Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 2 juli 2016

Hermann Hesse, Wisława Szymborska, Erik Vlaminck, Pierre H. Dubois, Axel Brauns, Friedrich Klopstock

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Narziß und Goldmund

„Und immer war unter der Schar der Mönche und Schüler, der frommen und der lauen, der fastenden und der feisten, immer war zwischen den vielen, welche da kamen, lebten und starben, dieser und jener Einzelne und Besondere gewesen, einer, den alle liebten oder alle fürchteten, einer, der auserwählt schien, einer, von dem noch lange gesprochen wurde, wenn seine Zeitgenossen vergessen waren.
Auch jetzt gab es im Kloster Mariabronn zwei Einzelne und Besondere, einen Alten und einen Jungen. Zwischen den vielen Brüdern, deren Schwarm die Dormente, Kirchen und Schulsäle erfüllte, gab es zwei, von denen jeder wußte, auf die jeder achtete. Es gab den Abt Daniel, den Alten, und den Zögling Narziß, den Jungen, der erst seit kurzem das Noviziat angetreten hatte, aber seiner besonderen Gaben wegen gegen alles Herkommen schon als Lehrer verwendet wurde, besonders im Griechischen. Diese beiden, der Abt und der Novize, hatten Geltung im Hause, waren beobachtet und weckten Neugierde, wur-den bewundert und beneidet und auch heimlich gelästert.
Den Abt liebten die meisten, er hatte keine Feinde, er war voll Güte, voll Einfalt, voll Demut. Nur die Gelehrten des Klosters mischten in ihre Liebe etwas von Herablassung; denn Abt Daniel mochte ein Heiliger sein, ein Gelehrter jedoch war er nicht. Ihm war jene Einfalt eigen, welche Weisheit ist; aber sein Latein war bescheiden, und Griechisch konnte er überhaupt nicht.
Jene wenigen, welche gelegentlich die Einfalt des Abtes etwas belächelten, waren desto mehr von Narziß bezaubert, dem Wunderknaben, dem schönen Jüngling mit dem eleganten Griechisch, mit dem ritterlich tadellosen Benehmen, mit dem stillen, eindringlichen Denkerblick und den schmalen, schön und streng gezeichneten Lippen. Daß er wunderbar Griechisch konnte, liebten die Gelehrten an ihm. Daß er so edel und fein war, liebten beinahe alle an ihm, viele waren in ihn verliebt. Daß er so sehr still und beherrscht war und so höfische Manieren hatte, nahmen manche ihm übel.
Abt und Novize, jeder trug auf seine Art das Schicksal des Auserwählten, herrschte auf seine Art, litt auf seine Art. Jeder der beiden fühlte sich dem andern mehr verwandt und mehr zu ihm hingezogen als zum ganzen übrigen Klostervolk; dennoch fanden sie nicht zueinander, dennoch konnte keiner beim andern warm werden.“

 

 1931706-dcc71875f9630dd640ac67d2234b9e3a.jpg
Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Hermann-Hesse-Museum in Calw

 

 

De Poolse dichteres Wisława Szymborska werd geboren op 2 juli 1923 in Bnin. Zie ook alle tags voor Wislawa Szymborska op dit blog.

 

Under One Small Star

My apologies to chance for calling it necessity.
My apologies to necessity if I'm mistaken, after all.
Please, don't be angry, happiness, that I take you as my due.
May my dead be patient with the way my memories fade.
My apologies to time for all the world I overlook each second.
My apologies to past loves for thinking that the latest is the first.
Forgive me, distant wars, for bringing flowers home.
Forgive me, open wounds, for pricking my finger.
I apologize for my record of minuets to those who cry from the depths.
I apologize to those who wait in railway stations for being asleep today at five a.m.
Pardon me, hounded hope, for laughing from time to time.
Pardon me, deserts, that I don't rush to you bearing a spoonful of water.
And you, falcon, unchanging year after year, always in the same cage,
your gaze always fixed on the same point in space,
forgive me, even if it turns out you were stuffed.
My apologies to the felled tree for the table's four legs.
My apologies to great questions for small answers.
Truth, please don't pay me much attention.
Dignity, please be magnanimous.
Bear with me, O mystery of existence, as I pluck the occasional thread from your train.
Soul, don't take offense that I've only got you now and then.
My apologies to everything that I can't be everywhere at once.
My apologies to everyone that I can't be each woman and each man.
I know I won't be justified as long as I live,
since I myself stand in my own way.
Don't bear me ill will, speech, that I borrow weighty words,
then labor heavily so that they may seem light.

 

Vertaald door Stanislaw Baranczak en Clare Cavanagh

 

 1931706-dc76bed935a347b06cd8b753825aae93.jpeg
Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)

 

 

De Vlaamse schrijver Erik Vlaminck werd geboren in Kapellen op 2 juli 1954. Zie ook alle tags voor Erik Vlaminck op dit blog.

Uit: De zwarte brug

“De wind fluit. De wind huilt. Hoewel alle ramen en deuren gesloten zijn, doet hij de gordijnen bewegen.
Soms voelt Leo zelfs een zucht over zijn wangen en zijn voorhoofd strijken. Het is moeilijk om de slaap te vatten. Wanneer dat uiteindelijk toch lukt sluipen de ratel van de regen op het vensterglas en het klepperen van de dakplaten die op de koterij achter de achterkeuken liggen zijn angstige dromen binnen.
Hij is al verschillende keren met een schok wakker geworden. De slaapkamer is van winterkou doordrongen, toch kleven de lakens klam aan zijn benen. Hij heeft in stilte al meer dan twintig Weesgegroeten gebeden om het stormweer te doen keren maar de Moeder Gods lijkt niet thuis te zijn.
Zijn broer Bernard met wie hij het bed deelt heeft hem, hoewel Leo er zeker van is dat hij geen kik gegeven heeft, onverwacht een por in de zij gegeven en daarbij gesist: ‘Wilt ge uw mond wel eens houden, kleine. Ik wil slapen.’
Swa, die in het andere bed ligt, draait en keert onophoudelijk.
Beneden is er geloop. Af en toe hoort Leo het snerpen van de scharnieren van de keukendeur. Allicht is vader opgestaan. Of een van de grote broers. Om de wacht te houden. Om maatregelen te nemen wanneer het nodig is.
Het is brullen wat de wind nu doet.
Ergens klettert een zinken emmer over de plavuizen.
Bij de buren jankt de hond alsof hij met de ketting geslagen wordt.
Ondanks alle gerommel en geraas moet Leo toch weer ingedommeld zijn. Hij schrikt wakker door het beangstigende geluid van krakend en splinterend hout. Wellicht is het een van de populieren van achter de patattenhof die het begeeft onder de beukende stormwind.”

 

 1931706-8731d4a39a452b1d2805b4f586e154cb.jpg
Erik Vlaminck (Kapellen, 2 juli 1954)

 

 

De Nederlandse dichter, prozaschrijver en criticus Pierre H. (Hubert) Dubois werd geboren in Amsterdam op 2 juli 1917. Zie ook alle tags voor Pierre H. Dubois op dit blog.

 

Woorden

Alleen met woorden
kan het zwijgen worden uitgesproken
alleen met woorden die zo woordeloos zijn
dat niemand ze meer hoort
alleen nog weet (als iets
dat is en tegelijk niet is -
een capriccio van Guardi)

eeuwen vallen weg en zijn toch voorbij
meer dan ooit aanwezig en voorgoed verloren

alleen met woorden die zijn als muziek
(wanneer muziek er niet meer is)
geen klank toon of trilling
iets boven dit alles

Alleen met woorden die onschrijfbaar zijn
kan het eeuwige zwijgen
worden
aangeklaagd

 

 

Drie sonnetten

II
Eens was ik vroom, mijn vroomheid werd genot.
En 'k vond mijzelf laaghartig en ontrouw.
‘Waart gij slechts heet of koud, maar gij zijt lauw...’
vermaande mij een dreigend woord van God.
 
Sinds was ik immer in mijzelf verdeeld
en twijfelde aan vroomheid en genot,
aan leed en vreugde, zekerheid en spot,
en wist niet of ik speelde of werd gespeeld.
 
Nu weet ik zeker, dat ik ben gespleten,
en ik verdraag het met gerust geweten
mijn hart en ziel daarin te zien verslinden.
 
En 'k zoek - maar nog vergeefs - mij te verzoenen
met wat ik vroeger voorgaf te verdoemen
als 't kwaad, waarvan ik de oorzaak niet kon vinden.

 

 1931706-ca050e2f7d4470365ed052b887ae79af.jpg
Pierre H. Dubois (2 juli 1917 - 24 maart 1999)
Hier met echtgenote Simone

 

 

De Duitse schrijver en filmmaker Axel Brauns werd op 2 juli 1963 geboren in Hamburg. Zie ook alle tags voor Axel Braun op dit blog.

Uit: Buntschatten und Fledermäuse

„Die Haha pflanzte einen Baum auf dem Balkon des Hofhauses. Auf dem alten Balkon hatte ich mich nie verlaufen. Der neue Balkon war jedoch riesig. Über das Geländer des alten Balkons vermochte ich einen Blick zu werfen. Ich musste nur auf einen Stuhl steigen.
Über das Geländer des neuen Balkons würde ich niemals kucken können, selbst wenn ich vom Stuhl aus hochspränge. Es verwirrte mich, dass die Haha den neuen Balkon nicht Balkon nannte. Sie nannte ihn Garten und das Geländer nannte sie Mauer.
Ich wollte nicht mit Eimer und Schaufel in der schwarzen Erde spielen. Die schwarze Erde war mir zu klebrig. Ich wollte zum Viereck. Jenseits des wolkenweißen Geländers überwölbte ein wolkenweißer Himmel den Spielplatz. Dort gab es ein Viereck, das die Haha Sandkiste nannte. Der Sand dort war so gelb wie die Haare des Heimers und so körnig wie Zucker.
Ich klopfte mit der Schaufel auf den Rand des Eimers, um auf meinen Wunsch aufmerksam zu machen. Die hoch gewachsene Haha war gerade dabei, den Boden über der Wurzel festzustampfen. Sie beachtete mich. Sie sagte etwas. Ihre Worte waren kein Lärm und kein Geräusch, sie hatten Klang und Bedeutung. Ich verstand, was sie meinte. Ich sei zu klein, um allein auf den Spielplatz zu gehen, ich solle dort bleiben, wo ich war: auf dem Balkon.
Klackklack. Ich pendelte mit dem roten Eimer und die weißblaue Schaufel klapperte gegen den Rand. Klackklack. Die Haha öffnete die Haustür. Der Heimer schlüpfte neben ihr ins Freie. Pendelnd, folgte ich den beiden Buntschatten. Die Sandkiste wartete auf mich.“

 

 1931706-171b77a5a9c4d64dc03f301368c5f612.jpg
Axel Brauns (Hamburg, 2 juli 1963)

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Gottlieb Klopstock werd geboren in Quedlinburg op 2 juli 1723. Zie ook alle tags voor Friedrich Klopstock op dit blog.

 

Psalm

Um Erden wandeln Monde,
Erden um Sonnen,
Aller Sonnen Heere wandeln
Um eine große Sonne:
»Vater unser, der du bist im Himmel!«

Auf allen diesen Welten, leuchtenden, und erleuchteten,
Wohnen Geister an Kräften ungleich, und an Leibern;
Aber alle denken Gott, und freuen sich Gottes.
»Geheiliget werde dein Name.«

Er, der Hocherhabene,
Der allein ganz sich denken,
Seiner ganz sich freuen kann,
Machte den tiefen Entwurf
Zur Seligkeit aller seiner Weltbewohner.
»Zu uns komme dein Reich.«

Wohl ihnen, dass nicht sie, dass er
Ihr Jetziges, und ihr Zukünftiges ordnete,
Wohl ihnen, wohl!
Und wohl auch uns!
»Dein Wille gescheh;
Wie im Himmel, also auch auf Erden.«

Er hebt mit dem Halme die Ähr’ empor;
Reifet den gold’nen Apfel, die Purpurtraube;
Weidet am Hügel das Lamm, das Reh im Walde:
Aber sein Donner rollet auch her,
Und die Schlosse zerschmettert es
Am Halme, am Zweig’, an dem Hügel, und im Walde!
»Unser tägliches Brot gib uns heute.«

Ob wohl hoch über des Donners Bahn
Sünder auch, und Sterbliche sind?
Dort auch der Freund zum Feinde wird?
Der Freund im Tode sich trennen muss?
»Vergib uns unsere Schuld,
Wie wir vergeben unseren Schuldigern.«

Gesonderte Pfade gehen zum hohen Ziel,
Zu der Glückseligkeit!
Einige krümmen sich durch Einöden,
Doch selbst an diesen sprosst es von Freuden auf,
Und labet den Durstenden.
»Führ’ uns nicht in Versuchung,
Sondern erlös’ uns vom Übel.«

Anbetung dir, der die große Sonne
Mit Sonnen, und Erden, und Monden umgab;
Der Geister erschuf;
Ihre Seligkeit ordnete;
Die Ähre hebt;
Der dem Tode ruft;
Zum Ziele durch Einöden fuhrt, und den Wanderer labt,
Anbetung dir!
»Denn dein ist das Reich, und die Macht,
Und die Herrlichkeit. Amen.«

 

 1931706-396567c952849ebf2f84159624fde450.jpg
Friedrich Klopstock (2 juli 1723 — 14 maart 1803)
Portret door Johann Caspar Füssli, 1750

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:25 Reageer op dit bericht

Johannes Immerzeel, Alekos Panagoulis, Ota Pavel, C. C. Bergius, Arend Fokke Simonsz

De Nederlandse dichter en schrijver Johannes Immerzeel werd geboren in Dordrecht op 2 juli 1776. Zie ook alle tags voor Johannes Immerzeel op dit blog.

 

Het ouderlijk huis (Fragment)

Waar mag wel, tusschen wieg en graf,
Het dierbaar plekje zijn gelegen,
Dat altijd groent van lust en zegen,
En 't welk wij teeder zijn genegen
Tot bij den wanklen grijsaardsstaf?
Het ligt, voor bedelaar en Koning,
Begrensd in de ouderlijke woning.
 
Die woning moog met praal en pracht
Haar marmren wanden wijd verbreeden,
Of 't lage dak met riet bekleeden,
Over het gehele werk
Berucht zijn door bekoorlijkheden,
Of schuilen in vergeten nacht, -
De plek dier woning houdt op aarde
Voor 't kinderhart de hoogste waarde.
 
Daar heeft, door moederarm omvat,
Het kind zijne eerste voedseltoogen,
Den nektar der natuur gezogen;
Daar vond het alles onder de oogen,
Wat prijs voor zijn behoefte had;
En wat daar buiten was gelegen,
Werd niet begeerd en niet verkregen.
 
Daar werd zijn' slaap geen perk gezet.
Zijn schat was pop, of tor, of veder.
Het speelde, en, moede, lei het weder
Het dommlig hoofd zoo zalig neder
Op 't harde stroo als donzen bed;
En rees verkwikt van vloer of sponde,
En sprong weêr onbezorgd in 't ronde!

 

 1931704-253be0fe7ca88345ee10cb2cafa2ebb3.jpg
Johannes Immerzeel (2 juli 1776 – 9 juni 1841)
Dordrecht, Grote Kerk 

 

 

De Griekse dichter en verzetstrijder Alekos Panagoulis werd geboren op 2 juli 1939 in Glyfada. Zie ook alle tags voor Alekos Panagoulis op dit blog.

 

Meine Adresse

Ein Streichholz als Bleistift
auf den Boden vergossenes Blut als Tinte
die vergessene Verpackung des Verbands als Papier
Aber was soll ich schreiben
Vielleicht schaffe ich nur meine Adresse
Die seltsame Tinte gerinnt
Aus einem Gefängnis schreibe ich euch
in Griechenland

 

 1931704-ee17d68fd33b395488a4a10590b11a55.jpg
Alekos Panagoulis (2 juli 1939 – 1 mei 1976)
Oriana Fallaci en Alekos Panagoulis

 

 

De Tsjechische schrijver en (sport)journalist Ota Pavel (eig. Ota Popper) werd geboren op 2 juli 1930 in Praag. Zie ook alle tags voor Ota Pavel op dit blog.

Uit: The Death Of The Handsome Deer (Vertaald door James Naughton)

"In the third year of the war, the order came for my brothers to go to the concentration camp, and at home my Dad said:
"Before they go, these boys need to eat - Meat. I'm getting us some fish"
Dad was not allowed to ride his bike, except to work, he was not allowed to leave the house without permission, and he could no longer catch fish; after all, he wasn't living on the Riviera, but in the Protectorate, under the close surveillance of the police and the Gestapo. He went to see his most excellent friend in Bustehrad, Doctor Quido Jerabek, who wrote that he was too ill to go down the mines. Quido had no idea that Dad was planning to go to Krivoklat Castle for the weekend.
Dad left our Bustehrad home - number 54, without his star, which he'd ripped off and stuffed in his pocket, he put his bag on the back of his bike, along with his sacks and his portable eel trap. Mum did a lot of cursing. Dad cycled that night through Zehrovice and Lany. Along his path, the stars shone, whereas the one in his pocket just sat and read 'JUDE'. He thought about all the things that can possibly be thought about; About how twisted and warped the world was, and how before he went around like a lord in his American Buick and now he crawled along the ditches on his creaky bicycle like a poor Jew. He rode along the serpentines of Krivoklat and pushed his bike up the hill above Visnovka, and then he peddled along the Berounka river, where the foam gathered in the pools where the pike swam, just like they had the year before. The water roared just as it had then too, and the adders sprawled across the main road in the heat."

 

 1931704-f5a8f73a68a26362a59e7e5d73ebfd15.jpg
Ota Pavel (2 juli 1930 – 31 maart 1973)
  

 

 

De Duitse schrijver C. C. Bergius (eig. Egon-Maria Zimmer) werd geboren op 2 juli 1910 in Buer. Zie ook alle tags voor C. C. Bergius op dit blog.

Uit:Das Medaillon

„Die Sonne säumte das zarte Grün der Bäume, die Zürichs Bahnhofstraße ihren besonderen Reiz verleihen, mit goldenen Rändern. Der Föhn, der andernorts wie ein Wasserfall die Berge hinabdonnert und orkanartig durch die Täler braust, über die Dächer der schweizerischen Metropole jedoch lautlos wie eine Katze hinwegschleicht, hatte die Wolken fortgefegt. Es war ein strahlender Tag, herrlich der Anblick des weit im Süden sich erhebenden Kranzes der Hochalpen, deren schneebedeckte Gipfel sich kantig in das Blau des Himmels schoben. Und doch lag etwas Beklemmendes in der Luft, etwas, das die Menschen zu lähmen schien.
Nicht jedoch das junge Studentenpaar, das an diesem Morgen in gehobener Stimmung über die Bahnhofstraße schlenderte und hier und dort vor einem Schaufenster stehen blieb.
Er hieß Phil, war schlank und hatte ein schmales, vom Skilaufen gebräuntes Gesicht, das ein gepflegter Bart umrahmte. Seine dunklen Augen verrieten Intelligenz. Seiner Kleidung war anzusehen, dass ihn finanzielle Sorgen nicht belasteten.
Sie nannte sich Isa, war zierlich und trug kurz geschnittenes Haar, was ihr ein knabenhaftes Aussehen verlieh. Dieser Eindruck wurde durch ihren mädchenhaften Charme jedoch gemildert. Es lag etwas Verwirrendes im Ausdruck ihrer grünblauen Augen, wenn sie verliebt zu ihrem Freund aufblickte, der sie erst vor knapp einer halben Stunde unvermittelt gefragt hatte:
»Wäre dir der Gedanke, meine Frau zu werden, sehr unangenehm?«
Sie war unfähig gewesen, eine Antwort zu geben. Den Traum, Phils Frau zu werden, hatte sie nicht zu träumen gewagt.“

 

 1931704-fab871f28454f8ced56828eb80c0025d.jpg
C. C. Bergius (2 juli 1910 – 23 maart 1996)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Arend Fokke Simonsz werd geboren in Amsterdam op 2 juli 1755. Zie ook alle tags voor Arend Fokke Simonsz op dit blog.

Uit: De moderne Helicon

“Neem mij niet kwalijk vriend! zeide hij al schrijvende, naa dat hij zijn pijp opgestooken hadt, dat ik eerst dit postjen nog eens overdraage, 't schiet mij anders uit het geheugen; want de jaaren en de ongewoonte noodzaaken mij tot dubbele oplettendheid; en daar is nog al veel waardij aan. - Naa dat hij nu eenige regels, terwijl ik een pijp stopte en opstak, geschreeven hadt, sloeg hy zyne schrijfboeken toe en vervolgde: wilt ge wel gelooven vriend! dat ik daar een' post boeke, dien ik al genoegzaam voor verlooren acht, en 't is egter geen kleintjen, een geheele scheepslaading donders, blixems, aconijt, stroppen, raderen, en al diergelyk tuig, dat mij toch waarlijk een heele hand vol geld kost, om dat ik alles, toen ik deze affaire begon, althands het houtwerk, nieuw heb moeten laaten maaken: ik heb al dat spul onlangs verhuurd aan een jong en vuurig Dichter, die een zeer sterk politiecq Dichtstuk, van een langen adem, onderhanden wilde neemen, waar al zulke ingrediënten by menigte in te pas komen, en nu hoor ik dat men hem gearresteerd en mijne geheele kraam in beslag genomen heeft, en dat ik zeer waarschijnlijk geen duit 'er van zal zien, en daarbij het goed nog daarënboven kwijt zyn. - Toen ik dien welëer zo verheven God, derwijze hoorde uitvaaren, moet ik zeggen, dat ik waarlijk als verstomd stond en niet wist hoe ik hem voordaan betijtelen moest; want mij dagt 's Mans taal was alles behalven goddelijk: ik begon dus ook maar voor mij heen te Mijn Heeren, en zeide: Maar, Mijn Heer! ik kan mij niet genoeg verwonderen, dat ik mij zo zeer in mijn denkbeeld bedrogen vinde? Zijt gij de alöm gewierookte God Apollo, de vader der Dichten Geneeskunde, de minnaar der schoone Daphne! is dit de Helicon!”

 

 1931704-0d88bec149eb4d5891c4fdfb4e77c4af.jpg
Arend Fokke Simonsz (2 juli 1755 – 15 november 1812)

Geschreven door Romenu om 12:07 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten