Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 23 november 2014

Paul Celan, Marcel Beyer, Jennifer Michael Hecht, Sipko Melissen, Henri Borel

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.

 

Wasser und Feuer

So warf ich dich denn in den Turm und sprach ein Wort zu den Eiben,

draus sprang eine Flamme, die maß dir ein Kleid an, dein Brautkleid:

Hell ist die Nacht,
hell ist die Nacht, die uns Herzen erfand
hell ist die Nacht!

Sie leuchtet weit übers Meer,
sie weckt die Monde im Sund und hebt sie auf gischtende Tische,
sie wäscht sie mir rein von der Zeit:
Totes Silber, leb auf, sei Schüssel und Napf wie die Muschel!

Der Tisch wogt stundauf und stundab,
der Wind füllt die Becher,
das Meer wälzt die Speise heran:
das schweifende Aug, das gewitternde Ohr,
den Fisch und die Schlange –

Der Tisch wogt nachtaus und nachtein,
und über mir fluten die Fahnen der Völker,
und neben mir rudern die Menschen die Särge an Land,
und unter mir himmelts und sternts wie daheim um Johanni!

Und ich blick hinüber zu dir,
Feuerumsonnte:
Denk an die Zeit, da die Nacht mit uns auf den Berg stieg,
denk an die Zeit,
denk, daß ich war, was ich bin:
ein Meister der Kerker und Türme,

ein Hauch in den Eiben, ein Zecher im Meer,
ein Wort, zu dem du herabbrennst.

 

 

Zähle die Mandeln

Zähle die Mandeln,
zähle, was bitter war und dich wachhielt,
zähl mich dazu:

Ich suchte dein Aug, als du’s aufschlugst und niemand dich ansah,
ich spann jenen heimlichen Faden,
an dem der Tau, den du dachtest,
hinunterglitt zu den Krügen,
die ein Spruch, der zu niemandes Herz fand, behütet.

Dort erst tratest du ganz in den Namen, der dein ist,
schrittest du sicheren Fußes zu dir,
schwangen die Hämmer frei im Glockenstuhl deines Schweigens,
stieß das Erlauschte zu dir,
legte das Tote den Arm auch um dich,
und ihr ginget selbdritt durch den Abend.

Mache mich bitter.
Zähle mich zu den Mandeln.

 

 

Bloem

De steen.
De steen in de lucht die ik volgde.
Jouw oog, zo blind als de steen.

We waren
handen,
we schepten de duisternis leeg, we vonden
het woord dat opsteeg de zomer in:
bloem.

Bloem - een blindenwoord.
Jouw oog en mijn oog:
ze zorgen
voor water.

Wasdom.
Aan hartwand komt er
blad na blad bij.

Een woord nog, als dit, en de hamers
zwaaien vrij buiten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 1683713-42d263f8e9a1c9afb52e7526f7d2802d.jpg
Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Marcel Beyer werd op 23 november 1965 in Tailfingen / Württemberg geboren. Zie ook alle tags voor Marcel Beyer op dit blog.

 

Froschfett

Froschfett, in ausgereiztem Zustand, bis
auf die Ränder ausgekratzt und
brüchig, schwarz noch, aber nur mäßig

so strichen sie, Bert, Berta, Leni, Martha,
Walter schon in Jugendjahren, das Schuhwerk,
ebenmäßig, glänzten sie, und ausgereizt

das haftet, haftet nicht, aber der Balg schon
blank, gebrochene Fasern, halb Vorfahr ich,
halb Randfigur mit schwarzen Fingernägeln

und einem Halbsatz auf den Lippen, also an völlig
falschem Ort, so streicht man alle Zeit, wie
ich, hinweg, über das mäßig ausgeblichene Leder,

brüchig der Ton, so strich man eben noch, und
eben, mäßig laut, die andere Hälfte, so läßt man
stets das Leder fahren, das eingefärbte, schwach

und endlich dorthin, wo der verschmierte
Balg verschwindet, ich bin
nicht da, ich bin verstaut im Kasten.

 

 

Reinzeichnen

Ruß, Wasser sehe ich dich zeichnen, Poren im
Plastikvorhang, Tageslicht, es riecht nach
Steppdecke, nach grünem Vorzeitkaro. Ich hänge
an Kastanienzweigen, auf meinem Unterarm

die Fliegen. Ende August. Ein Minigolfverlangen.
Nachzeichnung zwei, am Plastikvorhang scheiden
sich die Bilder, ich sehe dich gegen den Himmel

schatten. Im Laub ein Turnschuh, Fell, aus dem
Kommodenphoto schaut ein fremder Mann. Der
Farn gerät an einer Stelle in Bewegung, ich sehe
dich, der Himmel zieht ins Haar hinter den Ohren.

 

 1683713-11a16d0edf9bc88524c335bf775ea3c7.jpg
Marcel Beyer (Tailfingen, 23 november 1965)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Jennifer Michael Hecht werd geboren op 23 november 1965 in New York. Zie ook alle tags voor Jennifer Michael Hecht op dit blog.

 

No Hemlock Rock (don't kill yourself)

Don't kill yourself. Don't kill yourself.
Don't. Eat a donut, be a blown nut.
That is, if you're going to kill yourself,
stand on a street corner rhyming
seizure with Indonesia, and wreck it with
racket. Allow medical terms.
Rave and fail. Be an absurd living ghost,
if necessary, but don't kill yourself.

Let your friends know that something has
passed, or be glad they've guessed.
But don't kill yourself. If you stay, but are
bat crazy you will batter their hearts
in blooming scores of anguish; but kill
yourself, and hundreds of other people die.

Poison yourself, it poisons the well;
shoot yourself, it cracks the bio-dome.
I will give badges to everyone who's figured
this out about suicide, and hence
refused it. I am grateful. Stay. Thank
you for staying. Please stay. You
are my hero for staying. I know
about it, and am grateful you stay.

Eat a donut. Rhyme opus with lotus.
Rope is bogus, psychosis. Stay.
Hocus Pocus. Hocus Pocus.
Dare not to kill yourself. I won't either.

 

 

Prosody on Comedy

Tragedy is when all the stage is all good will
and all will wrongly, like too many winter coats
in too few seats on the subway, no one will
give up a thing yet all feel a remote
and stinging sorrow for the standers. Still,
tragedy is the ship sunk, bobbing heads afloat
together in the drink all happy now to fill
their lungs with air and dream of life-boats.
No bouts now. All their coveted papers and pills
as wet as once were their eyes, dry as ghost's
now, and low slung. Comedy is why they're still
together, in an ocean wide as wind and sky her host.
As we float the deepness of the ocean tugs our bones.
In comedy, we rush the crowded stage and act alone.

 

 1683713-1cfe1a6a1a3765f72ba2e1c00a72410f.jpg
Jennifer Michael Hecht (New York, 23 november 1965)
 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Sipko Melissen werd geboren in Scheveningen op 23 november 1944. Zie ook alle tags voor Sipko Melissen op dit blog.

 

Lemster Boekhandel

Amfitheater aan de waterkant.
Schitterend licht op water en kade.
Lemster Boekhandel in kapitalen
boven voor mij aantrekkelijke ruiten.

Schepen varen voorbij: Odysseus
De Vrijheid, Galileo Galilei.
Zondagszeilers gaan smetteloos wit
naar wijder water dan de gracht.

Een oberjongen in hiërarchisch zwart
zet kopjes neer zijn handen trillen
wacht op de stoep tot nader order
gevangen tussen kassa en terras.

Achter de ramen aan de overkant
zou ik willen dat ik kwam te liggen
uitgekleed tot op een woord of wat
verscholen onder titel, naam en kaft.

Koopwaar op de nuchtere maandagmorgen.
Daar mij prijs te geven en wachten
tot je zult binnenkomen, rondkijken
kopen en mij openen, kleine ober.

Ik concentreer mij op de uitstalkast
waar ik de aandacht winnen moet:
Handboek voor Zeilers, pennen, postpapier
ansichtkaarten, Van Harte Beterschap.

 

 

Gezicht op Sloten

In deze tekening kom ik thuis
de weg leidt onvermijdelijk
naar de oneffenheid
op 't poldervlak
zomervolle bomen
houden nog verborgen

het dorp

waar ik in door wil dringen
om bij de kern te horen
in de kerk te zingen
begraven naast de toren
wachten op een jongste dag

 

 1683713-23ef74cf8b5d17c6cd9983c0202fc7ad.jpg
Sipko Melissen (Scheveningen, 23 november 1944)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Henri Jean Francois Borel werd geboren in Dordrecht op 23 november 1869. Zie ook alle tags voor Henri Borel op dit blog en ook mijn blog van 23 november 2010.

Uit: Het zusje

“Op de brug tusschen den Noordwal en de Veenkade was hij haar voor het eerst tegengekomen.
Hij was met den trein van 4 uur 19 uit Leiden gegaan, samen met een vriend, en tegen vijf uur waren ze op de brug, op weg naar de Elandstraat, waar zij aten. Eerst den langen weg door de Wagenstraat, de Veenestraat en de Prinsenstraat, in de vale, kille triestigheid van Novembermiddagen, door donkere, onverschillige menschen. Allebei stil, in hun zwijgende vriendschap, naast elkaar loopend als vreemden, met bleeke, strakke gezichten.
En toen was ze inééns aangekomen, zóó, dat Paul er van staan bleef.
Niets dan een meisje. Zoo maar een schoolmeisje leek ze, van een jaar of zestien, met nog niet heelemaal lange rokjes, en het haar met korte krullen los langs haar schouders. Erg eenvoudig gekleed. Een blauw manteltje met twee rijen knoopen, een donkerder blauw rokje, een hoed met opgeslagen, breeden rand. In de hand droeg ze een paar schoolboeken.
Maar haar gezichtje! O! gezond, bloeiend gezichtje, zoo roze-roode, hoe vriendelijk lachte het ineens, en wat schitterden daarin zoo blijde twee donkerbruine oogen! Zóó, ineens maar, op de brug, in 't donkere, late namiddaglicht, een meisje, lachend tegen de eenzame droefheid van Paul, die, zonder het te weten, even staan bleef. Hij voelde die warme vriendelijkheid diep in hem gaan, een lief heid, van jaren lang geleden, en een oud, vreemd gevoel zwol zachtjes in hem op. Hij wilde iets zeggen. Maar het meisje was alweer voorbij. Dáár ging ze, de Prinsenstraat in. Nog even keek ze om.... kleurde.... en weg was ze, den hoek om.
‘Kom toch, kerel,’ zei Loo, ‘waar kijk je toch naar?’
‘Naar een meisje. Heb je gezien wat een lief meisje daar voorbijging? Ze lachte tegen me. Wat een vriendelijk gezichtje!’
‘Och jij met je meisjes altijd. Kom, ga mee, anders laat juffrouw Siebers het eten weer koud worden.’
En ze liepen door naar de Elandstraat. Ze aten samen, en 's avonds speelden ze quatre-mains, Preludiums en Fuga's bewerkt naar de Orgel-Concerten van Bach. En toen Paul om elf uur door de Boschjes naar zijn kamers aan de Wittebrug wandelde, was hij het incidentje van vóór den eten weer heelemaal vergeten.
Zóó gingen er zoovéél voorbij. Even, op straat, een lief gezichtje, een lachje, en dan weer weg, uit zijn eenzaam leven....”

 

 1683713-7a588aa5ff148e9c02a0b481330ab773.jpg
Henri Borel (23 november 1869 - 31 augustus 1933)
Henri Borel, Frederik van Eeden en Lodewijkvan Deyssel 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:57 Reageer op dit bericht

Sait Faik Abasıyanık, Guy Davenport, Nigel Tranter, Marieluise Fleißer, Nirad C. Chaudhuri

De Turkse schrijver Sait Faik Abasıyanık werd geboren op 23 november 1906 in Adapazarı. Zie ook alle tags voor Sait Faik Abasıyanık op dit blog en ook mijn blog van 23 november 2010.

Uit:Verhalen uit Istanbul (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

“Hij nam nogmaals een handje aarde. De aarde was rood en vochtig. Hij smeerde haar in zijn baard.
‘Er zit ijzer in, mangaan, fosfor, kalk, van alles,’ zei hij. ‘De zaden kan ik wel begrijpen. Die zijn als een graanschuur, als een soort ei. Maar aarde, daar begrijp ik niets van. Chemici die analyses uitvoeren zeggen dat er van alles en nog wat in zit. Maar hoe kan het dan dat zij de zaden alleen dat geeft wat ze nodig hebben? Ruime hoeveelheden geur, kleur, mineralen, vitamines, staal, fosfor, arsenicum, suiker en weet ik wat nog meer?’
‘Maar aarde is toch niet het enige? Er is toch ook nog water? En zon?’
‘Die komen naar mijn idee op de tweede plaats, want ze zijn niet zo bescheiden als de aarde. Regen, die lijkt altijd in afwachting van een verzoek, een gebed. Als die op de aarde neerplenst zijn we blij, dan danken we God. De aarde is ook niet als de zon, die staat te stralen dat hij iedereen iets geeft, dat iedereen het zonder hem wel kan vergeten, dat er dan geen leven mogelijk is. Ze ligt daar maar stilletjes onder onze voeten, besmeurt de hele winter onze laarzen en kleren, ligt er doods, donkerrood, geel, asgrijs, pikzwart bij. Zodra het lente wordt stort ze al haar vreugde over ons uit. Dan deelt ze aan één stuk door ruimhartig uit en bereidt ons een feestdag. De weilanden staan vol met klaver, de heuvels met klaprozen en madeliefjes. Zelfs de bezemstruiken lachen. Ze geeft zonder er iets voor terug te vragen, gul en vrijgevig. Als de tijd gekomen is, als ze het welletjes vindt met die feestelijkheid neemt ze het allemaal weer in zich op, verteert het en baart.”

 

 1683711-662766b081992dcc399b910cbd85f0ce.jpg
Sait Faik Abasıyanık (23 november 1906 – 11 mei 1954)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, vertaler, schilder en illustrator Guy Mattison Davenport werd geboren op 23 november 1927 in Anderson, South Carolina. Zie ook alle tags voor Guy Davenport op dit blog en ook mijn blog van 23 november 2010.

Uit: Carmina Archilochi: The Fragments of Archilochos

 

Stonewall

I do despise a tall general,
One of those swaggerers,
A curly-haired, cheek-frilled
Whisker dandy.

For me a proper officer’s
Short and bow-legged,
Both feet planted well apart,
Tough in the guts.

 

 

Euboians

no bowstrings drawn to the bow-notch
no slings whipped
in a battle with Ares egging on
but a hell of a lot of sword work
and spear sticking
when the fight’s with
those Euboians

 

 1683711-1f9b4e55689d8dff91de70a5c6a74c9b.jpg
Guy Davenport (23 november 1927 – 4 januari 2005)

 

 

De Schotse schrijver en historicus Nigel Tranter werd geboren op 23 november 1909 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Nigel Tranter op dit blog en ook mijn blog van 23 november 2010.

Uit:The Bruce Trilogy

"What say you to this?" Bruce held out his signed bond, and the enclosing letter to Edward.
Comyn's swiftly indrawn breath was as eloquent as any words. He stared at the out-thrust offering.
"I am waiting?"
His opponent moistened his lips. "Where ... did you... get that?" be got out.
"What matters it? Since I have it now."
"I have been betrayed, then..."
"Betrayed! You to speak of betrayal! You, who made this compact with me. To be your King!  And then betrayed me to Edward, to a certain death! Lamberton also-since he signed witness."
"Faugh! To betray traitors is no fault I" "Traitors! You name me traitor? Is it possible . . .that this forsworn wretch ... should so name Bruce?" And his hand rose to point a quivering finger at the other.
Swift as thought Comyn smashed down the accusing hand with his own clenched fist -his left, since his right was still clutching the dagger-haft.
"Aye-traitor, as I have ever known you! Sold to Edward always. Sold, for his favour. And his Ulsterwoman de Burgh.. !"
Whether at the snarling mention of Elizabeth's name, or at the physical blow to his arm, the second such that Comyn had struck him, something snapped in Bruce's overwrought brain as surely as a breaking bowstring, releasing a scalding red tide which rose swiftly to engulf him. The tingling downstruck hand went straight to his dagger. Scarcely knowing what he did, certainly not hearing the cries from the doorway, he whipped out the weapon and, beating aside the still upraised hand that had struck him, drove the steel deep into John Comyn’s breast.”

 

 1683711-b167da26d3c9977fe6e79828eb3e8988.jpg
Nigel Tranter (23 november 1909 – 9 januari 2000)
Cover 

 

De Duitse schrijfster Marieluise Fleißer werd geboren op 23 november 1901 in Ingolstadt. Zie ook alle tags voor Marieluise Fleißer op dit blogen ook mijn blog van 23 november 2010.

Uit: Hiltrud Häntzschel: Marieluise Fleißer. Eine Biographie

„Freilich: Viel größer als die in den 90er Jahren des 20. Jahrhunderts neu entdeckten Korrespondenzen sind die Lücken, die Leerstellen im biografischen Material. Man muss sich darüber im Klaren sein: Für die Zeit von der Kindheit bis zum ersten Höhepunkt ihrer Laufbahn und ihrer tiefen Zäsur 1929 ist bislang in öffentlich zugänglichen Nachlässen ein einziger privater Brief von Marieluise Fleißer bekannt, 1926 an den Vater aus Berlin, und auch er berichtet ausschließlich von Beruflichem. Von einem Tagebuch ganz zu schweigen. Kein einziger Brief an einen jener Männer, zu denen sie in dieser Zeit in enger Verbindung stand, ist erhalten, keiner an Alexander Weicker, keiner an Lion Feuchtwanger, keiner an Bert Brecht, an Hannes Küpper, an Bode Uhse, auch keiner an Bepp Haindl.“

 

 1683711-8ae4539ef528b89b35a941496578895a.jpg
Marieluise Fleißer (23 november 1901 – 2 februari 1974)

 

 

De Bengaals-Indische schrijver Nirad C. Chaudhuri werd geboren op 23 november 1897 in Kishoreganj. Zie ook alle tags voor Nirad C. Chaudhuri op dit blog.

Uit: Three Horsemen Of The New Apocalypse

“Its restoration as intended by those who brought in the new government in 1967, was to install a figurehead to their government. Instead it produced the opposite result. In making Indira Gandhi, the sweet and gracious daughter of Nehru, prime minister of India, they caught a Tartar. The position brought about a transformation in Mrs Gandhi's character paralleled only by the promising Ivan Romanov's becoming Ivan the Terrible. The Indian Boyars were routed.
Mrs Gandhi's sole preoccupation was to remain in office and in power by foiling the Hydra-headed opposition to her in a faction-ridden political world. This made her resort to such unscrupulous yet imprudent manoeuvres that she was murdered by agents of the fanatical Akali Sikhs.
The answer is simple: the inevitable consequences of the disappearance of personal rule in Indian political life has been seen to be rule by a faction or an opportunistic combination of many factions.
But it is now a very exceptional kind of factional government. During the period of Mogul rule there were three factions at the court -- the Turani or Turkish, the Irani or Persian, or Hindustani, Indian -- all Muslims, of course. At present there is a very broad line of separation, viz between the factions in the Indo-Gangetic plain, or Hindustan, or Aryavarta on the one hand; and on the other, the factions from the peripheral provinces. But the present government in India is dominantly government by politicians from the Deccan. The north as a whole is the Opposition today."

 

 1683711-b2e33499f686e6259c89942afd59cda9.jpg
Nirad C. Chaudhuri (23 november 1897 – 1 augustus 1999)

Geschreven door Romenu om 13:57 Reageer op dit bericht

Max Goldt

De Duitse schrijver en muzikant Max Goldt (pseudoniem van Matthias Ernst) werd geboren op 23 november 1958 in Weende (nu Göttingen). Na zijn afstuderen trok Goldt in 1977 naar West-Berlijn, waar hij aan een opleiding tot fotograaf begon. Hij brak het af, echter, en richtte zich op de muziek. In 1981 richtte hij samen met Gerd Pasemann het duo Foyer des Arts op, waarvoor hij de teksten schreef en liedjes zong. Al eerder werkte Goldt samen met Gerd Pasemann aan een project genaamd AromaPLUS. Het werd gevolgd door talrijke platen, deze keer ook solo, bijvoorbeeld in 1984 “Die majestätische Ruhe des Anorganischen”.Met Stephan Winkler, produceerde hij in 1998 als duo NUUK de LP/CD “Nachts in schwarzer Seilbahn nach Waldpotsdam”. Tegenwoordig is hij vooral bekend als schrijver. Nadat hij met humoristische columns in het onafhankelijke Berlijn tijdschrift “Ich und mein Staubsauger” in een kleine kring ontdekt werd, werd hij aangenomen door het satirische tijdschrift Titanic. Tussen 1989 en 1998 publiceerde hij in het tijdschrift 108 columns onder de titel„Aus Onkel Max’ Kulturtagebuch, Diese Kolumne hat vorübergehend keinen Namen, Manfred Meyer berichtet aus Stuttgart und Informationen für Erwachsene“. Goldt publiceerde compilaties van zijn proza ​​in boekvorm, inclusief columns, foto's, teksten, dialogen en dagboekaantekeningen. In 2008 werd aan Goldt op voordracht van Daniel Kehlmann de Kleist-prijs toegekend. Sinds 1996 werkt hij als stripverhaalschrijver met cartoonist Stephan Katz samen.

Uit: Vom Zauber des seitlich dran Vorbeigehens (Das süße Nichts)

„(Ich weiß noch, über was wir  gestern abend geredet haben)
Ob er mich geweckt habe, fragte am Telefon der Freund mit einem Deut gezierter Anteilnahme zur Mittagszeit,  nachdem wir einen Abend bei mir zusammengesessen hatten,  den  zu  kennzeichnen  er  den  Begriff  «Gelage» wählte, was ich zu dramatisch fand, denn, so erklärte ich ihm, zu zweit innert sechs Stunden drei Flaschen Wein zu leeren, sei durchaus europäisch maßvoll, mit anderen Worten, ich sei schon länger auf und guter Dinge.
«Sei’s drum, laß gut sein», erwiderte der Freund. «Fragst du  dich,  wenn  du  nach  solchen  längeren  Sitzungen morgens  aufwachst,  eigentlich  auch  manchmal:  Über was haben wir gestern eigentlich die ganze Zeit geredet?
Gewiß,  man  saß  behaglich  im  Scheine  wohlüberlegt verteilter Lampen und in angenehmer Entfernung zum jeweils anderen, anderthalb Meter etwa, so daß keiner brüllen mußte, man trank und biß auf Nüsse, mal ging der eine aufs Klo, mal der andere, und man redete ohne quälende Pausen, aber über was bloß?»
«Man könnte versuchen, und sei es nur zum Spaß, eine solche Unterhaltung zu rekonstruieren.»
«Ich könnte es nicht! Ich erinnere mich bloß noch an Pfeffermühlen und Herrenunterhosen.»
«Dann laß mich mal.»
Du kamst kurz nach acht, und wir gingen erst einmal in die Küche, weil das eben so Sitte ist, erst mal kurz in die Küche zu gehen mit Gästen, bevor man anregt,  «rüberzugehen», also in den gastlich präparierten Wohn-bereich. Dein erster mir erinnerlicher Gesprächsbeitrag bestand aus einer lobenden Erwähnung meines sauber abgewischten  Küchentisches.  Ich  erwiderte,  daß  ich
schon  aus  anspruchsvolleren  Gründen  gelobt  worden sei, und hoffte, daß dir Gewichtigeres einfallen würde,wenn sich dir einst nach meinem Tode Mikrophone entgegenschöben, deren Benutzer von dir wissen wollten, was an mir bemerkenswert gewesen sei. Daraufhin griffst du zu meiner Pfeffermühle und meintest: Ja, du würdest sagen, toll an mir sei gewesen, daß ich eine angenehm
ungroße Pfeffermühle gehabt hätte und nicht, wie heutzutage beinah alle anderen, ein Ungetüm im Maßstab einer Grabbeigabe aus phallokratischer Vorzeit.“

 

 1835407-c635dd57c7ef69b081a8900c23df35c9.jpg
Max Goldt (Weende, 23 november 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten