Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 27 maart 2011

Heinrich Mann, Golo Mann, Patrick McCabe, Bob den Uyl, Dubravka Ugrešić, Shusaku Endo

De Duitse schrijver Heinrich Mann werd geboren op 27 maart 1871 in Lübeck. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2008 en ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Professor Unrat

 

„Zu seiner Jubelfeier im Vorjahr hatte das Gymnasium ihm einen Fackelzug gebracht. Er war auf seinen Balkon getreten und hatte geredet. Während alle Köpfe, in den Nacken gelegt, zu ihm hinaufsahen, war plötzlich eine unschöne Quetschstimme losgegangen: »Da ist Unrat in der Luft!« Andere hatten wiederholt: »Unrat in der Luft! Unrat in der Luft!«
Der Professor dort oben fing an zu stottern, obwohl er den Zwischenfall vorausgesehn hatte, und sah dabei je­dem der Schreier in den geöffneten Mund. Die andern Herren standen in der Nähe; er fühlte, daß er wieder ein­mal »nichts beweisen« könne; aber er merkte sich alle Namen. Schon tags darauf gab der mit der gequetschten Stimme dadurch, daß er das Heimatdorf der Jungfrau von Orleans nicht kannte, dem Professor Gelegenheit zu der Versicherung, er werde ihm im Leben noch oftmals hinderlich sein. Richtig war dieser Kieselack zu Ostern nicht versetzt worden. Mit ihm blieben die meisten in der Klasse zurück von denen, die am Jubiläumsabend ge­schrien hatten, so auch von Ertzum. Lohmann hatte nicht geschrien und blieb dennoch sitzen. Dieser erleich­terte die Absicht Unrats durch seine Trägheit und jener durch seine Unbegabtheit. Nächsten Spätherbst nun, an einem Vormittag um elf, in der Pause vor dem Klassen­aufsatz über die »Jungfrau von Orleans«, geschah es, daß von Ertzum, der der Jungfrau immer noch nicht näherge­treten war und eine Katastrophe voraussah, in einem An­fall schwerfälliger Verzweiflung das Fenster aufriß und aufs Geratewohl mit wüster Stimme in den Nebel hinaus­brüllte: »Unrat!«
Es war ihm unbekannt, ob der Professor in der Nähe sei, und es war ihm gleichgültig. Der arme, breite Land­junker war nur von dem Bedürfnis fortgerissen worden, noch einen kurzen Augenblick seinen Organen freies Spiel zu gewähren, bevor er sich für zwei Stunden hinhocken mußte vor ein weißes Blatt, das leer war, und es mit Wor­ten bedecken aus seinem Kopf heraus, der auch leer war. Tatsächlich aber ging Unrat grade über den Hof. Als der Ruf aus dem Fenster ihn traf, machte er einen eckigen Sprung. Im Nebel droben unterschied er von Ertzums knorrigen Umriß. Kein Schüler hielt sich drunten auf, kei­nem konnte von Ertzum das Wort zugerufen haben. >Die­ses Mal<, dachte Unrat frohlockend, >hat er mich gemeint. Diesmal kann ich es ihm beweisen!< „

 

 

 880806-4159e202ff4bae7fa71c60a05e95079b.jpg

Heinrich Mann (27 maart 1871 – 12 maart 1950)

In 1906

 

 

 

 

De Duitse schrijver en historicus Golo Mann werd geboren in München op 27 maart 1909. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009  en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Golo Mann (Biografie door Urs Bitterli)

 

„Über die Familie, in die Angelus Gottfried Thomas Mann am 27. März des Jahres 1909 hineingeboren wurde, ist viel geschrieben worden, von den Angehörigen wie von den Literaturhistorikern.

Man kennt die Herkunft des Vaters, des Abkömmlings aus vornehmer Lübecker Kaufmannsfamilie und großen Schriftstellers, bis in ihre entlegenen Verästelungen. Und man kennt nicht minder genau die Familiengeschichte seiner Ehefrau Katia, der schönen Tochter aus dem jüdischen Professorenhause Pringsheim, in dem sich um die Jahrhundertwende alles traf, was in München kulturell Rang und Namen hatte.1 Im Jahre 1905 fand die Trauung zwischen dem Schriftsteller und der «Prinzessin» statt. Man lebte erst in einer Stadtwohnung, baute sich 1908 ein Sommerhaus in Bad Tölz und bezog sechs Jahre später eine stattliche Villa in München-Bogenhausen, Poschingerstraße 1. In rascher Folge wurden die Kinder geboren: Erika, in den Jahren des Exils und danach die hilfreiche Vertraute ihres Vaters; Klaus, der hochbegabte Schriftsteller, der sich 1949 das Leben nahm; Angelus Gottfried

Thomas, der spätere Historiker, den man als Kind in launiger Zusammenziehung der Vornamen Golo nannte – ein Name, der dem Erwachsenen blieb. Man mag sich an den letzten Stammhalter der Buddenbrooks erinnern, der die Vornamen Justus Johann Kaspar trug und den jedermann Hanno nannte. Es sollten noch Monika, Elisabeth und Michael nachfolgen.

Das, was man gemeinhin eine glückliche, unbeschwerte Kindheit nennt, hat Golo Mann nicht verlebt. Sosehr sein Vater Wert auf Nachwuchs legte, so wenig war er bereit, sein literarisches Schaffen, das im Jahre 1901 mit dem Erscheinen der Buddenbrooks erstaunte Bewunderung erregt hatte, den Bedürfnissen der Familie unterzuordnen.“

 

 

 880806-d5fd2065ed49d0336ca931d165ce7503.jpg

Golo Mann (27 maart 1909 - 7 april 1994) 

Cover van het luisterboek

 

 

 

 

De Ierse schrijver Patrick Joseph McCabe werd geboren op 27 maart 1955 in Clones, Monaghan. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2008 en ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.
 

Uit: The Butcher Boy

 

“I was thinking about Mrs Nugent standing there crying her eyes out. I said sure what's the use in crying now Nugent it was you caused all the trouble if you hadn't poked your nose in everything would have been all right. And it was true. Why would I want to harm her son Philip--I liked him. The first day he came to the school Joe says to me did you see the new fellow? Philip Nugent is his name. O, I says, I'll have to see this. He had been to a private school and he wore this blazer with gold braid and a crest on the breast pocket. He had a navy blue cap with a badge and grey socks. What do you make of that says Joe. Woh boy, I said, Philip Nugent. This is Philip Nugent, said the master, he's come to join us Philip used to live in London but his parents are from the town and they have come back here to live. Now I want you to make him feel at home won't you? He was like Winker Watson out of the Dandy in this get-up of his only Winker was always up to devilment and Philip was the opposite. Every time you saw him he was investigating insects under rocks or explaining to some snottery-nosed young gawk about the boiling point of water. Me and Joe used to ask him all about this school. We said: What about these secret meetings and passwords? Tell us about the tuck shop--come on Philip but I don't think he knew what we were talking about. The best thing about him was his collection of comics. I just can't get over it, said Joe, I never seen anything like it. He had them all neatly filed away in shirt boxes not a crease or a dog-ear in sight. They looked as if they had come straight out of the shop. There were comics there we had never seen before in our lives and we thought we knew plenty about comics. Mrs Nugent says: Make sure not to damage any of those now they cost money. We said: We won't!--but afterwards Joe said to me: Francie we've got to have them. So you could say it was him started it and not me. We talked about it for a long time and we made our decision.

We had to have them and that was that.”

 

  

 880806-f518047a5b6459f716a79133ce8f0138.jpg

Patrick McCabe (Clones, 27 maart 1955)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Bob den Uyl werd geboren in Rotterdam op 27 maart 1930. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Donker Spanje

 

“De uitspraak ‘Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam’ lijkt ontworpen voor de Spaanse busdiensten en spoorwegen. Vaak ga ik naar Spanje, de masochist in mij wordt er volkomen bevredigd. Alles is daar afhankelijk van het toeval, duistere beweegredenen, gevolgen zonder verklaarbare oorzaken, en het goede of slechte humeur van betrokkenen. Een inspannend duivelsspel.

Val niemand lastig met mededelingen dat een bepaalde omstandigheid of dienstregeling verbeterd is. Dat zijn ze niet. Alle veranderingen daar betekenen alleen veranderingen, geen verbeteringen. Ongekunstelde tragiek, en zo blijft het.

Vroeger waren de loketten in de Spaanse stations kleine poortjes op heuphoogte; je moest je diep buigen om je wensen kenbaar te maken. Van de beambte zag je alleen een hand die het geld weggriste. Tegenwoordig zijn deze gaten vrij algemeen vervangen door een rechthoek van verticale, schuin geplaatste, doorzichtige latten van kunststof, en dient het poortje slechts om geld en kaartjes door te schuiven. Boven het latwerk staat ‘Hierdoor spreken om redenen van hygiëne’. Je kan nu rechtop blijven staan, maar toch zie je nog veel Spanjaarden zich naar het poortje toebuigen om in deze nederige houding een kaartje af te smeken. Deze mensen voelen goed aan dat een hygiënisch latwerk aan het wezen der dingen niets verandert, want gebleven is de snauwerige toon van de beambte. Dit moet niet persoonlijk worden opgevat. De beambte is hoog, de reiziger laag: het gesnauw is alleen een formele bevestiging van deze verhouding.

In Toledo wil ik naar Ciudad Real. Toledo heeft alleen treinverbinding met Madrid; hier dient de bus genomen te worden. Het eeuwige vraagstuk, op welke plaats de bussen uit een bepaalde stad vertrekken, heb ik hier al opgelost: vanaf een glooiend, zanderig ‘terrain vague’ achter het Alcazar.“

 

 

 

 880806-1bbe47be4803e9600319fd528f8c0ef8.jpg

Bob den Uyl (27 maart 1930 - 14 februari 1992)

 

 

 

 

De Kroatische schrijfster Dubravka Ugrešić werd geboren op 27 maart 1949 in Kutina in Joegoslavië. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2009  en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Thank You For Not Reading. Alchemy (Vertaald door Celia Hawkesworth)

 

„In the noncommercial East European cultures, there were no divisions into good and bad literature. There was literature and there was trash. Culture was divided into official culture and underground culture. Underground literature, as a resistance movement, occupied far more space (justifiably or not) on the unofficial scale of literary values. East European writers moved in a world of clear aesthetic coordinates; at least that’s what they believed. In their underground literary workshops, they diligently tempered the steel of their literary convictions. In return, they received abundant moral and emotional support from their readership. Both writers and their readers had endless amounts of time at their disposal, both everyday and "historical" time. And for someone to have any idea at all of what is really good, he needs time.

When East European writers finally began crawling out of their underground, they stepped into the global literary marketplace like self-confident literary arbiters, as unfailing connoisseurs of difference. They brought with them an awareness of their chosen position in this world (the Muses decided, not them), and a conviction that they had an unalienable right to literary art.

Their encounter with the literary market was the biggest shock of their writing lives, a loss of the ground under their feet, a terrible blow to their writers’ ego.

"Oh, you’re a writer?"

"Yes," our Easterner replies, trying to sound like a modest and well-brought-up person who does not want to humiliate those who have not been chosen.

"What a coincidence! Our ten-year-old daughter is just finishing a novel. We even have a publisher!"

And this is the first insult that our Easterner has to swallow. He himself does not even have a publisher. And he will soon discover that the world of the literary marketplace is densely populated with the "chosen," with his fellow writers.“

 

 

 880806-a123b606f1e0cf665ca7ee363121f4f5.jpg

Dubravka Ugrešić (Kutina, 27 maart 1949)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver Shusaku Endo werd geboren in Tokio op 27 maart 1923. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2009  en ook mijn blog van 27 maart 2010. 

Uit: Five by Endo : Stories (Vertaald door Van C. Gessel)

 

„Finally the engine started up, and the bus made its way through thevillage. They passed through a district of two- and three-storey Japaneseinns, where men leaned with both hands on the railings of the balconiesand peered down into the bus. Even those windows which were desertedwere draped with pink and white washcloths and towels. When the busfinally passed beyond the hotel district, both sides of the mountain roadwere lined with old stone walls and squat farmhouses with thatchedroofs.

    Suguro had no way of knowing whether these walls and farmhouseshad existed in the Christian century. Nor could he be sure that this roadwas the one travelled by the Christians, the officers, and the man he waspursuing. The only certain thing was that, during their fitful stops alongthe path, they had looked up at this same Mount Unzen wrapped in greymist.

    He had brought a number of books with him from Tokyo, but he nowregretted not including a collection of letters from Jesuits of the day whohad reported on the Unzen martyrdoms to their superiors in Rome. Hehad thoughtlessly tossed into his bag one book that would be of no use tohim on this journey — Collado's Christian Confessions.

    The air cooled as the bus climbed into the hills, and the passengers,peeling skins from the mikans they had bought at Obama, listenedhalf-heartedly to the sing-song travelogue provided by the conductor.

    `Please look over this way,' she said with a waxy smile. `There are twolarge pine trees on top of the hill we are about to circle. It's said that atabout this spot, the Christians of olden days would turn around and looklongingly back at the village of Obama. These trees later became knownas the Looking-Back Pines.'

    Collado's Christian Confessions was published in Rome in 1632, justfive years before the outbreak of the Shimabara Rebellion. By that timethe shogunate's persecution of the Christians had grown fierce, but afew Portuguese and Italian missionaries had still managed to steal intoJapan from Macao or Manila. The Christian Confessions were printed asa practical guide to Japanese grammar for the benefit of these missionaries.But what Suguro found hard to understand was why Collado hadmade public the confessions of these Japanese Christians, when aCatholic priest was under no circumstances permitted to reveal theinnermost secrets of the soul shared with him by members of his flock.“

 

 

 880806-ea7bf632a7f99dc36707082d150440f6.jpg

Shusaku Endo (27 maart 1923 – 29 september 1996)



Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Hansjörg Schneider, Žarko Petan, Alfred de Vigny, Kenneth Slessor, Francis Ponge

De Zwitserse schrijver Hansjörg Schneider werd geboren op 27 maart 1938 in Aarau. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2008 en ook mijn blog van 27 maart 2009. en ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Hunkeler und die Augen des Odipus

 

„Am Morgen des 24. April, es war ein Freitag, wurde Willy Dreier, Inhaber der Wirtscha∫ Stauwehr bei Märkt im deutschen Markgräflerland, von einem dumpfen, knirschenden Geräusch, welches das stete Rauschen des Wassers übertönte, geweckt. Er sah auf dem Wecker, dass es kurz vor sieben

war. Punkt sieben hatte er aufstehen wollen, um den Keller zu reinigen und vorzubereiten für eine Lieferung Wein vom Tüllinger Hügel. Am Freitag, dem 1. Mai, wollte er sein Lokal für die kommende Sommersaison eröffnen.

Er fragte sich, ob er geträumt hatte, und blieb eine Weile liegen. Da das Geräusch nicht nachließ, sondern sich im Gegenteil steigerte, als ob Eisen gegen Eisen stieße, erhob er sich, schlüpfte in Hose und Hemd und trat vor die Tür. Die Auenlandscha∫ lag in leichtem Nebel. Die Sonne war

noch nicht zu sehen. Ein Chor von Vögeln besang das aufkommende Morgenlicht.

Das fremde Geräusch, das ihn geweckt hatte, war verstummt. Er überlegte, ob er zurückgehen sollte ins Haus, um zu frühstücken und mit der Arbeit zu beginnen. Da hörte er einen langgezogenen, schrillen, schleifenden Ton. Er erstarb. Es war nur noch das Wasser zu hören, das übers Wehr fiel.

Er ging die wenigen Meter durch das morgenfeuchte Gras zum Damm, kletterte hinauf und schaute über den Fluss, der breit wie ein See vor ihm lag. Dicht am Ufer schwammen ein paar hundert Reiherenten, die aus dem Norden hergeflogen waren, um hier zu überwintern. Drüben war das französische Ufer.“

 

 

 880798-e62c2a559979fb26312dbed6480d31a3.jpg

Hansjörg Schneider (Aarau, 27 maart 1938)

 

 

 

 

De Sloveense schrijver, regisseur en journalist Žarko Petan werd geboren op 27 maart 1929 in Ljubljana. Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2009  en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Aphorismen

Wir sind vormittags Sozialisten und nachmittags Kapitalisten.

 

In der Kunst werden Greise für ihre Jugendsünden ausgezeichnet.

 

Ich kenne einen Judas, der aus Vorsicht nur Frauen küsst.

 

 

 

petan.jpg
Žarko Petan (Ljubljana, 27 maart 1929)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Vigny werd geboren op 27 maart 1797 te Loches (departement Indre-et-Loire). Zie ook mijn blog van 27 maart 2007 en ook mijn blog van 27 maart 2009.en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

 

Moïse

 

... Et, debout devant Dieu, Moïse ayant pris place,
Dans le nuage obscur lui parlait face à face.

Il disait au Seigneur : " Ne finirai-je pas ?
Où voulez-vous encor que je porte mes pas ?
Je vivrai donc toujours puissant et solitaire ?
Laissez-moi m'endormir du sommeil de la terre !
Que vous ai-je donc fait pour être votre élu ?
J'ai conduit votre peuple où vous avez voulu.
Voilà que son pied touche à la terre promise.
De vous à lui qu'un autre accepte l'entremise,
Au coursier d'Israël qu'il attache le frein ;
Je lui lègue mon livre et la verge d'airain.

" Pourquoi vous fallut-il tarir mes espérances,
Ne pas me laisser homme avec mes ignorances,
Puisque du mont Horeb jusques au mont Nébo
Je n'ai pas pu trouver le lieu de mon tombeau ?
Hélas ! vous m'avez fait sage parmi les sages !
Mon doigt du peuple errant a guidé les passages
J'ai fait pleuvoir le feu sur la tête des rois ;
L'avenir à genoux adorera mes lois ;
Des tombes des humains j'ouvre la plus antique,
La mort trouve à ma voix une voix prophétique,
Je suis très grand, mes pieds sont sur les nations,
Ma main fait et défait les générations.

Hélas ! je suis, Seigneur, puissant et solitaire,
Laissez-moi m'endormir du sommeil de la terre !...

... " Sitôt que votre souffle a rempli le berger,
Les hommes se sont dit : " Il nous est étranger " ;
Et leurs yeux se baissaient devant mes yeux de flamme,
Car ils venaient, hélas ! d'y voir plus que mon âme.
J'ai vu l'amour s'éteindre et l'amitié tarir ;
Les vierges se voilaient et craignaient de mourir.
M'enveloppant alors de la colonne noire,
J'ai marché devant tous, triste et seul dans ma gloire,
Et j'ai dit dans mon coeur : Que vouloir à présent ?
Pour dormir sur un sein mon front est trop pesant,
Ma main laisse l'effroi sur la main qu'elle touche,
L'orage est dans ma voix, l'éclair est sur ma bouche ;
Aussi, loin de m'aimer, voilà qu'ils tremblent tous,
Et, quand j'ouvre les bras, on tombe à mes genoux.
Ô Seigneur ! j'ai vécu puissant et solitaire,
Laissez-moi m'endormir du sommeil de la terre ! "

 

 

 880798-4fd4580ceeac2ff93a73b6675679d7c9.jpg

Alfred de Vigny (27 maart 1797 – 17 september 1863)

Foto van Felix Nadar

 

 

 

 

De Australische dichter Kenneth Slessor werd geboren op 27 maart 1901 in Orange, New South Wales. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

 

Sleep

 

Do you give yourself to me utterly,
Body and no-body, flesh and no-flesh
Not as a fugitive, blindly or bitterly,
But as a child might, with no other wish?
Yes, utterly.

Then I shall bear you down my estuary,
Carry you and ferry you to burial mysteriously,
Take you and receive you,
Consume you, engulf you,
In the huge cave, my belly, lave you

 

With huger waves continually.
And you shall cling and clamber there
And slumber there, in that dumb chamber,
Beat with my blood's beat, hear my heart move
Blindly in bones that ride above you,
Delve in my flesh, dissolved and bedded,
Through viewless valves embodied so –

Till daylight, the expulsion and awakening,
The riving and the driving forth,
Life with remorseless forceps beckoning –
Pangs and betrayal of harsh birth.

 

 

 880798-320119154f72a4098962765929d12fc9.jpg

Kenneth Slessor (27 maart 1901 – 30 juli 1971)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Francis Ponge werd geboren op 27 maart 1899 in Montpellier. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Le Parti pris des choses

 

„La surface du pain est merveilleuse d'abord à cause de cette impression quasi panoramique qu'elle donne : comme si l'on avait à sa disposition sous la main les Alpes, le Taurus' ou la Cordillère des Andes. Ainsi donc une masse amorphe en train d'éructer' fut glissée pour nous dans le four stellaire, où durcissant elle s'est façonnée en vallées, crêtes, ondulations, crevasses... Et tous ces plans dès lors si nettement articulés, ces dalles minces où la lumière avec application couche ses feux - sans un regard pour la mollesse ignoble sous-jacente. Ce lâche et froid sous-sol que l'on nomme la mie a son tissu pareil à celui des éponges : feuilles ou fleurs y sont comme des soeurs siamoises soudées par tous les coudes à la fois. Lorsque le pain rassit ces fleurs fanent et se rétrécissent. Elles se détachent alors les unes des autres, et la masse en devient friable... Mais brisons-la : car le pain doit être dans notre bouche moins objet de respect que de consommation.“

 

 

 880798-87163e174e0c324b004cf0d420487e21.jpg

Francis Ponge (27 maart 1899 – 6 augustus 1988)

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Marie Under, Lajos Zilahy, Andon Zako Çajupi, Sophie Mereau, Harry Rowohlt, Carlo Dossi, Louis Simpson

De Estlandse dichteres Marie Under werd geboren op 27 maart 1883 in Tallin. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

 

TEMPÊTE D’AUTOMNE


Vous entendez la tempête, comme elle fait rage et déferle,
mugit dans les forêts et siffle dans les cimes,
et cruelle elle effraie les oiseaux apeurés dans leur nid,
hérisse la tête crépue du genévrier et les buissons jaunis,
griffe des pâtures la face raboteuse et tourmentée,
arrache encore et déchire les dernières fleurs transies,
s’ébat et se déchaîne et danse et hurle comme un loup par les champs.

Des bosquets et des bois montent comme des pleurs secrets,
les sapins, les bouleaux et les pins bruissent et gémissent:
plus d’un craque et succombe, dans sa lutte contre elle.
Mais elle, hautaine, elle chevauche par-dessus ses victimes,
sourit, méchante, et fait tinter ses orgueilleux éperons,
propage sa rumeur parmi les souches et fait siffler les cimes:
la reine aux mains de fer... la tempête d’automne.

 

 

Vertaald door Michel Dequeker

 

 

 

880788-c76fa9ae6eb6328629bd546ff544144d.jpg
Marie Under (27 maart 1883 – 25 september 1980)

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver en filmmaker Lajos Zilahy werd geboren op 27 maart 1891 in Nagyszalonta, nu Salonta nabij Oradea. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

Uit: Was mein Herz begehrt (Vertaald door Eta Neumann-Veith u. Andrea Seidler)

 

„Gegenüber der Brücke, wo einst das alte Badehaus gestanden hatte, verbargen hohe Planken den Neubau des Hotels Gellért vor neugierigen Blicken. Péter sah durch einen Spalt hindurch. Auf den frisch aufgeworfenen Erdhaufen, in den wie von Riesenhand aufgewühlten Gräben lagen Balken und schmutzige Bretter herum, Werkzeuge und Schubkarren bildeten ein wirres Durcheinander. Alles

erinnerte an lautes Treiben, an das ächzende Knirschen schwer beladener Wagen, an Gehämmere, Staubwolken, aufgewirbelt durch herabstürzende Holzbalken.

Nun lag alles starr in der sonntäglichen Stille. Péter versuchte, sich die Umrisse des neu entstehenden

Hotels vorzustellen. Er dachte daran, dass es dort oben, wo im Augenblick nur Wind und Sonne herrschten und gerade ein paar zwitschernde Spatzen vorbeiflogen, bald schon Zimmer geben würde, Betten, Teppiche, rauschende Wasserleitungen, läutende Telefone. Gäste in Abendrobe würden die Treppe herunterkommen, nackte Frauen in weißen Wannen baden und Kellner im Frack mit beladenen Tabletts durch die Gänge eilen.

»Merkwürdig«, dachte er, »hier, wo jetzt nur der Wind weht, werden bald schon Worte, Seufzer, Lachen zu hören sein.«

Eine gewisse Gleichgültigkeit überkam ihn, der er jetzt nicht Herr zu werden vermochte.

Zwei kleine Jungen gingen an ihm vorbei. Der größere der beiden trug eine lange Angelrute über der Schulter, der kleine, der kaum Schritt halten konnte, trippelte aufgeregt hinterher. Sie verschwanden in einer Seitengasse, gingen in Richtung des toten Donauarmes. Plötzlich verspürte Péter den Wunsch, den Knaben zu folgen.“

 

 

 

 880788-afce15306272bf3f1580d7da9e425a71.jpg

Lajos Zilahy (27 maart 1891 - 1 december 1974)

 

 

 

 

De Albanese dichter, schrijver en vertaler Andon Zako Çajupi werd geboren op 27 maart 1866 in Sheper. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

 

Servitude

 

Dear motherland of mine,
I love you as you are,
But if I saw you free,
I'd love you even more.

 

Weep, oh forests, plains and stones,
Weep, oh mountains under snows,
Poor Albania is abandoned,
Never will she see the light,
Veiled forever is the country
In a thick and sombre blight.

 

Darkness and misfortune on us,
Thunder, lightning all around us,
Do we live with hearts a-frozen,
Dwell in fear, deprived of joy,
None in song do raise their voices,
And the nightingales are grieving.

 

What disaster, desolation!
In their nests the birds take shelter,
Yet the people flee their own soil,
For a savage law does rule it,
Yes, Albania we yearn for you,
Refugees in states so foreign.

 

How can you endure such serfdom,
Oh, Albania, wretched country?
You've saved other nations while you
Bear this heavy yoke and burden.
Oh, Albanians, swear an oath that
You will now fight for your homeland.

 

Dear motherland of mine,
I love you as you are,
But if I saw you free,
I'd love you even more.

 

 

Vertaald door Robert Elsie

 

 

 u1_Cajupi.jpg

Andon Zako Çajupi (27 maart 1866 – 11 juli 1930)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sophie Mereau (geb. Schubart) werd geboren op 27 maart 1770 in Altenburg. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009 en ook mijn blog van 27 maart 2010.

 

 

Der Knabe
 
Wenn ich nur ein Vöglein wäre,
Ach wie wollt' ich lustig fliegen,
Alle Vögel weit besiegen.
 
Wenn ich so ein Vogel bin,
Darf ich alles alles haschen
Und die höchsten Kirschen naschen,
Fliege dann zur Mutter hin,
Ist sie bös' in ihrem Sinn,
Kann ich lieb mich an sie schmiegen,
Ihren Ernst ja bald besiegen.
 
Bunte Federn, leichte Flügel,
Dürft' ich in der Sonne schwingen,
Daß die Lüfte laut erklingen,
Weiß nichts mehr von Band und Zügel.
Wär ich über jene Hügel,
Ach dann wollt' ich lustig fliegen,
Alle Vögel weit besiegen.
 

 

 880788-df584a3a73254caa4ece1ca80dbe4c13.jpg

Sophie Mereau (27 maart 1770 – 31 oktober 1806)

Silhouet, rond 1795

 

 

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Harry Rowohlt werd geboren op 27 maart 1945 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

Uit: Der Kampf geht weiter

 

„Ins Archiv steigen: das hört sich nach Gewölbe an, nach Staub und Stille. Bei Harry Rowohlt ist das aktuelle Archiv auf der untersten Ebene eines Bücherregals angesiedelt, auf dem Fußboden seines Arbeitszimmers nämlich; antikere Dokumente befinden sich wiederum in der obersten Etage einer Holzkonstruktion in der Wäschekammer (ergo weder Staub, siehe Wäschekammer, noch Stille, siehe Arbeitszimmer – wegen Telefon).

Jedenfalls besteht jenes Archiv aus ca 80 Leitz-Ordnern, so prall gefüllt, daß das Herausnehmen bzw. Wiedereinfügen einzelner Blätter ein scheinbar unlösbares Unterfangen darstellte, von der titanischen Aufgabe der inhaltlichen Auswahl ganz zu schweigen.

Und jedenfalls müssen Harry und ich, die wir seit Dezennien befreundet sind (andernfalls hätte er der Plünderung seiner Korrespondenz vielleicht nicht zugestimmt; anderseits war ihm nach kurzem Zögern und langem Brummen offenbar alles egal, als sein Verleger Peter Haag und ich mit dem Plan des nun vorliegenden Briefbandes herausrückten, sofern »ich mit diesem ganzen Scheiß nichts zu tun habe«); wir müssen also und jedenfalls einen sonderbaren, um nicht zu sagen befremdlichen Eindruck

hinterlassen haben bei den Passanten der Eppendorfer Landstraße, Hamburg, an jenem Frühlingstag des Jahres 2004. Als da schoben Harry »Der Penner aus der Lindenstraße« Rowohlt und ich in schönster Berbermanier ausgeliehene Einkaufswagen der Firma »Schlemmermarkt« zu meinem in der Nähe von Harrys Wohnung sich befindlichen Büro, beladen allerdings nicht mit Kolonialwaren, sondern mit oben genannten Leitz-Ordnern. Denn auf meine zaghafte Anfrage, ein Lasttaxi zu engagieren, sagte Harry: »Du spinnst ja wohl, das kostet doch!«

 

 

880788-74bc637fecf8923d068a3f74c7fc770c.jpg
Harry Rowohlt (Hamburg, 27 maart 1945)

 

 

 


De Italiaanse schrijver Carlo Dossi werd geboren op 27 maart 1849 in Zenevredo in de provincie Pavia. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

Uit: Notes d'azur

 

„Nul ne connaît la mort s'il ne l'a une fois vue sur un visage adoré.“

 

 

„A beaucoup de gens, il ne manque que de l'argent pour être honnêtes.“

 

 

 „Les fous ouvrent des voies qu'empruntent ensuite les sages.“

 

 

880788-de684a7de248f97aa1bc4b7294533cc1.jpg 

Carlo Dossi (27 maart 1849 – 1910)

 

 

 

 

De Jamaicaanse dichter Louis Simpson werd geboren op 27 maart 1923 in Jamaica. Zie ook mijn blog van 27 maart 2009.

 

 

Working Late    

 

A light is on in my father's study.

"Still up?" he says, and we are silent,

looking at the harbor lights,

listening to the surf

and the creak of coconut boughs.

 

He is working late on cases.

No impassioned speech! He argues from evidence,

actually pacing out and measuring,

while the fans revolving on the ceiling

winnow the true from the false.

 

Once he passed a brass curtain rod

through a head made out of plaster

and showed the jury the angle of fire--

where the murderer must have stood.

For years, all through my childhood,

if I opened a closet . . . bang!

There would be the dead man's head

with a black hole in the forehead.

 

All the arguing in the world

will not stay the moon.

She has come all the way from Russia

to gaze for a while in a mango tree

and light the wall of a veranda,

before resuming her interrupted journey

beyond the harbor and the lighthouse

at Port Royal, turning away

from land to the open sea.

 

Yet, nothing in nature changes, from that day to this,

she is still the mother of us all.

I can see the drifting offshore lights,

black posts where the pelicans brood.

 

And the light that used to shine

at night in my father's study

now shines as late in mine.

 

 

 880788-f47e98d5732a7d4fce33783e453659d8.jpg

Louis Simpson (Jamaica, 27 maart 1923)

Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Carolina Trujillo

De Uruguayaans-Nederlandse schrijfster Carolina Trujillo werd geboren in Montevideo, Uruguay, op 27 maart 1970. Zij kwam op vijfjarige leeftijd naar Nederland. Na het einde van de dictatuur in Uruguay keerde ze terug. In 1991 won ze een eerste prijs voor haar eerste Spaanstalige novelle en besloot ze weer naar Amsterdam te gaan. Daar voltooide ze haar studie scenarioschrijven aan de Filmacademie.

 

Uit: De terugkeer van Lupe Garcia

 

“Ik had Lupes borsten gezien toen het nog van die kleine puntige heuveltjes waren. Onze eerste zomer samen was nog maar net begonnen en ik heb die heuveltjes nooit meer uit mijn hoofd gekregen. In Nederland was topless normaal, zei ze. Toco, mijn beste vriend, begon te gillen toen hij het hoorde, helemaal toen hij erachter kwam dat Lupe zich omkleedde waar ik bij was en soms in haar slipje in de tuin zat. Meisjes deden dat niet, niet als er jongens bij waren. De enige slipjes die wij zagen hingen aan kramen op de markt. Het langst duurde het voor ik het stukje tussen haar benen zag en toen dat gebeurde begreep ik dat zij de liefde van mijn leven was.
We waren op het strand voor mijn huis. Ik kan de rots waar ik op zat nog aanwijzen. Zij zat een stukje lager in het zand en droeg een korte broek aan en had haar benen opgetrokken. Ik kon zomaar alles zien, het hele vlezige roosje, en zij maar kletsen. Ik denk dat ik nog nooit zo’n stijve heb gehad, ik voelde me er bleek bij wegtrekken.
‘Zullen we een duik nemen?’ vroeg ze, maar als ik overeind kwam zou mijn lul me het zand in heien. Zo voelde dat op die leeftijd. Ik keek haar na terwijl ze het water in rende.
In Nederland leerden ze op de lagere school al zwemmen. Dat kwam doordat er zoveel grachten waren. Er was een kans van acht op tien dat je er ooit in zou fietsen. Daar waren onderzoeken naar gedaan. Ik geloofde haar en zei dat we hier ook vaak in het water vielen maar dat we gewoon verzopen. Ze geloofde mij niet.”

 

 

939249-06a354dd439d2c7a247462fc26d74f74.jpg
Carolina Trujillo (Montevideo, 1970)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten