Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 15 januari 2017

Antoine Wauters, Etty Hillesum, Osip Mandelstam, F. Springer, Maud Vanhauwaert, Mihai Eminescu, Philip Snijder

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit:Nos Mères

“Elles nous demandent où nous vivons.
Tout haut, nous ne répondons rien.
Tout bas, nous répondons dans le plus grand et le plus beau lieu entouré de biefs, d’osselets, de cascades d’eau chaude et de fines pluies qui ne souillent pas. Sur une terre blanche. Dans un village de petite taille et de petite montagne que nous n’allons jamais quitter, dit-on.
Nous demeurons. Nous disons nous mordons, et nous mordons. Aveugles. Nos pieds nus caressés par les crocs de bêtes noires. Des araignées peut-être. Il y en a tant dans la région. Ou des cafards. Ils escaladent sur nous.
Nous portons des pelisses, des gilets de fine laine, mais le plus souvent nous allons nus.
Après journée, elles viennent nous chercher derrière les plantations de bananes, d’oranges et de mangues où nous vivons dans une abondance verte.
Nous mentons.
Nos mères nous fixent durement. Elles n’ont encore rien dit mais préparent des sermons, l’air mauvais et une verge à la main dont elles vont déchirer nos peaux, c’est sûr, afin de nous rendre moins fragiles garçons.
Elles nous aiment, c’est évident, simplement elles ne supportent plus grand-chose depuis qu’elles sont seules avec nous.
Pieds nus sur la terrasse, elles racontent l’épisode de la mort de l’homme de leur vie, mais entre leurs dents, tout bas, toujours entre leurs dents. Mort dans la boue des poussières d’obus disent-elles, et mort dans la poussière des tirs de Kalachnikov des milices adverses répétons-nous, entre nos dents aussi, tout bas, tâchant de ne pas les affoler.
Elles, elles voudraient que ce soit ça et rien d’autre : elles et nous, elles avec nous, et nous pour elles.
Elles tentent alors de nous capturer, des boucles terminant leurs mains. De nous garder. De nous couver si fort souvent et de nous punir de ce que nous sommes d’affreux gamins et galopins."

 1997871-6c16798f6282fe24e5e21edb80e12610.jpeg
Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

 

 

De Nederlandse schrijfster Etty Hillesum werd geboren in Middelburg op 15 januari 1914. Zie ook alle tags voor Etty Hillesum op dit blog.

Uit: Het verstoorde leven - Dagboek van Etty Hillesum

“Ik geef me rekenschap van alles tot in de kleinste details, ik geloof wel dat ik, in m’n innerlijke “Auseinandersetzungen”, met m‘n twee voeten staan blijf op de hardste bodem van de hardste realiteit. En mijn aanvaarden is geen resignatie of willoosheid. Er is nog altijd plaats voor de elementaire zedelijke verontwaardiging over een regiem, dat zó met mensen omspringt. Maar de dingen komen te groot en te demonisch over ons, dan dat men daar nog met een persoonlijke wrok en verbittering op zou kunnen reageren. Dat komt me zo kinderachtig voor en niet aangepast aan dit “schicksalhafte“ gebeuren.
Men windt zich dikwijls op, wanneer ik zeg: het is toch niet essentieel of ik ga of een ander, hoofdzaak is toch, dater zoveel duizenden gaan moeten? En het is niet zo, dat ik regelrecht m‘n ondergang in de armen zou willen lopen met een gelaten glimlach, dat is het ook niet. Het is een gevoel van het onafwendbare en een aanvaarden van het onafwendbare en daarbij het weten, dat ons in laatste instantie niets ontnomen kan worden. Ik wil niet uit een soort masochisme beslist mee gaan en afgerukt worden van m’n bestaansbasis der laatste jaren, maar ik weet nog niet eens of ik me prettig zou voelen, als ik verschoond bleef van datgene, wat zovelen moeten ondergaan. Men zegt tegen me: iemand als jij, is verplicht zich in veiligheid te stellen, je moet nog zoveel doen in het leven later, je hebt nog zoveel te geven. Wat ik allemaal al of niet te geven zal hebben, dat zal ik kunnen geven, wáár ik ook ben, hier in een vriendenkringetje of ergens anders in een concentratiekamp. En het is een zeldzame zelfoverschatting, om zichzelf te waardevol te vinden, om een “Massenschicksal" samen mee te ondergaan. En als God vindt, dat ik nog veel te doen zal hebben, welnu, dan zal ik dat ook wel doen, na alles doorgemaakt te hebben, wat anderen ook door kunnen maken.”

 

 1997871-cd68b8a1d9abc352adea7cd209606d3d.jpg
Etty Hillesum (15 januari 1914 – 30 november 1943)
Cover

 

 

De Russische dichter Osip Mandelstam werd geboren op 15 januari 1891 in Warschau. Zie ook alle tags voor Osip Mandelstam op dit blog.

 

Alleen ik kijk de vorst in het gezicht

Alleen ik kijk de vorst in het gezicht:
hij - nergens heen en ik nergens vandaan.
En zonder plooien, glad geperst dient zich
het ademende wonder van de vlakte aan.

De zon ziet in gesteven armoe toe,
de ogen rustig kierend en getroost.
De bossen lispelen, zichzelve nog niet moe,
en sneeuw knerpt, zoals zuiver brooddeeg, zondeloos.

 

 

Zo scherp als ranke wespen kunnen zien

Zo scherp als ranke wespen kunnen zien
die aan de aardas, aan de aardas zuigen,
speur ik mijn tijdperk, kan er bovendien
om niet en uit het hoofd nog van getuigen...

Ik zing niet, heb in schilderen geen zin,
de zwartgestemde strijkstok ligt terzijde:
ik drink alleen het leven gulzig in
en mag de sluwe wespen graag benijden.

O dat het ooit gegeven wordt aan mij,
in zinderende zomergloed verloren,
aan slaap en droom en dood voorgoed voorbij,
de aardas en haar wenteling te horen...

 

 

Voetganger
Voor M.L. Lozinski

Ik ben voor het verhevene beducht,
een soort van hoogtevrees waaraan ik lijd.
Voor mij volstaat een zwaluw in de lucht,
een klokkentoren die de wolken splijt!

Op houtwerk dat een afgrond overbrugt
hoor ik, voetganger van vervlogen tijd,
behalve een aanzwellend sneeuwgerucht
de stenen klokslag van de eeuwigheid.

Maar toch zal ik die reiziger niet zijn
die langs het uitgebloeide lover schiet,
en in mij zingt oprecht gevoelde pijn.

Heus, een lawine is in het verschiet!
En hoe ik ook van klokgegalm geniet,
muziek behoedt je niet voor een ravijn.


Vertaald door Peter Zeeman

 

 

 1997871-ec2ae7d0f14ebc9872542f32825bc862.jpg
Osip Mandelstam (15 januari 1891 – 27 december 1938)
Monument voor de Liefde (tussen Osip en Nadezjda Mandelstam) in de Nadezjda Mandelstamstraat in Amsterdam

 

 

De Nederlandse schrijver en diplomaat F. Springer (eig. Carel Jan Schneider) werd geboren in Batavia op 15 januari 1932. Zie ook alle tags voor F. Springer op dit blog.

Uit: Teheran, een zwanezang

“Oog op de klok, tweede kop koffie, wachtte ik in de vertrekhal van Heathrow op mijn vriend Alfred - onmiskenbaar lndische jongen, accountant in Zürich, wereldwijde opdrachten, Zwitserse vrouw, Zwitserse zoons, en nog altijd dromend van een nooit veroverde jeugdliefde, genaamd Yvonne, mij ook goed bekend want ze woonde in onze straat, Haags Statenkwartier, waar Alfred op onmogelijke tijden bij mij binnenviel (zogenaamd om samen huiswerk te maken) en uren voor het raam van mijn kamer geposteerd stond, in de hoop haar aanbeden gestalte langs te zien fietsen. Natuurlijk ging mij dat gedweep wel eens vervelen.
Zoals hij in het Scheveningse tennispark met open mond vanachter het hek naar Yvonnes stuntelig gehuppel op de baan stond te kijken zonder te willen toegeven dat ze werkelijk geen bal behoorlijk over het net kreeg! Om hem te treiteren dreigde ik somszijn geheim aan de jongedame te verklappen. Zweer dat je dat nooit doet, zweer het, riep hij dan in paniek uit. Nee, hij siste en gromde het, want roepen, schreeuwen kon hij niet. Alfred was met een zeer uitzonderlijk stemgeluid gezegend, eeuwig hees en schor, onvemijderbare keelpoliepen, chronische ontsteking van de stembanden, god wist wat hem mankeerde en waarom dat rare geluid niet te verhelpen was.
In elk geval bleek toen, in Scheveningen, zo’n stem niet het geschiktste instrument om een meisje je liefde te verklaren. Vandaar dat Yvonne nooit iets van zijn tijdloze gevoel voor haar geweten heeft. Alleen tegenover mij durfde hij haar naam uit te spreken en dat deed hij zo hees, zo schor, dat het mij door de ziel sneed. Onze onvermijdelijk sporadischer wordende ontmoetingen begon hij, na de eerste handdruk of schouderklop, steevast met een weemoedig loflied op Yvonne. Altijd vroeg hij of ik wist hoe het nu met haar was. Woonde ze nog met man en kinderen in Bloemendaal?”

 

 1997871-7d48ad938512309b2e0306dcc42fde0a.jpg
F. Springer (15 januari 1932 – 7 november 2011)
Cover 

 

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Maud Vanhauwaert werd op 15 januari 1984 geboren in Veurne. Zie ook alle tags voor Maud Vanhauwaert op dit blog.

 

Naast mij zit een vrouw

Naast mij zit een vrouw. Ze weent en zegt
'excusez-moi'. Ik zeg 'ce n'est pas grave'. Zij
zegt 'si c'est grave, vous n'en savez rien'.
'Dat is waar' zeg ik 'ik weet er helemaal
niets van'. Ons gesprek is geen einde geen
begin. Zoals alles in een stad valt het
ergens tussenin

Er grolt een handtas, iedereen kijkt op.
Een vrouw ritst een hond tevoorschijn.
'Rustig maar, mama is hier'. Ze ritst nog
wat verder, rijdt in het vlees van de hond.
Hij jankt. 'Rustig maar' sist zij en de
massa schreeuwt 'mama is hier'

Op de schoot van de wenende vrouw ligt
een grote klomp deeg. Ze begint te kne-
den. 'Dat doe ik altijd als alles dreigt uit-
een te vallen. Hoe meer je kneedt hoe
beter het kleeft'

Nog voor ze haar romp over de klomp
heen kan buigen, graaien vreemde handen
naar het deeg. Beringde handen, klamme
kinderhanden, gerimpelde handen, ook
de handen van een Chinees. Hij kneedt
niet, hij pulkt. De vrouw kletst hem vlak
in het gezicht.'Ik heb geen rimpels, het
zijn de kneepjes die het leven mij gaf'

De vrouw naast mij weent niet meer. Het
deeg op haar schoot staat in pieken. Ik ver-
lies haar in de massa, de metro-massa, die,
zoals de zee pas breekt aan het oppervlak,
pas breekt en schuimt bovengronds

 

 1997871-18bc71514c2083561f3bf7912820ff65.jpg
Maud Vanhauwaert (Veurne, 15 januari 1984)

 

 

De Roemeense dichter Mihai Eminescu (eigenlijk Mihail Eminovici) werd geboren op 15 januari 1850 in Botoşani bij Czernowitz. Zie ook alle tags voor Mihai Eminescu op dit blog.

 

The Vesper (Fragment)

Once on a time, as poets sing
High tales with fancy laden,
Born of a very noble king
There lived a wondrous maiden.

An only child, her kinsfolk boon,
So fair, imagination faints;
As though amidst the stars the moon,
Or Mary amidst the saints

From 'neath the castle's dark retreat,
Her silent way she wended
Each evening to the window-seat
Where Lucifer attended.

And secretly, with never fail,
She watched his double race,
Where vessels drew their pathless trail
Across the ocean's face.

And as intent she drank his light,
Desire was quickly there;
While he who saw her every night
Soon fell in love with her.

And sitting thus with rested head,
Her elbows on the sill,
Her heart by youthful fancy led
Did with deep longing fill.

While he, a brilliant shining spark,
Glowed always yet more clear
Towards the castle tall and dark
Where she would soon appear

Until one night with shower of rays
He slips into her room,
As though a strange and silver haze
Did round about her loom.

And when at last the child to rest
Upon her sofa lies,
He lays her arms across her breast
And closes her soft eyes.

 

 1997871-a405c8c640ffe6083e38d4b15688e99b.jpg
Mihai Eminescu (15 januari 1850 - 15 juni 1889) 
Cover 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Philip Snijder werd geboren in Amsterdam in 1956. Zie ook alle tags voor Philip Snijder op dit blog.

Uit: Bloed krijg je er nooit meer uit

“Vanuit het groepje familie dat bij de zitruimte op ons wachtte, kwam met schuddende buik oom Rikus op Dylan af rennen. Hij bereikte hem eerder dan ik en trok hem aan zijn schouders weg van de deur waarop de jongen zijn vuisten kapot stond te beuken.
'Wat doe je nou, malle? Schei uit daarmee!' Hij pakte de fel tegenstribbelende Dylan bij zijn polsen. 'Moet je nou toch 's kijken: allemaal bloed op je handen…'
Ik was nu ook bij ze gearriveerd. Dylans knokkels en vingers waren inderdaad besmeurd met zijn bloed, net als de witte deur.
'Het is helemaal niet waar!' riep hij met overslaande stem terwijl hij, plotseling geheel verslapt, ineenzakte tegen het kolossale lijf van oom Rikus. 'Wedden dat het helemaal niet waar is?'
Oom Rikus keek vragend naar mij, angst in zijn ogen voor wat ik hem ging meedelen.
Ik wist niets uit te brengen en kwam niet verder dan, zoals dat in Goede Tijden Slechte Tijden op dit soort momenten werd gedaan, met vertrokken gezicht langzaam mijn hoofd te schudden.
Uit oom Rikus' mond kwam een zwaar, dierlijk geluid los, hard en kort. Met stijf dichtgeknepen ogen trok hij Dylan steviger tegen zich aan. Op het plateau van de vooruitstekende buik werd de kleine tengere jongen troostend een stukje van de grond getild.
Toen ik opkeek, bleken we inmiddels omringd te zijn door de rest van ons groepje. 'Wat? Wat is er?' werd er van alle kanten geroepen. Iedereen wilde zo lang mogelijk voor zichzelf volhouden dat ze nog niet hadden begrepen wat er met Francien was gebeurd, ook al kon dat nog maar twee seconden duren. 'Wat is er dan? Wat is er met d'r?'
Bijna letterlijk herhaalde ik de woorden die dokter 't Hart een paar minuten geleden in haar kamer had uitgesproken: 'Ze is toch overleden, helaas.'
Ik had geen moment gelegenheid mezelf dat stompzinnig steriele 'helaas' te verwijten. Meteen na mijn uitspraak veranderde het stukje ziekenhuisgang waarin we stonden in een wilde werveling van beweging en geluid, in een chaotisch ballet van ontzetting. Van het ene moment op het andere was ik er een deel van, werd ik er willoos in opgezogen.”

 

 1997871-e7ca1aabc8037abfae624d8adbde674d.jpg
Philip Snijder (Amsterdam, 1956)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:13 Reageer op dit bericht

Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer, Franz Fühmann, Martha Saalfeld, Xu Zhimo

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en schilder Johannes Beilharz werd geboren op 15 januari 1956 in Oberndorf am Neckar. Zie ook alle tags voor Johannes Beilharz op dit blog.

 

Weltmannschaft

Elf Dichter aus aller Welt
begaben sich zum Turnier

War ein Andalusier dabei,
zurückgestrichnes schwarzes
Haar, ermordet: Garcia Lorca

War ein Amerigo-Engländer
dabei mit ernster Brille fürs
Mittelfeld: T. S. Eliot
Bolzte sich ein franko-
abessinischer Waffenhändler ein
mit Namen Rimbaud

Ein schmalbrüstiger und dürftig
bebarteter Österreicher zur
Abwehr: R. M. Rilke

Als Libero ein Franzose,
der auf schwarze Frauen
stand: Baudelaire

Im Sturm ein erblindeter
Bibliothekar aus Argentinien:
Borges

lm Tor einer aus Peru,
der Hungers starb in Paris:
César Vallejo

Ein Judeo-Russe für die
Verteidigung, in Sibirien ums
Leben gekommen: Mandelstam

 

 1997870-b798fae55ab0309271ed86c1c7590216.jpg
Johannes Beilharz (Oberndorf am Neckar, 15 januari 1956)

 

 

De Franse toneelschrijver en acteur Molière (pseudoniem van Jean-Baptiste Poquelin) werd geboren in Parijs op 15 januari 1622. Zie ook alle tags voor Molière op dit blog.

Uit: Les Précieuses ridicules

“DU CROISY.- Seigneur la Grange...
LA GRANGE.- Quoi ?
DU CROISY.- Regardez-moi un peu sans rire.
LA GRANGE.- Eh bien ?
DU CROISY.- Que dites-vous de notre visite ? en êtes-vous fort satisfait ?
LA GRANGE.- À votre avis, avons-nous sujet de l’être tous deux ?
DU CROISY.- Pas tout à fait à dire vrai.
LA GRANGE.- Pour moi je vous avoue que j’en suis tout scandalisé. A-t-on jamais vu, dites-moi, deux pecques provinciales faire plus les renchéries que celles-là, et deux hommes traités avec plus de mépris que nous ? À peine ont-elles pu se résoudre à nous faire donner des sièges. Je n’ai jamais vu tant parler à l’oreille qu’elles ont fait entre elles, tant bâiller ; tant se frotter les yeux, et demander tant de fois : "quelle heure est-il?" ; Ont-elles répondu que oui, et non, à tout ce que nous avons pu leur dire ? Et ne m’avouerez-vous pas enfin que quand nous aurions été les dernières personnes du monde, on ne pouvait nous faire pis qu’elles ont fait ?
DU CROISY.- Il me semble que vous prenez la chose fort à cœur.
LA GRANGE.- Sans doute je l’y prends, et de telle façon que, je veux me venger de cette impertinence. Je connais ce qui nous a fait mépriser. L’air précieux n’a pas seulement infecté Paris, il s’est aussi répandu dans les provinces, et nos donzelles ridicules en ont humé leur bonne part. En un mot, c’est un ambigu de précieuse et de coquette que leur personne ; je vois ce qu’il faut être, pour en être bien reçu, et si vous m’en croyez, nous leur jouerons tous deux une pièce, qui leur fera voir leur sottise, et pourra leur apprendre à connaître un peu mieux leur monde."

 

 1997870-e282d67e8803fd9304260f5dc69e58a0.jpg
Molière (15 januari 1622 - 17 februari 1673)
Scene uit een opvoering in Noilhan, 2013

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Grillparzer werd geboren in Wenen op 15 januari 1791. Zie ook alle tags voor Franz Grillparzer op dit blog.

 

Dezemberlied

Harter Winter, streng und rauch,
Winter, sei willkommen!
Nimmst du viel, so gibst du auch,
Das heißt nichts genommen!

Zwar am Äußern übst du Raub,
Zier scheint dir geringe,
Eis dein Schmuck, und fallend Laub
Deine Schmetterlinge,

Rabe deine Nachtigall,
Schnee dein Blütenstäuben,
Deine Blumen, traurig all
Auf gefrornen Scheiben.

Doch der Raub der Formenwelt
Kleidet das Gemüte,
Wenn die äußere zerfällt,
Treibt das Innere Blüte.

Die Gedanken, die der Mai
Locket in die Weite,
Flattern heimwärts kältescheu
Zu der Feuerseite.

Sammlung, jene Götterbraut,
Mutter alles Großen,
Steigt herab auf deinen Laut,
Segenübergossen.

Und der Busen fühlt ihr Wehn,
Hebt sich ihr entgegen,
Läßt in Keim und Knospen sehn,
Was sonst wüst gelegen.

Wer denn heißt dich Würger nur?
Du flichst Lebenskränze,
Und die Winter der Natur
Sind der Geister Lenze!

 

 

In der Fremde

Schon bin ich müd zu reisen,
Wärs doch damit am Rand!
Vor Hören und vor Sehen
Vergeht mir der Verstand.

So willst du denn nach Hause?
Ach nein, nur nicht nach Haus!
Dort stirbt des Lebens Leben
Im Einerlei mir aus.

Wo also willst du weilen,
Wo findest du die Rast,
Wenn übrall du nur Fremde,
Die Heimat nirgend hast.

 

 

Wintergedanken

Willst du, Seele, nicht mehr blühen,
Da vorbei des Sommers Flucht?
Oder wenn der Herbst erschienen,
Warum gibst du keine Frucht?

War vielleicht zu reich dein Blühen,
War zu bunt der Farben Licht?
Denn die Blüten geben Früchte,
Aber, ach, die Blumen nicht.



 1997870-235567509d206ebd7532d9d174e64b2c.jpg
Franz Grillparzer (15 januari 1791 - 21 januari 1872)
Borstbeeld aan het Burgtheater in Wenen

 

 

De Duitse dichter en schrijver Franz Fühmann werd geboren op 15 januari 1922 in Rochlitz (in het huidige Tsjechië). Zie ook alle tags voor Franz Fühmann op dit blog.

 

Der Übersetzer

Sein Kopf ist müd. Er stützt ihn in die Hand,
jedoch das Denken drängt ihn: Übertrage
die eine Zeile noch, sinn nach und sage
den ungeheuren Sinn, der dir erstand

aus diesen Worten fremder Sprache! Wage
dies einz’ge Wort nur: Es wird Widerstand,
es wird die Feuerschrift auf schwarzer Wand,
die Front ruft wider deines Volkes Plage!

Wie schwillt des Worts Substanz unter der Stirn,
zieht alles Licht auf die gefurchte Fläche,
die hoch sich wölbt über dem wählenden Hirn,
und hämmert, daß es diesen Fels durchbreche,
um auszusprechen sich, dies Wort, dies eine,
in neuer Sprache: Freiheit, die ich meine!

 

 1997870-0a292de95031a8d9dbd69eeed2a225b4.jpg
Franz Fühmann (15 januari 1922 – 8 juli 1984)
Borstbeeld door Wieland Förster in Kiskőrös

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Martha Saalfeld werd geboren op 15 januari 1898 in Landau. Zie ook alle tags voor Martha Saalfeld op dit blog.

 

Das Herz des Vogels ist geängstigt

Das Herz des Vogels ist geängstigt und
das Herz des Dichters. Ach, es ist das Blau
des Himmels göttlicher Betrug und schlau
verborgne Kälte; es erfriert der Mund,

Der es besingt, und in den Adern blaßt
das rote Blut. Von aller Farbe bleibt
ein Mörtelton. Doch vieles übertreibt
der Liebende zunächst und jedes haßt

Ihn schrecklich darum. Der unbewehrt
dem Fall des Laubs begegnet und der Flucht
der zarten Schwalben und dem Sturz der Frucht -
wie vieler Dinge Tod hat ihn versehrt!

 

 1997870-bd17443fec4ce3eac7fc376b6c689c3e.jpg
Martha Saalfeld (15 januari 1898 – 14 maart 1976)
Cover

 

 

De Chinese dichter Xu Zhimo werd geboren op 15 januari 1897 in de provincie Zhejiang. Zie ook alle tags voor Xu Zhimo op dit blog.

 

Leaving the Revisited Cambridge

Quietly now I leave the Cam,
As quietly as I came.
Gently wave farewell the clouded
Western sky aflame—

There the golden willow stands
a bride of sunset’s glow.
How its dancing ripples glint
and stir my heart below;

crowded rushes wave in water
bouncing with the weed
flowing slick by soft-soil’d banks—
I long to thus proceed!

Duckweed-crumpled rainbow’s pool
of iridescent dream
pure as springs ’neath elmtree’s bough—
O search the shrouded stream;

Punt toward the yonder whence
the emerald fields lie;
Return with joyous song engulfed
by tranquil starlit sky.

But as for me, I cannot sing
this muted summer’s evening;
Even insects hush, as silence
plays the flute for leaving.

Stealth’ly now I part from Cam,
As bid farewell I must.
Waving sleeve so gently lest
a cloudspeck I should dust.

 


Vertaald door Silas S. Brown

 

 1997870-6fa896eb1c42270b001b7c8377ae019c.jpg
Xu Zhimo (15 januari 1897 – 19 november 1931)
Poster voor het Zhimo Poetry Festival in Cambridge, 2015

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:12 Reageer op dit bericht

Willem de Clercq, Louis Guilloux, Walter Serner, Alexander Moszkowski, Aleksandr Gribojedov, Sidonia Zäunemann, Peter Christen Asbjørnsen

De Nederlandse dicher en (dagboek)schrijver Willem de Clercq werd geboren in Amsterdam op 15 januari 1795. Zie ook alle tags voor Willem de Clercq op dit blog.

Uit: Dagboek van Willem de Clercq 1811-1830

“Justus en Clericus raakten in zulk een geestdrift, dat zij door elkander hoogduitsche en latijnsche verzen uitdonderden, zoodat het vuur der opzeggers zelfs de verbazing des voermans tot zich trok. Ede ligt zeer schoon en door een groot bosch omringd. Midden onder dit genoegen verhief de maan haar verzilverd aangezicht, doch er begon zich tevens een vervaarlijk onweder opeen te pakken. Hoezeer nu ook onze natuur-bewonderaars zich mochten verheugen over het heerlijk gezicht, hetwelk het glansrijke weerlicht, dat zijne stralen door de wolken schoot, opleverde, zoo besloot men, daar de fysische mensch boven dreef, het bewonderen te staken en een oogenblik te Papendaal, eene afgezonderde boerenwoning, aan te leggen. Weldra speelden donder, bliksem en weerlicht hunne rol met plasregens gepaard, terwijl onze reizigers bij een gelderschen haard geschaard in een beminnelijke boerin en drie lieve kinderen een heerlijk ostadisch tafereel bewonderden en wezenlijk eenigszins sentimenteel werden. Evenwel vereischte het gebulder des onweders spoedige besluiten. De voerman spoorde hen tot voortgang aan en de jonge dame was vol moed. Men pakte zich dan zoo goed mogelijk in den halven kap in, terwijl de boerin in doodelijken angst tot alle de heiligen in den Hemel bad. Nu ging dan ook de reis voort, aangenamer in de herinnering dan in de werkelijkheid... Zij renden dat hooren en zien verging tot zij eindelijk bij de duisternis des avonds, tot hunne innige vreugde de poorten van Arnhem bereikten. De mede reizende dame vond haren broeder, die als een echt stijf proponent de beleefdheden der reizigers, die door het aanbod van eene visite tegen den volgenden dag bekroond werden, zeer koeltjes beantwoordde, en zijne zuster spoedig van hunne zijde wegtrok....”

1997868-e40a66b23f02f1f6dc90842f4dee36a5.jpg
Willem de Clercq (15 januari 1795 - 4 februari 1844)
Blik op Arnhem door Thomas Barber, eerste helft 19e eeuw

 

 

De Franse schrijver Louis Guilloux werd geboren op 15 januari 1899 in Saint-Brieuc. Zie ook alle tags voor Louis Guilloux op dit blog.

Uit:Salido, suivi de O.K., Joe !

“Les Français que nous sommes se croient un peu trop facilement à l'abri des malheurs qui partout en Europe et ailleurs frappent des centaines de milliers de gens. Vous pensez, comme moi-même, tout en sachant que ce n'est pas vrai, que parce que la France est la France cela n'arrivera jamais chez nous ! Vous avez la plus haute opinion de votre pays et vous l'aimez. N'est-ce pas vous qui un jour m'avez parlé des grandes traditions d'accueil de la France et ajouté que, justement, parce qu'elle pouvait se croire à l'abri des persécutions qui s'exercent ailleurs contre les juifs, les intellectuels, les communistes, les démocrates ou contre le peuple tout court en Espagne, et les Noirs en Amérique, cette même France se devait plus que jamais de maintenir ses traditions, en accueillant, en protégeant, en réconfortant les persécutés ? Et comme ce ne sont pas toujours les gens de droite qui s'en chargent, il faut bien que ce soient les autres ? Au nom de la France, pas seulement au nom de la solidarité ou de l'action politique. Il faut que certaines choses soient faites non seulement pour mettre fin au scandale, mais pour l'honneur."
(…)

"Elle a ouvert la porte. Je suis entré dans une pièce à peu près vide. Sans un mot, la vieille femme est allée tout droit à une commode dont elle a ouvert un tiroir. Elle a sorti du tiroir des photos qu'elle a étalées sur une table : les portraits de ses enfants et de ses neveux que les Allemands étaient venus chercher ici. Une fois ils en avaient emmené trois d'un coup. Elle m'a dit cela d'une voix sans larmes, puis elle a remis les photos dans le tiroir et elle m'a fait entrer dans une pièce voisine où se trouvait couché sur un grabat un vieillard chauve aux joues creuses, aux yeux creux, à la longue barbe blanche, un Job moribond... "
(...)

"Elle a ouvert la porte et nous nous sommes regardés, nous ne savions quoi nous dire. A la fin, je lui ai demandé pourquoi elle ne m'avait pas répondu tout de suite, quand j'avais frappé ? Mais j'ai compris, à son regard, que je n'aurais pas dû lui poser cette question. Est-ce que je ne savais pas l'horreur dont elle avait été saisie en entendant le bruit de mes brodequins sur les marches ?
J'ai redescendu l'escalier lentement, en m'efforçant de faire le moins de bruit possible."

 

 1997868-dcd693972463bce655f2d172202f7e50.jpg
Louis Guilloux (15 januari 1899 – 14 oktober 1980)
Portret door Eugène Dabit, 1935 (Detail)

 

 

De Duitse schrijver Walter Serner werd op 15 januari 1886 in de Tsjechische plaats Karlsbad (Bohemen) geboren. Zie ook alle tags voor Walter Serner op dit blog.

Uit:Die tückische Straße

“Möglichkeiten verpflichten.
Diesen Satz hatte Eiermann insgeheim seiner Lebensführung vorangestellt. Schon in jungen Jahren. Was zur Folge hatte, daß seine Biographie durchaus nicht so schematisch geblieben war wie die anderer, sondern streckenweise ganz ungewöhnliche Höhepunkte aufwies. Allerdings nur in venere. Auf anderen Gebieten pflegte Eiermann, wenn seinem Auge Möglichkeiten sich boten, es im Bewußtsein der ihm mangelnden Fähigkeiten zu schließen. In venere aber war es vor jeder Möglichkeit weit offen und schloß sich erst, wenn sie zur süßen Wirklichkeit geworden war.
Dieses offene Auge, mit dem er jederzeit spazieren ging, verursachte nicht selten, daß Möglichkeiten, die andernfalls gar keine geworden wären, plötzlich vor ihm sich auftaten. Denn so manche Dame, die nur so für sich hinwandelte, ließ im Anblick seines groß auf sie gerichteten Auges, das ihre zur selben Größe sich ausdehnen. Damit war für Eiermann die verpflichtende Möglichkeit da.
Eines Abends aber fiel ihm, als er bereits heimkehren wollte, schon von ferne etwas Glänzendes auf, das bei näherem Zusehen als ein durch das konstante Lächeln seiner Besitzerin entblößter, abnormal großer Goldzahn sich erwies.
Eiermann war dermaßen von diesem Anblick gefesselt, daß er das Gesicht der Goldzahn-Besitzerin gar nicht gesehen hatte. Erst als das hypnotisierende Glänzen seinem Auge fehlte, bemerkte er, daß jene Dame bereits an ihm vorbeigegangen war. Er machte stracks kehrt, sah aber nichts mehr. Da, ein kurzes Aufblitzen: der Goldzahn bog um die Ecke. Diesmal blieb Eiermann auf der Fährte. Denn als er an die Ecke kam, wandelte vor ihm eine einzige Dame. Er hatte, weit ausschreitend, sie fast schon eingeholt, als sie in die Grennegade einbog und daselbst ein Haus betrat.
Ihr dahin zu folgen, wagte er nicht: sie konnte verheiratet sein, einen strengen Vater haben, eine Megäre zur Tante ... Eiermann hatte da so seine Erfahrungen. Nachdem er auf dem gegenüber befindlichen Trottoir noch etwa fünf Minuten auf und ab gegangen war, ohne den ersehnten Goldzahn am Fenster zu erblicken, beschloß er, da einen solch abnormal großen schwerlich zwei Personen zugleich in einem Hause besitzen konnten, einen Brief nach Grennegade sechs zu adressieren und zwar ›An die Dame mit dem Goldzahn‹. Zudem mußte der Briefträger diesen sicherlich längst bemerkt haben, so daß ein also adressierter Brief zweifellos richtig bestellt werden würde. Eiermann stürzte in ein Restaurant, verfaßte eine ebenso energische wie vorsichtige Liebesepistel und warf sie ungesäumt in einen Briefkasten.“

 

 1997868-a64814012b98c03ee8defa8226dd127c.jpg
Walter Serner (15 januari 1886 – augustus 1942)
Cover van zijn Dada Manifest in het Spaans

 

 

De Duitse schrijver en satiricus Alexander Moszkowski werd geboren in Pilica, Polen, op 15 januari 1851. Zie ook alle tags voor Alexander Moszkowski op dit blog.

 

Was Schiller vergessen hat (Das Lied vom Glockenklöppel)

Als er kam zu dieser Stelle:
„Friede sei ihr erst' Geläut'
Äußerte der Altgeselle:
Meister, Ihr seid zu zerstreut!
Fertig, glaubtet Ihr,
Wär' die Glocke hier,
Und da habt Ihr unterdessen
Ja den Klöppel ganz vergessen!

Denn wo das Strenge mit dem Zarten,
Wo Starkes sich und Mildes paarten,
Da gibt es einen guten Klang;
Drum prüfe, eh' die Zeit dahin ist,
Ob in der Glock' ein Klöppel drin ist,
Sonst weiß man deinem Werk nicht Dank.

Gefährlich ist's, den Leu zu wecken,
Verderblich ist des Nashorns Stoß,
jedoch der schrecklichste der Schrecken,
Das ist die Glocke, klöppellos,

Und wo man hinbringt eine Glocke,
Die inkomplett, da naht, o Graus,
Der Auftraggeber mit dem Stocke
Und ruft empört: „Der Mann muß 'raus!“

Denn was das Messer ohne Stiel ist,
Und was die Bühne ohne Spiel ist,
Und was der Ofen ohne Kohle,
Und was der Stiefel ohne Sohle,
Und was der Blog is ohne Spott
Und was das Rollenspiel ohne Plot
Und was der Globus ohne Ax' is,
Und was der Thum ist ohne Taxis,
Und was Akustik ohne Schall is,
Und was die Schweiz ist ohne Wallis,
Und was die Zarin ohne Zar is,
Und was Helene ohne Paris,
Und was der Haushahn ohne Henn ' is,
Und was der Lawn ist ohne Tennis,
Und was der Walfisch ohne Thran is,
Und was der Piscis ohne Panis,
Und was das Hemd ist ohne Knüppel —
Das ist die Glocke ohne Klöppel!

Drum aus Eisen laßt uns machen
Einen Kloppstock, lang und schwer,
Daß er tönend möge krachen,
Wenn er baumelt hin und her.
So, jetzt ist er da,
Grüßt ihn mit Hurra!
Seid des höchsten Lobs gewärtig,

Denn jetzt ist die Glocke fertig!

 

 1997868-3b3df67a73eb36d072d9ccfee0e5a442.jpg
Alexander Moszkowski (15 januari 1851 – 26 september 1934)
Cover

 

De Russische schrijver Aleksandr Sergejevitsj Gribojedov werd geboren in Moskou op 15 januari 1795. Zie ook alle tags voor Aleksandr Gribojedov op dit blog.

Uit:WOE FROM WIT (Lijden door verstand,vertaald door A.S.Vagapov)

"LIZZIE:
When she gets up I'll tell her so,
You'll wake her up, I'm afraid, please go.
FAMUSOV:
I'll wake her up? Why, it is you not me
Who starts the clock and makes it play a symphony.
LIZZIE:
(raising her voice):
Now stop it, will you?
FAMUSOV:
(shutting her mouth):
Why shout like that?
Are you going mad?
LIZZIE:
There's something wrong about it, I fear.
FAMUSOV:
About what, my dear?
LIZZIE:
You ought to know for you're not a little one:
Young women's sleep is light at down,
They hear every whisper, a door creak, or a sigh,
They hear everything.
FAMUSOV:
No, it's a lie.
SOFIA:
(her voice comes from her room)
Ah, Lizzie!
FAMUSOV:
(quickly)
Hush!
(Tiptoeing out of the room hurriedly)
LIZZIE:
(alone in the room)
He's gone. Beware of masters, they
Will cause you trouble any day.
Of all the woes may God deliver us from both
From their love and their wrath.”


 1997868-a22263c6645caaeff1c9c85069019749.jpg
Aleksandr Gribojedov (15 januari 1795 – 11 februari 1829)
Scene uit een opvoering in Simferopol, Oekraïene, 2015

 

 

De Duitse dichteres Sidonia Hedwig Zäunemann werd geboren op 15 januari 1714 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Sidonia Zäunemann op dit blog.

 

Kindlicher Feyertags-Wunsch

Geliebtes Eltern-Paar! Wem gleichet wohl die Zeit,
Die jenen traurig macht, und diesen hoch erfreut?
Den Nebel, Rauch und Wind und Schatten kan auf Erden
Die Zeit an Nichtigkeit und Lauf verglichen werden.
Ich weiß Ihr wehrtesten! Ihr denckt in eurem Sinn
Mit mir: wie fliegt die Zeit so schnell, so bald dahin!
Ein Jahr ist wiederum nun bald zu End gegangen,
Gott sey gelobt vor das, was wir darin empfangen.
Ein Jahr des Elends wird zugleich zurück gelegt.
Die Christ-Lust, die der Herr in euer Hertz geprägt,
Die wird Geliebteste! Euch stärcken, trösten, gründen,
Daß Ihr in dieser Zeit werdt süsse Freude finden.
So feyret denn vergnügt in Gott dieß heilge Fest,
Das uns der Herr zum Heil und Glück erscheinen läßt,
Legt es gesund zurück, und tretet mit Vergnügen
Das Neue Jahr auch an. Der Höchste wolle fügen,
Daß, Hochgeliebteste! sein Seegen aus der Höh,
Und seine Lieb und Gnad stets um, und mit Euch geh.
Es woll die Allmachtshand Euch schützen und begleiten,
Und wieder eure Feind und alles Unglück streiten.

 

 1997868-47ad0d29ec68b8a72bfd69ca9396d715.jpg
Sidonia Zäunemann (15 januari 1714 – 11 december 1740)
Plaquette aan de kerk in Plaue

 

 

De Noorse schrijver Peter Christen Asbjørnsen werd geboren op 15 jamuari 1812 in Kristiania, tegenwoordig Oslo. Zie ook alle tags voor Peter Christen Asbjørnsen op dit blog.

Uit: Per Gynt

"Und du kannst Suppe versuchen“, sagte Per Gynt, und goss ihm den ganzen Topf Suppe über die Nase. Der Troll stürzte davon und jammerte laut; aber ringsherum von allen Höhen lachte und spottete und ertönte es:
"Suppenrüssel, Suppenrüssel!"
Hierauf war eine Weile alles still; doch dauerte es nicht lange, da erhob sich draußen wieder Lärm und Getöse. Per Gynt sah hinaus, und da erblickte er einen mit Bären bespannten Wagen; der große Troll wurde aufgeladen, und dann ging es hinauf ins Gebirge mit ihm. Während Per Gynt dem Wagen noch nachsah, wurde plötzlich ein Eimer Wasser durch den Schornstein herabgegossen: das Feuer erlosch, und Per Gynt saß im Dunkeln. Da begann es in allen Ecken zu lachen und zu spotten, und eine Stimme sagte:
"Jetzt wird es Per Gynt gerade so gehen wie den Sennerinnen in der Val-Hütte."
Per Gynt zündete das Feuer wieder an, rief seine Hunde herbei, verschloss die Sennhütte und ging weiter nach Norden bis zu der Val-Hütte, in her die drei Sennerinnen waren. Als er eine Strecke zurückgelegt hatte, sah er ein Feuer lodern, als wenn die ganze Val-Hütte in hellen Flammen stünde, und in demselben Augenblick stieß er auf ein Rudel Wölfe, von denen er die einen niederschoss und die andern erschlug. Als er die Val-Hütte erreicht hatte, war es da stockfinster und von einer Feuersbrunst keine Spur zu entdecken, aber es waren vier fremde Männer in der Hütte, die die Sennerinnen belästigten; das waren vier Bergtrolle, die hießen Gust i Väre, Tron Valjeldet, Tjöstöl Aabakken und Rolf Eldförpungen. Gust i Väre stand vor der Tür und sollte Wache halten, während die andern bei den Sennerinnen drinnen waren und zudringlich werden wollten. Per Gynt schoss auf Gust i Väre, verfehlte ihn aber, und da lief Gust i Väre davon. Als dann Per Gynt in die Stube hineinkam, waren die Sennerinnen in großer Not; zwei von ihnen waren ganz außer sich vor Schrecken und flehten zu Gott um Hilfe und Rettung, die dritte aber, die man die tolle Kari nannte, hatte keine Angst. Sie sagte, sie sollten nur kommen, sie hätte wirklich Lust zu sehen, ob solche Kerle auch Schneid hätten. Als aber die Trolle merkten, dass Per Gynt im Zimmer war, fingen sie zu jammern an und sagten zu Eldförpungen, er solle Feuer anmachen. In demselben Augenblick fielen die Hunde über Tjöstöl Aabakken her und warfen ihn kopfüber auf den Herd, dass Asche und Funken umherstoben.“

 

 1997868-de1f2a1c7a8d54e3d8467979d5f21552.jpg
Peter Christen Asbjørnsen (15 januari 1812 – 6 januari 1885)
Scene uit een balletuitvoering van Edvard Griegs “Peer Gynt” door het Nordharzer Städtebundtheater, 2015

Geschreven door Romenu om 14:10 Reageer op dit bericht

Tsjêbbe Hettinga

De Friese dichter en vertaler Tsjêbbe Piter Hettinga werd geboren in Burgwerd op 15 januari 1949 als zoon van een katholieke boer en paardenhandelaar in Burgwerd, net ten noorden van Bolsward. Zijn moeder verdronk zichzelf op 55-jarige leeftijd. Tijdens zijn jeugd werd Hettinga geleidelijk slechtziend, en uiteindelijk was hij vrijwel blind. Na zijn studie aan de kweekschool te Sneek was Hettinga werkzaam als opnametechnicus van de blindenbibliotheek in Groningen. Daarnaast studeerde hij Nederlands en Fries aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij in 1986 afstudeerde. Hij woonde vanaf 1982 in Leeuwarden, woonde samen (zijn vrouw overleed in 2011) en was vader van twee kinderen. Hij overleed op 64-jarige leeftijd in het ziekenhuis van Leeuwarden aan kanker. Afgezien van zijn optredens leidde Hettinga een tamelijk teruggetrokken leven. Hij gaf vrijwel geen interviews, en achtte zijn privé-leven niet van belang voor de interpretatie van zijn werk. De dichter Eeltsje Hettinga is zijn jongere broer. Tsjêbbe Hettinga gold als een van meest beeldbepalende Friese dichters. In 1970, 1971 en 1987 won hij de Rely Jorritsmapriis voor zijn poëzie. Zijn optreden op de Frankfurter Buchmesse in 1993 betekende voor hem (en voor de Friestalige poëzie) een doorbraak in de Nederlandse literaire wereld. In 2001 ontving hij de belangrijkste Friese literaire prijs, de Gysbert Japicxpriis, voor zijn bundel Fan oer see en fierder. De poëzie van Tsjêbbe Hettinga is vertaald in het Nederlands (door Benno Barnard en David Van Reybrouck), Engels, Duits, Frans en Spaans. Zelf vertaalde Hettinga werk van Dylan Thomas, Derek Walcott en Walt Whitman naar het Fries. Bij zijn performances werkte Hettinga veel samen met musici. Zelf speelde hij als jazzmuzikant saxofoon. In 1974 raakte Hettinga betrokken bij het literair tijdschrift Hjir. Vijftien jaar lang, tot 1990, was hij lid van de redactie van dit tijdschrift. De Friese regisseur Pieter Verhoeff maakte over Hettinga een documentaire die in 2006 verscheen onder de titel Yn dat sykjen sûnder finen (In dat zoeken zonder vinden).

 

De kruik

Hij dronk, terwijl zijn ogen de strakblauwe ogen
Van de vissersvrouw in het zwart troffen en verwarden,
Bij de bron, in de zoele schaduw van verlegen
Ceders, geur van vis en hars, zicht op zee en sloepen, leeg.
Stil stond zij, terwijl haar verzonken ogen zijn dronk
Zagen in de nacht van stille kreten, liefdes dorst en
De zo gulle kruik op haar nu geschrokken schouder,
Naast een ezel, blauw en stil; door het oorwit van haar arm
De zee, om haar heupen de branding, tussen beiden,
Verstomd door de stormvlagen van een ogenblik stilte:

Zij hadden gedronken, gezien hoe de vissers in
Hun kleine sloepen kleiner werden, de van belofte
Druipende netten van de sterren strakker, voller,
En twee halve manen dreven de groene haven in,
Terwijl de wind het zout over het gebroken ijs
Strooide in glazen op een terras met zwarte slangen,
Witte emmers; en het paadje naar haar hut (nà haar
Heuvelop, de stegen door, vanwege vissersmessen)
Legde zij uit, voelend dat hij komen zou, en hij
Had haar heuvel beklommen, had zich gelaafd aan haar kruik.

 

 

BLAUW EN GROEN

aan de oude middelzeedijk
onder berlikum
stonden tussen slinkende voren
de aardappelplantjes
als kinderkopjes
van de zon te snoepen

in 't zachte zuidwestelijke lentewindje
heb ik toen een kruis geslagen
van mijn voorhoofd naar mijn hart
als het geluid van de vogels
dat blauw is
en van schouder naar schouder
als de veile vlakte in de stilte
die groen is

 

Vertaald door Tsjêbbe Hettinga en Benno Barnard

 

 2094484-a10a97b2ac1fbcb581455f84a0ca7879.jpg
Tsjêbbe Hettinga (15 januari 1949 – 7 maart 2013)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Am Feste vom süßen Namen Jesus (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

 2000703-092ea4b881e88758100c7cb93d50ea07.jpg
Jozef met het kindje Jezus door Guido Reni, ca. 1635

 

 

Am Feste vom süßen Namen Jesus

Was ist süß wie Honigseim,
Wenn er sich der Wab' entgießt?
Süßer ist des Lebens Keim,
Der durch unsre Adern fließt.
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über Alles mild und süß!
Daß der Tod vergißt die herbe Pein,
Wo ein frommer Mund ihn tönen ließ.

Was ist gleich des Löwen Kraft
Wenn er durch die Wälder kreis't?
Stärker ist die Leidenschaft,
Ist der widerspenst'ge Geist.
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über Alles voll der Macht!
Daß er zwängt zu milden Lichtes Schein,
Was die Welt bedräut in Flammenpracht.

Was ist reich wie Meeresfahrt,
Gleich des Schachtes goldner Hut?
Reicher ist, wer sich bewahrt
Seiner Ehre köstlich Gut.
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist mehr und reicher als das all'!
Ach um ihn erträgt man ganz allein
Schmach, Verkennung, aller Ehre Fall.

Was ist schön wie Morgenlicht,
Gleich dem Sternendom der Nacht?
Ach, ein lieblich Angesicht,
Und im Aug' des Geistes Pracht!
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über Alles mild und schön!
Wer ihn trägt im stillen Antlitz sein,
Der ist hold, was auch Natur versehn.

Was ist freudig wie zu ziehn
In die reiche Welt hinaus?
Ach, viel freud'ger, was wir fliehn,
Das verkannte Elternhaus!
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über alles voll der Lust!
O, wer gäb' nicht um die Freuden sein
Heimat, Freiheit, was ihm nur bewußt!

Ja, dein Name, Jesus Christ,
Der ist stark und reich und mild!
Wer den Namen nie vergißt,
Der kennt aller Leiden Schild.
Und ich soll, o liebster Jesu mein,
Ich, die Arme, treulos aller Pflicht,
Dennoch deines Namens Erbin sein:
Gott, du willst den Tod des Sünders nicht!

 

2000703-d604de6403b6ca9f47829bd43742776b.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Venster met het Jezus monogram in de Namen Jesu kerk in Wenen

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten