Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 2 februari 2011

Hella Haasse, James Joyce, Eriek Verpale, Monica Camuglia, Michel Marc Bouchard

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: De scharlaken stad

 

„Hij wist nauwelijks hoeveel maanden er waren voorbijgegaan sinds zijn terugkeer in Florence. Hij had zich ingegraven in het werk, zoals een mol zich ingraaft in zijn onderaardse koker. Hij was blind en doof voor de buitenwereld. Toen hij, in Rome, onder het vaderlijk knikken en aanmoedigend gesticuleren van paus Clemens, tenslotte zijn handtekening zette onder het nieuwe contract met de heren Della Rovere, had hij beseft dat hij zichzelf onherroepelijk veroordeelde tot dwangarbeid. Hij was bereid slaaf te zijn, niets dan slaaf, verbeten te zwoegen aan zijn taak. Hij wist wel dat hij zich nooit bevrijd zou voelen van schuld vóór die taak beëindigd was. Maar waarom werd hem niet de genade gegund ongestoord te volbrengen wat hij zijn plicht achtte, ongestoord te boeten voor een oud verzuim? In een slotwoord, vóór de audiëntie beëindigd werd, had de paus het vonnis over hem uitgesproken, luid: 'Het grafmonument wordt voltooid, heren, dat staat nu vast, onze waarde kunstenaar hier heeft het zojuist zwart op wit bevestigd, nu is deze onaangename kwestie wel uit de wereld hopen wij,' en, fluisterend, alleen voor hém verstaanbaar: 'maar vergeet intussen het werk aan de Medici-kapel niet, ik reken erop dat u zich ook houdt aan het contract dat u met mij gesloten hebt.'

Sindsdien weer die innerlijke verscheurdheid waarbij ieder ander leed in het niet verzonk. In zijn dromen rees Julius' mausoleum voor hem op, gezwollen tot geweldige afmetingen, een groep van gestalten reikend tot in de wolken, Mozes, Paulus, Rachel en Lea, giganten van marmer, omhoog gestoten door de aarde zelf, zoals gebergten ontstaan. Langs de plooien van hun gewaden, reusachtige stenen riffen, trachtte hij omhoog te klimmen. een mier, een pover zwak wezen op trillende poten, hoger, hoger, tot waar de personificaties van hemel en aarde de sarcofaag hieven waarin zijn kwelgeest sliep, Julius, wiens hoogmoed hem dit had aangedaan. De macht van die paus-veroveraar verheerlijken, meer dan tien jaren na diens dood, op een tijdstip dat het pauselijk gezag een aanfluiting was en de veroverde gebieden beefden voor de komst van een nog gevreesder vijand - dat scheen hem méér dan dwaasheid, een smaad, een leugen.“

 

 

844656-52f8f56484e0322873ee85caff5f9e23.jpg
Hella Haasse (Batavia, 2 februari 1918)

 

 

 

 

De Ierse schrijver James Joyce werd geboren in Dublin op 2 februari 1882. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en mijn blog van 16 juni 2006 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Araby (Short story)

 

„North Richmond Street, being blind, was a quiet street except at the hour when the Christian Brothers' School set the boys free. An uninhabited house of two storeys stood at the blind end, detached from its neighbours in a square ground. The other houses of the street, conscious of decent lives within them, gazed at one another with brown imperturbable faces.
The former tenant of our house, a priest, had died in the back drawing-room. Air, musty from having been long enclosed, hung in all the rooms, and the waste room behind the kitchen was littered with old useless papers. Among these I found a few paper-covered books, the pages of which were curled and damp: The Abbot, by Walter Scott, The Devout Communicant, and The Memoirs of Vidocq. I liked the last best because its leaves were yellow. The wild garden behind the house contained a central apple-tree and a few straggling bushes, under one of which I found the late tenant's rusty bicycle-pump. He had been a very charitable priest; in his will he had left all his money to institutions and the furniture of his house to his sister.
When the short days of winter came, dusk fell before we had well eaten our dinners. When we met in the street the houses had grown sombre. The space of sky above us was the colour of ever-changing violet and towards it the lamps of the street lifted their feeble lanterns. The cold air stung us and we played till our bodies glowed. Our shouts echoed in the silent street. The career of our play brought us through the dark muddy lanes behind the houses, where we ran the gauntlet of the rough tribes from the cottages, to the back doors of the dark dripping gardens where odours arose from the ashpits, to the dark odorous stables where a coachman smoothed and combed the horse or shook music from the buckled harness. When we returned to the street, light from the kitchen windows had filled the areas.“

 

 

 844656-222b15ce615e6ceed08d646548e8562d.jpg

James Joyce (2 februari 1882 – 13 januari 1941)

Standbeeld in Triëst

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale werd geboren op 2 februari 1952 te Zelzate. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Grasland

 

« Willem de Zwijger noemden ze hem in’t café. Ja jong, ge gaat dat niet geloven dat zulke mensen bestáán, maar ik heb het met mijn eigen ogen gezien en met mijn eigen oren gehoord, maar die zei dus nooit iets tegen de mensen hé, geen gebenedijd woord.
Ja, ge hebt zo van die mensen, hoe zal ik het expliceren. Ik niet. Ik ben helegans anders : ik klap gáárne, pas op, als ik tijd heb hé. Mijn Keuninkske, mijn vrouw, die zegt soms : ‘Maar zwijg nu toch ne keer, ik kan niet volgen.’ Want ze kijkt graag naar televisie hé. Ik niet. Al die soaps - zops, zeg ik altijd - al die zops, dat interesseert mij niet. Van den dienen mee den dienen, en dan krijgen ze ambras in ulder kot, of ze krijgen een kind, en dat is dan van een ander, ja santé, wat plezier dat de mensen dááraan vinden, ik weet het niet - het sop is de kolen niet waard zeg ik altijd, en heb ik gelijk, of heb ik géén gelijk ? Ge moogt het zeggen hoor, ge moogt het zeggen. Maar wat wilde ik nu vertellen ? Ja over diene mens daar in Den Trommel : over Willem de Zwijger. »

(...)

 

« Ja. Pas op, pas op, op zo nen bus, ge komt van alles tegen hé : zatteriken, Pier-Lieven-Ieres, studenten, poepkes van zestien mee ulder bloesje open, ge moet míj niets vertellen. Dat is zo een beetje gelijk hier aan’t loket, hier komt ge ook van alles tegen : Twis In de Zakken bijvoorbeeld, Schiz Bienen, Minschen klöter Ayen, - alle derhande soorten ras, ge moet mij wat vertellen, ik kenne het soortsjen. En Franke Biesten ! Ja, santé mijn ratse. Ge zoudt ze soms zo een doeffelinge willen kunnen geven, maar vechten, ík ? »

 

 

 844656-477d961d7825e418ee7075e4c7e253ba.jpg

Eriek Verpale (Zelzate, 2 februari 1952)

Eriek Verpale met Moeder Zulma in haar café in De Katte, 1989.

 

 

 

 

De Zwitserse schrijfster Monica Camuglia werd geboren op 2 februari 1960 in St. Gallen. Zie ook mijn blog van 11 januari 2010 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Irrtum 2012

 

„Hier auf Filicudi hat das gemeinsame Stück Weg vor knapp vier Jahren, im Mai 2009, begonnen, als Lia, damals erst dreieinhalb Jahre alt, plötzlich aus der kleinen Gasse hinter der Pension mit ihm an der Hand auftauchte. Einige Male hatte ich diesen gedrungenen und blasshäutigen Mann mit dem zerfurchten Gesicht beobachtet. Er fiel mir primär durch seine in sich versunkene Präsenz auf. Irgendetwas schien ihn in Schach zu halten. Genau das machte mich neugierig, und gerade deswegen hätte ich ihn gerne angesprochen; aber die Gelegenheit bot sich irgendwie nicht. So war ich dann angenehm überrascht, als Lia Nathan zu mir an den Tisch begleitete und mir vorstellte. Vielleicht rührte mein Interesse an diesem Mann lediglich daher, dass ich hier sonst keine große Auswahl hatte? Im Mai finden nur wenige Touristen den Weg nach Filicudi; eine meditierende Gruppe, eine Hand voll Familien mit Kindern im Vorschulalter, ein Dutzend Singles mittleren Alters,

die wie ich über ihr eigenes Leben grübelten.

Allerdings galt Nathans ganze Aufmerksamkeit entweder einem Buch, seinem kleinen weißen Netbook, der Weite des Meeres oder seinen eigenen Gedanken. Alles andere schien an ihm vorbeizugehen.

Das leichte Wiegen in der Hängematte gibt mir ein ursprüngliches Gefühl von Geborgenheit. Ganz frei lass ich meine Gedanken fließen. Meinen eigenen Herzschlag kann ich in dieser Stille sogar wahrnehmen. Die Erinnerungen an jenen Nachmittag zaubern ein Lächeln auf mein Gesicht: Lia hatte

Nathan buchstäblich an der Angel und zog ihn hinter sich her zu mir an den Tisch. Wir Erwachsenen waren beide ziemlich verdattert."

 

 

844656-c986c185f8514da6a98996ee0288eaab.jpg
Monica Camuglia (St. Gallen, 2 februari 1960)

 

 

 

 

De Canadese toneelschrijver Michel Marc Bouchard werd geboren op 2 februari 1958 in Saint Coeur-de-Marie, Quebec. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Le Peintre des madones

 

„Marie-Louise Lisant le premier drap blanc.
L’homme et la femme se tiennent à distance. Un mariage de raison pour une dot ou un lopin de terre. Presque pas de mouvements. C’est un calme parfait. Les plis sont rares, quelques uns au centre. Ils sont courts. Sauf un grand qui m’intrigue. Les poils de l’homme sont souples et bien frisés. Les cheveux de la femme sont longs. Elle a une forte poitrine. Lui, il a de bonnes épaules. Ce sont des jeunes. Pas de cernes de salive, pas de traces de sueur,.pas d’écoulements impurs. Rien. Jeunes et déjà secs. Aucun signe des froissements du ronfleur qui se tourne et se retourne. Pas de rêves à voix haute. Secs et silencieux. Pas d’odeur de cologne. Même pas le musc du cheval qui les a amenés jusqu’ici. Secs, silencieux et inodores. Juste la grande plissure au centre qui m’intrigue. Le bras de l’homme a tenté de toucher à la femme. C’est ça. Il a tenté de la toucher. Sans se réveiller, sa main s’est avancée vers elle, malgré lui. Un contact nécessaire, plus fort qu’eux. D’après la profondeur du pli, son bras est resté près d’elle une bonne demi-heure. Je prédis qu’ils vont rester fidèles. (Lisant un autre drap.) Là, les traits habituels de la vieillesse ; les os des genoux, les os du bassin, les os des coudes, et le crâne sont bien marqués. Il dort courbé comme un nourrisson. La mort est proche. (Elle chiffonne le drap. Elle en lit un autre.) Les poings ont serré les draps. Fermement. Plein de petits plis. Beaucoup d’agitation. Aucune saleté d’un travail quelconque. Une odeur de savon d’église. Un jeune prêtre. Il est arrivé hier soir pour sa mission. Je vois un grand projet.“


 

 844656-9255de901a57a5e09a7f0a1851a344de.jpg

Michel Marc Bouchard (Saint Coeur-de-Marie, 2 februari 1958)



Zie voor nog meer schrijvers van de 2e februari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:01 Reageer op dit bericht

James Dickey, Santa Montefiore, Xuân Diệu, Ayn Rand

De Amerikaanse dichter en schrijver James Dickey werd geboren op 2 februari 1923 in Atlanta, Georgia. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Deliverance (Boek)

 

“We were moving toward the white, light water and were very close to it when I saw Drew’s body backed up between the rocks and looking straight at us … I looked at Drew’s hand floating palm-up with the guitar calluses puckered white and his college class ring on it, and I wondered if his wife might not like to have the ring. But no; I couldn’t even do that; it would mean having to explain. I touched the callus on the middle finger of his left hand, and my eyes blinded with tears. I lay with him in my arms for a moment weeping river-water, going with him. I could have cried as long as the river ran, but there was no time. ‘You were the best of us, Drew,’ I said loud enough for Bobby to hear; I wanted him to hear. ‘The only decent one; the only sane one.’

 

Uit: Deliveranc (Dialoog film)

 

“Lewis: What are we gonna do with him?

Drew: There's not but one thing to do. Take the body down to Aintry. Turn it over to the Highway Patrol. Tell 'em what happened.

Lewis: Tell 'em what exactly?

Drew: Just what happened. This is justifiable homicide if anything is. They were sexually assaulting two members of our party at gunpoint. Like you said, there was nothin' else we could do.

Ed: Is he alive?

Lewis: Not now. Well, let's get our heads together. [To vengeful Bobby] Come on now, let's not do anything foolish. Does anybody know anything about the law?

Drew: Look, I-I was on jury duty once. It wasn't a murder trial.

Lewis: A murder trial? Well, I don't know the technical word for it, Drew, but I know this. You take this man down out of the mountains and turn him over to the Sheriff, there's gonna be a trial all right, a trial by jury.

Drew: So what?

Lewis: We killed a man, Drew. Shot him in the back - a mountain man, a cracker. It gives us somethin' to consider.”

 

 

 

 844653-ee9e2ad423a6476c8b93df7ea9cc5f58.jpg

James Dickey (2 februari 1923 – 19 januari 1997)

Dickey met de acteur Burt Reynolds (rechts)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Santa Montefiore (eig. Santa Palmer-Tomkinson) werd geboren op 2 februari 1970 in Hampshire. Zie ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: De affaire (Vertaald door Erica van Rijsewijk)

 

„Angelica Lariviere trok een figuurcorrigerende Spanx-slip aan en bekeek zichzelf van alle kanten in de luxueuze badkamer die door Smallbone of Devizes speciaal voor haar was ontworpen. Spiegels omvatten het bad aan drie kanten en ertegenover hing er ook een, boven de twee wastafels, waar Dyptique-kaarsen brandden en parfums in fraaie glazen flacons witmarmeren oppervlakken sierden. Angelica hield van mooie dingen: zonlicht dat door een bedauwd spinnenweb heen scheen, mist boven een spiegelglad meer, een antieke kristallen kroonluchter, vogels in de magnoliaboom, vollemaan, Parijs, parfum, de melancholieke klanken van een cello, kaarslicht, de opwekkende somberheid van een winters heideveld, sneeuw. Haar fantasie ging subtieler te werk dan de werkelijkheid. Haar dromen, even fijn uitgewerkt als een betoverde tuin, stroomden uit over de bladzijden van haar kinderboeken vol fantasieverhalen, waar het leven geen beperkingen kende en schoonheid op afroep beschikbaar was. Maar bovenal hield Angelica van de liefde, want iets mooiers dan dat bestond er niet.

  Terwijl ze mijmerde over het snelle verglijden van de tijd, bleven haar gedachten hangen bij die eerste kus in Parijs, onder de straatlantaarn op de Place de la Madeleine. Olivier zou haar nooit meer zo kussen en zij zou nooit meer de bedwelmende sensatie ervaren dat er honderden bijenvleugeltjes tegen de binnenkant van haar buik kietelden. Niet dat hij haar nooit meer kuste, alleen was de kus van een echtgenoot niet dezelfde als die van een minnaar. Een eerste ontmoeting kan nooit meer worden herhaald. Het huwelijk, kinderen en het huiselijk leven hadden hun genegenheid voor elkaar verdiept, maar tegelijkertijd ook iets afgedaan aan de betovering tussen hen, zodat ze elkaar nu even vertrouwd waren als broer en zus.“

 

 

844653-c322fdb843e5dfe7bd04465f692f6e4c.jpg
Santa Montefiore (Hampshire, 2 februari 1970)

 

 

 

 

De Viëtnamese dichter Xuân Diệu werd geboren op 2 februari 1916 in Gò Bồi, gemeente Tùng Giản. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

 

Boys' Love

 

I still remember Rimbaud and Verlaine,

The two besotted men of poetry

Drunk with exotic verse and with passion,

Defying worn paths and old ways.

 

They walked in lock step on their way,

Their souls steeped in the fragrant air;

Weak in strong their arms enlaced fore'er;

In all weather, singing their love song gay.

 

Nothing matters, future or past,

Who wears makeup or colored dress.

Who cares about heaven or hell?

They are simply in love; that's swell.

 

 

 

Evening

To Nguyễn Khắc Hiếu

 

Today the weightless clouds ascend aloft.
Joyless I am, yet know not why.
The roses' leaves fall quiet on rustic paths
While virgin dew covers the founts of love.
Floating about, the soul of rose wanders,
Spreading under its breath sweet love's beauty.
It seems the wind hungers to cross the stream,
Yet fears the reeds reveal the empty boat.
It seems the air is in a tangled web
That each step tears and each move rips.
Serene the eve lingers in dusky haze.
Though safe my heart wallows in mild soft gloom.

 

 

Vertaald door Thomas D. Le

 

 

 844653-06931cb88c8b645a8a873a8a59f651c8.jpg

Xuân Diệu (2 februari 1916 - 18 december 1985)

Borstbeeld

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster van Russische komaf Ayn Rand (eig. Alissa "Alice" Zinovievna Rosenbaum) werd geboren in Sint-Petersburg op  2 februari 1905. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Atlas Shrugged

 

"Ladies and gentlemen," said a voice that came from the radio receiver-a man's clear, calm, implacable voice, the kind of voice that had not been heard on the airwaves for years- "Mr. (President of the United States) Thompson will not speak to you tonight. His time is up. I have taken it over. You were to hear a report on the world crisis. That is what you are going to hear. ...

"For twelve years, you have been asking: Who is John Galt? This is John Galt speaking. I am the man who loves his life. I am the man who does not sacrifice his love or his values. I am the man who has deprived you of victims and thus has destroyed your world, and if you wish to know why you are perishing-you who dread knowledge-I am the man who will now tell you. ...

"You have heard it said that this is an age of moral crisis. You have said it yourself, half in fear, half in hope that the words had no meaning. You have cried that man's sins are destroying the world and you have cursed human nature for its unwillingness to practice the virtues you demanded. Since virtue, to you, consists of sacrifice, you have demanded more sacrifices at every successive disaster. In the name of a return to morality, you have sacrificed all those evils which you held as the cause of your plight. You have sacrificed justice to mercy. You have sacrificed independence to unity. You have sacrificed reason to faith. You have sacrificed wealth to need. You have sacrificed self-esteem to self-denial. You have sacrificed happiness to duty.“

 

 

844653-fc83b7afd63503fd792c9018c6d3e92f.jpg 

Ayn Rand (2 februari 1905 – 6 maart 1982)

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

William Rose Benét, Gostan Zarian, Ludwig Eichrodt, Johann Ch. Gottsched, Michael Öchsner

De Amerikaanse dichter en uitgever William Rose Benét werd geboren op 2 febrari 1886 in Fort Hamilton, Brooklyn, New York. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

 

The Horse Thief (Fragment)

There he moved, cropping the grass at the purple canyon’s lip.
   His mane was mixed with the moonlight that silvered his snow-white side,
For the moon sailed out of a cloud with the wake of a spectral ship.
   I crouched and I crawled on my belly, my lariat coil looped wide.

 

Dimly and dark the mesas broke on the starry sky.
   A pall covered every color of their gorgeous glory at noon.
I smelt the yucca and mesquite, and stifled my heart’s quick cry,
   And wormed and crawled on my belly to where he moved against the moon!

 

Some Moorish barb was that mustang’s sire. His lines were beyond all wonder.
   From the prick of his ears to the flow of his tail he ached in my throat and eyes.
Steel and velvet grace! As the prophet says, God had “clothed his neck with thunder.”
   Oh, marvelous with the drifting cloud he drifted across the skies!

 

And then I was near at hand—crouched, and balanced, and cast the coil;
   And the moon was smothered in cloud, and the rope through my hands with a rip!
But somehow I gripped and clung, with the blood in my brain aboil,—
   With a turn round the rugged tree-stump there on the purple canyon’s lip.

 

Right into the stars he reared aloft, his red eye rolling and raging.
   He whirled and sunfished and lashed, and rocked the earth to thunder and flame.
He squealed like a regular devil horse. I was haggard and spent and aging—
   Roped clean, but almost storming clear, his fury too fierce to tame.

 

 

 844646-f19f8fda1318e0927a5a6723aae32ced.jpg

William Rose Benét (2 februari 1886 – 4 mei 1950)

Portret door Luis Quintanilla

 

 

 

 

De Armeense schrijver Gostan Zarian werd geboren op 2 februari 1885 in Shemakha, voormalige hoofdstad van Azerbeidzjan. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: The Ship On The Mountain (Vertaald door Shant Norashkharian)

 

„The hall was becoming full with the newly arriving crowd. The newcomers were squeezing around the already-occupied tables, forming large groups, and blocking the walkways.

Smoke. Noise.

Herian was watching carefully.

"This is a strange scene", he said, "it seems, that these people have been in some danger. Confused looks, cringed mouths..."

"Russia is passing through an enormous screen. The heavy particles remain, but the rest surrenders to the winds..."

"Fugitives..."

"If one thinks well", exclaimed Sultanian, "he will see that escaping is a dishonorable thing. One should never leave his homeland, even if one's life is threatened. The refugee, after all, is a half-person..."

"They have escaped from famine, persecutions, deprivations."

"Precisely. They are afraid of deprivation. Although, watch, they already look like dead leaves blown away by the winds. And I do not understand one thing. If millions of people are suffering, why should artists escape these sufferings?"

"I am in total agreement", said Gara, "I am in total agreement. One must have the courage to face reality as it comes and to transform that reality, as cruel as it may be, to art. The song can be the basis for everything."

"That is undeniable", agreed Herian, "One must stay, insist, and persevere. We are all responsible for these events and we must have the courage to face their consequences".

 

 

 844646-d752ebeaf7e6d54216788461a04d152e.jpg

Gostan Zarian (2 februari 1885 – 11 december 1969)

Shemakha, graftombes van de koninklijke familie Shirvan Kahn

 

 

 

 

De Duitse dichter Ludwig Eichrodt werd geboren op 2 februari 1827 in Durlach bij Karlsruhe. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

 

Holde Nacht

Ich weiß in grünem Garten
Den allerschönsten Ort,
Die stillen Sterne warten
Auf liebende Herzen dort.

Es spielen durch die Lauben
Die Lichter des Mondenscheins,
Es flüstern durch die Trauben
Die Geister süßen Weins.

Es wispern leis und linde
Die Abendwinde, die laun,
Und durch die schlanken Gewinde
Verliebte Blumen schaun.

Vom Hügel rauschet nieder
Der dunkle Kastanienwald,
Du hörset Schlummerlieder
Voll zaubrischer Gewalt.

Die Sterne des Himmels erwarten
Zwei liebende Herzen dort,
Ich weiß in grünem Garten
Den allerschönsten Ort.

 

 

 

844646-f0326b07393648b0a2deca9315d0423c.jpg
Ludwig Eichrodt (2 februari 1827 – 2 februari 1892)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Johann Christoph Gottsched werd geboren in Juditten (bij Koningsbergen) op 2 februari 1700. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

 

Der Donaustrom

In währender Reise auf demselben, im September des 1749 Jahres beschrieben.

 

So sey mir nun gegrüßt, du deutscher Tyberstrom!

Empfange mich, auf deinem breiten Rücken!

Und führe mich mit dir, und laß mich bald erblicken

Der neuen Zeit erhabnes Rom!

Ich strebte längst, die Kaiserstadt zu sehen,

Die aller Deutschen Haupt, der Fremden Wunder ist:

Itzt soll mein Wunsch, mein alter Wunsch geschehen,

Wo du der Absicht günstig bist;

Wo deine Silberfluth mich nur in wenig Tagen

Aus Bayerland nach Wien will tragen.

 

Laß ein verführtes Herz, das nur nach Frankreich lechzt,

Bloß nach Paris, als seinem Himmel stöhnen.

Laß sich der Stutzer Schaar nach Modeschneidern sehnen,

Wie der nach deutschen Thalern ächzt!

Schleppt immerhin die ungrischen Ducaten,

Den Feinden Ungarlands, und aller Deutschen zu:

Laßt Deutschlands Mark in fremde Faust gerathen,

Zu Störung unsrer künftgen Ruh:

Mich soll der Kaisersitz, den so viel Thoren fliehen,

In die berühmten Mauren ziehen.

 

 

 844646-6f6361a86a21b888f08c6e50dd4ed56a.jpg

Johann Ch. Gottsched (2 februari 1700 - 12 december 1766)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande dichter ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

De Duitse dichter en leraar Michael Öchsner werd geboren op 2 februari 1816 in München. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:50 Reageer op dit bericht

Kees Torn

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en cabaretier Kees Torn werd geboren in Oostburg op 2 februari 1967, maar groeide op in Maassluis. Na zijn middelbare school studeerde hij twee jaar piano aan het conservatorium. Na een afgebroken marketingstudie bezichtTorn enkele jaren de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en werkte hij voor het stripblad Barwoel, dat later zou opgaan in Zone 5300. Op de kunstacademie werd hij uitgedaagd om teksten te schrijven voor een programma. In 1994 won hij in zijn eentje het Leids Cabaret Festival, nadat hij door twee vrienden ongevraagd was ingeschreven. Ruim een jaar later maakt hij zijn officiële solo-debuut met het programma 'Laat maar laaien'. In 1999 won Kees Torn de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het beste theaterlied van 1998 voor zijn lied 'Streepjescode'. In november 2007 volgde de VSCD Poelifinario voor het indrukwekkendste theaterprogramma van het seizoen 2006-2007: 'Dood en Verderf',

 

 

Misgreep

 

Ober, ik heb niks aan u

Oesters, mosselen en slakken-

U zou toch de dagkaart pakken?

Dit is meer een weekmenu!

 

 

 

Tand Door M'n Lip

 

Ik kwam altijd thuis met een tand door m'n lip
Ik viel van de schommel, ik viel van de wip
Ik viel van de glijbaan en brak elke keer
Een knieschijf, een wervel, een kaak of een rib

Ik schoot in m'n oog met een speelgoedgeweer
Ik stak in m'n huig met een rubberen speer
Ik raakte op straat met m'n step in de slip
En eens ben ik bijna gestikt in m'n beer

Nu ben ik zo suf en onhandig niet meer
Behalve als ik me niet concentreer
Dan kan het, terwijl ik m'n teennagels knip
Dat ik een of twee van m'n tepels bezeer

Of dat ik vernis op m'n boterham smeer
Een tangetje aan m'n soldeerbout soldeer
De as van m'n peuk in m'n whiskyglas tip
Of diep in m'n kuit snij terwijl ik me scheer

Ik val uit m'n bed als ik ergens logeer
Ik val uit m'n slaapzak wanneer ik kampeer
En stoot, als ik wild aan m'n whiskyglas nip
M'n tand door m'n lip, want die is nogal teer

Als straks in de wind aan de rand van een klip
Ik over mijn eigen bananeschil glip
En later als olifant reincarneer
Herkent u me vast aan een tand door m'n lip

 

 

 1080723-3f7804102cced4c286a145b7dc3419bc.jpg

Kees Torn (Oostburg, 2 februari 1967)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Esther Gerritsen

De Nederlandse schrijfster Esther Gerritsen werd op 2 februari 1972 geboren te Nijmegen. Ze groeide op in de plaats Gendt en studeerde Dramaschrijven en Literaire vorming aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Gerritsen debuteerde in 2000 met de verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn en werd direct gezien als een van de grote jonge literaire talenten. Met de twee romans die daarop volgden, Tussen Een Persoon en Normale dagen, bevestigde Gerritsen de verwachtingen. In 2008 verscheen haar derde roman De kleine miezerige god, in 2010 gevolgd door Superduif. Sinds september 2010 is Gerritsen columniste voor de VPRO gids.

 

Uit: Superdruif

 

“De dag waarop ik Ine voor het eerst ontmoette was ook de dag waarop ik voor het eerst lichtjes opsteeg. Die dag begon hetzelfde als alle andere dagen. Het was een ochtend aan het eind van de winter, in het laatste jaar van de lagere school. Ik werd wakker en ik kon het niet. Zo zei ik dat tegen mijn moeder: Ik kan het niet. Want als je moeder ’s ochtends voorzichtig je slaapkamerdeur opent en goeiemorgen zegt, dan zeg je niet: Mama, ik wil liever dood dan opstaan. 
Ik sliep al niet meer toen ik haar op de trap hoorde. Ik lag gespannen naar haar voetstappen te luisteren die dichterbij kwamen. Alsof het de beul zelf was die me uit mijn cel kwam halen en niet mijn eigen lieve moeder. Ze klopte en opende zachtjes de deur. 
‘Bonnie, lieverd, ben je wakker?’ Ik liep af. Een veer die was opgedraaid. Een mechaniek dat geen keus had. Ik drukte mijn gezicht in het kussen en gilde. Ik sloeg met mijn vuisten op het matras. 
Ik klauwde met mijn handen in het hoeslaken, krulde me op en strekte me uit, sloeg met mijn benen op mijn bed als een kleuter en ik riep: ‘Laat me! Alsjeblieft voor één keer! Voor één keer, laat me alsjeblieft!’ Toen kwam ik rustig overeind en keek mijn moeder smekend aan. 
‘Ik kan het niet. Ik kan vandaag niet opstaan. Echt niet.’ Mijn moeder glimlachte, frunnikte wat aan de ceintuur van haar duster, draaide zich om en liep weer naar beneden. Daarna stond ik op. 
Zo ging dat elke ochtend. 
Mijn ouders zijn laat getrouwd. Mijn vader was zesenvijftig en mijn moeder drieënveertig toen ik kwam. Ze zijn beiden vertaler van beroep en hebben elkaar ontmoet op een vertalerscongres.“

 

 

 956652-e048e0c2306eb5a8e84fa05819a66381.jpg

Esther Gerritsen (Nijmegen, 2 februari 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Norbert Bugeja

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook mijn blog van 10 juni 2009 ook mijn blog van 10 juni 2010

 

 

JUANITO BORGES, BEGGING


The Sailor sits beneath the bastions of El Corte Ingles,
a scrawny cat, gnawing at the sun with his vile oaths
and unknotting the yarns that prod him in his sleep.
The very shape of him, like waves of vintage radios
stinks in between one country and another,
snatches words uttered, and those slain,
and then transmits the moral of the story –
an olive-skinned giggle, a filterless cigarette
and two italians trailing a one-nighter.

Ola mujer, que pasa? Ostia puta.

If you come into the complex and start climbing
one floor after another,you can look down
and see him curse from every point of view:
trussardi, zegna, fnac and valentino
regard you with a slightly bizarre beard
downing the sun beneath a scorching beer…

And if you get to the top floor and gaze,
down at this city that loves you by the rate
you may be late – by then the Sailor will have picked
the pick of tales to date.

 

 


929864-fd04280c64da6d6446e2ef46e64d54d7.jpg
Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten