Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 januari 2015

Een nieuwe dag (Alexis de Roode)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 1702076-fe3228c254ed2923cde45f9a0017abce.jpg
Winterlandschap door Salomon van Ruysdael, jaren 1650

 

 

Een nieuwe dag

Kyrie eleison
Kyrie eleison
deze treurigheid gaat nooit meer weg.

Het is nieuwjaarsdag
en de wereld is wit, wit,
maar met sneeuw heeft het niks te maken,
het is meer een verbleken
nu de seizoenen ongescheiden zijn geworden.

Het is nieuwjaarsdag
en de plannen zijn goed,
maar de wereld is slecht,
we zijn trouwens allemaal klootzakken
(zo mijn vader sprak in vervlogen dagen)

We wagen het erop, jazeker.
Er gaan hier vele dagen om
waarin niets doordringt van de droefheid
die niet beperkt tot mensen is.
Ik wil gaan zoals het oude liedje ging:
naar een hoogmis en geboren worden
in een orgelpijp.
En dan maar stijgen als een dolle.

Maar ik mag niet zomaar weg.
Er loopt een vrouw door mijn huis
op zeer dunne vogelbenen,
een baltsende vogel die op leven wacht,
niet voor mij,
slechts voor het Ware en het Goede,
daarvoor strekt ze zich
en neigt.

Het Goede en het Ware.
Kyrie eleison.

Deze treurigheid gaat nooit meer weg,
nooit meer.

 

 

 1702076-20bd53a7f33e514b238bef84042dd7b7.jpg
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)
De Willibrordus-basiliek in Hulst.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:31 Reageer op dit bericht

Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Juan Gabriel Vásquez, Paul Hamilton Hayne

De Syrische schrijver Adonis (pseudoniem van Ali Ahmad Sa'id) werd geboren op 1 januari 1930 in Qassabin in het noorden van Syrië.

 

Celebrating Childhood

Even the wind wants
to become a cart
pulled by butterflies.
 
I remember madness
leaning for the first time
on the mind’s pillow.
I was talking to my body then
and my body was an idea
I wrote in red.
 
Red is the sun’s most beautiful throne
and all the other colors
worship on red rugs.
 
Night is another candle.
In every branch, an arm,
a message carried in space
echoed by the body of the wind.
 
The sun insists on dressing itself in fog
when it meets me:
Am I being scolded by the light?
 
Oh, my past days—
they used to walk in their sleep
and I used to lean on them.
 
Love and dreams are two parentheses.
Between them I place my body
and discover the world.
 
Many times
I saw the air fly with two grass feet
and the road dance with feet made of air.
 
My wishes are flowers
staining my days.
 
I was wounded early,
and early I learned
that wounds made me.
 
I still follow the child
who still walks inside me.
 
Now he stands at a staircase made of light
searching for a corner to rest in
and to read the face of night again.
 
If the moon were a house,
my feet would refuse to touch its doorstep.
 
They are taken by dust
carrying me to the air of seasons.
 
I walk,
one hand in the air,
the other caressing tresses
that I imagine.
 
A star is also
a pebble in the field of space.
 
He alone
who is joined to the horizon
can build new roads.
 
A moon, an old man,
his seat is night
and light is his walking stick.
 
What shall I say to the body I abandoned
in the rubble of the house
in which I was born?
No one can narrate my childhood
except those stars that flicker above it
and that leave footprints
on the evening’s path.
 
My childhood is still
being born in the palms of a light
whose name I do not know
and who names me.
 
Out of that river he made a mirror
and asked it about his sorrow.
He made rain out of his grief
and imitated the clouds.
 
Your childhood is a village.
You will never cross its boundaries
no matter how far you go.
 
His days are lakes,
his memories floating bodies.
 
You who are descending
from the mountains of the past,
how can you climb them again,
and why?
 
Time is a door
I cannot open.
My magic is worn,
my chants asleep.
 
I was born in a village,
small and secretive like a womb.
I never left it.
I love the ocean not the shores.

 

Vertaald door Khaled Mattawa

 

 1702065-cafa1865e3ba1e57594484813fe35402.jpg
Adonis (Qassabin, 1 januari 1930)

 

 

De Deense schrijver Jonas T. Bengtsson werd geboren op 1 januari 1976 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jonas T. Bengtsson op dit blog.

Uit: Aminas Briefe (Vertaald door Günther Frauenlob)

„Ich steige vom Bett und gehe zu der Reihe Briefe, die unmittelbar vor dem Fenster liegt. Sie stammen aus dem ersten Sommer, in dem wir uns geschrieben haben. Ich hebe einen vom Boden auf und beginne irgendwo.
Ich hoffe, es geht Dir gut – na ja, gut, so toll läuft es gerade nicht, aber Du kapierst schon, wie ich das meine. Sie haben Dich doch wohl nicht wieder in diese Zwangsjacke gesteckt? Ich weiß, dass das nicht lustig ist, dass ich keine Ahnung habe, wie man sich darin fühlt, aber trotzdem musste ich laut lachen, als ich Deinen Brief las. Meine Schwester steckte ihren Kopf ins Zimmer und fragte, was los sei, weil ich so lachte. Ich finde es unglaublich, wie Du darüber schreiben kannst. Ich musste ihr von den Briefen erzählen. Am Anfang habe ich noch gesagt, meine Freundin Sofie hätte mir geschrieben, aber das hat sie mir nicht abgekauft. Sie hat mich richtig ausgefragt. Heh, du, wer soll denn Sofie sein? Ich kenne keine Sofie. Und warum ruft diese Sofie nie an, warum bringst du sie nicht mal mit nach Hause? Diese Sofie hat doch wohl keinen cük (das ist das türkische Wort für etwas, das Männer haben) ... Dann musste ich ihr von Dir erzählen, beziehungsweise von unseren Briefen. Weißt Du, was sie gesagt hat? Du bist keine Dänin, vergiss das nicht, du bist keine Dänin, und dann hat sie die Augenbrauen hochgezogen und sah genauso aus wie unsere Mutter. Aber sie ist in Ordnung, sie wird niemandem etwas sagen. Außerdem glaube ich, dass sie ein bisschen neidisch ist. Sie würde auch gern jemandem schreiben. Ansonsten war es in letzter Zeit nicht gerade lustig. Ich hatte ja gehofft, Dir diesen Brief hier aus einem Liegestuhl am Schwarzen Meer schreiben zu können. Aber mein Vater hat noch immer keine Arbeit gefunden, und so mussten wir den Urlaub ausfallen lassen. Er ist ziemlich verbittert, und ich verstehe ihn gut, er hat fast zehn Jahre in diesem Lager für Computerteile gearbeitet, und dann verlegen die es einfach nach Schweden.

 

 1702065-63e3e8db763090d86f70e16ce8daea9e.jpg
Jonas T. Bengtsson (Kopenhagen, 1 januari 1976)

 

 

De Nederlandse schrijfster Chantal van Gastel werd geboren op 1 januari 1980 in Breda. Zie ook alle tags voor Chantal van Gastel op dit blog.

Uit:Ik wist het

“Het voelt alsof ik weer een klein meisje ben als ik door de vervuilde ramen van het winkelpand naar binnen kijk. De oude toonbank staat nog achteraan in de hoek. Spinnenwebben hinderen het zicht, maar in mijn gedachten zie ik de winkel voor me zoals die vroeger was. Eén grote explosie van kleur door de rijen emmers met bloemen, de houten balken aan het plafond, het mozaïek in de tegelvloer (zou dat er nog zijn?) en de statige oude kassa met een lade die rinkelde als die openging.
Maar ik ben niet klein meer. Ik ben een geslaagde zakenvrouw, althans daar heb ik de bank door een goed bedrijfsplan van kunnen overtuigen, en nu wacht ik op de makelaar met wie ik dit pand ga bezichtigen. Een vrouw met een bril en opgestoken haar, gekleed in een grijs krijtstreeppakje met een kleurige blouse onder haar jasje, komt op haar hoge hakken over de hobbelige kinderkopjes van het stadsplein aanstormen.
‘Sorry dat ik te laat ben, ik miste de tram en besloot toen maar de bedrijfsauto te nemen, maar het verkeer was een nachtmerrie...’
Met een lange zucht ademt ze uit. ‘Hoe dan ook, het spijt me. Ik hoop dat je niet te lang hebt hoeven wachten.’ Ik wil antwoorden dat ik dat niet erg vind, maar ze is op dreef en wacht niet op mijn antwoord.”

 

 1702065-d916837b1335af0286b42fa3ddc6cb12.jpg
Chantal van Gastel (Breda, 1 januari 1980)

 

 

De Colombiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez werd geboren in Bogotá op 1 januari 1973. Zie ook alle tags voor Juan Gabriel Vásquez op dit blog.

Uit: The Sound of Things Falling (Vertaald door Anne McLean)

“While in the press and on the TV screens the authorities listed the diseases that could be spread by an artiodactyl — and they used that word: artiodactyl, new to me — and in the rich neighborhoods of Bogota people wore T‑shirts saying Save the Hippos, in my apartment, on long drizzly nights, or walking down the street toward the city center, I began to think stubbornly about the day Ricardo Laverde died, and even to force myself to remember the precise details. I was surprised by how little effort it took me to summon up the words I had spoken or heard, things I'd seen, pain I'd suffered and now overcome; I was also surprised by the alacrity and dedication we devote to the damaging exercise of remembering, which after all brings nothing good and serves only to hinder our normal functioning, like those bags of sand athletes tie around their calves for training. Bit by bit I began to notice, not without some astonishment, that the death of that hippopotamus put an end to an episode of my life that had begun quite a while ago, more or less like someone coming back home to close a door carelessly left open.
And that's how this story got under way. I don't know what good it does us to remember, what benefits or possible penalties it brings, or how what we've lived through can change when we remember it, but remembering Ricardo Laverde well has become an urgent matter for me. I read somewhere that a man should tell the story of his life at the age of forty, and this deadline is fast approaching: as I write these lines, only a few short weeks remain before this ominous birthday arrives. The story of his life. No, I won't tell my life story, just a few days of it that happened a long time ago, and I'll do so fully aware that this story, as they warn in fairy tales, has happened before and will happen again.”

 

 1702065-cdcc2a7c3e6edf920adf2db2e5e96198.jpg
Juan Gabriel Vásquez (Bogotá, 1 januari 1973)

 

 

De Amerikaanse dichter Paul Hamilton Hayne werd geboren in Charleston, South Carolina, op 1 januari 1830. Zie ook alle tags voor Paul Hamilton Hayne op dit blog.

 

At Last

In youth, when blood was warm and fancy high,
I mocked at death. How many a quaint conceit
I wove about his veiled head and feet,
Vaunting aloud, Why need we dread to die?
But now, enthralled by deep solemnity,
Death's pale phantasmal shade I darkly greet:
Ghostlike it haunts the hearth, it haunts the street,
Or drearier makes drear midnight's mystery.
Ah, soul-perplexing vision! oft I deem
That antique myth is true which pictured death
A masked and hideous form all shrank to see;
But at the last slow ebb of mortal breath,
Death, his mask melting like a nightmare dream,
Smiled,—heaven's high-priest of Immortality!

 

 

The winter winds may wildly rave

The winter winds may wildly rave,
How wildly o'er thy place of rest!
But, love! thou hast a holier grave
Deep in a faithful human breast.
There, the embalmer, Memory, bends,
Watching, with softly-breathed sighs,
The mystic light her genius lends
To fadeless cheeks and tender eyes.
There in a fathomless calm, serene,
Thy beauty keeps its saintly trace,
The radiance of an angel mien,
The rapture of a heavenly grace.
And there, O gentlest love! remain
(No stormy passion round thee raves),
Till, soul to soul, we meet again.
Beyond this ghostly realm of graves.

 

 1702065-08ac8ea506d973699597c550c9bf207c.jpg
Paul Hamilton Hayne (1 januari 1830 – 6 juli 1886)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:27 Reageer op dit bericht

J.D. Salinger, E. M. Forster, Douglas Kennedy, Rascha Peper, Carry van Bruggen

De Amerikaanse schrijver Jerome David Salinger werd in New York geboren op 1 januari 1919. Zie ook alle tags voor J. D. Salinger op dit blog.

Uit:The Catcher in the Rye

““They went mad. They were exactly the same morons that laugh like hyenas in the movies at stuff that isn't funny. I swear to God, if I were a piano player or an actor or something and all those dopes thought I was terrific, I'd hate it. I wouldn't even want them to clap for me. People always clap for the wrong things. If I were a piano player, I'd play it in the goddam closet. Anyway, when he was finished, and everybody was clapping their heads off, old Ernie turned around on his stool and gave this very phony, humble bow. Like as if he was a helluva humble guy, besides being a terrific piano player. It was very phony--I mean him being such a big snob and all. In a funny way, though, I felt sort of sorry for him when he was finished. I don't even think he knows any more when he's playing right or not. It isn't all his fault. I partly blame all those dopes that clap their heads off--they'd foul up anybody, if you gave them a chance. Anyway, it made me feel depressed and lousy again, and I damn near got my coat back and went back to the hotel, but it was too early and I didn't feel much like being all alone.
They finally got me this stinking table, right up against a wall and behind a goddam post, where you couldn't see anything. It was one of those tiny little tables that if the people at the next table don't get up to let you by--and they never do, the bastards--you practically have to climb into your chair. I ordered a Scotch and soda, which is my favorite drink, next to frozen Daiquiris. If you were only around six years old, you could get liquor at Ernie's, the place was so dark and all, and besides, nobody cared how old you were.
You could even be a dope fiend and nobody'd care.
I was surrounded by jerks. I'm not kidding. At this other tiny table, right to my left, practically on top of me, there was this funny-looking guy and this funny-looking girl.
They were around my age, or maybe just a little older. It was funny. You could see they were being careful as hell not to drink up the minimum too fast. I listened to their conversation for a while, because I didn't have anything else to do. He was telling her about some pro football game he'd seen that afternoon. He gave her every single goddam play in the whole game--I'm not kidding. He was the most boring guy I ever listened to.”

 

 1702062-f051aedc36a03a04d352b32d0ff7acb0.jpeg
J.D. Salinger (1 januari 1919 – 27 januari 2010)

 

 

De Engelse romanschrijver en essayist Edward Morgan Forster werd geboren op 1 januari 1879 in Londen. Zie ook alle tags voor Edward Morgan Forster op dit blog.

Uit: Where Angels Fear to Tread

"Good-bye, dear every one. What a whirl!" She caught sight of her little daughter Irma, and felt that a touch of maternal solemnity was required. "Good-bye, darling. Mind you're always good, and do what Granny tells you."She referred not to her own mother, but to her mother-in-law, Mrs. Herriton, who hated the title of Granny.Irma lifted a serious face to be kissed, and said cautiously, "I'll do my best.""She is sure to be good," said Mrs. Herriton, who was standing pensively a little out of the hubbub. But Lilia was already calling to Miss Abbott, a tall, grave, rather nice-looking young lady who was conducting her adieus in a more decorous manner on the platform."Caroline, my Caroline! Jump in, or your chaperon will go off without you."And Philip, whom the idea of Italy always intoxicated, had started again, telling her of the supreme moments of her coming journey—the Campanile of Airolo, which would burst on her when she emerged from the St. Gothard tunnel, presaging the future; the view of the Ticino and Lago Maggiore as the train climbed the slopes of Monte Cenere; the view of Lugano, the view of Como—Italy gathering thick around her now—the arrival at her first resting-place, when, after long driving through dark and dirty streets, she should at last behold, amid the roar of trams and the glare of arc lamps, the buttresses of the cathedral of Milan."Handkerchiefs and collars," screamed Harriet, "in my inlaid box! I've lent you my inlaid box.""Good old Harry!" She kissed every one again, and there was a moment's silence. They all smiled steadily, excepting Philip, who was choking in the fog, and old Mrs. Theobald, who had begun to cry. Miss Abbott got into the carriage. The guard himself shut the door, and told Lilia that she would be all right. Then the train moved, and they all moved with it a couple of steps, and waved their handkerchiefs, and uttered cheerful little cries. At that moment Mr. Kingcroft reappeared, carrying a footwarmer by both ends, as if it was a tea-tray. He was sorry that he was too late, and called out in a quivering voice, "Good-bye, Mrs. Charles. May you enjoy yourself, and may God bless you."Lilia smiled and nodded, and then the absurd position of the footwarmer overcame her, and she began to laugh again."Oh, I am so sorry," she cried back, "but you do look so funny. Oh, you all look so funny waving! Oh, pray!" And laughing helplessly, she was carried out into the fog."High spirits to begin so long a journey," said Mrs. Theobald, dabbing her eyes.Mr. Kingcroft solemnly moved his head in token of agreement. "I wish," said he, "that Mrs. Charles had gotten the footwarmer.”

 

 1702062-f8336f1b8218c168a64a7cc618cd5e5c.jpg
Edward Morgan Forster (1 januari 1879 - 7 juni 1970)>
Portret door Dora Carrington, 1924-1925


 

 

De Amerikaanse schrijver Douglas Kennedy werd geboren op 1 januari 1955 in New York. Zie ook alle tags voor Douglas Kennedy op dit blog.

Uit: State Of The Union

„He was also one shy guy. He never dominated a conversation, never imposed himself on a situation. But he was a great listener—always far more interested in what you had to say. I liked this. And I found his gentle reticence to be curiously attractive. He was serious—and unlike everyone else I met at college back then, he knew exactly where he was going. On our second date he told me over a beer or two that he really didn’t want to get into some big ambitious field like neurosurgery. And there was no way that he was going to “pull a major cop-out” and choose a big-bucks specialty like dermatology. No, he had his sights set on family medicine.
“I want to be a small country doctor, nothing more,” he said. First-year med students worked thirteen-hour days, and Dan studied nonstop. The contrast between us couldn’t have been more marked. I was an English major, thinking about teaching school when I graduated. But it was the early seventies, and unless you were going through the grind of med or law school, the last thing anyone had on their mind was “the future.”
Dan was twenty-four when I met him, but the five-year age gap wasn’t huge. From the outset, I liked the fact that he seemed far more focused and adult than any of the guys I had been seeing before him. Not that I knew that much about men. There had been a high school boyfriend named Jared—who was bookish and kind of arty and totally adored me, until he got into the University of Chicago, and it was clear that neither of us wanted to sustain a long-distance thing. Then, during my first semester at college, I had my one short flirtation with freakdom when I started seeing Charlie. Like Jared, he was very sweet, very well read, a good talker, and “creative” (which, for Charlie, meant writing a lot of what was, even to my impressionable eighteen-year-old eyes, really turgid poetry). He was heavily into dope—one of those guys who was usually smoking a joint with their breakfast coffee.”

 

 1702062-ea1344412a7f4779f6e29939e2c9ac05.jpg
Douglas Kennedy (New York, 1 januari 1955)

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Rascha Peper (pseudoniem van Jenneke Strijland) werd geboren op 1 januari 1949 in Driebergen. Zie ook alle tags voor Rascha Peper op dit blog.

Uit: Handel in veren

“Pas toen Rijk demonstratief een papiertje openmaakte en de uitgeklede karamel in zijn mond stak, kregen ze het door en barstte er een opgewonden, smakkend gegiechel los.
Het ontging Henk niet dat zowel de vrouwen en kinderen als de mannen die snel kwamen aanlopen, onderzoekender, wantrouwiger zo je wilde, naar hém dan naar Rijk keken, zoals overal waar ze kwamen. Rijks blonde, sproetige gezicht – de vrouw van de zendeling had hem gisteren een Papoea in negatief genoemd – had blijkbaar iets universeel vertrouwenwekkends en ontwapenends, en de lach zat rond zijn mond gebakken, terwijl Henk zelf altijd moeite had met lachen. Als hij zich forceerde om het te doen, voelde hij zich bête en huichelachtig, een sociale onhandigheid die hem van jongs af nu eenmaal aankleefde.
De Ambonees praatte nog even met een paar mannen en nam toen afscheid. Ze gingen op de weldadig droge grasdeken in de hut zitten, sloegen met veel plichtplegingen de aangeboden sirihnootjes af en namen met evenveel egards een kalebas vol water en een sagokoek aan. Van onder de vloer klonk het geknor en gewroet van varkens; door de kieren steeg een mest- en pislucht op die zich met neergeslagen rook vermengde, alsof je boven een in brand gevlogen stal zat. Het wachten was op de jager die hen verder de berg op zou brengen. Rijk trok een Hollandse boerenzakdoek tevoorschijn en veegde zijn gezicht af.
‘Ik snap echt niet dat u die baard niet afscheert, doctor Bronkhorst,’ zei hij. ‘Ik moet er niet aan denken om bij deze hitte ook nog eens met een baal wol aan mijn kin te lopen.’
In dit soort impertinenties excelleerde zijn assistent, maar Henk wilde er geen aanstoot aan nemen, hoogstens voelde hij zich even betrapt bij het krabben in zijn jeukende baard en trof hem de overeenkomst met wat zijn vrouw voor zijn vertrek gezegd had pijnlijk.”

 

 1702062-62f3d976e6258df36b9d55b3e8c7d1f0.jpg
Rascha Peper (1 januari 1949- 16 maart 2013)

 

 

De Nederlandse schrijfster Carry van Bruggen (eig. Caroline Lea de Haan) werd geboren in Smilde op 1 januari 1881. Zie ook alle tags voor Carry van Bruggen op dit blog.

Uit:De vier jaargetijden

“Moeder ... Moeder ...’
Heesch, als van angst, steeg plotseling haar stem in de kamerstilte op en Moeder komt met oogen groot van schrik om de keukendeur gekeken, met oogen die vreezen voor dieven of voor brand. Maar er zijn geen dieven, er is geen brand, de kamer is vol van vlekkelooze, smettelooze stilte. Midden in die stilte hangt de lamp en maakt de stilte tot licht rondom zich, en tot schemering verder op, en het licht vergadert zich naar onder op de witte tafel, waar de borden staan te wachten -, in het halflicht tusschen tafel en wanden, in den schemer tegen de wanden wachten stoelen en canapé, wachten kachel en kast, in een diepe, tevreden rust. Nergens een verontrustend gerucht, nergens het verborgen stommelen van dieven, nergens het felle knetteren van brand ... en Moeders oogen bedaren al. Maar waarom heeft ze Moeder geroepen?
‘Vader komt eraan, in de verte, met de jongens. Ik hoorde het toen ik voor was. Maar ze zijn niet alleen. Ze brengen iemand mee uit Sjoel.’ Nu is Moeder meteen de keuken al uit en de kamer in en de kamer door bij de kast; grijpt borden, vork, lepel, mes, en op het glanzende witte kleed wordt wreedaardig de rust verstoord, de borden, die zoo vredig en geduldig stonden te wachten, naar links en rechts opzij geduwd, het eetgereirammelend verlegd. Gauw keert de kalmte weer, als alles van plaats veranderd is, als in de witte plek, naast Vaders bord gebleven, bord en vork, lepel en mes voor den naderende Vreemde zijn klaar gezet. Dat staat daar nu, als wisten ze van te voren dat hij zou komen, als werd hij dagen lang verwacht. Dat is zoo hartelijk, en het moet, de Tora schrijft het voor! Strijk nu even, onder het zoutvat door, dien valschen plooi uit naar den kant, maar doe het voorzichtig, dat je geen zout stort, en raak vooral de lamp niet aan, want het is Sabbath!
Moeder was net met ‘antsinden’ klaar en ze hadden nog maar even geleden het ‘Legoo Daudie’ tezamen gezongen, toen doken uit de verte de stappen op!"

 

 1702062-4c831b49de63e137bdd373fb023e1aef.jpg
Carry van Bruggen (1 januari 1881 - 16 november 1932)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn blog van 1 januari 2014 deel 2 en eveneens deel 3 en ook deel 4.

Geschreven door Romenu om 12:18 Reageer op dit bericht

Ernest van der Kwast

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Van der Kwast debuteerde in 2005 met de roman “Soms zijn dingen mooier als er mensen klappen”. Van der Kwast was ook verantwoordelijk voor de verhalenbundel “Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken” (2003), die hij onder het pseudoniem Yusef el Halal publiceerde met een groep collega-schrijvers (waaronder Steven Verhelst, Ronald Giphart, Ingmar Heytze en Jacob van Duijn). Zijn tweede volledige roman ("Stand-in", 2007) verscheen eveneens onder een pseudoniem, Sieger Sloot - een bestaande acteur. Deze roman is opzettelijk geschreven in de stijl van Arnon Grunberg in de hoop hiermee de indruk te wekken dat het om een nieuw pseudoniem van deze auteur ging. De hoofdpersoon is handelaar in modeartikelen voor grote maten. De doorbraak naar het grote publiek kreeg hij in 2010 met zijn roman “Mama Tandoori”. Van der Kwast was enige tijd hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Passionate en organiseert de literaire evenementen Nur Literatur en Gooi een tomaat naar een schrijver en een roos naar de zangeres. Daarnaast presenteert hij elke maand De Unie Late Night in Rotterdam. Hij woont en werkt beurtelings in Nederland en Italië. In het najaar van 2010 was Van der Kwast met de roman Mama Tandoori genomineerd voor de NS publieksprijs. Van der Kwast schreef van februari 2011 tot en met juni 2012 satirische columns voor de website van NRC Handelsblad waarin hij zogenaamd een kopje espresso dronk met personen uit het nieuws, zoals leider Moammar Gaddafi, politicus Geert Wilders en koningin Beatrix. In mei 2012 verscheen zijn vijfde boek “Giovanna’s navel”, bestaande uit een novelle en vier korte verhalen.

Uit:Giovanna's navel

“Het was zijn laatste lente. De warmste die de mensen zich konden herinneren. Heinrich Kienzl vond ook geen mooiere lente in zijn geheugen. Meer dan zeventig jaar kon hij teruggaan. Witte bloesem en een wandeling met zijn ouders. Hij vloog als een engel tussen hen in. Klein en licht en vrolijk.
Nu was het begin april en dertig graden. Er schoten zwaluwen door de lucht. Heinrich Kienzl was de warmte ontvlucht en had de kabelbaan naar Jenesien genomen. Het bergstation lag op duizend meter hoogte. Tijdens de vaart had hij naar de weilanden onder hem gekeken. Het grastapijt dat al overal groen was, paardenbloemen die in grote vlekken uitwaaierden. Later zouden de andere kleuren komen. Paars van klaver, blauw van gentiaan, wit van duizendblad. Heinrich Kienzl had veertig jaar lang over de weiden van Jenesien gezweefd. Hij was conducteur van de kabelbaan geweest. Het was rustig werk. Hij moest de kaartjes controleren en bediende de knoppen in de cabine. Het overgrote deel van de tijd keek hij naar buiten. Hij zag de kastanjes groeien, het land dat door de boeren werd bewerkt. Reeën die 's ochtends vroeg terug het bos in vluchtten, de laatste vlinders van het jaar.
De werknemers van Seilbahn Jenesien kenden hem niet. Ze waren jong, begin dertig. De conducteur die zijn kaartje had gecontroleerd las een stripboek op een kruk. De kruk was er vroeger niet geweest. Verder was er niets veranderd in de cabine. Dezelfde knoppen, dezelfde zwarte telefoon die in verbinding stond met het bergstation. Ook het maximaal aantal passagiers was onveranderd. Twintig plus één. De conducteur.
Heinrich Kienzl was als twintigjarige jongen begonnen bij de kabelbaan en had als langzame man afscheid genomen. Tussen zijn eerste en zijn laatste werkdag hing een leven in de lucht. Geen groot avontuur, niet de droom van jongens die de wolken willen aanraken. Slechts enkele meters boven de grond, net iets hoger dan hij ooit tussen zijn ouders in had gevlogen. Negen minuten deed de kabelbaan erover om van het dalstation in Bozen naar het bergstation in Jenesien te zweven. Het hoogteverschil bedroeg 741 meter, de kabel was bijna tweeënhalve kilometer lang en hing aan zeven staalbetonnen pijlers. Het was iets wat hij in zijn laatste jaar als conducteur had gedaan: uitrekenen hoeveel tijd van zijn leven hij had gezweefd. Maar Heinrich Kienzl viel elke nacht midden in een vermenigvuldiging in slaap. Niemand had meer uren in de kabelbaan doorgebracht, niemand had meer gezien.”

 

 1712130-8e50311a24744d4c7337976eccc811f7.jpg
Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten