Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 6 januari 2018

Die heiligen drei Könige (August Wilhelm Schlegel)

 

Bij het feest van Driekoningen

 

2108533-108466fb366d6b02962d028b18d5c8d0.jpg 
De aanbidding van de Drie Koningen door Albrecht Dürer, 1504

 

 

Die heiligen drei Könige

Aus fernen Landen kommen wir gezogen,
Nach Weisheit strebten wir seit langen Jahren,
Doch wandern wir in unsern Silberhaaren,
Ein schöner Stern ist vor uns her geflogen.

Nun steht er winkend still am Himmelsbogen:
Den Fürsten Judas muss dies Haus bewahren.
Was hast du, kleines Bethlehem, erfahren?
Dir ist der Herr vor allem hoch gewogen.

Holdselig Kind, lass auf den Knien Dich grüßen!
Damit die Sonne unsre Heimat segnet,
Das bringen wir, obschon geringe Gaben.

Gold, Weihrauch, Myrrhen liegen Dir zu Füßen,
Die Weisheit ist uns sichtbarlich begegnet,
Willst Du uns nur mit einem Blicke laben.


 2108533-4e7a50811a4fe4fdcfb28bf3d416d58e.jpg
August Wilhelm Schlegel (5 september 1767 — 12 mei 1845)
Hannover, de geboorteplaats van August Wilhelm Schlegel

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:43 Reageer op dit bericht

Hester Knibbe, Elizabeth Strout, Khalil Gibran, Romain Sardou, Carl Sandburg, Jens Johler, Philipp Friedrich Hiller, E. L. Doctorow

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Laat winterlandschap

heeft soms het dunne landschap zich
vandaag gesneden aan het licht
en zit er zo een wakke plek
ginds in die ijzig strakke lijn
juist waar de zon nu snel verdwijnt?

waarschijnlijk zit daar het lek
kroop je er ongemerkt doorheen
(zoals nevel het land op trekt)
terwijl ik blijkbaar wat alleen
liep langs het vastgevroren riet

of is het dit verdrietig licht
waardoor je hier plots voor me staat
zonder gewicht en zo verweesd
dat schemer uit je ogen slaat

 

 

Thebe

Die ochtend gingen we naar Père Lachaise.
We dronken koffie in Café Rond Point
en staken bij het stoplicht over:
wie grafwaarts gaat wil er niet aan.

Wat ingestort was vonden we het mooist.
Jij nam wat foto's: een gebroken zerk
met scheefgezakte zuilen, terwijl ik Thebe
schreef, de dood een stad vol heimelijk leven.

Een boom had zich genesteld rond een
steen, een naam omworteld, overschreven,
alsof dat hooguit breeduit bleef van
wie ooit stam zei, takken, blad.

We keken in een onafzienbaar gat en
spraken over dàt. Ik zou niet treuren
op je graf zei je, dat kan ik niet, ik zou
je missen, missen zou ik je.

 

 

We vroegen

We vroegen hoe laat komt de dood
voorbij en ze zeiden we weten het niet,

alles is voorbestemd nu en hier
dus we weten het niet. Waarom

is het zo stil verbaasden we ons, zelfs
de klokken slaan hun notie van tijd niet.

Alle uur zonder waarheid
is stilgezet, zeiden zei.

 

2108530-f62fe65e6c20ad7e091615b6231cabb4.jpg 
Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Elizabeth Strout werd geboren op 6 januari 1956 in Portland, Maine. Zie ook alle tags voor Elizabeth Strout opdit blog.

Uit: Ik heet Lucy Barton (Vertaald door Barbara de Lange)

“Eens – nu jaren geleden – moest ik bijna negen weken in het ziekenhuis blijven. Het was in New York en ’s nachts had ik vanuit mijn bed een ongehinderd uitzicht op het Chryslergebouw met zijn geometrisch schitterende lichtjes. Overdag verbleekte de schoonheid van het bouwwerk en geleidelijk werd het simpelweg een van de vele grote blokken tegen de blauwe lucht en leken alle gebouwen van de stad teruggetrokken, stil, veraf. Het was mei, en toen juni, en ik weet nog dat ik vaak voor het raam naar de straat beneden stond te kijken, naar de jonge vrouwen – van mijn leeftijd – in hun voorjaarskleren, buiten met lunchpauze; ik zag de hoofden in gesprek bewegen, de blouses rimpelen in de zachte wind. Ik dacht dat ik, als ik eenmaal uit het ziekenhuis was, nooit meer over straat zou lopen zonder dankbaar te zijn dat ik een van die mensen was, en dat was ik ook jarenlang – dan herinnerde ik me het uitzicht uit het ziekenhuisraam en was ik blij dat ik op straat liep.
Om te beginnen was het een simpel verhaal: ik was naar het ziekenhuis gegaan voor een blindedarmoperatie. Na twee dagen kreeg ik vast voedsel, maar dat kon ik niet binnenhouden. En toen kwam de koorts. Niemand kon een bacterie vinden of achterhalen wat er was misgegaan. Dat is ook nooit gelukt. Ik kreeg vocht via het ene infuus en antibiotica via het andere. De slangen hingen aan een metalen standaard op wiebelige wieltjes die ik met me meetrok, maar ik werd snel moe. Begin juli verdween de aandoening die me had beheerst. Maar tot die tijd verkeerde ik in een heel vreemde toestand – van letterlijk koortsachtig afwachten – waar ik vreselijk onder leed. Thuis had ik een echtgenoot en twee jonge dochtertjes; ik miste mijn meisjes verschrikkelijk en ik was zo bezorgd dat ik bang was er nog zieker van te worden. Toen mijn arts, aan wie ik erg was gehecht – hij was een Joodse man met hangwangen, die een last van zachtmoedige droefheid op zijn schouders droeg, en die ik aan een verpleegster had horen vertellen dat zijn grootouders en drie tantes in de kampen waren vermoord – deze aardige man, die een vrouw en vier volwassen kinderen had hier in New York, kreeg waarschijnlijk medelijden met me en zorgde ervoor dat mijn meisjes – die vijf en zes jaar waren – op bezoek mochten komen mits ze niet ziek waren.”

 

 2108530-3c531f58ebd98306b6e4503e51263615.jpg
Elizabeth Strout (Portland, 6 januari 1956)

 

 

De Libanese dichter en romanschrijver Khalil Gibran werd geboren op 6 januari 1883 in Bischarri. Zie ook alle tags voor Khalil Gibran op dit blog.

 

Aarde (Fragment)

Je lente heeft me gewekt en me naar je velden geleid
Waar je geurende adem opstijgt
Als wierook.
Ik heb de vruchten gezien van je zomerarbeid.
In de herfst, in je wijngaarden, zag ik je
Bloed vloeien als wijn.
Je winter droeg me in je bed, waar de sneeuw getuig¬de van je zuiverheid.
In je lente ben je een geurende olie; in je zomer ben je vrijgevig;
In je herfst ben je een bron van over¬vloed.

Op een kalme en heldere nacht
Opende ik de ramen en deuren
Van mijn ziel en ging
Naar buiten om je te ontmoeten,
Mijn hart gespannen met lust.
Ik zag je staren naar de sterren die naar jou lachen.
Zo wierp ik mijn boeien weg, want ik
Ontdekte dat de woonplaats van de ziel in jou is.
Haar verlangen groeit in jouw verlangen; haar
Vrede rust in jouw vrede; en haar geluk is in het
Goudstof dat de sterren uitstrooien boven jouw Lichaam.

Op een nacht, toen de lucht grijs werd, en mijn ziel
Vol verdriet was, ging ik naar je toe.
En je verscheen voor me als een reus, gewapend met
Woedende stormen, het verleden bevechtend
Met het heden,
Het oude vervangend door het nieuwe, terwijl je
et sterke het zwakke liet verstrooien.

Zo leerde ik dat de wet van de mensen
Jouw wet is.
Ik leerde dat wie droge takken niet laat breken
In de storm, vermoeid zal sterven.
En wie de revolutie niet gebruikt om de
Droge bladeren te verwijderen, langzaam zal vergaan.
Hoe vrijgevig ben je, aarde, en hoe sterk is jouw
Verlangen naar je kinderen, die verdwaald zijn tussen
Wat ze hebben verworven en dat wat ze niet konden verwerven.
Wij klagen en jij lacht; wij fladderen weg
Maar jij blijft!

 

 2108530-215d6f98ed5aa41ee1d47a9ec5ae26fe.jpg
Khalil Gibran (6 januari 1883– 10 april 1931)
Portret door Priapo Longoni

 

 

De Franse schrijver Romain Sardou werd geboren op 6 januari 1974 in Boulogne-Billancourt. Zie ook alle tags voor Romain Sardou op dit blog.

Uit:Das dreizehnte Dorf (Vertaald door Karin Meddekis)

«Für den größten Teil des Abendlandes war der schreckliche Winter im Jahre 1284 eine Katastrophe. Für die Einwohner von Draguan bedeutete er einen weiteren Fluch.
Die Eisschicht, die die kleine, verwitterte Statue der heiligen Jungfrau Maria seit mehreren Wochen einhüllte, zerbrach. Die Kälte spaltete diese arme Gottesmutter aus Gips, die einsam auf dem flachen Land stand, dort, wo die Wege nach Domines und Befayt sich kreuzten.
Die Trümmer wurden nicht aufgesammelt. Man ließ sie dort wie eine Mahnung liegen, um diejenigen zu entmutigen, die sich noch in die Diözese Draguan wagten.
Niemals zuvor hatte es eine solche "Teufelskälte" gegeben. Die Familien, die in der Einsamkeit wohnten, suchten in den Gemeinden Schutz. Unzählige Feuerstellen auf den Feldern warfen einen roten Schein auf das Land. Die Menschen bedeckten die Dächer mit Ölpapier und getrockneten Binsen. Das ganze Volk schmiegte sich an Strohballen und das warme Fell der Tiere, die in die Hütten geholt worden waren. Der strenge Winter in jenem Jahr war schlimmer als die Hungersnöte des schwarzen Jahrhunderts.
Ein gutes Jahr nach den beunruhigenden Ereignissen am Damm von Domines dachte der Bischof von Draguan, Monseigneur Haquin, noch immer, dass sich zu viele Mächte gegen seine kleine Diözese verschworen. Wie alle Menschen hier trug er eine dicke Fellmütze und sorgte sich um die zersplitterten Jungfrauen und die "höllische" Kälte.
Als der Frost einsetzte, musste er seinen Bischofssitz verlassen und in eine kleine Zelle im zweiten Stock des Domstiftes ziehen. Die enge, niedrige Kammer war frisch gekalkt und einfacher zu wärmen als seine eigentliche Wohnstatt. Er gewöhnte sich schnell an die Bedingungen seines neuen Zufluchtsortes: Ein Stuhl, ein Tisch und eine Truhe, alles aus einfachem Holz, genügten für sein Amt. Sein einziger Luxus war ein breiter Chorstuhl, von dem sich der alte Mann niemals trennte. Diesen Holzstuhl, der für ihn zugleich ein Erinnerungsstück und ein geweihter Gegenstand war, nahm er überallhin mit. Besonders in diesen Zeiten. Haquins Charakter hatte sich beträchtlich verändert, seitdem man die drei Leichen im Montayou gefunden hatte. Der Mann, der bislang nicht nur als mächtig, sondern auch als entschlusskräftig und geistesgegenwärtig gegolten hatte, verwandelte sich plötzlich in einen alten, weißhaarigen Einsiedler, der seine Schäfchen vergaß und immerzu vor seinen heiligen Büchern hockte. Seine Augen nahmen die undurchdringliche Tönung der Kirchenfenster an. Sein Blick verhärtete sich. Niemand verstand, warum der etwa achtzigjährige Bischof sich das Schicksal der im Montayou aufgefundenen Leichen so sehr zu Herzen nahm und die Christenschuld so umfassend auslegte.“

 

 2108530-70c2908df041df7d1a24af1007aeb6a3.jpg
Romain Sardou (Boulogne-Billancourt, 6 januari 1974)

 

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Three Ghosts

Three tailors of Tooley Street wrote: We, the People.
The names are forgotten. It is a joke in ghosts.

Cutters or bushelmen or armhole basters, they sat
cross-legged stitching, snatched at scissors, stole each
other thimbles.

Cross-legged, working for wages, joking each other
as misfits cut from the cloth of a Master Tailor,
they sat and spoke their thoughts of the glory of
The People, they met after work and drank beer to
The People.

Faded off into the twilights the names are forgotten.
It is a joke in ghosts. Let it ride. They wrote: We,
The People.

 

 

Three Balls

Jabowsky’s place is on a side street and only the rain washes the dusty three balls.
When I passed the window a month ago, there rested in proud isolation:
A family bible with hasps of brass twisted off, a wooden clock with pendulum gone,
And a porcelain crucifix with the glaze nicked where the left elbow of Jesus is represented.
I passed today and they were all there, resting in proud isolation,
the clock and the crucifix saying no more and no less than before,
and a yellow cat sleeping in a patch of sun alongside the family bible with the hasps off.
Only the rain washes the dusty three balls in front of Jabowsky's place on a side street.

 

 

Stars, Songs, Faces

Gather the stars if you wish it so.
Gather the songs and keep them.
Gather the faces of women.
Gather for keeping years and years.
And then . . .
Loosen your hands, let go and say goodby.
Let the stars and songs go.
Let the faces and years go.
Loosen your hands and say goodbye.

 

 2108530-cfb472bc771dd2526f67f4280dd22882.jpg
Carl Sandburg (6 januari 1878 - 22 juli 1967)
Standbeeld in Galesburg

 

 

De Duitse schrijver Jens Johler werd geboren op 6 januari 1944 in Neumünster. Zie ook alle tags voor Jens Johler op dit blog.

Uit: Die Stimmung der Welt

„Am fünfzehnten  märz  des  jahres 1700,  kurz vor Sonnenaufgang, machte Bach sich auf den Weg. Johann Christoph begleitete ihn bis zum Stadttor und, da es immer noch nicht hell werden wollte, auch darüber hinaus. Als sie auf der Höhe des Berges anhielten, sahen sie, wie die Sonne ihre ersten Strahlen über den Saum des Waldes schickte. Kommst du allein zurecht?
Bach antwortete nicht. Räuber und Zigeuner waren in diesem Wald zu Hause und warteten nur darauf, ihm den Ranzen und die Geige wegzunehmen. Sowie Johann Christoph ihn allein gelassen hätte, würden sie sich auf ihn stürzen.
Du zitterst ja. Ist dir kalt?
Ihm war nicht kalt, er zitterte nur. Er würde sofort losrennen, wenn sein Bruder gegangen wäre.
Also dann, Kleiner, Gott befohlen.
Bach erwiderte die Umarmung seines Bruders und rannte los.
Warte!
Johann Christoph zog ein gerolltes Papierbündel aus seinem Wams hervor. Fast hätte ich es vergessen, sagte er. Da, nimm. Jetzt gehört es dir.
Bach wich einen Schritt zurück und starrte auf das Bündel. Soll ich es dir in den Ranzen stecken?
Bach wischte sich, während Johann Christoph den Ranzen aufschnürte und die Rolle darin verstaute, verstohlen eine Träne aus dem Augenwinkel.
Und immer fleißig sein, hörst du?
Er nickte.
Du sagst ja gar nichts. – Und dann, bevor er sich endgültig auf den Weg zurück nach Ohrdruf machte, sagte Johann Christoph beiläufig, mehr gemurmelt als gesprochen: Hüte dich vor Hochmut, Kleiner. Du wirst uns einmal alle übertreffen.
Bach blickte dem Bruder verwundert nach. Johann Christoph war sein Lehrer gewesen, fünf Jahre lang, ein strenger Lehrer, der kaum je ein Lob über die Lippen gebracht hatte. Und nun dies? Und was war es, das der Bruder da gesagt hatte? Eine Prophezeiung, ein Wunsch, ein Auftrag, ein Befehl?“

 2108530-378d1e63e55f19438d2d6e7dec8c4a87.jpg
Jens Johler (Neumünster, 6 januari 1944)
Neumünster

 

 

De Duitse dominee en dichter van (geestelijke) liederen Philipp Friedrich Hiller werd geboren op 6 januari 1699 Mühlhausen an der Enz, nu een voorstad van Mühlacker. Zie ook alle tags voor Philipp Friedrich Hiller op dit blog.

 

O Lebenswort! Wer dankt genug

O Lebenswort! wer dankt genug,
Daß Du im Fleisch gekommen,
Und nach der Liebe tiefstem Zug
Das Knechtsbild angenommen!
Du schämtest Dich der Sünder nicht,
Gingst selber für sie ins Gericht
Und starbst für ihre Sünden.

Kein Mensch dies Wunder fassen kann,
Kein Engel kann's verstehen.
Der Glaube schaut's und betet an,
Bewundert, was geschehen.
Drum sei Dir unser Lob geweiht,
Denn Dir, dem Herrn der Herrlichkeit,
Lob, Ehr' und Ruhm gebühret.

 

 2108530-2cdf23dace239b9d98f9cb51477e2ee9.jpg
Philipp Friedrich Hiller (6 januari 1699 - 24 april 1769)

 

 

De Amerikaanse schrijver Edgar Laurence Doctorow werd geboren op 6 januari 1931 in New York. Zie ook alle tags voor E. L. Doctorow en alle tags voor EL Doctorow op dit blog.

Uit:Andrew’s Brain

« I can tell you about my friend Andrew, the cognitive scientist. But it’s not pretty. One evening he appeared with an infant in his arms at the door of his ex-wife, Martha. Because Briony, his lovely young wife after Martha, had died.
Of what?
We’ll get to that. I can’t do this alone, Andrew said, as Martha stared at him from the open doorway. It happened to have been snowing that night, and Martha was transfixed by the soft creature-like snowflakes alighting on Andrew’s NY Yankees hat brim. Martha was like that, enrapt by the peripheral things as if setting them to music. Even in ordinary times, she was slow to respond, looking at you with her large dark rolling protuberant eyes. Then the smile would come, or the nod, or the shake of the head. Meanwhile the heat from her home drifted through the open door and fogged up Andrew’s eyeglasses. He stood there behind his foggy lenses like a blind man in the snowfall and was without volition when at last she reached out, gently took the swaddled infant from him, stepped back, and closed the door in his face.
This was where?
Martha lived then in New Rochelle, a suburb of New York, in a neighborhood of large homes of different styles—Tudor, Dutch Colonial, Greek Revival—most of them built in the 1920s and ’30s, houses set back from the street with tall old Norway maples the predominant trees. Andrew ran to his car and came back with a baby carrier, a valise, two plastic bags filled with baby needs.
He banged on the door: Martha, Martha! She is six months old, she has a name, she has a birth certificate. I have it here, open the door please, Martha, I am not abandoning my daughter, I just need some help, I need help!

The door opened and Martha’s husband, a large man, stood there. Put those things down, Andrew, he said. Andrew did as he was told and Martha’s large husband thrust the baby back into his arms.”

 

 2108530-425e41fa0563aeae85ae156babf21935.jpg
E. L. Doctorow (6 januari 1931 – 21 juli 2015)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn vorige blog van vandaag

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 6 januari 2007 en ook mijn blog van 6 januari 2008 en eveneens mijn blog van 6 januari 2009.

Geschreven door Romenu om 11:41 Reageer op dit bericht

Ivan Olbracht, Benedikt Livshits, Anja Meulenbelt, Astrid Gehlhoff-Claes, Joachim Specht, Günter Görlich, Idris Davies

De Tsjechische schrijver, journalist en vertaler Ivan Olbracht (eig. Kamil Zeman) werd geboren op 6 januari 1882 in Semily. Zie ook alle tags voor Ivan Olbracht op dit blog.

Uit: Waffen – Waffen (Vertaald door Otto Katz)

„Nix Bett, nix Tisch, nix Stuhl. Ich da zehn, zwanzig und noch drei Tage, jeden Tag, heute, gestern, morgen öffnet sich die Türe und es kommt ein Honved-Oberleutnant, ein Honved-Kadett und zwei Soldaten. Der Oberleutnant Graf Belaffy Imre und der Kadett Baron Czengery Taszilo. Kleider herunter, weg, weg, weg, alles von mir weg, bin ganz nackt. Sie legen mich auf die Erde, Mund zur Erde so — und halten fest. Der Kadett hat eine Flasche, so wie die, die auf dem Koffer steht, Säure! Weißt du, was das ist, kennst du H zwei SO vier?"
"So, wie ich es dir auf den Rand der Zeitung schreibe."
„Aha, du kennst das. In der Säure steckt ein Gänsekiel.
Das muss ich dir aufmalen. Siehst du, eine Gans und da zupf aus einem Flügel heraus, — so, eine Feder.
Und der Kadett taucht diese Feder in die Flasche mit der Säure H zwei SO vier und steckt sie mir dann in den Hintern. Ich brülle — ah — ich brülle schrecklich vor Schmerz. Jeden Tag, weißt du, heute, gestern, morgen, zehn, zwanzig und noch drei Tage. Der Oberleutnant und der Kadett stehen über mir und rollen die Augen: ,Sprich.' Ich: ,Nein.' Sie: .Sprich Bestie.' Ich: ,Nein.' Sie: ,Wo ist Acz Aladar, wo ist Feher, wo ist Szabo?' Ich: ,Nein.' Sie haben Peitschen, sie peitschen mich, bis ich die Besinnung verliere, dann bringen sie einen Eimer und begießen mich, bis ich die Augen öffne.“

 

 2108526-3b5b58f365e497242608cb0897d3acec.jpg
Ivan Olbracht (6 januari 1882 – 20 december 1952)
Standbeeld in Kolochava, Oekraïne

 

 

De Russische dichter, schrijver en vertaler Benedikt Konstantinovich Livshits werd geboren op 6 januari 1887 in een ​​geassimileerd joods gezin in Odessa. Zie ook alle tags voor Benedikt Livshits op dit blog.

Uit: L'archer à un œil et demi (Vertaald door Emma Sébald e.a.)

« Je me représente l'ensemble des unités de la langue poétique comme une masse conti-nue, comme un seul tout organique, dans lequel je distingue des parties à poids spécifi-que inégal, pour ainsi dire, des parties à état de raréfaction inégal. Ces différences sont déterminées par la liaison plus ou moins étroite de l'aspect sonore du mot avec son contenu sémantique et émotionnel et se disposent sur une échelle, dont la base coïncide avec notre vocabulaire courant, pratique, et dont le sommet va se ficher dans la région du son pur. Conformément à cette conception, je considère comme supérieur le type de construction où les mots se combinent selon les lois d'affinité interne, ou se cristallisent librement selon leurs axes propres, sans chercher à s'accorder avec l'ordre des phéno-mènes du monde extérieur ou de mon "moi" lyrique. De là, comme conséquence ultime, pour l'instant simplement théorique, l'abolition de la syntaxe, comme système de combi-naison de mots qui n'a de légitimité que dans la langue des concepts uniquement, et, comme conséquence accessoire, la modification de la syntaxe dans le but d'éliminer la narrativité au profit de la figurativité. J'ai donné des échantillons de la nouvelle syntaxe du discours poétique et non poétique dans mon dernier ouvrage Vols e solnce, livre de propositions théoriques plus que de réalisations concrètes.»

 

 2108526-7f37428ffa7354a95962806d46e92a10.jpg
Benedikt Livshits (6 januari 1887 - 21 september 1938)
Osip Mandelstam, Kornei Chukovsky, Benedikt Livshits en Yuri Annenkov in 1914

 

 

De Nederlandse schrijfster, publiciste, feministe en politica Anja Meulenbelt werd geboren in Utrecht op 6 januari 1945. Zie ook alle tags voor Anja Meulenbelt op dit blog.

Uit: De schaamte voorbij

“Ik wil geen kompromissen sluiten. Ik wil me niet schamen. Het is moeilijk. Na het kompromis van wat ik schreef in politieke taal, ekonomiese taal, om verstaanbaar te zijn voor bondgenoten, bleek dat te veel was weggevallen dat niet paste in de schema's. Ik schrijf om mijn evenwicht te herstellen. Tegenwicht voor de marxistiese taal waarin ik veel kon vatten maar niet alles. Het zou een eenheid moeten zijn, het moet een eenheid worden, maar dat is het nog niet. Het persoonlijke is politiek, maar voorlopig loopt door mijn schrijven dezelfde breuk als waar ik in de realiteit op stukloop.
Een te gemakkelijk sukses, onze pijn vertaald in termen van produktie en reproduktie. Mensen die naar me toe komen om me te vertellen dat ze het nu begrijpen. Terwijl ik al jaren hetzelfde zeg. ‘Je nivo is zoveel hoger dan een paar jaar terug toen je nog van die opgewonden stukjes schreef,’ zegt iemand.
Mijn pijn is uit het schema gevallen. Zonder pijn begrijpen ze het beter. Een te gemakkelijk begrip. Ik krijg de behoefte het weer af te breken. Zo simpel liggen de zaken niet. Nazonnend in de warmte van komplimenten, mijn ego een maat groter, word ik weer wantrouwig. Als vriendschap zo eenvoudig is dan heb ik te weinig gezegd.
Opnieuw de verleiding om het daarbij te laten. Er bij te horen. De kameraden van vroeger die liegen dat ze altijd al hebben gezien hoe belangrijk we zouden worden. Die solidariteit veinzen die ze nooit hebben gevoeld. Hoe prettig is het om ze te geloven. Geen pijn. Geen kloof. Geen haat.”

 

 2108526-bf39a3779515061a7dec28728db90025.jpg
Anja Meulenbelt (Utrecht, 6 januari 1945)

 

 

De Duitse schrijfster Astrid Gehlhoff-Claes werd geboren op 6 januari 1928 in Leverkusen. Zie ook alle tags voorAstrid Gehlhoff-Claes op dit blog.

Uit: Inseln der Erinnerung

„Freundlich blickt auch sein Herr, er lächelt zu Noah; er fragt immer, wie es geht; ungeschwätzig, er hat mich anfangs vor gefährlichen Hunden gewarnt, die wir meiden. Er hebt kurz die Hand, er geht weiter, schlank, federnd, fast achtzig – ein Rentner, den die Welt wach hält.
Das gilt hier für viele Menschen. Da kommt Micki, ein Spaniel, mit seiner Herrin, die über achtzig ist: zart, elegant, nach Hüftoperation am Stock gehend, aber nur wegen des Hundes, sonst geht sie frei. Über achtzig, ihr Mann ist neunzig, geht mittags mit dem Hund. Das macht die Straße möglich, unsere Straße, wo man von den Häusern über den stillen Fahrdamm direkt zum Ufer geht. Ihr Dasein ist lebenswichtig.
Wie das Kraftwerk, das am anderen Ufer aus Wiesen und Pappeln auftaucht, uns den Strom gibt, so gibt diese Straße den Mut zu laufen, zu leben, wenn es sonst nirgends mehr geht. Micki spielt mit Noah, die langen Ohren fliegen, auch Micki ist schon alt. Vielleicht nimmt sie einen kleinen King Charles, sagt die alte Dame, wenn Micki nicht mehr lebt. Zukunftspläne – ich liebe diese Straße, weil sie wie eine Blume durch ihren Anblick stärkt; ich hoffe, daß sie uns Tag für Tag diese Stärke vorblüht.
Florian bellt und bellt, wenn er andere rennen sieht, weil er nie von der Leine loskommt: Sein Herr geht an Krücken. Fünfundsiebzig Jahre, weit nach vorn gebeugt, unheilbarkrank. Dennoch geht er viermal täglich hier. Und daß er nur hier den Dackel behalten kann, sieht er. Sieht es dankbar.
Und schreibt es, schreibt sein ganzes reiches Leben auf. Dazu habe ich ihn angeregt. Aber diese Straße macht, daß er es auch durchhält. Durch ihre Lage, durch ihr Wesen, fein und allein, so daß Lautes nie eindringt; Vögel und Falter nur, die der Duft der Straße anzieht, die sie schmücken, die sie wie einen Kelch füllen. Wie das Singen einer Sommerwolke, die verweht.”

 

 2108526-995e00814edf58b2ed8cd639aa90a350.jpg
Astrid Gehlhoff-Claes (6 januari 1928 – 1 december 2011)
Leverkusen, Rathaus-Galerie

 

 

De Duitse schrijver Joachim Specht werd geboren op 6 januari 1931 in Weinböhla/Kreis Meißen. Zie ook alle tags voor Joachim Specht op dit blog.

Uit: Koala heißt das Wappentier

„Aus der Dunkelheit rollte eine zweimotorige Maschine die Landebahn herauf. Der Pilot musste weit hinten aufgesetzt haben. Schnell verzog sich der Zöllner mit seinem Hund zwischen die hinteren Stückgüter. Irgendwas stimmte hier nicht. Gemächlich wendete die alte Dakota, bis sie auf der Grasnarbe vor der Schiebetür der Lagerhalle zum Stehen kam. Aus dem Einstieg klappte eine Steigleiter. Zwei Männer liefen auf die Halle zu, sie trugen Schrotflinten unter dem Arm. Der Zöllner begriff, solche Typen waren nicht ansprechbar, die drückten gleich ab. Vorsichtshalber hielt er seinem Hund die Schnauze zu. Von seinem Platz aus konnte er die beiden Männer gut beobachten. Zielbewusst traten sie in die dunkle Halle. Der Schein einer Stablampe erfasste den Korb. Behutsam, als handele es sich um Explosives, trugen sie die Fracht zur Maschine. Als sie den Korb in den Einstieg hievten, fiel etwas heraus. Sie schienen es nicht bemerkt zu haben, denn die Treppe wurde hochgezogen. Motorengebrumm, die Maschine holperte zur Piste, startete ins Dunkel, hob ab.
Jetzt erst öffnete der Zöllner den Karabinerhaken, sein Hund schoss davon. Helles Gewinsel. Dort, wo die Dakota gewendet hatte, lag ein länglicher Gegenstand, eine Flasche, sie war aus dem Korb gefallen. Im Schein der Stablampe entdeckte der Zöllner einen Vogel. Der Flaschenhals war mit Watte verschlossen. Kein Zweifel, das war illegaler Tiertransport. Er gab den Fund über Sprechfunk durch und machte sich auf den Weg zum Zollbüro“.

 

 2108526-9d7a1f27c708b4c12cd1f6dd954ad411.jpg
Joachim Specht (6 januari 1931 – 12 februari 2016)

 

 

De Duitse schrijver Günter Görlich werd geboren op 6 januari 1928 in Breslau. Zie ook alle tags voor Günter Görlich op dit blog.

Uit: Eine Anzeige in der Zeitung

„Der Neue fällt auf im Lehrerkollegium. Seine Haare scheinen für einen Lehrer etwas lang zu sein, meint man. Auch trägt er grellfarbige Hemden und ein Seidentüchlein um den Hals. Er wirkt wie ein fremder bunter Vogel. Doch es ist nicht nur sein Äußeres, das Aufsehen erregt. Viel mehr schaffen seine überra-schenden Lehrmethoden und seine unbequemen Fragestellungen Unruhe. Auch Herbert Kähne ist von dieser Unruhe betroffen. Er soll — so will es Strebelow, der Schulleiter — den Neuen ,im Auge behalten'. Kähne erfüllt den Auftrag, denn er fühlt sich zu diesem ungewöhnlichen Menschen Manfred Just hingezo-gen, er möchte ihn ergründen, sein Vertrauen gewinnen. Gemeinsam durchstehen sie schwierige Situatio-nen und er glaubt bereits, ihm freund zu sein, da gerät ihm im Urlaub eine Anzeige in die Hände, die Just tot meldet. Kähne glaubt nicht, es sei ein Unfall gewesen, und mißachtet Strebelows Weisung, es bei dieser Version zu belassen. Er will der Wahrheit auf den Grund kommen. (Klappentext) (S. 47ff.) An jenem Tag hospitierte ich wieder einmal bei Just. Ich wollte in einer Staatsbürgerkwidestunde dabeisein, nicht um zu kontrollieren, nur um Neues zu hören und zu erfahren. Das sagte ich tun unter vier Augen. Er sah mich nachdenklich an, vielleicht ein wenig spöttisch. Ich konnte mich aber auch täuschen. Meine Hospitationswut bei Just, das wußte ich, war doch ziemlich ungewöhnlich. Er sagte: „Bitte, kommen Sie. Es kann aber sein, daß ich heute etwas vom Lehrplan abweiche. Ich meine, es ist notwendig. Doch Ihr Besuch ist ja, wie ich annehme, auch eine Abweichung vom Hospitationsplan." „Ich habe daran Interesse", sagte ich rasch, „es hängt von Ihrem Einverständnis ab." Besonderes Aufsehen bei den Schillern erregte meine Teilnahme an der Stunde nicht oder nicht mehr. Man hatte sich daran gewöhnt, zumal Just nicht die geringste Unsicherheit oder anderweitige Reaktionen zeigte. Die Unterrichtsstunde begann tatsächlich ungewöhnlich. Keine Fragen, keine Wiederholung, keine Zu-sammenfassung, Just erzählte ein Erlebnis. Ich weiß nicht, ob das, was er den Schülern berichtete, von ihm wirklich erlebt worden war oder ob er sich die Geschichte ausgedacht hatte zum Zwecke größerer Anschaulichkeit im Unterricht.“

 

 2108526-6f7756aa1f3c7c6f3fe85de02d60124c.jpg
Günter Görlich (6 januari 1928 – 14 juli 2010)

 

 

De Britse dichter Idris Davies werd geboren op 6 januari 1905 in Rhymney, Monmouthshire. Zie ook alle tags voor Idris Davies op dit blog.

 

Mrs Evans fach, you want butter again

Mrs.Evans fach, you want butter again.
How will you pay for it now, little woman
With your husband out on strike, and full
Of the fiery language? Ay, I know him,
His head is full of fire and brimstone
And a lot of palaver about communism,
And me, little Dan the Grocer
Depending so much on private enterprise.

What, depending on the miners and their
Money too? O yes, in a way, Mrs. Evans,
Come tomorrow, little woman, and I'll tell you then
What I have decided overnight.
Go home now and tell that rash red husband of yours
That your grocer cannot afford to go on strike
Or what would happen to the butter from Carmarthen?
Good day for now, Mrs.Evans fach
.

 

 2108526-16521a06444b7a639c5cd2b045f96b0a.jpg
Idris Davies (6 januari 1905 – 6 april 1953)
Cover biografie

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 6 januari 2007 en ook mijn blog van 6 januari 2008 en eveneens mijn blog van 6 januari 2009.

Geschreven door Romenu om 11:40 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten