahr­­zehnte.
Auf der rechten, westlichen Seite begrenzt die Ebene der Plattenhausen, der Große und der Kleine Spitzberg, auf der linken, östlichen Seite, der Moorkopf und der Marberg, alle dicht mit Wald bewachsen bis hinauf zu den Gipfeln. Zwischen den Bergen findet man keine tiefe Schlucht, keinen Abgrund, nur ein enges Tal am Fuße des sanften Abhanges. Überall moorige Einöde, unbewegt, einförmig bis zur Verzweiflung, elender Wald, den Kälte und Feuchtigkeit nicht zum Wachsen kommen lassen, nur Knie- und Krummholz, durch das kein Fußpfad führt.“

 

 1877065-2fe9ece3a1a4fc8aebbc09b121a4afa5.jpg
Karl Klostermann (13 februari 1848 – 17 juli 1923)

 

 

De Duitse schrijfster Katja Lange-Müller werd geboren op 13 februari 1951 in Berlijn-Lichtenberg. Zie ook alle tags voor Katja Lange-Müller op dit blog.

Uit: Böse Schafe

„Wir liegen auf den beiden Matratzen, nicht Seite an Seite, dennoch Kopf an Kopf. Die Arterie über deinem Schläfenbein pulst gegen meine Wange. Dein Haar berührt meine Nase, doch es kitzelt nicht, riecht bloß – nach Shampoo und nach dir. Seit Minuten oder Stunden bewegen wir uns kaum, sagen nichts, atmen flach. Deine Augen sind geschlossen, meine schauen hoch zum offenen Fenster, in dem sich nichts zeigt als ein Stück des wolkenlosen, weder hellen noch dunklen Himmels. Und wollte ich mich überhaupt etwas fragen, dann nur, ob der Morgen herandämmert oder der Abend. Ich fühle mich weder müde noch wach, weder schwer noch leicht, muß weder rauchen noch essen, noch trinken, noch zum Klo. Ich habe nicht das Bedürfnis nach Distanz, aber auch keine Lust, dich zu umarmen. Ich bin frei, nicht zu, sondern von allem, und trotzdem nicht einsam …
Dieser Film läuft, sobald ich an dich, an uns denke. Ich sehe ihn und gleichzeitig mich darin vorkommen (mitspielen wäre wohl das falsche Wort), nicht als die Frau, die ich jetzt bin, sondern so, wie ich vor vielen Jahren war: jünger, schöner und meistens neben dir.
Ich kann den schon ein wenig verblichenen und zerkratzten Film nicht zurückspulen, nur beschleunigen oder strecken, Sequenzen, die mir gefallen, anhalten, bis sich der ganze Spuk auflöst, weil das Telefon wieder klingelt oder der Postbote oder weil ich, von keiner weiteren Störung behelligt, das heute nähere, morgen fernere Ufer des Schlafs erreicht habe.
Je länger der Film dauert, um so ereignisloser wird er; und vielleicht ist der Vergleich mit einem stotternd abgespulten Kino- oder Fernsehfilm nicht der beste, vielleicht gehören diese Bilder, die mir eins nach dem anderen über die Netzhäute flimmern, ja eher zu einer Serie nicht sehr scharfer, auch deshalb einander ähnlicher Diapositive, deren unwillkürliche, nie identische Reihenfolge von meinen Wimpernschlägen abhängt, davon, wann und wie oft sich meine Augen schließen, öffnen, schließen …“

 

 1877065-4926047b153727a7838a5083aabad7b0.jpg
Katja Lange-Müller (Berlijn, 13 februari 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 13:49 Reageer op dit bericht

Ivan Krylov, Eleanor Farjeon, Ricardo Güiraldes, Antonia Pozzi, Friedrich Adler

De Russische dichter en schrijver Ivan Andrejevitsj Krylov werd geboren op 13 februari 1769 in Moskou. Zie ook alle tags voor Ivan Krylov op dit blog.

 

Swan, Pike And Crawfish

When partners can't agree
Their dealings come to naught
And trouble is their labor's only fruit.
____________

Once Crawfish, Swan and Pike
Set out to pull a loaded cart,
And all together settled in the traces;
They pulled with all their might, but still the cart refused to budge!
The load it seemed was not too much for them:
Yet Crawfish scrambled backwards,
Swan strained up skywards, Pike pulled toward the sea.
Who's guilty here and who is right is
not for us to say-
But anyway the cart's still there today.

 

 1877063-6cd601ff17f7c55bd4ac7b0cdd08075c.jpg
Ivan Krylov (13 februari 1769 - 21 november 1844)
Op een Russische postzegel

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Eleanor Farjeon werd geboren op 13 februari 1881 in Londen. Zie ook alle tags voor Eeleanor Farjeon op dit blog.

 

Cats Sleep Anywhere

Cats sleep, anywhere,
Any table, any chair
Top of piano, window-ledge,
In the middle, on the edge,
Open drawer, empty shoe,
Anybody's lap will do,
Fitted in a cardboard box,
In the cupboard, with your frocks-
Anywhere! They don't care!
Cats sleep anywhere.

 

The Quarrel

I quarreled with my brother,
I don't know what about,
One thing led to another
And somehow we fell out.
The start of it was slight,
The end of it was strong,
He said he was right,
I knew he was wrong!
We hated one another.
The afternoon turned black.
Then suddenly my brother
Thumped me on the back,
And said, "Oh, come on!
We can't go on all night—
I was in the wrong."
So he was in the right.

 

 1877063-610594de106672945bd318091add4627.jpg
Eleanor Farjeon (13 februari 1881 – 5 juni 1965)

 

 

De Argentijnse dichter en schrijver Ricardo Güiraldes werd geboren op 13 februari 1886 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ricardo Güiraldes op dit blog.

Uit: The Gaucho: Contradictions and the Construction of a National Symbol (Studie door Helen Chaffee)

“For Güiraldes, the gaucho, epitomized in the person of Don Segundo, is a symbol of strength and character. While Fabio has his share of unwise decisions and even Don Segundo is not above lying to a corporal of the police, Güiraldes emphasizes the mental and physical endurance the gaucho lifestyle builds. Besides teaching Fabio all nature of work involved in being a gaucho—breaking colts, using bolas, making leather straps, and rounding cattle — Don Segundo teaches Fabio about life, “about endurance and integrity under duress, fatalism in accepting whatever came along without grumbling, moral strength in matters of love, distrust of women and liquor, reserve with strangers, and faith in friends.” According to Güiraldes, the essence of the gaucho lies not in his physical work of rounding up cattle but rather in the strength of character acquired by hard work and a simple lifestyle. This abstract definition of a gaucho allowed any one, no matter their social class or geographical location, to be a gaucho. Don Segundo sums this up in his advice to Fabio: “if you‟re really a gaucho, you don‟t have to change, because wherever you go, you‟ll go with your soul leading the way, like the lead mare of the herd.”46 All Argentines could acquire the strength of character necessary to be a gaucho.
The story of Fabio can be understood as a metaphor for Argentina‟s own national story. The young Fabio starts out with a decided lack of identity—he does not know who his parents are, he wanders through the town with no friends, making fun of boys his own age. This connects to the confusion surrounding national identity in early twentieth century Argentina.”

 

 1877063-9ee49a278648a703c4dfc052062bf581.jpg
Ricardo Güiraldes (13 februari 1886 – 8 oktober 1927)

 

 

De Italiaanse dichteres Antonia Pozzi werd geboren op 13 februari 1912 in Milaan. Zie ook alle tags voor Antonia Pozzi op dit blog.

 

Modesty

If a word of mine
pleases you
and you tell me
even just with your eyes
I open wide
in a joyful smile –
but I tremble
like a young mother
who even blushes when
a passerby tells her
her little boy is handsome.

 

 

A Longing for Light Things

Frail blonde reeds
like a field of wheat
beside the sky-blue lake

the houses of a distant island
the color of sails
ready to set off –

A longing for light things
in the heart as heavy
as a stone
inside a boat –

Yet one evening it will reach
these shores,
the unfettered soul:
without folding down the reeds
without stirring up water or air
it will set sail – with the houses
of the distant island,
for a high reef
of stars –

 

Vertaald door Nick Benson

 

 1877063-60e152560f914e0a5418b4bb26a779e4.jpg
Antonia Pozzi (13 februari 1912 – 3 december 1938)
Cover

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, vertaler en jurist Friedrich Adler werd geboren op 13 februari 1857 in Amschelberg in Midden-Bohemen (nu Tsjechisch: Kosova Hora). Zie ook alle tags voor Friedrich Adler op dit blog.

 

Frühlingsgebet

Wieder wallen die süßen Lüfte
Und den farbigen Brautkranz
Flicht die Erde, die ewig junge
Wieder in′s perlenglitzernde Haar;
Aufleuchtend erglüht
Zu neuer Freude das Auge,
Das zum Staube sich trüb′ gesenkt;
Hoffend wendet das Herz sich
Der Zukunft zu,
Die sich golden aufthut,
Und auf die Lippen drängt,
Innig geflüstert
Sich das tiefste Gebet der Seele.

Selten in mein Herz
Ist der fröhliche Lenz gekehrt,
Und meine Blüthen
Hast du mit Schauer umweht und Frost,
Finster waltendes Schicksal:
Hast mich früh hinausgedrängt,
Mit dem Leben zu kämpfen,
Und strenge Nothwendigkeit
Verscheuchte die süßen Bilder,
Welche die Dichtung spinnt,
Die sorgenlose, die ewig
Heitere Göttin.

Gabst du den Kampf, ich habe gekämpft!
Wirst du die Sonne mir verhüllen,
Im Dunkel werd′ ich suchen den Weg –
Eins nur begehre ich.
Laß mir die Seele frei von Bitterniß,
Daß mir immer traut und verständlich
Die Sprache sei,
Die der Mai spricht,
Daß keine Rose vergebens
Den köstlichen Hauch mir entgegenwehe,
Kein Lied,
Das freier Kehle wirbelnd entsteigt,
Ungehört an das Ohr mir schlage ...

Laß mir die Seele frei von Neid,
Laß mich glücklichere Lippen
Schlürfen seh′n der Freude Labetrunk
Und dann ruhig zurückkehren
Unter die Last der Arbeit,
In den eisernen Dienst der Pflicht.

 

 1877063-432da88506316f8aab6ec26fb23e4a16.jpg
Friedrich Adler (13 februari 1857 – 2 februari 1938)

Geschreven door Romenu om 13:48 Reageer op dit bericht

Arjan Visser

De Nederlandse journalist en schrijver Arjan Visser werd geboren in Werkendam, Noord-Brabant, op 13 februari 1961. Vanaf 1987 schreef hij drie jaar voor een huis-aan-huisuitgave van het Utrechts Nieuwsblad. Vervolgens werd hij tekstredacteur bij Libelle. Voordat Visser aan het schrijven sloeg werkte hij bij de Sociale Dienst als maatschappelijk werker. Volgens eigen zeggen was hij daar niet hard genieg voor. In 1991 won hij een literaire prijs met een kort verhaal; vanaf dat jaar vestigt hij zijn naam als journalist en interviewer, achtereenvolgens bij Libelle, Nieuwe Revu en dagblad Trouw. Visser is voornamelijk bekend vanwege zijn lange interviewreeks “De tien geboden”. Het eerste hiervan verscheen in augustus 1997 in Nieuwe Revu. Deze interviews zijn gebundeld in een tot nu toe zesdelige reeks. De eerste bundeling heet “Over smalle wegen”, de overige heten alle De tien geboden. Visser ontving voor zijn debuut “De laatste dagen” (2003) de Anton Wachterprijs, de Geert Jan Lubberhuizenprijs en een nominatie voor de shortlist van de AKO Literatuurprijs. Zijn tweede roman “Hemelval” verscheen in 2006. In 2009 verscheen “Paganinipark”, in 2012 “Hotel Linda” (In het Duits vertaald onder de titel „Der blaue Vogel kehrt zurück“. In 2016 verscheen zijn vijfde boek “God sta me bij want ik ben onschuldig”.

Uit: God sta me bij want ik ben onschuldig

“Wie zich veel herinnert, weet waarschijnlijk weinig zeker. Ik benijd de mensen voor wie het verleden lijkt op een archief dat zelden wordt geopend. Ik haal mijn herinneringen zo vaak tevoorschijn dat ze verkreukeld en onbetrouwbaar zijn geworden. Het zijn inmiddels herinneringen aan herinneringen, niet zo of misschien zelfs nooit gebeurd.
Wat kan ik weten? Wat zou ik moeten weten? Wat weet ik – of wist ik, bij nader inzien – liever niet? Details die ik vandaag te horen krijg, vond ik gisteren niet interessant genoeg. Van wat ik nu begrijp, begreep ik vroeger niets, en vice versa. Wat is waar, wat is verzonnen? Hoeveel waarheid schuilt er in verzinsels?
In mijn jonge jaren leek alles vanzelfsprekend en eenduidig. Als de werkelijkheid me slecht beviel, vluchtte ik in de fantasie. Het was het één of het ander. Van een schijnwereld had ik nog niet gehoord en geheimen hadden vooral een vórm: een voorraad gepikte snoepjes, een liefdesbriefje dat ik had gekregen (plus het antwoord dat ik nooit had durven sturen) en attributen die mijn ouders voor ons verborgen hielden in ‘de witte kast’, een wandmeubel dat in de woonkamer stond en met goudkleurige sleuteltjes werd afgesloten. Ik vond er een Playboy, Golden Fiction-sigaretten, zilveren guldens en in 1975, toen ik veertien was, een Spaanse krant van een jaar eerder met een paginagrote foto van Fina.
Hier wordt het lastig.
Fina Fúster was een jonge vrouw die mijn vader eind jaren zestig in Playa de Gandía, een plaatsje aan de Costa Blanca, had leren kennen. Hij was daar, als importeur van groenten en fruit, om zaken te doen met een sinaasappelboer uit de regio. Fina runde samen met haar moeder Adela
een souvenirshop in een straatje vlak bij de kust. Fina was stevig gebouwd, een beetje bleu, niet erg opvallend. Ze had een oudere zus en een jonger broertje. Haar vader was op het moment dat wij met de familie bevriend raakten al een paar jaar dood. Begin jaren zeventig, toen ik negen of tien jaar oud was, kwam Fina naar Nederland. Hoe lang ze bleef, is lastig te achterhalen, maar dat ze er was, is op verschillende foto’s vastgelegd: Fina op een feestje dat ter ere van haar bezoek werd gehouden. Ze drinkt wijn en draagt een minirok."

 1963397-a22af8b74396ed36cf486dfa719cd8d6.jpg
 Arjan Visser (Werkendam, 13 februari 1961)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Marente de Moor

De Nederlandse schrijfster en columniste Marente de Moor heeft vrijdag de J.M.A. Biesheuvelprijs gewonnen, een prijs voor de beste Nederlandstalige bundel korte verhalen. De Moor krijgt de prijs, een bedrag van 4875,35 euro, voor haar bundel “Gezellige Verhalen” Zie ook alle tags voor Marente de Moor op dit blog.

Uit: Gezellige verhalen

“We sluiten de tent. Voorgoed. Jules is het ermee eens, althans, dat zei hij vannacht toen we in het donker tegenover elkaar stonden met de toonbank tussen ons in. De energiezuinige straatlantaarn wierp een groene gloed over zijn schedel, kaal op twee hoorntjes van pluishaar na. Mijn broer, de faun van Vaals. Hij had gedronken, de hemel mag weten wat, en nu vrees ik dat hij nooit meer terugkomt.
‘Goed man, gaan we sluiten,’ zei hij, de druipende vaatdoek wegsmijtend waarmee ik zojuist kortsluiting had veroorzaakt, ‘maar dan ook verder geen gezeik meer, ik doe wat ik wil en wat jij doet moet jij weten.’
Hij rook weer zo eigenaardig. Niet zoals toen we nog met z’n tweee¨n waren, niet naar het rijzende deeg en de vruchten van de vlaaien die hij bakte, maar naar de supplementen die zij hem laat slikken. Poeders, Aziatische wondermiddeltjes die hem uitputten. Die hoer laat hem als een estafetteloper achter zijn eigen stokje aan rennen. En de mensen zien het, want zo wandelt hij hier door de straten, met zijn dunne broek. God, de mensen zien het en zullen denken dat ik het ben, want niemand kan ons van elkaar onderscheiden. Hij is een halfuur jonger en vijf centimeter korter, knipt de zijkanten van zijn hoofd niet, ik wel; hij heeft zijn bril weggedaan terwijl ik ’m nog draag. Verschillen genoeg, zou je zeggen. Ik blijf rustig, hij is opvliegend; dat was hij al voordat hij haar ontmoette (als je bij zoiets al van een ontmoeting kunt spreken). Hij kan zingen, dansen en autorijden en ik allemaal niet; hij bakte en ik bediende, en dat wilden we volhouden tot ons pensioen, maar nu zijn we pas drieënvijftig en sluiten we de tent.
Zes uur. De volle maan is er nog even. Zal ik naar beneden gaan, beginnen met de vullingen? Dan hebben de gasten weer vlaai van Marcel, die weliswaar minder goed smaakt dan die van Jules; dat verschil merken ze dan weer wel. Kijken doe je met de bovenkant van je gezicht terwijl je proeft en roddelt met de onderkant, het is maar waar je voor kiest. Ik blijf het liefst hier liggen, zo lang mogelijk in dezelfde houding om het ledikant zijn afschuwelijke gekraak te besparen, in dit van mijn vuil verslapte beddengoed, starend naar de stripfiguurtjes aan de muur, ik blijf, ik laat alles zoals het is.”

 

1877810-9c11fbeb829d67f4ffa0a00c288c54cd.jpg
Marente de Moor (Den Haag, 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten