Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 26 januari 2012

Menno ter Braak, Achim von Arnim, Jonathan Carroll, Gerrit Jan Zwier

De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook alle tags voor Menno ter Braak op dit blog.

 

Uit: De duivelskunstenaar

 

“Waaraan herkent men het optreden van den duivelskunstenaar? Eenerzijds aan de bewondering dergenen, die met open mond staan te kijken naar zijn verbijsterende prestaties; anderzijds aan den haat en het wanbegrip dergenen, die in zulke prestaties onmiddellijk het ongewone, het buitensporige ruiken en krachtens hun logica dus wel moeten concludeeren, dat dààr de duivel in het spel is. Niet alleen in de middeleeuwen werd, wie aan den eenen kant succes had als wonderdoener, door de andere partij (soms door dezelfde) tot den brandstapel veroordeeld wegens hekserij!

Zulk een duivelskunstenaar is S. Vestdijk, en hij heeft dus, nu hij eenmaal niet meer te ontkennen valt als ‘producent’, zijn gapende bewonderaars, maar in grooter getale nog zijn haters en belagers; in

beide verhoudingen is dit grootste talent na Louis Couperus (dat bovendien stellig grooter is, als talent, dan Couperus) voor Nederland de duivelskunstenaar. Men is verbijsterd; sommigen verheerlijken hem, anderen verfoeien hem als den man der zwarte magie, den ‘viezerd’, die niets onaangetast laat van de heilige dingen. Het is, onder dezen gezichtshoek gezien, bepaald een symbolische gebeurtenis, dat dit wonderbaarlijke talent, met op zijn minst kenmerken van het genie, moest stuiten op de incarnatie van den hollandschen filistergeest, het model van kleinburgerlijke geborneerdheid D. Hans; naar ik persoonlijk heb mogen ervaren een zeer fatsoenlijk en ridderlijk man, maar dat verandert niets aan de geborneerdheid. Hans contra Vestdijk: dat is de kleinburgerlijkheid in haar meest verstarde, rhetorische en ondoordringbare gedaante tegen de kleinburgerlijkheid, die, zonder haar afkomst te kunnen of willen verloochenen, haar benauwde grenzen aan alle kanten overschrijdt, universeel wordt, uiterst subtiel en intelligent wordt, haar valsche schaamte en valsche zekerheden verliest en zich openstelt voor alle invloeden der moderne cultuur.”

 

 

 

 1080632-5f74bdbdd9d1fd33e06561c0816df4f4.jpg

Menno ter Braak (26 januari 1902 -  14 mei 1940)

Portret door de Duitse street arist El Bocho, Literaturhaus Berlijn

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Achim von Arnim werd geboren in Berlijn op 26 januari 1781. Zie ook alle tags voor Achim von Arnim op dit blog.

 

 

Kriegslieder - I.

 

Frisch auf, ihr preußischen Soldaten!

Ihr, die ihr noch mit deutschem Blut,

Ihr, die ihr noch mit frischem Mut

Belebet suchet große Taten,

Ihr Landsleut', ihr Brüder, frisch auf!

Deutschland, die Freiheit sich verlieret,

Wo ihr nicht mutig schlaget drauf

Und überwindend triumphieret.

 

Der ist ein Deutscher wohlgeborn,

Der von Betrug und Falschheit frei

Hat, voll der Redlichkeit und Treu,

Nicht Glauben, nicht Freiheit verloren;

So straf du, preußisch Herz und Hand,

Nun die Tyrannen und die Bösen;

Die Freiheit und das Vaterland

Ist nur durch ihren Tod zu lösen.

 

Ha, fallet in sie, ihre Fahnen

Zittern aus Furcht, sie trennen sich,

Ihr' böse Sach' heilt nicht den Stich,

Drum zu der Flucht sie sich schon mahnen.

Groß ist ihr Heer, klein ist ihr Glaub',

Gut ist ihr Zeug, bös' ihr Gewissen,

Frisch auf! Sie zittern wie das Laub

Und wären gern schon ausgerissen.

 

 

 

 

Der traurige Garten

Frische Liedlein

 

Ach Gott, wie weh thut Scheiden,

Hat mir mein Herz verwundt,

So trab ich über Helden,

Und traure zu aller Stund,

Der Stunden der sind alsoviel,

Mein Herz trägt heimlich Leiden,

Wiewohl ich oft fröhlich bin.

 

Hät mir ein Gärtlein bauet,

Von Veil und grünem Klee,

Ist mir zu früh erfroren,

Thut meinem Herzen weh;

Ist mir erfrorn bei Sonnenschein

Ein Kraut je länger je lieber,

Ein Blümlein Vergiß nicht mein.

 

Das Blümlein, das ich meine,

Das ist von edler Art,

Ist aller Tugend reine,

Ihr Mündlein das ist zart,

Ihr Aeuglein die sind hübsch und fein,

Wann ich an sie gedenke,

So wollt ich gern bei ihr seyn.

 

Mich dünkt in all mein Sinnen,

Und wann ich bei ihr bin,

Sie sey ein Kaiserinne,

Kein lieber ich nimmer gewinn,

Hat mir mein junges Herz erfreut,

Wann ich an sie gedenke,

Verschwunden ist mir mein Leid.

 

 

 

 1080632-e1ef792af4ad428e25838e57041e1774.jpg

Achim von Arnim (26 januari 1781 -  21 januari 1831)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Carroll werd geboren op 26 januari 1949 in New York. Zie ook mijn blog van 26 januari 2010 en ook mijn blog van 26 januari 2011.

 

Uit: The Ghost In Love

 

“The ghost was in love with a woman named German Landis. Just hearing that arresting, peculiar name would have made the ghost’s heart flutter if it had had one. She was coming over in less than an hour, so it was hurrying now to make everything ready. The ghost was a very good cook, sometimes a great one. If it’d spent more time at it or had more interest in the subject, it would have been exceptional. From its large bed in a corner of the kitchen a mixed-breed, black-and-oatmeal-colored dog watched with great interest as the ghost prepared the meal. This mutt was the only reason that German Landis was coming here today. His name was Pilot, after a poem the woman loved about a Seeing Eye dog. Suddenly sensing something, the ghost stopped what it was doing and eyeballed the dog. Peevishly, it demanded "What?" Pilot shook his head. "Nothing. I was only watching you work." "Liar. That is not the only thing. I know what you were thinking: that I’m an idiot to be doing this." Embarrassed, the dog turned away and began furiously biting one of its rear paws. "Don’t do that. Look at me. You think I’m nuts, don’t you?" Pilot said nothing and kept biting his foot. "Don’t you?""Yes, I think you’re nuts, but I also think it’s very sweet. I only wish she could see what you’re doing for her." Resigned, the ghost shrugged and sighed. "It helps when I cook. When my mind is focused, I don’t get so frustrated." "I understand." "No, you do not. How could you? You’re only a dog." The dog rolled his eyes. "Idiot." "Quadruped." They had a cordial relationship. Like Icelandic or Finnish, "Dog "is spoken by very few. Only dogs and dead people understand the language. When Pilot wanted to talk, he either had to get in a quick chat with whatever canine he happened to meet on the street when he was taken out for a walk three times a day, or he spoke with this ghost—who, by attrition, knew more about Pilot now than any dog had ever known. There aren’t that many human ghosts in the land of the living, so this one was equally happy for the dog’s company. Pilot asked, "I keep meaning to ask: Where did you get your name?"

 

 

 1080632-4331289e1c6a982d437d428269cd9450.jpg

Jonathan Carroll (New York, 26 januari 1949)

 

 

 

 

  

De Nederlandse schrijver Gerrit Jan Zwier werd geboren in Leeuwarden op 26 januari 1947. Zie ook alle tags voor Gerrit Jan Zwier op dit blog.

 

Uit: Slauerhoff bij kampvuur en traanlamp

 

‘Al het reizen doet je alleen zien dat de aarde overal gelijk is,’ zegt de oude Camoës. Het gaat, kortom, niet om de ruimte maar om de diepte, niet om de mast maar om de wortel. Dezelfde oppositie tussen het middelpuntvliedende zwerven en het middelpuntzoekende blijven, komt onder andere ook naar voren in De terugkeer, een tweetal verzen uit de bundel Saturnus (1930). Van beide gedichten citeer ik hier de eerste twee strofen:

 

Ik zocht in zeeën, bosschen, bergen, droomen,

Nimmermeer rustig tot de plek gekomen,

Waar zij verborgen als een bloesem was

Onder 't in lange herfst gewoekerd gras.

 

Hoe kon, in 't ruim teloor, ik ook vermoeden

Dat zij vol zorg de hoeve voort zou hoeden

En stil in stagen vree de weelde won

Die ik wild zwervend nooit bereiken kon?



Zij leeft in 't afgelegen, mistig land

Dat ik verliet de wereld óm te varen;
Zij woont er nog, ik weet het zeker, want

Een sterke vrede was de hare.

 

Het maakte haar niet neerslachtig dat de weiden

Groen waren, lente, zomer, herfst en winter.

Zij werkte, en wist altijd iets te vinden

Dat 't grijs bestaan tot een rein wonder wijdde.

 

Rust en onrust, Fernweh en Heimweh, nooit hier, altijd daar, das Glück ist dort wo du nicht bist - Marsman zei het al, de thema's van Slauerhoff zijn zo oud als de wereld en romantisch als de hel. ‘Hij is een ontwortelde provinciaal,’ zei een tegenstander eens (Herman van den Bergh), ‘die zich bedient van ‘globetrotterbluf’.’

 

 

 

1080632-01c5af06bf72201fc30b50c6cc7caad1.jpg
Gerrit Jan Zwier (Leeuwarden, 26 januari 1947)





Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn vorige blog van vandaag
Geschreven door Romenu om 19:14 Reageer op dit bericht

Bhai, Rudolf Alexander Schröder, François Coppée, Eugène Sue

De Surinaamse dichter Bhai (eig.James Ramlall) werd geboren op 26 januari 1935 in het toenmalige district Suriname. Zie ook alle tags voor Bhai op dit blog.

 

 

drirh

(vastberaden)

 

Ik zal geen meter wijken

noch enig woord verspelen,

geen troost aanvaarden

noch smeken om een gunst.

Ik vrees geen God

noch Dood

maar leef

In het AL, dat één is,

trots zijn vormen veel.

 

 

 

pichhar gaya

(achtergelaten)

 

Ik ben te laat,

De wind die mij dragen moet,

nadert reeds de kim.

Nog trilt het water van de oceaan,

Zilte hangt aan mijn lippen.

Mijn tong is droog en stijf.

Ik hijg en snak naar adem.

Mijn bruin gelaat verbleekt

van angst, gemengd met verdriet.

De wind versterft ginds in de verte,

wordt één met kim en water.

Ik sta en staar.... ween....

Ik ben te laat.

 

 

 

 1080629-fd24016ca7ea8aec7675bc0529f93207.jpg

Bhai (District Suriname, 26 januari 1935)

Portret van de jonge Bhai door Nora Stroink 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Alexander Schröder werd geboren op 26 januari 1878 in Bremen. Zie alle tags voor Rudolf Alexander Schröder op dit blog.

 

 

Wer das versteht

 

Wer das versteht: die Sonne zu genießen,

die kurzer Fahrt den kühlen Himmel grüßt;

wer das versteht: mit Tagen hinzufließen,

indem er auch die trüberen genießt;

 

wer das versteht: sich allem aufzuschließen,

was sich auch scheu in ihm verschließt;

wer das versteht: mit Dingen, die ihn ließen,

zu sein, als hat er sie nicht eingebüßt;

 

wer das verstünd -- Nun aber wendet sich

das Lied und sagt, bevor es schweigt,

mit Lächeln : Reichtum ist in jedem Ding.

 

Auch ein verdorrtes Blatt dünkt königlich,
Wenn über ihm sich Liebe neigt.
Nur ohne Liebe wär die Welt gering

 

 

 

1080629-da27cce5fc18e86d58f2cd1340d98913.jpg 

Rudolf Alexander Schröder (26 januari 1878 – 22 augustus 1962)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver François Coppée werd geboren op 26 januari 1842 in Parijs. Zie ook mijn blog van 26 januari 2009 en ook mijn blog van 26 januari 2010 en ook mijn blog van 26 januari 2011.

 

 

Petits bourgeois

 

Je n'ai jamais compris l'ambition. Je pense
Que l'homme simple trouve en lui sa récompense,
Et le modeste sort dont je suis envieux,
Si je travaille bien et si je deviens vieux,
Sans que mon coeur de luxe ou de gloire s'affame,
C'est celui d'un vieil homme avec sa vieille femme,
Aujourd'hui bons rentiers, hier petits marchands,
Retirés tout au bout du faubourg, près des champs.
Oui, cette vie intime est digne du poète.

 

 

 

Novembre

 

Captif de l'hiver dans ma chambre
Et las de tant d'espoirs menteurs,
Je vois dans un ciel de novembre,
Partir les derniers migrateurs.

Ils souffrent bien sous cette pluie ;
Mais, au pays ensoleillé,
Je songe qu'un rayon essuie
Et réchauffe l'oiseau mouillé.

Mon âme est comme une fauvette
Triste sous un ciel pluvieux ;
Le soleil dont sa joie est faite
Est le regard de deux beaux yeux ;

Mais loin d'eux elle est exilée ;
Et, plus que ces oiseaux, martyr,
Je ne puis prendre ma volée
Et n'ai pas le droit de partir.

 

 

 

 1080629-e1caf30592f9c6856e1e45cee9f5ff1b.jpg

François Coppée (26 januari 1842 – 23 mei 1908)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Eugène Sue zou geboren zijn op 26 januari 1804. Zie alle tags voor Eugène Sue op dit blog

 

Uit: The Mysteries of Paris (Vertaald door Henry C. Deming)

 

„The motive for Rodolph's visit was, therefore, to inquire the result of Cecily's introduction. To his great astonishment, he found, on entering the lodge, that although eleven o'clock in the morning had struck by all the neighbouring dials, Pipelet had not yet risen, while Anastasie was standing beside his bed, offering him some sort of drink.

As Alfred, whose forehead and eyes were entirely concealed beneath his huge cotton nightcap, did not reply to his wife's inquiries, she concluded he slept, and therefore closed the curtains of his bed. Turning around, she perceived Rodolph, and, as usual, gave him a military salute, by lifting the back of her left hand up to her wig.

"Ah, my king of lodgers! Service to you! How are you? As for me, I'm upset—bewildered—stupefied. Pretty doings have there been in the house since you was here. And my poor Alfred,—obliged to keep his bed ever since yesterday!"

"Why, what has happened?"

"Positively, don't you guess? Still going on in the old way with that monster of a painter, who is more bitter than ever against Alfred. He has quite muddled his brains, till I declare I don't know what to do with him."

"Cabrion again?"

"Oh, he'll never leave off."

"He must be the very devil!"

"Really, M. Rodolph, I shall very soon think so; for he always knows the very instant I quit the house.“

 

 

 

1080629-0d7f24a50830111aff6c4e1e6f2af298.jpg
Eugène Sue
(26 januari 1804 – 3 augustus 1857)

Portret door Charles-Émile-Callande de Champmartin, 19e eeuw

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook
mijn blog van 26 januari 2011 deel 1 en evenneens deel 2 en ook deel 3.

 

Geschreven door Romenu om 19:09 Reageer op dit bericht

VSB Poëzieprijs 2012 voor Jan Lauwereyns


VSB Poëzieprijs 2012 voor
Jan Lauwereyns

 

 

De Vlaamse dichter en neurowetenschapper Jan Lauwereyns is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2012. Hij krijgt de jaarlijkse prijs voor Nederlandse poëzie voor zijn dichtbundel Hemelsblauw. Dat maakte de organisatie vandaag bekend tijdens de prijsuitreiking in de Nicolaïkerk in Utrecht. Lauwereyns ontving een geldbedrag van 25.000 euro en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Zie ook mijn blog van 13 mei 2011.

 

 

Vuurwerk

 

Volgens de astronooom die met de mond
vol tanden staat - knappe kerel -
was er in het begin al iets.

Iets: met veel aantrekkingskracht,
een zwart gat, een vlam in mijn hart.

Zo niet, geen gebeurtenis t voor t + 1,
en dan ook niets daartussen

waar tijd plaats

kon vinden. En zonder tijd
geen pijl die ergens vertrekt om God
weet wanneer ergens anders aan te komen.

God, Cupido, Thor.

Zo denkt men zwijgend dat
er in het begin iets geweest moet zijn
waarmee het allemaal begonnen is.

 

 

 

 

 

De paradox van slaap

 

Die muurschildering, de vogel op hoge stelt,
de twee speren, de bizon, de man met armen
wijd, liggend tegen lucht, zijn pik stijf.

Waar gaat dit naartoe?

Nergens: nacht, land van wat
niet bestaat.

Wat richt die vogel/ziel
op hoge stelt/hakken uit?

Op het tipje van je tong begint de wacht.

Kon je maar als een dolfijn
slapen met een hersenhelft,
rondjes varen met de andere.

 

  

 

 1080160-ca3aa68ffcfa238d588e6feeb45c7336.jpg

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)
Geschreven door Romenu om 09:36 Reageer op dit bericht

David Troch winnaar Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

De Vlaamse dichter David Troch winnaar Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

 

 

De Vlaming David Troch is de winnaar van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Hij ontvangt 10.000 euro voor zijn winnende gedicht wij waren geen jongens. Volgens de jury trekt de winnaar met al „zijn beelden, zijn taal en de opgeroepen sfeer diep de zompige Hollandse klei in”. Het gedicht „lijkt doordesemd van een streng-calvinistisch determinisme en van boerse aardsheid. Knielen op een bed violen. Des te verrassender is het voor de jury, nu blijkt dat met dit gedicht een Vlaming wordt bekroond.” Zie ook alle tags voor David Troch op dit blog.

 

 

wij waren geen jongens

 

wij hadden vaders, wij waren zonen. het volstond niet
dat wij driemaal daags spek en spinazie vraten.
de hemdsmouwen moesten omhoog,

wij moesten tonen hoe hard wij de spieren in onze bovenarmen
op konden spannen. wij zweetten als zwijnen, groeven bloederige kloven
in onze handen, wroetten in het stof waarin onze voorvaderen
al jaren liggen te liggen

en kregen het vuil amper onder onze vingernagels vandaan.
wij moesten voelen met wat wij tussen de benen geboren waren, jongens,

maar hadden niet eens een eigen kamer
waar wij voorovergebogen, met opgetrokken knieën
en met de neus in andere werelden zaten.

wij ondervonden aan den lijve dat doordringende boerenstank
je harder in het gezicht kan slaan dan wat vuistdikke boeken.

 

 

 

 1080157-64e60fc0c0df4845be1bb69e2362a53d.jpg

David Troch (Bonheiden, 28 juli 1977)

Geschreven door Romenu om 09:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten