Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 19 december 2015

Paolo Giordano, Jean Genet, Michelangelo Signorile, Tristan Egolf, Jens Fink-Jensen, Alexander Gumz, Hanny Michaelis, Italo Svevo

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: Het zwart en het zilver (Vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd)

“Op mijn vijfendertigste verjaardag liet Signora A. plotseling de onverzettelijkheid varen die haar in mijn ogen meer dan elke andere karaktereigenschap kenmerkte, en verliet, reeds opgebaard in een bed dat veel te groot leek voor haar lichaam, de wereld die wij kennen.
Die ochtend was ik naar het vliegveld gereden om Nora op te halen, die even was weg geweest voor haar werk. Hoewel het al laat in december was, liet de winter nog op zich wachten, en over de eentonige velden aan weerszijden van de autoweg lag een witte mistsluier, bijna een imitatie van de sneeuw die nog steeds niet viel. Nora nam haar telefoon op en zei daarna niet veel, ze luisterde vooral. Ze zei goh, oké, dinsdag dus, en daarna zei ze een van die zinnetjes die we paraat hebben voor als we iets moeten zeggen maar niet de juiste woorden kunnen vinden: ‘Misschien is het beter zo.’
Ik ben bij het eerste tankstation afgeslagen om haar de gelegenheid te geven uit te stappen en in haar eentje naar een plek ergens op de parkeerplaats te lopen. Ze huilde zachtjes, haar rechterhand in een kommetje over haar neus en mond. Een van de ontelbare dingen die ik in tien jaar huwelijk over mijn vrouw heb geleerd, is dat ze de hebbelijkheid heeft om zich op momenten van verdriet af te sluiten. Ze is dan opeens onbenaderbaar, niemand mag haar troosten, ze dwingt me op afstand te blijven en machteloos toe te zien hoe verdrietig ze is – ik heb die terughoudendheid wel eens verward met het onvermogen om te delen.
De rest van de weg heb ik een lagere snelheid aangehouden, dat leek me een rationele manier om respect te betuigen. We praatten over Signora A., haalden een paar anekdotes op, al waren de meeste geen echte anekdotes – die hadden we niet over haar – het waren eerder gewoontes, gewoontes die zo bij ons gezinsleven waren gaan horen dat ze voor ons bijna traditie waren geworden: hoe ze ons elke ochtend verslag deed van de horoscoop die ze op de radio had gehoord terwijl wij nog lagen te slapen; hoe ze zich sommige delen van het huis, vooral de keuken, zo toe-eigende dat we zelfs toestemming vroegen om onze eigen koelkast open te doen; de gevleugelde uitspraken waarmee ze ons tot de orde riep als wij, jongelui, de dingen onnodig ingewikkeld maakten volgens haar; haar mannelijke, krijgshaftige pas, en ook haar onverbeterlijke krenterigheid – weet je nog die keer dat we vergeten waren geld voor haar klaar te leggen voor de boodschappen? Ze haalde de pot met kleingeld leeg, tot de laatste cent aan toe.”

 

 1853077-e7f99eab9aac2d63c2082573459bccbb.jpg
Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean Genet werd geboren op 19 december 1910 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean Genet op mijn blog

Uit:Splendid's (Vertaald door Mark Spitzer)

"VOICE OF THE RADIO
...for there's little chance that such an event can continue. If I break the adventure down, each of its elements will connect in the end. Long before this latest kidnapping took place, the "Gunfire" gang distinguished itself thorough multiple misdeeds. Tonight, the police remain in check. They are trying to make the densely growing crowd evacuate. Armored cars surround the luxury hotel. Several people have already fainted and the Red Cross ambulances have taken them away...
(on a gesture from Jean, Scott turns off the radio)
SCOTT
Good work. We're killing them from a distance.
THE POLICEMAN
(retreating into the doorway and threatening Jean with his machine-gun) No. I won't.
JEAN
Did you disarm a man, or just pick that gun up?
THE POLICEMAN
I know how to use it, that's what matters. I've been trained.
JEAN
In the police. By shooting down guys like us.
THE POLICEMAN
You've let me live, so don't go blaming me for anything. I'm doing what I got to do. Not like those others. So don't tell me about guys shot down. In my place, you'd have done worse. Or better.
JEAN
You can't put me in your place.

THE POLICEMAN
All my informers, about ten--just for keeping a single cop informed--were toughs like you. »

 

 1853077-622d66bb4c2750481bc246529c01de3c.jpg
Jean Genet (19 december 1910 – 15 april 1986)
Scene uit een opvoering in Orléans, 2015

 

 

De Amerikaanse schrijver en radiopresentator Michelangelo Signorile werd geboren op 19 december 1960 in Jersey Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Michelangelo Signorile op dit blog.

Uit: Hitting Hard (Rome’s Sex Summit)

“It's true that some conservatives?and the Vatican itself?have equated pedophilia with homosexuality, and have then scapegoated gays, blaming gay priests for the current troubles (including those who have remained celibate). It's a nasty charge that feeds the heinous and wrongheaded belief that homosexuality and pedophilia are one in the same. And I've been among those who've given the Vatican a whipping for implying as much. It is, however, valid to ask if all of these are in fact cases of pedophilic abuse, and to conclude that many are not. Septuagenarian Bob Dole, after all, not long ago leered at Britney Spears in a Pepsi ad, and I doubt anyone would call him a pedophile, his Viagra obsession notwithstanding. Being attracted to adolescents, whatever your sexual orientation, is normal and fairly accepted, reflected most prominently in Calvin Klein's use of semi-naked adolescents to sell products not to that age group but to the age group just above it.
Of course, it is wrong for an adult, particularly someone in a position of authority, to force sex upon a young person (and it is against the law in many states to have even consensual sex with someone under 18), but that doesn't make the abuser a pedophile, something even I admittedly may have confused in the past. (Technically, sex with prepubescent children is called pedophilia, while sex with postpubescent minors is called ephebophilia.) It may simply be a case of someone who under any other circumstances would be seeking sexual intimacy with someone of his or her own age, but under the forced celibacy of the church takes what he can get?literally?and what comes most easily. And that all too often means making advances on teens in his care, people over whom a priest has authority, can force himself upon and can demand silence from.”

 

 1853077-bc59bdf38996bbd7f7ad9fd18ae0258a.jpg
Michelangelo Signorile (New York, 19 december 1960)

 

 

De Amerikaanse schrijver en musicus Tristan Egolf werd geboren op 19 december 1971 in San Lorenzo del Escorial in Spanje. Zie ook alle tags voor Tristan Egolf op dit blog.

Uit: Lord of the Barnyard

“In effect, this meant that encased in the hillside lay a scrap heap of Kentucky rifles, dead Indians, corroded whisky stills, sod houses, busted cooking utensils and grindstones, all of which were deemed `archaeologically significant' in contemporary legal terms. As standard governmental policy dictated, the discovery of any such find mandated that the respective bureau in the capital be notified at once, and that all operations be temporarily seized. A crew of archaeologists would then be sent in to pick apart the 1.5 mile reservoir with a fine-toothed comb. Which was all good and well for everyone concerned, except the coal-truck operators on unemployment. Castor's original crew had unknowingly inherited a buried pig sty left behind by its forebears.
If a white burial ground was unearthed, the church was called in to exhume the graves. That took two weeks. If an Indian burial ground was unearthed, the bureau of archaeology was deployed. That took up to two months. During that time the company's enormous million dollar coal trucks, each being the size of the average American home, were left unattended, lined up in a row like sick dinosaurs at a watering hole. Their operators filled the taverns, commiserating openly and drinking themselves blind. Before long, they'd become an active public menace. Their behavior was frowned on all through the community. They themselves were miserable and bored. Knockdown brawls resulted. The whole crew was thrown in the county jail overnight on more than one occasion. And no sooner would operations finally get underway again than someone would churn up a section of an old stone wall during a munitions blast, landing everyone back in the bread line for another few weeks. Back to the taverns, back to the public charge. It became a serious problem. Castor's operations started to falter. The company's future was in jeopardy. Some of the operators walked off the job, and, contrary to the way it had been mapped out, they were no longer so easily replaceable.“

 

 1853077-794b9662c727689e097a9d616e25b2f7.jpg
Tristan Egolf (19 december 1971 – 7 mei 2005)

 

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog..

 

Das Geräusch von Schwingen

Ein Leuchtturm blinkt
Das Meer schwillt an
Aus grauen Schwaden die sich anhören
Wie die Schwingen eines Vogels
Den wir am Strand fanden
Am Tag als das Unwetter verzog
Und wir anfingen zu sprechen
Von der Wortlosen Zeit
Als nur das Geräusch von Schwingen
Uns zusammenband.

 

 

Der nächste Fremde

Du bist mein nächster Fremder
Wie ein umherirrendes Filmende
Aus Tausend und einer Nacht
Sehe ich dich durch Frost und Wind

Du bist mir so willkommen in meinem Herzen
Wie mein Fernweh nach deinen Ländern
Und doch wundern mich deine Läden
Wo du Düfte hergebracht hast

Die selbst Abenteurer verblassen lassen
Und wie du umgehen kannst mich zu hassen
Wegen all der verschlossenen Träume
Über die du so gern sprechen würdest

Aber wo ich es immer viel zu eilig habe
Ordentlich zuzuhören
Und dir es vielleicht auch schwer fällt
Sie in Worte zu kleiden die ich verstehe.

 

Vertaald door Christian A. Christiansen

 

 1853077-8d1fb8f4704ad6c1802a24e6854348ae.jpg
Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)
1993

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

Hoffen auf die Nachhut

der sommer wird abgeblasen die schläger kommen näher
(wen hängen sie heute an die regenrinne) ihre schlachtrufe
in den gärten der genossen

dass die zeitrechnung mit jedem refrain krummer wird
(dazwischen ein loch: von netzen überzogen
damit der arbeitsmarkt nichts sieht)

patronenhülsen klicken zwischen notlampen hin und her
jemand jongliert mit großen händen
mal ausfallstraßen mal piratensender

(sein ganz eigenes sperrgebiet) was war daran
gleich gefährlich (wiederholungen) ach ja: das unmögliche
in zählbaren gestalten

die trailer werden rausgeschnitten
oder zur erdkrümmung passend umgemalt (da bitte
einen untertitel: einsätze von mitteln die man nicht versteht)

zu leeren bibliotheken joggen (verwackelter blick
auf einen fluss in dem die brücken einander überbieten)
im dunkel steht die insektenarmee

(die argumente gegen einen schritt ins wasser
werden dünner) schnelles trippeln (immerzu
die seiten wechseln) trotzdem laut hinüberschreien

und drauf hoffen dass das wasser trägt

 

 1853084-167505e1f7938ffafe86ea7cf724c0a6.jpg
Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

 

De Nederlandse dichteres Hanny Michaelis werd geboren in Amsterdam op 19 december 1922. Zie ook alle tags voor Hanny Michaelis op dit blog.

 

Langzaam maar zeker

Langzaam maar zeker strekt de dag zijn zebrahals
naar de roodkoperen zon.
Wind woelt door het natte
groene haar van stadsplantsoenen,
ontrolt een hardblauwe vlag
boven de daken. Wie dit ziet
heeft de nacht overleefd
of hij wil of niet.

 

 

Schemering

In de voorwereldlijke schemering
waar nacht en dag elkaar vluchtig omhelzen
slapen zij naakt en schuldeloos
verstrengeld als op goddelijk bevel.

Voor hen geen boom der kennis,
geen appel en geen slang maar wel
het tikken van een kleine

feilloos afgestelde tijdbom:
straks laten ze elkander los,
zoeken hun voeten de begane grond,
het eigen gareel weer op.

 

 1853077-022c0a17ece2eef6adfb28a015e22973.jpg
Hanny Michaelis (19 december 1922 - 11 juni 2007)
In 1963

 

 

De Italiaanse schrijver Italo Svevo (pseudoniem van Aron Hector Schmitz) werd geboren op 19 december 1861 in Triëst. Zie ook alle tags voor Italo Svevo op mijn blog

Uit: Bekentenissen van Svevo (Vertaald door Jenny Tuin) 

“Niemand kan zeggen dat ik me illusies maak over mijn eigen talenten. Ik weet dat ik een zeer goed muzikaal gevoel heb en het is niet uit aanstellerij dat ik een voorkeur heb voor moeilijker stukken; maar datzelfde muzikale gevoel waarschuwt me en heeft me al sinds jaren gewaarschuwd dat ik nooit in staat zal zijn mijn toehoorders met mijn spel te bekoren. Dat ik toch doorga met spelen heeft eenzelfde reden als mijn voortdurende pogingen om van mijn kwamen te genezen. Ik zou goed kunnen spelen als ik niet ziek was, en ook als ik mijn evenwichtsoefeningen maak op de vier koorden van de viool ben ik in feite op zoek naar gezondheid. Er is iets als een lichte verlamming in mijn organisme en op de viool manifesteert deze zich ten volle, waardoor ze gemakkelijker te genezen is. Zelfs het laagst ontwikkelde wezen behoeft maar te weten wat tertsen, kwarten en sexten zijn om met ritmische nauwkeurigheid van het ene interval in het andere te kunnen overgaan, zoals zijn oog de ene kleur na de andere weet te registreren. Bij mij is het echter zo dat als ik een van die figuren heb gespeeld, deze als het ware aan me blijft kleven, me niet meer loslaat, zodat de volgende figuur erin verstrikt raakt en aan exactheid verliest. Om de noten ritmisch juist te plaatsen moet ik met mijn voeten en met mijn hoofd de maat meeslaan; maar waar blijft dan de rust en de souplesse, wat blijft er dan over van de muziek? De muziek die door een uitgebalanceerd organisme wordt vertolkt heeft een natuurlijk ritme, dat uit haar eigen wezen wordt geschapen en tot klinken gebracht. Als ik ooit zo leer spelen zal ik genezen zijn.”

 

 1853077-74fd0604f6ecc151cbd5c2f91a374659.jpg
Italo Svevo (19 december 1861 – 13 september 1928)
Kersttijd in Triëst

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 11:34 Reageer op dit bericht

José Lezama Lima, Paul Nizon, Michel Tournier, Tankred Dorst, Peter Stephan Jungk, Jügen Fuchs, Anne Golon, Johannes Kirschweng

De Cubaanse dichter en schrijver José Lezama Lima werd geboren op 19 december 1910 in Havanna. Zie ook alle tags voor José Lezama Lima op dit blog.

 

Old Surrealist Ballad

When the rivulet swells with lashing
snaketails and the piano with its backside turned
displays its shoes shining like the night when it sinks, a sagging armchair whose old wicker
strands are still a plaything for the boy with a big head
Taking shelter from a slice of violin melon
the dancers bump their heads and perspire sawdust
and midnight is as bored
as a chessboard leaned against a blackboard
I had no plan to go, but my keychain was missing
the enormous lock the dog that always follows me
until it goes off licking the back of its leg
The violin like an arm covered with frogs
began releasing drops of evaporated honey
The chief’s canoe crossed the crystal lake
at the stroke of two in the morning
and those who woke up danced with those who were sleeping
The woman we waited for is here and I hid
like a hypocrite behind a child’s box of pencils
which lent me their yellow fingers
and scraps of the accordion like a grapefruit packed in syrup
I used to save tears like bread crumbs
to throw into the pool of sissified alligators
When the doughnut began to puff
the patent leather definitely squealed
and the chiefs canoe was filled with crystal shards.
 

​Vertaald door Roberto Tejada.

 

 1853071-58d3903c6471dc69b93b5f0d0b3bd133.jpg
José Lezama Lima (19 december 1910 – 9 augustus 1976) 

 

 

De Zwitserse schrijver en kunsthistoricus Paul Nizon werd geboren op 19 december 1929 in Bern. Zie ook alle tags voor Paul Nizon op dit blog.

Uit: Die Zettel des Kuriers

„23. Mai 1990, Paris
Karl Jakob Wegmann gewesen. Wohnt jetzt an der Seestraße in einem heruntergekommenen Mietshaus, das wie ein schon fast fauliger Zahn (an der Verkehrsstraße) allein dasteht.
Wohnt im Erdgeschoß, und wenn man läutet, wächst erst einmal die Stille, bevor sich die Tür öffnet. Karl kam wie ein verlotterter Asylinsasse aus dem dunklen, ungelüfteten Kranken- und Wohnzimmer, das auch Atelier ist, jedoch im Vergleich zu den früheren großen Residenzen natürlich nur noch im Format eines Verlieses. Kam mit herunterhängender Hose, klaffendem Bauch, am Stock, die großen Araberaugen noch verklebt und hielt mir eine gekrümmte, wohl gelähmte? Hand hin, nein: den Arm; zum Schütteln. Es sah fürchterlich aus, doch bald einmal auch komödiantisch. Die Palette, sehr schön in den Farbhäufchen, auf einem wackligen Gestell. Er raucht wieder an die vierzig Zigaretten pro Tag, wobei er die Anzahl auf der Schachtel mit Strichen kennzeichnet, er dürfte ja nicht. Er habe Anfälle wie ein Epileptiker, immer wieder, sagt H. Er ist ihr ausgeliefert, angewiesen auf ihre Dienste, Handreichungen, Aufsicht – und dabei behandelt er sie anscheinend teuflisch (wie sie sagt), erniedrigend? Irgendwie scheint Karl, der auch mit den Ärzten auf Kriegsfuß steht – in der Erscheinung halb Simulant, halb senil oder nicht ganz bei Sinnen, schwer zu sagen, da er zwischendurch blitzhelle Gedanken formuliert –, ein Fall für die Endstation mit ganz wenig Überlebenschancen. Doch malt er immer wieder, die letzten Bilder genialisch in der Reduktion der Formen und dem Spielen mit der Leere. Auch befaßt er sich wieder mit mittelalterlicher Malerei aus der päpstlichen Residenz in Avignon, wie ein aufgeschlagenes Kunstbuch mit ihn inspirierenden Jagdszenen vermuten läßt – eine Art Übertragung eines Ausschnitts in Wegmannsche Formen und Farben lehnt auf einem Stapel Bilder. Er scheint eine erfolgreiche Ausstellung gehabt zu haben, total ausverkauft, jedenfalls scheint das Geld kein Hauptproblem. Schwer abzuschätzen, wie viel Übertreibung und In-Szene-Setzen mit im Spiel ist. Er steht unter starken Medikamenten, muß immer wieder nach Anfällen, Zusammenbrüchen als Notfall hospitalisiert worden sein."

 

 1853071-e3a3fcbaabc5bd9ac4c676f81283fd80.jpg
Paul Nizon (Bern, 19 december 1929)

 

 

De Franse schrijver Michel Tournier werd geboren op 19 december 1924 in Parijs. Zie ook alle tags voor Michel Tournier op dit blog.

Uit:Le médianoche amoureux

“La lumière est selon Newton, composée des sept couleurs du spectre. Proposition scandaleuse, inacceptable pour Goethe. La lumière est le comble de la pureté, de la simplicité, de l'homogénéité. Comment pourrait-elle résulter d'un mélange de couleurs qui toutes sont plus sombres qu''elle ? Non, la lumière est première, originelle, éternelle. Pour que naissent les couleurs, il faut qu'elle soit filtrée par un milieu trouble, comme un cristal ou comme l'atmosphère du ciel. Les couleurs sont la souffrance de la lumière, ses passions et aussi ses actions, car l'un ne va pas sans l'autre. De même le torrent de montagne limpide et clair qui se rue en avant peut être capté dans une turbine qui le voue à l'obscurité et à des travaux complexes. Quant à l'homme, c'est à son noyau de ténèbres qu'il doit ses couleurs.
La physique moderne a choisi Newton et sa lumière composite et seconde par rapport à la couleur. Mais il serait facile de montrer que toute l'histoire de la peinture a pris le parti de Goethe et de son ombre polychrome. Ses sommets s'appellent Léonard de Vinci inventeur du clair-obscur avec sa Vierge au rocher, Rembrandt avec ses scènes nocturnes, le Caravage qui refait le monde avec un soupirail trouant le fond d'une cave, les impressionnistes avec leurs ombres mauves ».

 

 1853071-7598a86a645f95d5f31cee50aa1e3467.jpg
Michel Tournier (Parijs, 19 december 1924)

 

 

De Duitse schrijver Tankred Dorst werd geboren op 19 december 1925 in Oberlind bei Sonneberg. Zie ook alle tags voor Tanked Dorst op dit blog.

Uit: Glück ist ein vorübergehender Schwächezustand

„–Wo ist denn das Kind? Es hat mich nämlich mit dem Programm losgeschickt, damit Sie etwas hineinschreiben.
Sie hält mir das Programmheft hin. Ich nehme es und fange an, darin zu blättern, aufmerksam, alsob ich es jetzt zum erstenmal sähe.
– Sie wollte das unbedingt, Ihren Namenszug (»Namenszug« mit ironischem Unterton), obwohl sie gar nicht geklatscht hat! Ich habe selbstverständlich brav geklatscht, während sie neben mir saß und sich nicht rührte. Nachher, als wir rausgingen, hat sie mir fast eine Szene gemacht wegen dem Autogramm. Sonst wäre es mir nicht in den Sinn gekommen, hier einzudringen.
– Wie heißt sie denn? erkundige ich mich.
– Ich sage immer Blütchen zu ihr. Laura.
– Blütchen! Hübsch. Soll ich »Blütchen« schreiben?
– Es paßt so gut zu ihr. Was habe ich ihr in das Programmheft geschrieben? Ich war plötzlich so guter Laune, statt wie üblich »Herzlich für ...« unter mein Foto zu setzen, schrieb ich unter das Reklamefoto der Dame im Pelz »Ich habe heute abend für Blütchen gespielt, aber sie ist davongelaufen«.
– Ich verstehe das auch nicht, aber so ist sie. Poldi wollte nach der Vorstellung nicht mit in die Kantine, sie mußte unbedingt nach Hause, um mit ihrer Mutter zu telefonieren. Sonntag, Mittwoch, Freitag sind die »Muttertage«. Aber natürlich kann sie nicht einfach kurz fragen, wie es Mama Lilly geht, und ein paar nette Worte sagen – nein, sie muß es sich zu Hause in ihrem mexikanischen   Korbstuhl   gemütlich   machen, den Hörer zwischen die hochgezogene Schulter und den schräggelegten Kopf   geklemmt, während sie sich einen Campari nachgießt, auf dem Schreibblock herumkritzelt, Blätter herausreißt und daraus ihre japanischen Frösche faltet (Kreativkurs. Japanische Falttechnik). Es soll so gemütlich sein, wie wenn sie mit ihrer Mutter zusammensäße. Und unvermeidlich gleitet sie nach einiger Zeit in das dröge Norddeutsch, das ihre Mutter spricht“.

 

 1853071-a9f8fef636e78d31db14281a27033b63.jpg
Tankred Dorst (Oberlind, 19 december 1925)

 

 


De Amerikaanse, Duitstalige, schrijver Peter Stephan Jungk werd geboren op 19 december 1952 in Santa Monica. Zie ook alle tags voor Peter Stephan Jungk op dit blog.

Uit:Die Dunkelkammern der Edith Tudor-Hart

“Es muss im HerbSt 1967 gewesen sein. ich war vierzehn, bald fünfzehn, besuchte die fünfte Klasse des akademischen Gymnasiums am Beethovenplatz. meine Eltern hatten Edith nach Wien eingeladen, Vater übernahm die Reisekosten, Mutter brachte ihre einzige Cousine in der Pension Nossek unter, am Graben, im ersten Bezirk. Die Rückkehr in ihre Geburtsstadt war Ediths erste Auslandsreise nach über dreißig Jahren, seit ihrer Auswanderung nach England im Herbst 1933. Ich erinnere mich nicht an Einzelheiten ihres Besuchs, bin auch nicht sicher, wie viele Tage sie in Wien geblieben ist. aber ich sehe einen kühlen, regnerischen Sonntagvormittag vor mir, sehe uns beide, Edith und mich, Riesenrad fahren – sie hatte sich das gewünscht.
Wir saßen allein in einer Gondel. Edith wollte wissen, ob ich mich für Musik interessierte und für welche. Opern? Sinfonien? klavierkonzerte? Violinsonaten? ob ich oft den Musikvereinssaal, das Konzerthaus besuchte? mein Zögern irritierte sie. Musik, das waren für mich die Beatles, die Rolling Stones, Troggs, Kinks, Tremeloes, Monkees, die Small Faces, die Bee Gees. Mozart, Beethoven, Haydn, Schubert, Verdi, Wagner, Mahler bedeuteten mir nichts. Wir besaßen keine Stereoanlage, keine einzige klassische Schallplatte. meine Eltern hatten mir erst ein Jahr zuvor einen kleinen aufklappbaren Monoplattenspieler geschenkt, auf dem ich Singles mit 45 Umdrehungen in der Minute abspielen konnte. und da hörte ich meine Lieblings-Hits, hörte sie Hunderte, Aberhunderte Male.
»Wer gefällt dir denn besser, die Beatles oder die rolling Stones?«, fragte Edith, ein wenig geistesabwesend. Diese beiden seien die einzig ihr bekannten Bands.
»Die Beatles.« »und warum …?«
»Die Rolling Stones sind mir zu wild …«
»Wie heißt denn das wildeste Lied von denen?« »I can’t get no satisfaction …«
»Verrückt …« Danach verstummte sie.
Die Gondel war an ihrer höchsten Stelle angekommen, blieb da eine Weile leise schwankend stehen. Wir sahen aus sechzig Metern auf die Stadt hinab. Es hatte zu regnen aufgehört, der Blick in alle Himmelsrichtungen war ganz klar. Kahlenberg, Leopoldsberg, Stephansdom, Karlskirche, Ringturm, Schönbrunn. Rdith starrte vor sich hin. als sich das Rad langsam wieder in Bewegung setzte und der Erde näherte, erwähnte sie einen Freund, mit dem sie vor vielen Jahren im Riesenrad gesessen habe.”

 

 1853071-eb9f9496e39ed9831ac784867cc409b5.jpg
Peter Stephan Jungk (Santa Monica, 19 december 1952)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en burgerrecht-activist Jürgen Fuchs werd geboren op 19 december 1950 in Reichenbach in het Vogtland. Zie ook alle tags voor Jürgen Fuchs op dit blog.

Uit:Zellenkrieg

"Vorwärts! Hopp, hopp! Komm´ Se, geh´n Se! Da lang!" Ein trister Flur, dann links ein Raum wie eine Pförtnerloge für die Aufnahmeprozedur. Rechts gegenüber hinter Gitterstäben eine völlig kahle Zelle. "Da rein!" Hinter dem Milchglasfenster ist nur ein massives Gitter zu erkennen. Adieu, Blick nach draußen. "Nackt ausziehen. Alles! Bücken. Arschbacken auseinander. Anziehen." Die eigenen Sachen, wenigstens das. Ein besonderes Privileg: "Sie bekommen Hausschuhe. Die Lederjacke brauchen Sie nicht. Bei uns ist geheizt. Gehen Sie rechts, Mann! Halt, hier rein." Zelle 117. Der Schließer öffnet eine dreifach verriegelte Stahltür, dick wie an einem Panzerschrank. Dahinter gibt es keine Farben mehr, nur Weiß, Grau und Holzbraun. Glasziegel brechen das Tageslicht. (...) Gegen 19 Uhr wird der Untersuchungshäftling das erste Mal in den angrenzenden Vernehmertrakt geführt, ein endlos lang erscheinender Flur, links und rechts Vernehmertür an Vernehmertür. Vernehmer I setzt die Befragung fort, zu seiner Person, zu seiner "ausgeübten Tätigkeit":
"Tragen Sie ein, was Sie für richtig halten. Ich beschreibe Papier." I: "... wollen Sie damit sagen, daß Sie Schriftsteller sind? Als Psychologe waren Sie nicht tätig, also: ohne Beschäftigung, nicht wahr?" "Was Sie aufschreiben oder für sich notieren, ist mir völlig gleichgültig. Schreiben Sie meinetwegen Schmierfink oder Straßenkehrer."

 

 1853071-97aaa8fccae22433bc92778b123ffb4c.jpg
Jürgen Fuchs (19 december 1950 – 9 mei 1999)
Cover

 

De Franse schrijfster Anne Golon werd geboren als Simone Changeux in Toulon, Frankrijk op 19 december 1921. Zie ook alle tags voor Anne Golon op dit blog.

Uit: La tentation d'Angélique

"– Dors maintenant, chuchota Colin, allons, il faut dormir.
Et, se laissant sombrer au fond de l'eau noire du sommeil, elle croyait l'entendre murmurer, dans la solitude des nuits maghrébines...
– Dors, mon agneau, dors, mon ange. Demain, nous avons une longue route à faire, tous les deux, dans le désert.
Peut-être le murmurait-il ?”
(…)

« Néanmoins, Piksarett tint à rappeler quelques principes essentiels.
– N'oublie pas que tu es ma captive, interrompit-il en pointant son index à la naissance du cou d'Angélique.
– Je sais, je sais, je t'ai déjà dit que je le reconnaissais volontiers. Est-ce que je t'empêche d'être là où je suis ?... Demande à tes compagnons si j'ai l'attitude d'une captive qui voudrait t'échapper ?...
Tracassé par la subtilité du raisonnement où il discernait quelque chose de louche, mais aussi de cocasse, Piksarett penchait la tête de côté pour réfléchir plus à fond, et son regard oblique pétillait de plaisir tandis que ses deux comparses lui donnaient bruyamment leur avis.
– À Gouldsboro, tu pourras même me vendre à mon propre mari, expliquait Angélique. Il est très riche et je suis sûre qu'il n'hésitera pas à se montrer généreux. Enfin, du moins, je l'espère, se reprenait-elle avec une mimique assombrie qui mettait en joie les trois Indiens.
À l'idée que l'époux d'Angélique se trouverait contraint de racheter sa femme, leur hilarité ne connut plus de bornes."

 

 1853071-6c1a4ed80f5e0795b1f547e4e17e39ee.jpg
Anne Golon (Toulon, 19 december 1921)
Cover

 

De Duitse dichter en schrijver Johannes Kirschweng werd geboren in Wadgassen/Saar op 19 december 1900. Zie ook alle tags voor Johannes Kirschweng op dit blog.

Uit: Der Kathedralenläufer

“Wäre ich für die Bildung der jungen Menschen verantwortlich. die sich darauf vorbereiten. im nächsten Jahr oder irgendwann unsere Kinder zu erziehen. Ich würde ihnen Bems als Aufgabe stellen. den Berg aus Sandstein und Kalk. Mit seinen Äpfeln und Zwetschen. mit seinen Ministerialen des Herzogs von Lothringen und der Bildschnitzerfamilie Guldner. mit seinen schon verdämmemden keltischen Erinnerungen und seiner heiligen Oranna. die sich zu neuer Herrlichkeit erhebt. Ich würde ihnen das als Aufgabe stellen und keine Ruhe geben, bis ihnen das Herz darüber warm und glücklich würde. An diesem Glück aber würde ich das Verlangen entzünden. auch Wadgassen etwa oder Saarlouis oder Tholey oder Mettlach oder Merzig auf die gleiche Weise zu erforschen. zu deuten und darzustellen. Und so müssten wir dazu kommen. endlich. endlich! uns selber zu erkennen, damit wir dann auch endlich uns selber leben können. das Leben einer Provinz des Ahendlandes. die gesegnet ist vom schattenlosen. durch Blut und Schmach hindurchgeretteten Genius des deutschen Volkes wie von dem edlen und großm‘t'ttigen des französischen. und die langsam zu dem verschütteten Schatz ihrer eigenen Tiefe zuriickfindet.“

 

 1853071-c1bc7e7360bf09c35ff8ce94d3316e19.jpg
Johannes Kirschweng (19 december 1900 – 22 augustus 1951)

Geschreven door Romenu om 11:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten