Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 februari 2013

Hugo von Hofmannsthal, Günter Eich, F. B. Hotz, Dieter Kühn

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

 

An einen, der vorübergeht

 

Du hast mich an Dinge gemahnet,

Die heimlich in mir sind,

Du warst für die Saiten der Seele

Der nächtige flüsternde Wind

 

Und wie das rätselhafte

Das Rufen der atmenden Nacht,

Wenn draußen die Wolken gleiten

Und man aus dem Traum erwacht,

 

Zu blauer weicher Weite

Die enge Nähe schwillt,

Durch Zweige vor dem Monde

Ein leises Zittern quillt.

 

 

 

Manche freilich müssen drunten sterben...

 

Manche freilich müssen drunten sterben,

Wo die schweren Ruder der Schiffe streifen,

Andre wohnen bei dem Steuer droben,

Kennen Vogelflug und die Länder der Sterne.

 

Manche liegen immer mit schweren Gliedern

Bei den Wurzeln des verworrenen Lebens,

Andern sind die Stühle gerichtet

Bei den Sibyllen, den Königinnen,

Und da sitzen sie wie zu Hause,

Leichten Hauptes und leichter Hände.

 

Doch ein Schatten fällt von jenen Leben

In die anderen Leben hinüber,

Und die leichten sind an die schweren

Wie an Luft und Erde gebunden:

 

Ganz vergessener Völker Müdigkeiten

Kann ich nicht abtun von meinen Lidern,

Noch weghalten von der erschrockenen Seele

Stummes Niederfallen ferner Sterne.

 

Viele Geschicke weben neben dem meinen,

Durcheinander spielt sie alle das Dasein,

Und mein Teil ist mehr als dieses Lebens

Schlanke Flamme oder schmale Leier.

 

 

 

Wolken

 

Am nächtigen Himmel
Ein Drängen und Dehnen,
Wolkengewimmel
In hastigem Sehnen,

In lautloser Hast
- Von welchem Zug
Gebietend erfaßt? -
Gleitet ihr Flug,

Es schwangt gigantisch
Im Mondesglanz
Auf meiner Seele
Ihr Schattentanz,

Wogende Bilder,
Kaum noch begonnen,
Wachsen sie wilder,
Sind sie zerrronnen,

Ein loses Schweifen...
Ein Halb-Verstehn...
Ein Flüchtig-Ergreifen...
Ein Weiterwehn...

Ein lautloses Gleiten,
Ledig der Schwere,
Durch aller Weiten
Blauende Leere.

 

 

 

1328375-a1c1e5fbc66d2c9a90710f25ac83912c.jpg
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

 

Grab, nahe dem Fluß

 

 Manchmal wird im Sommer aus der Flut

blauen Himmels eine Wolke angeschwemmt,

sie verebbt dann in der Brandung meines Hügels

und schmeckt bitter und nach Meer und gänzlich fremd.

 

Manchmal ist es nur der Fluβ, der steigt,

dessen Stimme dunkler wird und breit und satt,

er ist lauter als der Ahorn, der sich auf mich neigt

und der faltig ist und das Gesicht der Berge hat.

 

 

 

Oktobers durch die Holledau

 

 

Das Hopfengestänge

kahl hinter den Wiesen,

die waldigen Hänge,

vom Herbst mir gepriesen.

 

Grün bleiben die Tannen

und leer die Kamine.

Ich weiβ nicht, von wannen

ein Rauch mir erschiene.

 

Die Drähte der Stangen,

das feurige Land, –

ist einer gegangen

hier, den ich gekannt?

 

Grün bleiben die Tannen

und heiter das Licht,

die schweigenden Wälder

erinnern sich nicht.

 

 

 

Die Häherfeder

 

 Ich bin, wo der Eichelhäher

zwischen den Zweigen streicht,

einem Geheimnis näher,

das nicht ins Bewusstsein reicht.

 

Es presst mir Herz und Lunge,

nimmt jäh mir den Atem fort,

es liegt mir auf der Zunge,

doch gibt es dafür kein Wort.

 

Ich weiß nicht, welches der Dinge

oder ob es der Wind enthält.

Das Rauschen der Vogelschwinge,

begrift es den Sinn der Welt?

 

Der Häher warf seine blaue

Feder in den Sand.

Sie liegt wie eine schlaue

Antwort in meiner Hand.

 

 

 

 1328375-8e2c5c8dc4df5b8c3aa6c1b257824811.jpg

Günter Eich (1 februari 1907 - 20 december 1972)

Cover 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Frits Bernard Hotz werd geboren op 1 februari 1922 in Leiden. Zie ook alle tags voor F. B. Hotz op dit blog.

 

Uit Thomas en de scheppende evolutie

 

“Hij boog zich over naar De Bree en fluisterde: “Dat meisje [Marie], ik weet het niet zeker, maar ik dacht even dat ik die kende. Een beetje vervelende geschiedenis, destijds in Noyon of waar was het. Niks onbehoorlijks natuurlijk, alleen maar een kleine vrijage; maar ja ik moest verder met die Wapenstilstandscommissie, je begrijpt…”

“Ik begrijp het,” zei De Bree. Z’n kraaloogjes draaiden. “Maar toch geen echte moeilijkheden?” vroeg hij nog snel, “geen vaderschappen? Nou ja ik nóém maar wat.”

“Ben je gek geworden!” riep Thomas. “Alleen, nou ja, ik zou het vervelend vinden als die oudere vrouw iets wist of alsnog hoorde.”

“Onder de leeftijd toen zeker?” vroeg De Bree nog bij vingergetrommel op de brede leren armleuning.

“Een beetje misschien,” zei Thomas.

(…)

 

Hij herinnerde zich, met een ongeopend boek in z’n armstoel bij de schouw, een verlaten loopgraaf in Noord-Frankrijk, gezien op een werkbezoek met de commissie. Er zat oud bloed aan een onderkomen. De dood was niet te vermijden. Eens zou z’n eigen bloed, nu nog levend en dun, stollen en verkleuren in dezelfde aderen die hij nu ongewoon dik op z’n handrug zag liggen.”

 

 

 1328375-e3eae62483763d15dc411d70580e5f55.jpg

F. B. Hotz (1 februari 1922 – 5 december 2000)

Cover biografie

 

 

 

 

De Duitse schrijver Dieter Kühn werd geboren op 1 februari 1935 in Keulen. Zie ook alle tags voor Dieter Kühn op dit blog.

 

Uit: Da gab mir Beethoven einen Kuss

 

„Hiermit darf ich mich an die Deutsche Schillerstiftung wenden mit der ergebensten Bitte um Unterstützung durch eine Ihrer Ehrengaben.

Da meine Publikationen weit verstreut, meine Lebensdaten wenig bekannt sind, darf ich einige Punkte hervorheben, die für Ihren Entscheidungsprozess relevant sein könnten.

Ich, Johann Peter Lyser, 67, wohnhaft in Altona, Norderreihe Nr. 15, lebe, nein: vegetiere in einem Zustand unverdienter Armut, ja des Elends. Ich sehe mich gezwungen, dies gleich eingangs mit rückhaltloser Offenheit festzuhalten.

Meine gegenwärtige Bleibe befindet sich im Dachgeschoss eines desolaten Mietshauses. Was durchaus meiner Gesamtlage entspricht – meine Einkünfte nähern sich dem Nullpunkt. Dies frank und frei einzugestehen fällt schwer. Ich habe mich an dieses Eingeständnis gleichsam herangearbeitet mit mehreren Entwürfen meines voraussichtlich umfangreichen Schreibens.Was in den Entwürfen noch am Schluss steht, muss hier an den Anfang gesetzt werden, um Ihnen die Notwendigkeit meiner Eingabe ad oculos zu demonstrieren.

Ich bin Maler. Doch damit lässt sich nichts mehr verdienen. Porträtmaler sind seit Erfindung der Fotografie obsolet geworden.

Gerne würde ich, wie seinerzeit in Wien, Wirtshaus- und Ladenschilder malen, jedoch: in Altona herrscht immer noch Zunftzwang. Mit dem Erteilen von Nachhilfeunterricht ist es hier ebenfalls schlecht bestellt – die wirtschaftliche Lage verschlimmert sich von Woche zuWoche”.

 

 

 1328375-6e9d2bfaa2c88bea2aea0e6c467749d6.jpg

Dieter Kühn (Keulen,1 februari 1935)

 

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook
mijn blog van 1 februari 2012 deel 2 en eveneens mijn blog van 1 februari 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

José Luis Sampredo

De Spaanse schrijver, humanist en econoom Jose Luis Sampedro Sáez werd geboren op 1 februari 1917 in Barcelona en groeide op in Tanger, Marokko. In 1936 werd hij aangeworven door het Republikeinse Leger voor de Spaanse Burgeroorlog. Tijdens de oorlog was hij met zijn bataljon in Melilla, Catalonië, Guadalajara en Huete, provincie Cuenca, gestationeerd. Na een opleiding tot douanier in Santander verhuisde hij naar Madrid, waar hij economie studeerde en in 1947 cum laude afstudeerde. Daarna kreeg hij een baan bij de Banco Bilbao Vizcaya Argentaria. Vanaf 1955 werd hij hoogleraar economische structuren aan de Complutense Universiteit van Madrid. Hij bleef dat  tot 1969. Gedurende deze tijd was hij ook gasthoogleraar aan de universiteiten in Liverpool en Salford en was hij mede-oprichter van het Centro de Estudios e Investigaciones. Hij werkte als business consultant en 1977 - 1979 was hij senator in het eerste democratisch gekozen parlement. Parallel met zijn werk als econoom publiceerde Sampedro al verschillende romans en korte verhalen. Sinds zijn pensionering richtte hij zich helemaal op het schrijven. Hij had eind jaren 1980 veel succes met “Octubre, octubre”, “La Sonrisa Etrusca” en “Lavieja sirena”. In die tijd stierf ook zijn vrouw Isabel Pellice. In 1990 werd hij lid van de Real Academia Española. Als humanist uitte hij vaak kritiek op het sociale en morele verval van de westerse samenleving, het neoliberalisme en de donkere kant van het kapitalisme. In een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung bekritiseerde Sampedro het kapitalisme in Europa en vergeleek dit met het einde van het Romeinse Rijk.

 

Uit: De Etruskische glimlach (Vertaald door Eugenie Schoolderman)

 

“In Villa Giulia in Rome vervolgt de suppoost van Afdeling Vijf zijn ronde. Nu de zomer voorbij is, en het daarmee ook gedaan is met de drommen toeristen, slaat de sleur weer toe, maar vandaag heeft een bepaalde bezoeker zijn aandacht getrokken en loopt hij alsmaar nieuwsgieriger terug naar het zaaltje met De echtgenoten. ‘Zou hij er nog zijn?’ vraagt hij zich af, terwijl hij zijn pas versnelt tot hij

bij de deuropening is.

Hij is er nog. Hij zit nog steeds op het bankje voor de grote Etruskische sarcofaag van terracotta, die midden onder het gewelf staat. Het pronkstuk van het museum, als in een sieradendoosje tentoongesteld in de okerkleurige ruimte, die de oorspronkelijke crypte moet nabootsen.

Ja, daar is hij. Al een half uur zit hij daar, onbeweeglijk, alsof hij ook een door het vuur en de tijd uitgedroogde figuur is. Het is net een buste, de bruine hoed en het verweerde gezicht zo boven het witte overhemd zonder stropdas, zoals de oude mannen daarginds, in de bergen in het zuiden, dat altijd dragen, in Apulië of misschien eerder in Calabrië.

‘Wat zou hij zien in dat beeld?’ vraagt de suppoost zich af.

Omdat hij het niet begrijpt, blijft hij besluiteloos staan voor het geval er plotseling iets gebeurt op deze morgen die begon als alle andere en toch zo anders is. Maar hij durft ook niet naar binnen te gaan, weerhouden door een onverklaarbare schroom. Dus blijft hij in de deuropening staan kijken naar de oude man die, zonder zijn aanwezigheid op te merken, zijn blik strak gericht houdt op de sarcofaag met daarop het paar.

De vrouw ligt steunend op haar linkerelleboog, haar twee vlechten vallen over haar borsten. Sierlijk buigt ze haar rechterhand richting haar volle lippen. Achter haar ligt in dezelfde pose een man met een puntbaard en een fauneske mond; hij heeft zijn rechterarm om haar schouder gelegd. De roodachtige tint van de beide terracotta figuren verraadt een donkere ondergrond, waar de eeuwen amper vat op hebben gekregen. Onder de smalle, schuin staande ogen straalt op beide gezichten dezelfde onbeschrijflijke glimlach: wijs en raadselachtig, sereen en zinnelijk.”

 

 

 1371479-2d3cc0d996c8b3475aae9e9c86caf9b8.jpg

José Luis Sampredo (Barcelona, 1 februari 1917)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten