Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 18 april 2014

De soldaat die Jezus kruisigde (Martinus Nijhoff)

 

Bij Goede Vrijdag

 

 

 1583950-415f108b6aada2de56266c51d5e802b0.jpg
Christus aan het kruis door Rembrandt Harmensz. van Rijn, 1631

 

 

De soldaat die Jezus kruisigde


Wij sloegen hem aan 't kruis. Zijn vingers grepen
Wild om den spijker toen 'k den hamer hief -
Maar hij zei zacht mijn naam en: 'Heb mij lief -'
En 't groot geheim had ik voorgoed begrepen.

Ik wrong een lach weg dat mijn tanden knarsten,
En werd een gek die bloed van liefde vroeg:
Ik had hem lief - en sloeg en sloeg en sloeg
Den spijker door zijn hand in 't hout dat barstte.

Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand,
Trek ik een visch - zijn naam, zijn monogram -
In ied'ren muur, in ied'ren balk of stam,
Of in mijn borst of, hurkend, in het zand,

En antwoord als de menschen mij wat vragen:
'Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen.'

 

 

 1583950-ea2948c13e9ace0f742a42f75f293185.jpg
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Den Haag, Vredespaleis (Nijhoff werd geboren in Den Haag)

Zie voor de schrijvers van de 18e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:32 Reageer op dit bericht

Bas Belleman, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis, Henry Kendall

De Nederlandse dichter Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook alle tags voor Bas Belleman op dit blog.

Uit: De drift van Sneeuwwitje (Twee Koningskinderen, fragment)

Ze renden hand in hand over de paden,
zigzaggend tussen de bomen
en sprongen over glinsterende beekjes,
in hun rug de rode gloed van de opgaande zon. Steeds feller prikten de blakende zonnestralen
door de bladeren van de bomen.
De koning stond radeloos,
met lege handen,
tegenover zijn koningin.
     ‘Ga hen achterna,’ zei ze.
Dus besteeg de koning zijn snelste paard
en galoppeerde hen achterna
door de bossen, hij kwam steeds dichterbij.
Wat moesten de koningskinderen doen?
De prinses kreeg een idee.
     ‘Ik verander jou in een rozenstruik
     en mijzelf in een roos tussen jouw doornen.’
De vingers van de prins werden lang en dun
en splitsen zich, krulden alle kanten op,
net als zijn armen en benen,
Zijn tenen boorden zich de grond in
en de wind waaide door hem heen,
er ritselden blaadjes in zijn buik
en midden in de prinselijke rozenstruik
bloeide een roos.
De koning zag hen nergens en droop af.
     ‘Je had de roos moeten plukken,’ zei de koningin,
     ‘dan was de struik wel meegekomen.’
De koning kon het nauwelijks geloven:
dat waren ze, dat waren ze!

 

 1583945-6ddcc11b16706ac4e9c1c043fe2bff00.jpg
Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

 

 

De Nederlands dichteres en schrijfster Clara Eggink werd geboren in Utrecht op 18 april 1906. Zie ook alle tags voor Clara Eggink op dit blog.

 

Verloren

Ik lees een boek, ik schrijf een brief,
Ik kom bij jou, wij praten.
Die dingen zijn mij even lief;
Ik kan ze ook wel laten.

Het voorjaar buiten is altijd zoel,
Maar niet dat wilde wonder
Toen ik weg wou gaan, alleen en koel;
Nu kan ik ook wel zonder.

Ik meende aan 't strand te zijn geboren,
Mijn huis te hebben in het duin.
Dat alles is al lang verloren,
Nu voer ik meeuwen in mijn tuin.

 

 1583945-651d837760f18146fe82a71c29cecf24.jpg
Clara Eggink (18 april 1906 - 3 maart 1991)

 

 

De Amerikaanse schrijfster, essayiste en feministe Kathy Acker werd op 18 april 1947 in New York geboren als Karen Alexander. Zie ook alle tags voor Kathy Acker op dit blog.

Uit: Great Expectations

“My father’s name being Pirrip, and my Christian name Philip, my infant tongue could make of both names nothing longer or more explicit that Pip. So I called myself Pip, and came to be called Pip.
I give Pirrip as my father’s family name on the authority of his tombstone and my sister—Mrs. Joe Gargery, who married the blacksmith.
On Christmas Eve 1978 my mother committed suicide and in September of 1979 my grandmother (on my mother’s side) died. Ten days ago, it is now almost Christmas 1979, Terence told my fortune with the Tarot cards. This was not so much a fortune—whatever that means—but a fairly, it seems to me, precise psychic map of the present, therefore: the future.
I asked the cards about future boyfriends. This question involved the following thoughts: Would the guy who fucked me so well in France be in love with me? Will I have a new boyfriend? As Terence told me, I cut the cards into four piles: earth water fire air. We found my significator, April 18th, in the water or emotion fantasy pile. The cards were pointing to my question. We opened up this pile. The first image was a fat purring humper cat surrounded by the Empress and the Queen of Pentacles »

 

 1583945-92a927d9c8c71443b673f9190492d8c0.jpg
Kathy Acker (18 april 1947 – 30 november 1997)

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Joy Davidman werd geboren op 18 april 1915 in New York. Zie ook alle tags voor Joy Davidman op dit blog.

 

Letter to a Comrade (Fragment)

Pray for us
pray for us; we the sons of the French adventurers
salt and dry codfish beside a salty stream
here with no buyers; here our bread
stands to the flies; here our children
have no teeth, live on the thin flesh of fishes
and the pallid taste of Christmas berries plucked by the roadside
while waiting for the cars and money of tourists;
and because we have no teeth in our heads with which to bite
therefore priest pray for us, you sitting in the house of yellow
bricks
which we have made beside the church of yellow bricks
which we have built and made bright with decorations of metal
and three white saints, and which we have given a tower
sheeted with tin, and of which we are proud because it is fine.
Priest give us good words and make intercession
to the Virgin that she may make intercession
since now every hour is the hour of our death.

 

 1583945-9bb552fc21fd01cff2157f0ca46ef945.jpg
Joy Davidman (18 april 1915 – 13 juli 1960)
Hier met haar echtgenoot C.S. Lewis 

 

 

De Amerikaanse journalist en schrijver Richard Harding Davis werd geboren op 18 april 1864 in Philadelphia. Zie ook alle tags voor Richard Harding Davis op dit blog.

Uit:Once Upon A Time

“The standard of life to which Everett was accustomed was high. In his home in Boston it had been set for him by a father and mother who, though critics rather than workers in the world, had taught him to despise what was mean and ungenerous, to write the truth and abhor a compromise. At Harvard he had interested himself in municipal reform, and when later he moved to New York, he transferred his interest to the problems of that city. His attack upon Tammany Hall did not utterly destroy that organization, but at once brought him to the notice of the editors. By them he was invited to tilt his lance at evils in other parts of the United States, at "systems," trusts, convict camps, municipal misrule. His work had met with a measure of success that seemed to justify Lowell's Weekly in sending him further afield, and he now was on his way to tell the truth about the Congo. Personally, Everett was a healthy, clean-minded enthusiast. He possessed all of the advantages of youth, and all of its intolerance. He was supposed to be engaged to Florence Carey, but he was not. There was, however, between them an "understanding," which understanding, as Everett understood it, meant that until she was ready to say, "I am ready," he was to think of her, dream of her, write love-letters to her, and keep himself only for her. He loved her very dearly, and, having no choice, was content to wait. His content was fortunate, as Miss Carey seemed inclined to keep him waiting indefinitely.”

 

 1583945-e4ce53feb3372798b4a4eaddae3d2ded.jpg
Richard Harding Davis (18 april 1864—11 april 1916)

 

 

De Australische dichter Henry Kendall werd geboren op 18 april 1839 in Milton. Zie ook alle tags voor Henry Kendall op dit blog.

 

The Austral Months

May

Now sings a cool, bland wind, where falls and flows
The runnel by the grave of last year's rose;
Now, underneath the strong perennial leaves,
The first slow voice of wintering torrent grieves.
Now in a light like English August's day,
Is seen the fair, sweet, chastened face of May;
She is the daughter of the year who stands
With Autumn's last rich offerings in her hands;
Behind her gleams the ghost of April's noon,
Before her is the far, faint dawn of June;
She lingers where the dells and dewy leas
Catch stormy sayings from the great bold seas;
Her nightly raiment is the misty fold
That zones her round with moonlight-coloured gold;
And in the day she sheds, from shining wings,
A tender heat that keeps the life in things.

 

 1583945-faafa4d9a6d0fcab53fe18ad003e4544.JPG
Henry Kendall (18 april 1839 – 1 augustus 1882)



 

Zie voor nog meer schrijvers ook mijn blog van 18 april 2012 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:24 Reageer op dit bericht

In Memoriam Gabriel García Márquez

 

In Memoriam Gabriel García Márquez

 

De Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez, bekend van zijn boeken 'Honderd jaar eenzaamheid' en 'Liefde in de tijd van cholera', is overleden in Mexico. De winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur is 87 jaar geworden. Gabriel García Márquez werd op 6 maart 1928 in de kustplaats Aracataca geboren. Zie ook alle tags voor Gabriel García Márquez op dit blog.

 Uit: Chronicle of a Death Foretold (Vertaald door Gregory Rabassa).

 « The only thing he left intact in the parlor was the spiral staircase rescued from some shipwreck. On the upper floor, where the customs offices had been before, he built two large bedrooms and five cubbyholes for the many children he intended having, and he constructed a wooden balcony that overlooked the almond trees on the square, where Plácida Linero would sit on March afternoons to console herself for her solitude. In the front he kept the main door and built two full-length windows with lathe-turned bars. He also kept the rear door, except a bit taller so that a horse could enter through it, and he kept a part of the old pier in use. That was always the door most used, not only because it was the natural entry to the mangers and the kitchen, but because it opened onto the street that led to the new docks without going through the square. The front door, except for festive occasions, remained closed and barred. Nevertheless, it was there, and not at the rear door, that the men who were going to kill him waited for Santiago Nasar, and it was through there that he went out to receive the bishop, despite the fact that he would have to walk completely around the house in order to reach the docks.
No one could understand such fatal coincidences. The investigating judge who came from Riohacha must have sensed them without daring to admit it, for his impulse to give them a rational explanation was obvious in his report. The door to the square was cited several times with a dime-novel title: "The Fatal Door." In reality, the only valid explanation seemed to be that of Plácida Linero, who answered the question with her mother wisdom: "My son never went out the back door when he was dressed up." It seemed to be such an easy truth that the investigator wrote it down as a marginal note, but he didn't include it in the report.
Victoria Guzmán, for her part, had been categorical with her answer that neither she nor her daughter knew that the men were waiting for Santiago Nasar to kill him. But in the course of her years she admitted that both knew it when he came into the kitchen to have his coffee. They had been told it by a woman who had passed by after five o'clock to beg a bit of milk, and who in addition had revealed the motives and the place where they were waiting. "I didn't warn him because I thought it was drunkards' talk," she told me. Nevertheless, Divina Flor confessed to me on a later visit, after her mother had died, that the latter hadn't said anything to Santiago Nasar because in the depths of her heart she wanted them to kill him. She, on the other hand, didn't warn him because she was nothing but a frightened child at the time, incapable of a decision of her own, and she'd been all the more frightened when he grabbed her by the wrist with a hand that felt frozen and stony, like the hand of a dead man.”

 

 1583876-e8973a1133adb43cc4225a1fff188266.jpg
Gabriel García Márquez (6 maart 1928 – 17 april 2014)

Geschreven door Romenu om 08:56 Reageer op dit bericht

Wam de Moor

De Nederlandse schrijver, dichter, neerlandicus en literatuurcriticus Willem Anton Marie (Wam) de Moor werd geboren in Zevenaar op 18 april 1936. De Moor studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en promoveerde op de schrijver en diplomaat J. van Oudshoorn (1876-1951). Hij doceerde eerst aan Het Geert Grote College in Deventer, vervolgens aan de Gelderse Leergangen en vanaf 1978 aan de universiteit in Nijmegen. Hij schreef veel literatuurrecensies en artikelen over literatuur en poëzie, onder andere in De Tijd en later in De Gelderlander. De Moor was initiator van het leesdossier wat op scholen in het literatuuronderwijs gebruikt wordt. Zelf schreef hij ook verhalen en gedichten en stelde bloemlezingen samen. De Moor werd gedecoreerd tot officier in de Orde van Oranje Nassau.

Uit:Over de meester en zijn leerlingen. Een voortgezette verkenning

“Vestdijk is dan ook vooral de meester van een aantal prozaschrijvers. Daarover schreef ik zes jaar geleden in het boek Meester en leerling.5. Ik stelde daarin Vestdijk zelf aan de orde met het in memoriam dat ik op 24 maart 1971 in het dagblad De Tijd had geplaatst en met zijn romans Het verboden bacchanaal, Het proces van Meester Eckhart en het postuum verschenen werk Kind tussen vier vrouwen. Voorts besprak ik daarin als een soort meesterleerlingen Hella Haasse en Willem Brakman, en vier wat oudere verwanten, wier talent wat minder in het oog sprong. Dat waren Sjoerd Leiker, Willem van Toorn, Judicus Verstegen en, op grond van zijn geringe produktie in de jaren zeventig, Willem G. van Maanen, wiens werk ik overigens hoger aansloeg dan dat der overige drie. Ik rekende bovendien tot Vestdijks school anno 1978 twee excellente leerlingen: Maarten 't Hart en Doeschka Meijsing, geen meesters nog, maar zo te zien wel op weg naar het meesterschap.
Ik zou nu twee dingen willen proberen. In de eerste plaats nagaan wat deze schrijvers met Vestdijk verbindt en hoe hun ontwikkeling sedert 1978 is geweest. In de tweede plaats wil ik weten of zich na 1978 nog andere auteurs hebben gemanifesteerd voor wie de held van Harlingen een voorbeeld is geweest.
Vestdijk heeft zijn roem en zijn naam verworven met zijn proza. Ik houd het bij de tekst van degenen die met zoveel zorg de fraaie herdruk van zijn tweeënvijftig romans bijna tot een einde hebben gebracht. ‘Al blonk hij uit in vele literaire genres, zijn prestatie als romancier is in de Nederlandse literatuur ongeëvenaard’. Hoe hij zich schoolde tot de schrijver van de eersteling Kind tussen vier vrouwen en de psychologische romans te beginnen met Meneer Visser's hellevaart (1936), Terug tot Ina Damman (1934) en Else Böhler (1935), aan de hand van grote meesters als Joyce, Dostojevski en Proust, zou een zeer belangrijk item voor de biografie kunnen zijn. Wat betekende Thomas Mann voor zijn historisch werk, te beginnen met Het vijfde zegel (1937)? En waar ligt de leerstof voor het derde soort romans dat hij in 1948 begon, de ‘fantastische’ of visionaire romans, De redding van Fré Bolderdey of De kellner en de levenden? Zoals Rudi van der Paardt in nr. 32 van de Vestdijkkroniek heeft laten zien is over dat alles nog maar weinig bekend.”

 

 1711566-b28e7ff6a4e9250a15f3933184e2a3a7.jpg
Wam de Moor (Zevenaar, 18 april 1936)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten