Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 8 maart 2015

Hafid Bouazza, Jeffrey Eugenides, Walter Jens, A. Marja, John McPhee, Mouloud Feraoun

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook alle tags voor Hafid Bouazza op dit blog.

Uit: Meriswin

“Een glissando voer door de bladeren van de platanen en geen dichter die het zag. Alsof de wind de boekverkoper en boekverzamelaar had opgewacht en nu overmatig begeesterd tussen de takken struikelde. Met een smak viel de vlaag op de tafeltjes, nam zaadjes en bloesems mee in zijn val en rolde op de grond, waarna hij in allerijl het plein rondstoof op zoek naar een vluchtpunt, her en der panisch wervelend, botste tegen onze enkels en de poten van de tafels en de schenen van de banken voordat hij erachter kwam dat geen enkele uitgang gebarricadeerd was. En geen dichter die het beschreef.
(…)

‘Niets bewoog om het plein heen wat zich niet in de etalages bekeek en erdoor opgeslokt werd in dat parallelle universum waarin elke ijdelheid gedoemd is te verdwijnen, waarin elke gereflecteerde ontmoeting onherroepelijk uit elkaar valt. Het is de aquatische wereld waarin glas de stad verandert die de stad waarlijk onderscheidt van het leven in lemen dorpen, waarvan er geen zijn in dit land. Het is glas dat boer van stedeling onderscheidt. Glas waaruit men niet drinken kan.’
(…)

De portale bloedingen begonnen later. De bloedovergave op zijn vege schoot en zijn lief die naast hem stond, huilend als hij niet keek, glimlachend als hij haar aankeek. De bakjes met zwart bloed in haar beide handen. Het bloed, vloeibaar en in klonters, bleef maar komen totdat hij uitgeput was en wilde gaan liggen, slaap en rust trokken aan hem, hadden hun handen onder zijn rug gelegd, maar hij moest wakker blijven, zijn kleren uit en hij werd gehesen in een operatiehemd – hemelblauw van kleur, een vriendelijke en toegeeflijke dwangbuis."

 

 1733401-b648d7db9020b975390290823e81bfb8.jpg
Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

 

 

De Amerikaanse schrijver Jeffrey Eugenides werd geboren op 8 maart 1960 in Detroit. Zie ook alle tags voor Jeffrey Eugenides op dit blog.

Uit: Extreme Solitude

“But that didn’t mean she had to tell anyone. Especially Leonard.
Madeleine had met Leonard in an upper-level semiotics seminar taught by a renegade from the English department. Michael Zipperstein had arrived at Brown thirty-two years earlier filled with zeal for the New Criticism. He’d inculcated the habits of close reading and biography-free interpretation into three generations of students before taking a Road to Damascus sabbatical, in Paris, in 1975, where he’d met Roland Barthes at a dinner party and been converted, over duck cassoulet, to the new faith. Now Zipperstein taught two courses in the newly created Program in Semiotic Studies: Introduction to Semiotic Theory, in the fall, and, in the spring, Semiotics 211. Hygienically bald, with a seaman’s mustacheless white beard, Zipperstein favored French fisherman’s sweaters and wide-wale corduroys. He buried people with his reading lists: in addition to all the semiotic big hitters––Derrida, Eco, Barthes––the students in Semiotics 211 had to contend with a magpie nest of reserve reading that included everything from Balzac’s “Sarrasine” to issues of Semiotext(e) to xeroxed selections from E. M. Cioran, Robert Walser, Claude Lévi-Strauss, Peter Handke, and Carl Van Vechten. To get into the seminar, you had to submit to a one-on-one interview with Zipperstein during which he asked bland personal questions, such as what your favorite food or dog breed was, and made enigmatic Warholian remarks in response. This esoteric probing, along with Zipperstein’s guru’s dome and beard, gave his students a sense that they’d been spiritually vetted and were now—for two hours Wednesday afternoons, at least––part of a campus lit-crit élite.
Almost overnight it became laughable to read writers like Cheever or Updike, who wrote about the suburbia Madeleine and most of her friends had grown up in, in favor of reading the Marquis de Sade, who wrote about anally deflowering virgins in eighteenth-century France. Madeleine had become an English major for the purest and dullest of reasons: because she loved to read.”

 

 1733401-d4e3e8a2891828fe1bd93cf51ab0d944.jpg
Jeffrey Eugenides (Detroit, 8 maart 1960)
Hier met  singer/songwriter, dichter, schrijver en acteur Nick Cave (links)

 

 

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg.Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Frau Thomas Mann

„Das Gesuch wurde genehmigt, die noch nicht achtzehnjährige Katharina Pringsheim erhielt «durch höchste Ministerial-Entschließung No 5652 vom 22. April 1901» die Examens-Erlaubnis – gemeinsam mit zwei Mitbewerbern, deren Namen bekannt sind: Siegwart Graf zu Eulenburg und Hertefeld sowie Babette Steininger aus Niederbayern, eine Gastwirtstochter. Katias Prüfung fand wunschgemäß im Wilhelmsgymnasium statt, das auch ihre Brüder besuchten. Ergebnis: «mit wohlbefriedigendem Erfolg [. . . ] befähigt zum Übertritt an eine Hochschule». Die Mitbewerber, der Herr von Adel und die Gastwirts-(nach anderen Quellen: Postboten-)Tochter, hatten, wie die Schulakten zeigen, nicht bestanden.
Katharina Pringsheim hingegen war für das Studium wohl vorbereitet. Ihre Eltern konnten es sich leisten, der Tochter in den erforderlichen acht Fächern Griechisch, Latein, Französisch, Deutsch, Geschichte, Mathematik, Physik und Religion jahrelang Privatunterricht bei angesehenen und qualifizierten Gymnasialprofessoren erteilen zu lassen. Ob sie sich dieses Privilegs bewusst war, muss dahingestellt bleiben, ebenso wie die Antwort auf die Frage, ob sich die erfolgreiche Abiturientin jemals Gedanken gemacht hat über das Scheitern ihres weiblichen Mitprüflings, der einem Milieu entstammte, in dem studierwillige Mädchen von jener Bildung ausgeschlossen waren, die im Hause Pringsheim die Erziehung bestimmte: gleiche Chancen für Töchter und Söhne, wie es die großmütterliche Frauenrechtlerin, Hedwig Dohm,
gefordert hatte.

 

 1733401-49a379e9ada65c5c4106dcf8344295a3.jpg
Katia en Thomas Mann in 1929

 

Das Abiturzeugnis der gescheiten jungen Dame aus gutem und vermögendem Hause konnte sich sehen lassen. «Nach ihren schriftlichen Prüfungsarbeiten ist der Stand ihrer Kenntnisse im allgemeinen ein recht erfreulicher», befanden die Lehrer und machten lediglich eine einzige Einschränkung: «Der deutsche Aufsatz hob die richtigen Gesichtspunkte hervor, ließ aber Sicherheit sowohl in der sachlichen Begründung wie auch in der sprachlichen Behandlung vermissen.» – Der deut- sche Aufsatz: Leider ist nicht bekannt, welches der drei «für die kgl. Bayerischen humanistischen Gymnasien» vorgegebenen «Themata» die Abiturientin wählte.“

 

 1733401-499e80a60dccbb4bf74c100424109a93.jpg
Walter Jens (Hamburg, 8 maart 1923)

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver A. Marja (pseudoniem van Arend Theodoor Mooij) werd geboren in Oude Leije op 8 maart 1917. Zie ook alle tags voor A. Marja op dit blog.

 

Nieuwbouw

Steen en stoffigheid. Betonnen blokken
worden woning. Kooi verrijst op kooi.
In de volte waar wij zullen hokken
loert de leegte nu al op haar prooi.

Krantenschrijvers fronsen. De neurosen
druipen straks als vocht de muren af.
Kroon der schepping, wilt gij hier verpozen
Op uw speurtocht tussen wieg en graf?

Sociologen, kom maar wijsheid winnen.
Psychologen, tracht gerust te spieden.
Boor uw blik in wat reeds vaag zich toont!

Woon ik er, mij schiet het lied te binnen
dat de Heer zijn zegen wil gebieden
in beton zelfs, zo er liefde woont.

 

 

Het gedicht

Als ik ga schrijven is het al geboren:
het schrijven is het knippen van de streng
en het vooroverbuigen om te horen
of het – men kan nooit weten van tevoren –
een lieveling zal worden of een kreng.

Ik had al lang de lust hiertoe verloren,
wanneer er niet de wieg was van uw oren,
waarin ik leg wat ik ter wereld breng.

 

 1733401-dc29058ce2012c87241b496809f96540.jpg
A.Marja (8 maart 1917 – 10 januari 1964)
Portret door Willy Rieser, eind jaren 1950

 

 

De Amerikaanse schrijver John Angus McPhee werd geboren op 8 maart 1931 in Princeton. Zie ook alle tags voor John McPhee op dit blog.

Uit: Oranges

“The custom of drinking orange juice with breakfast is not very widespread, taking the world as a whole, and it is thought by many peoples to be a distinctly American habit. But many Danes drink it regularly with breakfast, and so do Hondurans, Filipinos, Jamaicans, and the wealthier citizens of Trinidad and Tobago. The day is started with orange juice in the Colombian Andes, and, to some extent, in Kuwait. Bolivians don't touch it at breakfast time, but they drink it steadily for the rest of the day. The "play lunch," or morning tea, that Australian children carry with them to school is usually an orange, peeled spirally halfway down, with the peel replaced around the fruit. The child unwinds the peel and holds the orange as if it were an ice-cream cone. People in Nepal almost never peel oranges, preferring to eat them in cut quarters, the way American athletes do. The sour oranges of Afghanistan customarily appearas seasoning agents on Afghan dinner tables. Squeezed over Afghan food, they cut the grease. The Shamouti Orange, of Israel, is seedless and sweet, has a thick skin, and grows in Hadera, Gaza, Tiberias, Jericho, the Jordan Valley, and Jaffa; it is exported from Jaffa, and for that reason is known universally beyond Israel as the Jaffa Orange. The Jaffa Orange is the variety that British people consider superior to all others, possibly because Richard the Lionhearted spent the winter of 1191-92 in the citrus groves of Jaffa.“

 

 1733401-8a512e737c9d2d81108185edbd41444c.jpg
John McPhee (Princeton, 8 maart 1931)

 

 

De Algerijnse schrijver Mouloud Feraoun werd geboren op 8 maart 1913 in het bergdorp Tizi Hibel, Kabylie. Zie ook alle tags voor Mouloud Feraoun op dit blog.

Uit: Le fils du pauvre

"En somme, à Tizi, on se connaît, on s'aime ou on se jalouse. On mène sa barque comme on peut, mais il n'y a pas de castes. Et puis, combien de pauvres se sont mis à amasser et sont devenus riches ? Combien de riches se sont appauvris promptement avant d'être ruinés par Saïd l'usurier, que tout le monde respecte, craint et déteste. Il aura son tour, bien sûr, il mourra dans la mendicité. La loi est sans exception. C'est une loi divine. Chacun de nous, ici-bas, doit connaître la pauvreté et la richesse. On ne finit jamais comme on débute, assurent les vieux. Ils en savent quelque chose.
(…)

L'enfant ne fait pas grand cas en général de la tendresse de ses parents. C'est pour lui chose acquise. Il n'y pense même pas, il s'en lasse lorsqu'on le gâte. Il aspire à des affections supplémentaires : il fait des avances, cherche des amis, l'ingrat veut donner son petit cœur ; il est prêt à trahir sa mère, à préférer un autre homme à son père, pourvu qu'il trouve quelqu'un de sûr. Ses naïfs élans butent contre l'indifférence des grandes personnes : il ne rencontre que la déception, source d'une première amertume. Dans les familles nombreuses, les frères sont tous rivaux. Quant aux parents, leur souci constant est la lutte pour le couscous quotidien ou la gandoura annuelle. Ils sont nombreux, ces cœurs d'enfants qui ne sont jamais ouverts et qui demeurent gros de tendresse renfermée."

 

 1733401-570f1c25ce2548933a3d0db31097ae61.jpg
Mouloud Feraoun (8 maart 1913 – 15 maart 1962)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:57 Reageer op dit bericht

Juana de Ibarbourou, Harry Thürk, Heinar Kipphardt, Eric Linklater, Jan Potocki, Dominic Angeloch

De Uruguayaanse dichteres en schrijfster Juana de Ibarbourou werd geboren op 8 maart 1892 als Juana Fernández Morales in Melo, Cerro Largo. Zie ook alle tags voor Juana de Ibarbourou op dit blog.

 

The hour

Take me now while it's early
and because I have dahlia buds in my hands.

Take me now while my tumbling locks
are still shadow-black.

Now, while I have fragrant flesh
and clear eyes and skin like a rose.

Now, while I wear on my light feet
the living sandals of spring.

Now, while on my lips a smile chimes
like a bell struck suddenly.

Afterwards... Ah, I know
that what I have now, I won't have later!

That then your desire will be useless
as flowers on a tomb.

Take me now while it's early
and while I have plenty of lilies in my hands!

Today, not later. Before night falls
and the fresh petals wither.

Today, not tomorrow. Oh beloved, don't you see
that the morning-glory becomes the grave cypress?

 

Vertaald door Liz Henry

 

 1733396-199081b5fb98f31b3424c962f609d3c0.jpg
Juana de Ibarbourou (8 maart 1892 – 15 juli 1979)

 

 

De (Oost)Duitse schrijver Harry Thürk werd geboren op 8 maart 1927 in Zülz, Oberschlesien. Zie ook alle tags voor Harry Thürk op dit blog.

Uit: Der Gaukler

„Der Mann ist offensichtlich dabei, den Sowjets eine unangenehme Rechnung aufzumachen. Diese Rechnung brauchen wir. Wir werfen mit ihrer Hilfe das Problem der Menschlichkeit auf, grundsätzlich, das der Bürgerrechte, der Funktionsfähigkeit dessen, was die Sowjets Demokratie nennen, des antihumanen Charakters kommunistischer Gesellschaftsordnungen überhaupt. Unsere Arbeit hat zwei Hauptaspekte: zum einen das wachsende Interesse am Kommunismus durch psychologisch einschränkend wirkende Faktoren zu beeinflussen, und zum anderen legen wir es darauf an, in Künstlerkreisen der Sowjets eine größtmögliche Spaltung hervorzurufen. Jede Meinungsverschiedenheit in prinzipiellen kulturpolitischen Fragen, die wir dort erzeugen können, ist für uns außerordentlich wichtig.“
(…)

„Er liebte die Landschaft um Moskau. Die weiten Ebenen mit ihren staubigen Landstraßen, mit den Hohlwegen, den Birkenwäldern, den grasbewachsenen Flußufern, an denen man stundenlang sitzen konnte, ohne daß man einen anderen Laut hörte als das Geplätscher des Wassers und das Gezwitscher der Vögel. Er liebte den Anblick der alten Dorfkirchen mit ihren vergoldeten Zwiebeltürmen, ebenso wie er es liebte, die Leute zu beobachten, die auf den Feldern arbeiteten, die spielenden Kinder in den Hügeln, irgendwo hinter der winzigen Siedlung.“

 

 1733396-4b708680b6b0d8bf0a006e8c8751e752.jpg
Harry Thürk (8 maart 1927 – 24 november 2005)

  

 

De Duitse schrijver Heinrich 'Heinar' Mauritius Kipphardt werd geboren in Heidersdorf op 8 maart 1922.. Zie ook alle tags voor Heinar Kipphardt op dit blog.

Uit: In der Sache J. Robert Oppenheimer

„ROLANDER Stimmen Sie mit mir überein, daß ein Fellow-Traveller für ein geheimes Kriegsprojekt eine potentiell größere Gefahr der Indiskretion darstellt?
OPPENHEIMER Potentiell ja. Es kommt auf den Menschen an.
ROLANDER Ist es zutreffend, Dr. Oppenheimer, daß in Los Alamos eine beträchtliche Anzahl von Wissenschaftlern Fellow-Travellers waren?
OPPENHEIMER Nicht besonders viele. Weniger als in Berkeley zum Exempel. Aber wir hätten damals einen Mann vom elektrischen Stuhl geholt, wenn wir ihn gebraucht hätten, das Ding auf die Beine zu stellen.
ROLANDER Was ich mir nicht erklären kann, Sir, warum gerade so viele Fellow-Travellers vom elektrischen Stuhl geholt wurden?
OPPENHEIMER Weil es viele Physiker mit linken Neigungen gab.
ROLANDER Wie erklären Sie sich das?
OPPENHEIMER Physiker interessieren sich für neue Dinge. Sie experimentieren gern und ihre Gedanken sind auf Veränderungen gerichtet. Bei ihrer Arbeit, und so auch in politischen Fragen.
ROLANDER Viele Ihrer Schüler gerade waren tatsächlich Kommunisten oder Mitreisende, nicht wahr?
OPPENHEIMER Einige, ja.
ROLANDER Weinberg, Bohm, Lomanitz, Friedmann?
OPPENHEIMER Ja.
ROLANDER Und Sie haben diese jungen Leute nach Berkeley oder Los Alamos empfohlen?
OPPENHEIMER Ich habe sie als Wissenschaftler empfohlen, ja. -Weil sie gut waren.-
ROLANDER Rein fachlich. Ich verstehe.
OPPENHEIMER Ja.
ROLANDER Viele Ihrer intimen Bekannten und Freunde, fachlich und jenseits des Fachlichen, waren ebenfalls Fellow-Travellers, nicht wahr?“

 

 1733396-5e2fa94ab0226a44daa79686a9b77545.jpg
Heinar Kipphardt (8 maart 1922 - 18 november 1982)
Scene uit een opvoering in het E.T.A.-Hoffmann-Theater in Bamberg, 2015

 

 

De Schotse schrijver Eric Robert Russell Linklater werd geboren op 8 maart 1899 in Dounby, Orkney. Zie ook alle tags voor Eric Linklater op dit blog.

Uit: The Wind on the Moon

"Will you pass me the pepper, Dorinda? Pepper, as I daresay you know, is a spice. There is black pepper, white pepper, and red pepper. Pepper used to be a monopoly of the King of Portugal. Much of it is now grown in Penang. Penang means the Island of Areca Nuts. At one time it was a penal settlement, or prison. The word prison is derived from the word prehensio. Our prisons used to be very badly conducted, but gradually reform was introduced. Newgate was a famous old prison, Sing Sing is a well-known modern prison. Thank you, dear. Put the pepper back in its proper place.’
(…)

« Above the front door was the banqueting hall, and on the same floor in the tower to the right of it was Count Hulagu Bloot’s private suite. The banqueting hall was decorated with glittering suits of armour and gigantic oil paintings of the rulers of Bombardy through the ages, and of scenes of battle; while the walls of Count Hulagu’s private sitting-room were hung with disgusting pictures of people being tortured, and the skins of tigers, lions, bears, and leopards, the heads of which rested on little shelves and glared into the room through great glass eyes, and snarled with bare and yellow teeth. In one corner were some dumb-bells, a skipping-rope, and a Sandow developer for the muscles; and in another corner a bookcase with a book in it called How to Make Friends and Influence People."

 

 1733396-9676b04f4a3fbfae79c5258bfb9d4d7a.jpg
Eric Linklater (8 maart 1899 – 7 november 1974)
Cover

 

 

De Poolse schrijver, geschiedkundige en ontdekkingsreiziger graaf Jan Nepomucen Potocki werd geboren op 8 maart 1761 in Pikov. Zie ook alle tags voor Jan Potocki op dit blog.

Uit: The Manuscript Found in Saragossa (Vertaald door Ian MacLean)

“I replied to him that this choice of route might suit ordinary travellers, but that  as King Philip V⁴ had graciously bestowed on me a commission in the Walloon  Guards, I was bound by the sacred laws of honour to take the shortest route to  Madrid without considering whether it was the most dangerous.  ‘Señor,’ the innkeeper said, ‘a young military gentleman such as yourself will per-  mit me to point out that if the king has entrusted him with a company of Walloon  Guards at an age at which his chin is still as smooth as a girl’s, it would be wise of  him to show prudence in such matters; now I maintain that once devils have taken  over part of the country…’  He would have gone on, but I spurred my horse forward and did not stop until I  thought I was out of earshot of his protestations. Only then did I turn round, and  saw that, though distant, he was still indicating by his gesticulations that I should  take the Estramadura road. My valet Lopez and my zagal⁵Mosquito gave me pa-  thetic looks which carried roughly the same meaning. I pretended not to understand them, and pressed on into the heathland in which the settlement called  La Carlota has since been built.  Where there now stands a post-house, there was then a shelter which was well  known to muleteers, who called it Los Alcornoques or the holm oaks, because two  fine specimens of that tree gave shade to a copious spring which flowed into a  marble trough. It was the only water and shade to be found between Andújar and  the hostelry called the Venta Quemada, which was built in the middle of a wilder-  ness, although it was tall and spacious. It was in fact an old Moorish fort which the  Marqués de Peña Quemada had had repaired: hence the name Venta Quemada.  The marqués had leased it to a citizen of Murcia who had turned it into an inn, the  finest indeed of all the inns on that route. It was usual for travellers to leave Andú-  jar in the morning, stop at Los Alcornoques in the middle of the day to consume  the provisions they had brought with them, and pass the night, and often the fol-  lowing day as well, at the Venta Quemada, to prepare for the crossing of the moun-  tains and to take on fresh provisions. That was the way I had planned my journey  too. “

 

 1733396-f86d68f70f1861456d62fecb67650339.jpg
Jan Potocki (8 maart 1761 – 2 december 1815)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dominic Angeloch werd in 1979 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Dominic Angeloch op dit blog.

Uit: Die Beziehung zwischen Text und Leser

„Nachdem ich so einen Begriff psychoanalytischer Ästhetik entwickelt und ihr Instrumentarium theoretisch dargestellt habe, zeige ich in einer Lektüre von Flauberts »Éducation sentimentale«, zu welchen Ergebnissen mich die Anwendung dieses Instrumentariums in Auseinandersetzung mit diesem Roman haben gelangen lassen.
Als »Geburtskammer des modernen Romans« hält Flauberts Éducation sentimentale grundlegende Erkenntnisse nicht nur zu Form und Inhalt dieses einen Romans, sondern eben auch zu formalen und inhaltlichen Bestimmungen des modernen Romans überhaupt bereit. Prototypisch für den modernen Roman entwickelt Flauberts »Erziehung der Gefühle« im »unmittelbaren Zusammenspiel« mit dem Leser eine besondere Sprache der Gefühle, deren (narrativen) Strategien ich mit den Mitteln literaturwissenschaftlich entfalteter Gegenübertragungsanalyse auf die Spur zu kommen versuche. Meine Lektüre dieses »Urtextes« des modernen Romans entwickelt sich dabei vor zwei großen Hintergründen: Dem Scheitern des Anti-Helden Frédéric Moreau (intratextuelle Analyse) und dem Scheitern des Lesers der Éducation sentimentale (Analyse der Text-Leser-Beziehung ).“

 

 1733396-554f26cafa919dbb75ed2662cefb24ae.jpg
Dominic Angeloch (Stuttgart, 1979)
Cover

Geschreven door Romenu om 10:36 Reageer op dit bericht

Mechtilde Lichnowsky

De Duitse schrijfster Mechthilde Christiane Marie Gravin von und zu Arco-Zinneberg, beter bekend als Mechtilde Lichnowsky, werd geboren op geboren op 8 maart 1879 op slot Schönburg.Zij stamde uit de familie van de graven van Arco-Zinneberg en was een achter-achter-achterkleindochter van Maria Theresia. Haar ouders waren graaf Maximilian von und zu Arco-Zinneberg en zijn vrouw Olga Barones von Werther. In 1904 trouwde zij met de grootgrondbezitter en diplomaat Karl Max Lichnowsky. Het echtpaar woonde met hun drie kinderen op slot Grätz en slot Kuchelna. Tussen 1912 en 1914 werd haar man benoemd tot Duits ambassadeur in Londen. In 1928 overleed hij. Reeds in München onderhield Lichnowsky nauw contact met schrijvers als Carl Sternheim en Frank Wedekind. Ook de regisseur Max Reinhardt en de uitgever Kurt Wolff behoorden tot haar vriendenkring. In Wolffs uitgeverij verschenen haar eerste werken, duidelijk beïnvloed door het Expressionisme. Een bijzondere vriendschap verbond haar met de Weense schrijver en uitgever van Die Fackel Karl Kraus, met wie zij lang correspondeerde en voor wiens Nestroy lezingen zij de muziek componeerde. In 1928 verhuisde Lichnowsky naar Zuid-Frankrijk Tijdens de naziperiode weigerde zij toe te treden tot de Reichsschrifttumskammer, haar werken werden vervolgens verboden. In 1937 trouwde Lichnowsky met haar jeugdvriend, de Britse majoor Ralph Harding Pet. Toen ze een bezoek bracht aan Duitsland in 1939, werd zij geïnterneerd en onder politietoezicht geplaatst, gescheiden van haar tweede echtgenoot, die zij nooit meer terug zou zien, want hij stierf op 3 september 1945. De tijd van het huisarrest gebruikt zij om het taal- en stijl kritische boek "Worte über Wörter" te schrijven, waarin onder meer uitspraken van Hitler belachelijk maakte. Het kon pas in 1949 uit worden gegeven. In de zomer van 1946 vestigde Lichnowsky zich in Londen. In 1954 werd ze bekroond met de Literatuurprijs van de stad München. Ook was zij lid van de Beierse Academie voor Schone Kunsten en de Duitse Academie voor Taal en Letterkunde.

Uit: Kindheit

„Die Kindsfrau Mali trug lichtblaue Brillen im verwelkten Gesicht. Oben hatte sie keine Zähne mehr, unten etwas, das dem Vierjährigen erschien wie ganz kleine Papierschnitzel. Auf dem Wickeltisch wälzte sich immer jemand, und jemand machte die Wiegenvorhänge zittern. Hunde durften nicht hereinkommen, aber es gab welche im Garten.
Die Turmuhr rief die Stunden blechern. Sie sagte nicht bim und nicht bum, sondern »beim« für die Viertelschläge und etwas Tiefes, Buchstabenloses für die Stunden. Blo - äum ... Blo äum ... Aber was das Ganze war, das so, klingend mit der Luft, ins Zimmer kam, wußte niemand. Hundekläffen und Glockenton waren zum Einatmen.
An den Fenstern stießen sich die Sommerfliegen. Und immer wieder konnte niemand sagen, ob die Mutter ein Kind oder der Vater den Gärtner gerufen hatte oder ob der Glockenton aus dem eigenen Ohr in jenes herrliche Riesenreich fiel, das ringsum noch bestand ... man selbst und ES ... Dunkel und Hell... Fluß und Stillstand ...
Unpolierte Holzfußböden sind ein lebendiger Grund. Da gibt es die Fugen, aus denen eine Mischung von dunklem Fett und grauer Wolle hervorsieht, worin blinkende Nähnadeln, Papierstreifchen, Besenhaare eingebettet liegen und hie und da als Luxusobjekt an breiteren Stellen eine Stahlfeder, ein blanker Nagel, ein dünner Bleistift. Die Bretter zeigen große Verschiedenheit in der Qualität des Holzes. Fichtenholz läßt sich zwischen seinen Jahresringen mit dem Fingernagel eindrücken. Man kann Rinnen einkerben, bis sich ein Schiefer zwischen Finger und Nagel drängt, der dem Kind Verwunderung und Schmerz bereitet.
Auch die Knie wissen davon. Aber sie gewöhnen sich daran wie an die Eiseskälte des Brunnenwassers, womit sie gewaschen werden. Knie riechen daher nach Seife oder nach Staub, bemerkt das Kind, wenn es sein Kinn darauf stützt.“

 

 1843417-8084b32ce263b6d3e019508f548bbd47.jpg
Mechtilde Lichnowsky (8 maart 1879 - 4 juni 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten