Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 23 september 2017

De mist (Jan Prins), Dolce far niente

 

Dolce far niente

 

 2075374-fa5bbc5ba3bba9da2a147ec0e7bd65df.jpg
Misty Morning door Alfred Sisley, 1874

 

 

De mist

De mist, onzeker,
dan grauw, dan bleker
hangt om ons heen.
De schim van stranden,
van lage landen,
verzonk, verdween.

Wij turen, turen
door eenzame uren
en dan, een wijl, -
als vanuit dromen
tot ons gekomen, -
verschijnt een zeil.

Wij zien, - een rimpel
in 't licht, - de wimpel
hoog in de mist
voorbij ons drijven.
Daaronder blijven
als weggewist

de vage lijnen,
die weer verdwijnen.
Een horen klinkt,
en van een schinkel
rukt het gerinkel.
En dan verzinkt

alles in 't wijde
vaal uitgespreide
voor ons gezicht.
De mist, al-nauwer,
dan bleek, dan grauwer
klemt om ons dicht.

 

 2075374-d9d09fc4565e987cb0ab2628704adbf5.jpg
Jan Prins (5 februari 1876 – 9 februari 1948)
Rotterdam, de geboorteplaats van Jan Prins

 

 

Zie voor de schrijvers van de 23e september ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:19 Reageer op dit bericht

Peter Drehmanns, Inge Boulonois, Antonio Tabucchi, Tom de Cock, Ellen Warmond, Olga Kirsch, Mary Coleridge

De Nederlandse dichter en schrijver Peter Drehmanns werd op 22 september 1960 in Roermond geboren. Zie ook alle tags voor Peter Drehmanns op dit blog.

 

Victors verweer

Hij heet Victor en zijn plasser ziet eruit als een verfrommeld kotszakje. In plaats van een ritslipje heeft zijn jas een paperclip. En als hij zijn bril afzet wil de wereld niets meer met hem te maken hebben.
Maar dat maakt hem nog niet kansloos.
Hij is jong genoeg om het leven aan te kunnen en oud genoeg om het aan zijn laars te lappen. Of andersom.
Op een heldere winterochtend van het jaar 19.. klapte Victor de kleppen van zijn pet naar beneden en ging op het zadel zitten. Een vliegenier op een fiets - het moet een belachelijk gezicht zijn geweest. Maar zijn oren, zijn vleermuisdunne oren eisten respect en mochten niet worden blootgesteld aan polaire geselingen. Hij begaf zich op weg naar het postkantoor.
Hoewel hij zeker wist dat de brief het standaardgewicht niet overschreed, liet hij hem wegen door de postbeambte. Niets mocht aan het toeval worden overgelaten. Op de envelop had hij haar naam en adres met de Parker 51 geschreven, die hij uitsluitend gebruikte voor liefdesbrieven. Hij wachtte tot hij de brief in de postzak zag verdwijnen.
De hele dag had hij jeuk aan zijn ogen. Men zei dat het kwam door de barbaarse kou. Hij geloofde er geen woord van. Hij wreef zo hard en zo vaak in zijn ogen dat hij vreesde dat ze zouden verpulveren.
In de vroege avond, toen de dag rood aan de randen werd (als een in brand gestoken vel papier dat langzaam naar het midden toe krult en ten slotte in zwarte slierten uiteenvalt), metselde Victor zijn brievenbus dicht. Hij verstevigde het cement met zijn collectie Bic-pennen, die nu als speerpunten de postbode opwachtten. Tussen hen in troonde de Parker 51, de veldmaarschalk. Zijn gouden bajonet glom van trots.

 

 2075366-adfd4d4cdd69f9763b0c7ca89da6f8aa.jpg
Peter Drehmanns (Roermond, 22 september 1960)

 

 

De Nederlandse dichteres en schilderes Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar op 23 september 1945. Zie ook alle tags voor Inge Boulonois op dit blog.

 

Het geluk van een tafel

Het is het niet bedoelde. De huisspin
bungeejumpend tussen zijn vier poten.
Het schonkig hoofd gevuld met roes,
ronkend op zijn blad. Het is de vlieg

die zich kwiek in de poten wrijft
na een gigasnelle landing. De wellustige voet
die zonder erg zijn poot streelt
en niet het ademende been van een ander.

De zachte schuierharen zijn het
bij het wegvegen van kruimels
evenals de kleine vingers die een toekomst
van papieren bootjes vouwen op de vlakste zee.

Maar het is vooral het kind dat zonder kik
onder hem zit, daar vanouds een schuilplaats vindt,
dàt is het geluk van een tafel –

 

Fake facts

Er komt een yoghurtdrank voor hoger opgeleiden
Pastoor die over water loopt, geeft plots een gil
En wordt, hoe triest, verslonden door een krokodil
Verdomd, op dertien juni is het eind der tijden

Snif, ‘k heb van nepnieuws een sonnettenkrans geschreven
Voor dat juweel wou men mij hier géén ruimte geven!

 

 2075366-ebf39ee0b48b21ca582728254ca178ef.jpg
Inge Boulonois (Alkmaar, 23 september 1945)

 

 

De Italiaanse schrijver, vertaler, en literatuurwetenschapper Antonio Tabucchi werd op 23 september 1943 geboren in Pisa. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Antonio Tabucchi op dit blog.

Uit: For Isabel (Vertaald door Elizabeth Harris)

„The garden lane was deserted. The old Chinese gatekeeper wore a cap with The Grotto of Camões written on the plastic brim.
We’re closing, the gatekeeper said, I’m about to close the gates. I don’t need much time, I tried with a smile, just a quick trip to the Grotto of Camões. He answered, reasonably: Why go at this late hour? Come back tomorrow morning, sir, the garden will be cool, the cave will be cool, tomorrow morning you can enjoy the cool air, now all you’ll find are sleeping bats. Yes, I understand, I said, but it just so happens that I really do need to visit the cave tonight: I’ve had an inspiration. The gatekeeper removed his cap and scratched his head. I don’t understand, he said. What’s your name? I asked. He gave me a timid smile. In the registry office, my name is Manuel, he answered, because in the registry office here, we have Portuguese names, but my real name, my Chinese name, is something else. He uttered a Chinese name and smiled again. And what does your name mean in Chinese? I asked. It means Light Shining Upon Water, he said. This seemed like the perfect opportunity, and I slipped my arm into his. Listen, Light Shining Upon Water, I said, I have a shining light as well, and it’s this light that made me think to visit the cave this very night, look, see up there? I pointed to a bright star, the brightest in the sky. It’s from there, I said, that I get my inspiration, or my idea, call it what you will. He raised his arm as I did and pointed. The stars are guides, he said, they guide everything, and we pitiful humans just don’t know it.
My friend, you comfort me, I said, because you understand me, you know, I got a message from that shining light, it’s called Sirius. He brought his raised arm alongside mine and looked at me doubtfully. You’re not familiar with the Macao sky, he said, his voice apologetic, sorry, but you’re really not familiar with our sky, that star has a different name in Chinese, in Latin, it’s something else, if I’m saying it correctly in your language, it’s called Canopus, that star is Canopus, you’re a bit confused, my friend: from these latitudes your star can’t be seen; I know the sky, I’ve studied it. Now I, too, scratched my head. All right, I said, I’ll give you that; still, I did receive a message—from Sirius or Canopus, I couldn’t say—but I have to get inside that cave where that great, half-blind poet praised Christianity in the sixteenth century, and I have to get in there tonight.”

 

 2075366-f5b804a8f56068a33dea119d2593f44c.jpg
Antonio Tabucchi (23 september 1943 – 25 maart 2012)
 

 

 

De Vlaamse schrijver en radio-dj Tom De Cock werd geboren in Rotselaar op 23 september 1983. Hij woont in Borgerhout. Zie ook alle tags voor Tom de Cock op dit blog.

Uit:En toen kwam jij

“Ik werk tegenwoordig als eindredacteur voor Weekend Knack. Binnenkort is het Vaderdag, zoals je weet. We laten bekende vaders een brief aan hun zoon of dochter schrijven. En ik dacht daarbij aan jou.’
Ik probeerde uit te rekenen hoe groot de kans was dat Ellen een verkeerd nummer had gebeld. Zo goed als nihil.
‘Je weet dat ik geen kind heb. Toch?’
‘Ja, maar je wilt er wel een.’
‘Dat kan nog jaren duren.’
‘Het is een originele invalshoek. Denk er eens over na. De deadline is dinsdag.’
Ik kon Ellen, gezien mijn historische schuld, niets weigeren. Bovendien leek het me een leuke gelegenheid om in alle luwte weer eens wat creatiefs te schrijven, want dat was alweer even geleden. Dus een week later in Weekend Knack:
Hey Lieverd!
Gek zeg. Dit is waarschijnlijk mijn min-tweede Vaderdag. Of kom, misschien de min-derde. We gaan daar niet lastig over doen, de tijd dringt niet. Ik weet dat je komt, ergens tussen nu en twee, drie jaar.
Je zult geboren worden. Tenminste, dat lijkt me toch praktisch. Ik heb het ook ooit gedaan; nog nooit
spijt van gehad. Jouw buikmama zal om één grote of duizend kleine redenen niet voor je kunnen of
willen zorgen. Te jong, te oud, te verslaafd, te gelovig, te illegaal, te onmogelijk. De gynaecoloog haalt
er specialisten bij, die samen met je biomama naar een oplossing zullen zoeken, want bij haar blijven
zou gewoon lekker logisch en makkelijk zijn. In afwachting mag jij aan het leven wennen bij een leuke familie waar je niets tekortkomt. En een maand of drie later, wanneer alles gezegd en geprobeerd en
uitgevlooid is, zal er iemand de telefoon nemen en mij bellen. Midden op een werkdag, misschien wel
twee minuten voor mijn radioprogramma begint. Ik laat alles vallen waar ik mee bezig ben. En dan komt het moment waarop we elkaar in de warme schoot van een astronomisch groot toeval tegenkomen: je papa en ik bellen aan bij je pleeggezin.”

 

 2075366-2f8b93b1935a0f4891f4cfe1f9fc2c6f.jpg
Tom De Cock (Rotselaar, 23 september 1983)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Ellen Warmond (pseudoniem van Pietronella Cornelia van Yperen) werd geboren in Rotterdam op 23 september 1930. Zie ook alle tags voor Ellen Warmond op dit blog.

 

Het egocentrisch heelal

Zeggen wij woorden, gedichten.
bedoelen wij: mensen, gezichten.
Wij spreken
een dubbelel taal:
iedereen, allemaal,
eeuwigheid, overal,
betekenen: jij en ik,
ademval,
ogenblik.

 

 

Bij dag uitzicht op zee

Bij dag uitzicht op zee
en op het hospitaal
-twee oceanen onrust
op andere schaal-

als het stil is
's nachts
kun je ze horen worstelen
- zonder onderling verband -

de zieken met hun dromen
de golven met het strand.

 

 2075366-8f41a17d408a8bd01c59c964d934a273.jpg
Ellen Warmond (23 september 1930 – 28 juni 2011)
Ellen Warmond en Remco Campert ontvangen de Reina Prinsen Geerligs Prijs in 1953.

 

 

De Zuid-Afrikaanse / Israëlische dichteres Olga Kirsch werd geboren in Koppies in de Oranje Vrijstaat op 23 september 1924. Zie ook alle tags voor Olga Kirsch op dit blog.

 

Wanneer jy weg is

Wanneer jy weg is, is ek soos ’n tuin
in die winter waarin al wat leef hom klein

vou om die sap se warmte te bewaar.
Jy is my donker wortels in die swaar-

deurdringbare grond van ’n aangenome land.
Sonder jou is ek ’n uitheemse plant

wat nêrens meer kan aard nie. Daarom rig
ek teen die ysige dae tot jou terug-

koms – son deur ’n brandglas – gedagtes aan jou
hier waar boeke my stom geselskap hou

want jy is die enigste aan wie ek vertel
wat mens vertel. Jy’s minnaar, vriend, metgesel.

 

 2075366-5e7075f3ea672b1fe1adcedb3e11b6b4.jpg
Olga Kirsch (23 september 1924 – 5 juni 1997)

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Mary Elizabeth Coleridge werd geboren in Londen op 23 september 1861. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Mary Colderidge op dit blog.

 

The Witch

I have walked a great while over the snow,
And I am not tall nor strong.
My clothes are wet, and my teeth are set,
And the way was hard and long.
I have wandered over the fruitful earth,
But I never came here before.
Oh, lift me over the threshold, and let me in at the door!

The cutting wind is a cruel foe.
I dare not stand in the blast.
My hands are stone, and my voice a groan,
And the worst of death is past.
I am but a little maiden still,
My little white feet are sore.
Oh, lift me over the threshold, and let me in at the door!

Her voice was the voice that women have,
Who plead for their heart’s desire.
She came—she came—and the quivering flame
Sunk and died in the fire.
It never was lit again on my hearth
Since I hurried across the floor,
To lift her over the threshold, and let her in at the door.

 

 

To Memory

Strange Power, I know not what thou art,
Murderer or mistress of my heart.
I know I'd rather meet the blow
Of my most unrelenting foe
Than live---as now I live---to be
Slain twenty times a day by thee.

Yet, when I would command thee hence,
Thou mockest at the vain pretence,
Murmuring in mine ear a song
Once loved, alas! forgotten long;
And on my brow I feel a kiss
That I would rather die than miss.

 

 2075366-338b1cc5d483c3a2aa856799012af3fa.png
Mary Coleridge (23 september 1861 – 25 augustus 1907)
Londen. The Embankment door John O'Connor, 1874

 

 

Zie voor de schrijvers van de 23e september ook mijn vorige blog van vandsaag.

Geschreven door Romenu om 11:18 Reageer op dit bericht

Leni Saris, Jaroslav Seifert, Theodor Körner, Euripides, Emma Orczy, Daniel Czepko von Reigersfeld

De Nederlandse schrijfster Leni Saris werd geboren in Rotterdam op 23 september 1915. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Leni Saris op dit blog.

Uit: Zomaar een dak

“Dorrith en Maxi Sunderman waren in de omgeving minder bekend om het feit dat ze tweelingen waren, als door het feit dat ze in de gekste verwikkelingen verzeild raakten. Dat wilde zeggen, dat Maxi de moeilijkheden veroorzaakte en Dorrith, meestal met succes, probeerde haar eruit te halen. Uiterlijk leken ze verwarrend op elkaar, maar innerlijk waren ze zo verschillend als twee mensen maar kunnen zijn. Maxi was vrolijk, voortvarend en wild. Ze dacht wel degelijk, maar meestal te laat. Dorrith, veel kalmer, was ook vrolijk, maar ze dacht na voor ze iets deed, en ze gaf niet op als ze zich eenmaal iets in het hoofd had gezet. Dat betekende dat ze in haar kleuterjaren vocht voor Maxi als ze het niet anders kon winnen. Maxi deed weinig voor Dorrith, want die kwam nooit in moeilijkheden, tenzij door het beroep dat haar zusje op haar deed. Toch waren ze niet de verknochte tweeling die geen stap zonder elkaar kan doen. Ze hadden hun eigen vrienden en vriendinnen en gingen zo veel mogelijk hun eigen weg. Hun ouders waren er blij mee en mevrouw Sunderman had de meisjes, hoe vreemd iedereen het ook vond, na hun kleuterperiode nooit meer in dezelfde kleren en kleuren gestoken. Dorothea had zichzelf kortweg Dorrith genoemd en Maria Xenia was voor het gemak Maxi geworden. En als mevrouw Sunderman een enkele maal heel moe was, zuchtte ze diep en zei meer dan eens: ‘En dan zeggen ze nog dat een naam er niets toe doet! Maxi… ze is inderdaad in alles Maxi. Zou ze anders zijn geweest als we haar Mini hadden genoemd? Ik word dol van dat kind!’ Dat zei ze niet vaak. Maar wel op de beruchte middag die Maxi enkele ontvellingen opleverde wegens een conflict met een grotere jongen die haar bal had afgepakt, en Dorrith een compleet regenboog-oog, omdat ze gevochten had om de gillende zuster uit de handen van het zeer hardhandig exemplaar van het andere geslacht te halen.
„Ik kon er niets aan doen!” loeide Maxi. „Het was een gemene jongen!”
„Vecht dan voor jezelf,” stelde haar vader vermoeid voor. „Gil niet altijd om je zus. Vertel me nou eens of jij voor haar hetzelfde zou doen, hè?”
„Dat weet ik niet,” bekende Maxi eerlijk. Ze veegde over haar betraande gezicht.”

 

 2075360-a62dbde7dd1e8d962b20854bd4fab37a.jpg
Leni Saris (23 september 1915 – 9 december 1999)
Cover

 

 

De Tsjechische dichter Jaroslav Seifert werd op 23 september 1901 geboren en groeide op in Praag. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Jaroslav Seifert op dit blog.

 

Struggle With The Angel (Fragment)

God knows who first thought up
that gloomy image
and spoke of the dead
as living shades
straying about amongst us.

And yet those shades are really here --
you can’t miss them.
Over the years I’ve gathered around me
a numerous cluster.
But it is I amidst them all
who is straying.

They’re dark
and their muteness keeps time
with my muteness
when the evening’s closing in
and I’m alone.
Now and again they stay my writing hand
when I’m not right,
and blow away an evil thought
that’s painful.

Some of them are so dim
and faded
I’m losing sight of them in the distance.
One of the shades, however, is rose-red
and weeps.
In every person’s life
there comes a moment
when everything suddenly goes black before his eyes
and he longs passionately to take in his hands
a smiling head.
His heart wants to be tied
to another heart,
even by deep stitches,
while his lips desire nothing more
than to touch down on the spots where
the midnight raven settled on Pallas Athene
when uninvited it flew in to visit
a melancholy poet.

It is called love.
All right,
perhaps that’s what it is!
But only rarely does it last for long,
let alone unto death
as in the case of swans.
Often loves succeed each other
like suits of cards in your hand.

 

Vertaald door Ewald Osers

 

 2075360-0a9e01c21be4a2421af187da9fa58274.jpg
Jaroslav Seifert ( 23 september 1901 – 10 januari 1986)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Körner  werd geboren op23 september 1791 in Dresden. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Körner op dit blog.

Uit:Die Reise nach Schandau

“Schandau, den 1. Juni
Ich versprach, Liebster, bald Nachricht von mir zu geben. Kaum bin ich vierundzwanzig Stunden von Dir entfernt, und schon erfülle ich meine Zusage. Du musst gestehn, das heißt pünktlich sein. Diese Tugend der Solidität kommt aber mir, als baldigem Ehemanne, von Rechtswegen zu, deswegen will ich weiter kein Lobens davon machen. Ich glaube, es gibt im ganzen menschlichen Leben keinen gewagtern und weitern Sprung, als mitten aus dem freien, fröhlichen Stundentenleben heraus in das Staatsgefängnis der Ehe. Dieser salto mortale soll manchem schon den Hals gebrochen haben; ich hoffe aber, ich werde glücklich sein. Frisch gewagt ist halb gewonnen. – Du bewunderst, wie Du mir so oft gesagt hast, meinen leichten Sinn bei diesem wichtigen Schritte. Der, wie Du Dich ausdrückst, das Glück meiner Zukunft bestimmen muss. Ich begreife nicht, wie ich anders sein sollte. Du weißt ja, wie es Familienverhältnisse durchaus verlangen, dass ich die junge Gräfin Stellnitz heiraten muss, wenn ich nicht eine bedeutende Erbschaft einbüßen will, die mir nur unter dieser Bedingung zufällt. Die Herren Väter haben die Sache abgemacht, und der meinige hat mir vor kurzem erst alle meine lustigen Burschenstreiche, mit Einschluss einiger tausend Tälerchen Schulden, vergeben, ohne eine saure Miene zu machen, ich kann ihm also diesen Gefallen wieder tun; übrigens soll ja meine Braut ein Engel sein, wie sich mein Vater ausdrückt, sittsam, fromm, gebildet, liebenswürdig und nota bene reich; kurz, wenn ich seinen Beschreibungen trauen darf, so erwartet mich ein paradiesisch Leben. Dass ich mir meine Zukunft nicht mit den zauberischen Farben einer glühenden Leidenschaft ausmale, glaubst Du mir wohl. Ich lasse es nun so über mich ergehen. Bis jetzt hab' ich die Liebe nie für etwas anders als für eine momentane Belustigung angesehen. Was man mir von ewiger Treue, von häuslicher Glückseligkeit etc. etc. erzählt hat, hab' ich nur für schöne Träume gehalten. Die Liebe, die das Herz mit ewiger Sehnsucht füllen soll, fühlt' ich noch nie, und ich bin überzeugt, dass mich weibliche Reize nicht so leicht aus der schönen Ruhe bringen und mir die fröhliche leichte Ansicht, die ich der Welt abgewonnen habe, rauben können.“

 

 2075360-4688ac3617d3de8386648e7d2e8dc08f.jpg
Theodor Körner (23 september 1791 - 26 augustus 1813)
Stadsdeel Krippen, Schandau

 

 

De Griekse schrijver Euripides werd geboren in 480 of 484 voor Christus. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Euripises op dit blog.

Uit: Medea

“Medea:
Wee mij, rampzaal´ge in waan vergaan;
Dood, maak een eind aan mijn bestaan.
Voedster:
Ach, kind´renlief, uw moeders smart
jaagt weer haar toorn, jaagt weer heur hart.
Spoedt u van hier, gaat fluks in huis,
en komt uw moeder niet voor oogen;
genaakt haar niet; neemt u in acht,
want huiv´ren doet d´ onstuim´ge aard
van haar trotschen geest.
Een nieuwe wolk van smart komt op
en dreigt in feller klacht dan ooit
zich uit te storten.
Wat daden zal zij nog begaan,
zij zoo hooghartig en toomeloos,
zoo diep in haar eer beleedigd.
Medea:
O smaad, o duldelooze smaad,
die schreit tenhemel. Ach, kind´ren, vloek,
vloek over u en uw vader; zijn huis,
geheel zijn ras ga te gronde.
Voedster:
Ach, waarom deelt uw kroost in de schuld
van hun vader? Waarom haat gij hen? Ai mij,
gij kleinen, ik ben zoo bang voor uw lot.
Hartstocht in een vorst is een vreeselijk iets,
ter nauw zich beheerschend, almachtig in veel,
verkeert hij zijn stemming niet licht.
Wel hem, die in ´t leven het evenwicht houdt;
want duurzame vreê tot het eind mijner dagen
zou liever mij zijn dan in grootheid te leven.
Houd maat: een woord als geen ander zoo goed,
en een kostelijk iets, als de mensch ernaar doet.
Het buitenspoorge houdt geen stand,
en wee, wanneer een godheid toornt;
dan is ´t nog grooter ellende.”

 

Vertaald door Dr. Chr. Deknatel

 

 2075360-a2593eef035ba12397a59efcaf6c7578.jpg
Euripides (484 v. Chr – 406 v. Chr) 
Jason and Medea door John William Waterhouse, 1907

 

 

De Hongaarse schrijfster Emmuska Orcy de Orczi, ook wel Baronesse Orczy of Baronesse d'Orczy werd geboren in Tarnaörs op 23 september 1865. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Emma Orczy op dit blog.

Uit: The Scarlet Pimpernel

« A murmur of wrath and contempt went round the group of ill-clad wretches, who crowded round Citoyen Bibot.
"Half an hour later," continued the sergeant, "up comes a captain of the guard with a squad of some dozen soldiers with him. `Has a car gone through?' he asks of Grospierre, breathlessly. `Yes,' says Grospierre, `not half an hour ago.' `And you have let them escape,' shouts the captain furiously. `You'll go to the guillotine for this, citoyen sergeant! that cart held concealed the CI-DEVANT Duc de Chalis and all his family!' `What!' thunders Grospierre, aghast. `Aye! and the driver was none other than that cursed Englishman, the Scarlet Pimpernel.'"
A howl of execration greeted this tale. Citoyen Grospierre had paid for his blunder on the guillotine, but what a fool! oh! what a fool!
Bibot was laughing so much at his own tale that it was some time before he could continue.
"`After them, my men,' shouts the captain," he said after a while, "`remember the reward; after them, they cannot have gone far!' And with that he rushes through the gate followed by his dozen soldiers."
"But it was too late!" shouted the crowd, excitedly.
"They never got them!"
"Curse that Grospierre for his folly!"
"He deserved his fate!"
"Fancy not examining those casks properly!"
But these sallies seemed to amuse Citoyen Bibot exceedingly; he laughed until his sides ached, and the tears streamed down his cheeks.
"Nay, nay!" he said at last, "those aristos weren't in the cart; the driver was not the Scarlet Pimpernel!"
"What?"
"No! The captain of the guard was that damned Englishman in disguise, and everyone of his soldiers aristos!" The crowd this time said nothing: the story certainly savoured of the supernatural, and though the Republic had abolished God, it had not quite succeeded in killing the fear of the supernatural in the hearts of the people. Truly that Englishman must be the devil himself."

 

2075360-32cdca58b709fc4214a2c93c11f3a98b.jpg
Emma Orczy (23 september 1865 – 12 november 1947)
Scene uit de musical versie op Broadway, 1997

 

 

De Duitse dichter en schrijver Daniel Czepko von Reigersfeld werd op 23 september 1605 in Koischwitz (Pools: Koskowice) geboren. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Daniel Czepko von Reigersfeld op dit blog.

 

Du glaubst es selber nicht
An Purpurcultum

Der Tischler machet nicht durch Hobeln und Beziehn
Zum Heiligthum ein Bild, du machst es durch dein Knien:
Dein Vater hat dich nicht den Gottesdienst gelehret
Wenn er die Peltze flickt, als wie es sich gehöret.

Wenn er die Götzen fand, die vor ihm stets verblichen,
So sprach er: Ducket euch, ihr sollt in Ofen kriechen:
Bedencke wie du dich hast deinem Gott entwandt:
Was du verehrst, das hat dein Vater vor verbrannt.

 

 

Leben aus dem Tod
An den Todt

O Todt, als ich dich recht, als wie ich sol, erkannt:
Heiß ich dich allezeit mein neugebohrnes Leben:
Ich wüste nicht, nach was ein Hertze solte streben,
Im fall es nicht sein Thun auff diesen Port gewanndt:

Wir stehen in Gefahr, wann wir auff diese Thür,
Die zu dem Leben geht nicht schicken unsre Sinnen,
Wol dem, der zu der Post den Schlüßel kan beginnen:
Ich lebte nicht, lebt' ich, o Tod, ohn dich allhier.

Ein Angst ohn alles Endt, ein ew'ge Müh' ohn Ruh
Ist ohn den seelgen Tausch, das Leben, drum wir werben:
Wir müßen aber vor, eh' als wir sterben, sterben,
Dann vor dem Tode kommt man bloß dem Tode zu.

 

 2075360-10998f3452239eb9e2eab22da5a0374a.jpg
Daniel Czepko von Reigersfeld (23 september 1605 – 8 september 1660)
Cover

Geschreven door Romenu om 11:16 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten