Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 9 mei 2016

Libris Literatuur Prijs voor Connie Palmen

 

Libris Literatuur Prijs voor Connie Palmen

De Libris Literatuur Prijs is maandagavond naar Connie Palmen gegaan voor de roman “Jij zegt het.” In 'Jij zegt het' wordt de noodlottige liefde tussen de dichters Ted Hughes en Sylvia Plath. Behalve een cheque ter waarde van 50.000 euro ontving Connie Palmen een bronzen legpenning, die haar werd uitgereikt door minister Jet Bussemaker. De andere genomineerden waren Alex Boogers met 'Alleen met de goden', Joke van Leeuwen met 'De onervarenen', Inge Schilperoord met 'Muidhond', P.F. Thomése met 'De onderwaterzwemmer' en Thomas Verbogt met 'Als de winter voorbij is' Connie Palmen werd op 25 november 1955 geboren in Sint Odiliënberg. Zie ook alle tags voor Connie Palmen op dit blog.

Uit:Jij zegt het

“Ze was onvermoeibaar, mijn van energie stuiterende bruid. Zodra ze thuis was, de colleges voor de volgende dag had voorbereid, had gekookt, gebakken, geboend en gewassen, ging ze achter de typemachine zitten om ons werk uit te typen, van een begeleidend schrijven te voorzien en de wereld in te sturen. Sinds we weer dicht bij elkaar waren, kon ik nauwelijks de stroom aan poëtische ideeën en invallen bijhouden, schreef elke dag, het ene gedicht na het andere. Zij hield meticuleus een dagboek bij, zat een leven op de hielen dat pas geleefd was zodra ze het had beschreven, verstuurde wekelijks brieven aan haar moeder en soms aan haar broer, werkte moeizaam aan een roman, en maakte zo nu en dan een gedicht. Naast Shakespeare en Yeats lazen we vooral de eigen gedichten hardop aan elkaar voor, leverden waar nodig commentaar, schaafden ze bij, lazen ze opnieuw voor.
In de eerste winter van ons huwelijk kwamen - naast de talloze afwijzingen die op haar het effect hadden van een rode lap op een stier en een nog woedendere scheppingsdrift losmaakten - de eerste lofzangen binnen, toezeggingen van gerenommeerde tijdschriften, verzoeken om meer werk, en een bescheiden extra inkomen.
Soms was de nacht al begonnen als we, moe van het geconcentreerde werken, bij het ouijabord gingen zitten, de toppen van onze wijsvingers op het glas legden, en eens wat geesten uitnodigden om het ingespannen denkwerk over te nemen, ons te inspireren, te laten huiveren of aan het lachen te maken. Het wachten op beweging is als vissen, spannend en ontspannend tegelijkertijd. Gebeurt er iets? Beweegt er iets onder het oppervlak? Is er leven dat ik nog niet zie, maar zich kenbaar maakt zodra het toehapt? Wat komt er aan het licht?
De eerste keer dat ik met mijn bruid achter het bord zat, pen en papier bij de hand, en we na de invitatie aan de ether of aan ons onderbewuste - Is er iemand? - een poosje wachtten, en toen het omgekeerde glas opeens naar 'ja' zagen schuiven, keek ze me met wantrouwige ogen aan. Ze geloofde het niet. Ze verdacht me ervan dat ik het uit ongeduld naar de linkerhoek duwde. Ik ontkende. Als we al iets doen, doen we het samen, dat is de magie van de vermenging.”

 

 1912511-0c09a1833ca9cf17d2a88c4593b5fa5f.jpg
Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 25 november 1955)

Geschreven door Romenu om 22:54 Reageer op dit bericht

Pieter Boskma, Charles Simic, Jotie T'Hooft, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Ontwakend zelfportret
Voor Remco Campert

Terwijl ik de tram in stapte dacht ik aan de zee.
Maar al wat er ruiste, wat er aan golven brak
stak aan een draadje in de meeste oren om mij heen.
En laten we ter stede maar niet spreken van de geuren.

Toch was het een prachtdag: de zon verscheen
boven de Herengracht, die licht begon te geven,
de mooiste meisjes fietsten blozend door de
katerloze ochtend, en nergens een hinderlaag.

Ik spoorde rustig voort, ik leefde op omdat ik dacht
dat ik het verplicht was aan mijn omgekomen liefde.
Men zit vast aan iets waarin men ging geloven
al betwijfelt men dat minstens even sterk.

Hoop en vrees, een koppig koppel dat elkaar
nooit loslaat, maar ik spoorde rustig voort
langs regel na stillere regel, hopend op de volgende,
vrezende dat die niet kwam – al hoeveel jaar.

Museumplein, ik moest eruit en alles klopte weer.
Ik stak schuin over het gras naar mijn nieuwe
uitgeefhuis, het vers was bijna af, een merel
zong brutaal op het Amerikaanse consulaat.

Dit was de dag, ik keek omhoog, ja, dit was de dag.

 

 

Uit: Doodsbloei

Ben jij het, liefste, ben je alles nu?
Stem die de diepste tonen zingen kan?
Gras dat koorddanst op een duinrug,
zon die opvlamt uit een vennetje?

Is het de zee waarmee je aanruist nu,
het nauw hoorbaar vallen van een blad?
Knipoog je vliegtuigstrepen aan de lucht
en plaag je me gewoon maar wat?

Naar het waarom zal ik niet langer vragen.
Geen enkel antwoord was bevredigend,
het leidde slechts tot feller onbehagen.

Vlieg dus maar rond en wees het lied
dat wij elkaar nog altijd kunnen geven,
allebei de tekst en allebei de melodie.

 

 1912221-bcc811eef1aa95899f3ed734bb054926.jpg
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook alle tags voor Charles Simic op dit blog.

 

Mirrors At 4 A.M

You must come to them sideways
In rooms webbed in shadow,
Sneak a view of their emptiness
Without them catching
A glimpse of you in return.

The secret is,
Even the empty bed is a burden to them,
A pretense.
They are more themselves keeping
The company of a blank wall,
The company of time and eternity

Which, begging your pardon,
Cast no image
As they admire themselves in the mirror,
While you stand to the side
Pulling a hanky out
To wipe your brow surreptitiously.

 

 

Pigeons at Dawn

Extraordinary efforts are being made
To hide things from us, my friend.
Some stay up into the wee hours
To search their souls.
Others undress each other in darkened rooms.

The creaky old elevator
Took us down to the icy cellar first
To show us a mop and a bucket
Before it deigned to ascend again
With a sigh of exasperation.

Under the vast, early-dawn sky
The city lay silent before us.
Everything on hold:
Rooftops and water towers,
Clouds and wisps of white smoke.

We must be patient, we told ourselves,
See if the pigeons will coo now
For the one who comes to her window
To feed them angel cake,
All but invisible, but for her slender arm.

 

 1912221-8fdb650e903dd1d099d2c81fc6336e7f.jpg
Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jotie T'Hooft werd geboren in Oudenaarde op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jotie T’Hooft op dit blog.

 

Een doodshoofd

Mijn stilste en mijn trouwste vriend
getuige van het vele leed dat groeit
getuigenis ook van de verlossing
en hoe een & ander wordt verdiend.

Dat mijn doods hoofd mij eens
en voor altijd wordt ontroofd
door medemensen eerst omkleed
door wormen dan geheel gedoofd:

Somber, zult u zeggen, triest.
Toch rest mij nog de stille hoop
eens als schedel vriend te zijn
van anderen als wanhoop hen bevriest.

 

 

Een Brief

Lieve dood, ik weet dat gij niet lief zijt
maar als handwerkman uw dagen slijt.
Ik heb u geschreven om uw komst te vragen
maar het lijkt enkel uw komst te vertragen.

Ik geloof niet dat ik gered kan worden, doodjelief
en als het kon dan wou ik het niet: eens een dief
altijd een dief. Ik heb geen berouw over gestolen harten
noch over de vlammen veroorzaakt door verwarming

die verbrandden wie er zijn handen naar strekte.
Lieve dood, ik neem afscheid van jou in de koorts
in het ochtendlicht, in de maandag die mij wekte
en diep in mij weet ik: wat ik blindelings volg

is uw toorts.

 

 1912221-51f15c61db6ef3d373e7b95ff06deea0.jpg
Jotie T'Hooft (9 mei 1956 – 6 oktober 1977)
Cover (detail)

 

 

De Duitse schrijver Jan Drees werd geboren op 9 mei 1979 in Haan. Zie ook alle tags voor Jan Drees op dit blog.

Uit: Eins

“Wie damals, als es anfing, mit Nebil, der mich jeden Tag nach den Uni-Seminaren in den Arm nahm und leidenschaftlich auf den Mund küßte. Im April, Mai, Juni.
In diesen Monaten verbrachten wir späte Abende an einem Baggersee, badeten nackt in dem sich leicht abkühlenden Wasser und blieben am schmalen Stadtstrand liegen, bis es nicht mehr kühler werden konnte. "Es sind immer noch dreiundzwanzig Grad!" rief ich begeistert zu Nebil hinauf, der im nächtlichen Schatten lag und mich beschützte. Meine Erinnerung daran: Picknicke und späte Mücken, die sich auf unsere rostbraune Haut setzten, kleine Feuerpunkte hinterließen. Wir tranken Discount-Prosecco zu Erdbeeren, in die man greifen konnte, um klebrig zu werden. Nebil tauchte mit mir unter mondlichtbeschienenen Flusenalgen. Manchmal fanden wir ein wind-, sicht- und brennesselgeschütztes Dunkelwaldfleckchen, von wo gemeinsam kitschige Plejadennebel zu betrachteten waren. Glühwürmchen gab es, auf dem Heimweg, zwischen Ginster.
Beim Türken kauften wir Melonenviertel oder in verschiedenen schattig-kühlen Buchgeschäften Südfruchtprosa, die wie Kandis schmeckte und beim Lesen schmolz, als wäre sie Himbeereis: Es begann, mir zu gefallen. Es fing an, daß ich genauso schreiben wollte, als dufte das Papier wie eine Kinopopcorn- Tüte.
Weil wir schrecklich jung waren, flüsterten Nebil und ich nachts von Springbrunnenrändern im Park über Zitronenkerzen hinweg Cocktail-Neckisches. Mit Nebil ist es wunderbar, liebtrunken ein Bald, ein Später, ein Irgendwann anzutasten, wankend, kaum Karabiner gesichert, Steilwände hinab.“

 

 1912221-667c470c353491dd227fb454c88b9092.jpg
Jan Drees (Haan, 9 mei 1979)
Haan, de markt

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en diplomaat Leopold Andrian werd op 9 mei 1875 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Leopold Andrian op dit blog.

Uit: Erwin und Elmire. Fragmente

Du solltest, Liebe Freundin
Mir mild zur Seite stehn
Beim Lächeln Deines Auges
Wird dieser Spuk verwehn,
Und Deine Hand die kühle
Auf meiner Stirn sollt sein
Es ist so schwer zu kämpfen
Allein, so ganz allein!


Doch jetzt aus dubkler Zukunft
Mir entgegenschleicht
Die Zeit daß unser Ende wir erreicht.
Ja, ja, ich werd die Stunde schaun,
Da unter ihren schwarzen, schmalgewölbten Braun,
Der dunkelblauen Augen warmes Licht
Zu einem andern süße Phrasen spricht,
Und da nicht mehr von meiner Hand durchzogen
Elektrisch knistern Deines matten, blonden Haares Wogen,
Und nicht mehr aufgelöst wir aneinander lehnen
So göttlich still, und uns nach nichts mehr sehnen
Nach nichts!
Die Zeit da ich am Ring an Dir vorübergehe
Und wieder jene schlanke Büste sehe
Die mich im Wachen oft verfolgt und oft im Traum
Da den Parfum ich atme Deiner Nähe
Du aber siehst mich kaum

 

 1912221-dcadaf891186eb2caf9bbfdcb1584acb.jpg
Leopold Andrian (9 mei 1875 – 19 november 1951)
In 1911

 

 

De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Alan Bennett op dit blog.

Uit: The Uncommon Reader

 "No problem,' said Mr Hutchings.
'One is a pensioner,' said the Queen, not that she was sure that made any difference.
'Ma'am can borrow up to six books.'
'Six? Heavens!'
Meanwhile the ginger-haired young man had made his choice and given his book to the librarian to stamp. Still playing for time, the Queen picked it up.
'What have you chosen, Mr Seakins?' expecting it to be, well, she wasn't sure what she expected, but it wasn't what it was. 'Oh. Cecil Beaton. Did you know him?'
'No, ma'am.'
'No, of course not. You'd be too young. He always used to be round here, snapping away. And a bit of a tartar. Stand here, stand there. Snap, snap. And there's a book about him now?'
'Several, ma'am.'
'Really? I suppose everyone gets written about sooner or later.'
She riffled through it. 'There's probably a picture of me in it somewhere. Oh yes. That one.
Of course, he wasn't just a photographer. He designed, too. Oklahoma!, things like that.'
'I think it was My Fair Lady, ma'am.'
'Oh, was it?' said the Queen, unused to being contradicted. 'Where did you say you worked?' She put the book back in the boy's big red hands.
'In the kitchens, ma'am.'
She had still not solved her problem, knowing that if she left without a book it would seem to Mr Hutchings that the library was somehow lacking. Then on a shelf of rather worn-looking volumes she saw a name she remembered. 'Ivy Compton-Burnett! I can read that.' She took the book out and gave it to Mr Hutchings to stamp.
'What a treat!' she hugged it unconvincingly before opening it. 'Oh. The last time it was taken out was in 1989."

 

 1912221-02fe31721e3f26cf184959d5f3fa8ac1.jpg
Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

 

 

De Roemeense dichter, schrijver en filosoof Lucian Blaga werd geboren op 9 mei 1895 in Lancrăm, bij Alba Iulia. Zie ook alle tags voor Lucian Blaga op dit blog.

 

Metaphysical sadness

In ports open to the wonders of great seas
I sang with fishermen, tall shadows on the shore,
dreaming of ships that carry
the foreign miracle.

Next to the workers covered in soot
I erected steel bridges
over white rivers, over the immaculate bird’s flight,
over deep forests,
and each bridge would arch
as if carrying us over to a land of legend.

I spent long time among rocks
next to saints as old as folk riddles,
and I awaited the opening
of a window to freedom
through powerful evening spaces.

With them all
I agonized on the roads, on the shores,
among cars and churches.
Near bottomless wells
I opened my all-knowing eye.

I prayed with the workers in rags,
I dreamt next to the sheep with the shepherds
and waited in precipices with the saints.
Now I bow in the light
and cry in the late remains
of the star I used to walk on.
With the whole creation
I raised my wounds in the wind
and waited: oh, no miracle happens.

No miracle, no miracle!
And yet, with simple words like ours
the world, the elements, the day and the fire were made.
With feet just like ours
Jesus walked on water.


Vertaald door Lori Tiron-Pandit

 

 1912221-b1594441d4a77572b94c1001c3d2b899.jpg
Lucian Blaga (9 mei 1895 – 6 mei 1961)
Standbeeld in Cluj-Napoca

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn blog van 9 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:43 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten