Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 28 januari 2011

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Ismail Kadare

De Palestijns-Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Richtingwijzers

 

Je moet onthouden
Dat oude meisjes soms een bel
Onder hun losgekomen vel
Opblazen. Alsof wereldbollen
Onder mijn handen doorrolden
Kwamen hun gladde lijven langs.
Der gladheid egels vol van angst.

Je moet onthouden
Hoe stiekem een nijlpaard stond
Te huilen aan de Vlaamse Kaai.
Zijn hoedje was hem afgewaaid.
Zijn bek lag heel lang op de grond.
Van suiker hield hij zeker niet.
Ik dacht niet dat hij me verstond.

Je moet onthouden
Dat iemands oude ogen breken
Als oud glazuur. Het bleken
Haar wimpers zelf die toeklapten
Vastkleefden en haar uitpakte.
Ik ben de weg kwijt en ik weet
Niet waar op ik mijn pijlen schiet.

 

 

 

 

I - hudson’s shortcut

 

in wezen lagen jullie in de weg

wij kwamen meegevaren op de droom

van een malloot: die hudson had gezegd

dat hij een shortcut kende naar den oost

 

immer gerade aus langs de noordpool

dan kwam je snel in indië terecht

en wij geloofden deze vent, we volgden

zelfs toen hij ijskoud polste: ‘of naar west…?’

 

kapitein hudson was al eens ontslagen

en toen hij aan een vreemde baai bezwoer

dat we om in azië te raken slechts nog

dwars door amerika heen moesten varen

toen voeren we al niet meer – rotsvast geklemd

van kop tot kont in ’t nieuwe continent

 

 

 

II - nieuw amsterdam

 

de baai lag als een uitgestrekte vinger

vanaf het vaderland op ons te wachten

wij gingen er op pad, we stampten rond

wegwijzend in een leeg maar vruchtbaar gat

 

wellicht dat enkel uit ons lijf, dat nimmer

één volk, één god voor zich had kunnen winnen

dat zelf oprees uit schuim van minderheden

een babelstad als dit zich kon ontspinnen

 

wie leerde u hier het ware smelten? wie

zei: handel vrij, wees anders, wees gelijken

dat dromen zich als aandelen verspreiden?

de wereldkampioen in immigreren

dat waren wij, een verre vonk van vrijheid

amerika een holland in het klein

 

 

 840540-b570118888d810e4e034e566b448fb3a.jpg

Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Thai Dancer

 
Mij een beurt geven? vier lippen koffiezwart, bewegingen

 uit Siam, bloeduitstorting; tot zover de wereld

 van lijflijkheid die zich in twee getallen laat vangen:

 zes, negen...

 Liefde rookt als de revolver tussen je gebit

 wat jij dan metaforisch noemt voor leven

 ...Als verschijnt daar een wraakengel, duikt achter je

 rug de gedaante op van de - man die ijswit

 oprijst uit een lichaam of hij door dat lichaam

 uitgeblazen wordt dat hij vernietigt op zijn beurt - Dood.

 

 De spiegel met mijn voeten erin.

 Gekauwde korsten glas.

 

 Het zijn lucifers zin met fotosnippers zinloosheid.

 

 Wat hier?

 Een prop verdriet.

 En dit?

 Mijn hart.

 (De kleur van vlees

 in marinade.)

 

 

 

 

Motorcycle boy

 

Als zwakke hielpezen in bottines met stalen neus;

zo verkeert ze met mij in de Violent Room,

vrouw gehurkt, met scharlaken hartjesmond

rond zwartmetalen penis: (Die tegen mijn been

oprijdt: Mevrouwtje Angst, met verkeerde vingers

naar mijn verkeerde buik; spartelende vis Genot

trekt ze als een zilverdraad uit mijn ruggewervels;

meisjesvinger rond de trekker dansend.) ‘Schoonheid is het

sublieme geweld alleen.’ Wat zich dan ook voltrekt.

 

 

 

Boomhut (2)

 

Vanzelfsprekend word je hierdoor geneuried, een windstoot
slist je naam (verkeerd): de zwelling aan je oog
vloeit uit in vergezicht. Hoe je zover gekomen bent.
De opgehaalde ladder als een lam been.
Al het graaiende beneden mag een ziekte zijn,
je wordt toch niet benaderd, hoewel het sap
als bloed pulseert en driftig lustberichten doorseint.
Je vraagt je af hoelang het duurt
voor je voeten wortel schieten in de stam.

 

 

 

 840540-de9dd6044e55e0607379d73584a20bf3.jpg

Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

wer spricht bei schnee schon


von fraktalen
da steht ein bauzaun
jetzt
so bald die augen aber blinzeln
vor flockensaum
belügst du dich
siehst die alte telefonzelle wieder
sprichst muschelgetuschel
ins leere
liebesgezeter
wie einst an die blechwand gelehnt
da war noch platz
zwischen bordstein und gelben gehäuse
für moos und mäusegerste
so verwahrt vor unkrautex und dioron
zog es nachts sogar die nager dahin
(zur wildrabatte)
doch nun ziehst du schweigend davon
und in der tasche klingelt leise
dein mobiltelefon

 

 

 

Rolltreppe

 

metallische stufen
wie können die fahren
metallische stufen
wie können die fahren
ein fluch ist dahinter
und eine kette
ein fluch ist dahinter
und eine kette

 

 

 

 840540-cbab5c1e4b43dfc327446d75b56d25ef.jpg

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

 

 

 

De Albanese dichter en schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Childhood

 

My childhood - ink-stained fingers,
Bells in the morning,
The muezzin at dusk,
Collections of cigar boxes and old stamps,
Trading one Ceylon
For two Luxembourg.
Thus they passed,
Childhood days,
Chasing after a rag ball, raising dust and cries,
A rag ball,
Made of grey Albanian rags.

 

 

 

And when my memory

 

And when my fading memory,
Like the after-midnight trams,
Stops only at the main stations,
I will not forget you.

I will remember
That quiet evening, endless in your eyes,
The stifled sob upon my shoulder,
Like snow that cannot be brushed off.

The separation came
And I departed, far from you.
Nothing unusual,
But some night
Someone's fingers will weave themselves into your hair,
My distant fingers, stretching across the miles.

 

 

 

Vertaald door Robert Elsie

 

 

 

840540-570893a7eecd48de0bceb3ece4595a71.jpg
Ismail Kadare (Gjirokastër, 28 januari 1936)



Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 17:14 Reageer op dit bericht

Miguel Barnet, José Martí, Hermann Kesten, David Lodge, Wies Moens

De Cubaanse dichter en schrijver Miguel Barnet werd geboren op 28 januari 1940 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Uit: The Language We Speak

 

„Our Cuban variant of the Spanish language is a spicy potato dish in which, among others the Spanish, the indo-West Indian, and the African of Yoruba, Bantu or Carabali origin have combined, just to mention only three African linguistic sources, in view of which we should also assume an objective position, not an embarrassing or discriminatory one. The world “chévere”, very Cuban, is used today in many countries in the Americas, where it arrived by way of Cuban music; however, it’s barely used in Cuba now. “Asere” and “ecobio”, also of African roots, have expanded as ways of addressing people, particularly the first one, among our youngsters since the 1960’s. Today, their use is common in Cuban vocabulary and not necessarily poor Cubans. They’re contributions from other languages that have been gradually incorporated into the Cuban Spanish and that are part of our culture. Words coming from religious systems or fraternity and mutual help societies like the Abakuá Society, but that have acquired a new semantic value, according to the persons using them and the intention with which they do. 

Between all of us, we have gradually elaborated this rich spicy dish throughout the long cooking process identifying us as the Cuban linguistic community. We’re not defending the use or abuse of vernacular words, because “Cuban” means not only what is popular, picturesque, and vulgar; that’s not only a very narrow conception, but a wrong one. Cuban is also what is educated, more elaborate.”

 

 

 840538-322b359a117ec8047193b51b9468e1a2.jpg

Miguel Barnet (Havanna, 28 januari 1940)

 

 

 

 

De Cubaanse dichter en schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

I have a white rose to tend

 

I have a white rose to tend
In July as in January;
I give it to the true friend
Who offers his frank hand to me.
And for the cruel one whose blows
Break the heart by which I live,
Thistle nor thorn do I give:
For him, too, I have a white rose.

 

 

 

Because your eyes were two flames

 

Because your eyes were two flames
And your brooch wasn't pinned right,
I thought you had spent the night
In playing forbidden games.

Because you were vile and devious
Such deadly hatred I bore you:
To see you was to abhor you
So lovely and yet so villainous.

Because a note came to light,
I know now where you had been,
And what you had done unseen —
Cried for me all the long night.



Vertaald door Manuel A. Tellechea



 840538-4db97caa236814fe2a8f3463e9aab58d.jpg

José Martí (28 januari 1853 – 19 mei 1895)

Standbeeld in het José Martí park, Guantanamo City

 

 

 

 

De Engelse schrijver en literatuurwetenschapper David Lodge werd geboren op 28 januari 1935 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2008 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Uit: Author, Author

 

„In the 1880s, if he was in town on a Sunday and the weather was dry, Henry James would often walk from his rooms in Bolton Street, Piccadilly, or later from his more commodious quatrième in De Vere Gardens, South Kensington, up to the heights of Hampstead, to visit George Du Maurier.

Their acquaintance had begun at a time when Henry's social and artistic horizons were rapidly expanding. His second novel The American had made an impression on both sides of the Atlantic in 1877, and the novella Daisy Miller was a palpable "hit" in 1879. The appearance of Washington Square and The Portrait of a Lady a couple of years later consolidated his claim to be the coming man of the literary novel in the English-speaking world. His elegant, cosmopolitan essays appeared in the most prestigious reviews. Hostesses competed for his presence at their dinners and soirees. His diary was always full. Only by fleeing occasionally to France or Italy could he escape the relentless pressure of London social life.

So, as he himself was aware, it was a cause of puzzlement and even jealousy on the part of some of his friends that he gave so much of his time to the Du Mauriers, who were neither rich, nor "smart" nor dazzlingly clever. Poor Emma was certainly none of those things, and aspired to be nothing more than a comely, caring wife and mother. Du Maurier himself was good for light repartee at a dinner table, or a musical evening at home, but he was not intellectual; indeed, he was something of a philistine in cultural matters, constantly sniping at the Aesthetes in his cartoons from the conservative ramparts of Punch. Henry knew all this, but didn't care. He liked Du Maurier, he liked his family, and he liked spending Sundays with them.

Henry, who turned 40 in 1883, was 10 years younger than Du Maurier, but they might have been contemporaries as far as looks went, and in many ways Henry, with his bushy beard, balding pate and incipient paunch, appeared the older and more mature. Du Maurier always had a slightly boyish air about him, even when his hair began to turn grey, whereas Henry had cultivated a middle-aged persona as early in his life as he plausibly could.”

 

 

840538-a69ade8883c4541c396445ed3fedbf30.jpg
David Lodge (Londen, 28 januari 1935)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Kesten werd geboren op 28 januari 1900 in Podwoloczyska (tegenwoordig Oekraïne). Zie ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Ich bin der ich bin

 

Ich stehe an der Barriere. Ich kann nur zurückblicken.
Oder den Propheten spielen.
Schließlich halte ich mich an der Gegenwart,
Einem Geländer, das abbricht.
Je länger ich mit mir umgehe, um so weniger kenne ich mich.
Gleich wird die Sonne untergehen.
Die Nacht beginnt, die nie mehr endet.
Es ist eine Finsternis, an die man sich nicht gewöhnt.
Das Haus, das einstürzt. Schnee, der schmilzt.
Eine Stimme, die aufhört.
Ich hatte hundert Freunde. Tausende kannte ich beim Namen.
Die Erde deckt sie.
Ich sollte zweimal leben. Hatte ich andere Absichten?
Verfehlte ich meine Träume?
Bin ich abgestürzt und merkte es nicht?
Jemand spricht öffentlich von meinem Alter.
Wer hieß ihn meine Jahre zählen?
Ich habe also weniger Haare und Zähne?
Ich bin der ich bin.
Einer der mit Schatten spielt.
Ein Erfinder von Figuren,
Erzähler absurder Geschichten aus deinem und meinem Leben.
Ich amüsiere mich über die komischen Repetitionen
Meinesgleichen.
Sie sehn wie Götter aus, die schon im Anfang aufhören.
In einer Welt, die ein Hiatus ist,
Ein Vexierrätsel, das keinen vexiert.
Ich gehe und blicke mich um.
Ruft er mich schon?

 

 

840538-75de566c1419577fb087b056dc95b199.jpg 

Hermann Kesten (28 januari 1900 – 3 mei 1996)

 

 

 

 
De Vlaamse dichter en schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang

 

Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang!

Tusschen geringen staan en hun oogen richten

naarboven, waar blinken Uw eeuwige sterren.

Ik wil een snoeier zijn in de wijngaard,

een werkman bij de druivepersen.

Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang!

Mijn woord in den mond van stamelaars,

mijn hand voor die liggen langs het pad.

En voor het raam van mijn woning

een vlam in den nacht:

dat wie verdolen mocht

richt zijn schreden

naar het Huis van Toevlucht.

Ik zal het waschbekken klaar zetten,

brood en wijn op de tafel -

en het boek geopend

aan de parabel van den Goeden Herder.

 

 


840538-7b36cc2fdc3a9c049e6c8590289b04d1.jpg
Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)
Geschreven door Romenu om 17:07 Reageer op dit bericht

Manfred Jendryschik, Mo Rocca, Hermann Peter Piwitt, Colette, Christian Felix Weiße

De Duitse dichter en schrijver en uitgever Manfred Jendryschik werd geboren op 28 januari 1943 in Dessau. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Vom Wasser

Manchmal, scheint’s tröstlich, gehen auch die Könige
baden, siehe der zweite Ludwig, soeben
war er noch da, nun sucht er Atlantis. Die Immunität
von Pinochet wurde zu spät aufgehoben, Franco
starb friedlich im Bett wie Stalin, der Mörder
von Luther King sollte nie gefunden werden. Warum
nur, fragt sich der kleine Mann in der Wanne (und sei’s drum:
Müller-Lüdenscheidt) etabliert sich das Unrecht
so weltweit und immer wieder, ganz sentimental-
faschistoid-heimatliebend, Mr. President? Usedoms
genannte Kaiserbäder sagen ein Herzliches
Willkommen wie auch den Diktatoren
der Kontinente, aber die waschen sich, hört man, anderswo
in aller Unschuld das Blut von den Fingernägeln.
Und es hilft ja auch nichts,
  regelmäßig die Kurtaxe zu zahlen.

 

 

 840526-83a43ea60a3459aa0d1908b2d355b4d9.jpg

Manfred Jendryschik (Dessau, 28 januari 1943)

Dessau 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, satiricus en komiek Mo Rocca werd geboren op 28 januari 1969 in Washington, DC. Zie ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Uit: All the Presidents' Pets

 

„The segment was part of MSNBC’s latest experiment in primetime news, Hard Time with Jim Traficant, starring the flamboyant former Ohio congressman and convict with the Davy Crockett hairpiece. From prison Jim had seen me on TV and become a fan. When MSNBC approached him, he demanded I join the ensemble. “You get me that Mo. He works my funnybone real good.”

Unfortunately Hard Time was scheduled against the mighty Bill O’Reilly. If O’Reilly and his two million viewers occupied a no-spin zone at the nucleus of cable news, we were a negatively charged speck in the outermost valence shell.

This was hardly the kind of work I envisioned when as a boy I dreamed of covering presidential politics. It was humbling, to say the least. (Only moments earlier C-SPAN’s Brian Lamb had gone ballistic on me for overheating his Sara Lee cheese Danish. “You’re supposed to poke a hole in the plastic before you nuke it, retard!” he shouted.) To make matters worse I was saddled with a 315-pound cameraman named Phil, who spent most of the day on his cell phone, strategizing with the other co-plaintiffs from his never-ending class action obesity suit against McDonald’s. “You heard it here first, girlfriend. Our payday is coming!” he screamed into his phone that morning. If I tried to get sharp with him, he only threw it back in my face, reminding me of his own glory days. “When Morley interviewed Betty Ford, guess who did the light-meter reading,” he gloated.“

 

 

840526-8c0662daba74dfb7c831db5befdb9c2f.jpg
Mo Rocca (Washington, 28 januari 1969)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hermann Peter Piwitt werd geboren op 28 januari 1935 in Wohldorf bij Hamburg. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Uit: Ein unversöhnlich sanftes Ende

 

„Aber da spielte Ditschi schon im ersten Club der Stadt. Und natürlich hatte er, wie jeder ordentliche Mensch, einen richtigen Nachnamen. Aber der tat nichts zur Sache und interessierte nur die Zeitungen, in denen er nun jeden Montag stand als der, der an allen vorbei, an dem niemand vorbei. Für das Territorium spielte er viele Male. Und noch immer, wenn die Wochenschau ihn zeigte, wirkte er dabei weich, schlaksig, fast pomadig. Aber machte er dann ernst, tanzte er die Gegner aus, glitt um sie herum, als habe sich die Brillantine irgendwann wie ein auratischer Film um seinen Körper gelegt.
Tatsächlich war er am Ende der einzige mir bekannte Mensch, der die Redensart beglaubigte, daß jemand wie ein Fragezeichen aussah. Zum Glück hatte er es da schon nicht mehr nötig, nach überhaupt etwas auszusehen. Er war längst Ehrenbürger der Stadt, besaß Mietshäuser und ließ es sich nicht nehmen, hieß es, im Verzugsfall auch mal persönlich zu kassieren. Und die Betroffenen waren so geschmeichelt, daß sie lieber mal auf eine neue Kinderkarre, den dringend notwendigen Wintermantel verzichteten, als einem wie ihm was schuldig zu bleiben.
So war ich auch nicht überrascht, als ich, vor einigen Jahren, in einen Findling am Eingang zu einem kleinen Stück Grün mit Büschen und Bänken im Zentrum des Viertels seinen Namen eingemeißelt fand. Man hatte das Grün zum Park erklärt und, nachdem Ditschi einen Verkehrsunfall nicht überlebt hatte, nach ihm benannt. Seitdem sitze ich oft da. Nicht unbedingt wegen Ditschi, sondern weil es dort an ersten sonnigen Frühlingstagen wärmer als woanders, weil windstill, ist. Auch sind große Läden gleich in der Nähe und ein Blumenstand mit einer Hutzel, von deren angegrauten Rosen meine Frau, die Blumen liebt, behauptete, schönere und billigere gebe es nirgendwo.“

 

 

 840526-b96c739a1009dcd627c4442a26f44282.jpg

Hermann Peter Piwitt (Wohldorf, 29 januari 1935)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Colette werd geboren op 28 januari 1873 in Saint-Sauveur-en-Puisaye. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

Uit: Claudine à l'école


“
Chers bois! Je les connais tous; je les ai battus si souvent. Il y a les bois-taillis, des arbustes qui vous agrippent méchamment la figure au passage, ceux-là sont pleins de soleil, de fraises, de muguet, et aussi de serpents. J'y ai tressailli de frayeurs suffocantes à voir glisser devant mes pieds ces atroces petits corps lisses et froids; vingt fois je me suis arrêtée, haletante, en trouvant sous ma main, près de "la passe-rose", une couleuvre bien sage, roulée en colimaçon régulièrement, sa tête en dessus, ses petits yeux dorés me regardant; ce n'était pas dangereux, mais quelles terreurs! Tant pis, je finis toujours par y retourner seule ou avec des camarades; plutôt seule, parce que ces petites grandes filles m'agacent, ça a peur de se déchirer aux ronces, ça a peur des petites bêtes, des chenilles velues et des araignées des bruyères, Si jolies, rondes et roses comme des perles, ça crie, c'est fatigué, insupportables enfin.“

 

 

840526-374f1894dc7791b0f76f3c30361fc7ed.jpg
Colette (28 januari 1873 – 3 augustus 1954)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Felix Weiße werd geboren op 28 januari 1726 in Annaberg, in het Erzgebergte. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 28 januari 2009 en ook mijn blog van 28 januari 2010.

 

 

Der traurige Lukas

 

Als Lukas bey der Flasche saß,

Da weint er laut bey jedem Glaß,

Das er sich eingeschenkt:

Sein Nachbar sah ihm lange zu,

Und rief zuletzt: was weinest du?

Mein, sag mir, Lukas, was dich kränkt?

 

Die Flasche, seufzt er, kränket mich!

Trink ich einmal, wie grämt sie sich!

Wie schrecklich nimmt sie ab!

Ach ja, rief Stax, itzt seh ichs ein!

Und half dem armen Lukas schreyn,

Wenn dieser ihm zu trinken gab.

 

 

 

840526-2e3a197bd58fe860102b7621904a4d17.jpg
Christian Felix Weiße (28 januari 1726 – 16 december 1804)

Portret door Anton Graff, rond 1769

Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten