Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 23 juni 2011

Pascal Mercier, David Leavitt, Jean Anouilh, Anna Achmatova, Richard Bach

De Zwitserse schrijver en filosoof Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008 en ook mijn blog van 23 juni 2009 en ook mijn blog van 23 juni 2010.

 

Uit: Nachttrein naar Lissabon (Vertaald door Gerda Meijerink)

 

“De dag in het leven van Raimund Gregorius, na welke niets meer zo zou zijn als voordien, begon zoals talloze andere dagen. Hij kwam om kwart voor acht van de Staatsstraat en ging de Kerkveldbrug op, die van de stadskern naar het Gymnasium leidt. Dat deed hij elke schoolgaande werkdag, en het was altijd kwart voor acht. Toen de brug eens versperd was, beging hij de eropvolgende Griekse les een vergissing. Dat was nog nooit voorgekomen, en het kwam daarna ook nooit meer voor. De hele school sprak dagenlang over deze fout. Hoe langer de discussie erover duurde, hoe talrijker diegenen, die hem aan een begripsverwarring toedichtten. Uiteindelijk kreeg deze overtuiging ook bij scholieren, die erbij waren geweest, de overhand. Het was eenvoudigweg niet denkbaar, dat Mundus, zoals iedereen hem noemde, in Grieks, Latijns of Hebreeuws een fout maakte.”

(...)

 

‘Ik woon nu in mijzelf als in een rijdende trein. Ik ben niet vrijwillig ingestapt, had geen keus en weet niet waar we heen gaan...Ik kan de spoorbaan en de richting niet veranderen. Ik bepaal niet het tempo. Ik zie de locomotief niet en weet ook niet of de machinist te vertrouwen is...Wat kan ik doen tijdens de reis? De coupé opruimen. De dingen vastzetten, zodat ze niet meer rammelen...De reis duurt lang. Er zijn dagen waarop ik hoop dat de reis eindeloos zal zijn. Dat zijn zeldzame, kostbare dagen. Er zijn andere dagen waarop ik blij ben met de wetenschap dat er een laatste tunnel zal zijn waarin de trein voor altijd tot stilstand komt.’

 

 

938811-f968d6f897ee54e2ee1d3a7b4ab0d570.jpg
Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008 en ook mijn blog van 23 juni 2009 en ook mijn blog van 23 juni 2010.
 

Uit: In de Maremma : leven en wonen in Zuid-Toscane (samen met Mark Mitchell)

 

“Het nuttigste dat je kunt leren als je in Italië woont is hoe je je moet vervelen.
Verveling hoort bij het leven in Europa, en zelfs in Parijs hoor je weleens zeggen: ‘We hebben gevreeën omdat we ons verveelden, en het vrijen verveelde ons ook.’ Maar Italië spant wat verveling betreft wel de kroon van alle Europese landen: verveling is hier als de brandnetel tussen de laurierstruiken.
Zondag is in de stad altijd een vervelende dag omdat de winkels dan dicht zijn (hoewel dat
poco a poco aan het veranderen is). De zomer is vervelend omdat de bioscopen dan allemaal dicht zijn (op een warme middag in het donker van een ijskoude megabioscoop zitten is een genoegen dat ze hier niet kennen), en gedurende minimaal een maand (augustus) is alles hier gesloten. (Echt, het is net een maand vol zondagen.) Hoe vervelend de vaste gang van zaken na het avondeten kan zijn, drong goed tot ons door toen we in Rome een keer in de zomer een reclame zagen: hierin werd een dramatisch alternatief voor het ritueel van eten, wandelen en ijs (cena, passeggiata en gelato) voorgesteld: cena, passeggiata en grattacheccha (schaafijs met limonadesiroop). In januari of februari gaan de Italianen altijd voor hun verplichte ‘witte week’ (settimana bianca) naar de Dolomieten of de Italiaanse Alpen. Kerst breng je altijd door met familie (i tuoi) en Pasen met wie je maar wilt (chi vuoi
). In Rome eet je op donderdag gnocchi en op vrijdag vis. In heel Italië kun je tijdens de carnavalsdagen heerlijke zoete gefrituurde deegwaren krijgen, maar dan ook alléén tijdens de carnavalsdagen. Kortom, dat het Italiaanse leven zo’n grote verveling kent komt niet zozeer door de rituelen als door de vaste gewoontes.
En toch ga je hier van die verveling houden en die zelfs cultiveren; om er niet rusteloos en gefrustreerd door te raken. Als je je kapot verveelt komt dat alleen maar omdat je geen initiatief ontplooit, omdat je je eigen mogelijkheden niet aanspreekt.”

 

 

938811-c6bfb2fd06e8b08380b866fbdaee4a12.jpg
David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

 

 

 


De Franse (toneel)schrijver
Jean Anouilh werd geboren in Bordeaux op 23 juni 1910. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2008 en ook mijn blog van 23 juni 2009 en ook mijn blog van 23 juni 2010.
 

 

La cigale

 

« La cigale ayant chanté

Tout l’été,

Dans maints casinos, maintes boîtes

Se trouva fort bien pourvue

Quand la bise fut venue.

Elle en avait à gauche, elle en avait à droite,

Dans plusieurs établissements.

Restait à assurer un fécond placement.

Elle alla trouver un renard,

Spécialisé dans les prêts hypothécaires

Qui, la voyant entrer l’œil noyé sous le fard,

Tout enfantine et minaudière,

Crut qu’il tenait la bonne affaire.

« Madame, lui dit-il, j’ai le plus grand respect

Pour votre art et pour les artistes.

L’argent, hélas ! n’est qu’un aspect

Bien trivial, je dirais bien triste,

Si nous n’en avions tous besoin,

De la condition humaine.

L’argent réclame des soins.

 Il ne doit pourtant pas devenir une gêne.

À d’autres qui n’ont pas vos dons de poésie

Vous qui planez, laissez, laissez le rôle ingrat

De gérer vos économies,

À trop de bas calculs votre art s’étiolera.

Vous perdriez votre génie.

Signez donc ce petit blanc-seing

Et ne vous occupez de rien. »

Souriant avec bonhomie,

« Croyez, Madame, ajouta-t-il, je voudrais, moi,

Pouvoir, tout comme vous, ne sacrifier qu’aux muses ! »

Il tendait son papier. « Je crois que l’on s’amuse »,

Lui dit la cigale, l’œil froid.

Le renard, tout sucre et tout miel,

Vit un regard d’acier briller sous le rimmel.

« Si j’ai frappé à votre porte,

Sachant le taux exorbitant que vous prenez,

C’est que j’entends que la chose rapporte.

Je sais votre taux d’intérêt.

C’est le mien. Vous l’augmenterez

Légèrement, pour trouver votre bénéfice.

J’entends que mon tas d’or grossisse.

J’ai un serpent pour avocat.

Il passera demain discuter du contrat. »

L’œil perdu, ayant vérifié son fard,

Drapée avec élégance

Dans une cape de renard

(Que le renard feignit de ne pas avoir vue),

Elle précisa en sortant :

« Je veux que vous prêtiez aux pauvres seulement... »

(Ce dernier trait rendit au renard l’espérance.)

« Oui, conclut la cigale au sourire charmant,

On dit qu’en cas de non-paiement

D’une ou l’autre des échéances,

C’est eux dont on vend tout le plus facilement. »

Maître Renard qui se croyait cynique

S’inclina. Mais depuis, il apprend la musique.

 

 

 

 938811-b1075772323223269b49448f0f6a371b.jpg

Jean Anouilh (23 juni 1910 – 3 oktober 1987)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Bach werd geboren in Oak Park, Illinois op 23 juni 1936. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en ook mijn blog van 23 juni 2009 en ook mijn blog van 23 juni 2010.

 

Uit: The Bridge Across Forever

 

““It’s exciting, at first. You think at first that you’re different, that you have something special to offer, and that can even be true. Then you remember you’re the same person you’ve always been; the only change is that suddenly your picture is every­where and columns are being written about who you are and what you’ve said and where you’re going next and people are stopping to look at you. And you’re a celebrity. More accurately, you’re a curiosity. And you say to yourself, I don’t deserve all this attention!”
She thought carefully. “It isn’t you that matters to people when they turn you into a celebrity. It’s something else. It’s what you stand for, to them.”
There’s a ripple of excitement when a conversation turns valuable to us, the feel of new powers growing fast. Listen care­fully, Richard, she’s right!
“Other people think they know what you are: glamour, sex, money, power, love. It may be a press agent’s dream which has nothing to do with you, maybe it’s something you don’t even like, but that’s what they think you are. People rush at you from all sides, they think they’re going to get these things if they touch you. It’s scary, so you build walls around yourself, thick glass walls while you’re trying to think, trying to catch your breath. You know who you are inside, but people outside see something different. You can choose to become the image, and let go of who you are, or continue as you are and feel phony when you play the image.”

 

 

938811-8ca1f356be931f9af65a4f13c2aa7c49.jpg
Richard Bach (Oak Park, 23 juni 1936)

Hier met mentalist en schilder Uri Geller (rechts) 

 

 

 


De Russische dichteres
Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook mijn blog van 23 juni 2010 en eveneens alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

 

 

Tweede lied

 

Hoe scheen daar en zong
Het wonder van onze ontmoeting.
Ik wilde in de tijd blijven staan
En niet meer weggaan daarvandaan.
Bitter en zoet was voor mij
Geluk in plaats van plicht,
Ik heb lang gepraat
Met wie ik niet mocht praten.
Laat hartstochten, de minnaars verstikken,
Een antwoord verlangend.
Wij echter, liefste, zijn slechts zielen
Tegen de rand van het bestaan.

 

 

Vertaald door Hans Boland

 

 

 

Hoe galmend en steil zijn de bruggen

 

Hoe galmend en steil zijn de bruggen,

Wat zijn deze pleinen hier breed!

En boven ons, somber en rustig,

Spreidt 't sterloze duister zijn kleed.

 

Twee sterflijke mensen, zo gaan we

Door 't sneeuwdek, nog maagdelijk rein.

En is het geen wonder hier samen

Op 't uur voor ons scheiden te zijn?

 

Opeens heb ik knikkende knieën,

Mijn adem lijkt moeizaam te gaan ...

Jij -zonlicht van mijn poëzieën,

Jij -zegening van mijn bestaan.

 

Dan deinen de donkere daken,

Ik val met een plofweer omlaag,

Het is niet zo erg te ontwaken

Voor mij in mijn dorpstuin vandaag.

 

 

10 maart 1917, Petersburg

 

 

 

't Allereerste straaltje licht - Gods zegen

 

't Allereerste straaltje licht - Gods zegen -

Gleed 't voorhoofd van mijn lief dat sliep,

En de dromer werd een beetje bleker,

Maar zijn slaap was daarna eens zo diep

 

't Licht dat uit de hemel kwam gegleden

Leek welhaast een kus ... zo teder, warm

Streek ik met lippen lang geleden

Langs zijn lieve mond, zijn bruine arm…

 

Maar vandaag, nu ik nog lichaamlozer,

Troostelozer dan de doden dwaal,

Kom ik slechts als lied naar hem gevlogen,

Streel ik als een vroege zonnestraal

 

 

Vertaald door M. Berg en M. Wiebes

 

 

 

 938811-82aaf5bee91111c93ef83cee9583ed0d.jpg

Anna Achmatova (23 juni 1889 - 5 maart 1966)

Portret door Koezma Petrov-Votkin

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:11 Reageer op dit bericht

Cornelia Schmerle, Urs Jaeggi, Wolfgang Koeppen, Robert C. Hunter, Philip Weiss

De Duitse dichteres Cornelia Schmerle werd geboren op 23 juni 1973 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 23 juni 2010.

 

 

Aufenthalte

 

»Wenn du abends kommst und mich besuchst,

bring mir immer einen Strang Seide mit.

Ich werde daraus ein Seil flechten.

Wenn es fertig ist, klettern wir beide

daran herunter und fliehen.«

 

aus Rapunzel

 

 

I

 

Hin und wieder gerät Madrid in die Klaue des Tigers;

du zählst es aus, verlangst mich dazu,

mein Beistehen in dieser grauenvollen Stunde

deiner Wolllust, eine Stadt dem Boden gleich zu machen.

 

Es sind die Seminare deines kühlen Kopfes,

von denen ich wenig halte; halten aber muss

in den Puppengelenken, die von vorsichtigen Händen

in einer einzigen Nacht nur gemacht sind,

 

ich weiß es – ich bezahle unser Heim, die Luft,

an der wir gedeihen und verderben: grün, blau und

rot bei Licht; bei Projektur der Tage, die – das glaube mir –

nicht zu zerstören ist, so einfach wie dein Wild.

 

 

II

 

Du brauchst den Anhaltspunkt, dieses:

Halt an! Hier!

Und ich –

vielleicht schwebe oder schwimme ich

dir zu und fort und wieder hin;

das Rückenmark aus Zitrone,

die Essenz einer nicht verdauten Oblate.

 

Mein schwierigstes Unterfangen:

zu bergen, was ich liebe.

Ich beginne mit den Berührungen

an dir, an mir, an den plötzlichen Schnittstellen,

die ausfahrn aus beleidigtem Himmel,

Aufmerksamkeit reißen, natürlich –

das Kindlein ist ausgerückt,

 

entrückt, verrückt mehr als die geschworne Sekunde;

mein Beileid, den neu entdeckten Leberflecken

auf Haut und Wort, dem Kanon

der Naturen, die sich nicht erklärn;

der Ertrag des Zauberhaften

liegt wie mein Kopf schon ungehalten

hier im Korb vor dir, ein Bukett des Ganzen.

 

 

 938806-88449716e65e9a540f152a9c1de824aa.jpg

Cornelia Schmerle (Berlijn, 23 juni 1973)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en essayist Wolfgang Arthur Reinhold Koeppen (eig. Köppen) werd geboren op 23 juni 1906 in Greifswald. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en mijn blog van 23 juni 2008 en ook mijn blog van 23 juni 2009.

 

Uit: Amerikafahrt und andere Reisen in die Neue Welt

 

„Die Kasernen der geimpften Kreuzritter auf Europas Boden, der erneuerte Limes am Rhein, Raketenrampen im schwarzen Revier, Versorgungsbasen bei der hohen Schule von Salamanca, Bulldozer, Planierungsmaschinen, Höhlenbohrer, Verstecke für die Angst, Unterstände für die Torheit, die alten Weinberge den Göttern und den Heiligen und dem Umsatz geweiht, das deutsche Vorfeld, die germanische Mitte, des Erdteils gebrochenes Herz, Maginots wiedererstandene Illusionen, die Kolonien der Feldoffiziere und Sergeanten mit dem Indianergesicht, Nachbarschaft und Isolierung, die Main Street mitgebracht, die Kirchen aus dem Koffer gepackt und die Jagdflugplätze für den Sturm, den Sand und das Vergessen gebaut am Freienreichs- stadtrand, die Schulbusse der selbstbewußten Kinder mit den Sicherungssprüchen der schon in die Wiege gelegten Zukunft, Weltherrschaftsaspiranten schüchtern und laut in der Altheidelbergschau, das Gentlemandasein der Whiskyreklame bei deutschem Flaschenbier, mitgereist die Einsamkeit der Prärie, mitgereist die heiße und kalte Luft der Nevadawüste, unvergessen im Getto der Herkunft der gute und böse Wind Chicagos, Automaten der Liebe und Automaten des Gesanges für den Traum des Nichtalleinseins,

Viersternegenerale auf den Elyseeischen Feldern, Funksprüche aus dem Pentagon, die Banner des Atlantikpaktes im freundlichen Wald von Marly-le-Roi, tot die christlichen Könige, magistral die Ansprachen des Präsidenten im Weißen Haus, urbi et orbi, Reden zum Schornstein hinaus, zur

Nachrichtenstunde des Rundfunks verbreitete Furcht und Hoffnung, das gute Geld des Marshallplans, der feste Dollar für die unterentwickelten Gebiete, der Scheck für die Freiheit, der Scheck gegen den Hunger, der Scheck für das Öl, die Milliarden für die Forschungen von Peenemünde, der Rauch für den Mond, die stars and stripes über den  Konsulaten und Bibliotheken des american way of life, auf

den abendlichen Leinwänden jedem Dorfjungen vertraut die Lichterschlucht des Broadway, Californiens sonnenblanke Straßen, das Familiengebet vor dem geöffneten Schrein des Kühlschranks, die chromstrahlende Manneskraft der Pferdestärken, die Busen und Beine der handelfördernden Schönheitsköniginnen, entzückte Augen, gezückte Pistolen, der große Krieg von Wildwest und die

große Schlacht in den Dschungeln der Städte, Gestalten aus Kleinbürgersehnsüchten und Unerwachsensein und Triumphe im Lebenskampf, Siege in den Wissenschaften, doch auch die irren Lichter O’Neills, die Durchleuchtungen Tennessee Williams’, Faulkners Genie, die Heldensage von

Little Rock, das fruchtbare Unbehagen der Reklameagenten, und dann die Plakate der Luftfahrtgesellschaften, im Sesselschlaf über den Atlantik, du bist schon angekommen, bevor du abgeflogen, so vieler Verführung ist nicht zu widerstehen, doch auch heute noch sollte man zur ersten Pilgerfahrt nach dem Amerika-du-hast-es-besser die Neue Welt zu Schiff ansteuern, von Wellen getragen, wie der wahrlich bewundernswerte Kolumbus, und nicht durch die Luft gerissen, wie der vom Reisebüro verfrachtete Zeitgenosse, begreift man erst wieder, daß wirklich ein Ozean die

Kontinente trennt, während der Reisende des fliegenden Schaumgummisitzes allzu geneigt ist, New York für einen Vorort von Berlin oder Paris, aber London, Frankfurt, den Flughafen Wahn und was drum herum liegt für Trabantenstädte Manhattans zu halten.

 

 

 

 938806-4f1b80edd2bbae44c42494616b808f05.jpg

Wolfgang Koeppen (23 juni 1906 – 15 maart 1996)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver, kunstenaar en socioloog Urs Jaeggi werd geboren op 23 juni 1931 in Solothurn. Zie ook mijn blog van 23 juni 2007 en mijn blog van 23 juni 2008 en ook mijn blog van 23 juni 2009.

 

Uit: Wie wir

 

«Als Kind habe ich die schlaflosen Stunden vor dem In-die-Schule-gehenmüssen schätzen gelernt. Dabei ist es geblieben. Ob ich reglos in einem Bett verharre und manchmal am ganzen Körper brenne, oder ob ich, wenn die Spätheimkehrer verschwunden sind, irgendwo auf einer Strasse herumstreune wenn die Müllabfuhr und die Frühlieferanten noch nicht die Stille brechen. Ich kann, wenn ich es will, ganz leicht über die Wirklichkeit oder das, was so genannt wird, hinweg springen. Ich begehre den kommenden Tag und liebe die Restnacht, die ihren schlechten Atem verloren hat. Vergessen die Unentschiedenheit. Die Nacht hat in diesen Stunden nur sich selbst.»

 

 

 938806-f954ec6fa45f85ced5376958e47b0872.jpg

Urs Jaeggi (Solothurn,  23 juni 1931)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en tekstschrijver Robert C. Hunter werd geboren op 23 juni 1941 in San Luis Obispo, California. Zie ook mijn blog van 23 juni 2009.

 

 

Boys In The Barroom


Does God look down on the boys in the barroom?
Mainly forsaken but surely not judged
Jacks, Kings and Aces, their faces in wine
Do Lord deliver our kind?

From singin' for whiskey, three strings on a fiddle
Four on the guitar and a song that I love
Many's the night we spent pickin' and singin'
In hopes it be pleasing both here and above

Jack string fiddle to my saw tooth bow
Who loves loneliness, loves it alone
I love the dim lights like some love the dew
The only thing I wonder sometimes

Is does God look down on the boys in the barroom?
Mainly forsaken but surely not judged
Jacks, Kings and Aces, their faces in wine
Do Lord deliver our kind?

 

 

 938806-410ca7a36e90472cef07baad2baf1e08.jpg

Robert C. Hunter (San Luis Obispo, 23 juni 1941)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Oostenrijkse schrijver Philip Weiss werd geboren in 1982 in Wenen. Philip Weiss studeerde Germanistik, filosofie en Duits als vreemde taal aan de Universiteit van Wenen. Als een master's thesis schreef hij een essay over deconstructivist Peter Handke's A Sorrow Beyond Dreams. Na zijn afstuderen, in 2008, doceerde hij aan de universiteit van Bakoe, Azerbeidzjan. Zijn theatertekst “Egon”  verscheen in 2008 bij Passagen Verlag  en werd in het ​​Leopold Museum in Wenen gepresenteerd als een geënsceneerde lezing en performance. Weiss nam met zijn tekst “Blätterliebe” deel aan de Ingeborg Bachmann-prijs in 2009 en verraste met het feit dat hij aan het einde van de lezing een pagina van zijn tekst op at.

 

Uit: Blätterliebe

 

„Ich schreibe mit der linken Hand und streiche mit der rechten durch. Manchmal ist es anders. Ich schreibe dann mit der rechten Hand, die linke dient mir dazu durchzustreichen. An seltenen Tagen schreibe ich beidhändig, streiche beidhändig durch. Weshalb ich beinahe nur durchgestrichene Worte, Texte, Geschichten geschrieben habe, ich mir also eine ständig wachsende Sammlung ausgestellt unhaltbarer Sätze zugelegt habe. Nur in seltenen Fällen, wenn eine der Hände müde wird durch die Arbeit des ständigen Streichens, erschlafft, zuerst nachhinkt, zunehmend erlahmt, schließlich daliegt, auf dem Schreibtisch, und der Stift unberührt daneben, ungeöffnet, ebenso daliegt, sodass die andere, die schreibende Hand, in einer plötzlichen Freiheit, Improvisation, sich über das Papier zu bewegen beginnt, alle Vorsicht ablegt, sich überbietet in Unsinnigkeiten, Verrücktheiten, übermütig wird, immer weiter, wilder, so lange, bis die andere, die ihre Streicharbeit vernachlässigende Hand, sich notgedrungen wieder regt, widerständig wird und eingreift, diesem Spiel ein Ende zu machen versucht, den Füller ergreift, ihn zwischen Daumen und Zeigefinger öffnet und schließlich durchzustreichen beginnt, nur in diesen seltenen Fällen, diesem Fallen des Körpers also entstehen meine Texte. In dieser Nachlässigkeit, dieser Blöße des Körpers entstehen meine Texte. In dieser Reglosigkeit, Starre, nur in diesem Geschlampe des Körpers, in diesem Körpertheater entstehen meine Texte.“

 

 

 

938806-597639a84f8ed197cba2d22196b02b5f.jpg
Philip
Weiss (Wenen, 1982)

Geschreven door Romenu om 19:05 Reageer op dit bericht

Franca Treur

De Nederlandse schrijfster en freelance journaliste Franca Treur werd geboren in Meliskerke op 23 juni 1979. Na de middelbareschooltijd ging ze psychologie studeren aan de Universiteit Leiden. Later switchte ze naar Nederlands en literatuurwetenschap. In Leiden werd ze lid van de reformatorische studentenvereniging Panoplia. Tijdens haar studie kwam ze in aanraking met verhalen uit de Griekse en Romeinse mythologie en de vermeende overeenkomsten tussen deze verhalen en die uit de Bijbel. Ook nam ze kennis van de Schriftkritiek. Daardoor verloor ze uiteindelijk haar geloof.

Treur won in 2006 met „Maak iets van je leven! Maar wat?“ een essaywedstrijd die uitgeschreven was door Contrast Magazine en nrc.next met het thema 'Macht en onmacht'. In oktober 2009 verscheen haar eerste boek, „Dorsvloer vol confetti“. Door onderwerpen en achtergrond wordt zij regelmatig vergeleken met de schrijvers Jan Siebelink en Maarten 't Hart, evenals zij afkomstig uit een streng-gereformeerd milieu waarmee ze eveneens hebben gebroken. In 2010 won Franca Treur de Selexyz debuutprijs. „Dorsvloer vol confetti“ werd meerdere malen genomineerd, waaronder voor de NS Publieksprijs.

 

Uit: Dorsvloer vol confetti:

 

„Het is tweede pinksterdag en Katelijne zit op haar onopgemaakte bed. Met haar vingers volgt ze de bloemen van haar kussensloop. Meegaan, niet meegaan, meegaan, niet meegaan. Ze zijn een paar

uur terug van de kerk en ze gaan een rondje rijden. Het is niet echt wat je noemt een uitstapje; ze gaan niet ver weg, gewoon wat rondrijden, zoals je nu eenmaal doet op een hoogdag. Ze zullen opgestapeld zitten in de stationwagen, de oudste vier op de achterbank, de drie kleinsten met hun rug naar hen toe onder de achterklep. Ze zullen ruzie krijgen, omdat iedereen vindt dat de ander te breed zit, terwijl breed zitten er nu niet bepaald bij is. Katelijne wil eigenlijk thuisblijven, maar je weet nooit wat je dan mist. Misschien krijgen ze wel een ijsje ergens onderweg.

Ze rijden langzaam, met de ramen open, omdat het warm is en om Lourens niet te ruiken, die net voor het vertrek zijn handen heeft geprobeerd te wassen onder de gasoliepomp. Katelijne heeft zijn laarsjes moeten leeggooien. Rogier houdt ze uit het raam om ze te laten drogen.

Ze beoordelen de akkers op de hoeveelheid onkruid die boven de gewassen uitsteekt en schelden op de eigenaar ervan. ‘Die Dommisse, dat is een vuilak, zeg, en kijk daar dan: dat is een vies lapje; dat is van Jaap Geschiere, toch pa? Die zou ook eens een beetje moeten gaan kappen.’

‘Jaapje Geschiere en kappen!’ schampert de vader. ‘Die weet niet eens hoe hij een houweel moet vasthouden.’ Ze moeten er allemaal hard om lachen, behalve Katelijne, die de grap herhaalt voor de kleintjes, die hem achterin niet hadden gehoord.

Bij hun eigen maïsveld aan een smal wegje stoppen ze en stappen ze allemaal uit. De vader en de jongens zwermen over het land om de piepjonge maïsplantjes te bekijken. Katelijne kijkt toe hoe

ze naar de grond duiken om een aangevreten blaadje te inspecteren of om wat melkwiet uit te trekken. Kleine Lourens loopt achter de vader aan en botst met zijn hoofd tegen zijn billen als hij plotseling stopt en bukt om iets van dichtbij te bekijken. De vader wijst hem iets aan wat hij uit de grond kan trekken, wat niet echt snugger is, want het gaat veel sneller als hij het gewoon zelf zou doen.“

 

 

950366-af6be7610698986b477a38680e60db7f.jpg
Franca Treur (Meliskerke,  23 juni 1979)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten