Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 5 maart 2011

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Danny King, Nelly Arcan, Jean Orizet, Leslie Marmon Silko

De Italiaans filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook mijn blog van 5 maart 2007 en ook mijn blog van 5 maart 2008 en ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

 

The Best of Youth

Lord, we are alone you call on us no more.
Year after year, day after day You look on us no more!
Darkness on our side and splendor on your side,
for our sins you feel neither anger nor compassion.
for thirty centuries, nothing, nothing has changed:
nations have united so, united, they wage wars
but our misery's the same as everybody's misery
and only You know how to sort out good from bad!
Work days, dead days! She pushes the wheel barrow
by the railroad tracks then towards the quiet square
and stops in front of the almost-finished staircase
where it crunches the stones baked by the sun.
The gates are shut, two trucks are parked
near the cement slag, flanked by dead bushes
and the old lady pushes the wheel barrow
while holding the tips of a scarf with her teeth.
A young man sits down to blow on his harmonica,
another younger one with horse whip in his hand
feeds hay to his charge then follows his friends
who are dancing carefree by the stands.
They sing, a bit drunk, by early morning
and wear their red hankies around the neck.
Hoarsely they order four liters of wine
and coffee for the girls who are silent and sad.
Come on, trains, take these singing youths
dressed in white shirt and English blazers.
Come on, trains, take them so very far away
roaming the earth to see what they have lost here.
Trains everywhere scatter these once happy men,
They will not laugh when leaving home forever.

 

 

 

Vertaald door Adeodato Piazza Nicolai

 

 

 

 866266-6ee818b1ed64f11256290e7e722042cd.jpg

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

Straatkunst in Rome

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Arthur van Schendel werd geboren op 5 maart 1874 in Batavia. Zie ook mijn blog van 5 maart 2007 en ook mijn blog van 5 maart 2008 en ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

Uit: Angiolino en de lente

 

“Een zondig mensch is nooit geheel zondig, zooals een arme, hoe arm ook, nooit geheel en al niets bezit. Hoe zouden er anders heiligen kunnen zijn, die toch ook toen zij klein waren schreeuwden als zij honger hadden en speelden in de modder van de straat en misschien dingen deden die niemand dan de engelen weet. Maar zij hadden één plekje dat wit was gebleven en toen daar de gouden stralen op vielen ging van den een tot den anderen dag de slechtheid van hen weg, de drift, de ergernis, de neiging om te stelen of te vloeken. En als zij dan van binnen geheel blank waren geworden konden zij de wonderlijke daden doen, zoodat de andere heiligen het zagen en er van spraken voor den troon waar de Gezegende zit. En dan zond hij er een met de lieve boodschap dat er weder een in de zaligheid mocht komen. Ik zeg dit niet omdat ik het beter meen te weten dan de vaders, maar omdat ik zelf heb gezien hoe het ons menschen gaat. Wij worden allen arm geboren, maar de een vindt zoodra hij de oogen opent al wat noodig is, en voor den ander kan de moeder geen behoorlijk doekje vinden om hem in te wikkelen. En de wisselvalligheden die dan volgen. Beppe verkwist niet zooveel of hij ontvangt altijd meer, Felice is nu rijk dan arm, Buonavontura kan nog zoo vriendelijk lachen of nog zoo bitter klagen, het helpt hem niets, hij telt de keeren niet dat hij zonder brood moet gaan. En toch weet Beppe niet van wat Buonavontura meer bezit dan hij, of Felice niet wat het beste is dat hij heeft. Maar Buonavontura begrijpt zeker meer, omdat hij de armste is. Dat is het witte plekje van den arme, dat hij meer begrijpt dan een ander. Hij weet dat de heer die langs loopt en doet of hij de uitgestrekte hand niet ziet niet meer of minder is dan hij zelf.”

 

 

 866266-f0e3d72f43e80ca68104c123d6a2a514.jpg

Arthur van Schendel (5 maart 1874 – 11 september 1946)

Portret door Jan Poortenaar, 1955

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook mijn blog van 5 maart 2007  en ook mijn blog van 5 maart 2008 en ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

Uit: Nog in morgens gemeten

 

„Voor mij kan de polder in die tijd niet meer hebben behelsd dan het uitzicht. Hij was er altijd, je kwam er nooit. Een kind had er domweg niets te zoeken. Behalve die ene keer dus. Toen mocht ik met Lin mee.

Lin was op zijn oude dag op het Witte Huis gaan werken, de trotse boerderij van de Van Arendonken. Maar ik denk niet dat een Van Arendonk daar toen nog de baas was. Ik weet wel zeker dat de paarden die dag werden gemend door Maarten Bok. Maarten Bok was niet van Herwijnen, die was van Poederoijen. Een prachtige vent. Die kwam op visite als Lin jarig was. Hij voelde zich niets te goed voor de borrels die dan geschonken en de verhalen die dan verteld werden. Nou, dat was wat, een boer die bij zijn knecht op de verjaardag kwam. En sterk als een paard, en wérken dat-ie kon! Ik

herinner me het spannen van de spieren onder de huid van zijn onderarmen.

Vorig jaar heb ik Appie Bok nog eens gesproken. Hij vertelde toen dat zijn vader er een was uit een gezin van tien kinderen, die allemaal aanspraak maakten op een deel van het goed dat door de laatste Van Arendonk was nagelaten. Maarten was in feite als knecht van dat gezin begonnen. Hij moest zijn broers en zusters een voor een uitkopen en had niets dan zijn eigen arbeid om mee te betalen.

Goed, zij hadden land aan de Mert. Hooiland, verder deugde het nergens voor. En dat hooi werd dan pas diep in de zomer gewonnen. Het zou me niet verbazen als het een dag in augustus is geweest. Wij kwamen in ieder geval altijd pas half juli, net even voor de verjaardag van Tante, op Herwijnen.

Een kamp aan de Mert. Nu is dat een afstand van niets. Je gaat bij de Waaijensteinsestoep de dijk af, je steekt de provinciale weg over, je geeft gas en je bent er. Maar met paardenpassen was het nog een knap eind. Ach, het gelaten geklop van beslagen hoeven op ’s Heeren wegen.

‘De ingespannen paarden stapvoets zij aan zij, zo raadselachtig aan elkaar gehecht.’

Ja, als kind neem je aan dat de paarden van een tweespan, zozeer elkaars lotgenoten, met elkaar bevriend zijn. Het was Lin die me uit de droom hielp. Hem waren gevallen bekend waarin het ene paard zich geweldig moest uitsloven omdat het andere maar deed alsof.“

 

 

 

 866266-99fcd92f226196e673ad922f58d1ccaa.jpg

Koos van Zomeren (Velp,  5 maart 1946)

 

 

 

 

De Britse schrijver Danny King werd geboren op 5 maart 1969 in Slough, Berkshire. Zie ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

Uit: The Pornographer Diaries

 

“Ow!’ I yelped.

‘What’s up?’ Barry asked from the track.

‘I got a thorn stuck in me,’ I told him, pulling my hand out of the brambles and sucking at the little black dot that had buried itself into my palm. The thorn showed enough of itself so that I could get my teeth on the end of it and yank it out, which brought a couple of tears to my eyes and made my lip wobble a bit. Luckily, I had my back to Barry so the rest of the school never got to hear about it. I wiped the blood onto my jeans and began crawling through the bush again.

‘Haven’t you got it yet?’ he whined again.

'You ask me that one more time and I’ll smack you in the fucking mouth!’ I hissed back at him, meaning, ‘you ask me that one more time and I’ll chuck your bike in the river while you’re in the shops and pretend it was Neil Barratt who came along and did it.’

I caught hold of a few more muddy and tattered pages that had been torn from the rest of the mag and gazed upon them in awe. The colours were dark from the damp and the dirt and some of them showed only fragments of pictures – but there was enough. Curvy, voluptuous ladies stared back at me wearing nothing but vacant expressions and an unidentifiable sludge you find under bushes in Berkshire – er, thorny bushes that is, not lady’s bushes.

This was my first ever glimpse of a nudey mag, and I liked what I saw. Sure I was no stranger to the Great Universal catalogue underwear and shower curtain sections, and if you took mine and every other lad in my geography class’s text books and hurled them across the playground, they’d all fall open on one particular page, but this was different.

This was a nudey mag.”

 

 

 866266-498a087f386c25971d0207df3d7b6f84.jpg

Danny King (Slough, 5 maart 1969)

 

 

 

 

De Canadese (Franstalige) schrijfster Nelly Arcan - pseudoniem van Isabelle Fortier – werd geboren in Lac-Mégantic op 5 maart 1973. Arcan was afkomstig uit Québec. Met haar eerste roman Putain (Hoer) uit 2001, kreeg zij veel bijval bij de kritiek en bij het grote publiek. In dat boek beschrijft Arcan haar verleden als escortdame. Zij werd genomineerd voor de Prix Médicis en de Prix Femina. Arcan schreef verschillende korte verhalen, opiniestukken en columns voor diverse kranten en literaire magazines van Québec. Zij schreef ook mee aan de dialogen van de film Nathalie... van Anne Fontaine. Arcan werd in september 2009 dood aangetroffen in Montréal, vermoedelijk na zelfmoord.

 

Uit: Whore

 

“When I speak, it’s usually not to others, which is why there’s nothing to hold me back, and so I can say without terrifying you that I was born in a country village near the Canadian border with Maine, that my education was religious, and that my teachers were all dried-up nuns, fanatic about the sacrifice they were making of their lives, women I had to call mothers and who’d had to choose fake names, like Sister Jeanne for Julie or Sister Anne for Andrée, sister-mothers who taught me that parents were powerless when it came to naming their children, that they were inadequate at defining them in relation to God, and what else would you like to know, that I was altogether normal, rather a gifted student, that in this fervently Catholic country where I grew up they sent schizophrenics to be exorcised by the priests, that life here could be quite beautiful if you didn’t want much, had faith. And what else? My studying twelve years of piano and like everybody else wanting to leave the country for the city, and then after I stopped touching the piano ending up as a barmaid, then a whore, to escape every shred of my past identity, so I could prove to others that you really could pursue your studies, dream about being a writer, hope for a future and throw your life away here and there all at the same time, sacrifice yourself just like the sisters in my elementary school did to serve their congregation.“


 866266-9c29f96f248ec701f52e84670ab57ae7.jpg

Nelly Arcan (5 maart 1973 –24 september 2009)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean Orizet werd geboren in Marseille op 5 maart 1937. Zijn vader, Louis Orizet, was een landbouwkundig ingenieur, zijn moeder leerde wiskunde en zijn grootvader werkte in de scheepsbouw. Een oudoom leraar leerde hem lezen voordat hij naar school ging.Toen de oorlog uitbrak werd  zijn vader benoemd tot tweede luitenant van de cavalerie, en zijn moeder verhuisde naar Dijon en vervolgens naar Macon. Daar bezocht hij de middelbare school, waar een van zijn leraren hem de brieven van Gerard de Nerval liet lezen die diepe sporen bij hem achter lieten.Zijn eigen werk is vertaald in twintig talen en bekroond met talloze prijzen.

 

 

L’eau dormante

 

L’eau dormante ne dort pas;
Elle rêve, j’en suis sûr,
Car son rêve,
Elle le murmure,
Doucement,
Pour ceux qui comprennent,
Ceux qui aiment
Son frissonnement.
Son rêve est bien apaisant;
Il lui donne un aspect tranquille
Immobile et changeant;
L’eau dormante sourit,
Elle est heureuse;
C’est l’eau rêveuse.

 

 

 

 

L'or sous le givre

 

Grise et blanche

une froide alchimie nocturne

brise l'instant

 

Au matin

c'est le couperet du soleil

qui tranche

 

Une pie cherche de l'or

sous le givre

de la branche.

 

 

 866266-be43794a76de3e75c407e8f93ae8c00e.jpg

Jean Orizet (Marseille, 5 maart 1937)

 

 

 

 

De Indiaans-Amerikaanse schrijfster Leslie Marmon Silko werd geboren op 5 maart 1948 in Albuquerque, New Mexico. Zie ook mijn blog van 5 maart 2007 en ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

Uit: Gardens in the dunes

 

“They lay side by side with their mouths open and swallowed raindrops until the storm passed. All around them were old garden terraces in the dunes.

Sister Salt remembers everything. The morning the soldiers and the Indian police came to arrest the Messiah, Grandma Fleet told Sister Salt to run. Run! Run get your little sister! You girls go back to the old gardens! Sister Salt was big and strong. She carried Indigo piggyback whenever her little sister got tired. Indigo doesn't remember much about that morning except for the shouts and screams.

Indigo remembers they used to sell baskets at the depot in Needles while their mother washed linens in tubs of boiling water behind the hotel; Grandma Fleet searched the town dump for valuables and discarded seeds. They slept in a lean-to made of old crates and tin, near the river. They learned to talk English while selling baskets to tourists at the train station.

Now, at the old gardens, the girls live alone in Grandma Fleet's house. Grandma had returned a day after they did. Grandma saw Mama escape and run north with the other dancers ahead of the Indian police, who grabbed all the Indians they could, while the soldiers arrested the white people, mostly Mormons, who came to dance for the Messiah. The United States government was afraid of the Messiah’s dance”

 

.

 866266-311092fbcf1418ee6cdc62db3b6fcaa1.jpg

Leslie Marmon Silko (Albuquerque, 5 maart 1948)



Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:58 Reageer op dit bericht

Frank Norris, Fritz Usinger, Friedrich Schnack, Ennio Flaiano, Moritz Carrière, Karl August Timotheus Kahlert

De Amerikaanse schrijver Frank Norris werd geboren op 5 maart 1870 in Chicago. Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 5 maart 2007 en ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

Uit: The Pit

 

„Chicago, the great grey city, interested her at every instant and under every condition. As yet she was not sure that she liked it; she could not forgive its dirty streets, the unspeakable squalor of some of its poorer neighbourhoods that sometimes developed, like cancerous growths, in the very heart of fine residence districts. The black murk that closed every vista of the business streets oppressed her, and the soot that stained linen and gloves each time she stirred abroad was a never-ending distress.

    But the life was tremendous.  All around, on every side, in every direction the vast machinery of Commonwealth clashed and thundered from dawn to dark and from dark till dawn.  Even now, as the car carried her farther into the business quarter, she could hear it, see it, and feel in her every fibre the trepidation of its motion.  The blackened waters of the river, seen an instant between stanchions as the car trundled across the State Street bridge, disappeared under fleets of tugs, of lake steamers, of lumber barges from Sheboygan and Mackinac, of grain boats from Duluth, of coal scows that filled the air with impalpable dust, of cumbersome schooners laden with produce, of grimy rowboats dodging the prows and paddles of the larger craft, while on all sides, blocking the horizon, red in color and designated by Brobdignag letters, towered the hump-shouldered grain elevators.

    Just before crossing the bridge on the north side of the river she had caught a glimpse of a great railway terminus.  Down below there, rectilinear, scientifically paralleled and squared, the Yard disclosed itself.  A system of grey rails beyond words complicated opened out and spread immeasurably. Switches, semaphores, and signal towers stood here and there.  A dozen trains, freight and passenger, puffed and steamed, waiting the word to depart.  Detached engines hurried in and out of sheds and roundhouses, seeking their trains, or bunted the ponderous freight cars into switches; trundling up and down, clanking, shrieking, their bells filling the air with the clangour of tocsins.  Men in visored caps shouted hoarsely, waving their arms or red flags; drays, their big dappled horses, feeding in their nose bags, stood backed up to the open doors of freight cars and received their loads.“

 

 

866260-86f9f659832a05593f1fb30e6a517edd.jpg
Frank Norris (5 maart 1870 – 25 oktober 1902)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Fritz Usinger werd geboren op 5 maart 1895 in Friedberg, Hessen. Zie ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

 

BLAU-GEDICHT

 

Nicht nur in einem Kleid aus Ewigkeit,

Auch innen ganz zur Ewigkeit befreit,

Ewiger Liebe voll, doch ungeliebt,

Der nie empfängt und dennoch immer gibt,

 

Aus oberen Wurzeln himmelstill gespeist,

Auch wenn die Erde keinen Trost verheisst,

Dem Tartaros-Gedröhn noch abgrundfern,

Im Lichte dienend einem oberen Herrn:

 

Dem Licht-Geist Christ-Apollon zugewandt,

Der Eines ist in zwiefachem Verband,

Schaff ich das Blau-Gedicht aus Form und Licht,

Da deren keines sich am andern bricht,

 

Das Liebe-Licht, den hellen Tempel-Geist,

Der sich im Gang der Verse wahr erweist,

Das Irdisch-Schöne, liebend ganz durchdrungen,

Von höchsten Chören unsichtbar durchsungen,

 

Das Helle und das Heilige geeint,

Dass jedes ganz den Grund des andern meint,

Das eine selig in des andern Armen,

Vom Wort der Schönheit bis zum Wort Erbarmen.

 

Ein Himmel von Ideen ganz durchlichtet

Und durch ihr Dasein nimmermehr vernichtet.

Idee ist auch den höchsten Welten teuer,

Denn sie ist nichts als göttlich reines Feuer,

 

Urfeuer, das schon vor den Welten glühte,

Das in der Liebe wie im Schönen blühte

Und der Vollendung Form zur Über-Zeit

Aus untrem Feuerdrang heraus befreit.

 

 

 866260-76d149e6a703df073105db10fdd82a05.jpg

Fritz Usinger (5 maart 1895 – 9 december 1982)

Friedberg

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Friedrich Schnack werd geboren op 5 maart 1888 in Rieneck, Unterfranken. Zie ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

 

Kleine Hand in meiner Hand

 

Kleine Hand in meiner Hand
Ich und du im jungen Grase
Ich und du, im Kinderland
Gehn wir auf der langen Strasse
Kleine Hand in meiner Hand.

Kleine Hand in meiner Hand
die einander zärtlich fassen:
Ich und du, nichts hat Bestand,
einmal, ach! muß ich dich lassen
Kleine Hand aus meiner Hand.

Kleine Hand in meiner Hand
Kleiner Schritt bei meinem Schritt
Kleiner Fuß im weiten Land:
Einmal geh ich nicht mehr mit
Einmal gehst du ohne mich
Wie ein Traum mein Bild verblich.

 

 

 

 866260-ee8eaf67e026b525892a15730fe1beec.jpg

Friedrich Schnack (5 maart 1888 – 6 maart 1977)

Rieneck, burcht

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Ennio Flaiano werd op 5 maart 1910 in Pescara geboren. Zie ook mijn blog van 5 maart 2009 en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

Uit: Alles hat seine Zeit (Tempo di uccidere, Vertaald door Susanne Hurni)

 

“Und, jenseits des Randes, das ruhige Leben der Etappenlager. Noch weiter, und das Wort «Sonntag» würde wieder seinen Wert bekommen. Ich würde das erste Bett mit Leintüchern finden, den ersten Zeitungsverkäufer.Und einen Zahnarzt. Der Soldat wollte nicht nachgeben. «Warten Sie», sagte er, «irgendwer wird schon vorbeikommen.

» Ich betrachtete das Lastauto, das mit den Rädern gegen die Böschung lag, und schüttelte den Kopf: Es würde niemand vorbeikommen. Nur ein Oberst war vorübergefahren, gelangweilt wie ein General. Die vorlaute Art des Soldaten wurde mir allmählich lästig. Sich gemeinsam gerettet zu haben, schien mir kein rechter Grund mehr zu sein, uns Fotografien zu zeigen, uns unsere Angelegenheiten zu erzählen, die üblichen Vermutungen über unsere Rückkehr nach Italien anzustellen. Und doch tat es mir leid, ihn im Stich zu lassen.

«Sie lassen mich also allein?»

Ich fing an, meine Sachen zusammenzusuchen, den Tornister, das Koppel mit der Pistole. Um meine

Flucht zu beschönigen, suchte ich einen Vorwand, allerdings einen schlechten: Ich sagte zu ihm, wenn ich unten am Fluss einen Lastwagen fände (oft hielten die Fahrer dort an, um ein Bad zu nehmen), käme ich zurück, um ihm zu helfen. Der Soldat tat so, als glaube er daran, und seine plötzliche und feindselige Nachgiebigkeit ließ mich erröten. Er drückte mir die Hand ohne Wärme, wirklich enttäuscht. Nach fünfzig Schritten verdeckte mir eine Straßenbiegung die Sicht auf ihn und sein Lastauto. Seitdem habe ich ihn nicht wiedergesehen.

War es noch sehr weit bis zur Brücke? “

 

 

 866260-24414cf0bca6dd960f3510283254d586.jpg

Ennio Flaiano (5 maart 1910 – 20 november 1972)

 

 



De Duitse schrijver en filosoof
Moritz Carrière werd geboren op 5 maart 1817 in Griedel, Hessen. Zie ook mijn blog van 5 maart 2009  en ook mijn blog van 5 maart 2010.

 

 

Geheimnis

Worte, die dein Mund gesprochen, sonnenwarm und sonnenhell,
Küsse, die dein Mund gespendet, unversiegter Wonne Quell,
Wie so selig deine Seele, und ich preis' es immerdar,
Doch das Süßeste, das Tiefste, zeigt kein Bild und faßt kein Reim,
Und es bleibt unausgesprochen zwischen Gott und uns geheim.

 

 

 866260-b9d3f21107a2bef5cbc6d65c86f07dd0.jpg

Moritz Carrière (5 maart 1817 – 19 januari 1895)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, literatuurhistoricus en muziekcriticus Karl August Timotheus Kahlert werd geboren op 5 maart 1807 in Breslau. Kahlert studeerde vanaf 1826 aan de universiteit van Breslau, daarna in Berlijn. Hij was actief als dichter en schrijver. Gebaseerd op de Hegeliaanse principes publiceerde hij in 1846 zijn " System der Aesthetik " en in 1853 een monografie over Angelus Silesius. Een serie artikelen over Silezische dichters en schrijvers publiceerde hij in Robert Prutz’ Literarisches Taschenbuch (1844), in Hennebergs Jahrbuch (1854) en in het Weimarische Jahrbuch. Over de Breslauer opera schreef hij vier jaar voor de „Schlesische Zeitung“. Een aantal studies met theoretische en kritische reflecties over muziek schreef hij voor de "Leipziger Neue Zeitschrift für Musik (1834-1843) en (1842-1850) voor de Allgemeine musikalische Zeiting.

 

Uit: System der Aesthetik

 

“Die geheimnißvolle Wirkung, welche auf das rnenschliche Gemüth Werke der schönen Kunst ausüben, ist eines jener ewigen Räthsel, zu deren Lösung die Wissenschaft immer wieder aufs Neue aufgefordert wird. Von zwei Seiten her, in der Erkenntniß der dem Künstler dienstbaren Naturstoffe, und der von den Gesetzen ihrer Anwendung werden an der Hand der Erfahrung manche sichtbare Fortschritte gemacht; dem scharfen Blicke des Naturforschers enthüllt sich eine Beziehung der ewig schaffenden Kräfte nach der andern; öffentlichen Lehranstalten für angehende Kunstjünger wird überall immer sorgfältige« Pflege. Solchen Bemühungen zum Trotze sind die Schwankungen des Geschmacks unter den Genießenden, und die harte Begegnung widersprechender Grundsätze unter den Schaffenden unvermindert geblieben, so daß nur ein einziger Gewinn, nämlich der, daß man allmählich die streitenden Ansichten schärfer auszuprägen, den Widerspruch also in seiner ganzen Bedeutung zu erkennen sich bemüht hat, daraus hervorgegangen ist. Ein Gewinn ist dies zu nennen, weil es den Drang verräth, den Streit zu entscheiden, und weil es durch die Beziehung alles des im Zwiefpel begriffenen Einzelnen auf ein Allgemeines, welches ihm zum Grunde liegen müsse,Schritte, die dieser Entscheidung entgegenführen, erzeugt.”

 

 

866260-faaefd61c2d7fa1dd540a8d756b59669.jpg
Karl August Timotheus Kahlert (5 maart 1807 – 29 maart 1864)

Breslau rond 1900 (Geen portret beschikbaar)

Geschreven door Romenu om 18:51 Reageer op dit bericht

Jurre van den Berg

De Nederlandse dichter Jurre van den Berg werd geboren in Thesinge op 5 maart 1986. Hij debuteerde officieel als dichter in het voorjaar van 2009 met de bundel Binnenvaart.  In 2007 ontving hij het Hendrik de Vriesstipendium van de gemeente Groningen voor zijn poëzieproject ‘Ter verlichting van een naam’, een areligieuze, hedendaagse beschouwing op de taal en thematiek van het bijbelboek Job. Ook de gedichten die hier uit voortkwamen zijn in de reeks ‘Wij zijn hier pas sinds gisteren’ in Binnenvaart opgenomen. Tijdens het collegejaar 2005-2006 was Jurre van den Berg huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen. De gedichten die hij in deze functie schreef werden samen met andere verzen gebundeld in Avondkikkers.

 

 

HERFST

Ik was vergeten hoe de regen
de straten kon spoelen.

Naar boven kijken en grijs goud
zien eten, het land ligt reeds
begraven onder verwaaide paraplu's.

Ik was vergeten hoe de regen.

Wat geweest is, dat het terug komt
en niet los laat, storm niet uitraast.
Het land ligt reeds begraven.

Als ik denk dat het voorbij is zoals
onder herfstkastanjes na de regen.

Het is droog maar de wind
waait druppels van het blad.

 

 

 

 939262-604b5df65376fad080749ddf27c492d5.jpg

Jurre van den Berg (Thesinge, 5 maart 1986)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten