Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 4 augustus 2017

Hendrik Marsman, Rutger Kopland, Rudi van Dantzig, Percy Bysshe Shelley, Liao Yiwu, Pierre Jarawan

 

Dolce far niente

 

2060914-2b355c76b3bf183c4d4f2f6607904fbf.jpg
De Prinsengracht, Amsterdam door Hermann Heinrichs, z.j.

 

Amsterdam

De maan verft een gevaar over de gracht.
ik schuifel elke nacht na middernacht,
in een verloren echolozen stap,
ruggelings schuivend langs de hemelschuinte,
de treden der verlaten wenteltrap
van de ontstelde ruimte—

 

 2060914-1391decd42c0cb3389a2bf59a24fcdac.jpg
Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)
Het Rond in Zeist. Hendrik Marsman werd geboren in Zeist.

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2010 en ook alle tags voor Rutger Kopland op dit blog.

 

Voorjaarsgedicht

Deze lente gaat het toch weer
over jou hoewel ik er langzaamaan
wel moe van ben

moe van regen, wind, flarden
bedrieglijk blauw in de lucht,
vage beloften van het einde
van de kou.

Ik weet wel dat ik toch weer
van je hou, maar moeizaam soms,
met dat doelloze

van vogels die er van lijken
te houden in regen en wind
te blijven rondhangen
boven het land.

 

 

Zijn brieven

Dit zijn zijn brieven, ze ruiken naar
oud papier, de inkt is grijs

ja, zo was zijn handschrift, zo zagen
zijn brieven er altijd uit, dit was hij

schrijven is uitvinden wat er in je leeft
op dit papier heeft hij dat geprobeerd

schrijven is lezen, een poging te lezen
wat een ander leest – die ander was ik

dit is wat hij met zijn hand maakte, deze
letters, ze zijn zo van hemzelf dat hij

terugkeert - hij is er weer met zijn gezicht
zijn stem, zijn handen, een glas, een sigaret

en tegelijk is het niets anders dan
papier dat verstoft, inkt die verbleekt

 

 

David

Beelden werden niet gemaakt, ze moesten 'worden
bevrijd uit het marmer', alsof ze er al waren,
altijd al,

(ergens, in een windstille juni, op een wit,
onbewoond eiland in een blauw-groene zee)

en inderdaad, hij vond een prachtige steen,
onder zijn huid een perfekte machine
van hersenen, spieren en hart,

en niets van moeite, niets van een beweging
die er ooit was of nog zou, alleen
houding, onverschillige kracht

van milliarden kristallen, volmaakte
kopie van een jeugd.

 

 2060914-2e8e591d09cbc260eaf3661936528c8f.jpg
Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

 

De Nederlandse choreograaf, balletdanser en schrijver Rudi van Dantzig werd geboren in Amsterdam op 4 augustus 1933. Zie ook alle tags voor Rudi van Dantzig op dit blog.

Uit:Voor een verloren soldaat

“Als ik me naar hem toe keer staat Jan zijn bloes in zijn broek te frommelen. Hij steekt me een hand toe en trekt me overeind. 'Zullen we gaan?' We sjokken het Klif op, van het geheim is niets meer te bemerken, Jan is gewoon en onverschillig. `Heb jij al wat van thuis gehoord?' Ik heb een brief uit Amsterdam gekregen. Mammie is terug, schreef mijn vader, en het ging ze goed. Of ik het fijn had, of het aardige mensen waren waar ik logeerde. De mevrouw waar ik woonde had geschreven dat ik in bed had geplast. Hoe kon dat nou, dat had ik thuis toch al zo lang niet meer gedaan? En de groeten aan Jan, fijn dat die zo dicht bij me woonde. We moesten maar blij zijn dat we in Friesland zaten want in Amsterdam was bijna niets meer te eten. Ik kan alleen maar denken aan het geheimzinnige voorval, ik brand om er meer van te weten, om dingen te vragen. Maar Jan is moe opeens, en stug, hij lijkt het hele gebeuren alweer vergeten te zijn. Boven, op de weg, staat hij stil. 'Hoi,' zegt hij, 'ik steek hier door.' Hij klimt over het hek opzij van de weg en blijft aan de andere kant staan, alsof hij zich bedenkt. `Kom eens hier,' zegt hij en gebaart kortaf. Ik loop naar het hek en Jan pakt me met twee handen bij mijn keel. 'Tegen niemand zeggen dat je mijn lul hebt gezien,' fluistert hij, 'anders krijg ik je.' Hij duwt me achteruit en loopt met vlugge passen weg dwars door het weiland.
Onderweg naar huis denk ik aan Jans witte, kwetsbare buik en aan de verdronken vliegeniers, ondersteboven in het water hangend. Soms kijk ik achterom of Jan nog te zien is. Het liefst was ik hem achternagehold. Ik moet hem beschermen, niemand moet het wagen met zijn handen aan mijn vriend te komen. En niemand zal ooit ons geheim te weten komen. Over de weilanden hangt een lome stilte. De koeien staan lusteloos op een kaalgetrapte plek waar de boer ze zal melken. Het is laat, vast al half zes. Gehaast hol ik langs de dijk.”

 

 2060914-0c89d878c3e54badcd9e45e422cb6902.jpg
Rudi van Dantzig (4 augustus 1933 – 19 januari 2012)
Scene uit de film “Voor een verloren soldaat” uit 1992  

 

 

De Engelse dichter Percy Bysshe Shelley werd op 4 augustus 1792 geboren in Field Place, Sussex. Zie ook alle tags voor Percy Bysshe Shelley op dit blog.

 

Ode to the West Wind

Make me thy lyre, even as the forest is:

What if my leaves are falling like its own!
The tumult of thy mighty harmonies

Will take from both a deep, autumnal tone,
Sweet though in sadness.
Be thou, Spirit fierce,
My spirit! Be thou me, impetuous one!

Drive my dead thoughts over the universe
Like withered leaves to quicken a new birth!
And, by the incantation of this verse,

Scatter, as from an unextinguished hearth
Ashes and sparks, my words among mankind!
Be through my lips to unawakened earth

The trumpet of a prophecy!
O Wind,
If Winter comes, can Spring be far behind?

 

 

The Zucca

I.
Summer was dead and Autumn was expiring,
And infant Winter laughed upon the land
All cloudlessly and cold;--when I, desiring
More in this world than any understand,
Wept o’er the beauty, which, like sea retiring,
Had left the earth bare as the wave-worn sand
Of my lorn heart, and o’er the grass and flowers
Pale for the falsehood of the flattering Hours.

II.
Summer was dead, but I yet lived to weep
The instability of all but weeping;
And on the Earth lulled in her winter sleep
I woke, and envied her as she was sleeping.
Too happy Earth! over thy face shall creep
The wakening vernal airs, until thou, leaping
From unremembered dreams, shalt ... see
No death divide thy immortality.

 

 2060914-9c62bcadab85ed2f9cc74a6ea36dc853.jpg
Percy Bysshe Shelley (4 augustus 1792 – 8 juli 1822)

 

De Chinese schrijver, journalist, musicus en dichter Liao Yiwu (ook bekend als Lao Wei) werd geboren op 4 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Liao Yiwu op dit blog.

Uit: For a Song and a Hundred Songs (Vertaald door Wenguang Huang)

“As always in times of stress, my mind flew quickly to literature, and my arrest reminded me of a scene from an old propaganda novel, Red Rock, about the underground Communist movement in the 1940s. In the story, a Kuomintang agent in Chongqing lured an underground Communist to a rendezvous. When the Communist arrived, agents tackled him from all sides. Unlike me, the Communist was fearless. He adjusted his handcuffed hands and calmly climbed into the police car. Compared to the fictional heroic martyr, I had behaved like a badly beaten dog.
The police car climbed up a hill. I took a quick glance outside and saw the entrance to the Sichuan Foreign Languages Institute where we had held the audition for my Requiem film. A cemetery for Communist martyrs sat not far away. Soon, we passed Zhajidong, a notorious prison where the Kuomintang had executed many Communists before their defeat in 1949. The prison had been turned into a museum to showcase the Kuomintang’s brutality. The horrors of history may have been featured in that nearby museum, but the new investigation center, where I was heading, was built for those accused of crimes against the new China.
“Damn!” I shuddered. “My life is over.”
The police car drove slowly on a narrow road that curved around a hill. Soon I could hear the pine forest moaning in the wind. The wind-screen wipers swung back and forth vigorously as the spring drizzle turned into a heavy rain. We were approaching our destination — the Chongqing Municipal Public Security Bureau Investigation Center, otherwise known as the Song Mountain Investigation Center.* The reality started to sink in. …”

 

 2060914-8e358cf9f0b0eb7cbf606b9ab4041a8b.jpg
Liao Yiwu (Sichuan, 4 augustus 1958)

 

 

De Britse schrijfster en journaliste Jojo Moyes werd geboren op 4 augustus 1969 in Londen. Zie ook alle tags voor Jojo Moyes op dit blog.

Uit: Paris for One

“Nell shifts her bag along the plastic seating in the station and checks the clock on the wall for the eighty-ninth time. Her gaze flicks back as the door from Security slides open. Another family — clearly Disney-bound — walks through into the departure lounge, with buggy, screaming children and parents who have been awake way too long.
For the last half-hour her heart has been thumping, a sick feeling high in her chest.
“He will come. He will still come. He can still make it,” she says under her breath.
“Train 9051 to Paris will be leaving from platform two in ten minutes. Please make your way to the platform. Remember to take all luggage with you.”
She chews her lip, then texts him again — the fifth time.
Where are you? Train about to leave!
She had texted him twice as she set off, checking that they were still meeting at the station. When he didn’t answer, she told herself it was because she had been on the Underground. Or he had. She sends a third text, and a fourth. And then, as she stands there, her phone vibrates in her hand.
Sorry babe. Caught up at work. Not going to make it.
As if they had planned to catch up over a quick drink after work. She stares at the phone in disbelief.
Not going to make this train? Shall I wait?
And, seconds later, the reply:
No, you go. Will try to get later train.
She is too shocked to be angry. She stands still, as people get to their feet around her, pulling on coats, and punches out a reply.“

 2060914-b4d478fd6c6f68d75bf3f96430182047.jpg
Jojo Moyes (Londen, 4 augustus 1969)
Cover

 

 

De Duitse schrijver en slam dichter Pierre Jarawan werd op 4 augustus 1985 in Amman, Jordanië, geboren als zoon van een Libanese vader en een Duitse moeder. Zie ook alle tags voor Pierre Jarawan op dit blog.

Uit: Am Ende bleiben die Zedern

“1992.
Vater stand auf dem Dach. Oder besser: Er balancierte. Ich stand unten, beschirmte mein Gesicht mit der Hand und sah mit zusammengekniffenen Augen hinauf, wo er sich wie ein Seiltänzer dunkel vom Sommerhimmel abhob. Meine Schwester saß im Gras, wedelte mit einer Pusteblume und schaute zu, wie die kleinen Fallschirme Pirouetten schlugen. Die Beine hatte sie dabei so unnatürlich verrenkt, wie es nur Kleinkinder können.
»Nur noch ein bisschen«, rief unser Vater fröhlich herab und drehte an der Satellitenschüssel, während er breitbeinig das Gleichgewicht hielt. »Passt es jetzt?«
Im ersten Stock steckte Hakim den Kopf aus dem Fenster und rief: »Nein, jetzt sind Koreaner im Fernsehen.«
»Koreaner?«
»Ja, und Pingpong.«
»Pingpong. Und der Kommentar? Auch koreanisch?«
»Nein. Russisch. In deinem Fernseher spielen Koreaner Pingpong, und ein Russe kommentiert das.«
»Was sollen wir mit Pingpong?«, rief Vater.
»Ich glaube, du bist zu weit rechts.«
Mein Kopf war jetzt ebenfalls in einem Pingpongspiel gefangen. Ich verfolgte den Dialog der beiden und ließ meinen Blick immer wieder vom einen zum anderen schweifen. Vater zog einen Schraubenschlüssel aus der Hosentasche und lockerte die Befestigung. Dann holte er den Kompass hervor und drehte die Schüssel weiter nach links.
»Denk dran: 26,0° Ost«, rief Hakim, und sein grauer Kopf verschwand wieder im Wohnzimmer.
Bevor Vater aufs Dach gestiegen war, hatte er es mir genau erklärt. Wir standen auf dem schmalen Grasstreifen vor unserem Haus. Die Leiter lehnte bereits an der Wand. Sonnenstrahlen schimmerten durch die Kirschbaumkrone und erzeugten wundersame Schatten auf dem Asphalt.
»Im Weltraum kreisen Satelliten um die Erde«, sagte er, »mehr als zehntausend Satelliten. Sie zeigen uns, wie das Wetter wird, vermessen die Erde und andere Planeten und Sterne oder sorgen dafür, dass wir fernsehen können. Die meisten von ihnen bieten ziemlich schlechtes Fernsehen. Doch manche haben auch gutes im Angebot.“

 

 2060914-824fe851589530d92a4df99282eb7d88.jpg
Pierre Jarawan (Amman, 4 augustus 1985)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2013 en ook mijn blog van 4 augustus 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 14:28 2 reacties Reageer op dit bericht

Robert Beck

De Amerikaanse schrijver Robert Beck (alias Iceberg Slim) werd geboren op 4 augustus 1918 als Robert Lee Maupin in Chicago en groeide op in slechte omstandigheden in Rockford, Illinois. Zijn moeder werkte als huishoudster en runde een schoonheidssalon. Als jonge man studeerde hij aan Tuskegee University, maar hij stopte met zijn studie in 1937. Op 18-jarige leeftijd werd Beck pooier in Chicago en had al snel groot financieel succes. Vanwege zijn lichaamslengte van bijna 2 meter en zijn ijzige kalmte verwierf hij de bijnaam Iceberg Slim. Hij bracht in totaal zeven jaar in de gevangenis door, ontsnapt een keer, werd opnieuw gearresteerd. Na zijn laatste gevangenisstraf vertrok hij naar Californië en veranderde hij de achternaam Maupin in Beck, ter ere van zijn stiefvader. Hij werd in Californië herenigd met zijn moeder, die kort daarna aan kanker overleed. Aangegrepen door deze gebeurtenis stopte Beck met het gebruik van heroïne. In 1962 werkte hij als verkoper van insecticiden. Toen hij een klant ontmoette die docent was aan een college, vertelde hij over zijn verleden als pooier en kreeg hij de raad om een ​​autobiografie te schrijven. Beck schreef toen het boek “Pimp: The Story of My Life” in drie maanden. De uitgever Holloway House in Los Angeles publiceerde “Pimp” in 1967 en al zijn werken daarna, in totaal acht romans. Het debuutboek werd een controversieel succes en verkocht heel goed, vooral in de zwarte gemeenschap. In 1973 werd het in 19 edities gedrukt en in 2 miljoen exemplaren verkocht. Pimp werd snel gevolgd door een aantal andere memoires van schrijvers met een gelijke achtergrond als Beck. Beck was na Alex Haley een van de meest gelezen zwarte schrijvers van zijn generatie. Al zijn boeken werden alleen in zakformaat gegeven. Iceberg Slim schreef ook een verzameling van gedichten, “Reflections”, in de vroege jaren 1970 en maakte een opname met dezelfde naam, waarop hij zijn gedichten voordroeg tegen een muzikale achtergrond.

Uit: Pimp: The Story of My Life

“The first time I saw Steve he was sitting getting his nails manicured in the shop. Mama was smiling into his handsome olive-tinted face as she buffed his nails. I didn't know when I first saw him that he was the pin-striped snake who would poison the core of our lives. I certainly had no inkling that last day at the shop as live billows of steam hissed from the old pressing machine each time Henry slammed its lid down on a garment. Jesus! It was hot in that little shop, but I loved every minute of it. It was school-vacation time for me and every summer I worked in the shop all day, every day helping my stepfather. That day as I saw my reflection on the banker's expensive black shoes I was perhaps the happiest black boy in Rockford. As I applied the sole dressing I hummed my favorite tune 'Spring Time in the Rockies.' The banker stepped down from the shine stand, stood for a moment as I flicked lint from his soft rich suit, then with a warm smile he pressed an extravagant fifty-cent piece into my hand and stepped out into the broiling street. Now I whistled my favorite tune, shines were only a dime, what a tip. I didn't know at the time that the banker would never press another coin into my hand, that for the next thirty-five years this last day would be remembered vividly as the final day of real happiness for me. I would press five-dollar bills into the palms of shine boys. My shoes would be hand made, would cost three times as much as the banker's shoes, but my shoes though perfectly fitted would be worn in tension and fear. There was really nothing out of the ordinary that day. Nothing during that day that I heard or saw that prepared me for the swift, confusing events that over the weekend would slam my life away from all that was good to all that was bad. Now looking back remembering that last day in the shop as clearly as if it were yesterday my stepfather, Henry, was unusually quiet. My young mind couldn't grasp his worry, his heart break.
(…)

She had fallen in love with the snake all right. His plan was to cop Mama and make it to the Windy. The dirty bastard knew I would be excess baggage, but the way Mama was gulping his con, he figured he could get rid of me later. Only after I had become a pimp years later would I know Steve's complete plot, and how stupid he really was. Here this fool had a smart square broad with a progressive square-john husband, infatuated with him. Her business was getting better all the time. Her sucker husband was blindly in love, and the money from his business was wide open to her. If Steve had been clever he could have stayed right there on top of things and bled a big bankroll from the businesses in a couple of years. Then he could have pulled Mama out of there and with a big bankroll he could have done anything with her, even turned her out. I tell you she was that hot for him. She had to be insane over the asshole to walk away from all that potential with only twenty-five hundred in cash.”

 

 2081624-63b2900360d9b09718a4283ed4321bb6.jpg
Robert Beck (4 augustus 1918 – 28 april 1992)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten