Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 23 september 2013

Peter Drehmanns, Antonio Tabucchi, Mary Coleridge, Jaroslav Seifert, Leni Saris

De Nederlandse dichter en schrijver Peter Drehmanns werd op 22 september 1960 in Roermond geboren. Zie ook alle tags voor Peter Drehmanns op dit blog.

 


Hedendaags reisadvies

 

De dagen korten
het duister dikt in
de messen spitsen zich toe
de pantoffels staan te smachten
de open haard gaapt
de ochtend ligt te rotten
de dood rochelt zich rond.

 

In het ruggenmerg doolt een dwerg,
het bloed danst een boerenklucht
en op de perrons, de grijze perrons
groeit het bankroet.

 

Struikel in het rond nu
de wereld is van gebroken glas,
ren weg als je kunt, bemachtig
een vrijbrief van de voddenkoopman,
neem de vrachtboot naar doorgangsoord B.
speel verstekeling tussen de meeuwen.

 

Ga aan land, ga
liggen en rol jezelf weg,
honderdvierenveertig pond uitlek-
gewicht en wat loopgravenletsel
van een verlangen dat heenging
op 29 februari van het schrikkeljaar
negentienzoveel.

 

 

 

 

Dit gedicht

 

zie dit ontstoken oog

omklonterd door vliegenfamilies

ziedend zoemend

driest zoekend naar rijm

naar het zweet van een betekenis

 

dit kommaloos tasten

naar waar het bindvlies barst

dit wriemelen te midden

van wat nog geen plaats heeft

 

gevonden tussen het pus

en het slijm van de syntaxis

opgeschud door een wild nee

een steigeren in de hitte

 

van het moment dat bloeddorstig

op verlossing wacht.

 

 

 

 

 1464034-a43fca3d91f5e8746d126144ee601587.jpg

Peter Drehmanns (Roermond, 22 september 1960)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver, vertaler, en literatuurwetenschapper Antonio Tabucchi werd op 23 september 1943 geboren in Pisa. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Antonio Tabucchi op dit blog.

 

Uit: The Missing Head (Vertaald door Patrick Creagh)

 

“Yes, those were the days of El Rey. But now? Now that they were forced to wander, now that Spain made their lives impossible, and in Portugal, their place of refuge, things were perhaps even worse, now that they no longer had the means of making trinkets and mantillas, now that they had to get by as best they could with begging and petty theft, what sort of a fucking king was he, Manolo the Gypsy? King of a shitheap, is what he repeated to himself.

The Town Council had granted him that litter-strewn patch of land on the outskirts of town, just beyond the last outlying villas, but merely as an act of charity. He would never forget the face of the town clerk who signed the concession, with an air of condescension together with commiseration, for a twelve-month grant of land at peppercorn rent… and let Manolo remember that. The Council made no commitment to provide commodities of any kind, not so much as water and electricity, and as for shitting they could do it in the woods, after all gypsies were used to that, and they would manure the soil, and they must be careful, because the police were on to their small traffickings, and were keeping their eyes peeled.

King of a shitheap, thought Manolo, with those pasteboard hovels roofed with galvanized iron, streaming with damp in winter and ovens in summer. The dry, spick and span grottoes of the Granada of his youth no longer existed, this place here was a refugee camp, or worse, a concentration camp, thought Manolo, king of a shitheap.

“What is El Rey about at this hour of the morning, O afflicted spirit of our Andalusian dead?”

His wife was now well awake, her eyes wide open. With her grey hair spread over her breast, as she always arranged it for sleep after removing all the hairpins, and that pink nightshift she slept in, she looked like a ghost herself.”

 

 

1464034-cc71f349fe2f7998319cc53b6798bffe.jpg 

Antonio Tabucchi (Pisa, 23 september 1943)

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Mary Elizabeth Coleridge werd geboren in Londen op 23 september 1861. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Mary Colderidge op dit blog.

 

 

After St. Augustine

 

Sunshine let it be or frost,
Storm or calm, as Thou shalt choose;
Though Thine every gift were lost,
Thee Thyself we could not lose.

 

 

 

Blue and White


BLUE is Our Lady’s colour,
White is Our Lord’s.
To-morrow I will wear a knot
Of blue and white cords,
That you may see it, where you ride
Among the flashing swords.

O banner, white and sunny blue,
With prayer I wove thee!
For love the white, for faith the heavenly hue,
And both for him, so tender-true,
Him that doth love me!

 

 

 

 1464034-6d01223990e54cf98408ae885a93dbe2.jpg

Mary Coleridge (23 september 1861 – 25 augustus 1907)

 

 

 

 

 

De Tsjechische dichter Jaroslav Seifert werd op 23 september 1901 geboren en groeide op in de arbeiderswijk Žižkov in Praag. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Jaroslav Seifert op dit blog.

 

 

An Umbrella from Piccadilly

 

If you're at your wits' end concerning love
try falling in love again —
say, with the Queen of England.
Why not!
Her features are on every postage stamp
of that ancient kingdom.
But if you were to ask her
for a date in Hyde Park
you can bet that
you'd wait in vain.

 

If you've any sense at all
you'll wisely tell yourself:
Why of course, I know:
it's raining in Hyde Park today.

 

When he was in England
my son bought me in London's Piccadilly
an elegant umbrella.
Whenever necessary
I now have above my head
my own small sky
which may be black
but in its tensioned wire spokes
God's mercy may be flowing like
an electric current.

 

I open my umbrella even when it's not raining,
as a canopy
over the volume of Shakespeare's sonnets
I carry with me in my pocket.

 

But there are moments when I am frightened
even by the sparkling bouquet of the universe.
Outstripping its beauty
it threatens us with its infinity
and that is all too similar
to the sleep of death.
It also threatens us with the void and frostiness
of its thousands of stars
which at night delude us
with their gleam.

 

The one we have named Venus
is downright terrifying.
Its rocks are still on the boil
and like gigantic waves
mountains are rising up
and burning sulphur falls.

 

We always ask where hell is.
It is there!

 

But what use is a fragile umbrella
against the universe?
Besides, I don't even carry it.
I have enough of a job
to walk along
clinging close to the ground
as a nocturnal moth in daytime
to the coarse bark of a tree.

 

All my life I have sought the paradise
that used to be here,
whose traces I have found
only on women's lips
and in the curves of their skin
when it is warm with love.

 

All my life I have longed
for freedom.
At last I've discovered the door
that leads to it.
It is death.

 

Now that I'm old
some charming woman's face
will sometimes waft between my lashes
and her smile will stir my blood.

 

Shyly I turn my head
and remember the Queen of England,
whose features are on every postage stamp
of that ancient kingdom.
God save the Queen!

 

Oh yes, I know quite well:
it's raining in Hyde Park today.

 

 

 

Vertaald door Ewald Osers

 

 

 

 1464034-0a9e01c21be4a2421af187da9fa58274.jpg

Jaroslav Seifert ( 23 september 1901 – 10 januari 1986)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Leni Sariswerd geboren in Rotterdam op 23 september 1915. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Leni Saris op dit blog.

Uit: Zoals de zeemeeuw vliegt....

“Langzaam liep ze de oprijlaan door en dan beklom ze het terras, de fijne hoge hakjes tikten op de stenen. Met genoegen gebruikte ze de prachtige koperen klopper. Myra, een van de jonge dienstmeisjes, deed open. Het stugge gezichtje werd vriendelijk. Mevrouw Runne was een autoriteit in de huishouding op "De Vier Winden," en van Tessa hielden ze allemaal, omdat ze zo'n zonnig levensblij kind was.
"Dag, juffrouw Tessa," zei ze. "Mevrouw is in de tuinkamer. Juffrouw Francis is gekomen en...... "
De zin werd niet afgemaakt, want de deur van de tuinkamer ging open en Dion en Tessa stonden voor het eerst sinds jaren tegenover elkaar.
Tessa zag nu een heel lange jongeman, met koele donkere ogen en buitengewoon zelfverzekerd. Iemand, die veel had gereisd, zich gemakkelijk bewoog in welk gezelschap dan ook en het leven bekeek met kritische blik. Dion constateerde dat de kleine wilde Tessa opgegroeid was tot een aantrekkelijk meisje.
"Tessa.... zeemeeuwtje!" Dions snelle glimlach, die het donkere gezicht stralend en goed maakte, flitste een ogenblik over de trekken, die aristocratisch waren als die van zijn grootmoeder.
"Een zeemeeuw ben ik helaas niet meer." Tessa's kleine hand lag een ogenblik in de zijne, haar ogen waren ernstig en verwonderd. "Ik mis de zee nog iedere dag en als het stormt en de kruinen van de bomen wild heen en weer zwaaien, dan vind ik het maar surrogaat voor storm aan zee."

 

 

 1464034-a62dbde7dd1e8d962b20854bd4fab37a.jpg

Leni Saris (23 september 1915 – 9 december 1999)

Cover

Geschreven door Romenu om 20:52 Reageer op dit bericht

In Memoriam Hugo Raes


In Memoriam Hugo Raes

 

 

De Belgische schrijver Hugo Raes is maandag op 84-jarige leeftijd overleden. De Belgische schrijver Hugo Raes werd geboren in Antwerpen op 26 mei 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Raes op dit blog.

 

Uit: Bankroet van een charmeur

 

“Soms was hij onbetrouwbaar ontdekte ik stilaan. Hij loog soms tergend. Tergend omdat hij mij onderschatte. Uit veel bluf bestond hij wist ik al lang, en had ik ook aanvaard, niemand is volmaakt, maar zijn fundamenten waren ‘shakier’ dan ik dacht. En dat was voor mij een voldoening, en ook een teleurstelling. Ik trachtte de onoverwinnelijke, de charmeur tot de juiste proporties te herleiden.

Later zag ik hem dagenlang niet. Toen dook hij op in onze contactkroeg en deed weer een fantastisch verhaal over een nieuwe vrouw: ‘Ze is in de steek gelaten door haar vent, heeft twee kinderen, is bepaald lelijk, maar totaal vrij en heeft geld en dat kan ik altijd gebruiken. En ze wil zich steeds maar uitkleden. Een uitkledingscomplex zou ik zeggen. In de auto doet ze haar bustehouder uit langs de mouwen, knoopt haar bloese open. Ze wil me altijd meetronen naar haar kamer, begint zich op slag uit te kleden, staat daar te draaien en te smeken: streel me, streel dat lijf van me. Maar z'is te lelijk om te doen.’

Op een dag had hij één van de drie firma's opgezegd. Hij had geen tijd meer, zei hij, maar het was omdat hij steeds maar beloofde die en die bezoeken af te leggen en contacten op te nemen, en het bleef uitstellen, dat ze naar een nieuwe man uitkeken.

Geleidelijk ging hij bergaf, met een sadistisch genoegen bijna, maar werd ook vermoeider. Er waren twee jaar verlopen sinds wij begonnen waren samen op rooftocht uit te gaan. Hij leed aan de maag nu. In 't begin hield hij het voor mij verborgen, maar het duurde niet lang, of hij nam zijn poeders, aanvankelijk met water, dan met bier, in mijn bijzijn.

‘Ik denk dat jij wat meer zou moeten rusten’, raadde ik hem aan. Hij sliep soms een hele nacht niet, of zelfs twee niet. En hij was mijn oprechte vriend. Later zou ik ondervinden dat hij mij achter mijn rug klein maakte en zo oninteressant mogelijk. Een verweer dat inslaat bij de vrouwen en ook bij vele mannen. Ik heb geleerd sedertdien dat alle vrienden zo zijn, ze zijn alle egoïsten, iedereen staat alleen, en toch hebben we vrienden om de illusie te hebben dat we niet alleen staan. Ik had een goed hart, zei hij. Maar wat is ‘goed’? Hij had ook een groot hart. Een groot, goed, zacht, meevoelend en smerig en jaloers en haatdragend hart. We maakten ruzie soms in een herberg, en ik tartte hem, maar hij kon alles verdragen. Hij veegde de spons met groots gebaar over deze overspannen woorden. 's Anderendaags dronken we als de beste vrienden die we waren. Verder lachten we, of voelden ons grijs en versleten of rot.”

 

 

 1464623-ec58582529fa1c1dd5e0e2a0ff817eb2.jpg

Hugo Raes (26 mei 1929 – 23 september 2013)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten