Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 10 november 2010

Friedrich Schiller, Rick de Leeuw, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Jacob Cats,

De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2006 en ook mijn blog van 10 november 2007 en ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2009.

 

Uit: Wallenstein

 

Zweiter Aufzug. Fünfter Auftritt

 

Terzky.
Gönn ihnen doch das Fleckchen Land, geht's ja
Nicht von dem deinen! Was bekümmert's dich,
Wenn du das Spiel gewinnest, wer es zahlt.

Wallenstein.
Fort, fort mit ihnen – das verstehst du nicht.
Es soll nicht von mir heißen, daß ich Deutschland
Zerstücket hab', verraten an den Fremdling,
Um meine Portion mir zu erschleichen.
Mich soll das Reich als seinen Schirmer ehren,
Reichsfürstlich mich erweisend, will ich würdig
Mich bei des Reiches Fürsten niedersetzen.
Es soll im Reiche keine fremde Macht
Mir Wurzel fassen, und am wenigsten
Die Goten sollen's, diese Hungerleider,
Die nach dem Segen unsers deutschen Landes
Mit Neidesblicken raubbegierig schauen.
Beistehen sollen sie mir in meinen Planen
Und dennoch nichts dabei zu fischen haben.

Terzky.
Doch mit den Sachsen willst du ehrlicher
Verfahren? Sie verlieren die Geduld,
Weil du so krumme Wege machst –
Was sollen alle diese Masken? sprich!
Die Freunde zweifeln, werden irr an dir –
Der Oxenstirn, der Arnheim, keiner weiß,
Was er von deinem Zögern halten soll.
Am End' bin ich der Lügner, alles geht
Durch mich. Ich hab nicht einmal deine Handschrift.

Wallenstein.
Ich geb nichts Schriftliches von mir, du weißt's.

Terzky.
Woran erkennt man aber deinen Ernst,
Wenn auf das Wort die Tat nicht folgt? Sag selbst,
Was du bisher verhandelt mit dem Feind,
Hätt' alles auch recht gut geschehn sein können,
Wenn du nichts mehr damit gewollt, als ihn
Zum besten haben.

Wallenstein(nach einer Pause, indem er ihn scharf ansieht).
Und woher weißt du, daß ich ihn nicht wirklich
Zum besten habe? Daß ich nicht euch alle
Zum besten habe? Kennst du mich so gut?
Ich wüßte nicht, daß ich mein Innerstes
Dir aufgetan – Der Kaiser, es ist wahr,
Hat übel mich behandelt! – Wenn ich wollte,
Ich könnt' ihm recht viel Böses dafür tun.
Es macht mir Freude, meine Macht zu kennen;
Ob ich sie wirklich brauchen werde, davon, denk ich,
Weißt du nicht mehr zu sagen als ein andrer.

Terzky.
So hast du stets dein Spiel mit uns getrieben!

 

 

 780142-151433e9a00ad5c4a1e0919c19b97aeb.jpg

Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805)

Standbeeld van Reinhold Begas op de Gendarmenmarkt in Berlijn

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter schrijver, zanger en producer Rick de Leeuw werd geboren in Haarlem op 10 november 1960. Zie ook mijn blog van 10 november 2007 en ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2009. Rick de Leeuw viert vandaag zijn 50e verjaardag.

 

 

Dit laatste uur

 

wees maar stil nu
ik heb het al begrepen
wat je zeggen wil
heb jij allang gezegd
het staat te lezen in jouw ogen
mijn lief, het zijn jouw ogen
heel de wereld ligt besloten
in jouw blik

kom eens hier nu
we hebben nog maar even
voor wat ik zeggen wil
zijn woorden niet genoeg
het wordt geschreven door mijn hartslag
het woeste handschrift door mijn hartslag
kom eens hier en luister
naar mijn hart

in dit laatste uur
laat het voor altijd duren
dit laatste uur
alles is vredig
alles is mooi
in dit laatste uur

moed, geluk en wijsheid
brachten ons tot hier
liefde in de schaduw
van het slagveld
moed, geluk en wijsheid
wens me
moed, geluk en wijsheid
tot ook deze storm is geluwd

 

 

 780142-8171c25a942c613d2852497e189d9e8b.jpg

Rick de Leeuw (Haarlem, 10 november 1960)

 

 

 

 


De Vlaamse dichter en schrijver Jan van Nijlen werd geboren op 10 november 1884 in Antwerpen. Zie ook
mijn blog van 10 november 2006 en ook mijn blog van 10 november 2008
en ook mijn blog van 10 november 2009.

 

 

Bericht aan de reizigers

 

Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

Zit rustig en geduldig naast het open raam:
gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.

Zoek in 't verleden weer uw frisse kinderogen,
kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.

Al wat ge groeien ziet op 't zwarte voorjaarsland,
wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.

Laat handelsreizigers over de filmcensuur
hun woordje zeggen: God glimlacht en kiest zijn uur.

Groet minzaam de stationschefs achter hun groen hekken,
want zonder hun signaal zou nooit één trein vertrekken.

En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
van uwe lust en hoop en zuurbetaalde centen,

Blijf kalm en open uw valies; put uit zijn voorraad
en ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat.

En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
waarvan ge in uw bestaan de naam nooit hebt gehoord,

Dan is het doel bereikt, dan leert gij eerst wat reizen
betekent voor de dolaards en de ware wijzen...

Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone bomen,
een doodgewone trein u voert naar 't hart van Rome.

 

 

 

 

Scottish Terrier in een Koffiehuis

 

Hij zit zoo rustig in het koffiehuis

Op 't smalle bankje lusteloos te geeuwen,

Als een die, overal en nergens thuis,

Tevreden is, tot aan het eind der eeuwen,

 

Met 't leven dat hem nimmer heeft bedrogen.

Zijn blijdschap spreekt uit 't kwisplen van zijn staart

En gansch de vriendschap van zijn listige oogen

Groeit tot een glimlach in zijn ruigen baard.

 

Hij werd als ik in 't Paradijs geschapen

In wilden staat en ligt voor zijn plezier

Thans in dit zeer voornaam café te slapen...

 

Een eender lot? Neen, wat men ook vertelle,

Ik ben beschaafd en dit onmondig dier

Kan voor zichzelf niet eens een glas bestellen.

 

 

 

 780142-7616a56a1b9597ee5f30701f32ab1ad0.jpg

Jan van Nijlen (10 november 1884 – 14 augustus 1965)

Omslag biografie

 

 

 

 

De Duitse schrijver Arnold Zweig werd op 10 november 1887 in een gematigd religieuze joodse familie geboren in Glogau, Neder-Silezië (nu Głogów, Polen). Zie ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2009.

 

Uit: De Vriendt kehrt heim

 

„Lolard B. Irmin, der wichtigste Mann des Geheimdienstes bei der Verwaltung von Judäa (Südpalästina), hatte heute seinen europäischen Tag. So nannte er Zustände, die ihn von Zeit zu Zeit anfielen; dann schlug sein Herz schwer in der Brust, er neigte zu Schweißausbrüchen und trägem Hinbrüten und wunderte sich über alles, was ihm begegnete oder ihn betraf - über seine Tätigkeit, über die Stadt Jerusalem, über das Land und über sich selbst.

Ohne zu ahnen, daß der heutige Mittwoch besonders zählte, weil das gleichmütige Auge des Geschicks auf einen seiner Freunde gefallen war und Veränderung anhob für ihn und viele Tausende von Menschen, saß er am späten Vormittag im kühlsten Zimmer des Hauses in der Musrara, das er von Achmed Khouzy Effendi gemietet hatte - gegen gutes Geld. aber es war auch ein schönes Haus, mit großüberwölbtem Eingangsraum, den ein Springbrunnen erfrischte, eine Seltenheit in der wasserärmsten Bergstadt der Welt. Auf einem niedrigen Schemel hockte er, die Pfeife schmeckte ihm nicht, seine Hände hingen heiß zwischen den Oberschenkeln in den weißen Hosen, und aus dem geröteten Gesicht mit dem rotblond geschwungenen Schnurrbart blickten die blauen Augen gedankenvoll, fanatisiert vom Zweifel. War er verrückt? Ohne Frage.“

 

 

 780142-a9b999a2cfec46a0f45cc87f3332c248.jpg

Arnold Zweig (10 november 1887 – 26 november 1968)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Cats werd geboren op 10 november 1577 in Brouwershaven. Zie ook mijn blog van 10 november 2006 en ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2009.

 

 

Wilt gij...

 

Wilt gij bemind en eerlijk leven?
Dan wil ik u een regel geven.
Vier dingen dient gij wel te weten:
Geleden onrecht snel vergeten
Ontvangen weldaad lang gedenken
Geen mens door achterklap krenken
En hebt gij lust uw leed te wreken
Zo gaat en betert uw gebreken
Want een die betert zijnen staat
Doet leed degene die hem haat.

 

 

 

 

Volwassen appel en rijpe peer, zijgt licht ter neer

 

Indien je minnen wilt, en dat met korte zwieren,
En stelt u zinnen nooit op al te jonge dieren;
Te licht, helaas, te licht, en dikmaal op een sprong,
Wordt iemand daar gezeid: mijn dochter is te jong.
Een rijper dient u best, daar vrij je veel geruster,
Doch meest indien u lief nu krijgt een vlugge zuster:
Groen fruit is wonder taai, ’t en wil niet van de tak;
Tast naar een rijpe peer, zo pluk je met gemak.

 

 

 

 780142-b7c0473198b99d9b4ad28dd8c5b5c5cb.jpg

Jacob Cats (10 november 1577 – 12 september 1660)

Standbeeld in Groede in West Zeeuwsch-Vlaanderen



Zie voor nog meer schrijvers van de 10e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:32 Reageer op dit bericht

Aka Morchiladze, August De Winne, Willem Penning, Pieter Frans van Kerckhoven, Oliver Goldsmith, Alejandro Zambra

De Georgische schrijver Aka Morchiladze werd geboren op 10 november 1966 in Tbilisi. Zie ook mijn blog van 10 november 2008.

 

Uit: Santa Esperanza

 

“The owner of such a passport will also have to indicate, in some other papers, his future address and the exact sum of money which is or will be at his disposal. And so on, and so forth.
But a real pilgrim never knows where he is going to end his pilgrimage. A real pilgrim simply likes to travel a lot. Anyway, it seems to be rather difficult for him to deal with the Europe without any borders ( if he is not a citizen of such Europe, of course), as far as the borderless Europe is always very curious about the aim of the pilgrim's pilgrimage, and about the sum of money the pilgrim is going to live on.
Well now, it's somewhat clear with Europe. But Santa Esperanza is not a part of this borderless continent. It lies off the Black Sea Coast.
Quite recently though, there was a war, and for that very reason it must have restricted its rules towards those other miserable Europeans who are not from the borderless Europe either (and who don't seem to be quite European at all).
This, in its turn, must have been done for the sake of preventing them from fleeing away from their Patria.
But where on earth could the visa for Santa Esperanza ever be obtained? This tiny country has no Embassies or Consulates anywhere in Georgia, not even in Russia. The answer to this difficult question was to be found in the internet tourist sites of the country. So, I started searching for the answer and, before long, I got it.
It turned out that the country had no Ambassadors, as is the case with many former British colonies that now are the members of the Commonwealth. These three small islands have their Supreme Commissioner who resides in London, and ranks as high as a consul. The British side also has the Supreme Commissioner who resides in St. John Citadel. Furthermore, if one tries hard, one will find in Istanbul the man who might be considered the Consul of Santa Esperanza, and who is able to give a non-European European (who is not likely to be a real European at all) the cherished visa. The position the man holds is called that of the Supreme Commissioner too.”

 

 

 780137-6d1be08194df8c8aa3623cf0a77f4a58.jpg

Aka Morchiladze (Tbilisi, 10 november 1966)

 

 

 

 
De Belgische schrijver August De Winne werd geboren in Brussel op 10 november 1861. Zie ook mijn blog van 10 november 2008.

 

Uit: Door arm Vlaanderen

 

“De wevers zijn ingeperkt in een gehucht van het dorp, bekend onder den naam van 't Eindeke, aldus gedoopt omdat het aan het uiteinde der gemeente gelegen is. De huizen schijnen hier en daar ordeloos geworpen, en vormen modderachtige, onregelmatige steegjes. Zij bestaan gewoonlijk uit twee plaatsen. De voorplaats dient te zelfder tijd voor keuken en voor slaapkamer; in de achterplaats staan het getouw van den wever en het spinrad der spinster in den grond geplant. Wanneer er kinderen zijn, hetgeen bijna altijd het geval is, vindt men een tweede bed dat de inwoners plaatsen waar zij kunnen, soms naast het weefgetouw! Het huis heeft geen verdiep, zelfs geen zolder. Het is in baksteen of in strooklei opgetrokken, en een dak van roode pannen staat bovenop.Wij stapten in de bijzonderste straat van het gehucht. Ik zegde tot mijne gezellen:

- Ik ruik de zelfde geur van armoede als te Hamme.

- De armoede is hier misschien nog grooter, antwoordde Beerblock. De kleine en groote burgers der gemeente spreken alleen met walg en misprijzen van 't Eindeke, en wagen er zich slechts met eene zekere vrees. Zij houden niet van de wevers. Deze zijn zoo slecht opgevoed!

Maar de wevers betalen het hun terug, en het gebeurt wel dat de mevrouw die door het gehucht ging, in het dorp terugkeert met spuwsel op haren schoonen rok!

- En zijn de socialisten hier welkom?

- Wij zijn in overwonnen land. Berragan, Vande Weghe en ikzelf, wij zijn door al de inwoners gekend.

En inderdaad, op onzen doortocht zegden de werklieden ons vriendelijk goeden dag of ontblootten het hoofd. Anderen kwamen ons de hand drukken.“

 

 

 780137-bf3ac5f52c7281d6953f227930aabcd1.jpg

August De Winne (10 november 1861 – 23 mei 1935)

Het eindeken, werkerswijk in Zele, een groep spinsters

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Willem Levinus Penning werd geboren in Schiedam op 10 november 1840. Zie ook mijn blog van 10 november 2008.

 

 

Zomerkluis (Fragment)

 

‘Hoe gaarne ik vaak uit schoone dalen

Mij naar de vrije toppen spoed,

En immer verder 't oog laat dwalen,

En dankbaar voor haar schuine stralen

De zon mijn gezellinne groet - -

 

Wen 't middag-uur met laaien luister

Het landschap zengende overgiet,

Omhuift mij 't Bosch!... Door schemerduister

Vonkt goud-groen schijnsel; koelte huist er,

En broks-wijs schalt er nog een lied!

 

Reinst is zijn rust, en meest volkomen,

Waar 'k - door een murmeling geleid -

De half-verzande beek zie stroomen,

Zich spieg'lend er 't Verleên vind droomen

In tooverachtige eenzaamheid:

 

Vergeten ligt ge en diep verholen,

Zóó rust'loos klepp'rende weleer -

Zóó lang-nu-al gewézen Molen...

Naar uwe Stilte kom 'k gestólen -

Hierheen voert pad noch voetspoor meer;

 

 

 

 780137-aea5b0d7062d3f2daaad50126b4c59cd.jpg

Willem Penning (10 november 1840 – 29 februari 1924)

Schiedam, Lange Haven met kerk

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Pieter Frans van Kerckhoven werd geboren in Antwerpen op 10 november 1818. Zie ook mijn blog van 10 november 2008.

 

Uit: Ziel en lichaem

 

“Brief van Frederik aen Frans.

Myn goede vriend Frans,

Meermaels heb ik eenen glimlach van zachte spotterny op uw wezen ontdekt, wanneer wy, te samen in gezelschap met den heer Wolfang, dien toonkundige zyne wonderbare stelsels hoorden ontvouwen, en ik met de grootste aendacht op zyne woorden luisterde, terwyl gy aen die droomeryen - zoo als gy ze noemde - ter nauwernood gehoor kondet verleenen. - Ik weet niet, myn goede Frans, of ik in dit opzigt beter van harte ben dan gy, die my in zoo vele dingen overtrest; doch immer luister ik met welgevallen naer het woord van menschen zoo als de heer Wolfang. Te meer nog heb ik altyd voorliefde gekoesterd jegens diegenen welke, door de glinsterende fantazy verleid, als het ware, hun gansch leven in eene andere sfeer doorbrengen, - en wanneer zulke lieden eene kunstenaers ziel bezitten en dan in het bovenaerdsche wegdwalen, kan ik my niet onthouden hunne droomeryen - indien men ze zoo noemen wil - met innig genot na te hooren - zelfs met diepen eerbied; want telkens schynt het my in hen een van die verheven geesten te ontmoeten, welke op onze dagen dikwils voor dwaes aenzien worden en in de oudheid met den naem van Waerzegger, Profeet of Pythonissen werden genoemd. - Er zyn soorten van zinneloosheid welke slechts uit eene overtollige kracht der geestvermogens voortspruiten, en zou het soms niet kunnen gebeuren dat wy menschen voor krankzinnig houden, enkel omdat hunne geestvermogens boven de gewoonelyke klimmen en door onzen geest niet meer kunnen gevat worden? - Wie zegt ons waer de echte krankzinnigheid begint! – Verschrikkelyke vraeg, welke ik niet zal beslissen; doch wier betrachting myne ziel tot in het diepste harer gewaerwordingen verontrust.....”

 

 

 

 780137-15ce98f67bdadcf82e6c62ea02443463.jpg

Pieter Frans van Kerckhoven (10 november 1818 - 1 augustus 1857)
Antwerpen, Aanlegplaats en het Steen, oude prent

 

 

 

 

De Ierse dichter en schrijver Oliver Goldsmith werd geboren in Pallas (Ierland) op 10 november 1730. Zie ook mijn blog van 10 november 2008.

 

 

Parson Gray

 

A quiet home had Parson Gray,

Secluded in a vale;

His daughters all were feminine,

And all his sons were male.

 

How faithfully did Parson Gray

The bread of life dispense--

Well "posted" in theology,

And post and rail his fence.

 

'Gainst all the vices of the age

He manfully did battle;

His chickens were a biped breed,

And quadruped his cattle.

 

No clock more punctually went,

He ne'er delayed a minute--

Nor ever empty was his purse,

When he had money in it.

 

His piety was ne'er denied;

His truths hit saint and sinner;

At morn he always breakfasted;

He always dined at dinner.

 

He ne'er by any luck was grieved,

By any care perplexed--

No filcher he, though when he preached,

He always "took" a text.

 

As faithful characters he drew

As mortal ever saw;

But ah! poor parson! when he died,

His breath he could not draw!

 

 

 

 780137-8e148305aa1fd96f38b0dde92236d430.jpg

Oliver Goldsmith (10 november 1730 - 4 april 1774)

Standbeeld van John Henry Foley uit 1864, Trinity College, Dublin

 

 

 

 

Onafhankelijk van gebooortedata:

 

De Chileense schrijver Alejandro Zambra werd in 1975 geboren in Santiago de Chile, waar hij  ook opgroeide. Hij publiceerde twee dichtbundels (Bahia Inutil, 1998 en Mudanza, 2003) voordat hij zich waagde aan het proza. Met zijn debuutroman Bonsai (2006) won hij de prijs van de Chileense literatuurcritici. Ook met zijn tweede roman, Het verborgen leven van bomen, gooide hij hoge ogen in de Spaanstalige literaire wereld. Zambra is docent literatuur aan de Diego Portales Universiteit van Santiago en schrijft literatuurkritieken in Chileense media (o.a. in Las últimas noticias, El País en El mercurio).  Daarnaast schrijft hij voor verschillende literaire tijdschriften. In 2009 werd hij genomineerd voor de prijs van het beste vertaalde boek van dat jaar in de Verenigde Staten, voor Bonsai.

 

Uit: Bonsai  (Vertaald door Carolina De Robertis)

 

„The first lie Julio told Emilia was that he had read Marcel Proust. He didn't usually lie about reading, but that second night, when they both knew they were starting something, and that that something, however long it lasted, was going to be important, that night Julio made his voice resonant and feigned intimacy, and said that, yes, he had read Proust, at the age of seventeen, one summer, in Quintero. At that time no one spent their summers in Quintero anymore, not even Julio's parents, who had met on the beach at El Durazno, who went to Quintero, a pretty beach town now invaded by slum dwellers, where Julio, at seventeen, got his hands on his grandparents' house and locked himself up to read In Search of Lost Time. It was a lie, of course: he had gone to Quintero that summer, and he had read a lot, but he had read Jack Kerouac, Heinrich Böll, Vladimir Nabokov, Truman Capote, and Enrique Lihn, but not Marcel Proust.
That same night Emilia lied to Julio for the first time, and the lie was, also, that she had read Marcel Proust. At first she only went so far as to agree: I also read Proust. But after that there was a long period of silence, which was not so much an uncomfortable silence as an expectant one, such that Emilia had to complete the story: It was last year, recently, it took me five months, I was so busy, you know how it is, with the courseload at the university. But I undertook to read the seven volumes and the truth is that those were the most important months of my life as a reader.
She used that phrase: my life as a reader, she said that those had been, without a doubt, the most important months of her life as a reader.“

 

 

 

 780137-e75dd7c30dc548c5169d57c8b633043b.jpg

Alejandro Zambra (Santiago de Chile, 1975)

Geschreven door Romenu om 19:24 Reageer op dit bericht

Werner Söllner

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië. Na zijn afstuderen in 1970 studeerde hij in Cluj in eerste instantie een jaar natuurkunde, daarna germanistiek en anglistiek. Tijdens zijn studie werd hij door de Roemeense geheime dienst Securitate meerdere keren ondervraagd over zijn eigen teksten en opvattingen, daarna ook over vrienden, leerkrachten en collega’s uitgehoord evenals over vertalingen en teksten of tekstgedeelten die waren ingediend voor publicatie in het studendenblad waarvan hij redacteur was.  Hij studeerde af in 1975 met een scriptie over het vroege werk van Paul Celan. Hij werkte vervolgens korte tijd als leraar Duitse en Engels op een middelbare school in Boekarest. Door de verandering van locatie ontsnapte hij uit de klauwen van de Securitate. In Boekarest weigerde hij elke vorm van samenwerking en korte tijd later opende de Securitate een operationele procedure voor vermeende subversieve machinaties tegen hem. Van 1976 tot 1982 was hij lector Duitse literatuur in de Boekarester uitgeverij van kinderboeken Ion Creanga. In 1982 verhuisde hij naar de Bondsrepubliek Duitsland en sindsdien woonde hij  in Frankfurt am Main. In 1993 verzorgde hij de Frankfurter poëzie colleges aan de Goethe Universiteit in 1997 was hij gastdocent aan het Dartmouth College en Oberlin College. Werner Söllner werd als schrijver van gedichten beïnvloed door het werk van Paul Celan is sterk, evenals door Hölderlin, Rilke, Benn, Huchel, soms Brecht, Rolf Dieter Brinkmann en Reiner Kunze.

 

 

 

Der Schlaf des Trommlers

Nacht, gelb
von Gewittern, die Häuser
sind leer, im kühlen Grund
wo der Holunder sich hält
schlafen die Schläfer
sich aus der Welt

Aber der Hüter geht
unruhig, im flackernden Traum
geht er schwer, er rührt
die Trommeln aus Stein
und ruft mit der Schierlingsposaune
das verstreute Gebein

Sie stehn auf
und kauen den Mohn, sie reden
mit dem unruhigen Vieh, sie fragen
die Mäuse nach Brot
und ziehen eiserne Nägel
sich aus dem Tod

Grund, kühl
vom Vergessen, da war ich
mit Pechmarie, hatte Liebstöckel
im Mund, im hölzernen Kleid
steht der Trommler
in zerrissener Zeit

 

 

 

 

Was bleibt

 

Das Haus der Welt ist schlecht gebaut,

ich sitze krumm und schief darin.

Ach Sprache, meine stumme Braut,

sag mir, wo ich zuhause bin.

 

Hier steht ein Bett, ein Stuhl, ein Tisch,

da ist noch Brot und dort ist Wein.

Was bleibt? Versteinertes Gemisch

aus Sätzen vom Lebendigsein.

 

Der Sinn der Wörter ist die Haut,

die langsam auseinanderfällt.

Ach Sprache, meine stumme Braut -

das Aug weint, was die Silbe hält.

 

 

 

 

780563-704f3de74c68e93acf25c73e2c6e9d90.jpg
Werner Söllner (Arad, 10 november 1951)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten