Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 16 augustus 2016

Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke, Ferenc Juhász, Alice Nahon

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook alle tags voor Charles Bukowski op dit blog en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

Bluebird

there's a bluebird in my heart that
wants to get out
but I'm too tough for him,
I say, stay in there, I'm not going
to let anybody see
you.
there's a bluebird in my heart that
wants to get out
but I pour whiskey on him and inhale
cigarette smoke
and the whores and the bartenders
and the grocery clerks
never know that
he's
in there.

there's a bluebird in my heart that
wants to get out
but I'm too tough for him,
I say,
stay down, do you want to mess
me up?
you want to screw up the
works?
you want to blow my book sales in
Europe?
there's a bluebird in my heart that
wants to get out
but I'm too clever, I only let him out
at night sometimes
when everybody's asleep.
I say, I know that you're there,
so don't be
sad.
then I put him back,
but he's singing a little
in there, I haven't quite let him
die
and we sleep together like
that
with our
secret pact
and it's nice enough to
make a man
weep, but I don't
weep, do
you?

 

 

And The Moon And The Stars And The World

Long walks at night--
that's what good for the soul:
peeking into windows
watching tired housewives
trying to fight off
their beer-maddened husbands.

 

 1946224-3c1dbbd78986eef54149534c36265f1e.jpg
Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)
Portret door Graziano Origa, 2008

 

 

De Duitse dichter en schrijver Reiner Kunze werd geboren op 16 augustus 1933 in Oelsnitz, Erzgebirge. Zie ook alle tags voor Reiner Kunze op dit blog en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

In Salzburg, auf dem Mönchsberg stehend
Nach ankunft im Westen Europas

Wiederzukehren
hierher, können von nun an mich hindern
armut nur, krankheit
und tod

Im kupferlaub der dächer geht der blick
den abend ab

Heimat haben und welt,
und nie mehr der lüge
den ring küssen müssen

 

 

Wo wir wohnen
Für Felix, den Enkel

Dort wo am morgen der hahnenschrei
die Autos im tal
um ein winziges übertönt

Um ein winziges

Komm, dem hahn zu helfen

 

 

Vladimir Horowitz spielt in Wien zum letzten Mal Mozart

Er war ihm näher schon als uns
und war gekommen, ihm zurückzugeben,
was er von ihm geliehn fürs leben,
und spielte es hinüber in die stille ihm
mit einem fingerschweben

Bis uns die handgelenke schmerzten
warfen wir am ende ihm
vom diesseits zu

 

 1946224-ed8098100a941525cc5e2e59e6a1bd4f.jpg
Reiner Kunze (Oelsnitz, 16 augustus 1933)

 

 

De Duitse (toneel)schrijver Moritz Rinke werd geboren op 16 augustus 1967 in Worpswede bij Bremen. Zie ook alle tags voor Moritz Rinke op dit blog en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

Uit: Wir lieben und wissen nichts

„Sebastian
Ich bin hier kein fremder Mann, ich lebe hier!
Guck mal, ob deine Tauschpartner online sind, und frag sie ...
Hannah
Die sind nicht mehr online! Es gibt einen Vertrag, wir tauschen Wohnungen, mit Möbeln, aber nicht mit einem Mann in der Abstellkammer!
Sebastian
Ich lass mich nicht einfach umsiedeln!
Hannah
Du wirst nicht umgesiedelt!
Sebastian
Nein? Ach ... Und Frankfurt? Ich sage nur: Frankfurt!
Hannah
Das war vor einem halben Jahr!
Sebastian
Das war vor vier Monaten! Ich weiß schon gar nicht mehr, wo mir der Kopf steht vor lauter Kofferpacken. Diese ständige Umsiedelei! Von Frankfurt habe ich mich bis heute noch nicht erholt!
Hannah
Nicht diese Diskussion ... Nicht jetzt! Wovon leben wir denn?! Und könntest du hier vielleicht irgend etwas reinstellen, bevor die kommen? Lass uns wenigstens das Sofa rübertragen!
(Geht ab und kommt sofort mit einer Pistole zurück)
Sebastian
Ich glaube, ich bin die Seele dieser Wohnung geworden ...
Ich glaube, deine Wohnung mag mich einfach ... Ich mag sie auch. Das war jetzt eine kleine, verschlungene Liebeserklärung.“

 

 1946224-129f8837580a070b5413919a0fdf997f.jpg
Moritz Rinke (Worpswede, 16 augustus 1967)
Scene uit een opvoering in Leverkusen, 2015

 

 

De Hongaarse dichter Ferenc Juhász werd geboren op 16 augustus 1928 in Biatorbágy. Zie ook alle tags voor Ferenc Juhász op dit blog.

 

Silver

The traveller stands in the freezing cold
surrounded by drowsy old men.
His moustache is ice, his eyelashes
inhuman half-moons of silver.
He stands watching the horses,
the snow dusting under their hooves
like a cloud of millions of comets
misting the milky star-roads.
His ears are silver, his hair is silver.
The horses twitch their manes and tails.
Silver the velvet nostrils, the steaming flanks.

 

 

Gold

The woman touches her bun
of thinning hair. She laughs,
and drops a spoon and a hunk of bread
in their reaching, grubby hands.
Like roses divining water
the circle of thin red necks
leans over the steaming plates;
red noses bloom in the savoury mist.

The stars of their eyes shine
like ten worlds lost in their own light.
In the soup, slowly circling
swim golden onion rings.

 


Vertaald door David Wevill

 

 1946224-25f67432ce8a1d80f94758738d645f3a.jpg
Ferenc Juhász (16 augustus 1928 – 2 december 2015)
In 2007

 

 

De Vlaamse dichteres Alice Nahon werd te Antwerpen geboren op 16 augustus 1896.  Zie ook alle tags voor Alice Nahon op dit blog en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

Schaduw

Ik heb de liefde liefgehad;
daarom wellicht heeft zij me niet bemind.
Zo doet de mooie minnaar
met een zeer verliefde kind.

Ik heb de zon te lief gehad
en beu van beedlen
aan de deuren van de dagen
ben ik geworden als een varenblad
dat liever in de lommer leeft
dan zon te dragen.

En daarom bouwt mijn kommer aan een huis
waar lamp- en zonnelicht
getemperd zijn voor de ogen
en waar de soobre lijn van een gelaat
en waar de vrede van een vriendschap staat
lijk schaduw van een boom
over mijn hoofd
gebogen.

 

 

Rozenknop

'k Hoù niet van volbloeide roze,
Die heur hart heeft uitgezeid,
Die bij 't oop'nen
Van heur broze weelde,
D'éérste stervenstrane schreit.

'k Zie ze liever wachtend dragen,
Wat een knop niet openwoelt:
't Stil gesluimer
Van zó teer verlangen,
Dat een and're roos het voelt...

Want, door elk geluk moet schreien,
Schemering van droefenis...
Als een liefde,
Die door bei geweten,
Nog onuitgesproken is...

Liefde, hou me lang verborgen
't Schroeien van uw pracht'ge gloed;
't Is de passie
van het zonne-zoenen,
Die een roze sterven doet...

 

 1946224-7c8358f958207981feaf80900b69a860.jpg
Alice Nahon (16 augustus 1896 -  21 mei 1933)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e augustus ook mijn blog van 16 augustus 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:37 Reageer op dit bericht

Justus van Maurik

De Nederlandse schrijver en sigarenfabrikant Justus van Maurik werd geboren in Amsterdam op 16 augustus 1846. Justus van Maurik was een typische Amsterdammer, hij kreeg eerst bekendheid als schrijver van kluchten en blijspelen. In 1878 verscheen zijn eerste novelle “Mie de porster”. Honderden verhalen volgden. Van Maurik wist zijn lezers een lach en een traan te ontlokken; een lach met zijn geestige schilderingen van volkstypes, een traan met zijn ontroerende verhalen. Veel van zijn boeken werden geïllustreerd door de graficus Johan Braakensiek. Hij schreef een aantal toneelstukken samen met Arnold Nicolaas Jacobus Fabius. Van Maurik was een van de redacteuren van het in 1877 opgerichte De Amsterdammer (een dagblad voor handel, industrie en kunst), dat tegenwoordig als weekblad De Groene Amsterdammer verschijnt. Weinig van zijn tijdgenoten was het bekend, dat Van Maurik een grote interesse voor het spiritisme had. Hij trad ook op als medium in de privé-séances die romanschrijver Hendrik Jan Schimmel tussen 1874 en 1896 in Amsterdam hield. Hij had op het Damrak in Amsterdam een sigarenwinkel. Hij was een kleinzoon van de gelijknamige sigarenmaker Justus van Maurik.

Uit: Mie de Porster

“Grauw en nevelig is de morgen aangebroken, droef en somber schijnen de eerste lichtstralen als met moeite door den dikken, vochtigen dampkring heen te breken, en een fijne motregen doordringt langzaam maar zeker alles, wat niet binnenshuis is; onophoudelijk vallen de fijne druppels neer en herscheppen de Amsterdamsche straten in poelen vol slijk en modder. Hier en daar schemert flauw roodachtig een nachtlicht door de gordijnen en vensters der hooge, sombere huizen die op enkele plaatsen hun gevels voorovernijgen en de straten van het oudere gedeelte der stad daardoor nog nauwer doen schijnen, dan ze in werkelijkheid zijn. De gaslantaarns zijn nog hier en daar brandende en werpen hun rossen gloed op de keien en in de plassen, die glinsterend een grillig contrast vormen met de grauwe tinten van den aanbrekenden dag. Het grootste gedeelte der bewoners is nog in diepe rust; slechts hier en daar vertoont zich een menschelijke gestalte, die al op of nog op is.
In de straat, waar we ons bevinden, is alles rustig, uitgezonderd een wezen, dat zich vrij schielijk over de glibberige straten voortbeweegt. 't Is Mie, de porster. Met hoofd en schouders in een ouden grijzen omslagdoek gewikkeld en halverwege door een vaalzwarte japon bedekt, is zij in volkomen overeenstemming met de nevelachtige omgeving. Haar gelaat, voor zoover het uit den doek en onder de witte muts te voorschijn komt, is rimpelig en geel als perkament. De vooruitstaande jukbeenderen, de scherpe gekromde neus en de ingevallen mond wettigen den bijnaam van ‘de Uil’, haar door de straatjeugd uit de buurt vereerd. Hoe leelijk en oud dat gelaat ook moge zijn, toch is er iets in de lijdende uitdrukking der oogen, dat onwillekeurig sympathie wekt en het voor den opmerkzamen beschouwer niet terugstootend doet zijn. Met de handen over elkander in den doek gewikkeld, en met een stuk talhout, aan een der einden voorzien van een touwen lus, onder den linkerarm, gaat de oude vrouw met een voorovergebogen hoofd zonder op de plassen te letten of op de modder, die haar bij elken tred een bewijs harer tegenwoordigheid medegeeft, of onbeschaamd door de naden van het half versleten, lederen schoeisel dringt en de zwarte wollen kousen doorweekt.
Werktuigelijk blijft de oude hier en daar voor een der huizen in de straat staan en trek aan de schel.
't Is een bijzondere wijze van trekken: regelmatig als een uurwerk; zonder poozen beweegt zij den rechterarm heen en weer en veroorzaakt daardoor dat eigenaardig geschel, dat men te Amsterdam ‘porren’ noemt. Aan enkele huizen doet een kloppen tegen de ruiten der bovenvensters den arm der porster tot rust komen, die zonder verder om of op te zien op een sukkeldrafje verder gaat om haar eentonig werk aan een ander huis te hervatten en al schellende te pruttelen: ‘zes en dertig, zeven en dertig, dáár dan, acht en dertig, - ben jelui nog niet op, luilakken? - veertig, 't is al zes over den tel, voor mijn part slaap door; - nou nog ééns dan, één en veertig.’

 

 2063004-1d6fb765553875013ed940d12183c2b5.gif
Justus van Maurik (16 augustus 1846 - 18 november 1904)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten