Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 2 januari 2011

Christopher Durang, David Shapiro, Jimmy Santiago Baca, Hans Herbjørnsrud, Anton van Duinkerken, André Aciman

De Amerikaanse toneelschrijver Christopher Durang werd geboren op 2 januari 1949 in Montclair, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

Uit: Sister Mary Ignatius Explains It All For You

 

„SISTER. But are you living properly?

ALOYSIUS. Yes.

SISTER. And you’re married?

ALOYSIUS. Yes.

SISTER. And you don’t use birth control?

ALOYSIUS. No.

SISTER. But you only have two children. Why is that? You’re not spilling your seed like Onan, are you? That’s a sin, you know.

ALOYSIUS. No. It’s just chance that we haven’t had more.

SISTER. And you go to mass once a week, and communion at least once a year, and confession at least once a year? Right?

ALOYSIUS. Yes.

SISTER. Well, I’m very pleased then.

ALOYSIUS. I am an alcoholic. And recently I’ve started to hit my wife. And I keep thinking about suicide.

SISTER. (thinks for a moment) Within bounds, all those things are venial sins. (to audience) At least one of my students turned out well. (to Aloysius) Of course, I don’t know how hard you’re hitting your wife; but with prayer and God’s grace …

ALOYSIUS. My wife is very unhappy.

SISTER. Yes, but eventually there’s death. And then everlasting happiness in heaven. (with real feeling) Some days I long for heaven. (to Gary) And you? Have you turned out all right?

GARY. I’m okay.

SISTER. And you don’t use birth control?

GARY. Definitely not.

SISTER. That’s good. (looks at him) What do you mean, “Definitely not”?

GARY. I … don’t use it.

SISTER. And you’re not married. Have you not found the right girl?

GARY. In a manner of speaking.

SISTER. (grim, choosing not to pursue it) Okay. (walks away, but can’t leave it, comes back to him) You do that thing that makes Jesus puke, don’t you?“

 

 

 

 821710-de1169917daf0f8920d83d7c05e207cd.jpg

Christopher Durang (Montclair, 2 januari 1949)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, criticus en historicus David Shapiro werd geboren op 2 januari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

 

Henry Hudson Looks at the Hudson

 

Henry Hudson turned to me and said:

Be expressionless and strong as me,

Be grim and green, stout as Cortez,

Double lock yourself within

Like a warning wife, and be divorced

From nothing, at last be a statue

Of a self, and threaten at night like a landing,

Turn to your river, like a monist on a raft,

And always found your river on a fault,

Be blind and copper, a mania on a column,

Obscured, finally, by a single cloud of brick.

I love you, that is why I do not talk

About your humorous desire to appease.

Rather complain, like a man, that there is no river.

 

 

 

 

After Poetry
‘I want my son to grow powerful and rich through science.’ — Rimbaud

 

Now that I have given up poetry,

The guest of poetry,

Governed poetry,

Or rather that poetry has given up me,

Has queened my pawn, how green my pawn,

Or rather that poetry died in my lap,

Any lap, like a lousy lover

In another language, and I

A Luddite with a laptop in his lap

 

And now that my son is subtle

And malicious as a god any god.

And bestrides the dogmatic world

As if it were a tennis court

 

The clouds pass by, almost inhuman

Like passers-by, the mountains like

Churches and the churches like mountains

Beautiful and untranslatable a woman

Walks past the park like a street

Or a scream or a double and triple

Loss of meaning, and I thank whatever

Nothing we actually worship, to change

Nothing and the important thing: to leave

The world alone, largely uninterpreted

For the wet pavement

On which he may scratch his poems

 

 

 

 821710-190d252e35186787ca3a73a6374fb9a5.jpg

David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

 

A Daily Joy to be Alive 

 

No matter how serene things

may be in my life,

how well things are going,

my body and soul

are two cliff peaks

from which a dream of who I can be

falls, and I must learn

to fly again each day,

or die.

 

Death draws respect

and fear from the living.

Death offers

no false starts. It is not

a referee with a pop-gun

at the startling

of a hundred yard dash.

 

I do not live to retrieve

or multiply what my father lost

or gained.

 

I continually find myself in the ruins

of new beginnings,

uncoiling the rope of my life

to descend ever deeper into unknown abysses,

tying my heart into a knot

round a tree or boulder,

to insure I have something that will hold me,

that will not let me fall.

 

My heart has many thorn-studded slits of flame

springing from the red candle jars.

My dreams flicker and twist

on the altar of this earth,

light wrestling with darkness,

light radiating into darkness,

to widen my day blue,

and all that is wax melts

in the flame-

 

I can see treetops!

 

 

 821710-893e28b5b035e4db2bef4d091fd9ed2e.jpg

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

 

 

 

De Noorse schrijver Hans Herbjørnsrud werd geboren op 2 januari 1938 in Heddal, Telemark. Zie ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

Uit: Das Skelett und das Anatomiebuch (Vertaald door Ulrich Sonnenberg)

 

„Als ich im Winter 1976 die Heimvolkshochschule Sagaheim in Sør-Trøndelag verließ, um hier in Heddal den Erbhof zu übernehmen, nahm ich im Möbelwagen ein Skelett und ein Anatomiebuch mit.

Es hatte sich so ergeben, dass ich an einem stürmischen Februartag kurz vor der Abreise den Auftrag bekam, in der Lehrmittelkammer des alten Gebäudes eine Auswahl der erhaltenswerten Materialien zu treffen. Das Gebäude, in dem Sagaheim seit Gründung der Schule 1898 untergebracht war, sollte abgerissen werden, und wir Lehrer nutzten einen der Samstage, an denen die Schüler nach Hause fuhren, um die Gegenstände, die aufbewahrt werden sollten, auszusortieren und in das nagelneue

Unterrichtsgebäude zu transportieren. Der Rest würde in einer Wolke aus aufwirbelndem Staub unter Holzbalken und splitternden Paneelen begraben werden, wenn der Bulldozer das ungeheure Gespensterschloss mit all seinen verzierten Erkern und Balkonen im Schweizer Stil zertrümmerte. Der Abriss begann einige Monate nach unserer Abreise, zur gleichen Zeit, als daheim unser hinfälliger Altenteiler John Deere den ganzen Tag o-beinig über die Felder humpelte, pflügte, eggte, säte und unter bronchialem Dieselschnaufen seines Auspuffrohrs die Frühjahrsarbeit erledigte.

Meine Aufgabe war es also, die Lehrmittelkammer zu durchforsten, allerdings muss man den Raum, den man auf dem weitläufigen Dachboden zwischen zwei Querbalken unter den Dachsparren eingerichtet hatte, wohl eher als einen Verschlag aus ungehobelten Brettern bezeichnen. Die Sparren

glichen den Rippen eines gewaltigen Brustkastens, und der Dachboden atmete das Wetter ein, heulte und stöhnte in den Windböen und pumpte sich die Lunge voll mit eiskalter Luft an diesem wutschnaubenden Februartag, so dass der undichte Verschlag kalt und klamm wie ein Hatschi! war. Der elektrische Heizstrahler half überhaupt nicht, daher trug ich einen dicken Mantel und stieß Sprechblasen voller Nebelsätze und anderem diffusen Gerede aus, als ich in Pechnahtstiefeln über

die lockeren Bodenbretter stapfte.”

 

 

 821710-3c83a51ce53055485f1343a26082af59.jpg

Hans Herbjørnsrud (Heddal, 2 januari 1938)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus Anton van Duinkerken werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en mijn blog van 26 december 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

Uit: Venloo

 

„Zoodra de lindeboomen in de zomermaanden geuren, weet gij niet meer, uit welken tijd u het trompetgeschal aanwaait van ergens bij den stadswal. Want Venloo ligt in zijn geschiedenis zoo weggedoken, dat deze haar natuurlijke dampkring schijnt en alles kleurt, wat daarin leeft. Een hurkend kind, dat, laat nog buitenshuis, zijn hinkelbaantje met een potscherf teekent in het zand, kon een der negen Muzen zijn of ook de geheimzinnig-onvolwassen bode uit den hemel, die soms de heiligen gewaarschuwd heeft. Het ranke stil staan van een weggedoolde hond, herinnert u aan de Hubertus-legende of mogelijk aan Gerard, heer van Bocholt, wiens ‘steenen huis’ het eerste steenen huis te Venloo was. De man, die langs u loopt, schijnt schuifelvoetend te gaan door het domein van een ouderdom, die niet zijn eigen leeftijd is, doch waarin hij vergroeide tot een eerbiedwaardigheid. Elders had gij zijn gang niet opgemerkt.

En komt de stille nacht, dan ligt over de stad geen enkele nagalm van hedendaagsch leven, maar een zeer breed en haast geruischloos waaien, dat een ademtocht kon zijn, waarin het tijdelijke regelmatig wordt geteld tot eeuwigheid. Een gothisch kerkhof-kruis en een barokke gevelsteen die aan een al te hooge waterstand herinnert, een tralievenster op een onverwachte plaats, de vierkanten massiefheid van kazernes en de smalle rechte voetweg op een stalen brug worden tot samenhoorigheid vereenigd door het eerste donker. Over dit alles waait dezelfde tijd, die slechts als bij toeval ‘vandaag’ is.

Daarom misschien is mij dit oude stadje lief geworden bij een kort bezoek. Niet om zijn oudheid zelf, maar omdat het ‘vandaag’ er zich moeizamer realiseert dan in de moderne steden en dus ook lichter doet gedenken, hoezeer het verleden werkelijkheid is, en hoezeer alles droom wordt naar de toekomst. Wij loopen als over een brug door het bestaan en in het water wordt het spiegelbeeld van onze wandeling gebroken tot grillig bewegende schilfers, die wij opeens als deelen van onszelf herkennen.“

 

 

 

821710-f640ba9b1e25c12a661d83508c64d680.jpg
Anton van Duinkerken (2 januari 1903 - 27 juli 1968)

Buste in Hilvarenbeek

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, essayist en literatuurwetenschapper André Aciman werd geboren op 2 januari 1951 in Alexandrië in Egypte. Zie ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

Uit: Eight White Nights

 

“Halfway through dinner, I knew I’d replay the whole evening in reverse—the bus, the snow, the walk up the tiny incline, the cathedral looming straight before me, the stranger in the elevator, the crowded large living room where candlelit faces beamed with laughter and premonition, the piano music, the singer with the throaty voice, the scent of pinewood everywhere as I wandered from room to room, thinking that perhaps I should have arrived much earlier tonight, or a bit later, or thatI shouldn’t have come at all, the classic sepia etchings on the wall by the bathroom where a swinging door opened to a long corridor to private areas not intended for guests but took another turn toward the hallway and then, by miracle, led back into the same living room, where more people had gathered, and where, turning to me by the window where I thought I’d found a quiet spot behind the large Christmas tree, someone suddenly put out a hand and said, “I am Clara.”
  I am Clara, delivered in a flash, as the most obvious fact in the world, as though I’d known it all along, or should have known it, and, seeing I hadn’t acknowledged her, or perhaps was trying not to, she’d help me stop the pretense and put a face to a name everyone had surely mentioned many times before.
  In someone else, I am Clara would have sprung like a tentative conversation opener—meek, seemingly assertive, overly casual, distant, aired as an afterthought, the verbal equivalent of a handshake that has learned to convey firmness and vigor by overexerting an otherwise limp and lifeless grip. In a shy person, I am Clara would require so much effort that it might leave her drained and almost grateful when you failed to pick up the cue.”

 

 

 821710-1f4f96d9849c4d9ff875c2430e3df23b.jpg

André Aciman (Alexandrië,  2 januari 1951)



Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 17:40 Reageer op dit bericht

Nyk de Vries, Peter Redgrove, Jean-Bernard Pouy, Isidoor Teirlinck, Gerhard Amanshauser, Luc Decaunes

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

 

België

 

Met veel bravoure verliet ik familie en vrienden
om het helemaal te gaan maken in België, samen
met mijn lieve Wendelien. Dat viel eerlijk gezegd
nogal tegen en binnen korte tijd verloor onze
liefde al haar glans. Op het laatst kwamen we
terecht op een kartonfabriek waar onze chef
het duidelijk had voorzien op mijn Wendelien.
Ik was niet meer mezelf daar in België en
tijdens een pauze sloeg ik hem keihard met een
hooivork op zijn rug. Sommige collega’s kwamen
later naar me toe en zeiden: ‘Die hooivork
had daar ook helemaal niet mogen staan.’

 

 

 

Kamp

 

Architecten verdedigen architecten. Advocaten verdedigen advocaten. Typisten verdedigen typisten. Kunstenaars verdedigen kunstenaars. Ik verdedigde jou, tot we uit elkaar gingen, je ervandoor ging met een stukadoor en we in verschillend kampen terechtkwamen. Ik voelde me ontwricht, maar ging ook de wereld zien. Ik zag verschillen en begreep plotseling waarom het land vol dezelfde huizen stond, de straten vol dezelfde auto’s. Ik verkoos het verdedigen te laten. Ik draaide de weg op en verliet het Friese subsidiecircuit.

 

 

 821705-9a0adcf48dd13dac5a331d4a682a04ef.jpg

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

 

 

 

De Britse dichter Peter William Redgrove werd geboren op 2 januari 1932 in Kingston upon Thames, Surrey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

 

Sleepers' Beach

 

Echoes of an Atlantic storm
      gentled by the distance travelled
          mingling with the echoes
Re-echoing off the dark cliffs:
      they break in the longsand
           like the day's sleepiness;
Somebody is dreaming this beach
      with the vibrant 'tubes' rolled in
           in their musical order,
The invisible wings of this dreamer
      wafting sleep-breeze
           that slides over the sandhills
Where a ruined oratory hides
      whose stones wear away
           into sleepy sand
Full of balsam; now the stout
      and lively rain
            conjures over the dry sand
Immense water-shadings which
     project a chill; the already
           glass-wet beach stretches away
To the headland we call
      Skull Island and the clouds
           are white supersurf above
Excelling the surfer's surf,
      who wear in the white water
           dark sea-tadpole-suits,
And the red flag goes up
      to mark the perilous abysses
           that seek to come ashore.

 

 

 

821705-2b5a2dbc95ab36829f00afb365c35d57.jpg
Peter Redgrove (2 januari 1932 – 16 juni 2003)

 

 

 

 

De Franse schrijver Jean-Bernard Pouy werd geboren op 2 januari 1946 in Parijs. Zie ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

 

Uit: 1280 âmes

 

„- Vous connaissez Jim Thompson, bien sûr.
- Quand même...
- Et le numéro 1000 de la Série Noire.
-
1275 âmes
. Un chef-d'œuvre.
- Traduit par Marcel Duhamel himself. Titre anglais?
-
Pop 1280
.
- Voilà le problème. Soi-disant que ça sonnait mieux. Mais avec des conneraies comme ça, lors de cette traduction, cinq personnes ont disparu, cin habitant de la bourgade de Pottsville.
- Ploucville, comme disait Duhamel.
- Ça me taraude. Ça m'empêche de considérer cette littérature, la noire, comme parfaite, un truc comme ça. J'aimerais que vous me les retrouviez, ces passés à l'as, pour raison signifiante. Je vous en garderais une éternelle reconnaissance.
J'ai réfléchi. Imparable comme demande. Légitime. Difficile à refuser. Pourtant, je n'étais pas un spécialiste absolu du grand Jim. Mais je pouvais compter sur tous les thuriféraires du polar et sur son autobiographie,
Vaurien. Ça m'intéressait, ça me changerait des crypto-surréalistes avec qui je gagne au moins un tiers de mes émoluments.“

 

 

 

821705-acfb0c89c82295780640c763e67cec1c.jpg
Jean-Bernard Pouy (Parijs 2 januari 1946)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Isidoor Teirlinck werd geboren in Zegelsem op 2 januari 1851. Zie ook mijn blog van 2 januari 2008 en ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

Uit: Arm Vlaanderen

 

“Het was een boom, die fier de kruin in de hoogte spreidde, met donkergroen loof nog - ofschoon in den herfst - en met dikke, roode vruchten, die in den schijn der slapengaande zon glansten. Zijne gezellen stonden schier naakt, hij was nog krachtig als in den zomer. Die boom kende een geheim - een schrikkelijk geheim. Was het misschien daarom, dat hij zulke malsche twijgen schoot, dat bloed zijne vruchten te kleuren scheen? Trotsch, hoogmoedig blikte hij over zijne gaardgenooten, die maar tot aan de helft zijner kruin reikten.... Had hij misschien zich zelven vooruit geholpen, zooals de man, die hem zoo roerloos aanstaarde?... Deze had zich ook in de wereld omhooggeworpen. Hij zegde 't aan wie het hooren wilde: iedereen moest, zonder iemands hulp, door eigene krachten, zich eenen weg banen, zich voorwaarts stooten. 't Was bij hem eene spreuk geworden. Doch nooit voegde hij er bij, hoe men het doen moest en - vooral niet, hoe hij het gedaan had.

Dit was het geheim zijns levens - ook het geheim van den appelaar!

Ja, reeds lang stond die man daar, immer op dezelfde plaats. Zijne trekken wijzigden zich niet, er kwam geene verandering in zijn oog - zelfs nu niet, dat door zijne tanden een spottende, tartende lach klonk, juist alsof hij onzichtbare vijanden uitdaagde zijn geluk te storen. En zegepralend, doch dreigend stak hij den zwaren gaanstok naar den appelboom uit.

En nochtans was het hier een eenzaam plekje. Geen weg liep er voorbij en zelden werd er de rust gestoord. Alhoewel de man het dorp niet bewoonde, was er geen enkel dorpeling, die ooit zoo lang en zoo dikwijls op deze plaats had vertoefd als hij; niemand ter wereld had ooit zooveel aandacht aan dien appelaar geschonken.”

 

 

 821705-45e202be10204caed5f99a704e82dc69.jpg

Isidoor Teirlinck (2 januari 1851 - 27 juni 1934)

Zegelsem 

 

 

 

 
De Oostenrijkse schrijver Gerhard Amanshauser werd geboren op 2 januari 1928 in Salzburg. Zie ook mijn blog van 2 januari 2007 en ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

Uit: Was wissen wir vom Schi-Menschen?

„Das Interesse am Schi-Menschen wird hauptsächlich durch ein unversehrtes Exemplar wachgehalten, das heute im Museum von a-Villa in einem Transparent-Würfel aufbewahrt ist.
Als er gefunden wurde, war der Schi-Mensch in kom­paktes Eis eingeschlossen, wie man annimmt, fiel er in ca. 3000 m Höhe einem Unfall zum Opfer. Ein seltener Glücksfall führte dazu, dass er einfror und im Eis auf ähnliche Art konserviert wurde wie manche Insekten in Bernstein.
Wir müssen uns nun fragen, was der Schi-Mensch in ei­ner Höhe von 3000 m vorhatte, wo er sich offenbar in einem lebensfeindlichen Milieu bewegte? Es handelt sich, wie wir aus zahlreichen Funden wissen, um keinen Ein­zelfall. Das Vorkommen von uniformierten Schi-Men­schen in Höhen über 2000 m kann als erwiesen gelten: Tausende von Fundstücken beweisen es.
Unter Berücksichtigung alles dessen, was wir von den Urmenschen wissen, wurden zwei Theorien vorgebracht:
l) Der Schi-Mensch suchte in den höheren Bergregionen nach einem lebenswichtigen Material, das in seiner ge­wohnten Umgebung nicht oder nicht in ausreichender Menge verfügbar war.
Diese Interpretation wird durch den Umstand nahegelegt, dass auf dem „Schi“ (dem länglichen Kunststoffteil an den Füßen) die Schrift Atomik erscheint. Wir kennen lediglich die Bedeutung des Wortes Atom; über das an­gehängte ic (eine Nachsilbe?) gibt es einander wider­sprechende Auslegungen.
Wir wissen, dass in der Zeit vor der Verfinsterung der Begriff des Atoms im Zentrum einer quasi-wissenschaftlichen Mythologie stand. Ebenso wie der Mythos von Prometheus, der noch früher anzusetzen ist, war der Atom-Glaube mit der Erzeugung von Energie verbun­den. Man suchte nach gewissen Atomen (Uran usw.), d.h. also nach Brennstoffen. Wie einst behauptet worden war, man habe den Göttern das Geheimnis des Feuers geraubt, sagte man damals (siehe Papyrus 314159), man habe der Sonne das Geheimnis ihrer Strahlung entris­sen.“

 

 

821705-b8e7cae6066c31d863eb1da7fcae411e.jpg 

Gerhard Amanshauser (2 Januar 1928 - 2 September 2006)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Luc Decaunes werd geboren op 2 januari 1913 in Marseille. Zie ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

 

Pour ces gens

 

Il y a ceux qui se promènent

très tard, quand le ciel s'est fermé,

Ceux qui rêvent dans les cafés,

Somnambules de la lumière.

 

Il y a ceux qui sont perdus,

Qui cherchent sur les bords du fleuve

Une Ariane au coeur de veuve,

A qui donner plus que son dû.

 

Il y a ceux qui désespèrent,

Que l'ombre tourmente et qui n'ont,

Pour rassurer leur coeur sans nom,

Que le feu noir d'un réverbère.

 

Ceux qui vont s'asseoir sur un banc

Pour épier la vie nocturne,

Les affamés, les taciturnes,

Les sans-amour, les sans talent...

 

E tous ces gens forment la chaîne

D'un espoir dont on ne dit rien:

Les hommes sont comme les chiens,

Ils attendent du jour qui vient,

Une caresse qu'ils comprennent.

 

 

 

821705-d11773323c1f9ae3f94eb571b10006a4.jpg
Luc Decaunes (2 januari 1913 - ? 2001)

Geschreven door Romenu om 17:28 Reageer op dit bericht

Ulrich Becher, Ernst Barlach, Blaga Dimitrova, Wilhelm Bölsche, Paul Sédir, Philip Freneau, Look J. Boden

De Duitse schrijver Ulrich Becher werd geboren op 2 januari 1910 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

Uit: Murmeljagd

 

»Zwölfhundert? Ist das nicht bißl teuer?«
De Colana setzte Sirio mit einer Behutsamkeit, die rührte, weil sie dem Vertaumelten nicht leichtfiel, aufs Bett. Dann begann er in den verfilzten Prachthängeohren des an seinen Schenkel gekuschelten Erzvaters zu wühlen.
»Teuer, mein Herr, aber echt. Schottischer Cockerspaniel, alter Stammbaum, King Charles ... Sirio of Bannockburn ... Da können Sie nach Mailand laufen oder Zürich, und wenn Sie mir solch einen Hund finden – ääch!«, ein Hochmutsgrunzen, »dann zahle ich Ihnen zwölfhundert Steine auf den Tisch ... Ich gebe ihn nicht billiger her. Wenn er Ihnen zu teuer ist – mir gleich. Sie brauchen ihn nicht zu kaufen.«
Mit einem Flattern der Hand, einer schüttelnden Armbewegung der Verachtung, drehte er mir den Rücken, an dem ein paar Daunenfederchen klebten, und blinzelte, stetsfort den Erzvater kraulend, auf die verwaschenen Gartenzwerge hinaus. Ich war verabschiedet.
»Alsdann entschuldigen Sie nochmals die Störung, und schönen Dank für die Auskunft. Ihre Hundezucht ist wirklich süperb, ich muß schon sagen, aber zwölfhundert – ausgeschlossen. Wir sind nämlich aus Österreich ... Ex-Österreich ... Die besonderen Umstände heutzutag, nicht wahr, Sie werden verstehn ...« Was machte ich ungebetener Gast so lange Worte, statt endlich fortzugehn?
Da hatte er sich hergewendet, blinzte mich leicht schwankend an: mein Monokel, drauf meine Stirn.
»Meine Verehrung, Herr Doktor.« Ich nickte förmlich, wandte mich und schritt aus dem Stubenchaos, diesem Mittelding aus Museum und Rumpelkammer, über die hallenden raschelnden Fliesen des Vorsaals. Dann war sein Schlurfen hinter mir und das Ticken eines Spazierstocks“.

 

 

 

821703-8490ef4ce3f6638a879384c12a61fc1b.jpg
Ulrich Becher (2 januari 1910 – 15 april 1990)

 

 

 

 

De Duitse, expressionistische beeldhouwer en schrijver Ernst Barlach werd geboren in Wedel, Pinneberg op 2 januari 1870. Zie ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

Uit: Ein selbsterzähltes Leben

 

„Zusammen habe ich fünf Großmütter gehabt, meines Vaters rechte Mutter starb früh, und man hat mir von ihr Züge eines melancholischen Wesens überliefert, einer Neigung zum Trostfinden in Trauer und Tränen – – „Was tu ich mit einer Frau, die am liebsten weint?“ klagte „Vater Barlach“. Auch die Mutter meiner Mutter starb früh, und von ihr schenkte man mir die Vorstellung eines Regenbogenschimmers der heitersten Jugend. Zollkontrolleur Vollert stand als Holsteiner noch in dänischen Diensten, als meine Mutter geboren wurde.

Satrup, das Dorf in Angeln, erfuhr des jungen Dr. Georg Barlach Anfänge in ärztlicher Praxis, Luise

Mein Vater zeichnet 15 Vollert lernte ebenda den Hausstand im Pastorat, ein Dorfidyll kam unversehens in schönsten Flor, und gleich hinter seinen letzten Rosenbüschen stießen sie auf den gepflasterten Weg der Ehe. Meine Mutter malte weder, noch zeichnete, noch schrieb sie, aber sie war herrlich empfänglich für alle Wirklichkeit und wusste aus einem gesegneten Gedächtnis heraus von allen bitteren und heiteren Stücken zu erzählen, in denen die, die vor mir waren, sich bewährten oder versagten. Das Buch, das ich ihr als Aufgabe gegeben, die Familienchronik, hat sie nicht geschrieben, ihr einziges, ein Kochbuch, blieb Manuskript und sein einziger Leser ihr jüngster Zwillingssohn auf seiner texanischen Hungerfarm – so hatte sie es in mütterlichem Sorgenleid als das Wichtigere bedacht.“

 

 

821703-818130b2ad3bf7c88ad84dca6d0704d8.jpg
Ernst Barlach (2 januari 1870 - 24 oktober 1938)

 

 

 

 

De Bulgaarsse dichteres Blaga Nikolova Dimitrova werd geboren op 2 januari 1922 in Byala Slatina. Zie ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

 

IMPERCEPTIBLY

 

I will go.
And the space I used to take
will be filled with air—
a liberation—
invisible and spacious.
A silent presence,
from which someone else,
unconsciously,
will take a big breath.

 

 

Vertaald door Ludmilla G. Popova-Wightman

 

 

 

Uit: Forbidden Sea

 

57.

 

I doubt my faith
in my lack of faith,

 

that my life was a waking
between two dreams,

 

that my breath, taken from the air
will return to the air,

 

that I will catch the moment of death,
when my whole life was only a moment.

 

 

 

Vertaald door Ludmilla G. Popova-Wightman & Elizabeth A. Socolow

 

 

 

821703-b1594441d4a77572b94c1001c3d2b899.jpg
Blaga Dimitrova (2 januari 1922 – 2 mei 2003)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Wilhelm Bölsche werd geboren op 2 januari 1861 in Keulen. Zie ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

Uit: Drachen

 

„Ich war unlängst einmal wieder in einem halbwissenschaftlichen amerikanischen Film, obwohl ich eigentlich nicht besonders gern so etwas besuche. Denn ich ärgere mich durchweg nur über das Mißverhältnis zwischen den guten neuen Mitteln, die hier für wirkliche Volksbildung gegeben wären, und dem tatsächlichen Nichttalent der Leute, etwas damit zu leisten.

Immerhin ging's diesmal noch glimpflich. Man sah, mit der unvermeidlichen amerikanischen Kitsch-Beigabe, eine Expedition, die auf bisher unerstiegenem tropischen Steilhochland noch lebende Saurier der Kreidezeit entdeckte – an sich nett erfunden und in den Tieren selbst, das mußte man zugeben, mit der lebendigsten Technik herausgebracht. Aufnahmen wie aus unserm Zoo, sagte ein geistvoller Tiergartenleiter zu mir – und doch eben Sauriervolk jener unendlich verschollenen vormenschlichen Welt. Man sah die alten Hornsaurier (Ceratopsiden), von der Natur in einer ihrer verwegensten Launen einst zusammengestückelt aus Stier, Nashorn, Schildkröte, Papagei und Krokodil gleich dem tollsten indischen Götzenbild – wie sie mit ihren Jungen als entsprechenden Kleingötzchen vor einem Waldbrande flüchteten. Die wilden Raubsaurier äugten als haushohe fleischfressende Känguruhs des Reptilstamms über den Busch. Und selbst der leibhaftige Riesenflugsaurier schwebte im Gleitfluge auf der Siebenmeterspannweite seiner Häute, wenn es ihm auch da oben wohl etwas an der nötigen Fischkost gefehlt haben würde. Man staunte doch, was mit den Tricks einer an sich bewundernswerten Kunst heute schon alles möglich war. Zugleich aber gingen meine Gedanken nach zwei Richtungen.“

 

 

 

821703-8b8d209e30ec5ca630f464044bbe3914.jpg
Wilhelm Bölsche (2 januari 1861 – 31 augustus 1939)

 

 

 

 

De Franse schrijver, mysticus, Rozenkruiser en Martinist Paul Sédir (pseudoniem voor Yvon Le Loup) werd geboren op 2 januari 1871 in Dinan. Zie ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

 Uit: Lettres magiques

 

“ANDREAS  À  STELLA

Tu t'es toujours montrée, ma chère Stella, comme une âme fière que n'effraient point les coups du Destin; c'est pourquoi tu seras la première à connaître celui que je viens de recevoir de ce maître du monde.

Je suis ruiné; les métaux, qui avaient eu pour mes mains jusqu'à présent quelque sympathie, ont brusquement changé de goût, et me laissent dans un dénûment à peu près complet. Tu me connais assez pour savoir que je n'irai point solliciter la compassion de mes amis, ou plutôt de mes camarades de festins.

C'est sans aucun regret que je les quitte; nous avons trop souvent remarqué ensemble leurs petitesses et leurs mesquineries pour ne pas souhaiter quelque autre décor à notre orgueil.

Ce que je regrette, ce sont les belles architectures, les pures formes de marbre, les tableaux savoureux qu'il va falloir abandonner aux hasards de la fortune, ce sont les souples tentures, les orfèvreries, les cristaux délicats, les armures héroïques qu'appellent les hasards d'une destinée d'aventures chez de riches et barbares étrangers.

Toutes ces formes magnifiques, je les aimais comme des images de mon esprit, comme des repoussoirs de ta beauté, ma chère Stella; comme des élixirs d'éternelle jeunesse pour la sensibilité de mon goût et pour les délicates émotions de nos cerveaux. Mais toute chose passe ici-bas; et si, dans la fleur de l'âge, le Destin m'a jeté parmi les pauvres hères et les vaincus, moi qui n'ai cependant jamais lutté, c'est apparemment pour quelque raison secrète et puérile, comme toutes celles qui font agir les hommes.

Peut-être vais-je passer par ce creuset terrible de la misère et de la faim pour en sortir aveuli jusqu'à la lâcheté, ivre d'orgueil solitaire ou transformé jusqu'au génie ?”

 

 

821703-97fe6624ef7388c758f2ded3e5a9574e.jpg
Paul Sédir (2 januari 1871 — 3 februari 1926)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Philip Morin Freneau werd geboren op 2 januari 1752 in New York. Zie ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010.

 

 

On Retirement

 

A HERMIT'S house beside a stream

With forests planted round,

Whatever it to you may seem

More real happiness I deem

Than if I were a monarch crowned.

 

A cottage I could call my own

Remote from domes of care;

A little garden, walled with stone,

The wall with ivy overgrown,

A limpid fountain near,

 

Would more substantial joys afford,

More real bliss impart

Than all the wealth that misers hoard,

Than vanquished worlds, or worlds restored--

Mere cankers of the heart!

 

Vain, foolish man! how vast thy pride,

How little can your wants supply!--

'Tis surely wrong to grasp so wide--

You act as if you only had

To triumph--not to die!

 

 

 

 821703-555204bb70378ff75433ef9780e4d2d9.jpg

Philip Freneau (2 januari 1752 – 18 december 1832)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 2 januari 2009.

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en uitgever Look J. Boden werd geboren in Vlaardingen op 2 januari 1974.

Geschreven door Romenu om 17:21 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten