Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 november 2013

Am Allerheiligentage (Annette von Droste-Hülshoff)


Bij Allerheilgen

 

 

 1486660-79cb2a33ea3407a174f597bf34c50451.jpg

Allerheiligen door Albrecht Dürer,1511

Altaarstuk in Landau

 

 

 

Am Allerheiligentage

 

"Selig sind die Armen im Geiste"

Selig sind im Geist die Armen,
Die zu ihres Nächsten Füßen
Gern an seinem Licht erwarmen
Und mit Dienerwort ihn grüßen,
Fremden Fehles sich erbarmen,
Fremden Glückes überfließen:
Ja, zu ihres Nächsten Füßen
Selig, selig sind die Armen.

Selig sind der Sanftmut Kinder,
Denen Zürnen wird zum Lächeln
Und der Milde Saat nicht minder
Sprießt aus Dorn und scharfen Hecheln,
Deren letztes Wort ein linder
Liebeshauch durch Todesröcheln,
Wenn das Zucken wird zum Lächeln:
Selig sind der Sanftmut Kinder.

Selig sind, die Trauer tragen
Und ihr Brot mit Tränen tränken,
Über eigne Sünde klagen
Und der fremden nicht gedenken,
An den eignen Busen schlagen,
Fremder Schuld die Blicke senken:
Die ihr Brot mit Tränen tränken,
Selig sind, die Trauer tragen.

Selig, wen der Durst ergriffen
Nach dem Rechten, nach dem Guten
Mutig, ob auf morschen Schiffen,
Mutig steuernd nach den Fluten,
Sollte unter Strand und Riffen
Auch das Leben sich verbluten:
Nach dem Rechten, nach dem Guten,
Selig, wen der Durst ergriffen.

Die Barmherzigen sind selig,
So nur auf die Wunde sehen,
Nicht erpressend kalt und wählig
Wie der Schaden mocht' entstehen,
Leise schonend und allmählich
Lassen drin den Balsam gehen:
So nur nach der Wunde sehen,
Die Barmherzigen sind selig.

Überselig reine Herzen,
Unbefleckter Jungfraun Sinnen,
Denen Kindeslust das Scherzen,
Denen Himmelshauch das Minnen,
Die wie an Altares Kerzen
Zündeten ihr klar Beginnen:
Unbefleckter Jungfraun Sinnen,
Überselig reine Herzen.

Und des Friedens fromme Wächter
Selig, an den Schranken waltend
Und der Einigkeit Verfechter
Hoch die weiße Fahne haltend,
Mild und fest gen den Verächter,
Wie der Daun die Klinge spaltend:
Selig, an den Schranken waltend,
Selig sind des Friedens Wächter.

Die um dich Verfolgung leiden,
Höchster Feldherr, deine Scharen,
Selig, wenn sie Alles meiden,
Um dein Banner sich zu wahren!
Mag es nie von ihnen scheiden,
Nicht in Lust noch in Gefahren!
Selig, selig deine Scharen,
Selig, die Verfolgung leiden!

Und so muß ich selig nennen
Alle, denen fremd mein Treiben,
Muß, indess die Wunden brennen,
Fremden Glückes Herold bleiben.
Wird denn nichts von dir mich trennen,
Wildes, saftlos, morsches Treiben?
Muß ich selber mich zerreiben,
Wird mich Keiner selig nennen?

 

 

 

 1486660-d604de6403b6ca9f47829bd43742776b.jpg

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Burg Hülshoff

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:17 Reageer op dit bericht

80 Jaar Huub Oosterhuis, Job Degenaar, Rudy Kousbroek, Ilse Aichinger


80 Jaar Huub Oosterhuis

 

 

De Nederlandse priester, theoloog en dichter Huub Oosterhuis werd geboren in Amsterdam op 1 november 1933. Huub Oosterhuis viert vandaag zijn 80e verjaardag. Zie ook alle tags voor Huub Oosterhuis op dit blog en  ook mijn blog van 1 november 2010

 

 

Tijd van leven

 

Tijd van vloek en tijd van zegen

tijd van droogte tijd van regen

dag van oogsten tijd van nood

tijd van stenen tijd van brood.

Tijd van liefde, nacht van waken

Uur der waarheid dag der dagen

Uur de waarheid dag der dagen

Toekomst die gekomen is

woord dat vol van stilte is.

 

Tijd van troosten tijd van tranen

tijd van mooi zijn tijd van schamen

tijd van jagen nu of nooit

van hopen dat nog ooit.

Tijd van zwijgen zin vergeten

van nergens blijven niemand weten

tijd van kruipen angst en spijt

zee van tijd en eenzaamheid.

 

Wie aan dit bestaan verloren

nieuw begin heeft afgezworen

wie het houdt bij wat hij heeft

sterven zal hij ongeleefd.

Tijd van leven om met velen

Brood en ademtocht te delen

wie niet geeft om zelfbehoud

leven vindt hij honderdvoud.

 

 

 

Lied aan het licht

 

Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan.

koud, één voor één, en ongeborgen, licht overdek mij, vuur mij aan.

Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig zijn

niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn.

 

Licht, van mijn stad de stedehouder, aanhoudend licht dat overwint.

Vaderlijk licht, steevaste schouder, draag mij, ik jouw kijkend kind.

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt

waar mensen waardig leven mogen en elk z´n naam in vrede draagt.

 

Alles zal zwichten en verwaaien wat op het licht niet is geijkt.

Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft.

Veelstemmig licht, om aan te horen zolang ons hart nog slagen geeft.

Liefste der mensen, eerstgeboren licht, laatste woord van Hem die leeft.

 

 

 

Zijn onvergankelijk testament

 

Zijn onvergankelijk testament:
Dat Hij ons in de dood nog kent
de dagen van ons leven
ten dode opgeschreven
ten eeuwig leven omgewend.

 

 

1486659-931e6976053d8bee5c9d66021afa3e6f.jpg 

Huub Oosterhuis (Amsterdam, 1 november 1933)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Job Degenaar werd geboren in Dubbeldam op 1 november 1952.Zie ook alle tags voor Job Degenaar op dit blog.

 

 

Zes makers van de teloorgang

 

Zes makers van de teloorgang:
de gebroeders Oud en Eenzaam,
de b.v. Ziekte, de firma Dood,
het duo Armoe/Honger, slaan
in draf mij, hoge hindernis, over

de zusjes Hoop Doet Leven echter
doen mij nog alle dagen aan,
ook als hun rigide minnaars
Hartstocht en Radeloos
elkaar te lijf gaan

's nachts met broertje Zelf
op strooptocht door de boswei,
vang ik het antwoord van
een glimworm, sla dat
in kelders op voor later

Aan die broze weelde
bind ik me zoals de zon
die in de avondschemer
aan een koppel fietsers
haken blijft.

 

 

 

Grensgebied

 

In het halfduister van de A-6
struint tussen zwerfvuil
iets geelogigs

Twee werelden die elkaar kruisen:
de gebaande en de naakte
de gekooide en de wilde
de verzadigde en de hongerige

Vos die ik was
mens die ik werd

 

 

 

 1486659-fb4f2215e455c8e720f5cc8108d9eadf.jpg

Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en essayist Rudy Kousbroek werd op 1 november 1929 in Pematang Siantar in Indonesië geboren. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Rudy Kousbroek op dit blog.

 

 

Behalve een engel

 

Behalve een engel
valt alles wat men omhoogwerpt
weer op de grond

weer op de grond
valt alles wat men omhoogwerpt
behalve een engel

 

 

 

Afscheid

 

Lief kind

 

Ik weet
Dat je nog niet slaapt
Maar ligt te luisteren

 

Het is niet de wind
Die je om de bomen hoort ruizen
Maar je naam

 

Het zijn niet de regendruppels
Die je hoort vallen
Maar het verlangen

 

Het zijn niet de schelpen
Die heen en weer rollen op de vloedlijn
Maar de herinneringen

 

Verloren speelgoed
Vergeten woorden
Weggeraakt zonlicht
Maar nu weer begonnen

 

Het zijn niet de dingen van nu
Die je hoort gebeuren
Maar dingen van vroeger

 

Zo zullen we altijd bij elkaar zijn
Alles is al eens eerder gebeurd

 

 

 

 1486659-f3a2d918a64c96f5d1212bfb11339ac0.jpg

Rudy Kousbroek (1 november 1929 - 4 april 2010)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Uit: Spiegelgeschichte

 

„Sie tragen deinen Sarg durch die zweite Einfahrt über den Hof in die Leichenhalle. Dort wartet der  leere Sockel schwarz und schief und erhöht, und sie setzen den Sarg darauf und öffnen ihn wieder,  und einer von ihnen flucht, weil die Nägel zu fest eingeschlagen sind. Diese verdammte Gründlichkeit!

Gleich darauf kommt auch der junge Mann und bringt den Kranz zurück, es war schon hohe Zeit.  Die Männer ordnen die Schleifen und legen ihn vorne hin, da kannst du ruhig sein, der Kranz liegt  gut. Bis morgen sind die welken Blüten frisch und schließen sich zu Knospen. Die Nacht über bleibst  du allein, das Kreuz zwischen den Händen, und auch den Tag über wirst du viel Ruhe haben. Du  wirst es später lange nicht mehr fertig bringen, so still zu liegen. Am nächsten Tag kommt der junge Mann wieder. Und weil der Regen ihm keine Tränen gibt, starrt er ins Leere und dreht die Mütze zwischen seinen Fingern. Erst bevor sie den Sarg wieder auf das Brett heben, schlägt er die Hände vor das Gesicht. Er weint. Du bleibst nicht länger in der  Leichenhalle. Warum weint er? Der Sargdeckel liegt nur mehr lose, und es ist heller Morgen. Die Spatzen schreien fröhlich. Sie wissen nicht, dass es verboten ist, die Toten zu erwecken. Der junge  Mann geht vor deinem Sarg her, als stünden Gläser zwischen seinen Schritten. Der Wind ist kühl und  verspielt, ein unmündiges Kind. Sie tragen dich ins Haus und die Stiegen hinauf. Du wirst aus dem Sarg gehoben. Dein Bett ist frisch  gerichtet. Der junge Mann starrt durch das Fenster in den Hof hinunter, da paaren sich zwei Tauben und gurren laut, geekelt wendet er sich ab.

Und da haben sie dich schon in das Bett zurückgelegt. Und sie haben dir das Tuch wieder um den  Mund gebunden, und das Tuch macht dich so fremd. Der Mann beginnt zu schreien und wirft sich  über dich. Sie führen ihn sachte weg. „Bewahret Ruhe!“ steht an allen Wänden, die Krankenhäuser  sind zur Zeit überfüllt, die Toten dürfen nicht zu früh erwachen.“  

 

 

 1486659-39aa4f9a5f86e152e918113a4c5c48e6.jpg

Ilse Aichinger (Wenen, 1 november 1921)

 

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:13 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten