Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 8 september 2015

In Memoriam Joost Zwagerman

 

In Memoriam Joost Zwagerman

De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman heeft na een periode van depressies zelfmoord gepleegd in zijn woonplaats Haarlem. Dat heeft zijn uitgeverij De Arbeiderspers dinsdagavond bekend gemaakt. Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Hij is 51 jaar geworden. Zie ook alle tags voor Joost Zwagerman op dit blog.

 

...zag jij misschien

...zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
zo en passant en ook zo zijdelings -
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mijn leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.

 

 

Zeven joosten

Die nacht had ik zeven mooie hoofden
die ik naast mijn ene leven legde op de kast.
Ik deed het licht uit en de hoofden sliepen in.
Mijn romp speelde sjamaan in bed, de halsrib
rond en roodbeknoest, doorzinderd vlees
met aderen die schreeuwden. Mijn zeven mooie
hoofden in rust op rij. Ik verzorgde mij
zoals mijn moeder vroeger plantjes water gaf.

Alles wat ze zeggen over mij is altijd waar
en samen zijn we alle zeven niemandsland.
Alle pluche is ballast voor het polymorfe hoofd.
Mij is geen zonde of verzaking aan te wrijven,
ik doe mijn plicht en vraag niets in ruil.

Ik geef munten aan wie vraagt, duplicaten
aan wie waant, ontucht in het volle licht,
mijn monden vangen zevenvoudig zaad. Mijzelf
genoeg. Ik sta ingeschreven voor onteigening
maar weet niet of verhoord gebed mij past.

 

Roeshoofd hemelt

Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
waar ik mij gewoonlijk niet vertoon.
Ik stelde mij teleur. Sprak te luid
tegen mensen die mij zichtbaar niet vertrouwden.
Ik wilde dat ik vond dat ik naar huis toe wilde
en sprak mij aan om hiervandaan te gaan
maar dat was zo gemakkelijk nog niet. Ik verloor mij
in gesprekken die ik al zo vaak gevoerd had
zonder zicht op toonzaamheid
of zelfs maar dunne trucs
waarmee je doorgaans
een kapotte nacht doorkomt.

Het eindigde ermee dat ik van alles
in mijn oor siste wat ik maar half verstond.
Wat doe je op zulke momenten? Ik liet mij
voor wat ik was; het had geen zin mij het zwijgen
op te leggen, ik was berstensvol op mij gebeten
en toen het eenmaal ochtend was
zag ik mij als zo vaak in tongen terug
als het legioen dat vreemden streelt.
Spreekwoord was ik dat niet snapt,
gaandeweg de dag werd ik weer opvoeding
die ouders voor hun kinderen uitdenken
en in het holst van alle bruikleen
was ik wat ik telkens na zo'n achternacht in corvee
en klatering moet zijn: voor dag en dauw de bijbel,
met stofomslag en in voldongen esperantoklanken,
een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen

 

 1811440-97fdfd020bd07a4e8da53469b0bf59c6.jpg
Joost Zwagerman (18 november 1963 – 8 september 2015)

Geschreven door Romenu om 23:21 Reageer op dit bericht

Siegfried Sassoon, Anthonie Donker, Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Eduard Mörike, Perikles Monioudis

De Engelse dichter Siegfried Sassoon werd geboren op 8 september 1886 in Brenchley, Kent. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Siegfried Sassoon op dit blog.

 

Aftermath

Have you forgotten yet?...
For the world's events have rumbled on since those gagged days,
Like traffic checked while at the crossing of city-ways:
And the haunted gap in your mind has filled with thoughts that flow
Like clouds in the lit heaven of life; and you're a man reprieved to go,
Taking your peaceful share of Time, with joy to spare.
But the past is just the same--and War's a bloody game...
Have you forgotten yet?...
Look down, and swear by the slain of the War that you'll never forget.

Do you remember the dark months you held the sector at Mametz--
The nights you watched and wired and dug and piled sandbags on parapets?
Do you remember the rats; and the stench
Of corpses rotting in front of the front-line trench--
And dawn coming, dirty-white, and chill with a hopeless rain?
Do you ever stop and ask, 'Is it all going to happen again?'

Do you remember that hour of din before the attack--
And the anger, the blind compassion that seized and shook you then
As you peered at the doomed and haggard faces of your men?
Do you remember the stretcher-cases lurching back
With dying eyes and lolling heads--those ashen-grey
Masks of the lads who once were keen and kind and gay?

Have you forgotten yet?...
Look up, and swear by the green of the spring that you'll never forget.

 

 

Suicide In The Trenches

I knew a simple soldier boy
Who grinned at life in empty joy,
Slept soundly through the lonesome dark,
And whistled early with the lark.

In winter trenches, cowed and glum,
With crumps and lice and lack of rum,
He put a bullet through his brain.
No one spoke of him again.

You smug-faced crowds with kindling eye
Who cheer when soldier lads march by,
Sneak home and pray you'll never know
The hell where youth and laughter go.

 


Thrushes

Tossed on the glittering air they soar and skim,
Whose voices make the emptiness of light
A windy palace. Quavering from the brim
Of dawn, and bold with song at edge of night,
They clutch their leafy pinnacles and sing
Scornful of man, and from his toils aloof
Whose heart's a haunted woodland whispering;
Whose thoughts return on tempest-baffled wing;
Who hears the cry of God in everything,
And storms the gate of nothingness for proof.

 

 1811369-ebfc54dfbf9af0003b311fe50006aa67.jpg
Siegfried Sassoon (8 september 1886 – 1 september 1967)
James Wilby (l) als Sassoon en Stuart Bunce als Wilfried Owen in de film "Regeneration" uit 1997

 

 

De Nederlandse dichter, letterkundige, schrijver, essayist en literair vertaler Anthonie Donker (Nicolaas Anthonie Donkersloot ) werd geboren in Rotterdam op 8 september 1902. Zie ook alle tags voor Anthonie Donker op dit blog.

 

Verblijfpas

Gaandeweg wordt het mij duidlijk
dat ik een vreemdeling ben
in Jeruzalem, in Amsterdam,
overal waar ik kom
in een wereld onverlost,
uit een andere wereld gedrost‚
nergens geheel op mijn plaats
ga ik verbijsterd om,
en ik ben maar door blijven loopen
in den doffen slaapzwaren nacht
door de leege wakende straten
van de omgekeerde stad,
of ik iets in die desolate
woestijn nog te zoeken had.
Doch omdat ik geen adem kan scheppen
buiten dat waar ik op wacht,
alleen door het zinneloos hopen
dat ik plotseling vleugels zal reppen,
dwaal ik onophoudelijk om,
en mijn holle voetstap weerkaatst
hard tegen blinde muren,
maar mijn stem, mijn stem blijft stom.
O wereld niet te verduren,
toch kan ik hier niet vandaan
die losprijs heb ik bedongen
en ik vraag het nu voor het laatst –

 


De droom
 
Dit somber land is niet mijn vaderland,
De tuinen van den droom zijn altijd groen.
Hier welken wilde rozen, en mijn hand
Is moe van wat zij later nog zal doen.
 
Alles bevreemdt mij wat op aard geschiedt.
Er staat een jongen naar een zwaan te kijken,
Zóó onbekommerd en los van verdriet -
Een vrede die ik nooit meer kan bereiken.
 
Regen en sneeuw en zon en maan en wind.
Waarom hebben wij ons op weg begeven?
Het eindigt evengoed als het begint.
 
Er is zooveel voorbij, zooveel nog komend.
De dag moest zonder avond zijn gebleven
En ik hier eeuwig van Assisi droomend.

 

 1811369-f3e25b9ddb42a92c8686fd3f91545ea4.jpg
Anthonie Donker (8 september 1902 – 26 december 1965)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Clemens Brentano werd geboren op 8 september 1778 in Ehrenbreitstein. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Clemens Brentano op dit blog.

 

Hörst du wie die Brunnen rauschen

Hörst du wie die Brunnen rauschen,
Hörst du wie die Grille zirpt?
Stille, stille, lass uns lauschen,
Selig,  wer in Träumen stirbt.
Selig,  wen die Wolken wiegen,
Wem der Mond ein Schlaflied singt,
O wie selig kann der fliegen,
Dem der Traum den Flügel schwingt,
Dass an blauer Himmelsdecke
Sterne er wie Blumen pflückt:
Schlafe,  träume, flieg',  ich wecke
Bald Dich auf und bin beglückt.

 

 

Was reif in diesen Zeilen steht...

Was reif in diesen Zeilen steht,
Was lächelnd winkt und sinnend fleht,
Das soll kein Kind betrüben,
Die Einfalt hat es ausgesäet,
Die Schwermut hat hindurchgeweht,
Die Sehnsucht hat's getrieben;
Und ist das Feld einst abgemäht,
Die Armut durch die Stoppeln geht,
Sucht Ähren, die geblieben,
Sucht Lieb',  die für sie untergeht,
Sucht Lieb',  die mit ihr aufersteht,
Sucht Lieb',  die sie kann lieben,
Und hat sie einsam und verschmäht
Die Nacht durch dankend in Gebet
Die Körner ausgerieben, 
Liest sie, als früh der Hahn gekräht,
Was Lieb'  erhielt,  was Leid verweht,
Ans Feldkreuz angeschrieben,
O Stern und Blume,  Geist und Kleid,
Lieb',  Leid und Zeit und Ewigkeit!

 

 1811369-ef635db7b63dde29fb2b50c89106bb4d.jpg
Clemens Brentano (8 september 1778 – 28 juli 1842)
Misel Maticevic als Clemens Brentano in de film “Das Gelübde” uit 2008

 

 

De Duitse schrijver Wilhelm Raabe werd op 8 september 1831 in Eschershausen geboren. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Wilhelm Raabe op dit blog.

Uit: Fabian und Sebastian

"Und sich in die Konkursliste und an den Bettelstab. Ich bitte dich, Baumsteiger, ärgere du mich nicht auch jetzt noch mit dem Narren, dem Fabian! Dies Übel bin ich gewohnt, wie der Mensch ja auch ein hölzern Bein allgemach gewohnt wird, und es ist mir wenigstens gelungen, diese Imbezillität so unschädlich als möglich zu machen. Bleiben wir bei dem Lorenz oder vielmehr seiner Hinterlassenschaft. Bei allem, was sich –«
»Unter Debet und Kredit eintragen läßt, was soll ich mit dieser Hinterlassenschaft anfangen? Nicht wahr, so heißt die Klemme, in der wir festzusitzen glauben?« fragte Hofmedikus Baumsteiger mit einem höchst eigentümlichen und jedenfalls sehr klugen und vielsagenden Blick auf seinen Gast. »Hm, der Attrappenonkel – "
»Eine Deutsch-Holländerin!« rief Herr Sebastian Pelzmann, auf nichts achtend ringsumher, nur mit sich selber und mit dem Anfang seiner Buße an diesem Abend des Tages Fabian und Sebastian, wo – der Saft wieder in die Bäume geht, beschäftigt.
»Gar nicht tot zu kriegen!« sagte Baumsteiger. »Fünfzehn wundervolle tropische, exotische Mädchenfrühlinge alt, alter Kenner!«
»Jawohl! Auf der Insel Sumatra geboren und wahrscheinlich annähernd so alt, wie du angibst. Jawohl, nette tropische Zustände wird die exotische Pflanze im Hause zur Blüte bringen!«
»Solltest du wirklich nicht dem Onkel Fabian, der sie sich, wie du sagst, heimtückischerweise von seinem Hinterhause aus hinter deinem Rücken verschrieben hat, einfach die Verantwortlichkeit für alles überlassen können?«
Der Onkel Sebastian wehrte mit beiden Händen die Möglichkeit hiervon in einer so energischen Weise ab, daß er fast das Gleichgewicht auf seinem Stuhle verlor.
»Was würde aus dem Hause Pelzmann und Kompanie werden, wenn ich dem nur für acht Tage die Verantwortlichkeit für etwas anderes als die Modellkammer allein überließe? Aus einem Narrenhause ein Tollhaus! O liebster Freund, wer verteilt diese Nerven in dieser nichtsnutzigen Welt? Du bist mein Schulgenosse, mein Hausarzt, und ich rede gegenwärtig zu dir wie zu einem Beichtvater, und es scheint dir in deiner philosophischen Gelassenheit nur ein Nachtischbehagen mehr zu sein, mir gleichfalls noch auf die Nerven zu fallen. So seid ihr aber allesamt, ihr gemütlichen Herren, die ihr es in eurem stoischen Behagen nie zugeben könnt, daß ihr euch wohl in eurer Haut fühlt auf diesem widerwärtigen, langweiligen, abstehenden Erdenball.«

 

 1811369-8880dcb40d946484242c22870f12f198.jpg
Wilhelm Raabe (8 september 1831 - 15 november 1910)
 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Eduard Mörike werd geboren op 8 september 1804 in Ludwigsberg. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Eduard Mörike op dit blog.

 

Der Zauberleuchtturm

Des Zauberers sein Mägdlein saß
in ihrem Saale rund von Glas;
sie spann beim hellen Kerzenschein
und sang so glockenhell darein.
Der Saal,  als eine Kugel klar,
in Lüften aufgehangen war
an einem Turm auf Felsenhöh',
bei Nacht hoch ob der wilden See,
und hing in Sturm und Wettergraus
an einem langen Arm hinaus.
Wenn nun ein Schiff in Nächten schwer
sah weder Rat noch Rettung mehr,
der Lotse zog die Achsel schief,
der Hauptmann alle Teufel rief, 
auch der Matrose wollt' verzagen:
O weh mir armen Schwartenmagen! 
Auf einmal scheint ein Licht von fern
als wie ein heller Morgenstern;
die Mannschaft jauchzet überlaut:
Heida!  jetzt gilt es trockne Haut!
Aus allen Kräften steuert man
jetzt nach dem teuren Licht hinan,
das wächst und wächst und leuchtet fast
wie einer Zaubersonne Glast, 
darin ein Mägdlein sitzt und spinnt,
sich beuget ihr Gesang im Wind;
die Männer stehen wie verzückt,
ein jeder nach dem Wunder blickt
und horcht und staunet unverwandt,
dem Steuermann entsinkt die Hand,
hat keiner acht mehr auf das Schiff;
das kracht mit eins am Felsenriff,
die Luft zerreißt ein Jammerschrei:
Herr Gott im Himmel,  steh uns bei!
Da löscht die Zauberin ihr Licht;
noch einmal aus der Tiefe bricht
verhallend Weh aus einem Mund;
da zuckt das Schiff und sinkt zu Grund. 

 

 1811369-383572c2ad3424820d59a5404f1068bd.jpg
Eduard Mörike (8 september 1804 – 4 juni 1875)
Cover

 

 

De Zwitserse schrijver Perikles Monioudis werd geboren op 8 september 1966 in Glarus. Zie ook alle tags voor Peikles Monoudis op dit blog en ook mijn blog van 8 september 2010.

Uit: Die früheren Bemalungen

„Und dennoch muß es die griechische Sprache gewesen sein, die ich als erste gesprochen habe, als Kind von drei und vier Jahren. Die griechischen Wörter bezeichneten meine erste Welt. Meine Gefühle wurden, wenn von Ausdrücken, dann von griechischen erzeugt und umgekehrt - in meinem Kindchengriechisch - in ihnen gefaßt.
Ich spielte zwar mit anderen Kindern vor dem Haus, aber zu meiner lingua franca wurde Deutsch wohl spätestens im Kindergarten, mit sechs.
Seitdem lerne ich Griechisch, indem ich es an meinem Deutsch abgleiche. Ein Wort, das ich auf griechisch lerne, verstehe ich oft zunächst nur durch seine deutsche Entsprechung.
Ich betrete den Blumenladen. Der Besitzer kommt auf mich zu. Wir tauschen ein paar Sätze zu den Lilien da. Er hält mich für einen Landsmann, akzentfrei, wie ich rede. Er stutzt erst, als ich die Lilien auf griechisch nicht zu bezeichnen vermag.
An der Hand einmal meines Vaters, einmal meiner Mutter nahm ich den Weg zum Kindergarten unter die Füße. Noch bevor der Tag hell war, betrat ich das flache Gebäude am Rand des Dorfes. Eine Abneigung gegen den Kindergarten hatte ich schon am ersten Tag gefühlt. Obwohl die Beleuchtung im Innern mehr als ausreichend war, muteten mich die grünen Vorhänge, die kleinen Bänke und Tische, das Linoleum gelblich an. Klein und gedrungen erscheint mir das Mobiliar nicht nur in der Erinnerung. Für mich, den wohlgenährten Jungen von sechs Jahren, war der Tisch bald zu schmal, zu eng der Spielkreis.“

 

1811369-da2d1bf65ae2915551b5ef2bbc2e8b89.jpg
Perikles Monioudis (Glarus, 8 september 1966)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn vorige blog van vandaag en ook mijn blog van 8 september 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:50 Reageer op dit bericht

Franz Hellens

De Frans-Belgische schrijver Franz Hellens (pseudoniem van Frédérique van Ermenghem) werd op 8 September 1881 uit Vlaamsche ouders in Brussel geboren. Hellens was de zoon van prof. dr. F. van Ermenghem, oud-hoogleeraar in de Geneeskunde aan de Universiteit van Gent en Secrétaire perpétuel (bestendig schrijver) aan de Académie de Médecine in Brussel. Hellens studeerde rechten in Gent bij de Jezuïeten, waar voor hem Verhaeren, Maeterlinck, Rodenbach en Van Lerberghe ook al hadden gestudeerd. Zijn jeugd bracht hij te Wetteren, dicht bij Gent, door, waar zijn ouders waren gaan wonen, toen hij nog geen jaar oud was. Tot zijn twaalfde jaar heeft hij een zeer groote vrijheid genoten op het buiten van zijn ouders en deze tijd van zijn leven heeft een diepe indruk op hem gemaakt. Men vindt er herinneringen aan in de meeste werken van den schrijver. “Le Naïf” (1926) en “L'enfant et l'ecuyère” herinneren aan deze periode in zijn leven en aan de volgende jaren te Gent. Deze stad heeft hem gefascineerd en geïnspireerd tot het schrijven van zijn “En ville morte” en “Les Hors-le-Vent”. Dit laatste boek was zijn eerste belangrijke werk (1909). Zijn eerste letterkundige proeven verschenen in een studentenalmanak, die hij in 1902 in het leven riep.Toen hij zijn studie had voltooid werd hij al spoedig verbonden aan de Kon. Bibliotheek te Brussel. Vandaar ging hij over naar de Bibliotheek van het Parlement. Zijn derde boek, “Les clartés latentes”, verscheen in 1912. Het werd bekroond met den prijs van de Académie Van 1915 tot 1919 woonde Hellens in Frankrijk (Parijs en Nice). Een ernstige ziekte noodzaakte hem in een milder klimaat te leven en hij heeft er zelfs over gedacht daar te blijven. Na “Nocturnal” (1919), verscheen in 1920 zijn eerste roman “Mélusine”, een werk, dat hij in 1916 te Nice geschreven had. Met zijn roman “La femme partagée”, die in 1929 verscheen, werd hij ook internationaal bekend. Behalve door dit romantisch en novellistisch werk heeft Hellens door de tijdschriften, die hij dirigeerde, veel invloed uitgeoefend.

Uit: Mémoires d'Elseneur

“Dans une cage un couple de pluviers était arrêté devant une petite flaque d'eau. Le mâle paraissait malade, l'une de ses ailes pendait. Chaque fois qu'il se penchait sur l'eau pour boire, un autre mâle se jetait sur lui et l'empêchait de plonger le bec dans l'eau; il le chassait ensuite jusqu'aux barreaux de la cage. Le malade attendait quelques moments, frileux, puis se dirigeait vers le réservoir, pour être délogé une nouvelle fois par le mâle tortionnaire. Il avait l'air de guetter une distraction du méchant pour satisfaire sa soif. Une fois je le vis contourner rapidement la flaque afin de mettre cet obstacle entre lui et son rival ; car je sentais bien qu'il y allait d'une femelle, coite, on eût dit indifférente à ce qui se passait, mais dont l'œil ouvert ne perdait pas une ombre du débat."
(…)

« Vois-tu un oiseau de son espèce enfermé tout le jour dans une étude?"
"L'assassin qui vient de perpétrer son crime et le vengeur d'accomplir sa vengeance, que leur reste-t-il à faire, sinon fermer les yeux comme la guêpe dont le dard à joué son rôle pour l'éternel repos ou l'éternelle résurrection?"
"Et moi aussi j'allais franchir le pas plus léger que ces oiseaux et non moins solitaire, car chacune de ces ailes est en même temps, la foule et l'unité. »
(…)

« Le mal est dépassé, le bien a perdu ses frontières. Pureté du ciel, innocence des âmes, oubli de ce qui ne compte plus ; fraîcheur du matin, transfiguration du soir. Le jour entre deux sources et la nuit dont on ne voit plus la fin. Et tout au dessus, Dieu, Dieu que nous sommes tous, aussi proche de l'atome que de soi-même, de sa propre nature , car il ne saurait y avoir d'intermédiaire entre ce qui crée et ce qui est créé, l'esprit ne peut-être ni divisé ni suppléé."

 

 1811365-f9eed06be44eeadaae0c3b8612467034.jpg
Franz Hellens (8 september 1881 – 20 januari 1972)
Portret door Amedeo Modigliani, 1919

Geschreven door Romenu om 19:24 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten