Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 april 2013

Am Ostermontage (Annette von Droste-Hülshoff)


Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen!

 

 

1366050-a83abc7a354b72ff34a26105f4cde049.png 

Noli me tangere door Antonio da Correggio, ca 1534

 

 

 

 

Am Ostermontage

Ev: Von den Jüngern die nach Emmaus gingen


Herr, eröffne mir die Schrift,
Deiner Worte Liebesmorgen,
Daß er leis' im Herzen trifft,
Was gewißlich drin verborgen.
Weiß es selber nicht zu finden,
Bin doch aller Hoffnung voll:
O, die Wolken werden schwinden,
Wenn die Sonne scheinen soll!

Soll der Glaube ferne sein,
Da die Liebe nicht verloren,
Da in Nächten stiller Pein
Mir die Hoffnung neu geboren?
Du mein Gott der Huld und Treue,
Den des Würmleins Krümmen rührt,
Hättest du umsonst die Reue
In dies starre Herz geführt?

Nein, mein Herr, das hast du nicht,
Deine Seelen sind dir teuer;
Wo nur noch ein Fünklein spricht,
Nahst du gern mit deinem Feuer.
O, ich fühl' es wohl, wie leise
Sich das neue Leben regt,
An der Gnade zarte Speise
Seine schwachen Lippen legt.

Manches ist mir wunderbar,
Manches muß mir dunkel scheinen;
Doch in deiner Liebe klar
Wird sich Alles freudig einen.
War der Nebel nur des Bösen,
Was als Nacht mich zagen ließ:
Wie sich meine Sünden lösen,
Tret' ich aus der Finsternis.

Herr, mit Tränen dank ich dir
Für dein übergnädig Walten,
Daß du deinen Glauben mir
In der Sünde vorenthalten:
Ach, ich hätte wie im Grimme
Neue Frevel nur erspäht,
Bis mir des Gewissens Stimme
Von dem Sturme überweht.

Deine Gnad' ist weich und warm,
Mag der Sorgfalt nicht entbehren,
Und mein Herz war kalt und arm
Solchen zarten Gast zu nähren.
Aber wie die Quellen springen,
Losgerissen von dem Weh,
Taucht sie sich mit milden Schwingen
In den heißen roten See.

Herr, ich habe viel geweint,
Daß ich oft wie zu zergehen
In der Seelennot gemeint,
Und wie ist mir heut' geschehen!
Daß ich gar so voll der Freuden
Und mich keine Angst bezwingt,
Ob mir gleich das alte Leiden
Riesig an die Seele dringt.

Und bei deinem heil'gen Buch,
Was mir heute fast wie offen,
Denk ich keinen einz'gen Fluch,
Kann nur lieben, kann nur hoffen,
Seh dich nur als Kindlein neigen,
Alles lieblich, alles lind;
Deine harten Worte schweigen,
Und ich weiß nicht, wo sie sind.

Das ist nur für diesen Tag,
O, viel anders wird es kommen;
Denn zu groß ist meine Schmach,
Solche Lust kann ihr nicht frommen;
Hast nur deinen Blitz gesendet,
Daß nicht irr' in meiner Pein
Ich mich wieder zugewendet
Dem verlaßnen Götzenhain.

Du unendlich süßes Glück,
Muß ich wieder dich verlieren,
Laß mir nur dein Bild zurück,
In dem Grolle mich zu rühren!
Oder, Herr, soll dieser Stunde
Überschwenglich Heil erstehn,
O, so laß des Grolles Wunde
Mir als Trauer offen gehn!

 

 

 

1366050-c6f809abba70bf32e156c5f8f5417fd5.jpg 

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Burg Hülshoff

 

 


Zie voor de schrijvers van de 1e april ook
mijn drie vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:52 Reageer op dit bericht

Milan Kundera, Nikolaj Gogol, Arnold Aletrino, Max Nord, Urs Allemann

De Tsjechische schrijver Milan Kundera werd geboren in Brno op 1 april 1929. Zie ook alle tags voor Milan Kundera op dit blog.

 

Uit: Immortality (Vertaald door Peter Kussi).

 

“I think, therefore I am is the statement of an intellectual who underrates toothaches. I feel, therefore I am is a truth much more universally valid, and it applies to everything that's alive. My self does not differ substantially from yours in terms of its thought. Many people, few ideas: we all think more or less the same, and we exchange, borrow, steal thoughts from one another. However, when someone steps on my foot, only I feel the pain. The basis of the self is not thought but suffering, which is the most fundamental of all feelings. While it suffers, not even a cat can doubt its unique and uninterchangeable self. In intense suffering the world disappears and each of us is alone with his self. Suffering is the university of egocentrism.”

(…)

 

“Just imagine living in a world without mirrors. You'd dream about your face and imagine it as an outer reflection of what is inside you. And then, when you reached forty, someone put a mirror before you for the first time in your life. Imagine your fright! You'd see the face of a stranger. And you'd know quite clearly what you are unable to grasp: your face is not you.”

 

 

1366046-0067a05094b8cc671646eecfc8006bc9.jpg 

Milan Kundera (Brno, 1 april 1929)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Nikolaj Vasiljevitsj Gogol werd geboren in Poltawa, Oekraïne, op 1 april 1809. Zie ook alle tags voor Nikolaj Gogol op dit blog.

 

Uit: The Overcoat (Vertaald door Constance Garnett)

 

“In the department of -- but it is better not to mention the department. There is nothing more irritable than departments, regiments, courts of justice, and, in a word, every branch of public service. Each individual attached to them nowadays thinks all society insulted in his person. Quite recently a complaint was received from a justice of the peace, in which he plainly demonstrated that all the imperial institutions were going to the dogs, and that the Czar's sacred name was being taken in vain; and in proof he appended to the complaint a romance in which the justice of the peace is made to appear about once every ten lines, and sometimes in a drunken condition. Therefore, in order to avoid all unpleasantness, it will be better to describe the department in question only as a certain department.

So, in a certain department there was a certain official -- not a very high one, it must be allowed -- short of stature, somewhat pock-marked, red-haired, and short-sighted, with a bald forehead, wrinkled cheeks, and a complexion of the kind known as sanguine. The St. Petersburg climate was responsible for this. As for his official status, he was what is called a perpetual titular councillor, over which, as is well known, some writers make merry, and crack their jokes, obeying the praiseworthy custom of attacking those who cannot bite back.

His family name was Bashmatchkin. This name is evidently derived from "bashmak" (shoe); but when, at what time, and in what manner, is not known. His father and grandfather, and all the Bashmatchkins, always wore boots, which only had new heels two or three times a year. His name was Akakiy Akakievitch. It may strike the reader as rather singular and far-fetched, but he may rest assured that it was by no means far-fetched, and that the circumstances were such that it would have been impossible to give him any other.

This is how it came about.”

 

 

 1366046-900ea16f3d482a65cf2411eeb904433e.jpg

Nikolaj Gogol (1 april 1809 – 4 maart 1852)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Arnold Aletrino werd geboren in Amsterdam op 1 april 1858. Zie ook alle tags voor Arnold Aletrino op dit blog.

 

Uit: Een Achtermiddag

 

“In de doffe loomheid na het koffiedrinken was hij neêrgevallen in zijn luien stoel, niet in staat om te gaan werken en in de trage, lauwe kamerlucht had hij zich langzamerhand machteloos gevoeld om op te staan en hij was blijven droomen, wezenloos en zwaar, in de vage drijving van zijn gedachten, deinend als de wolken tabaksdamp, die laag in de kamer hingen.

Onder den verdrietigen invloed van den regenachtigen Octoberdag, was zijn moedelooze bui der laatste dagen tot een uitbarsting gekomen, hem krachteloos makend en lam.

Vreemd waren die buien niet voor hem. Soms duurden ze weken achtereen eentonig-grijs en maakten hem onmachtig om te denken. Dan verdwenen zij plotseling en hij voelde zich weêr als te voren; alleen bleef er een zekere vermoeidheid achter, alsof hij dagen lang ziek was geweest.

In het sombere licht van een dreigende regenbui, dreef in zijn kamer een donzige schemer, stil en droomerig glijdend over de meubelen.

Alleen bij de vensters stond een waterig, geel licht, vreemd afschijnend van een zonnige wolkplek, valsch klinkend tegen den doffen toon der schemering.

Een fijne regen begon te vallen, dun, stoffig zilverachtig zwevend in den gelen lichtveeg, die schuin over de natte straat en de glimpende daken aan de overzij heenstreek.

En onder de tintelende, geluidlooze trilling van den regen, loste langzaam de gele glans bij de vensters op in het donzige licht dat donker uitzweefde in den kamer. Buiten trok de goude glans onmerkbaar op naar de lucht waar alleen nog een heldere, witte wolk afplekte tegen het dikke grauw er omheen.

Op eens herinnerde die vreemde lichtglans hem aan jaren geleden. 't Was een winderige zomerdag. Hij reed met zijn moeder en zuster in een boeren rijtuigje over den naakten weg tusschen groote veenplassen.”

 

 

1366046-623d669b1fb0c298f4d40f30c892b1a7.jpg 

Arnold Aletrino (1 april 1858 - 17 januari 1916)

Zelfportret

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en journalist Max Nord werd geboren in Gorinchem op 1 april 1916. Zie ook alle tags voor Max Nord op dit blog.

 

 

Droom

 

Ik droomde moe: ik was zo stil als oud,

ik wist alleen: nooit zal ik alles weten,

mijn handen waren van verwachting koud.

 

Toen trad zij binnen die 'k niet kan vergeten,

zij lachte en haar lach was mij vertrouwd,

zij heette zoals zij alleen kan heten.

 

Ik riep haar, nam haar slanke bruine hand,

oud was ik zeer, zij was zo jong gebleven

als mijn herinnering, en op de rand

 

en op de ijle rand van dood en leven

liep ik opnieuw met haar, als eens aan 't strand

waarvan ik door haar sterven was verdreven.

 

 

 

1366046-88247415e94a2d68148b1b750008dd58.jpg 

Max Nord (1 april 1916 - 28 februari 2008)

Gorinchem 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en dichter Urs Allemann werd geboren op 1 april 1948 in Schlieren. Zie ook alle tags voor Urs Allemann op dit blog.

 

 

Sapphisch die sechste

 

Unsre Lippen fremd ineinander rollen

früh Gedächtnistöter in Zauberschläuchen

Steine Brutmaschinen ins Leere schlagen

rosige Brüller

 

wären Hölzer schraubten die Euterteile

um das Rindenfenster im Stamm des Bolzen-

spürgeräts betörender Rauch der leuzer-

reissenden Buhlen

 

Gliederschwere schlafender Boote Küste

Mädchen Böcke fauchende Mäuler keimten

Schlummerfisteln ferne der Wanderscholle

lyrisches Ätzen

 

 

 

1366046-c37adfbfe482ce2f324358fceabb8cfe.jpg
Urs Allemann (Schlieren, 1 april 1948)

Geschreven door Romenu om 12:39 Reageer op dit bericht

Rolf Hochhuth, Maria Polydouri, Edgar Wallace, John Wilmot, Carl Sternheim

De Duitse dichter en schrijver Rolf Hochhuth werd geboren op 1 april 1931 in Eschwege. Zie ook alle tags voor Rolf Hochhuth op dit blog en ook mijn blog van 1 april 2011.

 

Uit: Der Stellvertreter

 

FONTANA: Reden wir realistisch. Ich frage dich als Mitarbeiter des  Staatsekretariats: Wie könnte der Papst, ohne seine Neutralitätspolitik zu  revidieren, Hitler zwingen, die Juden nicht zu deportieren?
RICCARDO: Indem er die Tatsache ausnutzt, daß Hitler seinen Einfluß  fürchtet. Hitler hat nicht aus Frömmigkeit für die Dauer seines Krieges  alle Maßnahmen gegen die Kirche untersagt.
FONTANA: Das kann sich täglich ändern. Wie viele Priester hat er schon  umgebracht!
RICCARDO (sehr leidenschaftlich): Ja! – und trotzdem kündigt Rom ihm  nicht die Freundschaft! Warum? Weil Rom sich gar nicht angegriffen  fühlt? So ist es doch: der Papst sieht weg, wenn man in Deutschland  seinen Bruder totschlägt. Priester, die sich dort opfern, handeln nicht auf  Geheiß des Vatikans – sie verstoßen eher gegen sein Prinzip der Nicht- einmischung. Da sie von Rom verlassen sind, so wird ihr Tod auch nicht  als Sühne für die Schuld Roms verrechnet werden. Solange Rom erlaubt,  daß seine Priester noch für Hitler beten ... noch beten für diesen Mann! –  solange ...
FONTANA: Bitte, bleib sachlich: Warum unterschlägst du die Proteste des  Bischofs von Münster!
RICCARDO: O Vater, Galens Beispiel gibt mir ja recht! Er protestierte  Mitten in Deutschland gegen die Mörder – im Sommer einundvierzig,  Hitlers Ruhm stand im Zenit, und siehe da: man ließ ihm volle Redefreiheit. Nicht eine Stunde war er in Haft! Und sein Protest bewirkte, daß  die Kranken nicht mehr ermordet werden. Nur ein Bischof mußte sich  erheben – und Hitler schreckte schon zurück. Warum? – Weil er den Papst  fürchtete, den Papst, der Galens Reden nicht einmal unterstützt hat!
[...]
Und meine Frage: Warum ist Galen nicht auch für die Juden eingetreten?  Weil die Geisteskranken getauft sind? Eine entsetzliche Frage, Vater,  geben wir das zu.

FONTANA: Riccardo! – Richte nicht. Du wagst es, einem Bischof vor-  zuwerfen, daß er für Juden nicht ebenso sein Leben einsetzt wie für  Christen? Weißt du, Riccardo, was dazu gehört, sein Leben einzusetzen?  Ich habe es im Krieg erfahren.”

 

 

1366043-59477349ae1889682e4a4a9a2855623c.jpg 

Rolf Hochhuth (Eschwege, 1 april 1931)

In 1963

 

 

 

 

De Griekse dichteres Maria Polydouri werd geboren op 1 april 1902 in Kalamata. Zie ook alle tags voor Maria Polydouri op dit blog.

 

 

SANATORIUM

 

Let the day die now, with its light.

Why is the night so slow in coming?

In the shadows of the pines an armchair

awaits me.

 

In the wards the lights will go out,

and sleep will come like a swooning.

An empty bed, here, makes

no impression.

 

Darkness will enfold me and, as

I become entangled in deep shadows,

I'll believe I'm once again something

of this world.

 

The night will deepen in terror

when the wind arrives suddenly.

The eucalyptus will shake out its tresses

along with the secrets of dreams.

 

 

 

Vertaald door Katharine F. Pantzer

 

 

 

1366043-2491a0907f100ee0bbc674d58e34f3f6.jpg 

Maria Polydouri (1 april 1902 – 30 april 1930)

 

 

 

   

 

De Engelse journalist en schrijver Edgar Wallace werd geboren in Greenwich op 1 april 1875. Zie ook alle tags voor Edgar Wallace op dit blog.

 

Uit: King Kong (samen met Merian C. Cooper)

 

 “Everybody around the dock—and lemme tell you there’re some smart men around here even if they ain’t got such high and mighty jobs—everybody around the dock says it’s crazy. Take the cargo this Denham’s stowed away! There’s stuff down there I can’t believe yet, and I seen it go aboard with my own two eyes. And take the crew! It’s three times too big for the ship. Why it’ll take shoe horns to fit ’em all in!”
He paused but only for breath. Plainly he was prepared to bark out an interminable succession of charges against the Wanderer. Before he could re-open his critical barrage, however, a young authoritative voice put a permanent stop to it.
“Hey, on the gangway there! What do you want?”
Weston looked up toward the low deck rail amidship. Light streaming from a cabin astern and higher up outlined a figure; and in the illumination Weston felt sure, from Denham’s descriptions, that he was seeing the Wanderer’s personable first mate. There, unmistakably, was the long, young body Denham had praised. There were the reckless eyes, the full strong mouth. Weston, whose experiences had taught him to guard against spontaneous regard for any stranger, however personable, yielded for once to a swift liking. There, he admitted, was as pleasant a young fellow as a man could hope to meet—as any woman could hope to meet, he added, on second glance.
“What do you want?” the brisk demand came down a second time as Weston made his inspection.
“Want to come aboard, Mister Driscoll,” Weston replied; and grown a little more cheerful because of his liking for the mate he began a cautious ascent of the wet and slippery gangway.
“Oh, you must be Weston.”
“Broadway’s one and only,” Weston admitted. “Weston, the ace of theatrical agents, even if,” he added as he began to puff a little from the ascent, “my wind is not what it used to be.”

 

 

1366043-7a6eeb5bfd5732ec490981b77a6fb56c.jpg 

Edgar Wallace (1 april 1875 – 10 februari 1932)

Cover DVD 

 

 

 

 

    

De Engelse dichter en schrijver John Wilmot, 2e graaf van Rochester werd geboren in Ditchley, Oxfordshire, op 1 april 1647. Zie ook alle tags voor John Wilmot op dit blog.

 

 

The Dying Lover

 

I cannot change, as others do,
Though you unjustly scorn;
Since that poor swain that sighs for you,
For you alone was born.
No, Phyllis, no, your heart to move
A surer way I'll try:
And to revenge my slighted love,
Will still love on, will still love on, and die.

When, killed with grief, Amintas lies
And you to mind shall call,
The sighs that now unpitied rise,
The tears that vainly fall,
That welcome hour that ends this smart
Will then begin your pain;
For such a faithful tender heart
Can never break, can never break in vain.

 

 

 

1366043-9313ee6a27c895314ae3e048a7c254b4.jpg 

John Wilmot (1 april 1647 – 26 juli 1680)

Johnny Depp in de film The Liberine (The story of John Wilmot), 2004

 

 

 


De Duitse schrijver
Carl Sternheim werd als zoon van een joodse bankier geboren op 1 april 1878 in Leipzig. Zie ook alle tags voor Carl Sternheim op dit blog.

 

Uit: Bürger Schippel

 

“Thekla, (ganz blond, tritt von links ein) Bist du allein, Jenny? Um Mitternacht höre ich vom Zaun her, sehe einen Schatten, eine Mannsgestalt gebückt.

Jenny Thekla!

Thekla Gebückt eine Ewigkeit lang, die ich hinstarre. Der Kerl hat mich bemerkt, rührt sich nicht. Schließlich, ihm aus seiner Lage zu helfen, trete ich zurück. Fort ist er. Wer war's?

Jenny Wer grade für dich schwärmt.

Thekla Warum in schwarzer Nacht wie ein Dieb her und weg?

Jenny Du hast dich getäuscht. Dir steckt Adolfs Tod noch in den Gliedern.

Thekla Sprich von Naumann nicht mehr in solchem Sinn. Er war mein Verlobter, ein schreckliches Wesen. Ich krümmte mich unter seiner Geradheit.

Jenny Jetzt ruht er in Frieden. Die Männer werden gleich vom Begräbnis zurück sein. Ob es geklungen hat: »Wie sie so sanft ruhen« – ohne des Begrabenen Tenor?

Thekla Dieser Morgen! Da es feststand, er ist Staub. Die Freude darüber besiegte das Grauen vor dem nächtlichen Spuk.

Jenny Du dachtest einst besser von Naumann.

Thekla Ein Juniabend entschied. Wir beiden allein. Ich angefüllt von Glück, ihm als dem Weltall hingegeben. Das Wort mußte er sprechen, Zeichen geben, ich hätte ihn überschüttet. Blödsinn schwieg er. Seine Augen eines Kalbes auf Stielen.

Jenny Kind!

Thekla Da war's vorbei. Ich wieder frei.

Jenny Verwische Tilmann das Bild des Freundes nicht.

Thekla So wenig wie mein eigenes hochheiliges. In meines Bruders Vorstellung bleiben wir das Brautpaar auf ein Postament hochgestellt. Ich spiele für ihn die Untröstliche.”

 

 

1366043-e0c3ffbf6e414cfa069a85f9b70f4de5.jpg 

Carl Sternheim (1 april 1878 – 3 november 1942)

Uitvoering van ”Burger Schippel” in Heilbronn, 2007/2008

Geschreven door Romenu om 12:36 Reageer op dit bericht

Edmond Rostand, Armel Guerne, Friedrich Güll, Antoine Prévost, Josep de Maistre

De Franse schrijver Edmond Eugène Alexis Rostand werd geboren in Marseille op 1 april 1868. Zie ook alle tags voor Edmond Rostand op dit blog.

 

 

Hymne au soleil

 

Je t'adore, Soleil ! ô toi dont la lumière,
Pour bénir chaque front et mûrir chaque miel,
Entrant dans chaque fleur et dans chaque chaumière,
Se divise et demeure entière
Ainsi que l'amour maternel !

Je te chante, et tu peux m'accepter pour ton prêtre,
Toi qui viens dans la cuve où trempe un savon bleu
Et qui choisis, souvent, quand tu veux disparaître,
L'humble vitre d'une fenêtre
Pour lancer ton dernier adieu !

Tu fais tourner les tournesols du presbytère,
Luire le frère d'or que j'ai sur le clocher,
Et quand, par les tilleuls, tu viens avec mystère,
Tu fais bouger des ronds par terre
Si beaux qu'on n'ose plus marcher !

Gloire à toi sur les prés! Gloire à toi dans les vignes !
Sois béni parmi l'herbe et contre les portails !
Dans les yeux des lézards et sur l'aile des cygnes !
Ô toi qui fais les grandes lignes
Et qui fais les petits détails!

C'est toi qui, découpant la soeur jumelle et sombre
Qui se couche et s'allonge au pied de ce qui luit,
De tout ce qui nous charme as su doubler le nombre,
A chaque objet donnant une ombre
Souvent plus charmante que lui !

Je t'adore, Soleil ! Tu mets dans l'air des roses,
Des flammes dans la source, un dieu dans le buisson !
Tu prends un arbre obscur et tu l'apothéoses !
Ô Soleil ! toi sans qui les choses
Ne seraient que ce qu'elles sont !

 

 

 

1366030-25cb67d21abe81f51d6f16587cad35ac.jpg 

Edmond Rostand (1 april 1868 – 2 december 1918)

 

 

 

 

 

De Zwitserse dichter, schrijver en vertaler Armel Guerne werd geboren in Morges op 1 april 1911. Zie ook alle tags voor Armel Guerne op dit blog.

 

 

 

L’âge d’or 

 

Un jour jadis quand le ciel reposait sur la terre
En faisant d’elle, à cet endroit, un paradis
Dont personne en vivant n’a perdu la mémoire,
Avec l’arbre debout, le serpent et le fruit
Qui n’a cessé, depuis, de tomber à l’abîme
Et de le recreuser :  un jour jadis, la terre
Avait le ciel pour capitale et pour maison.
Nul ne l’oublie et nul pourtant ne le sait plus :
Car en voulant, par sûreté, se faire un toit
Du monde où l’on vivait, on a fait un tombeau.

 

 

 

1366030-41e88e601856b477793e261b2ffe493a.jpg 

Armel Guerne (1 april 1911 – 9 oktober 1980)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Friedrich Güll werd geboren op 1 april 1812 in Ansbach. Zie ook alle tags voor Friedrich Güll op dit blog.

 

 

Abendgebet

 

Die Sonne hat uns gute Nacht gegeben;
Die Schafe ziehen heim in's stille Haus,
Kein Vogel mag den Flügel mehr erheben,
Sie schlafen alle, und ihr Lied ist aus.
Nun leg' auch ich mich hin zur Ruh'
Und schließ' die müden Augen zu.

Ich bin noch schwach, ich bin noch klein,
Du, guter Gott, wirst bei mir sein,
Dann fürcht' ich nicht die finst're Zeit,
Ich weiß, mir widerfährt kein Leid.
Dann täum' ich, was auch kommen mag,
Von einem schönen gold'nen Tag.

* * *

Wenn die Kinder schlafen ein,
Wachen auf die Sterne,
Und es steigen Engelein
Nieder aus der Ferne,
Halten wohl die ganze Nacht
Bei den frommen Kindern Wacht.

 

 

 

1366030-bccfd75818c96673ffe7d7977f9d71f1.jpg 

Friedrich Güll (1 april 1812 – 24 december 1879)

Ansbach 

 

 

 

 

De Franse schrijver Antoine François Prévost werd geboren op 1 april 1697 in Hesdin, Artois. Zie ook alle tags voor Antoine Prévost op dit blog.

 

Uit: Manon Lescaut

 

“Il s'embarque comme volontaire à bord du vaisseau qui emporte Manon outre-Atlantique. Il sympathise avec le capitaine et lui raconte ses malheurs. Il fait croire au capitaine que Manon et lui sont mariés. Grâce à la confiance du capitaine, il peut entourer Manon de ses soins.
Après deux mois de traversée, le bateau arrive à la Nouvelle Orléans. Le capitaine renseigne le gouverneur sur la situation de des Grieux et de Manon. L’accueil du gouverneur est sympathique. Il leur trouve un logement et les invite à souper.
Comme toutes le cabanes du lieu, le logement de des Grieux et de Manon est modeste. Les deux amants retrouvent une grande complicité. Manon rend grâce à la gentillesse de des Grieux et lui promet q’elle a changé. Des Grieux est enfin « assuré du cœur de Manon ». et se réjouit de leur séjour à la Nouvelle Orléans. Les deux amants décident de se marier.
Ce louable projet entraîne leur ruine : le neveu du gouverneur aime Manon. Apprenant qu'elle est libre, il la réclame pour lui. Il se bat en duel avec des Grieux qui le blesse. Croyant avoir tué son adversaire, des Grieux s'enfuit dans le désert avec Manon où elle meurt d'épuisement. Des Grieux l'ensevelit, se couche sur sa tombe pour mourir.
Gracié, retrouvé par Tiberge parti à sa recherche, des Grieux revient en France neuf mois après la mort de Manon. De retour en France, il apprend la mort de son père, miné par le chagrin. C’est la deuxième rencontre avec l’Homme de qualité, à Calais.”

 

 

1366030-de9795995f9a29332cee1daae2ea011e.jpg 

Antoine Prévost (1 april 1697 – 23 december 1763)

Cover

 

 

 

 

De Franse politicus, schrijver en filosoof Joseph, comte de Maistre werd geboren in Chambéry op 1 april 1753. Zie ook alle tags voor Joseph de Maistre op dit blog.

 

Uit: Les Soirées de Saint-Pétersbourg (1821)

 

“Nous rencontrions de temps en temps d'élégantes chaloupes dont on avoit retiré les rames, et qui se laissoient aller doucement au paisible courant de ces belles eaux. Les rameurs chantoient un air national, tandis que leurs maîtres jouissoient en silence de la beauté du spectacle et du calme de la nuit. Près de nous une longue barque emportoit rapidement une noce de riches négocians. Un baldaquin cramoisi, garni de franges d' or, couvroit le jeune couple et les parens. Une musique russe, resserrée entre deux files de rameurs, envoyoit au loin le son de ses bruyans cornets. Cette musique n' appartient qu'à la Russie, et c'est peut-être la seule chose particulière à un peuple, qui ne soit pas ancienne. Une foule d'hommes vivans ont connu l'inventeur, dont le nom réveille constamment dans sa patrie l'idée de l'antique hospitalité, du luxe élégant et des nobles plaisirs. Singulière mélodie ! Emblème éclatant fait pour occuper l'esprit bien plus que l'oreille. Qu'importe à l'œuvre que les instrumens sachent ce qu'ils font : vingt ou trente automates agissant ensemble produisent une pensée étrangère à chacun d' eux ; le mécanisme aveugle est dans l'individu : le calcul ingénieux, l'imposante harmonie sont dans le tout.

La statue équestre de Pierre Ier s'élève sur le bord de la Néva, à l'une des extrémités de l'immense place d'Isaac. Son visage sévère regarde le fleuve et semble encore animer cette navigation, créée par le génie du fondateur. Tout ce que l'oreille entend, tout ce que l'œil contemple sur ce superbe théâtre n'existe que par une pensée de la tête puissante qui fit sortir d'un marais tant de monumens pompeux. Sur ces rives désolées, d'où la nature sembloit avoir exilé la vie, Pierre assit sa capitale et se créa des sujets. Son bras terrible est encore étendu sur leur postérité qui se presse autour de l'auguste effigie : on regarde, et l'on ne sait si cette main de bronze protège ou menace.”

 

 

1366030-fc4236fb4b97d272246edb1940a6ef98.jpg 

Joseph de Maistre (1 april 1753 – 26 februari 1821)

Standbeeld van Xavier en Joseph de Maistre in Chambéry

Geschreven door Romenu om 12:30 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten