Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 28 augustus 2016

Dolce far niente, Geerten Gossaert Johann Wolfgang von Goethe, A. Moonen, Maria Barnas, C. J. Kelk, Frederick Kesner

 

Dolce far niente

 

 banyo-caballo-bisel.jpg
El bano del caballo door Joaquin Sorolla Y Bastida, 1909

 

 

De Centaur en de oceaan

Soms in den hoogen noen der heete zomerdagen
Ontspant de visschersknaap, die loom zijn leden baadt,
Half scherts, half medelij, 't paard van den schelpenwagen,
Dat hinnikt van genot en wild de hoeven slaat.

Doch hij, met kalmen lach, grijpt onversaagd, sterkhandig,
Zijn ruige manen vast, bedwingt zijn drift, en, vlug,
Met eenen breeden zwaai bespringt hij, naakt, 't stilstandig
Nu lijdzaam wachtend dier den breede' en naakten rug!

Dan stuurt hij zeewaarts in. En waar, in lage reven,
De laffe branding breekt, blijft hij, uitdagend, staan
En machtig, brons op bruin, tot ééne leest verheven,
Bespot hij, een centaur, den machtlooze' oceaan.

Wel ziet hij, diep in zee, uit de even waterwellen,
Een kleine spitse golf, al naar zij nader rent,
Gestaêg verkleurend tot een machtgen breker zwellen,
Al grommlende in zijn borst een duister dreigement ...

Maar hij, met strak gelaat, wacht, schrap zich stellend, zonder
Ontroering, tot de golf, schijnwoedend, schuimverbleekt,
In éénen langgerekt-traagsidderenden donder
Zijn tuimlende overmacht aan 't roerloos tarten wreekt ...

En dan, uitbundig, barst het hoog gegier van 't water,
En 't brieschen van den hengst, die worstelt om een steê,
Met zijn' metalen lach saam uit in één geschater
Dat opklimt uit het schuim en uitschalt over zee!



3592732294_be03a8ee67_b.jpg
Geerten Gossaert (9 februari 1884 - 27 oktober 1958)
Kralingen. Geerten Gossaert werd geboren in Kralingen

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Wolfgang von Goethe werd geboren op 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Johann Wolfgang von Goethe op dit blog.

Uit: Wilhelm Meisters Lehrjahre

»Mäßigt Euch«, sagte die Alte gelassen, »mäßigt Euch! Ich muß Eure Freude durch ein Wort unterbrechen: Norberg kommt! in vierzehn Tagen kommt er! Hier ist sein Brief, der die Geschenke begleitet hat.«
»Und wenn mir die Morgensonne meinen Freund rauben sollte, will ich mir's verbergen. Vierzehn Tage! Welche Ewigkeit! In vierzehn Tagen, was kann da nicht vorfallen, was kann sich da nicht verändern!«
Wilhelm trat herein. Mit welcher Lebhaftigkeit flog sie ihm entgegen! mit welchem Entzücken umschlang er die rote Uniform! drückte er das weiße Atlaswestchen an seine Brust! Wer wagte hier zu beschreiben, wem geziemt es, die Seligkeit zweier Liebenden auszusprechen! Die Alte ging murrend beiseite, wir entfernen uns mit ihr und lassen die Glücklichen allein.
Als Wilhelm seine Mutter des andern Morgens begrüßte, eröffnete sie ihm, daß der Vater sehr verdrießlich sei und ihm den täglichen Besuch des Schauspiels nächstens untersagen werde. »Wenn ich gleich selbst«, fuhr sie fort, »manchmal gern ins Theater gehe, so möchte ich es doch oft verwünschen, da meine häusliche Ruhe durch deine unmäßige Leidenschaft zu diesem Vergnügen gestört wird. Der Vater wiederholt immer wozu es nur nütze sei? Wie man seine Zeit nur so verderben könne?«
»Ich habe es auch schon von ihm hören müssen«, versetzte Wilhelm, »und habe ihm vielleicht zu hastig geantwortet; aber um 's Himmels willen, Mutter! ist denn alles unnütz, was uns nicht unmittelbar Geld in den Beutel bringt, was uns nicht den allernächsten Besitz verschafft? Hatten wir in dem alten Hause nicht Raum genug? und war es nötig, ein neues zu bauen? Verwendet der Vater nicht jährlich einen ansehnlichen Teil seines Handelsgewinnes zur Verschönerung der Zimmer? Diese seidenen Tapeten, diese englischen Mobilien, sind sie nicht auch unnütz? Könnten wir uns nicht mit geringeren begnügen? Wenigstens bekenne ich, daß mir diese gestreiften Wände, diese hundertmal wiederholten Blumen, Schnörkel, Körbchen und Figuren einen durchaus unangenehmen Eindruck machen. Sie kommen mir höchstens vor wie unser Theatervorhang. Aber wie anders ist's, vor diesem zu sitzen! Wenn man noch so lange warten muß, so weiß man doch, er wird in die Höhe gehen, und wir werden die mannigfaltigsten Gegenstände sehen, die uns unterhalten, aufklären und erheben."

 

 1950679-81845e2a11d7967dd02a3ad8859ec3b4.jpg
Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Maria Barnas op dit blog.

 

Ik is een vlag

Zodra ik ik laat vallen trekt de lucht boven mij
samen vergrijst en legt zich neer boven de stad.
De stad vernauwt zijn straten kromt de bruggen
als tenen in mijn schoenen. Mijn tenen? Mijn schoenen?

Ik is een vlag op een maanlandschap waar iemand
metaalgaren in stak om het oneindige wapperen
te bereiken dat in windstilte iets monumentaals wil
betekenen. Maar vlaggen zijn weerloos en mijn lichaam

bewijst hier niets. Al schrijft het ik en stelt het zich
voor. Zolang we lopen doen we met elke stap
een stap in het ongewisse en kunnen we ons

in de geel kermende bermen in de lome namiddag
en in voorbeeldige wrakken langs de afkoelende
rivier als verlaten huizen in elkaar vergissen.

 

 

Reconstructie

Radiobericht: de politie heeft vannacht het lichaam van een vrouw
gevonden in de straten van Amsterdam. Naam en leeftijd
onbekend. Doodsoorzaak: onbekend.

je zoekt het woord voor de rand van de haven
die als een muur uit het water rijst.
je denkt ik vind het als ik zo ga liggen op het asfalt

je hoofd een aarzelend schip voor de stoeprand
je jas tot aan je hals voorzichtig nu
een aai je been vlugvluchtig de hoek om.

of

Ga liggen op het asfalt je hoofd net niet
tegen de stoeprand aan. Ram een schip tegen de kade
Maak twee gelijke barsten in een schedel

tot de tegels helder kraken. Rakelings het plein
waar ruimte om je oren waait als vlinderslag
in vlagen van paniek. Neem een k voor in je mond.

Een stokkende kade om aan te staan.

 

 1950679-10a2dac789cf557bf3f349b372c38714.jpg
Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

 

De Nederlandse schrijver A. Moonen, (spreek uit: 'a-punt-moonen') werd geboren in Rotterdam op 28 augustus 1937. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor A. Moonen op dit blog.

Uit: Armlastig

“Spoegmisselijk ook word ik van de zelfgenoegzame/triomfantelijke koppels; ongeveer van: zien jullie wel dat wij elkaar voor eeuwig gevonden hebben? Alzo de huwelijksfuik tegemoetzwierend richting gereedstaande kist, dichterbij dan ze zelf vermoeden.
Slechts eenmaal ben ik de afgelopen zomer naar het Scheveningse strand geweest. Ik moet die bewuste woensdagmiddag in juli alles meegehad hebben, leek een uitgelaten hondje, wuifde en riep naar de zee. Luchtig gekleed en op voetbedsandalen liep ik door rullig zand richting ver nudistengedeelte, kon mij niet herinneren wanneer precies voor 't laatst de zee gezien te hebben, metaalkleurig en witschuimige golfslag. In de verte een groot schip. Helaas de ontsierende zuurstok/pretpier van Zwolsman. Langs de botenverhuurafdeling en dan eindelijk het naturistenstrand, naakter dan naakt omdat er verder niemand aanwezig was. Nabij de verboden duinen ontkleedde ik mij rap en poogde zo zandvrij mogelijk te blijven. Op pantalon en shirt ging ik onbevangen om en om liggen. Wind en zon masseerden mij met zuivere zeelucht, zonder nabehandeling. Dit liet mijn piemel zeker niet onberoerd. Aldus ontstond de volgende dag weer eens een mop van eigen makelij: ik sta daar helemaal alleen op het nudistenstrand en word door wind en zon gemasseerd. Komt er in de verte een jongetje aangelopen, gekleed nog. Eindelijk naderbij gekomen blijkt het een dwergmevrouwtje te zijn. Zij is me genaderd en begint zich pal voor m'n Rotterdamse staander en zeeverkenner uit te kleden, hangt de boel eraan.”

 

 1950679-e8dcf4fb36943b7f365044d95357b338.jpg
A. Moonen (28 augustus 1937 – 24 januari 2007)
Cover biografie

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, letterkundige en literatuurcriticus Cornelis Jan (Cees) Kelk werd geboren in Amsterdam op 28 augustus 1901. Zie ook alle tags voor C. J. Kelk op dit blog.

 

Het rechte rugje

Het rechte rugje van zijn kinderjaren
raakt menigeen zijn leven niet meer kwijt.
't Weerbarstig kuifje slecht gekleurde haren
is nauwelijks vatbaar voor de tand des tijds.

Het schoolse schrift, de welverzorgde handen
beklijven en met rekenen blijft het gaan ...
O, konden wij eens ruilen met elkander
en zorgeloos in eens anders schoenen staan.

Ik zou zo graag dan Casanova wezen
of Don Quichotte of De Dikke Man
of iemand die een afschuw heeft van lezen,
maar daarentegen goed chaufferen kan.

 

 

Vanavond hebben alle mannen

Vanavond hebben alle mannen
sterren op hun hoofd gespannen,
kruizen op hun rug gedaan
en zijn naar 't bal-masqué gegaan.

Vanavond hebben alle vrouwen
jurken met versierde mouwen.
Zij dragen bloemen overal
en trippelen naar het carnaval.

Vanavond hebben alle kinders
vleugels als verheugde vlinders
en ze fladderen komiek
op de maat van de muziek......

 1950679-549f3ec18582cbde517b8185d13d758b.jpg
C. J. Kelk (28 augustus 1901 – 25 december 1981)
Cover 

 

 

De Australische dichter Frederick Kesner III werd geboren op 28 augustus 1967 in Manilla op de Filippijnen Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frederick Kesner op dit blog.

 

Why do we trust in you?

On the waves of fresh lies
the wind fell into rumination,

As bright sunlit skies feigned--
spewed darkened ruination.

Each canopy of leafy words
waved in rhythmic undulation.

Then, by cover of cloud
whispered to unwilling ears –

Which brought heaves and sighs;
their hoisting chests wet in tears:

We pay attention to our thoughts
that sing to absinthian beats;

A bemusedly tapered divination,
dappled upon once-pristine sheets.

 

 

Your Holy Book or Mine?

So what if I've gone to Scripture
maybe just to have a look?
So what if it spoke to me so loud
with brilliant flashes of cutting blades?
So what if all my thoughts are laid bare
stripped of any guile or disguise?

We all are pilgrims in this journey,
We all seek for what we know
We do not have yet could not name;
We all of us are on a quest toward
What we know eternity must hold....

So what if in my searching I find
whims and wandering thoughts reigned
within the cosmic finiteness of this mind?
Then there must have been some use
undusting and poring through that Tome.

 

 1950679-4ef262cf267174ab376572bf448cac04.jpg
Frederick Kesner (Manilla, 28 augustus 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Rita Dove, John Betjeman, Elmar Schenkel, Janet Frame, William Robertson Davies, Joeri Trifonov

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog en ook mijn blog van 28 augustus 2009 en ook mijn blog van 28 augustus 2010.

 

Lines Composed On The Body Politic

Less than the charting of each dawn's resolutions,
less than each evening's trickle of doubt,
less than a crown's weight in silver, a diamond's
scratch against glass, less than the touted

ill luck of my rich beginnings—and yet
more than Eve's silence, my mute ingratitude.
More than music's safe passage, its rapturous net,
more than this stockpile of words, their liquid solicitude;

more desired than praise (the least-prized of my dreams),
less real than dreaming (castle keep for my sins),
more than no more, which seems
much less than hoped-for, again—
one mutiny, quelled; one wish lost, a forgotten treasure:
to live without scrutiny, beyond constant measure.

 

 

"Teach Us To Number Our Days"

In the old neighborhood, each funeral parlor
is more elaborate than the last.
The alleys smell of cops, pistols bumping their thighs,
each chamber steeled with a slim blue bullet.

Low-rent balconies stacked to the sky.
A boy plays tic-tac-toe on a moon
crossed by TV antennae, dreams

he has swallowed a blue bean.
It takes root in his gut, sprouts
and twines upward, the vines curling
around the sockets and locking them shut.

And this sky, knotting like a dark tie?
The patroller, disinterested, holds all the beans.

 

 1949756-14020ed25a31de5d34017214ce965b95.jpg
Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)



 

De Engelse dichter en literatuurcriticus Sir John Betjeman werd geboren in Londen op 28 augustus 1906. Zie ook alle tags voor John Betjeman op dit blog en ook mijn blog van 28 augustus 2009 en ook mijn blog van 28 augustus 2010

 

A Bay In Anglesey

The sleepy sound of a tea-time tide
Slaps at the rocks the sun has dried,

Too lazy, almost, to sink and lift
Round low peninsulas pink with thrift.

The water, enlarging shells and sand,
Grows greener emerald out from land

And brown over shadowy shelves below
The waving forests of seaweed show.

Here at my feet in the short cliff grass
Are shells, dried bladderwrack, broken glass,

Pale blue squills and yellow rock roses.
The next low ridge that we climb discloses

One more field for the sheep to graze
While, scarcely seen on this hottest of days,

Far to the eastward, over there,
Snowdon rises in pearl-grey air.

Multiple lark-song, whispering bents,
The thymy, turfy and salty scents

And filling in, brimming in, sparkling and free
The sweet susurration of incoming sea.

 

 

Dawlish

Bird-watching colonels on the old sea wall,
Down here at Dawlish where the slow trains crawl:
Low tide lifting, on a shingle shore,
Long-sunk islands from the sea once more:
Red cliffs rising where the wet sands run,
Gulls reflecting in the sharp spring sun;
Pink-washed plaster by a sheltered patch,
Ilex shadows upon velvet thatch:
What interiors those names suggest!
Queen of lodgings in the warm south-west...

 

 1949756-0a9569e80bc686ca46600b85aefec175.jpg
John Betjeman (28 augustus 1906 - 19 mei 1984)

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Elmar Schenkel werd geboren in Hovestadt (Westfalen) op 28 augustus 1953. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2009 en ook mijn blog van 28 augustus 2010

Uit: Keplers Dämon

„Die Wissenschaften existieren nur durch und mit den Menschen, die sie betreiben, die ihnen nachfolgen und sie anbeten oder niederreißen. Das erste Problem aller Wissenschaft ist genau dieses Wesen, das sich für das einzige Erkenntnis suchende Subjekt auf dieser Erde hält. Diese gattungsspezifischen Illusionen wurden von Swift gegeißelt, und bereits die Antike konnte darüber lachen. Schopenhauer und Nietzsche nahmen sich mit Vorliebe dieses in Illusionen verstrickten Tieres an. Erkenntnis suchend? Vielleicht ist auch dies nur eine weitere Form der Selbsttäuschung. So kann man auch Mary Shelleys revolutionären Roman über einen Mann, der dem Menschen ein Ebenbild schaffen will (so wie es laut Bibel und Koran Gott einst getan hat), lesen: als eine weitere Form der Täuschung, der Selbstanbetung der Spezies. Aber warum sollten Illusionen schlecht sein? Sie mögen eine Zeitlang als Schutz dienen, sind aber langfristig destruktiv. Der Frankenstein-Mythos, der bis in unsere Gegenwart reicht, zeigt dies sehr deutlich. Die Wissenschaften spiegeln beide Seiten des Menschen wider, unerbittlich. Mal retten, mal töten, mal verführen, mal helfen sie, mal lassen sie verzweifeln. Solche Wechselbäder werden an den beiden Protagonisten in Flauberts letztem Roman, Bouvard et Pécuchet, geradezu slapstickhaft bebildert. Für sie erweisen sich die Wissenschaften insgesamt als eine Enttäuschung – völlig überbewertet! Also kehren sie zu ihrem alten Beruf der Kopisten zurück.
In diesem ersten Teil, der mit »Mensch« überschrieben ist, geht es darum, wie biographische Situationen Begegnungen zwischen Wissenschaften und Literatur ermöglichen. Oft sind es krisenhafte Momente, in denen sie sich gegenseitig erkennen oder wiederentdecken nach einem langen gleichgültigen Nebeneinander – angefangen mit den nächtlichen Krisen, die wir Träume nennen, bis hin zu Lebenskrisen, wie bei Agatha Christie oder Paul Valéry.“

 

 1949756-20da444dc224b4f5ecd710bfde6172a2.jpg
Elmar Schenkel (Hovestadt, 28 augustus 1953)

 

 

De Nieuw-Zeelandse dichteres en schrijfster Janet Frame werd geboren in Dunedin en groeide op in Oamaru. Zie ook alle tags voor Janet Frame op dit blog en ook mijn blog van 28 augustus 2009 en ook mijn blog van 28 augustus 2010.

 

Poets

If poets die young
they bequeath two thirds of their life to the critics
to graze and grow fat in
visionary grass.

If poets die in old age
they live their own lives
they write their own poems
they are their own might-have-been.

Young dead poets are prized comets.
The critics queue with their empty wagons ready for hitching.

Old living poets
stay faithfully camouflaged in their own sky.
It may even be forgotten they have been shining for so long.
The reminder comes upon their falling
extinguished into the earth.
The sky is empty, the sun and moon have gone away,
there are not enough street bulbs, glow-worms, fireflies to give light

and for a time it seems there will be no more stars.

 

 1949756-f9edccdfec0cd26a61b61a8f628c69db.jpg
Janet Frame (28 augustus 1924 – 29 januari 2004)

 


 
De Canadese schrijver William Robertson Davies werd geboren op 28 augustus 1913 in Thamesville, Ontario. Zie ook alle tags voor William Robertson Davis en voor Robertson Davis op dit blog en ook mijn blog van 28 augustus 2009 en ook mijn blog van 28 augustus 2010

Uit: Fifth Business

“My lifelong involvement with Mrs. Dempster began at 8 o’clock p.m. on the 27th of December, 1908, at which time I was ten years and seven months old.
I am able to date the occasion with complete certainty because that afternoon I had been sledding with my lifelong friend and enemy Percy Boyd Staunton, and we had quarrelled, because his fine new Christmas sled would not go as fast as my old one. Snow was never heavy in our part of the world, but this Christmas it had been plentiful enough almost to cover the tallest spears of dried grass in the fields; in such snow his sled with its tall runners and foolish steering apparatus was clumsy and apt to stick, whereas my low-slung old affair would almost have slid on grass without snow.
The afternoon had been humiliating for him, and when Percy as humiliated he was vindictive. His parents were rich, his clothes were fine, and his mittens were of skin and came from a store in the city, whereas mine were knitted by my mother; it was manifestly wrong, therefore, that his splendid sled should not go faster than mine, and when such injustice showed itself Percy became cranky. He slighted my sled, scoffed at my mittens, and at last came right out and said that his father was better than my father. Instead of hitting him, which might have started a fight that could have ended in a draw or even a defeat for me, I said, all right, then, I would go home and he could have the field to himself. This was crafty of me, for I knew it was getting on for suppertime, and one of our home rules was that nobody, under any circumstances, was to be late for a meal. So I was keeping the home rule, while at the same time leaving Percy to himself.
As I walked back to the village he followed me, shouting fresh insults. When I walked, he taunted, I staggered like an old cow; my woollen cap was absurd beyond all belief; my backside was immense and wobbled when I walked; and more of the same sort, for his invention was not lively. I said nothing, because I knew that this spited him more than any retort, and that every time he shouted at me he lost face.”

 

 1949756-15e576872c12fbecd5eddd82e45260b6.jpg
William Robertson Davies (28 augustus 1913 – 2 december 1995)

 

 

De Russische schrijver Joeri Valentinovitsj Trifonov werd geboren in Moskou op 28 augustus 1925.Zie ook alle tags voor Joeri Trifonov op dit blog en ook mijn blog van 28 augustus 2010

Uit: The House on the Embankment (Vertaald door Michael Glenny)

“He said that the thought that had tormented Dostoyevsky – if man’s last refuge is nothing but a dark room full of spiders, then all is permitted – had hitherto been interpreted in a wholly simplistic, trivial sense. All such profound problems had, in fact, been distorted into pathetically inadequate form, but the problems themselves were still there and would not go away. Today’s Raskolnikov’s did not murder old women moneylenders with an ax, but they were still faced with the same agonizing choice: to cross or not to cross the line. In any case, what was the difference between using an ax and any other method?
(…)

GLEBOV: All my life I have tried to forget about that, and I nearly succeeded. Almost everything has been forgotten.
STRANGER: ...People would be happy if they knew how to forget...
GLEBOV: Everything will be forgotten! I can’t remember anything! I forgot everything! But no, I remember some things... I hate those times, because they were my childhood!
(…)

GLEBOV: But if I don’t remember-that means nothing happened! You understand, time only exists within us! And if one doesn’t remember, it means, those times didn’t exist! Nothing existed!
GANCHUK: ...You are making the same mistake as Kant: he suggests that time is the pure form of sensation...that it exists only in one’s conscience...and is expressed by the changing conditions of our conscience! ...But we materialists know very well that time is the form of the movement of matter. And there is only one direction of this movement in time-mark this welll-from the past to the future!“

 

 1949756-fe19234f2ad48277ab2f65700be9a8fc.jpg
Joeri Trifonov (28 augustus 1925 – 28 maart 1981)
Cover

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten