Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 16 februari 2011

Elisabeth Eybers, Anil Ramdas, Ingmar Heytze, Iain Banks, Iris Kammerer

De Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers werd geboren op 16 februari 1915 in Klerksdorp. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en mijn blog van 4 december 2007  en ook mijn blog van 16 februari 2008. en ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

 

Trapsgewijs

 

Jou eerste en onontbeerlikste taak

was om, desgewens, kompromieë te maak.


Elke volgende opdrag het méér absoluut

geklink, onweerlegbaarder dan 'n statuut.

 

Geen gebeurlikheid daag nou behalwe die een

waarby niemand jou vra om konsent te verleen.

 

Intussen 'n voordeel, verassend wyl nuut:

hoe reddeloser die kluts jou versaak

des te minder hoef jy teen verwarring te waak.

 

 

 

Aanpassing

 

Dat iemand wat vroeër bereikbaar was

geen tyd meer het vir jou

is 'n feit wat heel begryplik pas

by hoe die soort sake ontvou:

as ek jy was, sou ek eerder besef

dis dom om iets wat 'n ander verkies

deur jou klag tot 'n treurspel te verhef

vol reddelose verlies.

 

 

 

Individualis

 

De mensen sterven en zijn niet

Gelukkig wapper naas die deur

van die skoenmaker op die hoek:

muurskildering van ’s amateur

in gangbare heelalverdriet.

Die hobbelrige kinderskrif

pryk maandelank: geen verfkwas waag

om vonnis van ’s nihilis

vol dampige ontnugteringsdrif

of neo-transendentale angs

met ruse hale weg te vaag.

Hoewel nog nooit opvallend kloek

wandel ek weer vandag daarlangs

en ondiepsinnig vergewis

ek my dat ‘k leef en selfs, danksy

jy-weet-wat, stomgelukkig, bly.

 

 

 

 854274-43512e245a1a0e27534e26100b38e9b1.jpg

Elisabeth Eybers (16 februari 1915 – 1 december 2007)

Portret door Marni Spencer-Devlin

 

 

 


De Surinaams-Nederlandse schrijver,columnist, essayist, programmamaker en presentator
Anil Ramdas  werd geboren in Paramaribo op 16 februari 1958.
Zie ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

Uit: Sangam (De papegaai, de stier en de klimmende bougainvillea)

 

„Eén miljard. Het duizelde me toen ik het las: ruim een miljard mensen hebben de Indiase film Sangam gezien, sinds die in 1964 werd gemaakt. Ik zocht het op na een gesprek met een Marokkaanse vriend die in Casablanca was opgegroeid. Welke film hij zich het beste kon herinneren, had ik gevraagd. Sangam, antwoordde hij. En Sangam, moet u weten, is Raj Kapoors remake van Michael Curtiz' film Casablanca uit 1942. Ja, die zag hij pas vele jaren later, in Europa. Maar het was Sangam die hem in zijn jeugd het meest had geïmponeerd. Mij ook, en het werd, zoals Humphrey Bogart tegen de Franse officier zei, het begin van een mooie vriendschap.

Ik wil Sangam beschrijven zoals een goed antropoloog het zou doen, zonder waardeoordelen of persoonlijke commentaren. Maar er is een probleem: Sangam is een klassiek melodrama, en ik weet hoe men tegenwoordig in het Westen over melodrama's denkt. De westerse film, ooit uit melodrama voortgekomen, heeft dank zij Godard, Truffaut en Fassbinder in de afgelopen twintig jaar juist een antimelodramatische wending gekregen, schrijft Thomas Elsaesser, een van de grondleggers van de filmtheorie. Zodra de hartstocht te sterk wordt, glijdt de camera weg naar toevallige voorbijgangers, auto's, spelende hondjes. Passieve emotionele identificaties worden verstoord, zuivere gevoelens vertroebeld en de kijkers worden gedwongen om afstand te bewaren en de film analytisch te ondergaan.“

 

 

 

854274-9ef51793872ae38599853320fabe06a6.jpg
Anil Ramdas ( Paramaribo, 16 februari 1958)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008 en ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

 

Ballade van de man

 

'For what is a man, what has he got -' Paul Anka

Wat is een man, zijn vrijheid
staat te roesten voor de deur en schuld
klopt in zijn onderbroek.

Zijn droom een spannend jongensboek
onder de dekens van een kind,
zijn angst de wind door dunnend haar.

Zijn dood een blauwe waterval
van grauwe staar, zijn einde zoek,
een druppel in een cataract.

Spijt hangt in de plooien
om zijn navel, tochtend stopcontact.
ontkoppeld met een koude knip -

sindsdien een satelliet op drift,
vervloekt en vloekend eeuwig zoekend
naar het moederschip.




Dieet

 

De huid eet zich een weg naar binnen.
Twee aan twee worden de ribben
teruggezet in de tamboerijn van de borst.

De heupen komen bovendrijven
in een bad van slinkend vet.
Het gezicht wordt scherp gesneden
met een mes van zelfverwijt.
Tevreden tikkend registreert
de weegschaal de verlichting.

Het spiegelbeeld wordt transparant,
de schaduw laat al zonlicht door.
Het is nu een zaak om weg te kwijnen
tot een rekstok van ivoor.

 

 

 

 854274-7cde8e299307d1112c497fe27091f7b3.jpg

Ingmar Heytze (Utrecht, 16 februari 1970)

 

 

 

 

 

De Schotse schrijver Iain Menzies Banks werd geboren op 16 februari 1954 in Dunfermline, Schotland. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

Uit: Complicity

 

„You hear the car after an hour and a half. During that time you've been here in the darkness, sitting on the small telephone seat near the front door, waiting. You only moved once, after half an hour, when you went back through to the kitchen to check on the maid. She was still there, eyes white in the half-darkness. There was a strange, sharp smell in the air and you thought of cats, though you know he doesn't have cats. Then you realised the maid had pissed herself. You felt a moment of disgust, and then a little guilt.

She whimpered behind the black masking-tape when you approached. You tested the tape securing her to the little kitchen chair, and the rope holding it against the still-warm Aga. The tape looked just as you'd left it; either she hadn't been struggling or she had but it had had no effect. The rope was good and taut. You glanced at the shaded windows, then shone your torch at her hands, taped to the rear legs of the chair. Her fingers looked all right; it was a little difficult to tell because of her dark olive Filipino skin, but you didn't think you'd cut off her circulation. You looked at her feet, tiny in the low-heeled black slippers; they appeared healthy too. A drop of urine fell and joined a pool on the tiled floor beneath the chair.

She was quivering with fear when you looked into her face. You knew you looked terrifying in the dark balaclava, but there was nothing you could do about that. You patted her shoulder as reassuringly as you could. Then you went back to the telephone seat by the front door. There were three phone calls; you listened to the answer-machine intercept them.

"You know what to do," his scratchily recorded voice said to each caller. His voice is quick, clipped and vaguely upper-class. "Do it after the beep."

"Tobias, old chap. How the devil are you? Geoff. Wondering how you're fixed next Saturday. Fancy a foursome out at sunny Sunningdale? Give me a tinkle. Bye."

 

 

 

854274-56f609dde4e8618045366f7abb7d1fff.jpg
Iain Banks (Dunfermline, 16 februari 1954)

 

 



De Duitse schrijfster
Iris Kammerer werd geboren op 16 februari 1963 in Krefeld. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en
ook mijn blog van 16 februari 2008 en ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

Uit: Der Tribun

 

„Er hielt inne, wandte sich ab und brachte einige Schritte Abstand zwischen sie und sich selbst. Sein pochendes Herz warnte ihn, dass er Gefahr lief, sich in dieses Mädchen zu verlieben, doch sich ihr zu nähern, bedeutete den sicheren Tod. Wie konnt er erwarten, dass sie ihn erhören würde? Die ungeschriebenen Gesetze der Barbaren waren nicht minder streng als die Zwölf Tafeln, und sie würde ihr Leben nicht aufs Spiel setzen. Dennoch – er warf eine vorsichtigen Blick über die Schulter – war sie ein ausnehmend schönes Mädchen, und der Gedanke, ein anderer, irgendein anderer würde sie heimführen, rann wie eine ätzende Flüssigkeit in seine Brust.
Hufschlag näherte sich. Hrabans Fuchs erschien an der Wegbiegung, auf sienem Rücken hielt Hraban Swintha fest im Arm und grinste zufrieden.
„Warum habt ihr gewartet? Ihr könntet längst zu Hause sein.“

 

  


854274-1df8972185caa91638f42bc07c33cde0.jpg
Iris Kammerer (Krefeld, 16 februari 1963)



Zie voor nog meer schrijvers van de 16e februari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:32 Reageer op dit bericht

80 Jaar Alfred Kolleritsch, Annie van Gansewinkel, Aharon Appelfeld, Richard Ford, Karl Otto Mühl

80 Jaar Alfred Kolleritsch

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Alfred Kolleritsch werd geboren op 16 februari 1931 in Brunnsee, Südsteiermark. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.  Alfred Kolleritsch viert vandaag zijn 80e verjaardag. 

 

Alte Erde

"Das Schöne", ausgesetzt in die Farben,
in die Landschaftszüge,
in das Herausziehende einer Hand: dem Nichts,
dem Weißen, nimmt die Hand,
was sie entreißend schenkt.

Sie stellt das Zelt: die Welt,
und hält, was tote Augen
ins Alltägliche verschütten.

Der Hand gelingt der Riß,
sie dreht den Weg in sich zurück,
zum Eingang, er schlug die Augen auf,
den ersten Funken, der die Nacht, die Trennung,
zusammenführt ins Bild: das Hingebreitete,
die Felder, Felsenstürze,
Verhängungen und Farbenspeichelwasser:

der Schrei, die Augen mitzusagen,
führt ins Zusammenspiel, setzt
das Erscheinen und Verweigern fort.

Das Hiersein glückt? Unsichtbares
in Gegenwart geflossen, Spalt
des Sehenkönnens, Nähe ohne Peitschenknall.

Was das Sehen braucht, unberührt von uns,
befreites Licht, befällt das Zeigen,
voraus beschenkt mit Erde,

für das Weitergehen litt die Hand,
Überschattetes berührte der Schritt,
dem das Gestein entgegenschlägt,
zum Stürzen da, zum Wundenschlagen,
daß eine Ritze offenbleibt.
Und der Schmerz hinein.

 

 

Am Grab des Vaters     

Von dem er kam,

den zieht er mit

ins eigene Wiederkommen,

als Gegenstimme zu dir,

dem Drängen das Höchste zuzutrauen,

die Rippen abzudecken

mit geliebter Haut, mit Lebensschmuck,

den ganzen Leib mit Handlaub

überschütten, mit Platanenlaub,

Lindenblättern.

 

Mit dir die Wurzeln nähren,

die Zungenlust als deine Sprache hören,

so dem Vater danken,

daß er die Erze mitgegeben hat,

Erz für ihre Strenge,

sich nicht zu verlieren in Träumen,

den Widersacher mitzuschätzen,

den alltäglichen.

 

Nimmt er den Mut aus der Wassernähe,

von den Vaterfischen,

der Wanderer durch die Auen,

vorbei an Paaren,

Rollschuhfahrern.

 

spürt die Nebel,

hält weißes Leinen,

Heimatleinen für die nie Heimgekehrte,

abgeschieden mit Musik

lebst du die Fingerwelt,

mit der Vaterhand zeigt er ins Glück,

in das Wort zumindest.

 

  

 

 854272-a447daa317f4a85e69023434d3fa7ed8.jpg

Alfred Kolleritsch (Brunnsee, 16 februari 1931)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Annie van Gansewinkel werd geboren in Weert op 16 februari 1954. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008.en ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

Uit: De Brug

 

“Razendsnel remt de trein af, tot hij met een doodssnik tot stilstand komt. Een nuchtere stem klinkt door de luidspreker: "Dames en heren, vanwege een ongeval heeft deze trein een nog onbekende vertraging. Dank u."
"Je wordt bedankt." De slungel haalt voor de vuist weg een studieboek uit zijn koffertje en begint te bladeren.
Met een "Huh, wat gebeurt er?" licht het meisje haar walkman even op.
"Er heeft zich weer iemand voor de trein gegooid." Gretig praat de jongen haar bij. Alsof hij een gratuite opmerking over het weer heeft gemaakt, schuift ze de koptelefoon onmiddellijk weer over haar oorschelpen. Ze wiegt verder op de muziek waarvan voor ons alleen een dreun hoorbaar is.
"Het is toch wat. Vroeger hoorde je dat zelden," murmelt een grijs hoofd. Ik voel me, net als de anderen in de coupé, niet geroepen om te reageren.
"Waarom moeten ze net mijn trein uitkiezen?" drenst de student. "Laten ze andere mensen toch niet met hun problemen opzadelen. Gewoon tabletten, in je eigen bed, dan heeft geen mens er last van." Ook nu reageert niemand. De stilte wordt onbehaaglijk.
"Het kan natuurlijk ook een echt ongeluk zijn," kwek ik.
De man schuin tegenover me trekt zijn wenkbrauwen op. Hij blijft me aankijken. Als mijn ogen langs de andere gezichten wegvluchten, zie ik slechts medelijden om zoveel naïviteit. Alleen de oude vrouw blikt hoopvol naar me op. Nog steeds zijn daar zijn ogen. Alsof hij me mijn opmerking kwalijk neemt.”

 

 

 854272-d0d30d8123aec611fdbb205c8204ecc1.jpg

Annie van Gansewinkel ( Weert, 16 februari 1954)

 

 

 

 

De Israëlische schrijver Aharon Appelfeld werd geboren op 16 februari 1932 in Sadhora in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

Uit: Blooms of Darkness (Vertaald door Jeffrey Green)

 


“The ghetto is thinning out. Now they are snatching old people and children in houses and in the streets. Hugo spends most of the day in the dark cellar, reading and playing chess by lantern light. The thick darkness plunges him into early sleep. In his sleep he escapes from the gendarmes by climbing a tree, but in the end he falls into a deep pit. When he wakes up, he is glad that the fall didn’t hurt him.

Every few hours his mother comes to see him. She brings him a slice of bread spread with fat, and sometimes an apple or a pear. Hugo knows she is denying herself food to give him more. He implores her to eat a portion of the food, but she refuses.
Again, another transport. Hugo stands at the narrow window and watches. There are shoves, screams, and bitter fights. In the pressing crowd, Frieda’s colorful figure stands out. She is wearing a flowery dress, her hair is disheveled, and from a distance it seems that the shoving is making her laugh. She waves her straw hat as though she hadn’t been caught but was going of her own free will on vacation to a resort.
“Mama, I saw Frieda in the transport.”
“Impossible.”
“With my very eyes I saw her.”
In the evening Hugo’s mother finds out that Frieda has been seized and deported without any of her belongings. The great hope that her Ukrainian boyfriend would give them refuge has been destroyed.
Hugo’s mother speaks more and more about Mariana. Mariana lives outside of the town, and they will apparently make their way to her through the sewer pipes. The pipes are wide, and after midnight little sewage runs in them. Hugo’s mother tries to speak in her ordinary tone of voice, and from time to time she gives it a tinge of adventure. Hugo knows she is doing that to calm him down.“

 

 

 854272-c348535a834a70a1a4077d48ddaa7229.jpg

Aharon Appelfeld (Sadhora, 16 februari 1932)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Ford werd geboren op 16 februari 1944 in Jackson, Missisippi. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008.en ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

Uit: Independence Day

 

„Though back on my street, the first shaded block of Cleveland, sweet silence reigns. A block away, someone patiently bounces a driveway ball: squeak . . . then breathing . . . then a laugh, a cough . . . "All riiight, that's the waaay." None of it too loud. In front of the Zumbros', two doors down, the streets crew is finishing a quiet smoke before cranking their machines and unsettling the dust again. We're repaving this summer, putting in a new "line," resodding the neutral ground, setting new curbs, using our proud new tax dollars-the workers all Cape Verdeans and wily Hondurans from poorer towns north of here. Sergeantsville and Little York. They sit and stare silently beside their yellow front-loaders, ground flatteners and backhoes, their sleek private cars-Camaros and Chevy low-riders-parked around the corner, away from the dust and where it will be shady later on.
And suddenly the carillon at St. Leo the Great begins: gong, gong, gong, gong, gong, gong, then a sweet, bright admonitory matinal air by old Wesley himself: "Wake the day, ye who would be saved, wake the day, let your souls be laved."
Though all is not exactly kosher here, in spite of a good beginning. (When is anything exactly kosher?)
I myself, Frank Bascombe, was mugged on Coolidge Street, one street over, late in April, spiritedly legging it home from a closing at our realty office just at dusk, a sense of achievement lightening my step, stiff hoping to catch the evening news, a bottle of Roederer-a gift from a grateful seller I'd made a bundle for-under my arm. Three young boys, one of whom I thought I'd seen before-an Asian-yet couldn't later name, came careering ziggy-zaggy down the sidewalk on minibikes, conked me in the head with a giant Pepsi bottle, and rode off howling. Nothing was stolen or broken, though I was knocked silly on the ground, and sat in the grass for ten minutes, unnoticed in a whirling daze.“

 

 

 854272-ae6067a88ad19183b8372254d1e973fe.jpg

Richard Ford (Jackson, 16 februari 1944)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Otto Mühl werd geboren op 16 februari 1923 in Nürnberg. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

Uit: Stehcafé, Geschichten vom Sonntag und anderen Tagen

 

„Der Sonntagmorgen, ich meine, der stille, der menschenleere, auch möglichst sonnige, er verdient alle Aufmerksamkeit.
Viele werden freilich jetzt noch schlafen, sie merken nichts von ihm.
Wir früh Aufgestandenen jedoch erleben eine Welt,in der auch die Mächte, die uns sonst zu bedrohen scheinen, noch mit eingezogenen Krallen schlafen. Das Autoradio lasse ich stumm.
Wenn es im Autoradio schlechte Nachrichten gibt, sind sie meistens von gestern. Im Übrigen sind Nachrichten fast immer schlecht.
Ich fand den Morgen reich an Eindrücken, als ich zum nahen Wald fuhr. Schon die wenigen Gesichter an den Bushaltestellen verlockten zum Studium: Gepflegte Matronen auf dem Weg zu Verwandten, sie suchen Menschennähe.
Die Bäckerei-Verkäuferin sagt immer: »Nein, ich bin überhaupt nicht allein. Ich habe ja meine Nichte.« Ein wackerer und friedlich aussehender Wandersmann mit wadenlanger Hose auf dem Weg in den Wald. Vielleicht fand sich einmal ein Mädchen, das es mit ihm versucht hätte, aber er hat sich nicht getraut.
Mir begegnen: Eine dickliche Frau, die mit einem großen, gefährlichen, an der Leine zerrenden Hund kämpft, und überhaupt die friedliche, die stille Welt, von der noch keinerlei Gefahr zu drohen scheint. Es stimmt wohl, dass tagsüber immer etwas passiert. Oder dass etwas passiert, das einem selbst fast hätte passieren können. Oder dass jemandem etwas passiert, bei dem wir wissen sollten: »it tolls for you« – die Glocke schlägt auch für dich, immer vorausgesetzt, dass die Menschheit ein mystischer Leib ist. Der Verstockte, Schweigsame aus dem Nebenhaus, der nie grüßt, hier sehe ich ihn während des Fahrens in Jogging-Kleidung auf dem Gehsteig laufen. Er spricht nie ein Wort, wenn ich ihm sonst begegne. Aber ich hebe sportlich grüßend die Hand, er stockt, kann nicht anders, grüßt zurück. So weit habe ich ihn schon einmal gebracht.“

 

 854272-5a48579029d3be58267e6823c57d9c62.jpg

Karl Otto Mühl (Nürnberg, 16 februari 1923)

Geschreven door Romenu om 19:57 Reageer op dit bericht

Wiebke Lorenz, Octave Mirbeau, Joseph von Scheffel, Vyacheslav Ivanov, Marie Noël, Hubert van Herreweghen, Luigi Meneghello, Nikolaj Leskov

De Duitse schrijfster en journaliste Wiebke Lorenz werd geboren op 16 februari 1972 in Düsseldorf. Zie ook mijn blog van 16 februari 2008 en ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

Uit: Allerliebste Schwester

 

„Am 12. Februar beschließt sie, dass es nun an der Zeit ist. In den vergangenen Wochen ging es ihr wieder besser, der Gedanke an das Buch mit der Telefonnummer hat sie gestärkt, außerdem hat Tobias sie weitestgehend in Ruhe gelassen. Sie kann es nun aushalten, eine Antwort abzuwarten. Oder vielleicht überhaupt keine zu bekommen, weil das Geschenk gar nicht so gemeint war. Aber warum sonst die Telefonnummer?
Tobias ist in die Firma gefahren, Eva hat sich für heute frei genommen, in den Wochen vor Weihnachten war sie fast jeden Tag im Geschäft. Zu Beginn des Jahres ist immer am wenigsten zu tun. Sie holt ihr Handy aus der Tasche, beginnt eine Nachricht zu schreiben. Dann schickt sie die SMS an die Nummer, die sie schon so oft im Geiste gewählt hat. Danke für das Buch! Können wir uns treffen?
Barbro Eine Sekunde später ein Piepen, die Nachricht ist beim Empfänger angekommen. Schnell schaltet Eva ihr Handy aus. Sie will es erst in ein paar Stunden wieder einschalten, wenn die Chance größer ist, eine Antwort zu haben. Im Badezimmer lässt Eva Wasser in die Wanne laufen, gießt Öl hinein, legt ein Handtuch bereit. Ihre Kleider stopft sie in den Wäschekorb neben der Heizung. Dann betrachtet sie sich in dem großen Spiegel über dem marmornen Waschtisch mit den zwei eingelassenen Becken.
Nur noch Haut und Knochen, hat ihre Mutter gesagt. Und ihre Mutter hat recht. Zwischen ihren kleinen Brüsten zeichnet sich deutlich das Sternum ab, links und rechts vom Hals liegen zwei tiefe Mulden, jede einzelne Rippe lässt sich zählen, sie hat ein schmales Becken und dürre Beinchen. Nur noch Haut und Knochen, ein Ding ohne Seele. Früher war das anderes. Da war ihr das Leben anzusehen. Aber mit jedem Tag, den sie in diesem gottverdammten Haus mit diesem gottverdammten Mann verbringen musste, ist es mehr und mehr aus ihr entwichen. Wie so oft denkt sie an Lukas.“

 

 

 854268-99f9d285b6f3c6037eaa1a05c43b23e0.jpg

Wiebke Lorenz (Düsseldorf, 16 februari 1972)

 

 

 

 

De Franse schrijver, journalist, pamfletschrijver, kunstcriticus en toneelschrijver Octave Henri Marie Mirbeau werd geboren in Trévières (Calvados) op 16 februari 1848. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

Uit: Le journal d'une femme de chambre

 

« Ah ! qu'une pauvre domestique est à plaindre, et comme elle est seule !… Elle peut habiter des maisons nombreuses, joyeuses, bruyantes, comme elle est seule, toujours !… La solitude, ce n'est pas de vivre seule, c'est de vivre chez les autres, chez des gens qui ne s'intéressent pas à vous, pour qui vous comptez moins qu'un chien, gavé de pâtée, ou qu'une fleur, soignée comme un enfant de riche… des gens dont vous n'avez que des défroques inutiles ou les restes gâtés : _- "Vous pouvez manger cette poire, elle est pourrie… Finissez ce poulet à la cuisine, il sent mauvais…"
Chaque mot vous méprise, chaque geste vous ravale plus bas qu'une bête… Et il ne faut rien dire ; il faut sourire et remercier, sous peine de passer pour une ingrate ou un mauvais cœur… Quelquefois, en coiffant mes maîtresses, j'ai eu l'envie folle de leur déchirer la nuque, de leur fouiller les seins avec mes ongles…
Heureusement qu'on n'a pas toujours de ces idées noires… On s'étourdit et on s'arrange pour rigoler de son mieux, entre soi. »

 

 

 854268-04582e51474f2276b47125b82f668b2e.jpg

Octave Mirbeau (16 februari 1848 - 16 februari 1917)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Joseph Victor von Scheffel werd geboren op 16 februari 1826 in Karlsruhe. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

 

Die Mutterliebe

Ein Kleinod ist das allerbest',
das pfleg' ich wohl und halt es fest
und halt es hoch in Ehren:
Das ist die Mutterliebe gut,
die gibt mir immer neuen Mut
in allen Lebensschweren.

Und ist dein Herz so freudenleer,
und ist dein Aug' so tränenschwer,
blick in ihr Aug' hinein:
das hat gar lichten, hellen Strahl
und trocknet die Tränen allzumal
wie Frühlings-Sonnenschein.

 

 

854268-d3473918bf5f83d4e86ae6daca925706.jpg
Joseph von Scheffel (16 februari 1826 – 9 april 1886)

Beeld aan de Stadthalle in Heidelberg

 

 

 

 

De Russische dichter, schrijver, criticus, vertaler en filosoof Vyacheslav Ivanovich Ivanov werd geboren op 16 februari 1866 in Moskou. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

 

Love 

 

We are two trunks ignited by lightning

Two flames in the midnight forest;

We are two meteors flying in the night,

The double-stinging arrow of a single fate!

 

We are two horses whose reins are held

By the same hand, - bitten by one spur;

We are two eyes of a single gaze,

Two trembling wings of one dream.

 

We are a pair of shadows grieving

Over the holy marble grave,

Where ancient Beauty slumbers.

 

The two-voiced mouth of secrets shared,

We two make a single Sphinx.

The two arms of a single cross.

 

 

 

 854268-deb758044c4d505b51c4f5b9dba00abf.jpg

Vyacheslav Ivanov (16 februari 1866 - 16 juli 1949)

Portret door Ivan Kirillovich Parkhomenko  , ca 1910

 

 

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Marie Noël werd geboren op 16 februari 1883 in Auxerre. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

 

Mon bien-aimé s’en fut chercher l’amour

 

Mon bien-aimé s’en fut chercher l’amour
Dès le matin parmi les fleurs écloses.
Pour le trouver il effeuillait les roses
Couleur du soir, de l’aurore et du jour.
Mon bien-aimé n’a pas trouvé l’amour.

Je l’attendais, pâle et grise lavande,
Et tout mon cœur embaumait son chemin.
Il a passé… j’ai parfumé sa main,
Mais il n’a pas vu mes yeux pleins d’offrande.

Mon bien-aimé s’en fut chercher l’amour
Au verger mûr quand midi l’ensoleille.
Pour le trouver il goûtait la groseille,
La pomme d’or, la pêche, tour à tour…
Mon bien-aimé n’a pas trouvé l’amour.

Je l’attendais, fraise humble à ses pieds toute,
Et mon sang mûr embaumait son chemin.
Hélas ! mon sang n’a pas taché sa main.
Il a marché sur moi, suivant sa route.

Vent du ciel ! Vent du ciel ! éparpille mon cœur !
Je n’en ai plus besoin. Ô brise familière,
Perds-le ! Dessèche en moi ma source, éteins ma fleur,
Ô vent, et dans la mer va jeter ma poussière !

 

 

 

854268-3f66db8d0108d8c399a5b66a6ef6b828.jpg
Marie Noël (16 februari 1883 – 23 december 1967)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter Hubert van Herreweghen werd geboren in Pamel op 16 februari 1920. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008 en ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

 

Zurkel

Een blaadje zurkel op de mond,
een beven in mijn keel,
geheim, gezouten, zoet, gezond
en dan schudt af de dag geheel
zijn sleeuwte, roest en zurigheid,
zijn geelte en zijn gedurigheid
en 't ritselt in mijn kieuwen.

O vroeger moest 't een bos, een boom,
nu mag 't een takje wezen,
een blaadje, dat mij zijn aroom
geeft om mij te genezen.

Een tand erin, een tong eraan
en vijftig jaar vernieuwen.

 

 

 

 854268-4e799efa4a5d076177b242aae49da783.jpg

Hubert van Herreweghen (Pamel, 16 februari 1920)

Pamel, Sint-Gaugericuskerk



Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 februari 2010.

 

De Italiaanse schrijver Luigi Meneghello werd geboren op 16 februari 1922 in Malo. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

De Russische schrijver Nikolaj Semjonovitsj Leskov werd geboren in Orjol op 16 februari 1831. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007.

Geschreven door Romenu om 19:43 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten