Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 20 mei 2011

Ellen Deckwitz

De Nederlandse dichteres en schrijfster Ellen Deckwitz werd geboren op 20 mei 1982 in Deventer. Deckwitz behaalde aan de Rijksuniversiteit Groningen een dubbele bachelor in Nederlandse Taal en Cultuur en rondde aan dezelfde instelling de Research Master Literary and Cultural studies af. Zij publiceerde in o.a. Tirade, Dietsche Warande en Belfort en Bunker Hill. In 2009 won ze ook het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam. Ze trad op in binnen- en buitenland, van Lowlands tot Carre, van Edinburgh tot Warschau, van Berlijn tot Parijs. Haar verzen werden tot dusver in het Zweeds, Engels en Duits vertaald en gepubliceerd. Daarnaast staat ze met Ingmar Heytze en Spinvisbassist Cor van Ingen op de planken als de poetische rockfolkdubstepsensatie Asfaltfeeen en bracht ze met het Scapino Ballet Rotterdam een poetische bewerking van G.F.Handels Scherza Infida ten tonele.


HUIS I


Rondjes razend om het huis,
smeulende wolken, er is iemand
die het ziet. Warm me met gedachten
aan een naam, die lang geleden kwijtgeraakte
ring.

Warm me met gedachten aan handen,
zacht en verweerd, balletschoentjesleer.
En dat er een bed voor me is, ergens
in de kamers. Dat er een bed is.

Raas langs de lege vrachtwagen, de volle kamer.
Ramen waarachter mensen zich traag bedrinken.
Ogen glinsterend van benzine. Mensen die zien
welke herinneringen je wenste
om te brengen. Ze trillen in hun lijstjes,

glazen waaronder ze zweven. Opgepinden,
opgewonden. Razend om die pin. Om het staan blijven
in albums van mensen die je niet meer spreekt.

Ik zie niets meer (dat wil zeggen letselsterfte),
geen bed dat nog zinken kan.



Ellen Deckwitz (Deventer, 20 mei 1982)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tommy Wieringa

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Wieringa bracht een belangrijk deel van zijn jeugd door op de Antillen. Hij studeerde geschiedenis in Groningen en journalistiek in Utrecht. Hij publiceerde drie romans, alvorens hij in 2005 doorbrak naar een groter publiek met zijn ontwikkelingsroman Joe Speedboot. Dit laatste boek werd genomineerd voor vele prijzen waarvan er enkele toegekend werden.  Voor de VPRO schreef hij het scenario voor de korte film 'Laatste wolf', uit de serie 'Goede daden bij daglicht', en voor de KRO-radio schreef hij verschillende hoorspelen. Journalistiek werk verscheen onder meer in de Volkskrant, Vrij Nederland en Rails. Wieringa is columnist bij de gratis krant De Pers. Eerder verschenen columns van zijn hand onder andere in de Sp!ts en Propria Cures. In de muziekgroep 'Donskoy' experimenteerde Wieringa met de combinatie van poëzie en muziek. In het voorjaar van 1998 verscheen de cd 'Beatnik glorie'. Hij trad onder meer op tijdens de festivals Crossing Border, Winterschrift, Double Talk, De Nachten en Lowlands.

 

Uit: Joe Speedboot

 

“Het is een warm voorjaar, in de klas bidden ze voor me omdat ik al meer dan tweehonderd dagen van de wereld ben. Ik heb doorligplekken over mijn hele lichaam en een condoomcatheter om mijn fluit. Dit is het stadium van de coma vigil, legt de dokter mijn ouders uit: ik heb weer een beperkte ontvankelijkheid voor mijn omgeving. Het is goed nieuws, zegt hij, dat ik weer reageer op pijn- en geluidsprikkels. Reageren op pijn is onmiskenbaar een teken van leven.
Ze hangen eindeloos rond mijn bed, pa, ma, Dirk en Sam. Ik hoor ze al wanneer ze de lift uitkomen – een zwerm spreeuwen die de hemel verduistert. Ze ruiken naar olie en schrale tabak, ze hebben nog net de moeite genomen om hun overall uit te doen. Hermans & Zn., voor al uw sloopwerken. De familie Lood om Oud IJzer. Wij slopen autowrakken, fabrieksinstallaties, industriële werktuigen en af en toe een café-interieur als mijn broer Dirk het op z’n heupen krijgt. In Lomark mag Dirk bijna nergens meer in, maar in Westerveld nog wel. Daar scharrelt hij met een meid. Als hij thuis komt ruikt hij naar chemische viooltjes. Je kunt alleen maar medelijden hebben met zo’n griet.
Meestal hebben ze het over het weer, het oude liedje, de handel is slap en dat komt door het weer, maakt niet uit wat voor weer het is. Dan vloeken ze, eerst pa, dan Dirk en Sam. Dirk haalt zijn neus op en in zijn mond zit nu een rochel. Hij weet niet waar hij ermee naartoe moet zodat hij hem moet doorslikken – en hup, daar gaat ie al.
Maar sinds kort is er meer aan de hand in Lomark dan het weer. Sinds ik er een tijdje tussenuit ben is het trapgevelpand van de familie Maandag verwoest door een verhuiswagen en schrikt iedereen zich om de zoveel tijd een ongeluk door een enorme ontploffing ergens. Deze dingen schijnen te maken te hebben met een jongen die Joe Speedboot heet. Hij is nieuw in Lomark, ik heb hem nog nooit gezien.
Ik spits mijn oren wanneer het over Joe Speedboot gaat – hij klinkt als een goeie als je het mij vraagt, maar niemand vraagt mij wat. Ze weten zeker dat Speedboot die bommen maakt. Niet dat ze hem ooit hebben betrapt bij het maken van zo’n ding, maar voordat hij er was waren er nooit ontploffingen in Lomark en nu opeens wel.”

 

 

949662-a7757c5f0795078e542d1763a65d57b6.jpg
Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

100 Jaar Annie M.G. Schmidt, Gerrit Achterberg, William Michaelian, Wolfgang Borchert

100 Jaar Annie M.G. Schmidt

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Anna M G Schmidt werd, vandaag precies 100 jaar geleden, op 20 mei 1911 geboren in Kapelle. Zie ook mijn blog van 20 mei 2010 en eveneens alle tags voor Annie M.G. Schmidt op dit blog.

 

 

Moeder dicht

 

'Mijn bladerloze schaduw mijdt het water'

Ziezo hè hè, de eerste regel staat er.

'en speurt de witte angst van eeuwen later'

Ga weg! Ga spelen met je transformator!

Je ziet toch dat je moeder zit te dichten.

'ik wend mij af en doof mijn vale lichten

ik heb 'tedúm tedúm' geweten'

Dat vul ik later in. Na 't middageten.

'mijn weemoed maakt de koele vlinder wakker

van mij getooide zelf'.Daar is de bakker!

Zeg maar: 'n halfje bruin en 'n heel wit.

'o grijze schim die daar zo heilloos zit

ik zie mijn grijze droefheid aan de kim'

Da's tweemaal grijs. Dat kan niet. 'naakte schim

aan wie ik zal mijn zachte treurnis zeg'

En nog een rol beschuit! O is ie weg?

'als dauw die druppelt van de trage bomen'

Als jij nog één keer binnen durft te komen,

dan krijg je geen vanille-vla vanavond!

'zo druppelt in dit hart tezeer gehavend'

Je moeder dicht. Ze heeft geen tijd, totaal niet.

Als vader thuiskomt gaat het helemaal niet.

Je moeder zou een Shakespeare kunnen zijn.

Ze is het niet. Dat komt door jouw gedrein.

Daar gaat ie weer. 'O humtum klaar en koel

in 't land van late regen en ik voel

mijn schamelheid.' 'n Heer met een kwitantie?

Zeg maar: m'n moeder is met kerstvakantie.

'mijn schamelheid.' Wat is dat? Hoofdje zeer?

M'n schatje toch... Gevallen met je beer?

Je moeder komt... na na... daar is ze al.

Wees nou maar zoet - 't genie staat weer op stal.

 

 

 

 

Op een mooie Pinksterdag

 

Op een mooie Pinksterdag,
Als het even kon
Liep ik met mijn dochter aan het handje in het parrekie
te kuieren in de zon
Gingen madeliefjes plukken
Eendjes voeren
Eindeloos
Kijk nou toch, je jurk wordt nat
Je handjes vuil
En papa boos

Vader was een mooie held
Vader was de baas
Vader was een duidelijke mengeling
van Onze Lieve Heer en Sinterklaas
Ben je bang voor 't hondje
Hondje bijt niet
Papa zegt dat ie niet bijt
Op een mooie Pinksterdag
Met de kleine meid

Als het kindje groter wordt
Roossie in de knop
Zou je tegen alle jongens willen zeggen:
handen thuis en lazer op
Hebbu dat nou ook meneer?
Jawel, meneer
Precies als iedereen
Op een mooie Pinksterdag
Laat ze je alleen

Morgen kan ze zwanger zijn
't Kan ook nog vandaag
't Kan van de behanger zijn
of van een Franse zanger zijn
of iemand uit Den Haag
Vader kan gaan smeken
En gaan preken
Tot hij purper ziet
Vader zegt: pas op, m'n kind
Dat hondje bijt
Ze luistert niet

Vader is een hypocriet
Vader is een nul
Vader is er enkel en alleen maar voor de centen
en de rest is flauwekul
Ik wou dat ik nog één keer
Met mijn dochter
Aan het handje lopen kon
Op een mooie Pinksterdag
Samen in de zon

 

 


916975-5e982f8ac738b754937ecc270910d534.jpg
Annie M.G. Schmidt
(20 mei 1911 – 21 mei 1995)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Gerrit Achterberg werd geboren in Nederlangbroek op 20 mei 1905. Zie ook mijn blog van 20 mei 2010 en ook alle tags voor Gerrit Achterberg op dit blog.

 

 

Ichthyologie

 

Er is in zee een coelacant gevonden,

de missing link tussen twee vissen in.

De vinder weende van verwondering.

Onder zijn ogen lag voor ’t eerst verbonden

 

de eeuwen onderbroken schakeling.
En allen die om deze vis heenstonden

voelden zich op dat ogenblik verslonden

door de miljoenen jaren achter hen.

 

Rangorde tussen mens en hagedis

en van de hagedis diep in de stof,

verder dan onze instrumenten reiken.

 

Bij dit besef mogen wij doen alsof

de reeks naar boven toe hetzelfde is

en kunnen zo bij God op tafel kijken.

 

 

 

Thebe

 

Met leven toegerust voor beiden,

liep ik vannacht de gangen in,

die naar u leiden.

Het ondergronds geburchte droeg

een stilte, die met tegenzin

mijn tred verdroeg.

 

De muren stonden als verzadigd

van ruige schimmel; lucht en licht,

voorgoed beschadigd,

beten mij uit; de wil alleen

bij u te zijn in 't jongst gericht,

hield mij ter been.

 

Het labyrinth verliep in schroeven

van eender, blinder cirkeling.

U ten behoeve?

Ik weet niet meer hoe lang ik ging.

Hoe brachten zij, die u begroeven,

zover een ding?

 

Totdat mijn voeten op u stuitten:

uit een volslagen duisternis

zag ik uw ogen opensplijten;

uw handen, die ik niet kon tillen,

voelde ik langs het leven strelen,

dat in mij sloeg;

uw mond, in dood verholen, vroeg.

 

Een taal waarvoor geen teken is

in dit heelal,

verstond ik voor de laatste maal.

Maar had geen adem meer genoeg

en ben gevlucht in dit gedicht:

noodtrappen naar het morgenlicht,

vervaald en veel te vroeg.

 

 

 916975-c272bc19c74ac521ec3e1f08d51bcd2e.jpg

Gerrit Achterberg (20 mei 1905 - 17 januari 1962)

 




De Amerikaanse dichter en schrijver
William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, California.
Zie ook mijn blog van 20 mei 2009 en ook mijn blog van 20 mei 2010

 

 

Summer of Dreams

 

The neighbors hate me

because I plowed up our lawn

with an old mule -

an out-of-work friend of mine

dropped in to visit from a former life,

too tired and set in his ways

to retrain for a career in high-tech.

 

The lawn went under

in the warm, sacred afternoon.

We cut our paces in an easy rhythm,

to a quiet beat of tranquility

and forgetfulness,

while the atmosphere rumbled

with aromatic earth-song,

calling the birds,

calling the insects,

making the dogs bark -

the poor hobbled creatures

tied to pegs with dung-encrusted rope,

wide-eyed and desperate

for companionship.

 

We sank rejoicing to our knees

in the mellow-brown soil,

to the sound of slamming doors

and neighbors clearing their throats.

Hands on hips, not one of them

could fathom our joy,

confident there was a law against

plowing up one's front lawn

and that a word with City Hall

would net them satisfaction.

 

I was visited once by a man

in a pickup with a logo on its side.

We chatted amiably.

Later that week I planted corn.

Now the tall stalks rustle in the breeze,

the mule sleeps in the shade,

and clouds of hostility brood

over driveways, garbage cans, fences.

 

 

 

916975-a47f560060e47658b7032e095c4812b0.jpg
William Michaelian (Dinuba,  20 mei 1956)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Borchert werd geboren op 20 mei 1921 in Hamburg. Zie voor ook mijn blog van 20 mei 2007 en ook mijn blog van 20 mei 2009 en ook mijn blog van 20 mei 2010

 

Uit: Die Küchenuhr

 

„Sie sahen ihn schon von weitem auf sich zukommen, denn er fiel auf. Er hatte ein ganz altes Gesicht, aber wie er ging, daran sah man, dass er erst zwanzig war. Er setzte sich mit seinem alten Gesicht zu ihnen auf die Bank. Und dann zeigte er ihnen, was er in der Hand trug.

Das war unsere Küchenuhr, sagte er und sah sie alle der Reihe nach an, die auf der Bank in der Sonne saßen. Ja, ich habe sie noch gefunden. Sie ist übrig geblieben. Er hielt eine runde tellerweiße Küchenuhr vor sich hin und tupfte mit dem Finger die blau gemalten Zahlen ab.

„Sie hat weiter keinen Wert“, meinte er entschuldigend, das weiß ich auch. Und sie ist auch nicht besonders schön. Sie ist nur wie ein Teller, so mit weißem Lack. Aber die blauen Zahlen sehen doch ganz hübsch aus, finde ich. Die Zeiger sind natürlich nur aus Blech. Und nun gehen sie auch nicht mehr. Nein. Innerlich ist sie kaputt, das steht fest. Aber sie sieht noch aus wie immer. Auch wenn sie jetzt nicht mehr geht.

Er machte mit der Fingerspitze einen vorsichtigen Kreis auf dem Rand der Telleruhr entlang. Und er sagte leise: Und sie ist übrig geblieben.

Die auf der Bank in der Sonne saßen, sahen ihn nicht an. Einer sah auf seine Schuhe und die Frau sah in ihren Kinderwagen. Dann sagte jemand:

„Sie haben wohl alles verloren?“

„Ja, ja“, sagte er freudig, denken Sie, aber auch alles! Nur sie hier, sie ist übrig. Und er hob die Uhr wieder hoch, als ob die anderen sie noch nicht kannten.“

 

 

 916975-5e70162929d463d98c0c194b87ac7c05.jpg

Wolfgang Borchert (20 mei 1921 - 20 november 1947)



Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ingvar Ambjørnsen, A.C. Cirino, Hector Malot, Hanna Krall, Sigrid Undset, Honoré de Balzac

De Noorse schrijver, muzikant en theatermaker Ingvar Ambjørnsen werd geboren in Tønsberg op 20 mei 1956. Zie  ook mijn blog van 20 mei 2009.

 

Uit: Die Puppe an der Decke (Vertaald door Gabriele Haefs)

 

„Rebekka sagte: "Ich komme nicht so bald wieder. Vorher fahre ich zum Haus. Vielleicht verkaufe ich es. Vielleicht bleibe ich dort. Ich weiß nicht. Ganz bestimmt komme ich vor Weihnachten nicht wieder nach Oslo." Keine Reaktion, das war immer so. Rebekka war dabei, die Stimme ihrer Schwester zu vergessen. Bei den Tannen machten sie kehrt und gingen zurück zu den klobigen Gebäuden, die jetzt mehr und mehr zu Stinas Zuhause wurden. Das tat weh, aber so war es nun einmal. Die grün gestrichenen, viel zu hellen Gänge. Der verräucherte Aufenthaltsraum. Das Bett unter dem Fenster. Der Stuhl. Das Waschbecken. Die Jahreszeiten, die kamen und gingen, in einem ewigen Schwarzweiß. Das war so ungefähr das Letzte, was Stina gesagt hatte, ehe sie alle Türen hinter sich geschlossen hatte. Dass sie ihren Farbsinn verloren habe. Sie brachte Stina zur Tür. Auf dem Weg zum Parkplatz kotzte sie ein wenig. Nur ein wenig. Einen grauen Fleck auf den feuchten Asphalt.

Es war das alte Spiel. Der gelbe Streifen. Sie wollte den gelben Streifen überqueren, wollte auf die linke Fahrspur wechseln; manchmal sehnte sie sich nach der endgültigen Frontalkollision. Ab und zu, nicht oft, aber ab und zu wuchs dieser Impuls zu einem gebieterischen Ungeheuer, das sie an den Straßenrand befahl, das sie zum Anhalten zwang. Einmal war sie die Erste an einem Unfallort gewesen. Januar, spiegelglatte, schmale Straßen in Westnorwegen. Sie hatte den Wagen erst gesehen, als sie schon fast vorüber war. Es war Nacht, klares Wetter, aber Nacht. Sie erinnerte sich daran, wie sie hyperventilierend sitzen geblieben war, ehe sie aus dem Auto steigen konnte, wie sie mit Gott gesprochen.“

 

 

 916973-19e9a54b205746a8b33d1892905c5d30.jpg

Ingvar Ambjørnsen  (Tønsberg, 20 mei 1956)

 


De Surinaamse schrijver
A.C. Cirino werd geboren in Goede Hoop, een dorp aan de Coppenamerivier in het district Saramacca, op 20 mei 1929.
Zie voor ook mijn blog van 20 mei 2007 en ook mijn blog van 20 mei 2009 en ook mijn blog van 20 mei 2010

 

Uit: Het meisje en de vogels

 

„Iedereen in het dorp wist het dat het meisje Matuwi zoveel van de vogels hield, dat zij met haar gevederde vrienden hele gesprekken kon houden. Zij zelf was heel gelukkig met deze vriendschappen.
Matuwi was eenvoudig en vriendelijk tegen iedereen. Elke morgen en elke avond kreeg zij bezoek van vele vogeltjes. Zwaluwen, grietjebie's, tjontjons, de rediborsu, kanaries, noem maar op; allen kwamen met een lekkernij in hun snaveltje naar het meisje. Matuwi op haar beurt had allerlei kruimeltjes klaar voor haar ‘vriendjes’. Zo ging het dag in dag uit. En ze babbelde vriendelijk tegen haar vliegende ‘vriendjes’.
Op een dag werd Matuwi ernstig ziek. De ouders van Matuwi waren radeloos geworden om de ziekte van hun dochter. Van alles hadden ze reeds geprobeerd om haar beter te doen worden. Maar niets had geholpen. Matuwi werd met de dag zwakker.“

 

 


916973-2ad660de8950a54548e0833b43a18a8c.jpg
A.C. Cirino (20 mei 1929 -  6 mei 2003) 

Uitzicht op de Coppenamerivier, Suriname (Geen portret beschikbaar)

 


De Poolse schrijfster en journaliste
Hanna Krall werd geboren op 20 mei 1937 in Warschau. Zie ook mijn blog van 20 mei 2009 en
ook mijn blog van 20 mei 2010

 

Uit: Dem Herrgott zuvorkommen (Vertaald door Hubert Schuhmann)

 

„An jener anderen Arbeit über die Unterernährung hatte er nicht teilnehmen können,im Ghetto-Spital war er ja nur Bote gewesen,in dieser aber hat er nun alles beschrieben, was er von herzkranken Menschen wußte. Teodozja Goliborska erzählte mir, sie hätten im Spital schon etwas von seinen sonstigen Aktivitäten, nach denen ihn niemand fragen durfte, geahnt und ihm deshalb nicht viel abverlangt. Er brauchte nur täglich die Blutproben der Typhuskranken zur Seuchenstelle zu bringen, danach konnte er seinen Posten am Tor zum Umschlagplatz beziehen. Sechs Wochen stand er dort jeden Tag. Bis die vierhunderttausend Menschen auf ihrem Weg zu de nWaggons an ihm vorüber waren. In dem Film “Requiemfür 500000” sieht man sie. So-gar die Brotlaibe in ihren Händen. Der deutsche Kameaman lJ.stand in einer Waggontür und filmte den Zug, strauchelnde alte Frauen, Mütter, die ihre Kinder an der Hand hielten. Mit diesem Brot laufen sie auf uns zu, auf uns und die schwedischen Journalisten, die Material über das Ghetto sammeln, auf Inger, die schwedische Journalistin, die mit erstaunten blauen Augen auf die Leinwandstarrt und zu begreifen sucht, warum so viele Menschen in die Viehwagen laufen-und da fallen Schüsse. Was für eine Erleichterung, als die Schüsse fielen, als Erdfontänen aufstoben, die laufenden Menschen und ihr Brot verhüllten, als der Sprecher den Ausbruch des Aufstands verkündete, was man Inger schon ganz sachlich erklären konnte (rising's broken out, April forty-three) ... Ich erzähle ihm das und sage, es sei tatsächlich ein guter Einfall gewesen, das mit diesen Schüssen-gut, daß die Einschläge die Menschen verdeckt hätten.“

 

 

 916973-cf95ca60f03f7da9435607d9733fc343.jpg

Hanna Krall (Warschau, 20 mei 1937)

 

 

De Franse schrijver Hector-Henri Malot werd geboren in La Bouille bij Rouen op 20 mei 1830. Zie ook mijn blog van 20 mei 2006 en ook mijn blog van 20 mei 2009 en ook mijn blog van 20 mei 2010

 

Uit: Sans famille

 

„Le paysan répondit que, puisque nous nous y connaissions si bien, il nous donnerait sa vache pour deux cent cinquante francs, afin qu'elle fût en bonnes mains.

Là-dessus la peur nous prit, nous imaginant tous deux que c'était une mauvaise vache.

"Allons en voir d'autres," dis-je.

Sur ce mot le paysan, faisant un effort, diminua de nouveau de dix francs.

Enfin, de diminution en diminution, il arriva à deux cent dix francs, mais il y resta.

D'un coup de coude le vétérinaire nous avait fait comprendre que tout ce qu'il disait n'était pas sérieux et que la vache, loin d'être mauvaise, était excellente ; mais deux cent dix francs, c'était une grosse somme pour nous.

Pendant ce temps Mattia, tournant derrière la vache, lui avait arraché un long poil à la queue, et la vache lui avait détaché un coup de pied.

Cela me décida.

"Va pour deux cent dix francs, dis-je, croyant tout fini."

Et j'étendis la main pour prendre la longe ; mais le paysan ne me céda pas.

"Et les épingles de la bourgeoise ?" dit-il.

Une nouvelle discussion s'engagea, et finalement nous tombâmes d'accord sur vingt sous d'épingles. Il nous restait donc trois francs.

De nouveau j'avançai la main ; le paysan me la prit et me la serra fortement en ami.

Justement parce que j'étais un ami, je n'oublierais pas le vin de la fille.

Le vin de la fille nous coûta dix sous.

Pour la troisième fois je voulus prendre la longe ; mais mon ami le paysan m'arrêta :

"Vous avez rapporté un licou ? me dit-il ; je vends la vache, je ne vends pas son licou."

Cependant, comme nous étions amis, il voulait bien me céder ce licou pour trente sous, ce n'était pas cher.“

 

 

916973-4fb237b16f5b1aac631dacb9b801ed25.jpg
Hector Malot (20 mei 1830- 17 juli 1907)

Buste van Hector Malot uit 1866 in La Bouille

 

 

 

 

De Noorse schrijfster Sigrid Undset werd geboren in Kalundborg, Denemarken, op 20 mei 1882. Zie ook mijn blog van 20 mei 2009 en ook mijn blog van 20 mei 2010

 

Uit: Kristin Lavrensdatter

 

"In a way we do not want to find Truth — we prefer to seek and keep our illusions. But I had ventured near the abode of truth in my researches about God's friends......So I had to submit. And on the first of November 1924, I was received into the Catholic Church. Since then I have seen how a hunger and thirst of authority have made large nations accept any ghoulish caricature of authority. But I have learned why there can never be any valid authority of men over men. The only Authority to which mankind can submit without debauching itself is His, whom St Paul calls Auctor Vitae — The Creator's toward Creation."

 

Uit: The Master

 

"And since God had suffered, because of the suffering her own fault would bring her; she too would desire to be punished and made to suffer every time she thought of it. She saw that this was a different suffering from any she had suffered hitherto: that had been like falling from rock to rock down a precipice, to end in a bottomless morass — this was like climbing upward, with a helping hand to hold, slowly and painfully: but even in the pain there was happiness, for it lead to something. She understood now what the priests meant when they said there was healing in penance."

 

 

 916973-b1dfad7420e0143cbfa578e6b49b448a.jpg

Sigrid Undset (20 mei 1882 – 10 juni 1949)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Honoré de Balzac werd geboren in Tours op 20 mei 1799. Zie ook mijn blog van 20 mei 2010 en verder alle tags voor Honoré de Balzac op dit blog.

 

Uit: Eugénie Grandet

 

„- Je n'ai plus mon or.

- Tu n'as plus ton or! s'écria Grandet en se dressant sur ses jarrets comme un cheval qui entend tirer le canon à dix pas de lui.

- Non, je ne l'ai plus.

- Tu te trompes, Eugénie.

- Non.

- Par la serpette de mon père !

Quand le tonnelier jurait ainsi, les planchers tremblaient.

- Ma fille, lui dit Grandet, vous allez me dire où est votre trésor.

- Mon père, si vous me faites des présents dont je ne sois pas entièrement maîtresse, reprenez-les, répondit froidement Eugénie en cherchant le napoléon sur la cheminée et le lui présentant.

Grandet saisit vivement le napoléon et le coula dans son gousset.

- Je crois bien que je ne te donnerai plus rien. Pas seulement ça! dit-il en faisant claquer l'ongle de son pouce sous sa maîtresse dent. Vous méprisez donc votre père, vous n'avez donc pas confiance en lui, vous ne savez donc pas ce que c'est qu'un père. S'il n'est pas tout pour vous, il n'est rien. Où est votre or?

- Mon père, je vous aime et vous respecte, malgré votre colère; mais je vous ferai fort humblement observer que j'ai vingt-deux ans. Vous m'avez assez souvent dit que je suis majeure, pour que je le sache. J'ai fait de mon argent ce qu'il m'a plu d'en faire, et soyez sûr qu'il est bien placé...“

 

 

916973-d56dc14301e28d38defa35bcdfb616a4.jpg
Honoré de Balzac
(20 mei 1799 - 18 augustus 1850)

Daguerréotype uit 1842

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten