Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 16 juni 2011

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, -minu

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook mijn blog van 16 juni 2010 en eveneens alle tags voor August Willemsen op dit blog.

 

Uit: Ischa Meijer, De interviewer en de schrijvers. August Willemsen

 

„Van meet af aan ben ik geïntrigeerd geweest door het fenomeen taal.

In het begin van de oorlog waren er in een school bij ons om de hoek Duitse soldaten gelegerd, en ik herinner me nog hoe ik gefascineerd werd door hun spraak, die vreemde, boeiende klanken. 's Avonds in bed probeerde ik die te imiteren, dan probeerde ik op mijn heel eigen manier Duits te spreken. Zoals andere jongetjes van mijn leeftijd met autootjes speelden, was ik met taal in de weer. In Duitsland leerde ik vrij snel Duits praten, en vervolgens kwamen daar die twee Franse krijgsgevangenen aanzetten, met wie ik zeer goed kon opschi   eten - ja, dat werden mijn Grote Vrienden; vooral die ene, die Rémy heette, een vrij jonge, mooie kerel, in wiens taal ik buitengewoon geïnteresseerd raakte, en op den duur kon ik toch wel echt met hem converseren in een mengelmoesje van Frans en Duits. Ik zat de hele tijd bij die twee Franse jongens in onze schuur. En ze gingen dood.

Mei '45 gingen we weer terug naar Nederland. Ik was volkomen rustig. Pas veel later heb ik me gerealiseerd hoe chaotisch en verwarrend het toen om ons heen moet zijn geweest. Mijn moeder, mijn zuster en ik reisden met vrachtwagens en treinen door dat ontredderde land - die trip was wel georganiseerd, maar ik weet nog steeds niet hoe of door wie.

Mijn middelste broer heeft de oorlog grotendeels doorgebracht in een Oostenrijks jeugdstormkamp en hij is, als dertienjarige jongen, op eigen houtje naar Amsterdam teruggekeerd; ik weet nog steeds niet op welke wijze. Daar heeft men het in de familie ook nooit over gehad. Die was er ineens ook weer. Mijn oudste broer van achttien had in de tussentijd op het huis gepast en naar het schijnt een behoorlijk ruige periode doorgemaakt. Hij was het helemaal niet eens met mijn vader en wilde absoluut niet met zijn moeder, zusje en mij naar Duitsland. Met hem praat ik nog wel eens over vroeger - maar dan hebben wij het voornamelijk over de familiegeschiedenis, oftewel: hoe heeft het zover kunnen komen dat mijn vader die fatale keuze maakte?

In het kort komt het hierop neer: hij heeft zijn niet onaanzienlijke kapitaal tijdens de beurskrach van '29 verloren, weet dat lot aan De Joden en zag vervolgens Het Heil uit Duitsland komen.“

 

 

 

 932298-6fcaa1ef5c1c47d817c539b2bb17b705.jpg

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008 en ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

 

Uit: The Falls

 

“"No. Please, God. Not this."
The hurt. The humiliation. The unspeakable shame. Not grief, not yet. The shock was too immediate for grief. When she discovered the enigmatic note her husband had left for her propped against a mirror in the bedroom of their honeymoon suite at the Rainbow Grand Hotel, Niagara Falls, New York, Ariah had been married twenty-one hours. When, in the early afternoon of that day, she learned from Niagara Falls police that a man resembling her husband, Gilbert Erskine, had thrown himself into the Horseshoe Falls early that morning and had been swept away -- "vanished, so far without a trace" -- beyond the Devil's Hole Rapids, as the scenic attraction downriver from The Falls was named, she'd been married not quite twenty-eight hours.
These were the stark, cruel facts.
"I'm a bride who has become a widow in less than a day."
Ariah spoke aloud, in a voice of wonder. She was the daughter of a much-revered Presbyterian minister, surely that should have counted for something with God, as it did with secular authorities?
Ariah struck suddenly at her face with both fists. She wanted to pummel, blacken her eyes that had seen too much.
"God, help me! You wouldn't be so cruel -- would you?"
Yes. I would. Foolish woman of course I would. Who are you, to be spared My justice?
How swift the reply came! A taunt that echoed so distinctly in Ariah's skull, she halfway believed these pitying strangers could hear it.
But here was solace: until Gilbert Erskine's body was found in the river and identified, his death was theoretical and not official. Ariah wasn't yet a widow, but still a bride.“

 

 

 932298-2e0d9db475b8777dfda5adc15d5d284a.jpg

Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

 

 


De Canadese dichter, artiest en musicus
Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008 en ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

 

 

Dada Haiku 

 

I once knew a man

named Dada Haiku

he wrote

the worst

poetry I have ever read

but at least

his poems were always

very short

 

'Shit is more!

That's my philosophy.'

he would always say

 

There was

genius

in his

pedestrianism

 

 

 

The City is Short Today 

 

The city is short today

and it can’t be anymore

than just a few blocks wide today

and the city is grey today,

grey and cold

and the city is short today

the skyscrapers,

only a few inches tall now,

sway back and forth,

caught in the grasp of a

sharp, cutting wind,

the sky scrapers rankle me today

and the city is short today

and the people walk about today

like zombies,

tiny zombies,

their faces and clothes

lack any colour,

and they resemble ants,

they wait on the street corner,

waiting for a miniscule bus

to take them out of this

tiny city

and the city is short today,

and grey

and cold

and small,

so very small

and yet, it towers over me.

 

 

 932298-633c9c689394b00625c0a660014b6492.jpg

Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en columnsit -minu (eig. Hans-Peter Hammel) werd geboren op 16 juni 1947 in Basel. Zie ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

 

Uit: Von Cocteau in Marseille und dem gestohlenen Auto

 

“Alle haben uns gewarnt. ALLE. Lasst nie Gepäck im Auto zurück. Und schon gar nicht in Marseille.

Nun haben wir aber die Karre so gestossen voll wie die Zigeuner, wenn sie zur schwarzen Maria pilgern. Ich meine – in drei Monaten läppert sich doch einiges zusammen: 23 Paar Hosen und dann diese lustigen Shorts mit den tanzenden Bienen drauf. Natürlich die Geschenke für alle und alles fast geschenkt. Dann noch ein paar Pfunde Reiseproviant (immerhin kurven wir noch sieben Tage durch Südfrankreich und man weiss ja, dass hier Steak et Frites das lukullische Leben sind – NICHT ABER FÜR MICH!)

 Schliesslich sind da noch Innocents Apnoe-Turbo…Innocents Medikamenten-Koffer… Innocents Bestandteile für das auswechselbare Knie… und Innocents Werkzeugkiste «der kleine Automechaniker», den er noch mit sechs Satz Zündkerzen und 20 Litern Reservebenzin aufgestockt hat.

 DA WAR DER ALTE GEIZFUCHS ABER DOCH FROH, DASS ICH MICH DAMALS FÜR ETWAS GRÖSSERES ALS DEN FIAT 500 ENTSCHIEDEN HABE.

 Natürlich denkt der Schweizer vom Lande nicht an die Festivitäten seiner Nachbarn. Und so waren wir doch baff, als die Zufahrtswege zum alten Marseiller Hafen verbarrikadiert waren.

 Immerhin – Polizisten standen zuhauf herum. Alle frisch lackiert und mit diesem strahlenden Elan ihres Präsidenten, wenn er die Presse begrüsst.

 «C’est le 14 juillet – messieurs!» – strahlten uns die Gesetzeshüter an.

«Was ist?» – Innocent knipste die Lauscher auf «on».

 Ich: «Wir können nicht zum Hotel fahren. Sie feiern den Quatorze Juillet.»

 Nun schaute unser Freund aber bittergallig zu den Uniformos: «Ja seid ihr denn nicht dicht… wir haben ein Zimmer reserviert – macht kein Theater, dallidalli!»

 

 

 932298-4266566ae6960c331bfb1c22e6f0f9d9.jpg

-minu  (Basel, 16 juni 1947)

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ferdinand Laholli,Torgny Lindgren, Elfriede Gerstl, Theo Thijssen, Erich Segal

De Albanese dichter en vertaler Ferdinand Laholli werd geboren op 16 juni 1960 in Gradishta. Zie ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010


THE SAVRA INTERNMENT CAMP

[where Mr Lakolli languished for his first 30 years]

Here you are afraid to speak,
afraid to be silent.
Here you are afraid to smile,
afraid to be sad.
Here you are afraid
not to be afraid.


HERE

Here the law
is the eye of death
encompassing
all Albania.
Here the people
cringe more and more cravenly
lest they are ever noticed.

Vertaald door Zana Banci en Anthony Weird


932283-2d4ac833d61e4c7cc166ed33441dde1f.jpg
Ferdinand Laholli (Gradishta, 16 juni 1960)




De Zweedse dichter en schrijver
Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008 en ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

Uit: Het Licht (Vertaald door Bertie van der Meij)

"En het hout was onberekenbaar en weerspannig geworden, hij kon zich niet meer op het hout verlaten, het kronkelde en trok krom en het kromp en zwol volkomen willekeurig op, het voegde zich hoe dan ook niet meer naar zijn wil, de ene dag was er op een stuk hout haast geen knoest te bekennen en de volgende dag was het helemaal bezaaid en doorboord met keiharde zwarte knoesten, terwijl hij zijn mes verruilde voor zijn beitel of alleen maar even met zijn ogen knipperde, kon het hout wat hij onder handen had, in een onmogelijk en onhandelbaar stuk brandhout veranderen. Zo was het vroeger met het hout in Kadis nooit geweest."


932283-6a6e778fb48c894a99720a651c9b7458.jpg
Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)




De Oostenrijkse dichteres en schrijfster
Elfriede Gerstl werd geboren op 16 juni 1932 in Wenen. Zie ook mijn blog van 16 juni 2008 en ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

Uit: Spielräume

Stichwort: glauben, meinen, dafürhalten hörmal, sagte Grit, ich hab wohl eine Art Geisteskrankheit, dass ich es mir nicht in einer der konfektionierten wohlfeilen Ideologien warm und gemütlich machen kann; mit einer (nicht schädlichen) Portion Konsequenz (diesem moralphilosophischen Ladenhüter) ausgestattet, könnte ich weich und geschützt in der Gesellschaft sitzen und mir elitär oder revolutionär vorkommen Quatsch, sagte Rettenbacher, der gerade was Festes hatte (wie man sagt, er hat jetzt wieder eine feste Freundin) du gehörst sowieso zu uns, und suchte in der Küche nach leeren Bierflaschen kommt drauf an, sagte Grit, mit welchem Kanon- oder Sektengläubigen ich gerade rede, jeder Gläubige reizt meinen Widerspruch, weil aber auch alle Ideologien, Systeme, Kalküle ihre Seiten und Haken haben, Bekehrtsein ist ja so gesund, so euphorisierend, bewundernswert der Orgasmus des Dogmatikers, ich kann günstigenfalls sagen wovon ich nicht überzeugt bin, was mir unwahrscheinlich vorkommt, was ich kein Bedürfnis zu glauben habe, welche Gedanken mir fremd oder zuwider sind, aber Liebeserklärungen sind mir schon immer schwer gefallen du gibst vor auf die Konsequenz zu scheissen, sagte Rettenbacher mit seinem Mund, und scheinst dir ein widerspruchsfreies System zu wünschen, vielleicht ist dir wirklich nicht zu helfen


932283-c658f08e4a7b1ad51082c9dfc3ac4715.jpg
Elfriede Gerstl (16 juni 1932 – 9 april 2009)




De Nederlandse schrijver en onderwijzer
Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

Uit: Jongensdagen

“Het was een mooie dag in 't midden van Mei geweest. De avond viel, en de gracht begon al donker te worden. Vier jongens liepen met de handen in de zakken nog wat te kuieren over het houten bruggetje. Uit gewoonte bleven ze staan bij het hekje dat de brug afsloot voor rijtuigen; dat was een dagelijksche rekstok; en eer dat Klaas, de kleinste, het wist, zat hij al op de ijzeren staaf, en buitelde er een paar keer omheen. Henk stond bedaard te wachten of-ie óók een beurt kreeg; en ondertusschen keken Ay en Ko de gracht af, naar de zon, die onderging, en naar de mooie lucht; en Ay merkte op: ‘Fijn weer hè. Het zwembad is al open, geloof ik.’
Roef! Daar liet Klaas den rekstok los, en Henk vergat, gauw z'n plaats in te nemen: ‘Het zwèmbad? Weet je 't vàst? Is dat niet 1 Juni pas?’
Ko, de grootste, nam er zijn gemak van en ging op de brugleuning zitten; want er zou een beetje ruzie komen, dat wist-ie al. Hij liet z'n lange beenen bengelen, en zei met een allersecuurst gezicht: ‘15 Mei is altijd de tijd geweest.’
En jawel! Henk viel meteen uit: ‘Niete! Verleden jaar weet ik vast en zeker dat het pas in Juni open was.’ En toen Ko, tergend secuur, volhield van ‘15 Mei is de tijd,’ liet Henk zich ontvallen: ‘Och jong, ik ben er verleden jaar zelf den eersten dag stiekem naar toe geweest!’
‘Kijk kijk!’ schreeuwde toen de kleine Klaas: ‘kijk, daar gaat er een met een zwembroekie!’
‘Waar?’ vroegen nog de anderen. Maar Klaas was al weggehold, en de drie stoven hem achterna. Ay kon 't hardste loopen; hij had nog tijd om malle bokkesprongen te maken tegen de boomen aan den wallekant....”


932283-c81937057c621f0006c825f8063328f8.jpg
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)




De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper
Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

Uit: Love Story

'Renaissance polyphony.' 'What's polyphony?' 'Nothing sexual, Preppie.' Why was I putting up with this? Doesn't she read the Crimson? Doesn't she know who I am? 'Hey, don't you know who I am?' 'Yeah,' she answered with kind of disdain. 'You're the guy that owns Barrett Hall.' She didn't know who I was. 'I don't own Barrett Hall,' I quibbled. 'My great-grandfather happened to give it to Harvard.' 'So his not-so-great grandson would be sure to get in!' That was the limit. 'Jenny, if you're so convinced I'm a loser, why did you bulldoze me into buying you coffee?'
She looked me straight in the eye and smiled. 'I like your body,' she said. Part of being a big winner is the ability to be a good loser. There's no paradox involved. It's a distinctly Harvard thing to be able to turn any defeat into victory. 'Tough luck, Barrett. You played a helluva game.' 'Really, I'm so glad you fellows took it, I mean, you people need to win so badly' Of course, an out-and-out triumph is better. I mean, if you have the option, the last-minute score is preferable.


932283-d3a7301f96569e3fdd88c86adb1615d0.jpg
Ryan O'Neal en Ali MacGraw in Love Story (1970)


And as I walked Jenny back to her dorm, I had not despaired of ultimate victory over this snotty Radcliffe bitch. 'Listen, you snotty Radcliffe bitch, Friday night is the Dartmouth hockey game.' 'So?' 'So I'd like you to come.' She replied with the usual Radcliffe reverence for sport: 'Why the hell should I come to a lousy hockey game?' I answered casually: 'Because I'm playing.' There was a brief silence. I think I heard snow falling. 'For which side?' she asked. By now Jenny had read my bio in the program. I made triple sure that Vic Claman, the manager, saw that she got one. 'For Christ's sake, Barrett, is this your first date?' 'Shut up, Vic, or you'll be chewing your teeth. As we warmed up on the ice, I didn't wave to her
(how uncool!) or even look her way. And yet I think she thought I was glancing at her. I mean, did she remove her glasses during the National Anthem out of respect for the flag? By the middle of the second period, we were beating Dartmouth 0-0. That is, Davey Johnston and I were about to perforate their nets. The Green bastards sensed this, and began to play rougher. Maybe they could break a bone or two before we broke them open. The fans were already screaming for blood. And in hockey this literally means blood or,failing that, a goal.“


932283-1623138202c411117656028c2636520b.jpg
Erich Segal (New York, 16 juni 1937 – 17 januari 2010)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Giovanni Boccaccio, Jean d'Ormesson, Anna Wimschneider, John Cleveland, Frans Roumen

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook mijn blog van 16 juni 2007 en ook mijn blog van 16 juni 2008 en ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

 

Uit: Decamerone

 

„Lisabetta werd wakker en huilde naar aanleiding van deze droom bittere tranen, want zij geloofde heilig in de waarheid ervan. 's Morgens stond zij op en zonder iets aan haar broers te durven vertellen besloot zij op de aangegeven plek te gaan kijken of dat wat zij in haar slaap had gezien waar was. Ze kreeg verlof voor een klein uitstapje buiten de stad, en in gezelschap van een vrouw, die wel eens vaker met Lorenzo en haar was meegegaan en die van heel hun doen en laten op de hoogte was, begaf zij zich zo spoedig rnogelijk naar de bewuste plaats. Ze haalde de dorre bladeren weg die daar lagen, en begon op een punt waar de grond haar minder hard leek te graven. En het duurde niet lang of zij stuitte daarbij op het lichaam van haar ongelukkige minnaar, dat nog volledig gaaf en ongeschonden was. En daaruit kon ze duidelijk afleiden dat het droomgezicht waar was geweest. Ofschoon zij bedroefder was dan wie ook, begreep zij dat het daar niet de juiste plaats was voor tranen. En hoewel ze, als dat mogelijk was geweest, graag heel het lichaam had meegenomen om het op een meer passende manier te begraven, zag ze wel in dat dat niet kon. Ze sneed daarom zo goed en zo kwaad als het ging met een mes het hoofd van de romp en wikkelde het in een doek, waarna zij het aan haar gedienstige overhandigde. Nadat zij de rest van het lichaam weer had begraven, ging zij vervolgens, zonder dat zij door iemand was opgemerkt, van die plaats weg en keerde naar huis terug.“

 

 

 932257-8af0d4a9ae15faa12c8d0b8a4d954d7c.jpg

Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

Italiaanse school, Portretgalerij,Schloss Ambras, Innsbruck

 

 

 

 

De Franse schrijver en essayist Jean d'Ormesson (eig. Jean Lefèvre, comte d'Ormesson) werd geboren op 16 juni 1925 in Parijs. Zie ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

 

Uit: Presque rien sur presque tout

 

„Elle est bleue, verte ou noire, ou parfois turquoise ou moirée, ou tout à fait transparente et déjà presque absente. Elle est chaude ou froide, à la température du corps, ou bouillante jusqu'à s'évaporer, ou déjà sur le point de geler et de se changer en glace. Tantôt vous l'avalez et l'eau est dans votre corps; et tantôt vous vous plongez en elle et c'est votre corps qui est dans l'eau. Elle dort, elle bouge, elle change, elle court avec les ruisseaux, elle gronde dans les torrents, elle s'étale dans les lacs ou dans les océans et des vagues la font frémir, la tempête la bouleverse, des courants la parcourent, elle rugit et se calme. Elle est à l'image des sentiments et des passions de l'âme.

Ce serait une erreur que de prêter à l'eau, à cause de sa finesse et de sa transparence, une fragilité dont elle est loin. Rien de plus résistant que cette eau si docile et toujours si prête à s'évanouir. Là où les outils les plus puissants ne parviennent pas à atteindre, elle pénètre sans difficulté. Elle use les roches les plus dures. Elle creuse les vallées, elle isole les pierres témoins, elle transforme en îles des châteaux et des régions entières.“

 

 

 932257-e960baeb8e0477cf5b714f9c528f16a3.jpg

Jean d'Ormesson (Parijs, 16 juni 1925)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en boerin Anna Wimschneider werd geboren op 16 juni 1919 in Pfarrkirchen. . Zie ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

 

Uit: Herbstmilch

 

„Einmal spielten wir auch so schön und lustig und liefen alle rund ums Haus. Da kam bei der Haustüre die Fanny heraus mit unserem Badwandl und schüttete nahe beim Haus viel Blut aus. Wir blieben alle ringsherum stehen und sagten, heh, heh, was haben wir denn geschlachtet? Sie sagte, das ist von der Mutter. Haben wir denn die Mutter geschlachtet? Wir wollten zur Mutter hinein. Sie sagte, bleibt noch da stehen, ich sag es euch schon, wenn ihr reingehen dürft.
Wir warteten. Dann zogen wir die Stiege hinauf in die obere Stube. Es begegneten uns zwei Männer in weißen Kitteln. Zwei Nachbarinnen standen da, und der Vater und alle weinten. Die Mutter lag im Bett, sie hatte den Mund offen und ihre Brust hob und senkte sich in einem Röcheln. Im Bettstadl lag ein kleines Kind und schrie, was nur rausging. Wir Kinder durften zur Mutter ans Bett gehen und jedes einen Finger ihrer Hand nehmen. Später wurden wir wieder zum Spielen hinausgeschickt.
Am Abend kamen die Nachbarn und viele Leute zum Rosenkranzbeten. Die Mutter lag im Vorhaus, in der Fletz aufgebahrt. Ihre schönen rötlichen Haare waren in Locken gekämmt, wie sie dies immer vor dem Spiegel getan hatte. Sie hatte ein schwarzes Kleid an, und Schuhe hatte sie auch an. Wir Kinder fragten, warum hat die Mutter Schuhe an? Die Nachbarin sagte, daß das ein alter Brauch ist, denn eine Wöchnerin muß auf Dornen in den Himmel gehen. Die Nachbarn beteten einen Rosenkranz, dann bekamen sie Brot und ein Trunk wurde gereicht. Dann wurde noch ein Rosenkranz gebetet. Das war zwei Abende so.“

 

 

932257-9184890f619f791c94b268ab20ca67e8.jpg
Anna Wimschneider (16 juni 1919 – 1 januari 1993)

 

 

 

 

De Engelse dichter John Cleveland werd geboren op 16 juni 1613 in Loughborough. Zie ook mijn blog van 16 juni 2009 en ook mijn blog van 16 juni 2010

 

 

The Rebel Scot (Fragment)

 

How, Providence? and yet a Scottish crew?

Then Madam Nature wears black patches too!

What, shall our nation be in bondage thus

Unto a land that truckles under us?

Ring the bells backward! I am all on fire.

Not all the buckets in a country quire

Shall quench my rage. A poet should be feared

When angry, like a comet's flaming beard.

And where's the stoic can his wrath appease,

To see his country sick of Pym's disease?

By Scotch invasion to be made a prey

To such pigwidgeon myrmidons as they?

But that there's charm in verse, I would not quote

The name of Scot without an antidote;
Unless my head were red, that I might brew

Invention there that might be poison too.

Were I a drowsy judge whose dismal note

Disgorgeth halters as a juggler's throat

Doth ribbons; could I in Sir Empiric's tone

Speak pills in phrase and quack destruction;

Or roar like Marshall, that Geneva bull,

Hell and damnation a pulpit full;

Yet to express a Scot, to play that prize,

Not all those mouth-grenadoes can suffice.



 

 

932257-d7fcd6356d3a0fdb2869bc11d9cd60b5.jpg
John Cleveland (16 juni 1613 – 29 april 1658)

Loughborough, Town Hall, rond 1900

 

 

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

Bart, café de Plak I

 

Er hangen torso's aan de keldermuren
van jonge goden van het witte doek.
Bart wacht en tekent aan een nieuwe broek.
Publiek verschijnt hier in de kleinste uren.

Hoe kort ons scheppend ogenblik mag duren,
het is genoeg, om dit cafébezoek
voor altijd vast te leggen voor een boek
dat later mijn geheugen bij kan sturen.

Bart zal wel mooier worden met de jaren,
zijn haar nog zwarter dan het nu al is.
weerschijnend in de glans van het verleden.

Komt ooit een tijd om dit te evenaren,
dan als herinnering, als erfenis
van een moment, volmaakter dan het heden.

 

 

Frans Roumen, Uit: Elk woord van mij is zonde,

(Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1984)

 

 

 

932257-2b646ae9cdd1d68122a7c963fb00af12.jpg
Café de Plak, (Nijmegen, mei 1976 – heden)

 

 

 

Zie ook alle tags voor Frans Roumen op dit blog.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten