Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 10 januari 2011

Antonio Muñoz Molina, Annette von Droste-Hülshoff, Dennis Cooper, Mies Bouhuys, Harrie Geelen

De Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina werd geboren op 10 januari 1956 in Úbeda in de provincie Jaén. Zie ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Uit: Mondwind (Vertaald door Willi Zurbrüggen)

 

„Du wartest voll Ungeduld und Angst auf eine Explosion, die etwas von einem Erdbeben haben wird, wenn der Countdown bei null angelangt ist, und dennoch passiert nichts. Du wartest, starr auf dem Rücken liegend, die Beine im rechten Winkel, die Augen geradeaus nach oben gerichtet, zum Himmel, wenn du ihn hinter der durchsichtigen Wölbung des Raumhelms sehen könntest, eingetaucht in eine endgültige Stille wie am Grunde des Meeres, als sie dir den Helm auf dem starren Kragenrund des äußeren Anzugs befestigten. Plötzlich bewegten sich die Münder derer, die dir am nächsten waren, ohne einen Ton hervorzubringen, und es war, als wärest du schon weit fort, ohne dass die Reise

überhaupt begonnen hätte. Die Hände auf den Oberschenkeln, die Füße in den großen weißen Stiefeln mit dem gelben Rand und der dicken Sohle nebeneinander, für den Start mit Titanklammern festgehalten, die Augen weit geöffnet. Du hörst nichts, nicht einmal das Rauschen des Blutes in deinen Ohren, nicht die Schläge deines Herzens, die an der Brust befestigte Sensoren registrieren und übermitteln, tief und regelmäßig, Paukenschlägen ähnlich, doch längst nicht so exakt in ihrem Takt wie der Pulsschlag von Chronometern. Die Zahl deiner Schläge pro Minute wird ebenso registriert wie die der Herzen deiner beiden Kameraden.

Jeder von ihnen so bewegungslos und angespannt wie du selbst. Drei Herzen klopfen in ihrem Brustkorb mit unterschiedlichem Rhythmus, wie drei aus dem Takt geratene Pauken. Wartend schließt du die Augen. Die Augenlider sind so ziemlich das Einzige an dir, was du bewegen kannst, und das erinnert dich an deine verletzliche Körperlichkeit, deine Nacktheit, verborgen im Innern dreier übereinandergetragener Anzüge aus Nylon, Plastik und Baumwolle, behandelt mit feuerfesten Substanzen. Jeder Anzug ist schon für sich ein Raumfahrzeug. Vor einigen Jahren schwebtest du über eine Stunde und zweihundert Kilometer über der Erde im leeren Raum, mit dem Raumschiff nur durch einen langen Schlauch verbunden, der dir das Atmen ermöglichte.“

 

 

 827395-1af57ad9808d9afe8506c9854dde87ed.jpg

Antonio Muñoz Molina (Úbeda, 10 januari 1956)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Annette von Droste-Hülshoff werd op 10 januari 1797 op het slot Hülshoff in Westfalen geboren. Zie ook mijn blog van 10 januari 2007 en mijn blog van 31 december 2007. Zie eveneens mijn blog van 10 januari 2008 en ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Im Grase

 

Süße Ruh', süßer Taumel im Gras,

Von des Krautes Arome umhaucht,

Tiefe Flut, tief tief trunkne Flut,

Wenn die Wolk' am Azure verraucht,

Wenn aufs müde, schwimmende Haupt

Süßes Lachen gaukelt herab,

Liebe Stimme säuselt und träuft

Wie die Lindenblüt' auf ein Grab.

 

Wenn im Busen die Toten dann,

Jede Leiche sich streckt und regt,

Leise, leise den Odem zieht,

Die geschloßne Wimper bewegt,

Tote Lieb', tote Lust, tote Zeit,

All die Schätze, im Schutt verwühlt,

Sich berühren mit schüchternem Klang

Gleich den Glöckchen, vom Winde umspielt.

 

Stunden, flücht'ger ihr als der Kuß

Eines Strahls auf der trauernden See,

Als des ziehenden Vogels Lied,

Das mir nieder perlt aus der Höh',

Als des schillernden Käfers Blitz,

Wenn den Sonnenpfad er durcheilt,

Als der heiße Druck einer Hand,

Die zum letzten Male verweilt.

 

Dennoch, Himmel, immer mir nur

Dieses Eine mir: für das Lied

Jedes freien Vogels im Blau

Eine Seele, die mit ihm zieht,

Nur für jeden kärglichen Strahl

Meinen farbig schillernden Saum,

Jeder warmen Hand meinen Druck,

Und für jedes Glück meinen Traum.

 

 

 

An meine Mutter

 

So gern hätt' ich ein schönes Lied gemacht
Von deiner Liebe, deiner treuen Weise,
Die Gabe, die für andre immer wacht,
Hätt' ich so gern geweckt zu deinem Preise.

 

Doch wie ich auch gesonnen mehr und mehr,
Und wie ich auch die Reime mochte stellen,
Des Herzens Fluten wallten drüber her,
Zerstörten mir des Liedes zarte Wellen.

 

So nimm die einfach schlichte Gabe hin,
Von einfach ungeschmücktem Wort getragen,
Und meine ganze Seele nimm darin;
Wo man am meisten fühlt, weiß man nicht viel zu sagen.

 

 

 

 827395-9d674af5aad842e9f2a77d0ea65308e8.jpg

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Buste in de tuin van Burg Hülshoff

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Dennis Cooper werd geboren op 10 januari 1953 in Arcadia, Californië. Zie ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Uit: Frisk

 

„Now I'm at that part of the fantasy that always fucks me over. I want him, specifically his skin, because skin's the only thing that's available. But I've had enough sex in my life with enough guys to recognize how little skin can explain about anyone. So I start getting into this rage about how stingy skin is. I mean, skin's biggest reward, which is sperm, I guess, is only great because it's a message from somewhere inside a great body. But it's totally primitive. Take gold. Would gold be worth anything if there were a more complex, beautiful, similar substance around? I've got a choice. Either I can pretend I'm a psychic or palm reader and tell myself I understand some cute guy if his sperm leaves his body when I'm in his presence, or, as I find myself doing more often these days, I can actually imagine myself inside the skins I admire. I'm pretty sure if I tore some guy open I'd know him as well as anyone could, because I'd have what he consists of right there in my hands, mouth, wherever. Not that I'd know what I'd do with that stuff. Probably something insane.

(...)

 

Sometimes the armpit hairs stand in a skinny brown stalk, with Terrence's lips as its flower. Then the hairs will come to a point and twist slightly at the tip like chocolate ice cream or smoke. They spread out to resemble a big, dirty dandelion. The troll mashes them down, they're wheat pasta steaming in a white bowl.“

 

 

 

827395-af3daeb2bcdae7194dfd2c75f1d65ebc.jpg
Dennis Cooper  (Arcadia, 10 januari 1953)

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Mies Bouhuys werd geboren op 10 januari 1927 in Weesp. Zie ook mijn blog van 10 januari 2008. en ook mijn blog van 30 juni 2008 en ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

 

Hand in hand

 

Ik droomde dat ik vliegen kon

ik vloog naar een ver land

waar juist een kinderfeest begon

dicht bij de zee op ‘t strand

 

Die kind’ren dansten hand in hand

niet eentje bleef er staan.

De kleine negerkindertjes

die huppelden vooraan.

 

Dan kinderen uit Engeland

uit Frankrijk en Vietnam

uit Polen en uit Griekenland

uit Praag en Amsterdam.

 

Was het een droom,wat ik daar zag,

of is het werkelijk waar

en komen op een mooie dag

die kinderen bij elkaar?

 

Ik zie ze dansen op het strand

een lange bonte rij;

uit iedre stad en ieder land

en jij en ik er bij.

 

 

 

 827395-d6ad0fe77100c663c9539d07065b5eb2.jpg

Mies Bouhuys (10 januari 1927 – 30 juni 2008)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter, tekenaar, illustrator, regisseur, animator, en vertaler Harrie Geelen werd geboren in Heerlen op 10 januari 1939. Zie ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Uit: Het Nijlpaard Ellende

 

„Ik zeg: ‘Zit niet zo naar me te kijken.’ Ze haalt haar hand door mijn haar en ik schud die hand weg. Mijn vader zegt: ‘Doe 's normaal tegen mamma.’ En mijn moeder zegt: ‘Je moet naar de kapper.’

En ik zeg: ‘Ik zal maar niet zeggen wat jíj moet.’

Mijn vader kijkt naar mijn moeder.

‘Is dit iets nieuws? Ik moet eens dringend met jou praten, ventje.’ Dan staat hij op en zegt: ‘Ik moet ervandoor.’

Hij kust mijn moeder, trekt me aan mijn haar. In de gang hoor ik hem met de hond. De trap. De tochtdeur. De voordeur. En we zijn alleen. Mijn moeder en ik. Ze staart voor zich uit en doet of ze drinkt. Ze neemt het kopje niet van haar mond. Maar het is leeg. De thee is op.

Ik ga de voorkamer in en doe de schuifdeuren achter me veel te hard dicht. Ik ga zitten op de kruk met mijn rug naar de piano waaraan mijn moeder mijn vader bedroog met de pianostemmer.

 

‘Sep.’

Mijn moeder komt tussen de middag op mijn kamer.

‘Kóm je niet beneden? Studeren? Dat stuk van hoe heet ie nou? Dat hoor ik zo graag...’

Ik geef geen antwoord.

‘Is er wat, Sep?’ Ze kijkt de kamer rond. ‘Gisteren is ie net weer gestemd.’

‘O. Heeft ie daar óók nog de tijd voor gehad?’ zeg ik.

Die zit. Mijn moeder gaat naar beneden.“

 

 

 

827395-69ec3440604f3b629b6b0fa663b301c0.jpg
Harrie Geelen (Heerlen, 10 januari 1939)



Zie voor nog meer schrijvers van de 10e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn tweede blog en mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:42 Reageer op dit bericht

Yasmina Khadra, Dennis Cooper, Jared Carter, Jutta Treiber, Franz Kain

De Algerijnse schrijver Yasmina Khadra (pseudoniem van Mohammed Moulessehoul) werd geboren op 10 januari 1955 in Kenadsa. Zie ook mijn blog van 10 januari 2008 en ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Uit: Die Schuld des Tages an die Nacht (Vertaald door Regina Keil-Sagawe)

 

„Río Salado gefiel mir sehr – Flumen Salsum, wie der Ort bei den Römern hieß, heute El Maleh. Und er gefällt mir nach wie vor, ich kann mir kaum vorstellen, unter einem anderen Himmel alt zu werden oder fern der Geister, die ihn bevölkern, zu sterben. Río Salado war ein prachtvolles Kolonialdorf mit stattlichen Häusern und üppig begrünten Straßen. Der Platz, auf dem einst große Bälle stattfanden und wo die renommiertesten Musiker spielten, hatte seinen Steinfliesenteppich in nächster Nähe zum Rathaus entrollt. Hochstrebende Palmen rahmten ihn ein, die ein Band lampiongeschmückter Girlanden verband. Dort traten Aimé Barelli und Xavier Cugat mit seinem berühmten Chihuahua auf, der ihm stets vorwitzig aus der Tasche lugte, Jacques Hélian und Pérez Prado: legendäre Namen und Orchester, die Oran, die Hauptstadt Westalgeriens, sich trotz allem Weltstadtgehabe niemals leisten konnte.

Río Salado trumpfte gerne auf, um die Prognosen Lügen zu strafen, die seinen Untergang auf ganzer Linie vorhergesagt hatten. Die herrschaftlichen Villen, die es mit keckem Eifer längs der Durchgangsstraße aufreihte, sollten dem Reisenden vor Augen führen, dass Angeberei eine Tugend ist, wenn sie Vorurteile entkräftet und die Mühen veranschaulicht, die es zu bewältigen gilt, um den Mond vom Himmel zu holen.

In früheren Zeiten war hier nur trostlose Ödnis gewesen, nichts als Steine und Eidechsen. Nur selten verirrte sich einmal ein Hirte hierher, der gewiss kein zweites Mal seinen Fuß dorthin setzen würde, auf dieses Gelände voll Dornengestrüpp und toter Flussarme, wo Hyänen und Wildschweine den Ton angaben – kurzum, ein Stück Erde, das Menschen wie Engel mieden und das die Pilger so hastig durchquerten, als wäre der Teufel hinter ihrer Seele her …“

 

 

827394-9ead274bbd5d1faadb58292aa44c6196.jpg 

Yasmina Khadra (Kenadsa, 10 januari 1955)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Jared Carter werd geboren op 10 januari 1939 in Elwood, een dorpje in Indiana, VS. Zie ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

 

Wind Egg

 

Once a wind egg called out to a young girl who went each morning

to collect eggs for her grandmother—"O child, do not take me,

let the hen my mother set for ten more days, I long to walk about

in the world, even now I can see the horse grazing in the meadow."

 

"How can this be?" the girl wondered.  "Neither white egg nor brown

ever speaks to me.  They have nothing to say, in their thin shells,

even when we hold them up to the candle's glow.  But this one

has a blue eye, and wears no coat.  I had better ask grandmother."

 

The old woman had peered into hens' eggs for so many years

she could see into the heart of things.  When the child told her

of the talking egg, she was not deceived.  "It is the wind,"

she declared, "trying to make mischief among honest folk."

 

"Never could we leave the brood mares alone in the pasture

when the wind blew down from the mountains.  Crossing the barnyard

in winter, I too have felt it, reaching in.  An egg without

a shell is an abomination.  Cast it out for the hogs to eat."

 

That night the girl dreamt of an empty nest, and a blue eye

singing to itself.  She reached out to take it in her hand

but it was like holding water.  She threw it against the wall

and it slid down and became whole again, balanced in her palm.

 

"No," she said to herself next morning, and she opened the pocket

of her apron and slipped in the strange egg.  The black hen cackled,

and the rooster crowed.  "Alas, I can see nothing!" the egg called,

but the girl's thighs kept it warm, and in nine days it quickened.

 

Lying alone in her room she awoke to the glint of a new moon

shining through the window, and there was no membrane, no shell,

no barrier to what she could become.  Next morning, the old woman

looked away from the tremor of light into which she was gazing.

 

"Go," she said, "for nothing can keep you here now.  That is the way

of the wind—it is always blowing, always wanting to be elsewhere."

She turned back to her candle.  "I long to be out in the world,"

the young woman said.  "The horse waits for me in the meadow."

 

The horse galloped toward her through the tall grass, and the wind

leapt from her apron, into its sleek body, its churning hooves.

The horse shuddered, and knelt down, and she mounted its back.

"Let us ride," said a clear voice that was all around her now.

 

 

 

827394-ba9b95ae25768bf3dd29ee3af0ce5869.jpg
Jared Carter (Elwood, 10 januari 1939)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Jutta Treiber werd geboren op 10 januari 1949 in Oberpullendorf. Zie ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Uit: Herz- und Beinbruch

“Ich habe Harry an einem Regentag kennen gelernt. Im Oktober. Ich war mit meiner Freundin  Daniela im Café am Hauptplatz gewesen, wir hatten uns blendend verstanden und die ganze Zeit gelacht. Als wir hinausgehen wollten, ging ein ebenso starkes Gewitter nieder wie gerade vorhin und plötzlich stand Harry da mit einem großen Schirm und fragte, ob er uns unter seine Schirmherrschaft nehmen dürfe. Daniela und ich, wir mussten beide über die Formulierung lachen. Wir kannte Harry von der Schule, aber nur flüchtig. Er ging schon in eine höhere Klasse.

Wir schlenderten über den Hauptplatz. Die Pflastersteine sahen aus wie frisch lackiert. Daniela verabschiedete sich bald, sie wohnt in der Nähe des Cafés. Harry und ich gingen weiter. Und als wir bei mir zu Hause angelangt waren, wusste ich, dass ich mich ganz fürchterlich verliebt hatte. Harry schaute auf die Hausnummer, Untere Marktgasse 43, sagte er, wie um sich die Adresse einzuprägen. Das hoffte ich jedenfalls. Er lächelte mich an und ich war ... Das, was ich da war, dafür gibt es kein Wort!

Ich ging in mein Zimmer, mit der Erinnerung an das Lächeln und die „Schirmherrschaft“, ich sang und tanzte, ich war so glücklich wie schon lange nicht. Immer hab ich gesungen und getanzt, wenn ich glücklich bin. War ich als Kind einmal krank und sang nicht, dann war es für meine Mutter das erste Zeichen von Besserung, wenn ich zu singen begann, und ein Zeichen völliger Gesundung, wenn ich wieder tanzte. Nur als Miki geboren wurde, da sang und tanzte ich lange Zeit nicht. Und das Schlimmste war – es fiel meiner Mutter nicht einmal auf! Erst als es ihr auffiel, begann ich wieder zu singen. Aber mein Gesang war leiser geworden.

 

 

 827394-ee2ed3871075e0c934cf565278cd2830.jpg

Jutta Treiber (Oberpullendorf, 10 januari 1949)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, journalist en politicus Franz Kain werd geboren op 10 januari 1922 in Goisern, het huidige Bad Goisern. Zie ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Uit: Die Donau fließt vorbei

 

„In der Nacht vom 1. auf 2. Mai 1950 wurde der Stoffhändler Josef Lackinger am linken Donauufer in Urfahr auf der Höhe der damaligen Holz- und Kohlenhandlung Viehböck erschlagen. Die Bluttat ist nie aufgeklärt, der Täter nie gefaßt worden.
Bevor sie die Arbeit beginnt, schaut sie von ihrem Dachkammerfenster auf die Donau hinaus. Im vorigen Herbst, als sie hier im Mostwirtshaus den Dienst angetreten hatte, den langen Winter hindurch, und auch im Frühling, war es um diese Zeit noch finster oder dämmerig gewesen.
Tagsüber aber sieht die Donau anders aus. Da ist sie eine vielbefahrene Straße. Die schweren Schleppschiffe verbreiten Lärm und Rauch. An den Ufern ist das Gewimmel des Alltags, und niemand nimmt sich Zeit, den kleinen Wirbeln des Wassers nachzuschauen.
Jetzt aber, um fünf Uhr früh, ist der Strom sanft und still, er gleitet langsam zur Brücke hinunter, und drüben am anderen Ufer steigt das Schloß auf wie eine Felswand. Der herbe Geruch von Wasser und Weiden kommt zum Fenster empor, auch wenn der Ruß in steinerne Dämme gezwängt ist. Er bringt diesen Geruch von weit her, von großen, unübersehbaren Auen, in denen Weiden und Erlen ihre Wurzeln ins Wasser senken.
Sie steht am Fenster und räkelt sich den Schlaf aus den Gliedern. Wie schön, daß man an einem solchen Morgen wenigstens das Fenster öffnen kann, weil der Wassergeruch einen anderen, nicht minder scharfen verdrängt: den Geruch von verschüttetem Most, den Küchendunst und überhaupt den Wirtshausgeruch in all seinen Farben. Da glaubt man immer, ein Wirtshaus rieche stets verlockend nach Zwiebel und Majoran. Aber von dem Ammoniakgestank redet niemand. Die Leute spotten oft, daß es auf dem Land nach Kuhstall rieche. Sie sollen sich einmal davon eine Nase nehmen, was da zu dem Fenster des Küchenmädchens emporschlägt wie giftiger Quaiin. »Kathi, Kathi!« ruft die Wirtin jetzt von unten über die Stiege herauf, »aufstehn, was ist denn?« Und das Küchenmädchen Katharina Kitzberger kleidet sich schnell an und steigt mißmutig die Stiege hinunter. In der Küche schiebt sie mit dem Löffel widerwillig die dicke Haut von dem Kakao, den ihr die Wirtin hingestellt hat. Dann beginnt die Arbeit.“

 

 

 

827394-f074faa5e5edd5d2c634534b208eadbb.jpg
Franz Kain (10 januari 1922 – 27 oktober 1997)

  

Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Philip Levine, Renate Schostack, Ingeborg Drewitz, Vicente Huidobro

De Amerikaanse dichter Philip Levine werd geboren op 10 januari 1928 in Detroit, Michigan. Zie ook mijn blog van 10 januari 2009  en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Father 

 

The long lines of diesels

groan toward evening

carrying off the breath

of the living.

The face of your house

is black,

it is your face, black

and fire bombed

in the first street wars,

a black tooth planted in the earth

of Michigan

and bearing nothing,

and the earth is black,

sick on used oils.

 

Did you look for me in that house

behind the sofa

where I had to be?

in the basement where the shirts

yellowed on hangers?

in the bedroom

where a woman lay her face

on a locked chest?

I waited

at windows the rain streaked

and no one told me.

 

I found you later

face torn

from The History of Siege,

eyes turned to a public wall

and gone

before I turned back, mouth

in mine and gone.

I found you whole

toward the autumn of my 43rd year

in this chair beside

a masonjar of dried zinnias

and I turned away.

 

I find you

in these tears, few,

useless and here at last.

 

Don't come back.

 

 

 

827388-10dd60e061d4b62119558e2a621bf4b8.jpg
Philip Levine (Detroit, 10 januari 1928)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en journaliste Renate Schostack werd geboren op 10 januari 1938 in Pforzheim. Zie ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Die eitle Schöne (Über Geist und Kultur in München)

 

„Dem stolzen Hauptstadtgefühl hatte der Umbruch von 1989 ein vorläufi ges Ende gemacht. München war aus dem Gleis geworfen. Hatte die AZ im Blick auf die wirtschaftliche Entwicklung im Februar 1990 noch großmäulig getitelt: „Noch vor Paris und London – Wir werden der Nabel Europas“, verkündete der OB bei seiner Neujahrsansprache 1991: „Wir werden keine Weltstadt.“

Irgendwann im Lauf des Jahres 1990 war die Stimmung gekippt. Eine Fotomontage der AZ vom 23. Juni brachte den Umschwung der Stimmung schlagend zum Ausdruck: Eine Schaffherde weidet auf dem Marienplatz. Unterschrift: „Von der heimlichen Hauptstadt zum Ritzenbiotop.“

Ein allgemeines Lamento brach aus. Die SZ beklagte in einem Leitartikel „Münchens neue Mittelmäßigkeit“. Selbst der beliebte Städtevergleich führte dem Selbstbewusstsein kein Futter mehr

zu. Der CSU-Politiker Peter Gauweiler stellte fest: „Zum Teil laufen schon heute Mailand und Düsseldorf München den Rang ab … Ja selbst die von der Isar aus mit milder Geringschätzung

betrachteten Städte Stuttgart und Köln faszinieren mit eindrucksvollen Aktivitäten.“ Sogar das heimlich als Wirtschaftsmetropole am meisten gehasste Frankfurt wurde gerühmt. München dagegen

wurde Mief, Kleinkariertheit, Provinzialität vorgeworfen. Die Lage verschlimmerte sich durch einen Einbruch der Wirtschaft.“

 

 

 

827388-0a19497999a90fb6a541e40296d85057.jpg
Renate Schostack (Pforzheim, 10 januari 1938)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Ingeborg Drewitz werd geboren op 10 januari 1923 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

 

Ostern

 

Vier freie Tage. Was reden Sie

von Karfreitag und Kreuzigung

und dass einer auferstanden ist.

Auf den Autobahnen

staut der Verkehr.

 

Übliche Unfälle, was reden sie

von Karfreitag und Kreuzigung?

Für die Ostertoten steht

die Versicherung ein.

Was soll’s, normale Opfer.

 

Und da sagt einer:

Wir verstehen ihn nicht,

er ist für Menschen gestorben,

wie ein Verbrecher

ans Kreuz geschlagen.

 

Richtig, sagen alle,

wir verstehen das nicht.

Es geht uns nichts an,

sagen sie, sagst du,

wahrscheinlich ein Spinner,

aber wir haben

vier freie Tage vor uns.

 

Die Radio- und Fernsehprogramme

spielen noch Ostern.

 

 

 

827388-c2b4cb2741ca67043f17acdaab289e93.jpg
Ingeborg Drewitz
(10 januari 1923 – 26 november 1986)

 

 

 

 

 

De Chileense dichter Vicente García-Huidobro Fernández werd op 10 januari 1893 geboren in Santiago. Zie ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

 

Kutter

 

Die Erinnerungen
                                 sind es müde geworden, mir zu folgen

                      DER WEG WAR SO LANG

Dieser Wind kam von etlichen Schwingen
Und die Tage vergehen heulend am Horizont

                                                       Als junger Kutter
                                                       Durchkreuzte ich viele Ungewitter
                                                       Bei Seemannsliedern

Alle Möwen
                       gaben mir Federn in die Hände

Hinter dem letzten Berg
                                             stiegen die Monate hinab

Ein posthumer Gesang versperrte uns die Ausfahrt

 

 

 

Vertaald door Johannes Beilharz 

 

 

 

 

Hours

 

The village

A train standing on the flatland

Deaf stars sleep

                          in every puddle

And the water shudders

Drapes to the wind

                        

                            Night dangles in the copse

A living leak

 

In the moulding belltower

                          Bleeds dry the stars

 

And now and then

The ripe hours

                         Fall on life

 

 

 

Vertaald door Ian Barnett

 

 

 827388-e3e5f95b4d1434e9e786e66501f7de8b.jpg

Vicente Huidobro (10 januari 1893 – 2 januari 1948)

Geschreven door Romenu om 19:23 Reageer op dit bericht

Robinson Jeffers, Alexei Tolstoy, Jan H. Eekhout, Aubrey Thomas de Vere, Giselher Werner Hoffmann

De Amerikaanse dichter en schrijver John Robinson Jeffers werd geboren op 10 januari 1887 in Allegheny, nu Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

 

To A Young Artist

 

It is good for strength not to be merciful
To its own weakness, good for the deep urn to run
over, good to explore
The peaks and the deeps, who can endure it,
Good to be hurt, who can be healed afterward: but
you that have whetted consciousness
Too bitter an edge, too keenly daring,
So that the color of a leaf can make you tremble
and your own thoughts like harriers
Tear the live mind: were your bones mountains,
Your blood rivers to endure it? and all that labor
of discipline labors to death.
Delight is exquisite, pain is more present;
You have sold the armor, you have bought shining
with burning, one should be stronger than
strength
To fight baresark in the stabbing field
In the rage of the stars: I tell you unconsciousness
is the treasure, the tower, the fortress;
Referred to that one may live anything;
The temple and the tower: poor dancer on the flints
and shards in the temple porches, turn home.

 

 

 

 

The Bed By The Window

 

I chose the bed downstairs by the sea-window for a good death-bed
When we built the house, it is ready waiting,
Unused unless by some guest in a twelvemonth, who hardly suspects
Its latter purpose. I often regard it,
With neither dislike nor desire; rather with both, so equalled
That they kill each other and a crystalline interest
Remains alone. We are safe to finish what we have to finish;
And then it will sound rather like music
When the patient daemon behind the screen of sea-rock and sky
Thumps with his staff, and calls thrice: "Come, Jeffers."

 

 

 

 827374-b6d8e5412b94b8b2d9af50f78e1100dc.jpg

Robinson Jeffers (10 januari 1887 – 20 januari 1962)

 

 

 

 

De Russische schrijver Alexei Tolstoy werd geboren op 10 januari 1883 in Sosnovka. Zie ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Uit: Ordeal (Vertaald door Ivy en Tatiana Litinov)

 

„He began with general statements, speaking in level tones, trying to establish contact with the audience. He spoke of the world war, which the two predatory groups, who had each other by the throats, neither could nor would bring to an end-of the crazy profiteering in famine. He said only the proletarian revolu-tion could bring the war to an end...

He said there were two ways of fighting famine: one was unrestricted private trade, distending the profits of the speculators, the other-state monopoly. He moved three paces from the end of the table, and bent towards his audience, thrusting his thumbs into the armholes of his waistcoat. This pose brought into prominence his domed brow and big hands, and Dasha noticed that the index finger of his right hand was inky.

"We have always stood, and always will stand, shoulder to shoulder with the class together with which we came out against war, together with which we have overthrown the bourgeoisie, and together with which we are bearing the whole brunt of the present crisis. We must stand by grain monopoly to the end..." (At these words the young man with the toothy grin gave an approving grunt.) "It is our task to conquer famine, or at least to lessen its burden till the coming of the harvest, to enforce the grain monopoly, the rights of the Soviet government, the rights of the proletarian state. We must gather up all grain surpluses and see that stocks are sent where most needed, and are properly distributed...

"But our main task is to keep society going and see that the stupendous work required is never relaxed - and this can only be accomplished by united, unremitting effort..."

The breathless silence was broken by a hollow exclamation, the cry of some tormented soul stumbling on the icy ascent to which the man in the grey suit was urging them all. His brow seemed to hang above the audience-beneath its protuberances the eyes were steady, inexorable.“

 

 

 827374-e9ab1a9e3cd9e4ac5d9e2bf6c035c734.jpg

Alexei Tolstoy (10 januari 1883 – 23 februari 1945)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Eekhout werd geboren op 10 januari 1900 in Sluis. Zie ook mijn blog van 10 januari 2007 en ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

 

Sonnet van den prijs der schoonheid

 

Sinds Schoonheids Wezen mij werd openbaar

In U, o Vrouw, vermag geen ander beeld,

Hoe aardsch volkomen ook en droom omstreeld,

Te schutten voor het goddelijk gevaar:

 

Het hemelsch vuur dat hart en ziel verteert,

De helle liefde die verlamt de kracht,

De helsche angst voor de onontkoombre macht

Des naderenden Doods, die àl vermeêrt.

 

Hier baat noch toorn, noch vloek, noch smeekgebed.

Geen heimlijk hol biedt schuil, geen vlucht die redt,

Geen die 't beleg van God en Dood ontzet.

 

Wee mij, heil mij, die, Vrouw, aanvaardde uw eisch.

Maatlooze foltering is Schoonheids prijs.

Hoop. Wanhoop. Ondergang en Paradijs.

 

 

 

827374-b999ea5b9d298dc56d3791f7e8abde11.jpg
Jan H. Eekhout (10 januari 1900 – 6 maart 1978)

Sluis 

 

 

 


De Ierse dichter en criticus
Aubrey Thomas de Vere werd geboren in Adare, County Limerick, op 10 januari 1814. Zie ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

 

THE BAPTISM OF ST. PATRICK

 

“How can the babe baptiséd be
  Where font is none and water none?”
Thus wept the nurse on bended knee,
  And swayed the Infant in the sun.

 

“The blind priest took that Infant’s hand:
  With that small hand, above the ground
He signed the Cross.  At God’s command
  A fountain rose with brimming bound.

 

“In that pure wave from Adam’s sin
  The blind priest cleansed the Babe with awe;
Then, reverently, he washed therein
  His old, unseeing face, and saw!

 

“He saw the earth; he saw the skies,
  And that all-wondrous Child decreed
A pagan nation to baptise,
  To give the Gentiles light indeed.”

 

Thus Secknall sang.  Far off and nigh
  The clansmen shouted loud and long;
While every mother tossed more high
  Her babe, and glorying joined the song.

 

 

 

 827374-7895dc441e972c7b13091e17a849b618.jpg

Aubrey Thomas de Vere (10 januari 1814 - 20 januari 1902)

De Franciscan Friary in Adare, County Limerick

 

 

 

 

De Duitstalige, uit Namibië stammende, schrijver Giselher Werner Hoffmann werd geboren op 10 januari 1958 in Windhoek. Zie ook mijn blog van 10 januari 2009.

 

Uit: Recensie: Ingrid Kubisch over Diamantenfieber

 

„Hoffmann gelingt es trotz des dauernden Wechselns zwischen den Zeitenabschnitten die Spannung zu halten, welche sich zum Ende hin verdichtet. Hoffmann hat gut recherchiert. Der Hintergrundinformationen über die Kolonialzeit, die sozialen Umstände der reichen Weißen, der armen Weißen und der armen Farbigen und Schwarzen als auch und den menschenunwürdigen Zuständen auf der Haifischinsel wird Genüge getan. Die Auskünfte über den Krieg und die Diamantensuche sind interessant und wirken nicht drosselnd auf das Geschehen noch hat man das Gefühl, dass die Geschichte der Harenbergs, der Schlütters und der Robertses in das Geschehen forciert worden wären. Die Geschichte hätte sich tatsächlich so abspielen können. Auch die kleinen aufschlussreichen Nebeninformationen, zum Beispiel wie man Fieberthermometer vor zu großer Hitze schützt, naturheilkundliche Behandlungen und Interessantes zur damaligen weiblichen Haarmode machen das Buch abwechslungsreich.“

 

 

 

827374-269f75e146f22cd9f9f8af030034efec.jpg
Giselher Werner Hoffmann
(Windhoek, 10 januari 1958)

Geschreven door Romenu om 19:18 Reageer op dit bericht

Adrian Kasnitz

De Duitse  dichter en schrijver.Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Kasnitz groeide op in Lüdenscheid en studeerde in Keulen en Praag (MA 2002). Hij schrijft poëzie, proza​​, essays, en richt zich op fotografie en geschiedenis. Gedichten zijn verschenen in tal van literaire tijdschriften en bloemlezingen, zoals in Der Große Conrady. Sinds 2003 runt hij zijn uitgeverij Parasitenpresse, waarin  poëzie en proza verschijnt. Kasnitz is mede-organisator van de Lesebühne am Brüsseler Platz.

 

Uit: Innere Sicherheit

 

am bankomat leuchten die augen. ein glückender glanz

der sich spiegelt im lcd. du bist jung, du siehst gut

aus, dein kleid findest du in einer hippen filiale

(wie in jeder stadt). in die city, das ist dein sinn nach

der arbeit, nach dem essen, nach der liebe. aber was dein

mann sagt, bleibt geläufig: in die city, das ist sein sinn.

aus dem bankomat fallen scheine, deine gunst & dei

ne blütenfrische. das papier ist rein, jeder mag es

wie du dich bewegst von boutique zu boutique. kauf dir was

schönes, ein kind, wie es in der werbung lacht, weil der wunsch

einfach zu begleichen war mit der goldenen karte.

ein chip, der deine daten trägt, deine maße. dein slip

wird er feucht beim anblick der flakons? bei musik die der

kaufhaus-dj auflegt für deinen privaten cash-flow?

 

 

 

939413-0bae594565137be064dc3f166f71e335.jpg
Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten