Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 2 oktober 2010

Dimitri Verhulst, Graham Greene, Wallace Stevens, Andreas Gryphius

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2006 en ook mijn blog van 16 oktober 2007 en ook mijn blog van 2 oktober 2008.

 

Uit: De helaasheid der dingen

 

„Tante Rosie zat met gezwollen, rode ogen en in peignoir op ons te wachten. ‘Waar hebben jullie godverdomme zo lang gezeten? Er misschien ondertussen even aan gedacht dat ik hier thuis zat dood te gaan van ongerustheid?’ Het speet ons. Alles in het leven speet ons. Zo waren we. ‘En gij, Sylvie, gij ziet er anders ook proper uit.’ ‘Het wonder is geschied’, zei Sylvie. ‘Wablieft?’ ‘Het wonder is geschied, mijn pruim is nat en ‘t regent niet.’

Die nacht hoorde ik ook de bomen als cheerleaders wapperen met hun kruinen, de wind kwam van ver en had ons niets meegebracht dan enkel te zware gedachten. Het was de tijd vlak na de slacht, waarin de koeien wisten dat hun gratie voor een winter was verleend, zodat ze nog eens tochtig mochten staan, en dat de droefste onder hen hun sirenes loeiden om te rouwen om een kalf dat was opgegaan in kotelet. Daarom viel die nacht het blauwe licht van de politiewagen zo mooi op het behangpapier van onze slaapkamer, omdat het deel uitmaakte van de goddelijke choreografie.

Onze aandacht voor vrouwenlichamen bleef een constante, maar de klemtoon kende seizoenen, zoals de meeste dingen in het leven. De periode waarin we maniakaal de borsten bekeken en qouteerden had lang standgehouden, maar had uiteindelijk toch baan weten te ruimen voor de onvermijdelijke fase van het achterwerk, waarin onze voorkeuren fundamenteel verschilden, hetgeen meer ruimte liet voor debat. Toen een ons onbekende vrouw voor de deur stond en in beschaafd Vlaams naar mijn vader vroeg , bevonden wij ons op de middaghoogte van een periode waarin wij de binnenkant van damesbillen met grote zorg taxeerden en waardeerden, waardoor wij het dubbel zo erg apprecieerden dat het zomer was en dit vrouwmens een hemels korte rok droeg.

‘Welke fohnstoot heeft er jou naar hier geblazen? Is dat je kleine? Het is onze Pie gescheten, twee druppels water nondedju.’ Hij staart met zijn grote kijkers naar die vreemden, verstaat hun dialect niet.
‘Hoe noemt hij?’
Joeri. Lelijker kan een naam niet zijn. Zijn moeder heeft hem gekozen. Joerie, het lijkt wel iets voor een auto. Een Opel Joeri.
‘Joeri. Schone naam. Hey Joeri, krijgt uw nonkelke Potrel een pol van u…Allez, geef ons allemaal iets te drinken!’

 

 

 

750479-aaf97216c732b2cbda6991bd16c48d06.jpg
Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Graham Greene werd geboren op 2 oktober 1904 in Berkhamsted, Hertfordshire. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2006 en ook mijn blog van 2 oktober 2007 ook mijn blog van 2 oktober 2008.

 

Uit: The quiet American

 

„Just as I rose the voice stopped: the silence made me jump. Pyle said sharply, ‘drop your riffle.’ I had just time to wonder whether the sten was unloaded – I hadn’t bothered to look – when the man threw his rifle down.
I crossed the room and picked it up. Then the voice began again – I had the impression that no syllable had changed. Perhaps the used a record. I wondered when the ultimatum would expire.
‘What happens next?’ Pyle asked, like a schoolboy watching a demonstration in the laboratory: he didn’t seem personally concerned.
‘Perhaps a bazooka, perhaps a Viet.’
Pyle examined his sten. ‘There doesn’t seem any mystery about this,’ he said. ‘Shall I fire a burst?’
‘No, let them hesitate. They’d rather take the post without firing and it gives us time. We’d better clear out fast.’
‘They may be waiting at the bottom.’
‘Yes.’
The two men watched us – I write men, but I doubt whether they had accumulated forty years between them. ‘And these?’ Pyle asked, and he added with a shocking directness, ‘shall I shoot them?’
Perhaps he wanted to try the sten.
‘They’ve done nothing’
‘They were going to hand us over.’
‘Why not?’ I said. ‘We’ve no business here. It’s their country.’
I unloaded the rifle and laid it on the floor. ‘Surely you’re not leaving that,’ he said.
‘I’m too old to run with a rifle. And this isn’t my war. Come on.’
It wasn’t my war, but I wished those others in the dark knew that as well. I blew the oil-lamp out and dangled my legs over the trap, feeling for the ladder. I could hear the guards whispering to each other like crooners, in their language like a song. ‘Make straight ahead,’ I told Pyle, ‘aim for the rice. Remember there’s water – I don’t know how deep. Ready?’
‘Yes.’
‘Thanks for the company.’
‘Always a pleasure,’ Pyle said.
I heard the guards moving behind us; I wondered if they had knives. The megaphone voice spoke peremptorily as though offering a last chance. Something shifted softly in the dark below us, but it might have been a rat. I hesitated. ‘I wish to god I had a drink,’ I whispered.
‘Let’s go.’

 

 


750479-b86b246320811f979e72efa1c37fc819.jpg
Graham Greene
(2 oktober 1904 – 3 april 1991)

Portret door Anthony Palliser

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2008.

 

 

The Snow Man 

 

One must have a mind of winter

To regard the frost and the boughs

Of the pine-trees crusted with snow;

 

And have been cold a long time

To behold the junipers shagged with ice,

The spruces rough in the distant glitter

 

Of the January sun; and not to think

Of any misery in the sound of the wind,

In the sound of a few leaves,

 

Which is the sound of the land

Full of the same wind

That is blowing in the same bare place

For the listener, who listens in the snow,

And, nothing himself, beholds

Nothing that is not there and the nothing that is.

 

 

 

 

What is Divinity 

 

What is divinity if it can come

Only in silent shadows and in dreams?

Shall she not find in comforts of the sun,

In pungent fruit and bright, green wings, or else

In any balm or beauty of the earth,

Things to be cherished like the thought of heaven?

Divinity must live within herself:

Passions of rain, or moods in falling snow;

Grievings in loneliness, or unsubdued

Elations when the forest blooms; gusty

Emotions on wet roads on autumn nights;

All pleasures and all pains, remembering

The bough of summer and the winter branch,

These are the measures destined for her soul. 

 



 

 

 750479-bc1f28f7fe47a483a78811e825f7b8d1.jpg

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Gryphius (gelatiniseerde naam van Andreas Greif) werd geboren op 2 oktober 1616 in Glogau (Silezië). Zie ook mijn blog van 2 oktober 2006 en ook mijn blog van 2 oktober 2007 en ook mijn blog van 2 oktober 2008.

 

 

Abend

 

Der schnelle Tag ist hin / die Nacht schwingt ihre Fahn /

Und führt die Sternen auff. Der Menschen müde Scharen

Verlassen feld und werck / Wo Thier und Vögel waren

Trauert itzt die Einsamkeit. Wie ist die zeit verthan!

 

Der port naht mehr und mehr sich / zu der glieder Kahn.

Gleich wie diß licht verfiel / so wird in wenig Jahren

Ich / du / und was man hat / und was man siht / hinfahren.

Diß Leben kömmt mir vor alß eine renne bahn.

 

Laß höchster Gott mich doch nicht auff dem Laufplatz gleiten

Laß mich nicht ach / nicht pracht / nicht luft / nicht angst verleiten.

Dein ewig heller glantz sei von und neben mir /

 

Laß / wenn der müde Leib entschläfft / die Seele wachen /

Und wenn der letzte Tag wird mit mir abend machen /

So reiß mich auß dem thal der Finsternuß zu dir.

 

 

 

 

750479-67f36b14a2a16a5fb7586da306360b98.jpg
Andreas Gryphius (2 oktober 1616 - 16 juli 1664)

Kopergravure van Philipp Kilian

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:31 Reageer op dit bericht

Göran Sonnevi, Waltraud Anna Mitgutsch, Jan Morris

De Zweedse dichter en vertaler Göran Sonnevi werd geboren in Lund op 2 oktober 1939. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2007 en ook mijn blog van 2 oktober 2008.

 

 

Neujahr 1990; Envoi

 

Das Himmelslicht offnet sich Die Sonne ist es

die kommt, die in den Baumkristallen leuchtet

Die niedere Sonne kommt von unten her

aus dem Innern, seinem klaren Dunkel

Es ist die gleiche Sonne, wir sind ihre Kinder

Wenn sich die Sonnen begegnen sind wir nicht mehr

Ich seh jetzt hinaus in die Zeit neuen Lichts Was

ich mir erwarte weis ich nicht, auch kaum

was ich mir wunsche Wir bestehen aus Utopien, noch

ungeboren, im Realen, schimmernd im doppelten Licht

Hier konnen die Konflikte beginnen, ohne Gewalt, wenn

sie nur nichts zuruckhalten So einfach?

Nein! Wie konntest du das glauben? Die Konflikte sind im Realen

Auch unuberschaubar, und mit versteckter Gewalt, auch unter

dem Offnen Wenn das Offene abgeschafft wird dringt das Versteckte hervor

Dann mus auch das fort Wir konnen miteinander reden

Der Gesang ist einsam, auser in auserster Freiwilligkeit, oder ihrer

Annaherung, denn wir sind auch Menschen Du

hilfst jetzt meiner Mutter beim Haarewaschen; ich bin froh daruber

Jener Impuls von Zartlichkeit Jenes Ungeschaffene Jenes Kind

Wir stehn im Offenen; aber nur solange es nicht

geschlossen wird, von ausen oder innen Wir entscheiden nicht selbst

Keine Befreiung last sich kontrollieren; auch unsere eigene nicht

Wir schlafen nebeneinander, den Schlaf der ersten Nacht

Glaubte fur einen Augenblick noch etwas mehr begriffen zu haben

von den Strukturen der Blendung, in mir, auserhalb von mir Dann

begriff ich, ich hatte nichts begriffen Das es nicht

genug war Als ware die dunkle Blendung

immer groser Aber das Licht kommt dabei aus mindestens zwei Richtungen

wieder, wieder, in seiner kreisformigen Bewegung Wir nehmen sie hinein,

in immer neuen Umdrehungen Wie wir zahlen hat keine Bedeutung Es

summiert sich in uns, in jedem Augenblick integral Wie

wir in Wirklichkeit zusammen leben, mit welchen Blindheiten

welcher Sicht Mit welchen Spiegeln die wir voreinander hochhalten

 

Die niedere Sonne dreht sich in mir Ich bin ausgespannt um ihr Universum

Vielleicht gibt es ein geringeres Wort Ich schaute auf die Gesichter der Toten,

einige lachelten im Tod, und mit offenen Augen Was vorher war

war schlimmer, jene Utopie Als konnten wir uberhaupt wahlen

Doch konnen wir es, alle, auch in der gemeinsamen Sonne Eine freie Wahl?

Nein! Keine Wahl ist frei, dennoch konnen wir wahlen Wenn es

noch offen ist, wenn auch nur fur einen Augenblick, zwischen den Regimen

Wir sind alle informiert von dem was es nicht gibt, dem Augenblick

vor dem Realen Aber wir mussen dann lebendig sein Wir stehn im offenen

Sonnenlicht

In seinem Wasserfall, auch von unten, von uberallher Im Baum

 

 

 

 750476-91ae89fdaeeec93ce2852a5bae23c3a4.jpg

Göran Sonnevi (Lund, 2 oktober 1939)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en literatuurwetenschapster Waltraud Anna Mitgutsch werd geboren in Linz op 2 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2008.

 

Uit: Wenn du wiederkommst

 

„Louise war eine Freundin der Familie geworden, der sich auch Ilana anvertraute, aber sie gab nie die Hoffnung auf, dass er sich eines tages für sie entscheiden würde.
Im Spital haben sie mich behandelt wie seine nächste Angehörige, erzählt sie gerade, sie waren so fürsorglich und nett zu mir.
Auch sie wiederholt für jeden, der neu hinzukommt, ihren Augenzeugenbericht, wie sie um sein Leben gebangt habe und zugleich darum, dass er nicht als Pflegefall ende wie seine Mutter. Sie erzählt von der Ärztin, die sich bei ihr erkundigte, ob die Familie mit einer Organspende einverstanden sei. Ilana und ich sehen sie entsetzt an.
Du hast doch nicht? Das darfst du doch gar nicht! ruft Ilana.
Seine Hornhaut, er sollte seine Hornhaut spenden, aber dann hieß es, er sei zu alt und krank gewesen, sagt Louise den Tränen nah; seine blauen Augen, seine wunderbaren blauen Augen.
Wie kann man einen Mann geliebt haben und seine Augenfarbe vergessen, frage ich mich.
Er hat graugrün gesprenkelte Augen, genau wie ich, entgegnet Ilana ungeduldig. Sieh mich an, sind meine Augen blau?
Wer gibt dir das recht, über seinen Körper zu bestimmen? frage ich sie gereizt.
Müssen wir diese Diskussion haben? Fragt Louise zurück.
Ich sehe uns wie in einem Film in der Küche sitzen, in der die Reste der letzten Mahlzeit des Toten noch nicht beseitigt sind: Zwei nicht mehr junge Frauen, die beide glauben, einen Anspruch auf ihn zu haben, bebeend vor Zorn, am Rande eines Streits über die Frage, wessen Eigentum er ist.“

 

 

 

750476-7fef118a3b915a1ebbcd1e1d08cb0e9b.jpg
Waltraud Anna Mitgutsch (Linz, 2 oktober 1948)

Linz

 

 

 

 

De Britse (reis)schrijfster en historica Jan Morris werd als James Humphrey Morris geboren op 2 oktober 1926 in Clevedon, Somerset. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2008.

 

Uit: A Writer's House in Wales

 

„Trefan Morys is the name of my house in Wales, and I'll tell you frankly, to me much the most interesting thing about it is the fact that it is in Wales. I am emotionally in thrall to Welshness, and for me Trefan Morys is a summation, a metaphor, a paradigm, a microcosm, an exemplar, a multum in parvo, a demonstration, a solidification, an essence, a regular epitome of all that I love about my country. Whatever becomes of Wales, however its character is whittled away down the generations, I hope my small house will always stand in tribute to what has been best in it.

Do you know where Wales is? Most people in the world have no idea. It is a peninsula standing at the heart of the British Isles, on the western flank of England facing Ireland. It is some 200 miles long from north to south and never more than seventy miles wide, and it is known in its own language as Cymru, signifying a comradeship or comity. Wales is part of the United Kingdom, all too often thought by foreigners to be synonymous with England itself, but its people form one of those ancient minority nations, from the powerful Catalans to the infinitesimal Karims, who have miraculously contrived to maintain their identities, to one degree or another, through the infinite convolutions of European history. They are all subject to the political domination of some greater State, but they remain determinedly themselves, and generally hope to stay that way within the framework of a uniting Europe.

Such quixotic survivals suit me. I want no pomp or circumstance, and would much rather be a poet than a President (unless, like Abraham Lincoln, I could be both at the same time). Small may not always be Beautiful, as a mantra of the 1970s used to claim, but for my tastes it is usually more interesting than Large, and little nations are more appealing than great powers.“

 

 


750476-6bd631613ecdf89117d38dd172bdd102.jpg
Jan Morris (Clevedon, 2 oktober 1926)

Geschreven door Romenu om 19:24 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten