Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 3 april 2011

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Johanna Walser, Arlette Cousture, Edward Everett Hale

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook mijn blog van 3 april 2008 en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

 

Moer

 

Zij bijt haar jongen niet dood,
als de wereld ze aan wil raken.
Zij geeft ze als talenten uit
om winst te maken: rijkdom,
roem, kroost - krenten
in de korst van haar liefde.

Nee, zij bijt ze niet dood,
maar knibbelt en kaagt aan hun adem,
snibt in hun taal, roert haar tong
in de heimelijkheid tussen hun lakens.
Zij hokt in hun wil, een instinct,
zij kunnen het nest niet verlaten,

bouwen hun huizen rondom het hare,
een blinde cirkel, een bloedsomloop
van reizen, schrijven en baren,
van zich vervolmaken
tegen haar dood.

 

 

 

Pad

 

Er zit een pad op mijn leven
een grote onwrikbare pad
die opeet wat ik wil vergeten,
opdat de schuld niet ontsnapt.

Zo vet en vervuld het verleden,
zo nietig de pijn van de dag,
b.v. dat ik je lichaam wil strelen,
maar niet bewegen kan. Goedenacht.

Kon ik een naald in haar steken,
werd zij onttoverd misschien, een mens,
kon de schuld misschien wel geregeld,
b.v. ieder de helft.

 

 

 885641-1fe7fed95bb1fa9cef45f0aa1f1b8ccc.jpg

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Adriaan Jaeggi werd geboren op 3 april 1963 in Wassenaar. Zie ook mijn blog van 3 april 2008 en ook mijn blog van 10 juni 2008 en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

 

Zomer

De kinderen wilden met de
opblaaskrokodil spelen. 'Geen sprake van,'
riep je, 'dat beest ligt diep begraven
in het schuurtje, kost uren om te vinden en bovendien:
Het is nog lang geen zomer.'
Rond het middaguur
kroop je eindelijk uit de schuur
tevoorschijn, kop vol spinrag
maar je had die gezichtjes moeten zien.

 

Kwartier later waren ze uitgespeeld.
Krokodil ligt sindsdien in de gang,

In de keuken, in de badkamer, onder mijn bureau,
bij de voordeur. Als je 's avonds thuiskomt
moet je duwen om erin te mogen.

 

Hebben geprobeerd hem aan de kapstok te hangen,
lukte niet. Laten hem nu maar liggen.
Er ontsnapt lucht aan hem
hij wordt steeds slapper
en we struikelen elke dag wel een keertje over hem,
maar ach, je raakt aan zo'n beest gehecht en bovendien,
het is bijna zomer.

 

 

 

Groene verf

 

Het ideale gedicht:
een met overleg gemorste
groene plas verf

Een gedicht
ligt bij voorkeur
in een drukke winkelstraat

De een loopt hierheen
de ander loopt daarheen
en iedereen maakt
groene voetstappen

 

 

 

 885641-fc0ef35bd5ef0c6488a48ccf7c1d4fdd.jpg

Adriaan Jaeggi (3 april 1963 – 10 juni 2008)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frederik van Eeden werd geboren in Haarlem op 3 april 1860. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2008.en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

Uit: Van de koele meren des doods

 

„Er was een lichte zonnige tuinkamer; daar huisde het gezin meesttijds. De ramen waren er hoog, drie in getal, met kleine violette ruiten. De vensterbanken konden in tweeën opengaan, en aldus, de ramen op, waren er des zomers drie groote gaten buitenlucht, met door uitstaande gordijnen verschemerd zonlicht, in het breede vertrek.

Tusschen vele soortgelijke huizen stond het huis in de stille, bochtige hoofdstraat der stad. Een rijweg van blank-grauwe, welgevoegde kei-steenen in 't midden, daarnaast twee voetpaden van gele gebakken steentjes, dan de blauw-hardsteenen stoepen en palen met ijzeren staven of kettingen, dan de vensters hoog en saai, met donkere inkijk, en zelden menschen er achter. De dingen achter 't glas zichtbaar, meubels en bloemvazen, zeer ordelijk gehouden en rein, maar onschoon, want niet om liefde of gevoel maar om doodende gewoonte.

Zij vond in dit hare vreugde-aandoeningen en zag het onschoone niet. In den morgen was de straat zonnig, in den lichten zomermorgen, en vol vreedzame bedrijvigheid. Als zij uitging, naar school, en trok de straatdeur achter zich dicht, dan voelde zij het leven warm en helder om zich, alles in zijne orde goed. Zij zag de bakkers het brood rondbrengen, en de lichtgekleede dienstmeisjes op de stoepen, en den wagen die het vuilnis ophaalde. En over alles lag de zomerzon, de roode daken gloeiden, de ramen glinsterden, en onder den zwaren kastanjeboom op het straatplein lag levendgroenige schaduw.

In haar huis in stad was ook haar jonge leven in aanvang niet kommerlijk. Ze vond het vreugde-voedsel hier en daar, als een die in den morgen hongert. Er waren goede uren des morgens aan 't ontbijt als de stille zon in de tuinkamer scheen, en ook des winter-avonds op haars vaders schoot bij den haard. En de uren van vertrouwelijk samenzijn met haar moeder.“

 

 

 885641-6cbec31d3b25a559782a28c569024234.jpg

Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)

 

 

 

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2008.en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010. 

 

Herbst der Bettler

 

Das spröde Holz am Brombeerzaun

trug auswärts Früchte viel,

ganz erdige, von Sonne braun

und Regen innen kühl.

 

Die nachts auf blachem Felde ruhn,

sie kämmten aus das Laub,

eh sie auf drahtgeflickten Schuhn

fortzogen unterm Staub.

 

Oktoberbüsche, kahl und naβ,

verfaulter Nüsse Riβ,

im rauhreifübereisten Gras

des Nebels kalter Biβ.

 

Wie eine Wabe, ausgeleert,

die Sonnenblume starrt.

Der Wind, der durch die Dornen fährt,

klirrt wie ein Messer hart.

 

 

 

Sibylle des Sommers

 

September schleudert die Wabe des Lichts

Weit über die felsigen Gärten aus.

Noch will die Sibylle des Sommers nicht sterben.

Den Fuß im Nebel und starren Gesichts

Bewacht sie das Feuer im laubigen Haus,

Wo Mandelschalen als Urnenscherben

Zersplittert im harten Weggras liegen.

Das Schilfblatt neigt sich, das Wasser zu kerben.

Die Spinnen reisen, die Fäden fliegen.

Noch will die Sibylle des Sommers nicht sterben.

Sie knotet ihr Haar in den Bäumen fest.

Die Feige leuchtet in klaffender Fäule.

Und weiß und rund wie das Ei der Eule

Glänzt abends der Mond im dünnen Geäst.

 

 

 885641-6a089b0c2429a5a805e4be2cb196a775.jpg

Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Johanna Walser werd geboren op 3 april 1957 in Ulm. Walser is een dochter van de schrijver Martin Walser. Ze groeide op in Friedrichshafen en Überlingen aan de Bodensee. Vanaf 1982 studeerde ze Germanistiek en filosofie in Berlijn en Konstanz.

Walser schrijft psychologische schetsen en miniaturen en vertaalt bovendien uit het Engels en het Frans, vaak in samenwerking met haar vader. Ze ontving onder meer deLuise Rinser Preis 1982  en in 1993 een Villa Massimo beurs.

 

Uit: Versuch, da zu sein

 

„Ich habe den Verdacht, daß alles viel schöner ist, als man darüber spricht. Alles ist viel schöner, als man bisher es sagen kann. Und sagen kann man bisher schon sehr viel, denn wir haben ja schon viel geschaffen, um auszudrücken, wie schön es ist. Wir machen neue Anläufe und versuchen immer neu, auszudrücken, wie schön alles ist. Aber schöner ist es trotzdem noch immer, als man es sagen kann.“

(...)

 

„Ich spüre, daß mir etwas versprochen ist, schreibt Johanna Walser. Das Versprechen ruht in mir, wie die Sonne nachmittags in den Bäumen. Ich weiß nicht, was mir versprochen ist, aber ich spüre, es ist gut. Es wartet auf mich überall, ist alles, was mich umgibt, es sind Freunde. Hellgrün die Knospen in der Wintersonne, gleich springen sie auf, und Blüten erlösen mich. Es war mir beständig zumute, spricht der Taugenichts, wie sonst immer, wenn der Frühling anfangen sollte, so unruhig und fröhlich, ohne daß ich wußte, warum, als stünde mir ein großes Glück oder sonst etwas Außerordentliches bevor. Vom Glück und vom Frühling schreibt auch Johanna Walser, und von einer unbestimmten Hoffnung. Alles, was sie ansah, war umgeben von einem schönen Geheimnis, von dem Lisa etwas erwartete.“

 

 

 885641-dc0445a0fce5dd23fe90967d8053b375.jpg

Johanna Walser (Ulm, 3 april 1957)

 

 

 

 

De Canadese schrijfster Arlette Cousture werd geboren in Saint-Lambert op 3 april 1948. Zij behaalde een Bachelor of Arts aan het Collège Sainte-Marie en studeerde culturele en theater activiteiten aan de Université du Quebec in Montreal. Arlette Cousture werkte in verschillende beroepen vóór zij zich wijdde aan het schrijven. Ze werkte aanvankelijk voor Radio-Canada, waar ze Caméra-Moto (1971-1972), een wekelijks programma voor de jeugd, presenteerde. Daarna werd ze onderzoekster en ontwikkelde programma-ideeën voor de radio zoals Week-end (1973-1975). Later presenteerde zij Femmes d'Aujourd'hui (1975-1978), en in 1978 werd zij nationale en regionale verslaggeefster voor le Téléjournal. De eerste twee delen van „Les Filles de Caleb“ (Le Chant du Coq en Le Cri de l'oie blanche) verschenen in respectievelijk 1985 en 1986 voor Éditions Quebec-Amerique. Het werk is geïnspireerd door het landschap, gesitueerd in La Mauricie in de jaren 1890 tot 1945.

 

Uit: Les Filles de Caleb

 

„Caleb revint de l’étable. La vache avait mis bas, mais il avait dû passer plusieurs heures à l’aider. Une taure vêlait habituellement assez rapidement. Grazillia, elle, avait semblé décider qu’elle prendrait tout son temps au grand dam de Caleb qui, malgré la chaleur qui régnait dans le bâtiment, avait commencé à sentir l’humidité lui ronger les os.Il referma rapidement la porte de la cuisine d’été de crainte que le vent ne s’y engouffre, enleva ses caoutchoucs et se contenta de délacer ses mitons. Il soupira d’aise. Il entra dans la cuisine principale sans dire un mot, se dirigea vers la pompe, fit couler l’eau dans le bassin de métal et se savonna les mains. Célina lui jeta un coup d’œil inquiet, prête à répondre à son regard dès qu’il remarquerait sa présence. Son mari avait l’air préoccupé. Elle ressentait toujours un pincement au cœur lorsqu’il affichait cet air annonciateur d’une saute d’humeur, ou d’une déception, ou d’un grand trouble. Ce soir, elle ne voyait pas comment le vêlage de Grazillia avait pu le mettre dans un pareil état.Caleb s’essuya méthodiquement les mains – comme il le faisait toujours avant de se mettre à table – passant la serviette entre chaque doigt, frottant deux fois chacune des paumes et chacun des dessus de main. Émilie, l’aînée des enfants, fit comprendre à ses frères et sœurs qu’ils avaient avantage à baisser le ton. Elle sentait que c’était une de ces soirées où chacun devait être le plus discret possible.“

 

 

 885641-6a426020672352bd51e48494153a2196.jpg

Arlette Cousture (Saint-Lambert, 3 april 1948)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Edward Everett Hale werd geboren op 3 april 1822 in Roxbury, Massachusetts. Zie  ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

Uit: The Brick Moon

 

„I have no sort of objection now to telling the whole story.  The subscribers, of course, have a right to

know what became of their money.  The astronomers may as well know all about it, before they announce any more asteroids with an enormous movement in declination.  And experimenters on the longitude may as well know, so that they may act advisedly in attempting another brick moon or in refusing to do so.

It all began more than thirty years ago, when we were in college; as most good things begin.  We were studying in the book which has gray sides and a green back, and is called "Cambridge Astronomy" because it is translated from the French.  We came across this business of the longitude, and, as we talked, in the gloom and glamour of the old South Middle dining-hall, we had going the usual number of students' stories about rewards offered by the Board of Longitude for discoveries in that matter,--

stories, all of which, so far as I know, are lies.  Like all boys, we had tried our hands at perpetual motion.

For me, I was sure I could square the circle, if they would give me chalk enough.  But as to this business of the longitude, it was reserved for Q.[1] to make the happy hit and to explain it to the rest of us. I wonder if I can explain it to an unlearned world, which has not studied the book with gray sides and a green cambric back.  Let us try.

You know then, dear world, that when you look at the North Star, it always appears to you at just the same height above the horizon or what is between you and the horizon: say the Dwight School-house, or the houses in Concord Street; or to me, just now, North College.

[1]  Wherever Q. is referred to in these pages my brother Nathan is meant.  One of his noms de plume

was Gnat Q. Hale, because G and Q may be silent letters.“

 

 

 885641-be7f2dffb939333c27999231b36db457.jpg

Edward Everett Hale (3 april 1822 – 10 juni 1909)


Zie voor nog meer schrijvers van de 3e april ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Washington Irving, Josef Mühlberger, George Herbert, Bodo von Hodenberg, Friedrich Emil Rittershaus, Pieter Aspe

De Amerikaanse schrijver Washington Irving werd geboren op 3 april 1783 in Manhattan, New York. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

Uit: The Legend of Sleepy Hollow

 

„I am of this mind with Homer, that as the snaile that crept out of her shel was turned eftsoones into a Toad, and thereby was forced to make a stoole to sit on; so the traveller that stragleth from his owne country is in a short time transformed into so monstrous a shape that he is faine to alter his mansion with his manners and to live where he can, not where he would.
I was always fond of visiting new scenes and observing strange characters and manners. Even when a mere child I began my travels and made many tours of discovery into foreign parts and unknown regions of my native city; to the frequent alarm of my parents and the emolument of the town cryer. As I grew into boyhood I extended the range of my observations. My holy day afternoons were spent in rambles about the surrounding country. I made myself familiar with all its places famous in history or fable. I knew every spot where a murder or robbery had been committed or a ghost seen. I visited the neighbouring villages and added greatly to my stock of knowledge, by noting their habits and customs, and conversing with their sages and great men. I even journeyed one long summer's day to the summit of the most distant hill, from whence I stretched my eye over many a mile of terra incognita, and was astonished to find how vast a globe I inhabited.
This rambling propensity strengthened with my years. Books of voyages and travels became my passion, and in devouring their contents I neglected the regular exercises of the school. How wistfully would I wander about the pier heads in fine weather, and watch the parting ships, bound to distant climes. With what longing eyes would I gaze after their lessening sails, and waft myself in imagination to the ends of the earth.“

 

 885635-0acbe1c5656e9e484e17bb32fa4f4529.jpg

Washington Irving (3 april 1783 - 28 november 1859)

Portret, toegeschreven aan Charles Robert Leslie, ca 1820

 

 

 

 

De Duitse schrijver Josef Mühlberger werd geboren op 3 april 1903 in Trautenau in Böhmen. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

Uit: Die Knaben und der Fluss

 

„Eine Freundschaft wie die der beiden Knaben Waschek und Jenjik ist selten im Dorf, selten in der Landschaft. Der mährische Bauer kennt nur die Arbeit und hat keine Freude an der Geselligkeit. Es gibt hier nur Felder und Bauernhöfe, nicht einmal Bäume; nicht einmal Bäume; zu ihrer Pflege haben die Menschen keine Zeit. Der Ackerboden und die reifen Felder sind gelbbraun; die breiten Gesichter der Menschen haben dieselbe farbe wie das fruchtbare, einförmige Land.

Ein Bauernjunge gehört mit zehn Jahren aufs Feld, in den Hof, in die Scheune; mit vierzehn Jahren gehört er in den Stall. Der Vater Wascheks, ein heftiger und unfreundlicher Mann, mochte die Freundschaft seines Jungen nicht leiden; wenn er ihn nicht zur Arbeit prügelte lag es nicht daran, dass ihn die Mutter beschützte.  Außer Waschek, dem Jüngsten, hatte der Bauer noch zwei Söhne und zwei Töchter. Obwohl der Houskahof der größte des Dorfes war, würde Waschek davon also nichts bekommen; er mußte in einen fremden Hof einheiraten oder einen beruf ergreifen.

Jenjik war der einzige Sohn auf dem Kubelikhof, dem zweitgrößten Hof nach dem Houska. Die beiden Bauern gingen einander aus dem Weg. waschek weilte oft auf dem Kubelikhof, die Leute behandelten ihn freundlich und hielten ihn wie ein eigenes Kind.

Seit ihrer Kindheit war kein Tag vergangen, an dem die beiden Knaben sich nicht getroffen hätten. Sie besuchten dieselbe Schulklasse und saßen alle Jahre auf einer Bank. Sie verbrachten alle freie Zeit gemeinsam; sie lernten und spielten zusammen. Sie aßen oft gemeinsam und dann am liebsten aus derselben Schüssel; sie schleifen zuweilen miteinander, besonders im Winter, wenn Waschek Jenjik besucht hatte. Mußte Jenjik zu Haus auf dem Hof arbeiten, dann half ihm Waschek.“

 

 

 885635-fa60d0337d39fce98e00e76dafe4b258.jpg

Josef Mühlberger (3 april 1903 – 2 juli 1985)

 

 

 

 

 

De Engelse priester en dichter George Herbert werd op 3 april 1593 geboren, waarschijnlijk te Black Hall  (Wales). Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2008 en ook mijn blog van 3 april 2009 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

 

The Holy Scriptures

1.

 

OH Book !  infinite sweetnesse !  let my heart

Suck ev’ry letter, and a hony gain,

Precious for any grief in any part ;

To cleare the breast, to mollifie all pain.

 

Thou art all health, health thriving, till it make

A full eternitie :  thou art a masse

Of strange delights, where we may wish and take.

Ladies, look here ;  this is the thankfull glasse,

 

That mends the lookers eyes :  this is the well

That washes what it shows.   Who can indeare

Thy praise too much ?  thou art heav’ns Lidger here,

Working against the states of death and hell.

 

Thou art joyes handsell :  heav’n lies flat in thee,

Subject to ev’ry mounters bended knee.

 

 

 

885635-d188da4a1083729aff534d499e4d7c1d.jpg
George Herbert
(3 april 1593 - 1 maart 1633)

Glas-lood-raam in St Andrews church, Bemerton.

Links Nicholas Ferrar, rechts en in detail George Herbert

 

 

 

 

De Duitse dichter Bodo von Hodenberg werd geboren op 3 april 1604 in Hudemühlen. Na zijn opleiding, onder meer in de kloosterschool Möllenbeck, studeerde hij 1617-1620 aan de Universiteit van Giessen en, vier jaar later, aan de Universiteit van Marburg. Hodenberg werd maarschalk bij hertog Christian Ludwig van Brunswijk-Lüneburg in Hannover. In 1645 werd hij landdrost in het vorstendom Grubenhagen

 

 

Vor deinen Thron tret ich (Fragment)

 

Vor deinen Thron tret ich hiermit,

o Gott, und dich demügit bitt:

Wend doch dein gnädig Angesicht

von mir, dem armen Sünder nicht.

 

Du hast mich, o Gott Vater mild,

gemacht nach deinem Ebenbild

in dir web, schweb und lebe ich,

vergehen müßte ich ohne dich.

 

Gott Sohn, du hast mich durch dein Blut

erlöset von der Höllenglut,

das schwer Gesetz für mich erfüllt,

damit des Vaters Zorn gestillt.

 

 

 885635-71d31cee2181817dcea936ba519b862d.jpg

Bodo von Hodenberg (3 april 1604 - 20 september 1650)

Klooster Möllenbeck

 

 

 


De Duitse koopman en schrijver
Friedrich Emil Rittershaus werd geboren op 3 april 1834 in Barmen. Zie ook mijn blog van 3 april 2007 en ook mijn blog van 3 april 2010.

 

 

Abendfrieden

 

Die Vögel auf den Zweigen

Im kühlen, grünen Hain,

Die bergen unterm Flügel

Den Kopf und schlafen ein.

Am Himmelsrund, dem blauen,

Erglänzt der Sterne Pracht,

Und von den Sternen schauen

Die Engel in die Nacht.

 

Die heut‘ am Tag sich streuten,

Umfängt der Schlummer lind,

Und zu dem Ew’gen beten,

Die trüben Herzens sind.

Ein stilles Gottvertrauen

Auch sie nun selig macht,

Denn von den Sternen schauen

Die Engel in die Nacht.

 

 

 

885635-d0d228bbf3e7e66a9c6bfa0a91640163.jpg
Friedrich Emil Rittershaus (3 april 1834 – 8 maart 1897)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Pieter Aspe (pseudoniem van Pierre Aspeslag) werd geboren in Brugge op 3 april 1953. Pieter Aspe studeerde Latijn-Wetenschappen aan het Sint-Leocollege in Brugge. De loopbaan van Aspe beperkt zich niet tot het schrijven: hij werkte onder andere als magazijnier, verkoper, seizoenagent bij de zeevaartpolitie, fotograaf en studiemeester. Hij was ook enkele jaren conciërge van de Heilig-Bloedkapel in Brugge. In 1976 was hij kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen op de dissidente lijst 'Christen democraten' maar hij werd niet verkozen. Aspe is voltijds auteur sinds 1996. Pieter Aspe schrijft misdaadromans met als hoofdpersonen hoofd-inspecteur Pieter Van In en substituut (officier van justitie) Hannelore Martens, die in het debuutverhaal van Aspe Het vierkant van de wraak zijn geliefde wordt.  In 2001 ontving Aspe de Hercule Poirotprijs voor zijn roman Zoenoffer. In opdracht van VTM werden in Brugge de eerste tien misdaadromans van Aspe verwerkt tot een televisieserie, getiteld Aspe.

Daarnaast schreef Aspe ook twee jeugdboeken, Bloedband en het vervolg Luchtpost en twee novellen, Grof Wild en De Japanse Tuin.

 

Uit: Het vierkant van de wraak

 

„Bij Pieter Van In rinkelde de telefoon toen hij pas vijf minuten onder de douche stond. Hij vloekte binnensmonds, maar haastte zich geenszins. Hij nam rustig de tijd om het schuim onder zijn oksels af te spoelen. Daarna stampte hij zijn voeten symbolisch droog op het rubberen matje. Nog dampend ging hij voor de spiegel staan en schudde meewarig het hoofd. Het troebele beeld in de bewasemende spiegel kon men bezwaarlijk mooi noemen.
Met een zucht van berusting wikkelde hij zich in zijn oude, geruite badmantel.
Het was zondagmorgen, kwart over negen. De zon priemde voorzichtig door de verkleurde overgordijnen. Acht jaar kettingroken hadden ze een merkwaardig patina bezorgd.
Als men de aanslag van nicotine tenminste zo kan om - schrijven. De ivoorkleurige zoldering en het vale behang waren er niet beter aan toe. Ze waren wit geweest. Van In sjokte naar beneden. Het obstinate gerinkel hield aan. De trap van blank beukenhout verbond zijn slaapkamer met salon op de gelijkvloerse verdieping. Daar stond het enige telefoontoestel. Van In haatte die dingen op de slaapkamer. Voor hij de hoorn opnam stak hij een sigaret op.“

 

 

 885635-c6affa0a3886a62181b5c96f97827305.jpg

Pieter Aspe (Brugge, 3 april 1953)

Geschreven door Romenu om 18:45 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten