Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 29 juli 2017

Harry Mulisch, Chang-Rae Lee, Thomas Rosenlöcher, Guillermo Martínez, Marja Brouwers, Wolfgang Bittner

De Nederlandse schrijver Harry Mulisch werd geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Harry Mulisch op dit blog.

Uit: De ontdekking van de hemel

“Nooit gaf Onno antwoord op belangstellende vragen naar zijn ontdekking. 'Lees dat maar na,' placht hij te zeggen, 'in de Journal of Near Eastern Studies. Ik maak geen overuren.' Maar nu, op Max' vraag hoe hij dat schrift ontcijferd had, legde hij geduldig uit dat er geen sprake was van ontcijferen, aangezien het sinds jaar en dag leesbaar was. Het bestond in grote trekken uit het griekse alfabet, maar het was geen grieks, het was onbegrijpelijk. Het was zoals wanneer iemand die geen grieks kende, het griekse alfabet leerde en dan zou proberen de Ilias te lezen. De etrusken waren een italisch volk, doceerde hij, dat in het huidige Toscane leefde: Tusci noemden de romeinse veroveraars hen. Het latijn zat vol etruskische leenwoorden, zoals persona voor 'masker', maar verder was alleen van een paar woorden de betekenis bekend, zoals van die voor 'god', 'vrouw', 'zoon'. Het probleem was, dat een lange bilingue ontbrak, zoals Champollions Steen van Rosette, met eenzelfde tekst in het etruskisch en in een bekende taal. Zij hadden dus iets met de grieken te maken, en tegelijk had hun taal niets te maken met het grieks. Zij schreven hun taal fonetisch met griekse letters, zoals gymnasiasten uit de eerste klas met hun naam deden, en zoals nederlanders deden met latijnse letters. Het volk kwam omstreeks de negende eeuw voor Christus dus ergens vandaan, waar ook grieken waren. Maar — en dat was de beslissende inval — het was natuurlijk ook mogelijk, dat de grieken ooit hun alfabet van de etrusken hadden overgenomen, om daarmee fonetisch hun eigen taal te schrijven: grieks dus. Dat was natuurlijk te gek om los te lopen; maar langs die weg, gesteund door allerlei archaeologische overwegingen, kwam hij terecht bij de kretische talen: lineair-B uit de vijftiende eeuw voor Christus, vijftien jaar geleden door wijlen zijn collega Michael Ventris ontcijferd, en lineair-A uit de achttiende eeuw, —waarachter weer semitische oorsprongen schuilgingen... 'Kortom, mijn beste Watson,' zei hij, toen zij Schiphol passeerden, 'door combineren en deduceren en een hoop geluk en wijsheid kwam ik er achter. De hooggeleerde Pellegrini beschouwt mij weliswaar nog steeds als een fantast en een charlatan, maar dat wijst voornamelijk op zijn autistische aard.' Wat heb je gestudeerd?' `Rechten.' `Rechten?' 'Dat is een familiekwaal.' 'Maar al die talen...' 'Liefhebberij. Ik ben een amateur, net als de grote Ventris, die was architect van huis uit. Als het moet, leer ik een taal in een maand. Ik kon al lezen toen ik drie was.' 'Hoeveel talen beheers je dan?' 'In tellen ben ik slecht. Dat lijkt mij meer iets voor jou. Hoeveel sterren zijn er?' 'We hebben ze nog niet allemaal geteld. Het aantal is trouwens niet constant.“

 

 2059219-0b1ce5c04535313e6c87cd94f3cfdd05.jpg
Harry Mulisch (29 juli 1927 – 30 oktober 2010)
Affiche voor de film

 

 

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook alle tags voor Chang-Rae Lee en alle tags voor Chang-Rae-Lee op dit blog.

Uit: Native Speaker

“Sometimes she would have kids over at our place. The children she saw had all kinds of articulation problems, some because of physiological defects like cleft palates or tied tongues. Others had had laryngectomies, or else defective hearing, or learning disabilities, or for an unknown reason had begun speaking much later than was normal. And then others—the ones I always paid close attention to—came to her because they had entered the first grade speaking a home language other than English. They were nonnative speakers. All day she helped these children manipulate their tongues and their lips and their exhaling breath, guiding them through the difficult language.
So I told her fine, she could take it easy with work, that I could handle the finances, we were solid that way. This is when she professed a desire to travel—she hadn’t yet said alone—and then in the next breath admitted she’d told the school people not to call for a while. She said she felt like maybe writing again, getting back to her essays and poems. She had published a few pieces in small, serious literary magazines early in our marriage, written some book reviews, articles, but nothing, she said harshly, that wasn’t half-embarrassing.
She handed the list to me at the Alitalia counter at Kennedy, before her flight to Rome and then on to Naples and, finally, Sicily and Corsica. This was the way she had worked it out. Her intention was to spend November and December shuttling between the Italian islands, in some off-season rental, completely alone.”



2059219-47d42fdb1e3f34589ef7aeefbcde29cc.jpg
Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog en ook mijn blog van 29 juli 2010

 

Der Hauskauf

„Jetzt zeig ich Ihnen was Besondres“, sagte
der Makler und fuhr gleich durchs Hoftor, bis unter
den hoch übers eingesunkene Dach
blühenden Birnbaum. Hinterm Küchenfester
ein Teller, in dem der Löffel noch lag,
ein Bündel mit Briefen, die Brille, die jeder
einmal im Leben endgültig vergißt.
Im Schutt am Herd der Ahorn, der, im Tanz
ergrünend, seine durchscheinenden Blätter
zum Küchenschrank vorstreckte. „Wollten sie
nicht etwas Idyllisches?“ fragte der Makler
und gab mir den Schlüssel. Worauf ich prompt mit
der Tür ins Haus fiel. Jedoch je zaghafter
ich, ringsher von Kindheit und Plumpsklo umweht,
auftrat, desto existentieller das harsche
Ächzen der Stiege, nachkrachend quittiert
vom Rummsfuß des Maklers. Oben in der Kammer
Blümchentapete, Waschschüssel, Nachtschrank.
Im Bett lag ein Toter und schaute mich an.
Im kalkweißen Antlitz das imperiale
Kinn wackelte plötzlich, der schrumplige Mund
begann sich zu äußern: „Das wird aber Zeit,
daß ihr mich besucht, Jungs.“ Anhaltendes Rumpeln
als Treppensturz deutbar. Der hinter mir her
hinkende Makler halbierte den Preis.

 

 

Der Engel mit der Eisenbahnermütze

Er steht im Schnee, wo alle Züge enden.
Und zählt die Toten, die man, Stück für Stück,
an ihm vorüberträgt, von links nach rechts.

Doch schon bei sieben weiß er nicht mehr weiter.

Daß man die Toten, die von links nach rechts
an ihm vorbeigetragen worden waren,
erneut vorüberträgt, von rechts nach links.

Doch schon bei sieben weiß er nicht mehr weiter.

So zählt er immer noch am letzten Krieg,
obwohl der nächste schon gesichert ist
und wieder Tote angeliefert werden.

 

 2059219-3556106ffe4e53b0c4908290bda0fc41.jpg
Thomas Rosenlöcher (Dresden, 29 juli 1947)

 

 

De Argentijnse schrijver en wiskundige Guillermo Martínez werd geboren in Bahía Blanca op 29 juli 1962. Zie ook alle tags voor Guillermo Martinez op dit blog.

Uit:The Oxford Murders (Vertaald door Sonia Soto)

“We checked the house numbers along the road but, judging by the amount of the cheque I'd sent, I couldn't believe that the house I was looking for was one of these. At last, at the end of the road, we came to a row of identical little houses, much more modest but still pleasant, with rectangular wooden balconies and a summery look to them. Mrs Eagleton's was the first house. I unloaded my bags, climbed the small flight of steps at the entrance and rang the bell.
From the dates of her PhD thesis and early published work, I guessed that Emily Bronson must be about fifty-five, so I wondered how old the widow of her former professor might be. The door opened and I saw the angular face and dark-blue eyes of a tall, slim girl not much older than me. She held out her hand, smiling. We stared at each other in pleasant surprise, but then she seemed to draw back cautiously as she freed her hand, which I may have held a little too long. She told me her name, Beth, and tried to repeat mine, not entirely successfully, before showing me into a very cosy sitting room with a rug patterned with red and grey lozenges. Mrs Eagleton sat in a floral armchair and held out her hand, smiling welcomingly. The old lady had twinkling eyes and a lively manner, and her white hair was carefully arranged in a bun. As I crossed the room, I noticed that there was a wheelchair folded up and leaning against the back of her armchair. A tartan blanket was laid over her legs. We shook hands and I felt her frail, slightly tremulous fingers. She held my hand warmly for a moment, patting it with her other hand, and asked about my journey and whether this was my first visit to England. 'We weren't expecting someone so young, were we, Beth?' she said with surprise. Beth, standing by the door, smiled but said nothing. She took a key from a hook on the wall and, after I'd answered a few more questions, she suggested gently: 'Don't you think, grandmother, that we should show him to his room now? He must be terribly tired.' 'Of course,' said Mrs Eagleton. 'Beth will explain everything. And if you don't have anything else planned this evening, we'd be delighted if you'd join us for dinner."

 

 2059219-5c996c63d7937da8d87535496969aa44.jpg
Guillermo Martínez (Bahía Blanca, 29 juli 1962)

 

 

De Nederlandse schrijfster Marja Brouwers werd geboren op 29 juli 1948 in Bergen op Zoom. Zie ook alle tags voor Marka Brouwers op dit blog.

Uit: Absalom in Mississippi (Over William Faulkner)

“Al het werk van Faulkner staat met elkaar in verband. Dat is niet alleen een kwestie van visie, stijl of thema. Er is ook een onderlinge samenhang van een ander en minder gebruikelijk soort. Het ene verhaal kan een aanvulling, een uitbreiding of een reductie zijn van het andere. Soms wordt een incident elders voorzien van motieven of een oplossing. Vaak blijkt aan wat eerst een episode lijkt een gecompliceerde geschiedenis vast te zitten. Vermoedelijk kan elk afzonderlijk boek in de Yoknapatawphaserie wel los van de andere worden begrepen, maar het is nu juist de samenhang waarin de aard van Faulkners verhalende verbeelding zich prijsgeeft en waarin ook de hem zo dikwijls verweten ‘retoriek’ ten slotte haar rechtvaardiging vindt, niet als retoriek maar als een benadering van het om een of andere reden niet (meer) benoembare. Radeloos verkennen zijn vertellers alle categorieën van grammatica en logica. Ze klimmen op de nauwelijks begaanbare toppen van een schier onafzienbare woordenschat. Ze vallen in afgronden van machteloze herhaling en blijven bladzijden lang stilstaan in buitengewoon ingewikkelde abstracties. Maar we hoeven niet te snel aan te nemen dat zij iets vertegenwoordigen, het ‘moderne bewustzijn’ bijvoorbeeld, of iets anders dat klein genoeg is om er een cirkeltje omheen te trekken. Van de moderne mens onderscheiden ze zich alvast doordat ze, opgezweept door een epische kracht, de confrontatie met het onherstelbare regelrecht aangaan.
Al hun verhalen zijn op zichzelf weer de flarden of brokstukken van een grondpatroon, dat langzaam maar zeker zichtbaar wordt. Alhoewel Faulkner zich opwierp als de kroniekschrijver van dat ene denkbeeldige county in de staat Mississippi, kan het patroon moeiteloos worden doorgetrokken over de rest van Amerika's zuidelijke staten. In dat patroon schiep hij wat bekend is geworden als de mythe of legende van de Deep South.”

 

 2059219-c27b684e3debeffe9616ebdd9d61f22c.png
Marja Brouwers (Bergen op Zoom, 29 juli 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Bittner werd geboren op 29 juli 1941 in Gleiwitz, Oberschlesien (tegenwoordig Gliwice, Polen). Zie ook alle tags voor Wolfgang Bittner op dit blog en ook mijn blog van 29 juli 2010

 

Heimisch

Nun pflanzen wir
unseren Holler und den Rosmarin
in dem kleinen Gärtchen –
Seele vergiss nicht.
Schon frühmorgens besuchen uns
Amsel und Meisen –
Seele vergiss nicht,
während sich die Spitzmaus
nach der Inspektion ihres Reviers
im Loch unter dem Rosenstock –
Seele vergiss nicht,
zur Ruhe begibt.
Und wir und wir und wir
pfeifen uns eins,
eh wir verblühn.

 

 

Nocturne

Trifft mich die Traurigkeit
unversehens wie ein Stein,
zieht mich zusammen,
der Tag wie Watte, verfilzt.

Die Erde kalt,
der Himmel hängt,
lastend die Schwerkraft
und die Materie drückt.

Die Toten sprechen,
ja, ganz deutlich.
Wüsste ich doch noch,
was sie sagten.

Dann im Radio Frédéric Chopin,
Nocturne Nr. 19 e-Moll
und draußen
diese goldenen Rapsfelder.

 

 2059219-41b8ea89c13004788c6d0475e6bb7493.jpg
Wolfgang Bittner (Gliwice, 29 juli 1941)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 09:24 Reageer op dit bericht

Stanley Kunitz, Sten Nadolny, Eyvind Johnson, August Stramm, Walter van den Berg

De Amerikaanse dichter en vertaler Stanley Jasspon Kunitz werd geboren in Worcester, Massachusetts, op 29 juli 1905. Zie ook alle tags voor Stanley Kunitz op dit blog en ook mijn blog van 29 juli 2010

 

The Layers

I have walked through many lives,
some of them my own,
and I am not who I was,
though some principle of being
abides, from which I struggle
not to stray.
When I look behind,
as I am compelled to look
before I can gather strength
to proceed on my journey,
I see the milestones dwindling
toward the horizon
and the slow fires trailing
from the abandoned camp-sites,
over which scavenger angels
wheel on heavy wings.
Oh, I have made myself a tribe
out of my true affections,
and my tribe is scattered!
How shall the heart be reconciled
to its feast of losses?
In a rising wind
the manic dust of my friends,
those who fell along the way,
bitterly stings my face.
Yet I turn, I turn,
exulting somewhat,
with my will intact to go
wherever I need to go,
and every stone on the road
precious to me.
In my darkest night,
when the moon was covered
and I roamed through wreckage,
a nimbus-clouded voice
directed me:
"Live in the layers,
not on the litter."
Though I lack the art
to decipher it,
no doubt the next chapter
in my book of transformations
is already written.
I am not done with my changes.

 

 2059216-f0bb4b04e68989c9cf325f99f61357a3.jpg
Stanley Kunitz (29 juli 1905 – 14 mei 2006)

 

 

De Duitse schrijver Sten Nadolny werd geboren op 29 juli 1942 in Zehdenick an der Havel. Zie ook alle tags voor Sten Nadolny op dit blog en ook mijn blog van 29 juli 2010

Uit: Weitlings Sommerfrische

“Sicher ist, dass ich im Leben ein paar grundlegende Dinge nie begriffen habe, und ich weiß nicht einmal, welche.. Nachts hatte Weitling diese Bemerkung auf einen Zettel geschrieben, noch halb im Schlaf, aber euphorisch, durchdrungen von einer grundlegenden Erkenntnis. Jetzt, auf der Terrasse am hellen Tage, las er die Zeilen wieder, sie kamen ihm etwas depressiv vor, allerdings nicht falsch. Es klang wie der Beginn von Selbsterkenntnis und Besserung. Nun liebte er am hellen Tage Sätze nicht, in denen zwar etwas steckte, aber nicht herauskam. Er war unschlüssig, wollte den Zettel weder aufheben noch wegwerfen. Neben seinem rechten Fuß war eine Bodenfliese locker. Er hob sie an, schob den Zettel darunter und murmelte: -Wiedervorlage!
Der Ostwind hatte aufgebrist. Sollte er das Boot klarmachen? Richter a.D. Wilhelm Weitling blinzelte in die Nachmittagssonne über dem Chiemsee: Ja, das war kein schlechter Tag dafür. In der Regel fand er das Segeln ein bisschen langweilig. Es diente hauptsächlich als Beweis dafür, dass ein Boot in Ordnung und dicht war, dass das Tuch richtig stand, die Blöcke nicht eingerostet waren und das Tauwerk hielt, was es sollte. Das ließ sich innerhalb einer Viertelstunde feststellen, und dann? Dann verging Zeit, viel Zeit.
Im übrigen verursachte die Segelei Rückenschmerzen, Schulterschmerzen, Sonnenbrand und so etwas wie Melancholie, wenn der Wind einschlief. Freude machte hingegen die Pflege eines Bootes all das Spachteln und Lackieren, Pnüfen und Schrauben, das Voraussehen von Schäden und Gefahren.“

 

 2059216-670880d6e1b06358e48ed3bd252e2b13.jpg
Sten Nadolny (Zehdenick an der Havel, 29 juli 1942)
Cover

 

 

De Zweedse schrijver Eyvind Olof Verner Johnson werd geboren in Svartbjörsbyn bij Boden op 29 juli 1900. Zie ook alle tags voor Eyvind Johnson op dit blogen ook mijn blog van 29 juli 2010

Uit:Ecartez le Soleil (Vertaald door Philippe Bouquet)

« — On pourrait parler de destins nus, n’est-ce pas, Henry ?
— Il n’y a pas de destins « nus » : il y a des destins, toutes les vies sont des destins. Le destin de chacun effleure le destin de tous. Nous ne sommes pas obligés de considérer cela comme une découverte tar­dive. On peut en faire une religion et bien d’autres choses, et c’est peut-être nécessaire.
— « Peut-être » est ton mot favori, Templeman ?
— L’un de mes mots favoris, dit-il alors. Et naturellement je pourrais parler de jeunes gens qui ne connaissent eux aussi la politique, c’est-à-dire ce jeu que nous jouons tous et qui nous concerne tous, que comme une maladie, une gêne, quelque chose de comparable au cancer, aux difficultés de respiration ou aux choses de ce genre. Mais je pourrais certainement aussi parler de bien des gens qui ont pensé et qui pensent que la politique joue un rôle extrêmement important. À peu près le rôle que la vie et son sous-produit, la mort, jouent pour le globe terrestre.
— Voulez-vous vous prononcer sur le mot désespoir, Mr. Brace ?
— Je veux y penser, dit-il. Je suppose – remarquez que je dis : suppose – qu’on en a abusé, comme de tant d’autres mots.
— Que veux-tu dire, Henry ?
— Que bien des gens ont été et sont désespérés sans l’être.
En une autre occasion, il dit :
— Après coup, comme cela, on pénètre bien plus profondément en eux si l’on peut dire, se remémorer et retenir l’image de la façon dont ils se sont conduits, déplacés, exprimés.
— Mais c’est évident !
— Je dis cela parce que, dit-il, je répète cela pour le rendre encore plus évident et intelligible."

 

 2059216-dbed215c574b4e1f0b15a1d804480720.jpg
Eyvind Johnson (29 juli 1900 - 25 augustus 1976)

 

 

De Duitse dichter en toneelschrijver August Stramm werd geboren op 29 juli 1874 in Münster, Westfalen. Zie ook alle tags voor August Stramm op dit blog en ook mijn blog van 29 juli 2010

Uit:Der Letzte

„He! da oben! lachen! ich lache! drei Tage stürzen! brüllen! drei Tage Jahre Ewigkeiten! und bist noch nicht zerstürzt! verfluchter Himmel! Blaubalg! pafft Zigarren und stiebt Asche. alles zusammen. den Graben. Schützengraben. Schutz. Grab. die Stellung wird gehalten bis zum letzten Mann! vorwärts Jungens. das Blaugespenst klimmt rote Augen auf. rot. feuerrot. verschlafen. der Tag hält nicht aus. so oder so! schießt! schießt! der Wald! ja. in den Wald! Schädel. Wolken. lustig! der beste Schütze darf. Ja. darf zuerst schlafen. Teufel! schlafen. Mord Müdigkeit Rasen Wut! He! Bursche! Bursche da vorn! willst du? willst du schießen?! du? ja? der Kopf zwischen die Beine geklatscht? Drückeberger! schießen! knallen! seht! sie kommen aus dem Wald. raus aus dem Lauf! die Backe gesetzt! brav! brav! Schnellfeuer! Blaue Bohnen! Bohnen! Blaue Augen! mein Schatz hat blaue Augen. haha! drauf! drauf! sie laufen. Korn nehmen. Zielscheiben. laufen. Mädchenbeine. ich beiße. beiße. verflucht. Küsse scharfe. drauf gehalten! Standvisier Aug in Auge! Wasser? was? die Läufe glühn? alle Schläuche glühn. letzte Nacht hat die Feldflasche zerschlagen. das trockne Glas geleckt. die Zunge blutet. schluckt. schluckt. schießt die Flinten kalt. euch selber kalt! kaltes Blut! da vorne pfützt Wasser. pfui Teufel! gierig! Dreck! Blut. blutiger Dreck. Blut modert zu schnell. Feuer! Schnellfeuer! raus! nicht einschlafen! wer? nehmt ihm die Patronen aus der Tasche. wir brauchen sie. der Kerl blutet! ein kleines Loch kann so bluten! schießen! Zielpunkt. Donner! Knacken! das Flattern! so müßt ihr auch schießen. zielen. zielen. gut. ruhig. die Hunde drüben. die arme Erde. Brief in der Tasche? natürlich. schlapp und gleich tot auf der Nase. »mein lieber Mann!« ja. Männer brauchen wir. aber keine toten hier. essen. Bröckel Schokolade. Mutter. schießt Kerle. ach Mütter weinen immer. schießt! ich war ein weicher Junge. Teufel! Kopf hoch! die Nasen aus dem Dreck! was?! keiner? alle? Faullenzer! Verstärkung. hört ihr? Verstärkung kommt. Feind nicht ranlassen! die Flinten vor! Teufel! totsein ist Schande! seht! ich schieße. schieße. Verstärkung. hört! Trommeln. Hörner. tata trrr! eilt da hinten! eilt! Muttertränen. Vaterbrünste. Dreck! drei Tage Dreck! Menschen! meine Mutter hat mich immer so sorgsam gewaschen. Grab. Hölle. Teufel. mein Arm schießt. Finger ladet. Auge trifft. hurrah! hurrah! die Beine in die Hand! hurrah! Tod und Leben! hurrah! Eisen! hurrah! drauf! Mein Kopf! Kopf! wo ist mein Kopf? voran. fliegt. kollert. brav. Bursche! in den Feind! beißen beißen! Säbel! ha! weich der Vaterbauch.“

 

 2059216-2e0cd42fa4b83fb6018980154315e053.jpg
August Stramm (29 juli 1874 – 1 september 1915)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Walter van den Berg werd geboren in Amstelveen in 1970. Zie ook alle tags voor Walter van den Berg op dit blog.

Uit: Sloterparkbad

“In het jaar dat Robbie ging trouwen, was het allemaal al afgelopen. Vroeger was het nog gezellig op het plein, maar de meeste jongens vonden het wel mooi geweest; we zagen bijna niemand meer.
De zomer van dat jaar zat ik in de ziektewet, met m'n linkerbeen net tot onder m'n knie in het gips, en ik deed helemaal niets - ik zat voor de deur in de schaduw en ik was te belazerd om de straat uit te lopen. Ik had er geen zin in. Ik zat alleen maar te wachten tot Cindy terug zou komen van de camping. Iedereen ging verder zwemmen in het Sloterparkbad of ze stapten in de auto naar Zandvoort, en ze vroegen wel of ik meeging, ga je mee nou Cor, het is toch niet erg dat je niet kan zwemmen, het is gezellig als je erbij bent; maar het was zo godvergeten heet en leuk was het allang niet meer met de jongens.
We deden nooit meer iets en we zagen niemand van het ouwe groepje meer. Vroeger stonden we altijd met z'n allen op het plein: Nico en Michael en Robbie en ik, Rooie Paultje en Dikke Marcel van het kamp, die ouwe Jimmie Bakker en de twee Appies: Abdelhafid en Abdelhamed, Witte Mo de heler die op kleine meisjes geilde en Erroll met z'n negerpraatjes en z'n blonde vriendinnen en er waren er nog veel meer, op goeie avonden stonden we op het plein met wel twintig, dertig man... Maar Dikke Marcel en Rooie Paultje van het kamp waren dood nu, die sukkels. Ouwe Jimmie Bakker had een vriendin gekregen van wie hij niet meer met ons om mocht gaan, en hij luisterde ook nog naar haar, terwijl hij vroeger altijd de grootste bek had gehad. Die Jimmie. En de twee Appies hadden geen tijd meer voor ons, die waren met z'n tweeën in de handel gegaan, en het waren geen nette zaken die ze deden. Iedereen gaat rustig z'n eigen kant op, en mooi wordt het nooit; niet bij ons. En de meeste jongens kwamen gewoon niet meer, zoals dat gaat; ze waren ermee opgehouden, dachten dat ze er te oud voor waren geworden, ze vonden het wel mooi geweest - en misschien hadden ze gelijk.
Rooie Paultje, die arme sukkel - als we op het plein stonden vroeger, had Rooie Paultje altijd een balletje bij zich; dat gooide hij dan door de open deuren van de c & a en die dobermann van 'm ging erachteraan. Al die wijven binnen gillen en wij lachen en zeggen kom Paul, nog een keer en die hond vond het prachtig, Paultjes wonderhond, en na twee of drie keer sloten ze de deuren.
Mooie tijden waren het. Maar Rooie Paultje was dood."

 

 2059216-2b319b2fb217e1274f9186b59bb1654f.jpg
Walter van den Berg (Amstelveen, 1970)
Het Sloterparkbad in Amsterdam

Geschreven door Romenu om 09:23 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten