Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 23 februari 2014

Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

funeral in early spring

as the grave preacher recites
tired disingenuous clichés
on the glories of eternal life
a little girl wanders off
during her grandmother’s funeral
a girl of three or four
in her brand-new easter bonnet
bought three days earlier
with easter still weeks away

her mother had seemed horrified
at the girl’s fashion faux pas
but harried after weeks in the hospital
watching her own mother fade
she had reluctantly given in
to her daughter’s begs and cries
to wear the dress before its time

and now beneath the preacher’s words
the whispers grow among the spinsters
as they scowl at the impropriety
the very audacity of this splash of pink
gliding over the land of the dead

but the girl continues her dance
over the nearby graves
still far too young to pretend to understand
what it means to die

she dances along
her dress catching the breeze
floating upward as if buoyed by the souls
the memories
the empty silences
of the dead
flowing softly
into the promise of her silent womb

 

 

Twilight

These long stars
on

stalks
that have grown up

early
and are like

water
plants and that stand

in all
the pools and the lake

even
at the brim

of
the dark cup

before
your mouth these are

the one
slit star

 

 

 1554815-c07dfced23d8d723051db38a0637556a.jpg
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

 

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

 Uit: De schimmen (Vertaald door Adri Boon)

“Op 31 december brachten meneer en mevrouw Pagalday ’s morgens een bezoek aan de woning waarvan ze reeds eigenaar waren en die deel uitmaakte van het pand in aanbouw, Calle José Bonifacio 2161. Ze waren in het gezelschap van Bartolo Sacristán Olmedo, de tuinarchitect die ze in de arm hadden genomen om de twee brede balkons, aan de voor- en achterzijde, van planten te voorzien. Ze liepen over de trappen vol gruis omhoog tot halverwege het gebouw: het appartement dat zij hadden gekocht bevond zich op de derde verdieping. Elke woning besloeg een hele etage. Naast de Pagaldays waren er slechts zes andere eigenaars, die allemaal die ochtend, de laatste van het jaar, waren gekomen om te zien hoe het ermee stond. Bouwvakkers waren druk aan het werk. Rond elf uur liepen overal mensen. Eigenlijk was het de dag waarop contractueel de zeven appartementen moesten worden opgeleverd, maar zoals zo vaak gebeurt was er sprake van vertraging. Félix Tello, de architect van het bouwbedrijf, liep wel vijftig keer trap op trap af om antwoord te geven op alle vragen. De meeste eigenaars hadden iemand meegenomen: als het niet de tapijtlegger was om de maten op te nemen dan was het wel de timmerman, de tegelzetter of een binnenhuisarchitect. Sacristán Olmedo sprak over de dwergpalmen die in rijen op de balkons zouden komen te staan terwijl de kinderen Pagalday rondrenden door kamers waar vloeren, deuren en ramen nog ontbraken. Men was bezig de airconditioning te installeren, voordat de liften aan de beurt zouden zijn – na de feestdagen. Tot dan werden de liftschachten gebruikt om materiaal op te hijsen. Op hun zeer hoge hakken klommen de dames over de stoffige trappen vol brokken steen; aangezien ook de leuningen nog niet waren aangebracht was grote voorzichtigheid geboden. De eerste verdieping onder de grond was de garage, met een steil omhooglopende uitrit die nog niet voorzien was van de speciale antisliplaag.”

 

 1554815-81d4c4e27113e87cae0bee334f100fe6.jpg
César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

De Australische schrijfster Sonya Hartnett werd geboren op 23 februari 1968 in Box Hill, Melbourne. Zie ook alle tags voor Sonya Hartnett op dit blog.

Uit: Surrender

“Moke saw her standing at the end of the driveway and barked to alert Satchel. He had wandered from the clothesline to the chicken coop and into the old stables, but he came out and shielded his eyes against the glare of the setting sun. Chelsea was loitering at the side of the road, looking like she would bolt if she saw any hint of movement within the house she was watching intently. She was shy because she drove the school bus, the job that William used to do, but people were disturbed by William’s strangeness and frightened by his reputation, and Satchel knew Chelsea’s hesitation was anchored in that fear. It bothered Satchel when he saw people react this way to his father, who was never impolite, who had no mean streak in him, who was not a fighter or a drinker. But he understood, too, that there glittered in William’s eyes a cheery, jeery sort of madness, that his stiff, shuffling method of walking spoke of a mind that had lost its fluidity. People were wary of William -- Satchel, sometimes, was wary of him -- because William was crazy, and no one could expect him to be treated the same as everybody else.
Moke’s barking made Chelsea snap her head in their direction, and Satchel waved to her. She scurried up the driveway and as she got closer he saw she was carrying a large softbound book, the cover of which bore scribble. "Hi," she said, blinking fast. "I was wondering if I could talk to you?"
"Sure."
"I won’t stay long --I just need a minute -- I’m not disturbing you, am I? Tell me if I am, and I’ll go."
"I’m not doing anything" . . . . He stepped backward into the shadows of the stables, and she followed him to the edge of dimness, where she sat on the barrel of chicken feed and Satchel leaned against a wall.”

 

 1554815-f056e42d13664f98332959ac3f467207.jpg
Sonya Hartnett (Box Hill, 23 februari 1968)

 

 

De Nederlandse schrijver, filosoof en columnist Maxim Februari (eig. M. Drenth) werd geboren in Coevorden op 23 februari 1963. Maxim Februari publiceerde eerder onder de naam Marjolijn Februarti. Sinds 15 september 2012 gaat hij als man door het leven. Zie ook alle tags voor Maxim Februari op dit blog en eveneens mijn blog van 23 februari 2012.

Uit: Kabaal om een omelet (Column)

“Er zijn Duitse woorden die alleen in het Nederlands bestaan. Zoals unheimisch: geen Duitser die het kent. Het woord heeft, zeggen ze, vroeger wel iets betekend, maar niemand weet meer wat en tegenwoordig bestaat het niet lаnger. Nu zeggen dе Duitsers unheimlich waar wij unheimisch zeggen.
Zо zijn er ook Franse en Engelse woorden die alleen in het Nederlands bestaan. Nicoline vаn der Sijs gaf in haar 'Chronologisch woordenboek' ooit ееn lijst met zestig voorbeelden. Mainport, smoking, stationcar, hometrainer, ladyshave, bandrecorder, beamer: het zegt dе Engelsen niets.
Fransen weten weer niet wat we bеdоеlen mеt faillissement, brille, logé, plafonnière, bellettrie en maisonnette. Hugo Brandt Corstius kwam in zijn 'Opperlandse taаl- en letterkunde' met de voorbeelden chique en fluх de bouche. Chique is weliswaar ook in Frankrijk een woord, maar daar betekent het pruimtabak. En die flux de bouche krijg je als gevolg van dat pruimen. Met 'le milieu' bedoelen de Fransen de onderwereld.
Ik kоm hier zo plompverloren mee omdat iemand me aansprak over het citaat 'Jede Konsequenz führt zum Teufel'. Gek genoeg is dat ook louter bekend in Nederlandstalige kringen. Het wordt er ten onrechte toegeschreven aan 'de oosterburen', en dan naar believen aan Goethe, Luther of Brecht, of door eеn eenzame rebel ook wel aan Nietzsche. Soms is een Nederlander zo ijverig het citaat serieus te checken en die wendt zich beleefd tot een Duitse website met de vraag of men de bron еrvan kent. 'Hmm', antwoorden de Duitsers verveeld, 'Nooit van gehoord. Vast iets vаn Thomas Mann.'

 

 1554815-d70ffbc964121ce58d5d73e83cea97ca.jpg
Maxim Februari (Coevorden, 23 februari 1963)

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook alle tags voor Toon Kortooms op dit blog.

Uit: Help! De dokter verzuipt...

“Hij heeft het ons persoonlijk verteld. Tegen een Dajak die met een zieke buik bij hem kwam, zei hij: man, ge zijt zo rot als een mispel. Gij gaat eraan. Maar gij dan toch eerst, zei die koppensneller die zijn gereedschap had meegebracht. Geneesheer Angelino was derhalve wel gedwongen de vent te opereren. Uit eigen lijfsbehoud. Hij legde de Dajak op zijn snijtafel en haalde het gezwel uit 's mans buik. De kerel leeft nog. Snelt weer volop koppen. Kan navraag lijden. Wordt driehonderd jaar en moet tenslotte doodgeknuppeld worden.
Ook deed Angelino ons het verhaal over de vrouw van een hoge Britse peer. Eveneens op Borneo. Altijd een fraai uitgevoerde vrouw geweest. Wordt wat dik naar haar zin. Slikt te veel vermageringspillen en krijgt vouwen en rimpels in haar gezicht. Weg schoonheid! Gaat die taart naar Angelino. Wijfje, wijfje, zegt hij in het Engels, wat ben jij verrekte tanig! Je lijkt van voren wel een kippekont. Ik zal je helpen. Hij met het mes eraan: vel boven op haar hoofd strak bijeentrekken, afbinden, frot wegknippen, wond dichtnaaien. Zo, zegt hij, nou heb je weer een mooi strak smoeltje. Die vrouw naar huis. Darling, zegt haar vent, wat heb je een grappig kuiltje in je kin gekregen! Kuiltje in mijn kin? zegt zij, de spiegel raadplegend. Welnee, honey, dat is mijn buiknagel!
Dergelijke verhalen deden er over Edmund Angelino de ronde. Hij strooide ze zelf rijkelijk uit en vertelde ze met zoveel gloed dat men ze ging geloven.
Voorwaar geen fijnzinnige humor. Maar wat wilt u? Angelino was in zijn spraak allerminst fijnzinnig. Hij slingerde met ruige woorden en barbaarse uitdrukkingen. Ze hoorden bij zijn rauw uiterlijk. Wij die dit alles met blozende kaken neerschrijven, kunnen het niet helpen.”

 

 1554815-e5d87d4fc05a329660f15a9e69935ec7.jpg
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)
Scene uit de film uit 1974 met Jules Croisset als dokter Angelino
en Leen Jongewaard als veldwachter Van Bree

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:26 Reageer op dit bericht

Erich Kästner, Jef Geeraerts, Bernard Cornwell, Elisabeth Langgässer, Samuel Pepys

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

Nachtgesang des Kammervirtuosen

Du meine Neunte letzte Sinfonie!
Wenn du das Hemd anhast mit rosa Streifen ...
Komm wie ein Cello zwischen meine Knie,
und laß mich zart in deine Seiten greifen!

Laß mich in deinen Partituren blättern.
(Sie sind voll Händel, Graun und Tremolo.)
Ich möchte dich in alle Winde schmettern,
du meiner Sehnsucht dreigestrichnes Oh!

Komm, laß uns durch Oktavengänge schreiten!
(Das Furioso, bitte, noch einmal!)
Darf ich dich mit der linken Hand begleiten?
Doch bei Crescendo etwas mehr Pedal!

Oh deine Klangfigur! Oh die Akkorde!
Und der Synkopen rhythmischer Kontrast!
Nun senkst du deine Lider ohne Worte . . .
Sag einen Ton, falls du noch Töne hast!

 

 

Niedere Mathematik

Ist die Bosheit häufiger
oder die Dummheit geläufiger?
Mir sagte ein Kenner
menschlicher Fehler
folgenden Spruch:
"Das eine ist ein Zähler
das andere ein Nenner,
das Ganze - ein Bruch!"

 

 1554812-31bf20b285db290508b315f2d1fd3fcb.jpg
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)
Als jongen op de muur van Villa Augustin (Kästner museum), Dresden 

 

 

De Vlaamse schrijver Jef Geeraerts werd geboren op 23 februari 1930 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jef Geeraerts op dit blog.

Uit: De zaak Alzheimer 

"Om kwart over zes zoemde de telefoon. Verstuyft schrok op uit zijn slaap, wist enkele seconden lang niet waar hij was en greep de hoorn. Het was adjudant Vermeersch, die wist te melden dat de tweede rijkswachter, opperwachtmeester Moreaux, vlakbij het sas van Schoten in het water was aangetroffen met een hoofd- en een borstschot.
'Het wordt eentonig,' merkte Verstuyft op. 'Lacht ge mij uit of meent ge 't serieus?' schoot Vermeersch uit, die weinig ironie bezat.
'Jefke, ik bedoel drie autopsieen op één dag. Geef toe dat dit niet zo gauw voorkomt in de carrière van een politieman.'
Met Vermeersch nam Verstuyft graag het ironische air aan dat Vincke meestal met hem aannam.
(…)

“Op dat ogenblik spoot een helwitte gloed uit het glanzende voorwerp tegelijk met een oorverdovende explosie, het hoofd kreegt een klap als van een voorhamer en het lichaam viel zonder een kik te geven als een blok tegen het hek, één arm ging in een stuiptrekking omhoog, waarna het lichaam gekromd bleef liggen. Kort na elkaar volgden nog vijf explosies die als kanonschoten door de nacht scheurden.
De man in het zwart deed toen (rustig, accuraat, snel) het volgende: zijn wapen weer onder het jack steken, zich voorover buigen, nauwkeurig toekijken, knikken, naar de wagen lopen, waarvan de motor stationair draaide, instappen, het portier dichtslaan, achteruit rijden, zachtjes, heel zachtjes in de richting van de Eglantierlaan verdwijnen.“

 

 1554812-d9a1dbecb78c75135e04ee406520105a.jpg
Jef Geeraerts (Antwerpen, 23 februari 1930)

 

 

De Britse schrijver Bernard Cornwell werd geboren op 23 februari 1944 in Londen. Zie ook alle tags voor Bernard Cornwell op dit blog.

Uit: The Last Kingdom

„I also remember that day as beautiful and perhaps it was. Perhaps it rained, but I do not think so. The sun shone, the seas were low, the breakers gentle and the world happy. The hawk’s claws gripped my wrist through the leather sleeve, her hooded head twitching because she could hear the cries of the white birds. We had left the fortress in the forenoon, riding north, and though we carried hawks we did not ride to hunt, but rather so my father could make up his mind.
We ruled this land. My father, Ealdorman Uhtred, was lord of everything south of the Tuede and north of the Tine, but we did have a king in Northumbria and his name, like mine, was Osbert. He ruled to the south of us, rarely came north, and did not bother us, but now a man called Ella wanted the throne and Ella, who was an Ealdorman from the hills west of Eoferwic, had raised an army to challenge Osbert and had sent gifts to my father to encourage his support. My father, I realise now, held the fate of the rebellion in his grip. I wanted him to support Osbert, for no other reason than the rightful king shared my name and foolishly, at ten years old, I believed any man called Osbert must be noble, good and brave. In truth Osbert was a dribbling fool, but he was the king, and my father was reluctant to abandon him. But Osbert had sent no gifts and had shown no respect, while Ella had, and so my father worried. At a moment’s notice we could lead a hundred and fifty men to war, all well armed, and given a month we could swell that force to over four hundred foemen, so whichever man we supported would be the king and grateful to us.”

 

 1554812-d403ae09240da899475ca1b6aa7a46d7.jpg
Bernard Cornwell (Londen, 23 februari 1944)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elisabeth Langgässer werd geboren op 23 februari 1899 in Alzey. Zie ook alle tags voor Elisabeth Langgässer op dit blog.

Uit:Glück haben

„Dieses merkwürdig endende Selbstgespräch hörte ich auf der Gartenbank eines ländlichen Sanatoriums, welches gleichzeitig Altersheim war. Ich wartete damals auf einen Bekannten, den wir kurz vor dem Ende des letzten Krieges mit einem Nervenschock aus dem Keller seines Hauses gezogen hatten; sein Kopf ging wie ein Uhr perpendikel immer ticktack hin und her ... immer ticktack, ganz friedlich, ganz ruhig, niemand von uns (weder ich noch mein Mann noch die Skatfreunde meines Bekannten) hätten sich drüber gewundert, wenn die Stunde gerade halb oder voll war, noch den Westminstergong zu hören - ticktack und den Westminstergong. Na ja. Aber diese Geschichte steht auf 'nem anderen Blatt.
Übrigens war die Heilanstalt ein wahres Paradies. Schöner Park, alte Bäume, das Haus dahinter ein märkisches Landschloß: zwei einfache Flügel und eine Freitreppe in der Mitte - bißchen kleiner, wäre es ein Wohnhaus in Caputh oder Bernau gewesen. Wie gesagt, es war wirklich ein Paradies, wie es gleich hinterm Friedhof kommt. Wir wünschten uns alle damals so etwas ähnliches, um uns vier Wochen auszuruhen. Aber wer hat das Glück? Neben mir saß eine ältere Frau; das heißt, ob sie eigentlich älter war, kann ich nicht mehr mit Sicherheit sagen. Sie war verrückt, das stand einwandfrei fest. Auf gar keinen Fall gehörte sie etwa nur in das Altersheim. Aber alt oder nicht alt - keine von uns sah damals gern in den Spiegel. Auch die da: Wenn ich mir's jetzt überlege, war sie weder - noch. Sie war keins von beiden: Nicht alt und nicht jung - natürlich nicht jung -, doch ihr Gesicht ganz glatt wie ein Ei unter vollkommen schlohweißenHaaren. Man wird sagen, solche Gesichter gibt's viele.“

 

 1554812-9185afd1dca106f25c53f0a67dc9ad8f.jpg
Elisabeth Langgässer (23 februari 1899 – 25 juli 1950)
De Langgässer-Bank in Alzey 

 

 

De Engelse schrijver Samuel Pepys werd geboren op 23 februari 1633 in Londen. Zie ook alle tags voor Samuel Pepys op dit blog.

Uit: The Diary of Samuel Pepys

“March 18th 1664
[at his brother's funeral.]
And being come to the grave ... Dr Pierson, the Minister of the parish, did read the service for buriall and so I saw my poor brother laid into the grave; and so all broke up and I and my wife and Madam Turner and her family to my brother's, and by and by fell to a barrell of oysters, Cake, and cheese of Mr Honiwoods, with him in his chamber and below - being too merry for so late a sad work; but Lord, to see how the world makes nothing of the memory of a man an hour after he is dead. And endeed, I must blame myself; for though at the sight of him, dead and dying, I had real grief for a while, while he was in my sight, yet presently after and ever since, I have had very little grief endeed for him....

 
April 21st 1664
... we sat all the afternoon but no sooner sat but news comes my Lady Sandwich was come to see us; so I went out, and running up (her friend however before me) I perceive by my dear Lady's blushing that in my dining room she was doing something upon the pott; which I also was ashamed of and so fell to some discourse, but without pleasure, through very pity to my Lady. ... My Lady, my wife not being at home, did not stay but, poor woman, went away, I being mightily taken with her dear visit.”

 

 1554812-2175a33b9a1e56b382783fd2a4c4ca1a.jpg
Samuel Pepys (23 februari 1633 – 26 mei 1703)
Portret door John Hayls, 1666 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:15 Reageer op dit bericht

Henri Meilhac, B. Traven, Amoene van Haersolte, David Kalisch, Josephin Soulary

De Franse schrijver Henri Meilhac werd geboren op 23 februari 1831 in Parijs. Zie ook alle tags voor Henri Meilhac op dit blog.

Uit : La Belle Hélène

“Philocome.
Oui, seigneur !
Calchas.
Et le Tonnerre ... a-t-on rapporté le Tonnerre ?
Philocome.
Pas encore !
Calchas.
Comment, pas encore ?
Philocome.
Non, seigneur, mais je l’attends !
Calchas.
Nous pouvons nous passer de Tonnerre aujourd’hui, la journée sera chaude : la fête d’Adonis présidée par notre grâcieuse souveraine ... puis l’assemblée des Rois et en leur présence le concours des jeux d’esprit.
Philocome.
Sans compter l’imprévu.
Calchas.
Une pareille journée ne se passera pas sans oracle ... et il n’y a pas d’oracle sans tonnerre ... il me faut mon tonnerre.
Philocome.
Le forgeron Eutycles m’a bien promis ... et le voici...”

 

 1554809-da74aee3fb21a6a68ef5557d9cb47e93.jpg
Henri Meilhac (23 februari 1831 – 6 juli 1897)
Uitvoering van “La Belle Hélène“ in Dijon, Théâtre des Feuillants, 2011

 

 

De Duitstalige schrijver B. Traven werd (vermoedelijk op 23 februari) 1890 geboren. Zie ook alle tags voor B. Traven op dit blog.

Uit: Canasta de Cuentos Mexicanos (mexikanische Erzählungen)

»Don Juvencio hatte seinen Schaukelstuhl so stehen, dass er den Hof übersehen konnte. Er hob jetzt seine Arme hoch, reckte sich ein wenig aus, gähnte leicht und ergriff die Zeitung, die vor ihm auf dem Tischchen lag. Er las einige Minuten, und dann legte er die Zeitung wieder hin.
Nun sah er zu dem Papagei, der vor ihm in seiner Schaukel hockte.
›He, Loro‹, rief nun Don Juvencio befehlend, ›hole mir eine Kanne mit Kaffee und eine Tasse aus der Küche, ich habe Durst.‹
Der Papagei, durch die Worte aus seinem Dahindämmern aufgeweckt, kratzte sich mit dem Fuß am Nacken, rutschte ein kleines Stück weiter auf seiner Schaukel, krächzte ein paar Laute und bemühte sich, sein unterbrochenes Dröseln wieder aufzunehmen.
Don Juvencio griff nach hinten, zog seinen Revolver aus dem Gurt, zielte auf den Papagei und schoß. Der Papagei tat einen Krächzer, es flogen Federn in der Luft herum, der Vogel schwankte, wollte sich festkrallen, die Krallen ließen los, und der Papagei fiel auf den Boden des Portico, schlug ein paar Mal um sich und war tot.
Juvencio legte den Revolver vor sich auf den Tisch, nachdem er ihn einige Male in der Hand geschwenkt hatte, als ob er sein Gewicht prüfen wollte.
Nun blickte er hinüber zur Katze, die so fest schlief, dass sie nicht einmal im Traume schnurrte.
›Gato‹, rief jetzt Don Juvencio, ›he, Kater, hole mir Kaffee aus der Küche, ich habe Durst.‹
Donja Luisa hatte sich umgewandt zu ihrem Manne, als er den Papagei angerufen hatte. Sie hatte das, was er zum Papagei sagte, so angenommen, als ob er mit dem Papagei schäkern wollte, und sie hatte darum nicht weiter darauf geachtet. Als dann der Schuß krachte, drehte sie sich völlig um in ihrer Hängematte und hob den Kopf leicht.“

 

 1554809-12fb46bb81de2790dbf386e688e7f62e.jpg
B. Traven (vermoedelijk 1890 - 26 maart 1969)

 

 

De Nederlandse schrijfster Amoene van Haersolte (eig. Ernestine Amoene Sophia van Haersolte-van Holthe tot Echten) werd geboren in Utrecht op 23 februari 1890. Zie ook alle tags voor Amoene van Haersolte op dit blog.

Uit: Hermelijntje, door Hélène Swarth (In Boekenschouw)

“In het tweede verhaal ‘Stella's roman’ kunnen wij sympathie voelen voor het jonge meisje dat, teleurgesteld in haar eerste liefde, de doorstane smart neerschrijft en er een ‘mooi boekje’ van maakt. Maar ook hier weer een onpleizierige ontknooping en een banaal end goed al goed. Zeer spoedig reeds komt een jongmensch met blond haar en blauwe oogen ten tooneele in de gedaante van een uitgever, die met een voorkomende vriendelijkheid, bij uitgevers ongewoon, Stella vertaalwerk aan komt bieden. De toestand knapt er direct flink van op, de drukkende financieele zorgen worden verlicht door het honorarium en na eenig heen en weer zeuren over het ‘boekje’ wordt de lijdende Stella zich der buitenwereld weder bewust. Als de uitgever weggaat ruikt het in de kamer ‘zoo zoet naar sigaretten en een zweem van violegeur’. Spoedig reeds komt hij terug en worden Stella en dit jonge mensch een gelukkig paar. ‘En Moeder wist dat zij haar kind zou moeten afstaan: 't zou stil zijn voor haar en voor vader, maar het kind had geluk verdiend en zij zou niet ver heen gaan, maar in stad wonen met Louis’. Het beste is wel het derde verhaal, waarin de hoofdpersoon een meisje, dat, trouw haar vader oppassende en haar verloofde maar latende wachten omdat zij het haar plicht acht bij den ouden vader te blijven, èn vader èn verloofde in drie maanden tijds verliest. Eenzaam treurende blijft zij achter, ‘van pension naar pension sleept zij haar ontredderd leven voort’; bleek en geduldig zal zij zoo verder leven, eene door het leven bitter teleurgestelde, voor wie geen nieuwe verschieten zich zullen voordoen. Langzaam leert zij het zoo moeilijke berusten. ‘In haar hart als een late herfstbloem ontlook de hoop op wederzien van haar geliefden daarboven in het eeuwig land’.
Hier is men even uit de banale sfeer der zeurverhaaltjes in een beter wereld verplaatst. In deze novelle is de karakter-uitbeelding ook beter; dit verhaaltje is logisch opgebouwd, het verloop is natuurlijk, het slot kan bevredigen.”

 

 1554809-c69c882b255d24b182e6a9cfe7ad4c86.jpg
Amoene van Haersolte (23 februari 1890 - 1 augustus 1952)

 

 

De Duitse schrijver David Kalisch werd geboren op 23 februari 1820 in Breslau. Zie ook alle tags voor David Kalisch op dit blog.

Uit: Paris und London

„Auf der ganzen Strecke von Köln nach Paris wünschte ich mir nichts so sehr als Harthörigkeit. Es hatte sich nämlich ein Narr eigener Art, ein Gagern-Enthusiast, an meine Seite gepflanzt und wollte nicht von mir weichen, trotz aller Mühe, die ich mir gab, ihm den Aufenthalt an meiner Seite so unangenehm als möglich zu machen. Er sprach von nichts anderm als von dem großen Heinrich, von dem Atlas, der auf den breiten Schultern die Gothaer Seifenblase trägt. Anfangs widersprach ich ihm sehr heftig, in der Hoffnung, daß er sich mit mir verfeinde; als ich aber fand, daß ich mit meinem Widerspruch nur Öl in das Feuer seiner Begeisterung goß, erheuchelte ich die vollste Bekehrung. Aber nun wollte er, daß ich mit ihm gemeinschaftlich das Weihrauchfaß schwänge, daß ich von nichts anderm spräche als von dem alleinseligmachenden Heinrich. Da schwur ich wieder meinen Glauben ab. Was half aber dies gegen seine Manie? Sein Mund hörte nicht auf, Psalmen auf den Edeln zu sprudeln, und meine Ohren machten meiner Geduld die gerechtesten Vorwürfe. Ich zog daher die Mütze über die Nase, tauchte meinen Kopf in die Wellen meines Mantelkragens, und als ich auf diese Weise meine künstliche Taubheit vollständig fertig glaubte, gab ich mich der Hoffnung auf Erlösung hin. Trügerische Hoffnung! Mein fanatischerNachbar ließ sich durch die wollene Verschanzung meines Gehörs nicht im mindesten abschrecken; im Gegenteil, meine Verteidigung diente nur, seine Angriffe zu verstärken.“

 

 1554809-fe5dc8b848cae6bff021a3a186aad7fe.jpg
David Kalisch (23 februari 1820 – 21 augustus 1872)

 

 

De Franse dichter Josephin Soulary werd geboren op 23 februari 1815 in Lyon. Zie ook alle tags voor Josephin Soulary op dit blog.

 

SONNET D’AOÛT

L’aube est volcan ; midi, fournaise ; août fait éclore
Comme un embrasement le baiser de l’été ;
Il ruisselle des cieux, écrasante clarté ;
L’horizon le déchaîne, orageux météore.

Que faire par ce temps de chaleur qui dévore ?
S’étendre au cours de l’eau dans un bois écarté,
Tandis que sur le chêne, en dôme frais voûté,
La cigale emplit l’air de sa note sonore !

Justement, au ruisseau voisin, d’un pied léger,
Voici Margot qui court, furtive, se plonger.
j’allais dans son bain surprendre l’étourdie ?

Non ! brûle qui voudra près d’un brasier pareil !
Je n’ai vu que ses yeux, et je tiens le soleil
Très-débonnaire au prix de cet autre incendie.

 

 1554809-2fa7474c27252ea3d844231f2069f204.jpg
Josephin Soulary (23 februari 1815 – 28 maart 1891)

Geschreven door Romenu om 16:04 Reageer op dit bericht

Ljoedmila Oelitskaja

De Russische schrijfster Ljoedmila Jevgenjevna Oelitskaja werd geboren in Davlenkanovo, Basjkirostan, op 23 februari 1943. Oelitskaja groeide op in Moskou, waar ze biologie studeerde aan de Universiteit van Moskou. Daarna werkte ze aan het Academie-instituut in Moskou als wetenschapster op het terrein van de genetica en biochemie. Oelitskaja begon haar literaire carrière in de jaren tachtig als schrijfster voor het ‘Joods Theater’ en als scenarioschrijfster voor de film. Haar eerste novelle, Sonetjska (1992), was meteen een groot succes en de start van een snelle literaire carrière, ook internationaal. Haar bekendste roman is “Reis naar de zevende hemel” uit 2002: de geschiedenis van de Russische artsenfamilie Koekotski, een verhaal waarin het begrip vrijheid op alle mogelijke manieren centraal staat. Oelitskaja’s boeken werden in vele landen vertaald, ook in het Nederlands. Haar werk werd ook veelvuldig onderscheiden, onder meer met de Russische Bookerprijs (2002), de Orde van de Academische Palmen (2003), de Orde van Kunst en Letteren (2004) en de Man Booker International Prize (2009).

Uit:The Funeral Party (Vertaald door Cathy Porter)

“Something had happened to Alik's vision. Things disappeared and sharpened simultaneously. Densities altered and expanded. The faces of his friends became liquid, and objects flowing. But this flowing was pleasant rather than unpleasant, and revealed the connections between them in a new way. The corner of the room was cut off by an old ski, from which the dingy white walls ran off cheerfully in all directions. These undulations were halted by a female figure sitting cross-legged on the floor, touching the wall with the back of her head. This point, where her head touched the wall, was the most stable part of the picture.
Someone had raised the blinds and the light fell on the dark liquids in the bottles, shining green and gold on the window-sill. The liquids stood at different levels, and this xylophone of bottles suddenly recalled a youthful dream. In those years he had painted many still lifes with bottles. Thousands of bottles. Maybe more than he had drunk. No, he had drunk more. He smiled and closed his eyes.
But the bottles didn't go away: they stood there palely, like waving columns on the other side of his eyelids. He realized that this was important. The realization crept in slowly and hugely, like a loose cloud. Bottles, bottle rhythms. Music sounded. Scriabin's light-music. This had turned out on closer study to be thin, mechanical rubbish. He had gone on to learn about optics and acoustics, but these hadn't been the key to anything either. His still lifes weren't bad, just utterly irrelevant: he hadn't discovered the metaphysical still lifes of Morandi yet.
All those paintings had been blown away in the wind; none were left now apart from a few in Petersburg maybe, stored by his friends there, or by the Kazantsevs in Moscow. God, how they used to drink in those days. They had collected the bottles, taking back the ordinary empties, but the foreign ones and the old ones of coloured glass they kept.
The bottles standing on the tin flap which edged the roof of the Kazantsevs' house in Moscow were Czech beer-bottles of dark glass. No one could remember who had put them up there. In the Kazantsevs' kitchen was a low door leading up to the attic, and from the attic a window opened on to the roof. Irina once darted out of this window and ran across the roof. There was nothing unusual about this, they were forever running on to the roof to dance and sunbathe.”

 

 1638460-f7440ecb85ab45ebd56d1474d6e74a07.jpg
Ljoedmila Oelitskaja (Davlenkanovo, 23 februari 1943)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten