Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 10 mei 2015

An meine Mutter (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Bij Moederdag

 

 1762481-e38e1c04b5d35e97c0f233f9ca773f76.jpg
Moeder met kinderen bij een raam tijdens de schemer door Viggo Pedersen (1854 - 1926)

 

 

An meine Mutter

So gern hätt' ich ein schönes Lied gemacht
Von Deiner Liebe, deiner treuen Weise;
Die Gabe, die für andre immer wacht,
Hätt' ich so gern geweckt zu deinem Preise.

Doch wie ich auch gesonnen mehr und mehr,
Und wie ich auch die Reime mochte stellen,
Des Herzens Fluten wallten darüber her,
Zerstörten mir des Liedes zarte Wellen.

So nimm die einfach schlichte Gabe hin,
Von einfach ungeschmücktem Wort getragen,
Und meine ganze Seele nimm darin:
Wo man am meisten fühlt, weiß man nicht viel zu sagen.

 

 

 1762481-c6f809abba70bf32e156c5f8f5417fd5.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Therese von Droste-Hülshoff, geb. von Haxthausen, moeder van de dichteres, rond 1830

 

 

Zie voor de schrijvers van de 10e mei ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:36 Reageer op dit bericht

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Petra Hammesfahr

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog en ook mijn blog van 10 mei 2013 en ook deze tags voor J. C. Bloem.

 

Het huisje in de duinen

Muurbloemen bloeiden voor het lage raam.
Het late middaglicht was warm en bronzen,
en de ongerepte stilte klonk als gonzen
van vele kleine vleugelen te zaam.

En achter het beschutte, kleine huis
verhieven zich de wit-geblaakte duinen:
een strakke hemel stond boven hun kruinen;
haast niet te horen was het zeegeruuis.

Hier scheen de macht van 't onheil te vergaan,
één ogenblik. Hier scheen 't geluk bereikbaar,
de lome druk der daaglijksheid ontwijkbaar
binnen de grens van een beperkt bestaan.

Welke is die mensen ingeschapen drang,
die geen vervulling duldt van het begeerde,
maar altijd van hun zwakke harten weerde,
waarnaar zij joegen, heel hun leven lang ?

 

 

Feestavond

Roode lantarens hangen in het loover
Der boomenrijen langs de gracht en over
Het water liggen plekken rooden schijn,
Als uitgestorte, vurig-lichte wijn.

Onder de boomen gaan gearmde paren;
Zacht klinkt hun spreken als 't geruisch der blaren,
Zacht is hun lachen — de avond is zoo zwoel. —
Heel in de verte juicht kermisgejoel.

Ik loop alleen langs die geluk' ge menschen,
Verlangend, maar ik weet niet wat te wenschen...
Ach ja: óok lachend en gearmd te gaan
Door de avondstilte in deze luwe laan.

 

Futura

Als eens de hooge vloed der jeugd gaat dalen,
Dan vloeit mijn leven kalm en toch zoo schoon
'Lijk 't water in de Hollandsche kanalen:
Doodstil, maar spieglend lucht en boom en woon.

Dan leef ik in een wit huis, weggedoken
Ter zij van de' allen winden open dijk,
Temidden van de honinglijke roken
Van linden en van rozelaars in prijk.

De kamers groot en laag, en lange gangen,
Waarin de steenen vochtig zijn als mos,
En bieden wien de hitte heeft bevangen
Heraadming als na verre heide een bosch.

Achter den tuin zijn diepe, groene weiden,
Waardoor het staal der slooten lijnrecht snijdt,
En slechts van vogels, die hun wieken breiden
Of wolken een doorzichten schaduw glijdt.

Ik zie den hemel daags in vele verven,
Alle schakeeringen der teerheid, staan,
En sluit, wanneer het land den dag gaat derven,
Mijn luiken niet voor 't loutre licht der maan.

Als dan mijn lijf, het raam —nachtschouw —verlaten,
Gelijk het dorpje in vroege rust verzinkt,
Hoor ik in halven slaap nog hoe een late,
IJzeren hoefslag langs de klinkers klinkt.

 

 1762474-bbb0829b3fc0b4ba212fff4d2293ffc5.gif
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Portret door W. Schuhmacher, 1948

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Herman Leenders werd geboren te Brugge op 10 mei 1960. Zie ook alle tags voor Herman Leenders op dit blog.

 

Kleermaker

Hij meet de afstand tussen mijn kruis en de grond.
Hij legt zijn centimeter om mijn hals als een strop.
Zijn vingers betasten de stof.

Ik hou mijn armen stijf uiteen:
een vogelschrik in de binnenkant van kleren.
De naalden prikken door de voering heen.

Ik word opgemeten als een partij land.
Zijn vrouw stelt mij te boek.
Hij dicteert haar

-de spelden in zijn mond-
drie rijden getallen
die nooit zullen krimpen bij het wassen.

 

 

Naar Remigius

Vroeger waren het grootouders, groottantes
Dan nonkels, moeders, vaders
Nu wij: wees, weduwe, weduwnaar

Altijd minder broers
Altijd minder zussen
Zodat wij slobberen in ons vel

Wij waren bakker, wever, timmerman
Landsman, stikster, duivenmelker
Wij hadden macht, verstand, kloten, geld

Rouwden en wrochten
Naaiden, koersten, dronken
Werden begeerd, omarmd, hadden lief

Wij hebben de tijd gedood
En de tijd die wij fêteerden
Doodde ons

Zoals later veraf lijkt
Zo onvoorstelbaar
Alsof het gisteren was

 

 1762474-41b18286214230b99c26ff5f1b133262.jpg
Herman Leenders (Brugge, 10 mei 1960)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Didi de Paris werd geboren op 10 mei 1957 in Leuven. Zie ook alle tags voor Didi de Paris op dit blog.

Uit: Blake

« Er hing onweder in de lucht. Het was de koning zijn verjaardag en de regering had net een nieuwe wet uitgevaardigd. Voortaan moest iedereen om het kwartier enkele danspasjes uitvoeren.
Typisch een besluit voor een marionettenregering, hoorde men knarsetanden. Gelukkig zijn er nog geen richtlijnen uitgevaardigd over de dansstijl, riepen de geboren optimisten luidkeels. Toch keek iedereen voorzichtig om zich heen alvorens de eigen mening te geven.
Men was bang; voor meningitis.
Het uiten van opinies was verplicht, jaren geleden vervat in de assertiviteitswet. Op de uitvoering van nieuwe wetten kijkt men het strengst toe. Het regende zware boetes.
Zoals steeds werd de nieuwe richtlijn door de massa slaafs opgevolgd. Een minderheid hield in de mate van het mogelijke halsstarrig het been stijf. Een nog kleinere groep van fanatieke wetsopvolgers, onder hen veel goeroes, sjamanen en bidsprinkhanen, zag in de geest van de wet een heropleving van het spiritueel leven. Zij gooiden zich vier keer per uur vol overgave ter aarde, rolden vloekend, scheldend en schuimbekkend over het tapijt, kreten slakend zoals 'Rock My Religion!' en 'Yeah, man!'.
Hemelse gezangen daalden neder, vurige tongen en spreekkoren op tv. Op alle netten waren er debatten en panelgesprekken. Het zou de bloedsomloop stimuleren, de mensen zouden ouder worden. De contra's sisten dat de sociale zekerheidskas al leeg was. De voorstanders wezen er op dat in China het werkvolk, alvorens in de fabriek aan de slag te gaan, toch ook verplicht werd eerst in de ochtendlijke straten Tai Chi oefeningen te doen. Hierop zou een westerse variant gevonden worden: alle vrouwen komen een half uurtje eerder naar kantoor, en geven zich over aan Slender You Programms, overal zet men giant screens met Jane Fonda die haar Aerobics lipt. Als beloning mag de disco voor de rest van de dag aanblijven; een beat die hoger ligt dan de menselijke hartslag kan het Bruto Nationaal Product alleen maar opdrijven.”

 

 1762474-3a3b1ca0bd15a7a82c688e5e3e7f4735.jpg
Didi de Paris (Leuven, 10 mei 1957)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Rothmann werd op 10 mei 1953 geboren in Schleswig. Zie ook alle tags voor Ralf Rothmann op dit blog.

Uit: Milch und Kohle

"Die Lohntüte lag noch auf dem Tisch. Meine Mutter hatte die Arme um die Taille meines Vaters geschlungen, den Kopf an seine Schulter gelegt. Sonnenschein."Sonnenschein? Nein, 'Milch und Kohle' erzählt von einer anderen Welt Ende der sechziger Jahre. Der Vater, ein Hauer unter Tage: "Nur eine Stunde müßtet ihr mal da runter. Gestern bis zum Bauch im Wasser. Nie ein Stück Himmel." Doch pflichtbewußt fährt er zur Zeche - und trauert dem Leben als Melker in Norddeutschland nach, das er seiner Frau zuliebe aufgegeben hat. "Und warum?" fragt der fünfzehnjährige Simon seine Mutter. "Was ist besser hier, im Ruhrpott?" Die Antwort: "Hier ist Stadt: Asphaltierte Straßen, ein Fernseher, jeden Samstag Tanz bei 'Maus'..." Und eines Tages bringt der Vater ein paar Kumpel mit nach Hause, die dem Arbeitsalltag so etwas wie Glanz geben mit ausgelassenen Festen. Die Mutter verliebt sich in Gino, den Italiener. Vor dem drohenden Unheil flieht Simon, indem er mit seinem Freund Pavel die Gegend auf der Zündapp durchstreift, pubertäre Abenteuer sucht. Bei seinem jüngeren Bruder Thomas, genannt Traska, verursacht die Sache mit der Mutter dagegen eine schreckliche, ja haarsträubende Reaktion...“

 

 1762474-7205186205b235d43089e19f417419fb.jpg
Ralf Rothmann (Schleswig, 10 mei 1953)

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver Jeremy Gable werd geboren op 10 mei 1982 in Lakenheath, Suffolk, in Engeland. Zie ook alle tags voor Jeremy Gable op dit blog. 

Uit: The 15th Line

„JANUARY 30TH

PATRICK: @angiannini89  So, did you like the interview?
SETH: I need to do something heroic.  To make up for my cowardice.  Any damsels in distress out there?
ANGELA: @pattycitypress Yep.  It was cool.  Thanks!
ANGELA: Someone just called me a hero.  I’m guessing because I didn’t die.  The definition of hero is pretty broad, huh?
ANGELA: Aaaand someone just called me a prostitute.  It all comes around.  Thanks, Tiff!
PATRICK: @angiannini89 Glad you enjoyed it.  And you are a hero, not a prostitute.  :-)
DUSTIN: A quiet house. »

 

 1762474-6a14865e5ee8d8a599631b1b915d732e.jpg
Jeremy Gable (Lakenheath, 10 mei 1982)

 

 

De Duitse schrijfster Petra Hammesfahr werd geboren in Immerrath op 10 mei 1951. Zie ook alle tags voor Petra Hammesfahr op dit blog.

Uit: An einem Tag im November

„Es war ein nettes Wochenende mit Freunden und hätte nicht in einer Tragödie enden müssen, wenn sie aufgebrochen wären, als Holger Notkötter seine Frau Elke das erste Mal daran erinnerte, dass er am nächsten Morgen um sechs aus den Federn musste und sie noch vierhundertachtzig Kilometer Heimfahrt vor sich hatten.
Das war am Sonntagnachmittag um vier.
Angekommen waren sie am Freitagabend, zu spät und zu müde, um noch lange mit Biggi und Bob beisammenzusitzen und sich zu unterhalten. Aber dafür hatten Elke und ihre Freundin den ganzen Samstag und den halben Sonntag Zeit. Der ursprünglich geplante Ausflug nach Hamburg fiel ins Wasser. Wer lief denn freiwillig bei Nieselregen und Kühlschranktemperaturen über die Reeperbahn?
Holger wäre gerne gelaufen, wenigstens mal gucken, wenn man schon in der Nähe war. Er war noch nie in Hamburg gewesen und hatte seine Wetterjacke dabei. Bob hätte sich wohl ebenfalls lieber auf den Weg gemacht, statt sich den ganzen Samstagabend das Geplapper der Frauen anzuhören. Aber da Bob den beiden nicht widersprach, hielt Holger um des lieben Friedens willen ebenfalls den Mund.
Holger Notkötter war dreiundvierzig, Elke achtunddreißig. Sie waren erst seit elf Monaten miteinander verheiratet. Für beide war es die zweite Ehe. Und Holger war fest entschlossen, es diesmal besser zu machen. Seine Ex hatte ihm oft vorgeworfen, er nähme zu wenig Rücksicht auf ihre Bedürfnisse, ehe sie ihre Sachen packte und zu ihrem neuen Freund zog.
Sohn und Tochter nahm sie mit.
Holger behielt die Vierzimmerwohnung in Hüppesweiler, einem Gutshof, der zwischen der Kreisstadt Bergheim und der Kleinstadt Herten im nördlichen Rhein-Erft-Kreis lag. Außer dem imposanten Gutshaus und einigen landwirtschaftlichen Nebengebäuden gab es dort drei gepflegte Mietshäuser mit je sechs Wohnungen, die großzügig geschnitten und dennoch erschwinglich waren. In den meisten lebten Familien. Für Kinder war Hüppesweiler ein Paradies.“

 

 1762474-3bdeec4395c97a8a861d07e2c62f6802.jpg
Petra Hammesfahr (Immerrath, 10 mei 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:19 Reageer op dit bericht

Jayne Cortez, Roberto Cotroneo, Barbara Taylor, Benito Pérez Galdós, Johann Peter Hebel

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

Poetry

In fact
poetry
will not
strike
lightning
through
any
convoy of chickens

Today poems are like flags
flying on liquor store roof
poems are like baboons
waiting to be fed by tourists

& does it matter
how many metaphors
reach out to you
when the sun
goes down like
a stuffed bird in
tropical forest
of your solitude

In fact
poetry
will not
sing jazz
through
constricted mouth
of an anteater
no matter how many
symbols survive
to see the moon
dying in saw dust
of your toenail

 

 1762472-46e6979da84a6d9aec25da9ef3a91aa1.jpg
Jayne Cortez (Fort Huachuca, 10 mei 1936)

 

 

De Italiaanse schrijver Roberto Cotroneo werd op 10 mei 1961 geboren in Alessandria. Zie ook alle tags voor Roberto Cotroneo op dit blog.

Uit: Letters to my son on the love of books (Vertaald door N. S. Thompson)

“The Captain's presence disturbs the everyday life of this English family living at the beginning of the eighteenth century: he drinks too much, doesn't pay his bills, and has a violent nature. It is in these early pages, Francesco, that the lines are made unclear. The terrible Bill announces himself in all his loud and conceited banality, but he is simply a joke of a pirate or—to be more precise—he is made to appear so. One evening when he tries to go too far, the rum having made more than its usual mark, he is first threatened, then silenced by Dr. Livesey. Billy Bones is nothing more than Stevenson's means to force Jim on a journey that will take him from adolescence, with its inevitable pain and damage, into adulthood. With Billy's arrival, Jim's father falls ill, then after some time, dies, and everything at the inn becomes more difficult. Jim and his mother find it an increasing effort to look after so troublesome a guest as the captain, especially when he starts to receive visits from Black Dog and Blind Pew.
Some pages back I spoke to you about good and evil and about why this novel is a kind of journey of initiation into life. It is a complex journey where many characters come into play: main characters who appear minor, and vice versa. It is a novel that has none of the linearity or apparent simplicity of certain oriental tales of initiation. When you are grown up, you will read books like René Daumal's Mount Analogue and understand that there are many ways of overcoming the obstacles that life places in your path: sometimes they are linear, with progressive steps; but they can also take a different course and follow a more shifting, circuitous path, where it seems that you slide about, taking two steps forward and one step back. Books are also like that, Francesco, they digress and speak of other things, before returning to the main subject with an added something. Treasure Island is a novel about a journey that is very different from what it first announces itself to be. It is about the end of innocence: it is true that it is a book for children, but once they read it, and read it carefully (although perhaps a single reading won't suffice), then they can only grow."

 

 1762472-a228fe09233c4059b44da21ab0e4624f.jpg
Roberto Cotroneo (Alessandria, 10 mei 1961)

 

 

De Engelse schrijfster Barbara Taylor Bradford werd geboren in Leeds, West Yorkshire op 10 mei 1933. Zie ook alle tags voor Barbara Taylor Bradford op dit blog.

Uit: An Altar in the World: A Geography of Faith

“To make bread or love, to dig in the earth, to feed an animal or cook for a stranger—these activities require no extensive commentary, no lucid theology. All they require is someone willing to bend, reach, chop, stir. Most of these tasks are so full of pleasure that there is no need to complicate things by calling them holy. And yet these are the same activities that change lives, sometimes all at once and sometimes more slowly, the way dripping water changes stone. In a world where faith is often construed as a way of thinking, bodily practices remind the willing that faith is a way of life.”
(…)

“People encounter God under shady oak trees, on riverbanks, at the tops of mountains, and in long stretches of barren wilderness. God shows up in whirlwinds, starry skies, burning bushes, and perfect strangers. When people want to know more about God, the son of God tells them to pay attention to the lilies of the field and the birds of the air, to women kneading bread and workers lining up for their pay. Whoever wrote this stuff believed that people could learn as much about the ways of God from paying attention to the world as they could from paying attention to scripture. What is true is what happens, even if what happens is not always right. People can learn as much about the ways of God from business deals gone bad or sparrows falling to the ground as they can from reciting the books of the Bible in order. They can learn as much from a love affair or a wildflower as they can from knowing the Ten Commandments by heart.”

 

 1762472-088ddd003a1c641d96ea66c68129113c.jpg
Barbara Taylor Bradford (Leeds, 10 mei 1933)

 

 

De Spaanse schrijver Benito Pérez Galdós werd geboren in Las Palmas op 10 mei 1843. Zie ook alle tags voor Benito Pérez Galdós op dit blog. 

Uit: Our friend Manso (Vertaald door Robert Russell)

“What had happened to that repose and marvelous equilibrium of the North European woman I had seen in her? In those fine qualities, as in others, I had got the notion that she was, among all the creatures I had seen on earth, the most perfect. Oh, those perfections were in my books, they were the product of my penchant for thinking and synthesizing, and of my too-frequent dealings with an idea of unity and with the great laws of that deadly gift for perceiving archetypes and not persons.”
(…)

“My new affliction consisted of having a vision of her bereft of all the perfections in which my ideas had clothed her, and in realizing I found her more interesting and loved her more this new way. In a word, I reached the point of feeling a burning idolization of her. A strange contradiction! When she was perfect, I loved her in a Petrachan way, with cold sentimental feeling that might have inspired me to write sonnets. Now that she was imperfect, I adored her with a new and tumultuous affection, stronger than I and all my philosophizing.“

 

 1762472-c73af12c467839c5168d694f776014e5.jpg
Benito Pérez Galdós (10 mei 1843 - 4 januari 1920)
In 1863 

 

 

De Duitse dichter,schrijver, pedagoog en theoloog  Johann Peter Hebel werd geboren op 10 mei 1760 in Basel. Zie ook alle tags voor Johann Peter Hebel op dit blog.

Uit: Der Zundelheiner

„Der geneigte Leser wird ermahnt, nicht alles für wahr zu halten, was in dieser Erzählung vorkommt. Doch ist sie in einem schönen Buch beschrieben, und zu Vers gebracht.
Der Zundelheiner und der Zundelfrieder trieben von Jugend auf das Handwerk ihres Vaters, der bereits am Auerbacher Galgen mit des Seilers Tochter kopuliert war, nämlich mit dem Strick; und ein Schulkamerad, der rote Dieter, hielt's auch mit, und war der jüngste. Doch mordeten sie nicht, und griffen keine Menschen an, sondern visitierten nur so bei Nacht in den Hühnerställen, und wenn's Gelegenheit gab, in den Küchen, Kellern und Speichern, allenfalls auch in den Geldtrögen, und auf den Märkten kauften sie immer am wohlfeilsten ein.
Wenn's aber nichts zu stehlen gab, so übten sie sich untereinander mit allerlei Aufgaben und Wagstücken, um im Handwerk weiter zu kommen. Einmal im Wald sieht der Heiner auf einem hohen Baum einen Vogel auf dem Nest sitzen, denkt, er hat Eier, und fragt die andern: «Wer ist imstande und holt dem Vogel dort oben die Eier aus dem Nest, ohne daß es der Vogel merkt?» Der Frieder, wie eine Katze, klettert hinauf, naht sich leise dem Nest, bohrt langsam ein Löchlein unten drein, läßt ein Eilein nach dem andern in die Hand fallen, flickt das Nest wieder zu mit Moos, und bringt die Eier. «Aber wer dem Vogel die Eier wieder unterlegen kann», sagte jetzt der Frieder, «ohne daß es der Vogel merkt?» Da kletterte der Heiner den Baum hinan, aber der Frieder kletterte ihm nach, und während der Heiner dem Vogel langsam die Eier unterschob, ohne daß es der Vogel merkte, zog der Frieder dem Heiner langsam die Hosen ab, ohne daß es der Heiner merkte. Da gab es ein groß Gelächter, und die beiden andern sagten: «Der Frieder ist der Meister.»
Der rote Dieter aber sagte: «Ich sehe schon, mit euch kann ich's nicht zugleich tun, und wenn's einmal zu bösen Häusern geht, und der Unrechte kommt über uns, so ist's mir nimmer angst für euch, aber für mich.» Also ging er fort, wurde wieder ehrlich, und lebte mit seiner Frau arbeitsam und häuslich.“

 

 1762472-0422cedec2f8341d1a4be387d04fb1d5.jpg
Johann Peter Hebel (10 mei 1760 – 22 september 1826)
Portret door Adolf Glattacker, 1925

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:18 Reageer op dit bericht

Antonine Maillet, Ivan Cankar, Martin Boelitz, Ariel Durant, Fritz von Unruh, Leonard Buyst

De Canadese schrijfster Antonine Maillet werd geboren op 10 mei1929 in Bouctouche, New Brunswick. Zie ook alle tags voor Antonine Maillet op dit blog.

Uit: Bearsaga (L’Oursiade, vertaald door david L. Koral)

“They say his mother fed him on bear’s milk as she went through the terminal stage of tuberculosis. No doubt about it: once every two years, when the conditions are right, the black she-bear drops a litter, and for five months she nurses her two or three cubs. One more infant at her breast wouldn’t make her run dry. But no one could say how a woman who had just given birth, consumptive to boot, managed to draw milk from a six-hundred-pound sow and be left unscathed. Not a single scratch. These were lean times for everyone, they say, while the bears, on the other hand, abounded in the woods, glutted and fat. Believe what you like. In any case, a mother whose breasts are empty and knows she’s a goner won’t be too picky, and builds up her resolve. It’s true. Under similar circumstances, the weathervane’s been known to beat back the wind. But to go rummaging through the belly fur of a mother bear as she stepped out of her winter quarters with a yawn and two woolly balls of fur rolling by her sides and tumbling between her paws. To elbow newborn cubs out of the way to make room for her own: a pink, hairless little man…no, there’s no way Simon the Halfbreed could have suckled milk from a bear, as it’s been told; he must have been fed by one of those few, kindhearted wet-nurses untouched by the Spanish flu or the times of tuberculosis. Anyway, even the most fanatical hunter would never kill his nurse, anyone could tell you that. That’s a whole different matter. For this outlaw, the law of blood was the same as any other. A law is a law. Simon was born outside.”

 

 1762468-4e7875218f2152e07e6cea290e513182.jpg
Antonine Maillet (Bouctouche, 10 mei 1929)

 

 

De Sloveense schrijver, dichter en toneelschrijver. Ivan Cankar werd geboren in Vrhnika op 10 mei 1876. Zie ook alle tags voor Ivan Cankar op dit blog.

Uit: A Cup of Coffee (Vertaald door Louis Adamie)

“One day I craved black coffee. I don't know how it came to my mind; I simply wanted some black coffee. Perhaps because I knew that there was not even a slice of bread in the house and that much less coffee. Sometimes a person is merciless, cruel.
Mother looked at me with her meek, surprised eyes but would not speak. After I informed her that I wanted some black coffee, I returned to the attic to continue my love story, to write how Milan and Breda loved each other, how noble, divine, happy and joyful they were.—"Hand in hand, both young and fully alive, bathed in morning dew-drops, swaying—"
Then I heard light steps on the stairs. It was mother, ascending carefully, carrying a cup of steaming coffee. Now I recall how beautiful she was at that moment. A single ray of sun shone directly into her eyes through a crack in the wall. A divine light of heaven, love and goodness were there in her face. Her lips held a smile as those of a child bringing one a gift. But—
"Leave me alone!" I said harshly. "Don't bother me now! I don't want any coffee!"
She had not yet reached the top of the stairs. I saw her only from her waist up. As she heard my words, she stopped and stood there motionless, only the hand holding the cup shook. She stared at me in terror and the light in her face died.
Blood rushed to my head, from shame, and I stepped toward her as quickly as I could.
"Give it to me, mother."
But it was too late. The light in her face had died. The smile on her lips had vanished.
As I drank the coffee, I said to myself:
"Tonight I shall speak tenderly to her and make up for what I have done."
In the evening I could not speak to her kindly, nor the next day.
* * *

Three or four months later a strange woman brought a cup of coffee to my room. Suddenly I felt a sting in my heart. I wanted to cry out from pain. I shivered, my whole being trembling in stark agony.—For a man's heart is a just judge; a man's heart does not concern itself with paragraphs in statute books or trifles.”

 

 1762468-d721c55e6d07c46c501a25e143254ca1.jpg
Ivan Cankar (10 mei 1876 - 11 december 1918)
Borst beeld in Ljubljana

 

 

De Duitse dichter Martin Boelitz werd geboren op 10 mei 1874 in Wesel. Vanaf 1902 leidde hij de uitgeverij Nieter in Nürnberg. Zie ook alle tags voor Martin Boelitz op dit blog.

 

Spielmannslied

Herr Nachbar, riegelt die Thüren fest,
Ein Dieb steht auf der Lauer,
Herr Nachbar, dass Ihr nicht vergesst,
Euer Zeisig lockt im Bauer,
Steckt schon das krause Köpfchen raus,
Herr Nachbar, hütet Euer Haus!
Ting ting, pinkperingping,
Ein Zeisig ist ein loses Ding
Zrrrr …

Im Schützenzelt ist Tanzmusik,
Hei, wie die Aeuglein blinken!
Der Spielmann geigt sein Meisterstück,
Vergisst sogar das Trinken,
Muss immer nach der Dirne schaun,
Stünd’ lieber mit ihr am Gartenzaun –
Ting ting, pinkperingping,
Ein Zeisig ist ein loses Ding
Zrrrr …

»He Jungfer!« – aber die Jungfer lacht,
Schlüpft kichernd durchs Gedränge,
Durch’s Hofthor in die Sommernacht,
Ins blühende Gehänge,
Das Köpfchen ward ihr gar zu warm,
Nun träumt’s in einem Spielmannsarm –
Ting ting, pinkperingping,
Ein Zeisig ist ein loses Ding
Zrrrr ziu!

 

 1762468-37910e0cba2add2b00dc6bbdcd7fe6e3.jpg
Martin Boelitz (10 mei 1874 – 5 december 1918)
Moritz von Schwind - Ein Spielmann bei einem Einsiedler, 1846

 

 

De Amerikaanse schrijfster Ariel Durant (eig, Chaya Kaufman) werd geboren op 10 mei 1898 in Proskoeriv, tegenwoordigChmelnytsky in de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Ariel Durant op dit blog..

Uit: Napoleon (Samen met Will Durant)

“He was “scrupulously neat in his person.” He had a passion for warm baths, sometimes lingering in them for two hours; probably he found in them some relief from nervous tensions, muscular pains, and an itching skin disease that he had contracted at Toulon. He used eau-de-cologne on his neck and torso as well as on his face. He was “exceedingly temperate” in food and drink; diluted his wine with water, like the ancient Greeks; and usually gave only ten or fifteen minutes to his lunch. On campaigns he ate as chance allowed, and often hurriedly; sometimes this led to indigestion, and at the most critical moments, as at the battles of Borodino and Leipzig. He suffered from constipation; in 1797 he added hemorrhoids, which he claimed to have cured with leeches. “I never saw him ill,” said Meneval, but he added: “He was only occasionally subject to vomiting bile, which never left any aftereffects....He had feared, for some time, that he was affected with a diseases of the bladder, because the keen air of the mountains caused him a kind of dysuria; but this fear was found to be without foundation.” However, there is considerable evidence that in his later life Napoleon was afflicted with inflammation of the urinary tract, sometimes leading to painful and inconveniently frequent urination. His overstrung nerves sometimes (as at Mainz in 1806) collapsed into convulsions partly resembling epileptic seizures; but it is now generally agreed that he was not subject to epilepsy. »

 

 1762468-037f5c47738a5d79882403f5183b83fd.jpg
Ariel Durant (10 mei 1898 – 25 oktober 1981)

 

 

De Duitse schrijver Fritz von Unruh werd geboren op 10 mei 1885 in Koblenz. Zie ook alle tags voor Fritz von Unruh op dit blog.

Uit: Opfergang

„Sergeant Hillbrand wandte sich: „Herrgott, warum diese verzweifelte Heimatsliebe? Gleicher Mond, Nebel — und Wiesenglanz; Wälder wie daheim! Brüder, warum hat man die Heimat so lieb?" — Leiser Gesang um des Zuges Gepolter. Funkelnde Augen, Kopf an Kopf sahen Kameraden sternenweit. Es wurde still. Vize Clemens flüsterte: „Eisen rollt über Eisen. So hart, so weh!" Die anderen waren eingeschlafen.
Ruck schüttelte alle übereinander. „Sedan!" Der Kriegsfreiwillige sprang auf: „Was ist hier? Sedan? Dieser Ort ist Sedan?" — „Vorhang zu! Aufs Ohr gelegt," brummte der Trommler. „Sedan!" klang es aus tiefer, träumender Brust. „Weiß der Kuckuck, heulst Du, Heinz?" — Ungestüm drückte der Freiwillige des Gefreiten Hand: „Es ist so seltsam, so viel, zuviel für mich!" Preis streichelte ihn: „Quatsch! Wird ja erst kommen, nur Geduld, Kerlchen. Geduld ist mehr als alle Weisheit!" — Unter dem Vorhang kam ein dünner Soldat hereingebückt, „Kellner" genannt. Der Trommler richtete sich auf: „Nun, von Latrine?"
„Jawohl, und aus sicherer Quelle; vor uns soll schon ein Korps durchgekommen sein!" — Clemens pustete in erfrorene Hände: „Was ich gesagt habe, Jungens!" — Spott und Scherz gingen im Lärm des Weiterfahrens unter. Man schlief wieder ein.
Räder auf Schienen! Schienen unter Rädern! Drängender Dampf in Röhren und Kolben. Stöhnen und Jauchzen!
Dem Clemens trat Schweiß auf die Stirne. Er zog die Beine zur Brust und horchte: Wollende Flucht von Millionen Atomen! Bändigende Zucht, befehlender Geist! Eisen auf Eisen, fliegende Kraft! Der Lehrer fuhr zusammen, immer wenn es über eine Weiche ging. Er hörte Granaten und Einschlagriß und krümmte die Zehen. „Wofür lernte ich, wofür lehrte ich?"

 

 1762468-d94367f97702dcca6aa3c7e0861b6a7f.jpg
Fritz von Unruh (10 mei 1885 – 29 november 1970)
 

 

 

De Vlaamse schrijver en dichter Leonard Buyst (ook wel Léonard) werd geboren in Lokeren op 10 mei 1847. Zie ook alle tags voor Leonard Buyst op dit blog.

Uit: Carel Scharten: De stand onzer hedendaagsche dichtkunst (De Gids, 1909)

“Vooreerst, dat, waar het Vlaamsche verhalend proza, met Streuvels, Buysse en Vermeylen, wellicht door het Nederlandsche niet geëvenaard wordt, de poëzie echter, sinds Gezelle's dood, bij die van Holland achterstaat.
Naast een enkelen ouderwetschen poëet als Buyst, over wiens hoofd het geheele tijdperk der laatste kwart-eeuw ongemerkt schijnt heen gegaan, en een aantal Nieuwe-Gids-decadenten, van wie wij hier Nijlen en Van den Oever als de vertegenwoordigers zien, - heeft Vlaanderen eigenlijk alleen zijn Boutens in den dichter Karel van de Woestijne.
(…)

Wat zal ik ook over vader Leonard Buyst nog in den breede spreken, Buyst, den schrijver van poëzie als:

‘Laat me 't nijdig lot vergeten
 op uw fraaie, albasten borst’;

- poëzie, die heusch frisch is, gehouden naast Van den Oever's zeverige klachten.
Maar zelfs over den hoog boven zijn mededichters ‘planenden’ Karel van de Woestijne heb ik weinig op het hart.”

 

 1762468-086709189ab4ee8645adcb69b7ba156e.jpg
Leonard Buyst (10 mei 1847 -20 december 1918)

Geschreven door Romenu om 13:17 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten