Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 24 juni 2013

Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, Kurt Kusenberg, Matthijs Kleyn, Madelon Székely-Lulofs

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

 

Uit: The Tunnel  (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

 

“There was only one tunnel, dark and solitary: mine, the tunnel where my childhood, my youth, my whole life had passed. And in one of those clear fragments of the stone wall I had seen this girl and I had naively thought that she was coming through another tunnel parallel to mine, when in reality she belonged to the wide world, the limitless world of those who do not live in tunnels.”

(…)

 

“More than any other, however, I detest groups of painters. Partly, of course, because painting is what I know best, and we all know that we have a greater reason to detest the things we know well. But I have still another reason: THE CRITICS. They are a plague I have never understood. If I were a great surgeon, and some fellow who had never held a scalpel in his hand, who was not a doctor, and who had never so much as put a splint on a cat's paw, tried to point out where I had gone wrong with my operation, what would people think? It is the same with painting.”

(…)

 

“My dear, I have never been able to finish a Russian novel. They are so tiresome. I think there are thousands of characters, and in the end it turns out there are only four of five. Isn’t it maddening just when you begin to recognize a man called Alexandre, he’s called Sacha, and then Satchka, and later Sachenka, and suddenly something pretentious like Alexandre Alexandrovitch Bunine, and later simply Alexandre Alexandrovitch. The minute you get your bearings, they throw you off the track again. There’s no end to it; each character is a whole family in himself."

 

 

1415356-e837f6730f966bb7f3f4b4ad18ec8f68.jpg 

Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)

 

 

 

 


De Franse dichter, schrijver en vertaler
Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

 

Uit: Les Planches courbes

 

 

Partout en nous rien que l'humble mensonge
Des mots qui offrent plus que ce qui est
Ou disent autre chose que ce qui est.

--

Odeurs, couleurs, saveurs,
Le même songe,
Colombes dans l'ailleurs
Du roucoulement.

--

Que ce monde demeure
Comme cesse le temps
Quand on lave la plaie
De l'enfant qui pleure.

--

L'un à l'autre ce qu'est
La couleur à l'ombre,
L'or du fruit mûr à l'or
De la feuille sèche.

 

 

 

1415356-4833c42ae54b6f3b2261732ebf157fd8.jpg 

Yves Bonnefoy (Tours, 24 juni 1923)

 

 

 

 


De Amerikaanse schrijver
Scott Oden werd geboren op 24 juni 1967 in Columbus, Indiana. Zie ook alle tags voor Scott Oden op dit blog.

 

Uit: The Lion of Cairo

 

“Muscles knotted in Baber Khan’s bull neck as he twisted his head and spat. He wielded a salawar—the sword-knife of the Afghan tribesmen—two feet of shadow-patterned Damascus steel, older than Islam, with a single- edged blade that tapered to a diamond point and a hilt braided with leather and silver wire. A leering face carved of yellowed ivory glared from the pommel. “Your master? Your master is a coward who sits atop his rock and plays at empire! Bah! Think you I do not know who you are, dog of Alamut? You may have killed a score of my Afridis, but I have killed a thousand of your brothers, a thousand of your so-called Faithful!” Baber Khan raised his salawar, eyes blazing. “Come closer, my little Assassin! Come closer, and let me make it a thousand and one!”

The Assassin’s temper flared; with a guttural curse, he leaped for Baber Khan, his saber whistling in a vicious arc that should have struck the Afridi chieftain’s head from his shoulders . . . had he not been expecting it. Baber Khan ducked and twisted, his teeth bared in a death’s-head grin as he lashed out at the overextended Assassin.

It was sheer reflex which saved the younger man’s life. He glimpsed the descending salawar, watered steel burnished by pale winter light; he wrenched his body to the right and awkwardly threw his saber into the path of Baber Khan’s blade. Steel met steel with a resounding clash as the salawar—fragile though it seemed— shattered the Assassin’s saber near the hilt. The young killer screamed as the tip of the Afghan blade bit into his brow and sliced down his left cheek, missing the eye by a hairsbreadth.”

 

 

 1415356-9ccaa74d6ddf14b07e31063be6e58970.jpg

Scott Oden (Columbus, 24 juni 1967)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en criticus Kurt Kusenberg werd geboren op 24 juni 1904 in Göteborg. Zie ook alle tags voor Kurt Kusenberg op dit blog.

 

Uit: Schnell gelebt

 

„Schon als Kind erregte er Verwunderung. Er wuchs wie aus der Pistole geschossen und gab das Wachsen ebenso plötzlich wieder auf. Beim Sprechen verhaspelte er sich, weil die Gedanken den Worten entliefen; er war blitzschnell in seinen Bewegungen und wurde oft gleichzeitig an verschiedenen Orten gesehen. Alljährlich übersprang er eine Schulklasse; am liebsten hätte er sämtliche Klassen übersprungen.

Aus der Schule entlassen, nahm er eine Stellung als Laufbursche an. Er war der einzige Laufbursche, der je gelaufen ist. Von seinen Botengängen kehrte er so rasch wieder zurück, dass man nicht annehmen konnte, er habe sie wirklich ausgeführt, und ihn deshalb entliess. Er warf sich auf die Kurzschrift und schrieb bald fünfhundert Silben in der Minute. Trotzdem mochte kein Büro ihn behalten; denn er datierte die Post um Wochen vor und gähnte gelangweilt, wenn seine Vorgesetzten zu langsam diktierten.

Nach kurzem Suchen, das ihn endlos dünkte, stellte man ihn als Omnibusfahrer ein. Mit Schaudern dachte er später an diese Tätigkeit zurück, die darin bestand, einen fahrenden Wagen fortwährend anzuhalten. Vor ihm winkten Strassenfluchten, die zu durcheilen genussvoll gewesen wäre. An den Haltestellen aber winkten Leute, die einsteigen wollten, und ihnen musste er folgen.“

 

 

1415356-10e5bf537128b19cedd1c8965d5a38de.jpg 

Kurt Kusenberg (24 juni 1904 – 3 oktober 1983)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Matthijs Leonard Kleyn werd geboren in Leiden op 24 juni 1979. Zie ook alle tags voor Matthijs Kleyn op dit blog.

 

Uit: Ik wil mijn hart volgen (Interview in Trouw. November 2011)

 

“Stelling: ik ga wel eens naar een plek om daar stil te staan bij mijn leven en alles wat ik doe

"Nee, ik kies dat soort momenten niet bewust. Soms maak je onverwacht dingen mee die je duidelijk maken wat je wilt. Afgelopen weekeinde had ik dat. Ik bezocht in Hamburg het Beatles-museum. Er hing een handschrift van John Lennon waarop stond wat hij wilde bereiken toen hij jong was, in zijn geval roem en rijkdom. Hij werkte daar keihard voor en gaf niet op. Maar toen hij eenmaal had wat hij wilde, merkte hij dat het niet alles was, en koos hij voor liefde en wereldvrede. Je moet je plannen altijd blijven bijstellen. John Lennon is een beetje mijn vaderfiguur. Ik spiegel me vaak aan hem. Hij heeft meer nagelaten dan mijn vader in de vorm van brieven en teksten, terwijl mijn vader journalist was, bij Trouw."

 

 

1415356-370f0c491efe48cfd5f4dc4e78f5851b.jpg 

Matthijs Kleyn (Leiden, 24 juni 1979)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Magdalena Hermina Székely-Lulofs werd geboren in Soerabaja op 24 juni 1899. Zie ook alle tags voor Madelon Székely-Lulofs op dit blog.

 

Uit: Koelie

 

“Tusschen tai-ajam, die naast de grafjes was opgeschoten, stond een kerkhofboom, schraal en moeilijk gegroeid: een dunne stam, donkere glimmende blâren en een enkele, bleek-gele, magnolia-gelijkende bloem, stervend als het stervend kerkhofje. Even daar voorbij stond een stuk bamboeheg. Daar worstelden zich dit den verschraalden grond een paar pisangpalmen en twee pepajaboomen omhoog, té verbasterd al om nog vrucht te kunnen dragen: een armelijk en verdoemd leven. Op deze plek had vroeger een kampong gestaan, maar de bewoners waren verder getrokken; toen de uitgemergelde bodem weigerde het zaad te laten kiemen. Ze hadden toen dat alles zoo gelaten. In den regen waren de huizen verrot en verdwenen en de weelderige, maar al het zwakkere verstikkende, plantengroei had de tuintjes overwoekerd. Nu was er niet meer dan dat stuk heg, die paar vruchtboomen en het kerkhofje, dat alleen nog wachtte op het vergaan van de plankjes en de resten pajong om weer geheel gelijk te zijn aan het overige landschap; een droevig zieltogend overblijfsel van menschenbestaan, dat beschermingzoekend teruggleed in den liefdevollen schoot van deze aarde, die hier nog de sterkere, de uit God geborene, de ongeknechte oermoeder was.

Tusschen den vulkaan en de vlakte kronkelde in een diepe geul, en door sierlijk wuivende bamboestruiken verhuld, de rivier. En boven dit alles was de geweldige, in zonnegloed schroeiende hemel.

Over het grasland dwaalden kudden karbouwen. Logge, voorwereldlijk lijkende beesten, die hun grauwe, trage, bemodderde lijven langzaam voortbewogen en den machtig gehoornden kop alleen maar hieven om droomerig te staren naar het verre blauw van den vulkaan of over de wijde vlakte, die gloeide in den zengenden zonneschijn.”

 

 

 1415356-0c0e54756cff27210252f2cb621fa476.jpg

Madelon Székely-Lulofs (24 juni 1899 – 22 mei 1958)




Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook
mijn blog van 24 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:45 Reageer op dit bericht

In Memoriam Elis Juliana


In Memoriam Elis Juliana

 

De Curaçaose dichter, auteur, kunstenaar en onderzoeker Elis Juliana is op 23 juni overleden. Dat is door zijn familie bekendgemaakt. Hij is 85 jaar geworden. Juliana behoort met Luis Daal en Pierre Lauffer tot de ‘Grote Drie’ van de Antilliaanse dichtkunst in het Papiaments. Zie ook alle tags voor Elis Juliana op dit blog.

 

 

 

Hé Patu (fragment)

Hé Patu ta yanga.
Hé Patu ta rondia
Hun tiki kuminda
Pa su muchanan.

Hé P’akí, hé p’ayá
Hé P’akí, hé p’ayá.


 

Waggeleend (fragment)

Het eendje dat waggelt,
Het eendje dat scharrelt
Op zoek naar wat voer
Voor haar jongen:

Hóp naar links! Hóp naar rechts!
Hóp naar links! Hóp naar rechts!

 

 

 

Vertaald door Fred de Haas

 

 

 

Zwarte engelen

 

Rustend in moeders schoot vroeg het kind:
Mamita, zijn er zwarte engelen ook?
En wat kon de moeder anders zeggen dan:
Slaap mijn kind, slaap zacht.

 

 

Vertaald door Frank Martinus Arion

 

 

 

 

 1415265-85ee0516f83a325e80206afb60ee554c.jpg

Elis Juliana (8 augustus 1927 – 23 juni 2013)

Geschreven door Romenu om 18:57 Reageer op dit bericht

John Ciardi

De Amerikaanse dichter, vertaler en etymoloog John Anthony Ciardi werd geboren op 24 juni 1916 in Boston. Na de dood van zijn vader in 1919, werd hij opgevoed door zijn Italiaanse moeder (die analfabeet was) en zijn drie oudere zussen, die allemaal zo zuinig leefden en spaarden tot ze genoeg geld had om hem te laten studeren. Ciardi begon zijn hogere studies aan het Bates College in Lewiston, Maine, maar stapte over naar de Tufts University in Boston, waar hij studeerde onder de dichter John Holmes. Hij behaalde zijn diploma in 1938, en won een studiebeurs voor de universiteit van Michigan , waar hij zijn master's degree behaalde ende eerste van vele prijzen voor zijn poëzie won. Ciardi leerde kort aan de universiteit van Kansas City voordat hij in 1942 bij de Amerikaanse luchtmacht ging. Hij vloog als boordschutter zo'n twintig missies boven Japan. Hij werd ontslagen in oktober 1945 met de rang van sergeant en met verschillende onderscheidingen. Ciardi’s dagboek , Saipan, werd postuum gepubliceerd in 1988. Na de oorlog keerde Ciardi terug naar de UKC. Van 1946 tot 1953 was hij assistent-hoogleraar aan Harvard University. In zijn tijd aan Harvard  begon Ciardi zijn lange samenwerking met de Bread Loaf Writers Conference aan het Middlebury College in Vermont, waar hij bijna 30 jaar lezingen over poëzie gaf.

Ciardi had zijn eerste dichtbundel “Homeward to America” in 1940, voor de oorlog, gepubliceerd. Zijn volgende bundel “Other Skies” werd gepubliceerd in 1947. Zijn derde boek “Live Another Day” kwam uit in 1949. Ciardi was begonnen om voor zijn lessen aan Harvard Dantes Goddelijke Komedie te vertalen en ging daarmee verder gedurende heel zijn tijd daar. Zijn vertaling van “Inferno” werd gepubliceerd in 1954. De vertaling van “De Louteringsberg” volgde in 1961 en die van “Paradiso” in 1970. Van 1953 tot 1961 doceerde hij creatief schrijven aan de Rutgers University, waarna hij koos voor een lucratieve carrière  in het college tour circuit.

Ciardi schreef ook een reeks boeken over etymologie : “A Browser’s Dictionary” (1980), “A Second Browser’s Dictionary” (1983) en “Good Words to You” (1987). Hij raakte tijdens de tegencultuur van de late jaren 1960 en 1970 wat in de vergetelheid.  In 1956 ontving Ciardi de Prix de Rome van de Amerikaanse Academie van Kunsten en Letteren. Hij won ook de American Platform Association’s Carl Sandburg Award in 1980. Als erkenning van het werk van Ciardi wordt jaarlijks de John Ciardi Lifetime Achievement Award voor poëzie toegekend aan een Italiaans- Amerikaanse dichter voor zijn levenswerk.

 

 

Suburban

 

Yesterday Mrs. Friar phoned.'Mr. Ciardi,
how do you do?' she said. 'I am sorry to say
this isn't exactly a social call. The fact is
your dog has just deposited-forgive me-
a large repulsive object in my petunias.'

I thought to ask, 'Have you checked the rectal grooving
for a positive I.D.?' My dog, as it happened,
was in Vermont with my son, who had gone fishing-
if that's what one does with a girl, two cases of beer,
and a borrowed camper. I guessed I'd get no trout.

But why lose out on organic gold for a wise crack
'Yes, Mrs. Friar,' l said, 'I understand.'
'Most kind of you,' she said. 'Not at all,' I said.
I went with a spade. She pointed, looking away.
'I always have loved dogs,' she said, 'but really!'

I scooped it up and bowed. 'The animal of it.
I hope this hasn't upset you, Mrs. Friar.'
'Not really,' she said, 'but really!' I bore the turd
across the line to my own petunias
and buried it till the glorious resurrection

when even these suburbs shall give up their dead.

 

 

 

 

White Heron

 

What lifts the heron leaning on the air
I praise without a name. A crouch, a flare,
a long stroke through the cumulus of trees,
a shaped thought at the sky - then gone. O rare!
Saint Francis, being happiest on his knees,
would have cried Father! Cry anything you please

But praise. By any name or none. But praise
the white original burst that lights
the heron on his two soft kissing kites.
When saints praise heaven lit by doves and rays,
I sit by pond scums till the air recites
It's heron back. And doubt all else. But praise.

 

 

 

Men Marry What They Need

 

Men marry what they need. I marry you,
morning by morning, day by day, night by night,
and every marriage makes this marriage new.

In the broken name of heaven, in the light
that shatters granite, by the spitting shore,
in air that leaps and wobbles like a kite,

I marry you from time and a great door
is shut and stays shut against wind, sea, stone,
sunburst, and heavenfall. And home once more

inside our walls of skin and struts of bone,
man-woman, woman-man, and each the other,
I marry you by all dark and all dawn

and have my laugh at death. Why should I bother
the flies about me? Let them buzz and do.
Men marry their queen, their daughter, or their mother

by hidden names, but that thin buzz whines through:
where reasons are no reason, cause is true.
Men marry what they need. I marry you.

 

 

 

1488773-57afe9f5c4eb52e1d3257dc61f45bdaf.jpg
John Ciardi (24 juni 1916 – 30 maart 1986)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten