Ronald Giphart, Yvonne Keuls, Jón Kalman Stefánsson, Frank Martinus Arion, Hans Henny Jahnn

De Nederlandse schrijver Ronald Giphart werd geboren op 17 december 1965 in Dordrecht. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2007 en ook mijn blog van 17 december 2008.
Uit: Heiß (Vertaald door Judith Dörries)
"Die Welt ist für mich ein Großhandel voller Zutaten, ein unerschöpfliches Rezeptbuch. Es ist ganz einfach: Wenn ich aufstehe, habe ich Hunger, und wenn ich abends ins Bett gehe, überlege ich, was ich am nächsten Tag zubereiten könnte. Ich bringe alles mit Essen in Verbindung. Zu allem fallen mir spontan Gerichte ein. Laufen drei Frauen auf der Straße, dann sehe ich bei der ersten sofort ein zartes Wildgericht, bei der mittleren einen marinierten Stint und bei der dritten eine raffinierte Suppe aus Rüben, Tee und Krabben. Das klingt nach einer schwachsinnigen Kombination für eine Suppe, aber ich habe damit Furore gemacht."
(...)
Lecker? LECKER? Was ich meine Lippen passieren lasse, muss ausnahmslos vorzüglich sein, pur und erhebend. Ich will einen doppelten Regenbogen hinter den Zähnen, den Gaumen mit einem perfekt abgestimmten Geschmacksteppich bombardieren, die Speiseröhre überrumpeln und den Magen in einen der höchsten Zustände von Befriedigung versetzen, für weniger mache ich es nicht. Ich glaube nicht an einen Schöpfer oder eine höhere Macht, aber ich möchte bei allem, was ich esse, dankbar für die Existenz des Lebens selbst sein. Das klingt dick aufgetragen, und so ist es auch gemeint. Ich will dick auftragen, wenn ich von meinem Beruf spreche. Wenn nicht Köche über das Kochen dick auftragen dürfen, wer dann?“

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2007 en ook mijn blog van 17 december 2008.
Uit: De tocht van het kind
“Angela's voorstelling van Holland was voornamelijk gebaseerd op de foto van tante Toetie en oom Kakkie - tot aan hun fontanel in het bont gestoken - die stijfjes voor een brugleuning stonden (haar moeder Elis zei dramatisch dat ze daaraan waren vastgevroren en dat het vóór oom Kakkies ziekte was) en op een foto van oom Etjen, tante Dodot en hun meisjes in Volendams kostuum. Ze zaten dicht bijeen in een roeibootje, tante Dodot met haar armen om een mand vol eieren (de angst dat ze die zou laten vallen was op haar gezicht te lezen) en oom Etjen, die gewend was kreteks te roken, ongemakkelijk zuigend op de lange steel van een witte, stenen pijp. Op het achterdoek was een Hollands landschap geschilderd, met koeien, een molen en een molenaar. De laatste, eveneens zuigend op een lange, stenen pijp, stond wijdbeens voor een gesloten deur.
Geen moment vroeg Angela zich af waarom haar familie zich zo wonderlijk had uitgedost, wel verbaasde haar die zware, gesloten voordeur. Ze liet zich vele malen uitleggen dat de huizen in Holland geen open voorgalerijen hadden, maar deuren die op slot gingen, zelfs op het nachtslot.
Angela - wist wat een nachtbloem was. Dat was een bloem die 's nachts openging. En dus vroeg ze:
'Gaat dat nachtslot 's nachts ook open, mammie?'
'Nee, natuurlijk niet,' zei Elis, 'juist dicht. Overdag, als je naar binnen wilt, moet je bellen en dan wordt er opengedaan door de meid.'
'Wat is dat, de meid?'
'De meid is een witte baboe.'
'En brengt de witte baboe je naar bed? En blijft ze bij je zitten tot je slaapt?'
'Ach nee, in Holland is alles anders.'

De IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson werd geboren in Reykjavík op 17 december 1963. Zie ook mijn blog van 17 december 2008.
Uit: Himmel und Hölle (Vertaald door Karl-Ludwig Wetzig)
“Die Berge überragen Leben und Tod und die paar Häuser, die sich auf der Landzunge zusammendrängen. Wir leben auf dem Grund einer Schüssel, der Tag geht vorüber, es wird Abend, die Schüssel läuft langsam voll Dunkelheit, und dann leuchten die Sterne auf. Ewig blinken sie über uns, als hätten sie eine wichtige Botschaft, aber welche und für wen? Was wollen sie von uns, oder vielleicht eher noch: was wollen wir von ihnen?
Wir haben heute nur noch wenig an uns, das an Licht erinnert. Der Dunkelheit stehen wir viel näher, sind selbst fast Dunkelheit. Das Einzige, was wir noch haben, sind die Erinnerungen und außerdem die Hoffnung, die allerdings schwächer geworden ist, sie nimmt immer noch weiter ab und wird bald einem erkalteten Stern gleichen, einem dunklen Felsbrocken. Immerhin wissen wir ein wenig vom Leben und ein wenig vom Tod, und wir können berichten: Wir haben den ganzen Weg zurückgelegt, um dich zu packen und um das Schicksal zu bewegen.
Wir wollen von denen erzählen, die in unseren Tagen gelebt haben, vor mehr als hundert Jahren, und die für dich kaum mehr sind als Namen auf schiefen Kreuzen und geborstenen Grabsteinen. Leben und Erinnerungen, die nach dem unerbittlichen Gesetz der Zeit ausgelöscht wurden. Genau das wollen wir ändern. Unsere Worte sind eine Art Lebensretter in unermüdlichem Einsatz, sie müssen vergangene Geschehnisse und erloschene Leben dem Schwarzen Loch des Vergessens entreißen, was keine geringe Aufgabe ist. Gern dürfen sie unterwegs ein paar Antworten finden und uns hier wegholen, ehe es zu spät ist. Aber lassen wir’s vorerst dabei, wir schicken die Worte an dich weiter, diese ratlosen, zerstreuten Lebensretter, die sich ihres Auftrags gar nicht sicher sind – sämtliche Kompasse spielen verrückt, Landkarten sind zerfleddert oder veraltet –, aber nimm sie trotzdem in Empfang. Und dann sehen wir, was passiert.

De Antilliaanse dichter en schrijver Frank Martinus Arion werd geboren op 17 december 1936 op Curaçao. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2008.
Uit: Helman, de eenzame jager
„Die eenzaamheid is belangrijk. En op gevaar af van u te vermoeien een klein beetje, moet ik haar op haar ware niveau brengen. Ik bedoel, we moeten even de ladder op, ik kan er ook niets aan doen. Want die eenzaamheid heeft nog meer aspecten dan ik al genoemd heb. En om Helman in z'n totaliteit te begrijpen lijkt me dat ik u deze aspecten als achtergrond moet geven.
Er is een literair-historisch aspect, waar ik zo op kom. Er is een marxistisch aspect, er is een psycho-analytisch aspect, een existentialistisch aspect, een kolonialistisch aspect, en wat ik zelf zo maar noem, een familiaal aspect, kortom, een heleboel ‘ismes’ die we nodig hebben om wat brighter spotlight op de grondideeën te brengen. Ik begin eerst met het marxistische aspect. We weten van de tijdgenoten van Helman, dat hij in z'n eerste tijd in Europa ontzettend veel, voor z'n vrienden tot vervelens toe, Marx las en Freud. Slauerhoff schreef: ‘Die man gaat kapot aan Freud en Marx.’ Dat marxistische aspect heeft te maken met het marxistische begrip vervreemding4. Die desintegratie die in maatschappijen optreedt heeft Marx ‘vervreemding’ genoemd en hij heeft het beschreven, en hij heeft er de oorzaak van aangegeven. Ik zal het in heel eenvoudige termen proberen weer te geven:
Marx zegt dat vroeger, vóór het kapitalisme, de mensen in een harmonieuzere situatie met elkaar leefden. Waarom? Omdat hun betrekkingen met de spullen anders waren. De mensen wilden dingen bezitten, maar het was in de eerste plaats om er van te genieten, zelf. De ene man maakte schoenen, en die ruilde dat voor groente, en de ander maakte een ander product en ruilde dat weer tegen een ander product. De bedoeling was niet spullen op te potten, de bedoeling was geen géld, de bedoeling was geen verrijking! Dat is de paradijselijke situatie die we misschien nog bij Indianen vinden. Ook hier. In die situatie is door het kapitalisme verandering gekomen, omdat men niet meer de spullen zoekt om hun gebruikswaarde, zoals de term luidt, maar men zoekt de spullen om hun verkoopwaarde, of om hun ruilwaarde. En dat is erg, omdat dat ook op de menselijke betrekkingen een rol gaat spelen. Marx zegt: de koopman heeft geen aandacht meer voor de schoonheid van mineralen, hij heeft alleen maar aandacht voor de verkoopwaarde van mineralen. Alle andere zintuigen, zegt Marx, worden op de achtergrond gedrukt, en er komt een nieuw zintuig naar voren, het zintuig van het Hebben. Dat creëert een gemeenschap, zoals ik daarnet zei, waarin ook de menselijke waarden niet meer zuiver zijn. De mensen gaan met elkaar om merendeels omdat ze elkaar nodig hebben als steppingstone om dingen te bereiken. Ze gaan niet meer naar recepties omdat ze het leuk vinden elkaar te ontmoeten en te begroeten, maar om elkaar te spreken om iets te ‘regelen’ zoals we dat hier zo treffend zeggen.”

De Duitse schrijver Hans Henny Jahnn werd geboren op 17 december 1894 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2008.
Uit: Die Geschichte der beiden Zwilinge
“Es wurden zwei Knaben als Zwillinge geboren. Schnell nach einander verliessen sie den Schoss der Mutter Und es erwies sich, sie waren einander ähnlicher als sonst zwei Dinge gleicher Form... Sie hatten unähnliche Namen erhalten. Die Namen hatten nicht vermocht, sie von einander zu trennen. Ihr Körper hatte nur ein Ziel, dem anderen nachzueifern in der Gestalt…Die gleichen Sterne regierten ihr Schicksal. Erkrankte der eine, so konnte der andere nicht mehr wet vom Krankenlager sein....Auf der Strasse wurden sie mit ihrem unrichtigen Namen angesprochen. Sie fanden sich darein, jeder, auch auf den Namen des anderen zu hören. Ein verwegener Mensch redete sie eines Tages an und fragte, ob denn sie beide nicht sich vertauschten. Es war die schlimmste Frage, die bis dahin an ihnen gestellt worden war. Sie bedachten sich. Sie wogen sich im Geiste. Sie wechselten ihre Plätze, blickten sich an und antworteten wie im Schlaf: Sie selbst wissen es nicht...Sie erregten sich über den unklaren Zustand, in dem sie sich befanden, und versuchten sich voneinander zu halten...Aus ihrem Selbst wurde das Du. Ihr Bewusstsein plätscherte mehrmals hin und zurück. Bis sie die Erinnerung an den Namen des Ich verloren hatten. .. Heimlich erwogen sie, der eine müsse den anderen töten.“






