Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 3 december 2017

Ready for Silence (Madeleine L’ Engle)

 

Bij de eerste zondag van de Advent

 

 2098072-8eff422e883652584fe8d35b36b0d4c1.jpg
Edinburgh Christmas Market door Paul Pacey, 2012

 

 

Ready for Silence

Then hear now the silence
He comes in the silence
in silence he enters
the womb of the bearer
in silence he goes to
the realm of the shadows
redeeming and shriving
in silence he moves from
the grave cloths, the dark tomb
in silence he rises
ascends to the glory
leaving his promise
leaving his comfort
leaving his silence

So come now, Lord Jesus
Come in your silence
breaking our noising
laughter of panic
breaking this earth’s time
breaking us breaking us
quickly Lord Jesus
make no long tarrying

When will you come
and how will you come
and will we be ready
for silence
your silence

 

 2098072-89aba0b8ff46640d79421d3a1a44b605.jpg
Madeleine L’Engle (29 november 1918 – 6 september 2007)
Kerstmarkt in New York, de geboorteplaats van Madeleine L’Engle

 

 

Zie voor de schrijvers van de 3e september ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 09:42 Reageer op dit bericht

Hendrik Conscience, Joseph Conrad, Herman Heijermans, Grace Andreacchi, Ugo Riccarelli

De Vlaamse schrijver Henri (Hendrik) Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Zie ook alle tags voor Hendrik Conscience op dit blog.

Uit: Bavo and Lieveken

“Dat groote huis met zijne honderden vensters, dat men ziet van op de Watermolenbrug te Gent, is de katoenfabriek van mijnheer Raemdonck.
Alhoewel het daglicht reeds vermindere is er alles nog in de volle, drukke werkzaamheid; het logge gebouw davert op zijne grondvesten onder de zwoeging der mekanieken, die de stoomkracht in zijn binnenste doet leven.
Het is vooreerst de Duivel, dat machtig tuig, waarin het katoen wordt geklopt, geschud en gefolterd, totdat het alle onreinheid heeft verloren; dan de koorden, de rektuigen en de lantaarnen of draaiende potten, die altezamen de boomwol in vlokkig sneeuw veranderen, ze mengen, ze verdeelen en ze bereiden, om door de spintuigen tot haarfijne draden te worden herschapen; de scheer- en boommolens, en eindelijk de getouwen der wevers en de banken der spinners met hunne ontelbare spillen en bobijnen.
Alles boven en beneden beweegt, loopt of slingert met koortsige snelheid; het is eene oneindigheid van rollende assen, van wentelende wielen, van knarsende radertanden, van vluchtende riemen, van wandelende spinmolens, van draaiende spillen.
Uit elke beweging ontstaat een gerucht, dat zich met de duizenden andere geruchten vermengt tot een donderend gebruis, tot een zenuwtergend geraas, zoo aanhoudend en zoo vol, dat het de denkingskracht van den toevalligen bezoeker inzwelgt en hem duizelig maakt gelijk het geloei der losgebrokene winden op eene woedende zee.
Terwijl het ijzer en het vuur hier alles met hun leven en met hunne stem vervullen, dwaalt de mensch als een sprakeloos en spookachtig wezen tusschen de reusachtige tuigen, die zijn vernuft heeft geschapen.
Er zijn mannen, vrouwen, kinderen in menigte; zij letten op den gang der raderwerken, zij hechten de gebrokene draden aaneen, zij brengen katoen of bobijnen aan, en geven onophoudend voedsel aan het duizendledig, monster, dat de stof met onverzaadbaren honger schijnt te verslinden.
Ziet, hoe mannen en vrouwen schier aandachteloos tusschen de raderwerken heen- en wedergaan; hoe de kinderen onder de spinmolens doorkruipen! En nochtans, dat een riem, een tand, één van al die draaiende dingen hunnen kiel, hun kleed of slechts hunne mouw aangrijpe..... en het onverbiddelijk ijzer zal hunne leden afrukken of hun lichaam vermalen, en het niet loslaten, vóórdat het, ginder verre, als een onkennelijke klomp weder uitgeworpen worde. Ach, hoevele onvoorzichtige werklieden zijn dus verminkt of verslonden geworden door de barsche, zinnelooze kracht, die geen onderscheid kent tusschen katoen en menschenvleesch!”

 

 2098070-a1648268269a1b3a4040903e2dea5723.jpg
Hendrik Conscience (3 december 1812 – 10 september 1883)
Antwerpen in de Adventstijd

 

 

De Brits-Poolse schrijver Joseph Conrad werd geboren op 3 december 1857 in Berdichev, Rusland in een gezin met Poolse ouders. Zie ook alle tags voor Joseph Conrad op dit blog.

Uit: The Arrow of Gold

“Certain streets have an atmosphere of their own, a sort of universal fame and the particular affection of their citizens. One of such streets is the Cannebière, and the jest: “If Paris had a Cannebière it would be a little Marseilles” is the jocular expression of municipal pride. I, too, I have been under the spell. For me it has been a street leading into the unknown.
There was a part of it where one could see as many as five big cafés in a resplendent row. That evening I strolled into one of them. It was by no means full. It looked deserted, in fact, festal and overlighted, but cheerful. The wonderful street was distinctly cold (it was an evening of carnival), I was very idle, and I was feeling a little lonely. So I went in and sat down.
The carnival time was drawing to an end. Everybody, high and low, was anxious to have the last fling. Companies of masks with linked arms and whooping like red Indians swept the streets in crazy rushes while gusts of cold mistral swayed the gas lights as far as the eye could reach.
There was a touch of bedlam in all this.
Perhaps it was that which made me feel lonely, since I was neither masked, nor disguised, nor yelling, nor in any other way in harmony with the bedlam element of life. But I was not sad. I was merely in a state of sobriety. I had just returned from my second West Indies voyage. My eyes were still full of tropical splendour, my memory of my experiences, lawful and lawless, which had their charm and their thrill; for they had startled me a little and had amused me considerably. But they had left me untouched. Indeed they were other men’s adventures, not mine. Except for a little habit of responsibility which I had acquired they had not matured me. I was as young as before. Inconceivably young—still beautifully unthinking—infinitely receptive."

 

 2098070-a569e55035feaf320785a93ec414ab7c.jpg
Joseph Conrad (3 december 1857 – 3 augustus 1924)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver Herman Heijermans werd geboren op 3 december 1864 in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Herman Heijermans op dit blog.

Uit: Eva Bonheur

“MOP.
(komt uit de winkeldeur, vouwt gejaagd een krant toe, aarzelt, wil Jasper, die met een pijp in den mond bij het bureau-ministre zit te lezen, wat zeggen, durft niet, gaat door de keukendeur af. Johannes klopt aan de winkeldeur, opent haar, klopt nog eens aan de binnenzij, zet een goudvisschenkom op de tafel achter Jasper's rug, kucht om de aandacht te trekken, keert naar het magazijn terug. Uit het tuintje klinkt Miep's zingende stem, dan buigt zij zich over het kozijn).
MIEP.
Dunnetjes!
(legt eieren op het bureau-ministre).
Drie eieren van negen kippen en één haan... Hè?... Hè?.... Wat, vader?
(ziende dat Jasper niet luistert, lacht ze en verdwijnt. Jasper, die iets leest dat hem bijzonder vermaakt, schiet in 'n stille lachbui. Boven klopt Johannes aan de middendeur, legt een krant op de ronde tafel, klopt nog eens aan de rechter slaapkamerdeur, af. Eef opent de slaapkamerdeur, loopt in 'r onderlijfje en met papiljotten in de haren naar de middendeur, kijkt de trap af, ziet niemand, ontdekt de krant).
EEF.
(zoekend)
.... Me bril! Waar is me bril? Nou dan!.... Op me nachtkassie....
(hooger van stem)
Op me nachtkassie!....
(af in slaapkamer).
MOP.
(komt opnieuw uit de keukendeur, zet theeservies op de linkertafel, kijkt nerveus naar Jasper's rug, laat twee bordjes vallen zonder dat hij het oplet. Ze raapt de scherven op en verwijt)
.... Jasper! Man, leg nou in godsnaam je boek neer!....
(hij hoort niets)
Jasperlief, 't is over zeven....”
JASPER.
(zonder op te kijken)
.... Merkwaardig.... Haast niet te gelooven.... Wat zei je?.... Zei je wat?
MOP.
(zuchtend)
.... Ik?.... Geen woord!
JASPER.
'n Prachtkerel.... Ideejen om te zoenen....
(leest verder).”

 

 2098070-9c8c30f9dee5458425aad52acfb32221.jpg
Herman Heijermans (3 december 1864 – 22 november 1924)
Scene uit een productie voor televisie, 1989

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Grace Andreacchi werd geboren op 3 december 1954 in New York. Zie ook alle tags voor Grace Andreacchi op dit blog.

 

Felix Culpa

At fourteen you were
the god I worshipped
You were golden bronze
and black
beautiful as Perseus
in your Sicilian skin

You courted me with sea bass
and smooth-skinned blues
and took me fishing
at five a.m.
(Never before or since
have I been seen that early)

I remember the boat rocked
and it was cold
I remember the fog
I wanted you to kiss me
by way of an experiment
(but I was only twelve and you
didn’t)

Today, out fishing on the net
I caught you
seriously fat but still
fishing
a bright red rockfish
dead on your rod

 

 

In the Golden Chamber of Saint Ursula

Bones spiral outward
drenched in gold
small and thin, chicken or child

Golden chrysalis of pain
a stillness unbroken
by waves of thunder

That last night of Mary’s month
the sky dripped fire
and eleven thousand

Stars burned in the wayward streets
men phosphorescent
turned to little lumps of clay

In our hour of need, O Princess
did you spread wide
your ermine cloak?

 

 2098070-2d385e0a2271325e2a076d1e0d38a6cd.jpg
Grace Andreacchi (New York, 3 december 1954) 

 

 

De Italiaanse schrijver Ugo Riccarelli werd geboren op 3 december 1954 in Turijn. Zie ook alle tags voor Ugo Riccarelli op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010..

Uit: Der Zauberer (Vertaald door Karin Krieger)

“Vom Bahnhof unterhalb der Berge, begleitet vom Rollen der Räder und gewiegt von karawanenlangen Geschichten, glitten die jungen Männer aus dem kleinen Dorf am Fuß der Alpen hinab in ein Italien, das sie nur vom Hörensagen kannten, und verwirrt vom Glitzern einer Mondsichel über dem Tyrrhenischen Meer, glaubten sie, die das Meer noch nie gesehen hatten, in einem mit Worten durchsetzten Halbschlaf, bereits die silberne Küste Tunesiens vor Augen zu haben oder auf einem Schiff zu sein, das vor Tripolis, dem schönen Ort der Liebe, vor Anker lag, und noch im Sterben, von einem Granatsplitter durchbohrt oder von einer Maschinengewehrsalve zerfetzt, sollten sie als letzten
Bissen den salzigen Geschmack einer heimischen Wasserfläche genießen, die sie in jener Nacht für ein fernes, exotisches Paradies gehalten hatten.
Rittlings auf einer Bank sitzend, als würde er eine Kutsche lenken, ergriff mein Vater die Zügel der Ängste dieser Jungen, und obwohl er keine Ahnung hatte, wie er vorgehen sollte, obwohl er nicht einmal wusste, wo überhaupt beginnen, leitete er sie die ganze Nacht und den folgenden Tag auf einem Weg, der sie fast alle ins Verderben führen sollte, bettete ihre Sorgen auf bunte Bilder, glättete Gerüche, versetzte den herben Geschmack ihres Rotweins mit dem Nektar, den sie zweifellos kosten würden, legte sie neben Frauen und verglich Löwen mit Maultieren, Affen mit Pferden, Kamele und Menschen untereinander, Menschen und Brüder.
Dies war im Grunde der erste große Zauber, den mein Vater ihnen schenken konnte, und er begleitete diesen Zug, bis der Hafen von Neapel sich in einer Schönheit vor ihnen auftat, die allen unverschämt vorkam, und der Anblick des Vesuvkegels, der sie als einziges an eine soeben erst verlassene Vertrautheit erinnerte, die Gemüter all derer erregte, die sich nie hätten träumen lassen, dass ein Berg sich von der stetigen, beängstigenden Bewegung des vor ihm liegenden Wassers aus geradewegs zum Himmel erheben kann, aus einer weiten Fläche voller Boote, Kähne, Schiffe, Menschen und Dinge, in einem Durcheinander von Licht und Blau, das von allen das Meer genannt wurde.“

 

 2098070-87318d3d1930488a7e8c15942697eebf.jpg
Ugo Riccarelli (Turijn, 3 december 1954)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 3 december 2008 en ook mijn blog van 3 december 2007 en mijn blog van 3 december 2006.

Geschreven door Romenu om 09:30 Reageer op dit bericht

France Preseren, F. Sionil José, Franz Josef Degenhardt, Jules Claretie, Ludvig Holberg

De Sloveense dichter en schrijver France Prešeren werd geboren op 3 december 1800 in Vrba. Zie ook alle tags voor France Prešeren op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010.

 

A Wreath of Sonnets (5/14)    

They come from where no man can sunshine find -
Not from those regions by your glance caressed,
Where all the cares of this world are at rest,
And sweet oblivion follows close behind;

Where joy reigns with a fullness scarce divined,
And vanished are the conflicts that distressed;
Where song springs from an overflowing breast
With sweetest harmonies of every kind;

Where nursed by pure love, grow the fairest flowers,
Luxuriant in beauty and in grace,
As though kissed by the breath of vernal hours.

My songs that praise you come from no such place;
They grew untouched by any friendly powers,
Unblest by soothing winds of warmer days.

 

 

A Wreath of Sonnets (6/14)    

Unblest by soothing winds of warmer days,
My songs remain, since from you, haughty maid,
They never won the word that might be said -
The word that neither saddens nor dismays.

As you were bred upon the German phrase,
Like many a Slovene girl, they were afraid
That from such flowers on our Parnassus laid
With cold disdain you would avert your gaze.

Our Muses were not loved in our own land:
They were but spinsters doomed to lonely ways,
While foreign beauties won both heart and hand.

Like flowers that bud within the glacier's maze,
Our songs are sparse, as though by nature banned,
Above them savage peaks the mountains raise.

 

 2098065-7268ea272facd65cb4a1980b35ea2110.jpg
France Prešeren (3 december 1800 – 8 februari 1849)
Portret door Bozidar Jakac, 1948

 

 

De Filipijnse schrijver F. Sionil José werd geboren op 3 december 1924 in Rosales, Pangasinan. Zie ook alle tags voor F. Sionil José op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010.

Uit: Tong

“By now, Meding was alarmed but Conrado assured her the house would not burn down as long as the switches were off. He dashed off to Bambang two blocks away to one of the electrical shops there.
He had passed the New Life Electrical Supply a few times but had rarely looked in; for once, he never bought electrical supplies in the neighborhood as he always bought them in the supermarket in Makati. It was then that he saw Alice Tan; she was in jeans and a katsa blouse with a high, lace collar and long sleeves that imparted to her an appearance at once regal and demure.
It was not a big shop. It carried hardware, nails, ropes, flashlights, but mostly electrical goods. She sat behind the glass counter and when he came in, she put down the weekly women’s magazine she was reading.
“I don’t think I would need an electrician,” he said. “It is just a burned line, I think. I put the switch off.”
“That is the first thing one should do,” she said with a professional tone. “I think you will need rubberized tape, and a pair of new fuses.”
“I am sure of that,” he said. “But how do I go about fixing it?” He was not sure now, having forgotten most of his physical classes in high school, the positive, the negative . . .
“Simple,” she said, bring out a roll of blue tape from the counter. “The lines should never get mixed up. When the covering is worn out and they cross each other, that’s when the trouble starts.”
“It is like a boy and a girl then,” he said with a laugh. “If they really get mixed up, there’s bound to be some result . . .”
She smiled at his little joke. “I hope you are not fooling me.” She said
“You can come to my house – its close by, in Makati,” he said. “It is dark.”

 

 2098065-1c4ffdebb7254a47f8eba53ed4ff69ad.JPG
F. Sionil José (Rosales, 3 december 1924)

 

 

De Duitse dichter, folkzanger en jurist Franz Josef Degenhardt werd geboren op 3 december 1931 in Schwelm. Zie ook alle tags voor Franz Josef Degenhardt op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010.

 

Manchmal des Nachts

Manchmal des Nachts.
Wenn ich aus meiner Kneipe komm.
im Marschtritt durch die Strassen zieh
oder ich nicht schlafen kann,
trommelnd an meinem Fenster steh
Dann seh' ich die, die Andern,
die vielleicht nicht anders sind.
Sie stehen rum,
wie Tiere vor den Augen der Besucher eines Sonntagzoos
und hören sie den Stiefeltritt der Ordnung, rennen sie gleich los.
Und schimpfen auf die Andern,
die vielleicht nicht anders sind.

Manchmal des Nachts,
dann steigen sie in Autos ein und fahr'n für eine Stunde weg.
Dann kommen sie zurück und spucken dreimal in den Dreck.
Und meinen die, die Andern,
die vielleicht nicht anders sind.

Manchmal des Nachts,
dann ziehen sie die Schuhe aus
und träumen an der Häuserwand
vom Ehemann, von Kindern,
vom Häuschen auf dem Land.
Vom Leben jener Andern,
die vielleicht nicht anders sind.

Manchmal des Nachts,
dann sprechen sie mich an
und eine kenn ich ganz genau.
Sie hat mit mir im Sand gespielt
and manchmal Mann und Frau.
Jetzt steht sie bei den Andern,
die vielleicht nicht anders sind.

Manchmal des Nachts,
wenn ich aus meiner Kneipe komm
im Marschschritt durch die Strassen zieh.
Oder ich nicht schlafen kann
trommelnd an meinem Fenster steh.
Dann seh' ich die, die ändern,
die vielleicht nicht anders sind.

 

 2098065-0d9817a1e94129968da71dca25ffdbc4.jpg
Franz Josef Degenhardt (3 december 1931 – 14 november 2011)
Schwelm

 

 

De Franse schrijver, criticus, theaterdirecteur en journalist Jules Claretie werd geboren op 3 december 1840 in Limoges. Zie ook alle tags voor Jules Claretie op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010.

Uit: Paris assiégé

“Heureux comme Dieu en France ! dit un proverbe allemand. C'est ce bonheur qu'ils enviaient et qu'ils ont détruit. Lorsque tombait sur nous quelqu'une de ces masses de fonte et de fer d'où jaillissait la mort, pendant le bombardement, un penseur s'arrêta devant un obus qui venait d'éclater et, avec un sourire amer, haussant les épaules, il dit :
« Philosophie allemande ! »
Maintenant tout est fini, la ville se ravitaille et digère sous le canon prussien. Les remparts sont désarmés, les uniformes disparaissent, les képis se cachent. Paris a déjà perdu sa mâle et altière physionomie. Ceux qui ne l'ont pas vu superbe et résistant auront perdu le spectacle le plus beau. Je sais qu'on l'a accusé de pusillanimité, et qui ? ceux-là mêmes qui l'ont fui avant l'investissement et qui, à Tours ou à Bordeaux, mangeaient des huîtres vertes tandis que nous mordions au pain gluant. Que Paris laisse dire ! Il a sauvé l'honneur du drapeau.
Qu'il songe à cette heure à ne plus redevenir la ville qu'il fut sous l'empire, le boudoir et le sérail, et à ne plus retourner, comme dit l'Écriture en son rude langage, à son vomissement. Après avoir été un camp où l'on veille, qu'il soit, comme jadis, une cité où l'on pense.
Debout, tous ses fils, écrivains, peintres, philosophes, artisans ! A l'œuvre, tous ! Au tableau, à l'atelier, au livre, au travail ! Il faut refaire la France. La France se meurt ! Il faut la sauver. Elle a jeté aux orties sa souquenille dorée. Tissons pour cette mère un manteau de pourpre qui la rende et plus fière et plus belle.
Rien n'est perdu si nous voulons être honnêtes et si nous savons rester libres. Des lois et des mœurs et nous reprenons, d'un bond, notre rang dans le monde.
Chère République, sois la vierge pure, la déesse austère, la Sabine et la Spartiate, non l'aventurière et l'affolée, sois la divinité de marbre et non la reine du carrefour, sois la vertu, sois le droit, sois le labeur incessant, sois le progrès, sois tout ce qui élève et tout ce qui sauve, sois celle qui combat la misère, qui force l'ignorance à rentrer aux ténèbres, sois la justicière qui défend la cause du travailleur et sauvegarde le salaire bien gagné, sois la liberté, sois l'égalité, sois l'amour, sois l'honneur, et notre France, notre chère France, notre pauvre France qui râle va renaître et va marcher encore à la tête des nations, son drapeau troué dans sa main."

 

 2098065-7c885a8dd9c67d908d6bcfcd336770e2.jpg
Jules Claretie (3 december 1840 – 23 december 1913)

 

 

De Noorse schrijver Ludvig Holberg werd geboren in Bergen op 3 december 1684. Zie ook alle tags voor Ludvig Holberg op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010.

Uit: Jeppe of the Hill (Vertaald door Oscar James Campbell, jr.)

“(Enter Jacob Shoemaker, in his shirt.)
JACOB. Who the dickens wants to get in so early?
JEPPE. Good morning to you, Jacob Shoemaker.
JACOB. Thank you, Jeppe! You are up and about bright and early to-day.
JEPPE. Let us have a pennyworth of brandy, Jacob!
JACOB. With all my heart, when you show me the penny.
JEPPE. I'll give it to you when I come back here tomorrow.
JACOB. Jacob Shoemaker doesn't give credit, I know you must have a penny or two about you to pay with.
JEPPE. Honestly, Jacob, I have nothing but what my wife gave me to spend in town for her.
JACOB. You can easily beat them down a few pence on what you buy. What is it you're to get her?
JEPPE. I have to buy two pounds of soft soap.
JACOB. Why, can't you tell her the soap cost a penny or two more than you give for it?
JEPPE. I'm so afraid my wife would find out about it, and then I'd be in trouble.
JACOB. Nonsense! How could she find out? Can't you swear that you paid out all the money? You're as stupid as an ox.
JEPPE. That's true, Jacob! I can do that well enough.
JACOB. Out with your penny.
JEPPE. Here you are, but you must give me a penny change.
JACOB (coming in with the glass; drinks to him). Your health, Jeppe!
JEPPE. What a lot you take, you rogue!
JACOB. Oh, yes, but it's the custom for the host to drink his guest's health.”

 

 2098065-46e6cc46e7bbd40f8367b77cdf0bfd07.jpg
Ludvig Holberg (3 december 1684 - 27 januari 1754)
Adventstijd in Kopenhagen

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 3 december 2008 en ook mijn blog van 3 december 2007 en mijn blog van 3 december 2006.

Geschreven door Romenu om 09:26 Reageer op dit bericht

Kristina Sandberg

De Zweedse schrijfster Kristina Sandberg werd geboren op 3 december 1971 in Sundsvall en groeide op in het noorden van Zweden. Tegenwoordig woont zij in Stockholm. Ze is psychologe en debuteerde in 1997 als schrijfster met “I vattnet flyter man”. Ze won o.a. de Augustprijs en de Svenska Dagbladet literatuurprijs voor de lijvige trilogie over het leven van Majs. In 2017 verscheen de roman “Zorgen voor het gezin.” Deze roman is het tweede deel van de Maj-trilogie, de grote doorbraak van Sandberg. Eerder dat jaar werd het eerste deel gepubliceerd: “De komst van een kind”. Sandbergs romans draaien om de kleine details van het dagelijks leven, over generaties van vrouwen en het gezinsleven in de verzorgingsstaat vanaf de late jaren 1930 tot de jaren 1970.

Uit: Leven tot elke prijs (Vertaald door Jasper Popma en Webdy Prins)

“Stockholm, 1953
Als iemand verdwenen is, wanneer neem je dan contact op met de politie? Maj weet het niet Ze staat in de nette, anonieme hotelkamer met de dubbele gordijnen - de zware gesteven beige van gebloemd cretonne plus de dichtgetrokken witte vitrages - zijn ze wat gelig van de nicotine?Nubenje weduwe. Nee! Tenue komt zo. Zacht geruis van de waterleiding - een nachtbraker is nog wakker. Even voor enen. Ga naar bed, Maj. Rust een poosje. Ze kan nu toch niet slapen. Kan zich er zelfs niet toe zetten tegen het hoofdeinde te gaan zitten. Hoort ze haar hart bonken? Het plakkerige gesmak van haar tong tegen het gehemelte. Haar tanden. Drink een glas water. Dat zal ze doen. Een koud glas water halen bij de kraan in de badkamer. Maar dan klinkt er geklop op de deur. Een ritmisch roffeltje. Ze haast zich ernaartoe, doet open. Lasse en Anita. Als kleine kinderen in pyjama en nachtjapon - ze lijken zoveel jonger dan hun elfen net veertien jaar - is papa al terug? We kunnen niet slapen... Maj schudt haar hoofd. Zegt dat ze wel bij haar mogen komen. Dat zij ook wakker is. Ze haalt de sprei van het tweepersoonsbed, slaat beide dekbedden open, waarop Lasse meteen op het matras begint te springen zodat de veren doorbuigen - ze had Anita en Lasse zich toch maar gereed laten maken voor de nacht - misschien was het dom van haar om ze naar hun eigen kamer te sturen om daar te gaan slapen. Ze wilde alles graag normaal laten lijken. Hun het vertrouwen geven dat papa gauw terug zou zijn. Als hij al komt. Hou op, Lasse - en hij stopt met springen zodra Anita er iets van zegt Maj gaat in de leunstoel zit-ten - moet ze de lamp op het bureau echt aan laten - ga nu slapen,
maant ze hen, ze pakt een sigaret, strijkt een lucifer af. Wees zuinig met de sigaretten, wat doe je als ze op zijn? Ze heeft niet eens genoeg contanten voor een pakje rookwaar. Snel drukt ze hem uit in de as-bak, stopt de amper gerookte sigaret terug. Tomas is in elkaar gesla-gen. geroofd van zijn portefeuille. Ligt ergens gewond zonder dat ze zijn identiteit kunnen achterhalen. Misschien lopen mensen hier wel ge-woon langs iemand die mishandeld is. Of ?Wat zou anders de reden zijn dat hij haar en de kinderen alleen op een hotelkamer in de hoofdstad achterlaat? Pas als ze gaat verzitten in de leunstoel, merkt Maj hoe hard ze haar dijen tegen elkaar drukt. Adem. Ontspan. Lacht zeeven? Ze slaat opnieuw haar ene been over het andere, haakt haar voet achter haar enkel.”

 

 2120616-2b9f4a552385d79b5416bbc22745a32f.jpg
Kristina Sandberg (Sundsvall, 3 december 1971)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten