Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 21 juli 2015

Dolce far niente, Jacques Perk, Ernest Hemingway, Belcampo, Hart Crane

 

Dolce far niente

 

 1793368-923ad91cc1aab9fd67af3a1653aa702e.jpg
Oosterpark door Isaac Israels. Ca. 1895

 

Hemelvaart
Est deus in nobis.
 
De ronde ruimte blauwt in zonnegloed
En wijkt ver in de verte en hoog naar boven:
Mijn ziel wiekt als een leeuwriklied naar boven
Tot bóven 't licht zij lichter licht ontmoet.
 
Zij baadt zich in den lauwen aethervloed
En hoort met hosiannaas 't leven loven;
Het floers is wèg van de eeuwigheid geschoven
En godd'lijk leven gloeit in mijn gemoed.
 
De hemel is mijn hart en met den voet
Druk ik loodzwaar den schemel mijner aard',
En nederblikkend, is mijn glimlach zoet.
 
Ik zie daar onverstand en zielevoosheid...,
Genoegen lacht... ik lach... en met een vaart
Stóot ik de wereld weg in de eindeloosheid.

 

 1793368-c880e17a7fe602a74462827df7bdc35d.jpg
Jacques Perk (10 juni 1859 - 1 november 1881)
Monument voor de Tachtigers door Jan Wolkers in het Oosterpark, Amsterdam
Bovenstaand gedicht van de Tachtiger Perk staat erbij te lezen

 

 

De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway werd geboren op 21 juli 1899 in Oak Park, Illinois. Zie ook mijn blog van 21 juli 2010 en eveneens alle tags voor Ernest Hemingway op dit blog.

Uit: A Moveable Feast

“All of the sadness of the city came suddenly with the first cold rains of winter, and there were no more tops to the high white houses as you walked but only the wet blackness of the street and the closed doors of the small shops, the herb sellers, the stationery and the newspaper shops, the midwife—second class—and the hotel where Verlaine had died where I had a room on the top floor where I worked.
It was either six or eight flights up to the top floor and it was very cold and I knew how much it would cost for a bundle of small twigs, three wire-wrapped packets of short, half-pencil length pieces of split pine to catch fire from the twigs, and then the bundle of half-dried lengths of hard wood that I must buy to make a fire that would warm the room. So I went to the far side of the street to look up at the roof in the rain and see if any chimneys were going, and how the smoke blew. There was no smoke and I thought about how the chimney would be cold and might not draw and of the room possibly filling with smoke, and the fuel wasted, and the money gone with it, and I walked on in the rain. I walked down past the Lycée Henri Quatre and the ancient church of St.-étienne-du-Mont and the windswept Place du Panthéon and cut in for shelter to the right and finally came out on the lee side of the Boulevard St.-Michel and worked on down it past the Cluny and the Boulevard St.-Germain until I came to a good café that I knew on the Place St.-Michel.”

 

 1793368-ae603ef8271af3d9d256aafd5fd8f8a8.jpg
Ernest Hemingway (21 juli 1899 – 2 juli 1961)
Poserend als bokser met een valse snor in Parijs, 1920

 

 

De Nederlandse schrijver Belcampo werd in Naarden geboren op 21 juli 1902 als Herman Pieter Schönfeld Wichers. Zie ook mijn blog van 21 juli 2010 en eveneens alle tags voor Belcampo op dit blog.

Uit: Bladzijde uit het dagboek van een arts

“Ik zat in mijn studeerkamer en was bezig aan mijn boek over de zelfmoord als seksuele afwijking, toen het dienstmeisje kwam melden, dat er iemand voor mij buiten stond. Ze had de voordeur niet open durven maken, omdat het al zo laat was.
Ik ging zelf naar voren en vond een oude vriend waarmee ik vroeger veel plezier had gemaakt en die ik nu in een jaar niet had gezien. Hij lag geknield op de stoep en lachte me toe.
We schudden elkaar de hand en ik zei: ‘Kom binnen en schei uit met die kinderachtigheden,’ want ik was ernstiger geworden.
Hij zei: ‘Ik kan niet,’ en meteen draaide hij zich om. Toen zag ik, dat hij al zijn ledematen miste.
Ik moest me aan de wand vasthouden om niet te vallen. ‘t Kwam me aan als een keiharde droom.
Maar ik heb toch zo net een arm aan hem geschud, flitste het door mijn hoofd. Dat bracht me weer tot bezinning. Ja, daar zat er nog één, de laatste, eenzaam op zijn ontredderde romp.
Hij had mijn emotie gemerkt en vroeg verlegen: ‘Mag ik toch binnenkomen? Excuseer…. m’n toilet.’ Ik knikte.
Vlug bewoog hij zich door de gang voort, als een stuk kinderspeelgoed dat nog niet kapot is gemaakt. Ik sloot de deur met een gevoel alsof ik het niet deed.
Toen ik mijn studeerkamer binnen kwam, was hij al in een fauteuil geklommen, die hij van vroeger kende. Met grote moeite bood ik hem een sigaar aan, maar hij glimlachte weer en zei: ‘Wees niet bang voor mij, ik ben nog dezelfde.’
Een tijdlang zeiden we niets, maar eindelijk begon hij.”

 

 1793368-a956f72e88b1d47d8e1a26f3ccecca17.jpg
Belcampo (21 juli 1902 – 2 januari 1990)

 

 

De Amerikaanse dichter Hart Crane werd geboren op 21 juli 1899 in Garrettsville, Ohio. Zie ook alle tags voor Hart Crane op dit blog en ook mijn blog van 21 juli 2010

 

Chaplinesque

We will make our meek adjustments,
Contented with such random consolations
As the wind deposits
In slithered and too ample pockets.

For we can still love the world, who find
A famished kitten on the step, and know
Recesses for it from the fury of the street,
Or warm torn elbow coverts.

We will sidestep, and to the final smirk
Dally the doom of that inevitable thumb
That slowly chafes its puckered index toward us,
Facing the dull squint with what innocence
And what surprise!

And yet these fine collapses are not lies
More than the pirouettes of any pliant cane;
Our obsequies are, in a way, no enterprise.
We can evade you, and all else but the heart:
What blame to us if the heart live on.

The game enforces smirks; but we have seen
The moon in lonely alleys make
A grail of laughter of an empty ash can,
And through all sound of gaiety and quest
Have heard a kitten in the wilderness.

 

 1793368-05a8536712a23e22d8eac2e2ea5a70c0.jpg
Hart Crane (21 juli 1899 – 26 april 1932)
Standbeeld in Cleveland door Bill McVey, 1985

 

Zie voor de schrijvers van de 21e juli ook mijn blog van 21 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:33 Reageer op dit bericht

Boris Dittrich

De Nederlandse schrijver, mensenrechtenactivist en oud-politicus Boris Dittrich werd geboren in Utrecht op 21 juli 1955. Dittrichs Tsjechische vader Zdenĕk Radslav Dittrich vluchtte in 1948 uit het toenmalige Tsjecho-Slowakije naar Nederland, kreeg asiel en werd professor in Oost-Europese geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Boris Dittrich groeide op in Utrecht en Zeist en studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Leiden. Na zijn afstuderen in 1981 werd hij advocaat bij het advocatenkantoor Stibbe, Blaisse en de Jong te Amsterdam. In 1984 werd hij partner bij het advocatenkantoor Ingelse c.s., eveneens te Amsterdam. Van 1989 tot 1994 was hij rechter bij de arrondissementsrechtbank in Alkmaar. Zijn politieke loopbaan begon in 1990 toen hij fractievoorzitter werd van de D66-fractie in het stadsdeel Amsterdam-Zuid. In 1994 werd Dittrich gekozen tot Tweede Kamerlid voor D66 en partijleider van in 2003 nadat Thom de Graaf was afgetreden vanwege de teleurstellende verkiezingsuitslag in dat jaar. Dittrich was sterk gekant tegen de Nederlandse militaire deelname in de Afghaanse provincie Uruzgan en probeerde het kabinet en het parlement daarvan te overtuigen. Toen de regering (inclusief de twee D66-ministers) besloot de Amerikaanse president Bush te volgen trad hij op 3 februari 2006 af als leider van D66. Dittrich was het eerste openlijk homoseksuele parlementslid dat zich toelegde op LHBT-rechten (rechten voor lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgender mensen). In 1994 stelde hij voor het homohuwelijk in te voeren. Begin 2007 werd Dittrich aangenomen als Advocacy Director van het Lesbian, Gay, Bisexual and Transgender (LGBT) rights-programma bij Human Rights Watch. Hij verhuisde daarvoor naar New York. Medio 2013 verhuisde Dittrich van New York naar Berlijn, Duitsland, waar hij zijn werk als Advocacy Director van het LHBT-programma bij Human Rights Watch voortzet. Hij blijft wereldwijd actief, met speciale aandacht voor Rusland en Oost-Europa. Dittrich heeft sinds 1982 een relatie met de Israëlische kunstenaar Jehoshua Rozenman, met wie hij in 2005 trouwde. Dittrich heeft vier boeken geschreven: ‘Een blauwe stoel in Paars’, verhalen over zijn werk als Tweede Kamerlid verscheen in 2001. ‘Elke Liefde Telt’, over zijn wereldwijde werk voor Human Rights Watch volgde in 2009. Vervolgens verschenen ‘Moord en Brand’, een thriller over politiek en journalistiek in Den Haag (2011), ‘De Waarheid liegen’, een roman over een moord op het metrostation van Grand Central in New York City, (2013) en in 2016 verschijnt 'W.O.L.F.', een thriller over extremisme in Berlijn.

Uit: Moord en Brand

“De ambtswoning van de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag ligt in een laan met statige villa’s en hoge bomen. Aan het begin van de Tobias Asserlaan staat een dranghek. Gemotoriseerd verkeer is niet toegestaan. Al van ver ziet Redouan Fouali de cabine van waaruit de bewakers de ambtswoning in de gaten houden. Fouali heeft zich vandaag in een grijs pak gestoken. De laatste tijd is hij wat afgevallen, waardoor de boord van zijn overhemd te ruim zit. Hij is begin dertig en onmiskenbaar van Marokkaanse afkomst. Wat mensen het eerst opvalt wanneer ze met hem praten, zijn zijn grote, lichtbruine ogen. Rond de pupil zitten groene vlekjes, die in het juiste licht als diamantjes kunnen schitteren. Fouali houdt zijn legitimatiebewijs omhoog naar de bewaker, die vanuit een raampje zijn arm naar buiten heeft gestoken.
‘Ik ben Redouan Fouali. Ik heb een afspraak met ambassadeur Weislogel.’ De Amerikaanse bewaker, een grote zwarte man, kijkt Fouali onderzoekend aan. Met zijn vinger gaat hij langs de namen op de lijst van bezoekers van die dag. Fouali staat erbij, met achter zijn naam ‘ministerie van Veiligheid’.
Beleefd opent de bewaker het hek. Het grint van de oprijlaan knarst onder Fouali’s glimmend zwarte schoenen. Hij voelt de ogen van de bewaker in zijn rug terwijl hij de treden van het bordes neemt en door de dienstbode wordt binnengelaten.
Scott Weislogel had twee miljoen dollar in de verkiezingskas van de republikeinse presidentskandidaat gestort. Het bleek een gouden investering, want toen zijn kandidaat de verkiezingen won, werd hij nog voor de inauguratie gepolst of hij ambassadeur wilde worden. Iemand met zijn kwaliteiten – hij had een computerbedrijfje tot grote bloei gebracht en vlak voor de financiële crisis met veel winst verkocht – werd geschikt geacht om de Verenigde Staten in een klein, maar niet onbeduidend land te vertegenwoordigen. Het was een blijk van dank van de nieuwe president om hem een ambassadeurspost aan te bieden.
Kort na de inauguratie kreeg Weislogel een telefoontje uit Washington D.C. Of hij naar Tanzania wilde of naar Nederland. In een atlas die hij uit de boekenkast van zijn dochters kamer had gepakt, zocht hij beide landen op. Op internet verzamelde hij wat kerngegevens. Hij was toe aan een nieuwe stap in zijn carrière.”

 

 1866123-9abdfac5c03a74d728ac91fcb1f09168.jpg
Boris Dittrich (Utrecht, 21 juli 1955)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten