Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 12 november 2017

Am vierundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten (Annette von Droste-Hülshoff)

 

2091440-52b4401855a1b454c0e756fc5c6dc272.jpg
De Cijnspenning door Peter Paul Rubens, ca. 1612

 

 

Am vierundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten
Evang.: Vom Zinsgroschen

Gebt Gott sein Recht und gebt's dem Kaiser auch!
Sein Odem ist's, der um den Obern schwebet,
Aus Hochmut nicht; in Eigenwillen hebet
Nicht eure Rechte gen den heil'gen Brauch.
Doch Gott und Welt im Streit: da, Brüder, gebet
Nicht mehr auf Kaiserwort als Dunst und Rauch.
Er ist der Oberste, dem alle Macht
Zusammen bricht, wie dürres Reisig kracht.

Den Eltern gib und gib auch Gott sein Recht!
O weh des Tiefgesunknen, dem verloren
Der frömmste Trieb, Jedwedem angeboren,
Den Freisten stempelnd zum beglückten Knecht.
Doch stell' den Wächter an der Ehrfurcht Toren
Und halte das Gewissen rein und echt;
Er ist der Vater, dem du Seel' und Leib
Verschuldest, mehr als irgend Mann und Weib.

Den Gatten lieb' und denk' an Gott dabei!
Er gab den Segen dir, als am Altare
Den Eid du sprachst, gewaltig bis zur Bahre
In Fesseln legend deine Lieb' und Treu'.
Doch wird die Liebe Torheit, o dann wahre,
O halte deine tiefsten Gluten frei!
Er ist es, dem du einer Flamme Zoll
Mußt zahlen, die kein Mensch empfangen soll.

An deine Kinder hänge nur dein Herz,
In deren Adern rollt dein eignes Leben;
Das Gottesbild, in deine Hand gegeben,
Es nicht zu lieben, wäre herber Schmerz.
Doch siehst du zwischen Glück und Schuld es schweben,
Wend' deine Augen, stoß es niederwärts;
Er, über tausend Kinder lieb und hehr,
Er sieht dir nach, ist deine Seele schwer.

Und auch dem Freunde halte Treue fest,
Mit der die Ehre innig sich verbunden,
Ein irdisch Gut, was Gnade doch gefunden,
So lang es nicht die Hand der Tugend läßt.
Doch nahen glänzender Versuchung Stunden,
Dann aller Erdenrücksicht gib den Rest
Und klammre an den Einen dich, der dann
Dir mehr als Freund und Ehre geben kann.

So biete Jedem, was sein Recht begehrt,
Und nimm von Jedem, was du darfst empfangen;
Dein Herz, es mag an zarten Banden hangen,
Die Gottes Huld so gnadenvoll gewährt;
Doch drüber wie ein Glutstern das Verlangen
Nach Einem leuchte, irdisch unversehrt,
Nach Einem, ohne den dein Herz so warm
Ewig verlassen bliebe doch und arm.

 

 2091440-62db35f3f35d426ce448fb2f1c4c8293.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Burg Hüllshoff, het geboortehuis van de dichteres tijdens een tuinbeurs.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 12e november ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:09 Reageer op dit bericht

Daniël Dee, Lize Spit, Lucia Berlin, Frank Witzel, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Malcolm Guite

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

Dit buikje is niet van het bier...
mijn leven is een leugen en ik ben een leugenaar want het door mij geschrevene is de waarheid niet

dit buikje is niet van het bier maar van de beelden
die ik te gulzig heb opgeslokt er valt niet van poëzie
te leven de mens maakt muziek zij weet hoe dat moet
jeroen brouwers schrijft een boek hij weet hoe dat moet
ik weet niet zoveel ik snap niets van de grote verdwijntruc
en dat is op dit moment erg vervelend de kamer is gevuld

op een dag - die dag hoeft nooit te komen -
zal ik hem vragen iets voor mij te doen

wat aftrekbaar is van de belasting want zelfstandig zijn is hip
kinderwensen bootmissers en trouwperikelen het bezoek
is immers dertig plus mijn demonen zijn leeftijdsloos

ik zal hem een aanbod doen dat hij niet kan weigeren

laat ik even mijn ogen sluiten en daarna drie keer met mijn ogen
knipperen
dan verdwijnt het bezoek vanzelf

 

 

Zo zitten we weer...

zo zitten we weer hele dagen in de tuin naar de vogels te kijken en
's avonds
vallen we in slaap voor de televisie

sinds die nacht toen alle doden ontwaakten uit hun graven het gedoe
dat dat opleverde mag als bekend worden verondersteld zeker
met een stel van die hufters die ineens weer terug waren

hoe dood je iets dat al dood is en dan die allesoverheersende geur van
verrotting

ik was immers gelukkig toen ik jullie ineens weer zag
er waren nog zoveel onafgemaakte onbesproken zaken
hoewel het er nu gek genoeg weer niet van komt

de meeste vogels trekken reeds naar het zuiden

 

 2091429-ab5330557dcc0a227a820795e70464d9.jpg
Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

 

 

De Vlaamse schrijfster Lize Spit werd geboren in Viersel op 12 november 1988. Zie ook alle tags voor Lize Spit op dit blog.

Uit: Het smelt

“Ik klim de smalle, losstaande ladder op. Eenmaal boven zie ik meteen het muffe gordijntje, de ingang van het kamp dat we twee jaar geleden bouwden. Voor we begonnen met de balen te stapelen, hadden we een heel plan getekend. Het werd een kamp in de vorm van een slakkenhuis, in het midden een hol. Er moesten drie gangen omheen worden gebouwd, waarvan twee doodlopende. Daarin hingen we plakkerige vliegenvangers op, om indringers te vatten. Dit alles bouwen besloeg meerdere zomerdagen. Toen het klaar was hebben we hier één keer de nacht doorgebracht. Het is een goed teken dat Pim dit hol niet heeft afgebroken.
Ergens binnen in de stapels stro klinken gedempte stemmetjes, onverstaanbaar. Ik kruip onder het gordijntje door. De gang waarin ik terechtkom is smaller, donkerder en muffer dan ik had verwacht, maar misschien ben ik gewoon breder. Ik kan er nog net op handen en knieën door kruipen. Hoe dichter ik naar de kern toe beweeg, vanwaar de stemmen komen, hoe moeilijker het wordt te ademen. Vlak voor het einde van de gang, tegen het hol aan, zit een dikke spleet tussen twee balen. Er valt een streep licht door. Hier hoor ik Laurens plots klaar en duidelijk.
'Agnes is die met het oké lichaam. Maar haar kop is zo verschrikkelijk lelijk. En bij Kim is het net omgekeerd. Die heeft wel een oké kop, maar tussen ons gezegd en gezwegen, zij is een pannenlat.' Waarschijnlijk vroeg Pim hem tussen twee meisjes een zeer hypothetische keuze te maken.
'Wist je dat de mossels van meisjes zout proeven?' zegt Pim.
'En hoe weet jij dat dan?'
'Vergelijk het met een slokje zeewater. Soms eerder de Noordzee. Soms Atlantische oceaan.'
Zowel Pim als Laurens hebben nog nooit in de Atlantische oceaan gezwommen. Dat weet ik zeker. We zijn alle drie nooit verder dan Nederland of Frankrijk gereisd, dat was waar we ooit fier over waren, dat we door dat gebrek aan kennis de klascomputer mochten gebruiken om foto's op te zoeken.”

 2091429-a5e59a83890742f9b613aec17a36b9fd.png
Lize Spit (Viersel, 12 november 1988)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lucia Berlin werd geboren op 12 november 1936 in Juneau, Alaska. Zie ook alle tags voor Lucia Berlin op dit blog.

Uit:Handleiding voor poetsvrouwen (Vertaald door Maaike Bijnsdorp, Lucie Schaap en Elles Tukker)

“Op een gegeven moment ging ik door hem ook zelf naar mijn handen kijken. Ik zag hem half grijnzen toen hij me daarop betrapte. Voor het eerst kruisten onze blikken elkaar in de spiegel, onder DE MACHINES NIET TE VOL LADEN. Er straalde paniek uit mijn ogen. Ik keek in mijn eigen ogen en weer omlaag naar mijn handen. Afgrijselijke ouderdomsvlekken, twee littekens. Onindiaanse, zenuwachtige, eenzame handen. Ik zag kinderen en mannen en tuinen in mijn handen. Zijn handen lagen die dag (de dag dat ik naar de mijne keek) elk op een strakblauw dijbeen. Meestal trilden ze hevig en liet hij ze gewoon trillen op zijn schoot, maar die dag hield hij ze stil. De inspanning die het hem kostte om ze niet te laten trillen maakte zijn adobekleurige knokkels wit. De enige keer dat ik buiten de wasserette met mevrouw Armitage had gepraat was toen haar wc overstroomde en het water via de kroonluchter op mijn verdieping naar beneden kwam. Het licht bleef gewoon branden terwijl het water er regenbogen in spetterde. Ze greep mijn arm met haar klamme, stervende hand en zei: 'Is het geen wonder?' Hij heette Tony. Hij was een Jicarilla Apache uit het noorden. Toen ik hem een keer bij het binnenkomen nog niet had gezien, wist ik dat het zijn slanke hand was op mijn schouder. Hij gaf me drie muntstukken. Ik begreep het niet, had bijna dank je wel gezegd, maar zag toen dat hij de bibberaties had en de drogers niet kon bedienen. Nuchter valt dat al niet mee. Je moet de knop met je ene hand omdraaien, het muntstuk met de andere erin doen, het vakje met de munt naar beneden duwen en dan de knop terugdraaien voor de volgende munt.”

 

 2091429-2bc37750a9e9f7fe54303e1f9490e2ac.jpg
Lucia Berlin (12 november 1936 - 12 november 2004)

 

 

De Duitse schrijver, illustrator, radiopresentator en muzikant Frank Witzel werd geboren op 12 november 1955 in Wiesbaden. Zie ook alle tags voor Frank Witzel op dit blog.

Uit: Die Erfindung der Roten Armee Fraktion durch einen manisch depressiven Teenager im Sommer 1969

„Aber was komisch ist, dass die unseren Namen sagen, also den Namen für unsere Gruppe, Rote Armee Fraktion, obwohl der noch gar nicht richtig feststeht, weil wir eigentlich noch mal abstimmen wollen, weil Claudia den nicht so gut findet, ihr allerdings auch nichts anderes eingefallen ist, weshalb sie gesagt hat, dass wir vielleicht gar keinen Namen bräuchten, weil wir schließlich keine Kinder sind, die einen Club gründen, was auch stimmt, obwohl es schon besser ist, einen Namen zu haben, besonders wenn noch andere dazukommen. Trotzdem frage ich mich, woher die das in den Nachrichten wissen, weil wir niemandem was gesagt haben, also, ich auch nicht, nicht mal Achim.
Und Claudia würde garantiert nichts sagen, weil sie auch in der Basisgruppe ist, und da dürfen sie wirklich nie verraten, was sie da besprechen, und bei Bernd ist es ohnehin klar, weil der manchmal schon nervt mit seiner Geheimniskrämerei. Aber der Michael Reese, der hält sich immer verdächtig nah bei uns auf, weil er aufschnappen will, über was wir re-den und was wir gut finden, damit er das nachmachen kann. Aber gerade weil wir das wissen, weil das außerdem nervt, diese Nachmacherei, passen wir bei ihm besonders auf, und in der Schule reden wir über so Sachen sowieso nicht, das haben wir vorher ausgemacht, auch nicht in der Pause. Wenn was ist, dann sagen wir einfach, heute Mittag an der Lohmühle oder irgendwo anders, oder wenn’s ganz dringend ist, dann auf dem Nachhauseweg am Sportplatz, aber auch da passen wir immer höllisch auf, weil da manchmal auch Lehrer sind. Aber beim Reese weiß man nie, und Bernd meint auch, dass der uns vielleicht richtig hinterherspioniert und in der kleinen Pause, wenn wir im Fahrradkeller kurz eine rauchen, zurück in den Klassenraum geht und unsere Ranzen durchwühlt, weshalb wir nie was Verdächtiges in der Klasse lassen, sondern alles immer im Parka haben. Reese liest auch Landserheftchen und hat als Einziger eine Frisur, wo die Haare mit Pomade nach hinten gekämmt werden.
Damit sieht er richtig spießig aus, aber beim Sport, wenn er durchgeschwitzt ist und die Haare nach vorn fallen, gehen sie über sein ganzes Gesicht, so lang sind die. Und dann in der einen großen Pause, als wir Boxschläge immer nur markiert und knapp vorm Gesicht abgebremst haben, hat er Bernd direkt auf die Nase gedroschen und behauptet, er hätte sich verschätzt, aber vielleicht war das damals schon Absicht, vielleicht ist er wirklich hinter uns her und will sich rächen, weil wir uns immer über ihn lustig machen, denn er wird immer so schnell rot und lässt dann jedes Mal einen Stift auf den Boden fallen und bückt sich und hebt ihn auf, damit es so aussieht, als wäre ihm bloß vom Bücken das Blut in den Kopf gestiegen.“

 

 2091429-959ca07509a1e2d928262f881a227cae.jpg
Frank Witzel (Wiesbaden, 12 november 1955)

 

 

De Nederlandse dichter Johnny van Doorn (The Selfkicker) werd geboren op 12 november 1944 in Beekbergen en groeide op in Arnhem. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Johnny van Doorn op dit blog.

Uit: Gevecht tegen het zuur (Maandag)

“'t Gebeurde op een novemberochtend. Jaren van gezelligheid (een sluipende gezelligheid met de daarbij horende drankjes) braken me op. Ik schudde mijn katterig hoofd en moeizaam kwam ik tot het inzicht dat ik moest stoppen met dat ritueel. Mijn studie van het caféleven was me uit de hand gelopen.
Rond 1970 begon het. In bierhuizen, knijpjes, waar het vrije woord levendig werd gebruikt, verschansten we ons. Een stelletje rotlachers en dromers... Goochelend met woorden charmeerden we, als we de kans kregen, nieuwsgierige meisjes die naar het 'vrijgevochtene' lonkten. De drank had nog een erotische impact. Toch sneller dan je verwachtte werd de gezelligheid in die kringetjes een verlammende aangelegenheid. Ik had al 's eerder opgemerkt: altijd dezelfde koppen in de kroeg, niet te vergeten je eigen blaséje kop. Gevolg: conflicten vanwege de schijnrelaties - iedereen denkt iedereen te kennen, wat achterklap oplevert die niet onderdoet voor het geouwehoer in, laten we zeggen, een doorsnee straatje.
Hoewel, dat was het verraderlijke: telkens keerde het gevoel terug dat je sublieme ogenblikken beleefde. Vooral in het holst van de nacht. Je rookt een pijpje, je drinkt een glaasje, grootse werken zweven voor je geest, je zal de wereld versteld doen staan, maar o wee, de volgende ochtend heb je weer 't zuur.
`Gedaan met het gezellige doorzakken,' mompelde ik op die koude novemberdag in '74. Met krakende pas naderde ik het Roelof Hartplein terwijl een sneeuwbui me tot op het bot verkleumde. Ik vroeg me af wat ik de afgelopen nacht had aangericht. Iemand vermoord? Dodelijke beledigingen? Uitgesloten... deze keer was ik van hot naar haar in een auto vervoerd en uiteindelijk lag ik in een bovenhuis, ergens achter het Concertgebouw, op een stretchbed te ronken. Vaag herinnerde ik me nog een gillende vrouw in het trapportaal en Rijk de Gooyer, zingend op de wc.
Merkwaardig... liep daar toevallig niet De Gooyer, aan de overkant van het Roelof Hartplein? Ik zag hem op z'n rug. Onmiskenbaar de gestalte van onze komiek; misschien dat-ie me kon opvrolijken.”

 

 2091429-69c231bed510ae9fd050e33be5e025fb.jpg
Johnny van Doorn (12 november 1944 – 26 januari 1991)

 

 

De Uruguayaanse dichteres, schrijfster, vertaalster en journaliste Cristina Peri Rossi werd geboren op 12 november 1941 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Christina Peri Rossi op dit blog.

 

Astonishment (Fragment)

Teach me – you say, from your avid twenty-one years
believing still that one can teach something

and I, who passed sixty
look at you with love
that is, with farawayness,
(all love is love of differences
the empty space between two bodies
the empty space between two minds
the horrible presentiment of not dying in twos)

I teach you, gently, some quote from Goethe
(Stay instant! You are so beautiful!)
or from Kafka (once there was, there was once
a mermaid that did not sing)

while the night slowly slides into dawn
through this window
that you love so much
because its nocturnal lights
conceal the true city

and actually we could be in any place
these lights could be those of New York,
Broadway Avenue, those of Berlin, Konstanzerstrasse,
those of Buenos Aires, calle Corrientes
and I withhold from you the only thing that I truly know:
poet is one who feels that life is not natural
that it is astonishment
discovery revelation
that it is not normal to be alive

it is not natural to be twenty-one years of age
nor be more than sixty

it is not normal to have walked at three in the morning
along the old bridge of Córdoba, Spain, under the yellow
light of its streetlamps

-three in the morning-
not in Oliva nor in Seville.

 

Vertaald door Diana Decker

 

 2091429-031d488aa846c32b832071ff2f4fbb38.jpg
Cristina Peri Rossi (Montevideo, 12 november 1941)

 

 

De Amerikaanse, feministische schrijfster Naomi Wolf werd geboren in San Francisco op 12 november 1962. Zie ook alle tags voor Naomi Wolf op dit blog enook mijn blog van 12 november 2010

Uit: How I was arrested at Occupy Wall Street

“I thanked him, returned to the protesters, and said: "The permit allows us to walk on the other side of the street if we don't block access. I am now going to walk on the public sidewalk and not block it. It is legal to do so. Please join me if you wish." My partner and I then returned to the event-side sidewalk and began to walk peacefully arm in arm, while about 30 or 40 people walked with us in single file, not blocking access.
Then a phalanx of perhaps 40 white-shirted senior officers descended out of seemingly nowhere and, with a megaphone (which was supposedly illegal for citizens to use), one said: "You are unlawfully creating a disruption. You are ordered to disperse." I approached him peacefully, slowly, gently and respectfully and said: "I am confused. I was told that the permit in question allows us to walk if we don't block pedestrian access and as you see we are complying with the permit."
He gave me a look of pure hate. "Are you going to back down?" he shouted. I stood, immobilised, for a moment. "Are you getting out of my way?" I did not even make a conscious decision not to "fall back" – I simply couldn't even will myself to do so, because I knew that he was not giving a lawful order and that if I stepped aside it would be not because of the law, which I was following, but as a capitulation to sheer force. In that moment's hesitation, he said, "OK," gestured, and my partner and I were surrounded by about 20 officers who pulled our hands behind our backs and cuffed us with plastic handcuffs.”

 

 2091429-9231c477b01266868e45558f7b7a8abe.jpg
Naomi Wolf (San Francisco, 12 november 1962)

 

 

De Engelse dichter, singer-songwriter, Anglicaans priester en academicus Ayodeji Malcolm Guite werd geboren op 12 november 1957 in Ibadan in Nigeria. Zie ook alle tags voor Malcolm Guite op dit blog.

 

A Sonnet for St. Francis

‘Francis rebuild my church which, as you see
Is falling into ruin.’ From the cross
Your saviour spoke to you and speaks to us
Again through you. Undoing set you free,
Loosened the traps of trappings, cast away
The trammelling of all that costly cloth
We wind our saviour in. At break of day
He set aside his grave-clothes. Your new birth
Came like a daybreak too, naked and true
To poverty and to the gospel call,
You woke to Christ and Christ awoke in you
And set to work through all your love and skill
To make our ruin good, to bless and heal
To wake the Christ in us and make us whole.

 

 

Patrick

Six years a slave, and then you slipped the yoke,
Till Christ recalled you, through your captors cries!
Patrick, you had the courage to turn back,
With open love to your old enemies,
Serving them now in Christ, not in their chains,
Bringing the freedom He gave you to share.
You heard the voice of Ireland, in your veins
Her passion and compassion burned like fire.

Now you rejoice amidst the three-in-one,
Refreshed in love and blessing all you knew,
Look back on us and bless us, Ireland’s son,
And plant the staff of prayer in all we do:
A gospel seed that flowers in belief,
A greening glory, coming into leaf.

 

 2091429-7b027947c0002586f9c51e5849e1b209.jpg
Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 12 november 2008, mijn blog van 12 november 2007 en ook mijn blog van 12 november 2006.

Geschreven door Romenu om 09:54 Reageer op dit bericht

Hans Werner Richter, Michael Ende, Roland Barthes, Jacobus Bellamy, A.J.D. van Oosten, Carl Busse, Oskar Panizza, Juana Inés de la Cruz

De Duitse dichter en schrijver Hans Werner Richter werd geboren op 12 november 1908 in Bansin op het eiland Usedom. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Werner Richter op dit blog.

Uit: Spuren im Sand

»Ja ... und die Tochter ... ?« »Die ...«, sagte meine Mutter, »... die hatte zu viel Wasser geschluckt, und Richard hat sie rausgeholt.« »Na, nun werdet ihr ja reich werden.« »Einen Taler hat er bekommen«, sagte meine Mutter, zuckte die Schultern und stellte das Bügeleisen auf einen Teller. »Ach Rosa«, begann sie wieder, »jetzt bin ich mal wieder soweit.« »Was ist denn?« »Na ja, du weißt doch, die Männer lassen einen nicht in Ruh'.« »Was«, sagte die hochgeschnürte Rosa, »schon wieder? Seit wann denn?« »Im dritten Monat«, sagte meine Mutter. So erfuhr ich, dass es einen Großherzog von Mecklenburg gab, dessen Tochter mein Vater für drei Mark gerettet hatte, dass die Männer die Frauen nicht in Ruhe lassen und dass man im dritten Monat sein konnte. Jene hochgeschnürte Frau namens Rosa hieß School mit Nachnamen, und ihr Mann Heinrich hatte nicht weit von uns einen Kolonialwarenladen und fast eben so viel Söhne und Töchter wie mein Vater. Der Ort lag am Meer, in einer weitgeschwungenen Bucht, mit Steilküsten, Buchen- und Tannenwäldern, und einer, wie im Badeprospekt stand, ozonreichen Luft. Es war ein kleiner Ort, mit etwa 500 Einwohnern, und seine Häuser, am Strand noch drei- und vierstöckig, wurden etwa einen Kilometer landeinwärts immer kleiner, bis hin zu den armseligen Hütten der Fischer. Die Sozialdemokratie, damals noch eine revolutionäre Partei, war noch nicht bis ans Meer gedrungen. Mein Vater war noch stolz darauf, herrschaftlicher Diener auf einem Gut in Hinterpommern gewesen zu sein, und meine Mutter wusch mit Hingabe die Unterwäsche der Baroninnen und Komtessen, die im Sommer kamen, um sich unter der Aufsicht meines Vaters und seiner Kollegen ins salzhaltige Ostseewasser zu begeben. Damals gab es noch keine Strandkörbe, sondern nur Badehütten, und der Strand war deshalb nur spärlich beflaggt. Aber auf den drei Bädern —schlossähnlichen Bretterbauten mit Zinnen und Türmen — wehte die schwarzweißrote Flagge und die Reichskriegsflagge. Sie kündeten von der kaiserlichen Macht und von der Ruhe und Ordnung im Lande, und oft kam es mir vor, als ständen sie ebenso wachssteif im Wind wie der Schnurrbart meines Vaters, der jeden Morgen vor dem Spiegel balsamiert und hochgezwirbelt wurde. An jenem Nachmittag nun, an dem ich erfahren hatte, dass man im dritten Monat sein konnte und dass der Großherzog von Mecklenburg meinem Vater einen Taler für die Errettung aus Badenot gegeben hatte, erschien auch unser Gemeindevorsteher, ein ehemaliger Offizier niederen Ranges, und gratulierte meinem Vater, der dabei verlegen an seinen Schnurrbartenden zupfte.“

 

 2091417-0e00eaeb225890c809f31d6392e82a47.jpg
Hans Werner Richter (12 november 1908 – 23 maart 1993)

 

 

De Duitse schrijver Michael Ende werd geboren in Garmisch-Partenkirchen op 12 november 1929. Zie ook alle tags voor Michael Ende op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2009 en ook mijn blog van 12 november 2010

Uit: Der Spiegel im Spiegel

„Habe ich schon erwähnt, daß das Haus leer ist? Ich meine vollkommen leer. Zum Schlafen rollt Hor sich in einer Ecke zusammen, oder er legt sich nieder, wo er eben ist, auch mitten in einem Saal, wenn dessen Wände zu fern sind. Nahrungssorgen hat Hor nicht. Die Substanz, aus der Wände und Säulen bestehen, ist eßbar — für ihn jedenfalls. Sie besteht aus einer gelblichen, ein wenig transparenten Masse, deren Genuß Hunger und Durst sehr schnell stillt. Außerdem sind Hors Bedürfnisse in dieser Hinsicht gering.
Das Verrinnen der Zeit bedeutet ihm nichts. Er hat keine Möglichkeit, sie zu messen, außer am Schlag seines Herzens. Aber der ist sehr unterschiedlich. Tage und Nächte kennt Hor nicht, ein immer gleiches Dämmerlicht umgibt ihn.
Wenn er nicht schläft, so zieht er umher, doch verfolgt er kein Ziel. Es ist einfach ein Drang, ein Bedürfnis, dessen Befriedigung ihm Vergnügen bereitet. Dabei widerfährt es ihm nur selten, daß er in einen Raum gelangt, den er wiederzuerkennen vermeint, der ihm bekannt scheint, als sei er vor undenklichen Zeiten schon einmal in ihm gewesen. Andererseits lassen ihn oft untrügliche Zeichen darauf schließen, daß er an einer Stelle vorüberkommt, an der er schon einmal war — eine angebissene Mauerecke zum Beispiel oder ein Haufen eingetrockneter Exkremente. Der Raum selbst ist Hor allerdings so fremd wie jeder andere. Vielleicht verändern sich die Räume in Hors Abwesenheit, wachsen, dehnen sich oder schrumpfen. Vielleicht ist es sogar Hors Durchgang, der solche Veränderungen hervorruft, doch liebt er diesen Gedanken nicht. Daß außer Hor noch jemand das Haus bewohnt, halte ich für ausgeschlossen. Freilich, bei der unvorstellbaren Weitläufigkeit des Baues gibt es dafür keine Beweise. Es ist ebensowenig unmöglich wie wahrscheinlich.
Viele Zimmer haben Fenster, doch öffnen sich diese nur jeweils wiederum auf andere, meist größere Räumlichkeiten.
Obwohl die Erfahrung ihn bisher niemals anderes gelehrt hat, bewegt Hor bisweilen die Vorstellung, einmal an eine letzte, äußerste Wand zu gelangen, deren Fenster den Ausblick auf etwas gänzlich anderes gewähren. Hor kann nicht sagen, was das sein sollte, aber er gibt sich manchmal langen Erwägungen darüber hin.“

 

 2091417-767537ca9b0575fdb0c2d68fb696a157.jpg
Michael Ende (12 november 1929 – 28 augustus 1995)

 

 

De Franse schrijver en filosoof Roland Barthes werd geboren op 12 november 1915 in Cherbourg. Zie ook alle tags voor Roland Barthes op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

Uit:La chambre claire: Note sur la photographie

« Au fond – ou à la limite – pour bien voir une photo, il vaut mieux lever la tête ou fermer les yeux. « La condition préalable à l’image, c’est la vue », disait Janouch à Kafka. Et Kafka souriait et répondait : « On photographie des choses pour se les chasser de l’esprit. Mes histoires sont une façon de fermer les yeux. »La photographie doit être silencieuse (il y a des photos tonitruantes, je ne les aime pas) : ce n’est pas une question de « discrétion », mais de musique. La subjectivité absolue ne s’atteint que dans un état, un effort de silence (fermer les yeux, c’est faire parler l’image dans le silence). La photo me touche si je la retire de son bla-bla ordinaire : (…) ne rien dire, fermer les yeux, laisser le détail remonter seul à la conscience affective.
(…)

On dit souvent que ce sont les peintres qui ont inventé la Photographie (en lui transmettant le cadrage, la perspective albertinienne et l’optique de la camera obscura). Je dis : non, ce sont les chimistes. Car le noème « Ca a été » n’a été possible que du jour où une circonstance scientifique (la découverte de la sensibilité à la lumière des halogénures d’argent) a permis de capter et d’imprimer directement les rayons lumineux émis par un objet directement éclairé. La photo est littéralement une émanation du référent. D’un corps réel, qui était là, sont parties des radiations qui viennent me toucher, moi qui suis ici ; peu importe la durée de la transmission ; la photo de l’être disparu vient me toucher comme les rayons différés d’une étoile. Une sorte de lien ombilical relie le corps de la chose photographiée à mon regard : la lumière, quoique impalpable, est bien ici un milieu charnel, une peau que je partage avec celui ou celle qui a été photographié."

 

 2091417-93c4e544a29a784a3e4bb1414db45ab5.jpg
Roland Barthes (12 november 1915 – 25 maart 1980)

 

 

De Nederlandse dichter Jacobus Bellamy werd geboren in Vlissingen op 12 november 1757. Zie ook alle tags voor Jacobus Bellamy op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

 

Roosje (Fragment)
Een vertelling

Daar was, in Zeeland, eens een man,
hij had een aardig kind,
een meisje, dat van iedereen
om 't zeerste werd bemind.

De man, gelijk men denken kan,
was groots op zulk een schat;
temeer daar hij zijn lieve vrouw
daar bij verloren had.

Wat nam hij Roosje menigmaal
al zuchtende in zijn arm
en kuste met een tranend oog
haar rode kaakjes warm!

Dan zei die tedere, goede man:
‘Gij hebt geen moeder meer!’
‘Ja wel!’ zei dan het zoete kind,
‘bij onze lieve Heer!

Dit hebt gij immers zelf gezegd?
Maar, waarom ging zij heen?
Zij had mij niet zo lief als gij,
want zij liet ons alleen!’

De vader sprak geen enkel woord
maar kuste 't kleine wicht;
en onder 't kussen dekte een stroom
van tranen zijn gezicht.

 

 2091417-fbde05eee0e3fbc6ff0d5fc286997efc.gif
Jacobus Bellamy (12 november 1757 - 11 maart 1786)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Abraham Jan Daniël van Oosten werd geboren op 12 november 1898 in Delft. Zie ook alle tags voor A.J.D. van Oosten op dit blog.

 

September

September zingt, groot koninklijk prinses
in droomend woud Haar zachte weemoed-zangen.
Naar wondre sprookjes-wijs, weerloos gevangen
in bangen ban van Herfst, barsch Haar voogdes

Heel 't bosch, besierd met late bloem en bes
aan brandend brem, doortrilt 't ontrust verlangen
met zoete stem, vol levens lichte drangen -
omboeid in hul van booze toovenares.

Die zomer dort, en zon al matter taant.
Al luister dooft, àl loover sleurt te gronde.
Al bloeiend schoon in vale verven bluscht.

O dat Haar Ridder, door de dreven gaand
van ban en boei Haar ééns verlossen konde
en duurzaam tot jaars Edelvrouwe kust'!

 

 

Drama bij den slootkant

De hoeve-hond bij nacht, betwistte mij de plank,
wie sterk als hij is, hoeft geen mensch te vreezen,
maar giftig spek zou hem te machtig wezen
zoo heb 'k hem tot mijn overtocht genezen,
bij 't eerste haangekraai gaf hij den laatsten jank.

 

 2091417-5131a95a2939b26bfac958e58ae2910b.jpg
A.J.D. van Oosten (12 november 1898 – 23 januari 1969)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Carl Hermann Busse werd geboren op 12 november 1872, waarschijnlijk in Lindenstadt bij Birnbaum in Posen. Zie ook alle tags voor Carl Busse op dit blog.

 

Auf der Reise

Das kann nicht anders werden,
Wir alle wandern ja,
Sind Gäste nur auf Erden
Und für die Reise da.

So laß das Glück denn treiben,
Das ist nun einerlei,
Wir dürfen doch nicht bleiben
Und gehn uns stumm vorbei.

Und wandern müd' und leise,
Am Schuh zerreißt das Band,
Und suchen auf der Reise
Das große Vaterland.

Ich hört' ein Lied verwehen,
Das klang und rauschte so,
Ich hab das Glück gesehen,
Weiß aber nicht mehr, wo.

 

 

Rote Husaren

Rings in rundblühenden Schaaren
Steht roter Wiesenklee,
Es traben rote Husaren
Auf entfernter Chaussee.

Leuchtende Sonnenkronen
Glühn über Land und Luft,
Es reiten die beiden Schwadronen.
In lauter Glanz und Duft.

Die schmetternden Fanfaren
Durchklingen die Sommerruh,
Die roten Königshusaren
Reiten immerzu ...

 

 2091417-59261ef17a0dfcc3cc2d9a59dde6bf70.jpg
Carl Busse (12 november 1872 - 3 december 1918)

 

 

De Duitse schrijver en satiricus Oskar Panizza werd geboren op 12 november 1853 in Kissingen. Zie ook alle tags voor Oskar Panizza op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

Uit: Das Liebeskonzil

„Sie haben alle den in tiefer Meditation begriffenen Dichter erblickt, der, im Hintergrunde vorüberwandelnd, eben an ihnen vorbeischreiten will.

Direktor He, Freund, Ihr kommt wohl Grade vom Parnass?
Ich seh's am Schritt, ich seh's an Eurer Miene;
Die Stirne ernst gesenkt, die Wimper nass –
Ihr spracht gewiss mit Klio, Euphrosyne –
Und hier der Stil, die Rolle – ohne Spass,
Ihr schreibt ja sonst doch für die deutsche Bühne –
Darf ich erfahren, was in Eurem Busen
Erweckt die wechselvollen, keuschen Musen? –
Dichter trocken
Ich komm' vom Bräuhaus grad – Ihr Herrn, verzeiht!
Es ist das sonst nicht meine Lieblingsstätte;
Weit lieber weilt' ich in der Einsamkeit,
Wo sich mein Geist wohl reich befruchtet hätte –
Nur um 'nen Stoff zu suchen, wie's gebeut
Die Mode jetzt, trank ich dort um die Wette –
Doch mitten aus der dampferfüllten Stelle
Trieb's mich im Geiste fort zu Himmel, Hölle...
Was um mich herging, nicht vernahm's mein Ohr,
Entrückt war ich in weltentfernte Weiten,
Nur dumpf vernahm ich der Berauschten Chor,
Dieweil ich kniete vor Drei-Einigkeiten...“

 

 2091417-b915acb12182863b1641101ce54ae26c.jpg
Oskar Panizza (12 november 1853 – 28 september 1921)
Cover

 

 

De Mexicaanse dichteres en moniaal Juana Inés de la Cruz de Asbaje y Ramírez, ook bekend als Sor Juana, werd geboren in San Miguel Nepantla op 12 november 1648 of 1651. Zie ook alle tags voor Juana Inés de la Cruz op dit blog enook mijn blog van 12 november 2010

 

Love opened a mortal wound

Love opened a mortal wound.
In agony, I worked the blade
to make it deeper. Please,
I begged, let death come quick.

Wild, distracted, sick,
I counted, counted
all the ways love hurt me.
One life, I thought--a thousand deaths.

Blow after blow, my heart
couldn’t survive this beating.
Then--how can I explain it?

I came to my senses. I said,
Why do I suffer? What lover
ever had so much pleasure?

 

Vertaald door Joan Larkin en Jaime Manrique

 

 2091417-7dd7b29595a1d8b3a8630328d9e072c1.jpg
Juana Inés de la Cruz (12 november 1648 of 1651 - 17 april 1695)
Standbeeld in Parque de Tlaxco, Tlaxcala, Mexico

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 12 november 2008, mijn blog van 12 november 2007 en ook mijn blog van 12 november 2006.

Geschreven door Romenu om 09:51 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten