Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 26 januari 2014

Menno ter Braak, Achim von Arnim, Jonathan Carroll, Gerrit Jan Zwier

De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook alle tags voor Menno ter Braak op dit blog.

Uit: De nieuwe elite

“Terwijl het geraas van den Teutoneninval in Tsjecho-Slowakije mijn ooren nog verdooft, volg ik met een nieuwsgierigheid, die mijzelf bij tijd en wijle pervers lijkt, mijn gedachten over een nieuwe elite: een zeepbel, ‘unzeitgemässe Betrachtungen’, voorbestemd om weggeblazen te worden door de losgebroken orkaan van het bruut geweld. Of... waren alle gedachten, die zich opdrongen tegen het rumoer van den tijd in, misschien ‘unzeitgemäss’? Denken wij niet juist daarom voortdurend na over het probleem van een elite, omdat wij de ‘oude’ elites niet meer kunnen erkennen en de zoogenaamde ‘nieuwe’ (de ‘Massenelite’, volgens een term van Hermann Rauschning) slechts erkennen onder protest van onze geheele persoonlijkheid? In het gedachtenspel is altijd een element van dwaasheid en nutteloosheid, maar nu meer dan ooit; waarom zou men gedachten ten einde denken, als ieder oogenblik het geweld de elementaire voorwaarden tot denken onmogelijk kan maken en daardoor het geheele denken problematisch wordt? Is zelfs de veronderstelling, dat gedachten ‘unzeitgemäss’ kunnen zijn, niet een vorm van romantische hoop op een verwerkelijking, die voor ons nooit komen zal, voor ons, die een oorlog zagen ‘uitbannen’ om twintig jaar later met een totalen oorlog te worden geconfronteerd?... Maar de zeepbel danst, en het protest wordt feller; er is geen keuze, wij moeten denken en ten einde denken.
Er is geen troost te vinden in de befaamde historische parallellen, die altijd opgaan toe zij niet meer opgaan; meer troost biedt dan nog de zeepbel, de geschiedenis is hoogstens een arsenaal van vergelijkingsmateriaal. Zoo kan men een merkwaardig parallelisme constateeren tusschen de Duitsche revolutie van Hitler en de Fransche revolutie van 1789; Golo Mann en Denis de Rougemont hebben onafhankelijk van elkaar dat parallelisme aangewezen.”

 

 1538170-86d83aac9baf6d8e28b6c4462f932d14.jpg
Menno ter Braak (26 januari 1902 - 14 mei 1940)
V.l.n.r. Katia Mann, Menno ter Braak en Thomas Mann bij het Mauritshuis in Den Haag, 1939

 

 

De Duitse dichter en schrijver Achim von Arnim werd geboren in Berlijn op 26 januari 1781. Zie ook alle tags voor Achim von Arnim op dit blog.

 

Ach wenn ich doch ein Täublein wär

Dort oben auf dem Berge,
Da steht ein hohes Haus,
Da fliegen alle Morgen,
Zwey Turteltäublein raus.

Ach wenn ich nur ein Täublein wär!
Wollt fliegen aus und ein,
Wollt fliegen alle Morgen!
Zu meinem Brüderlein.

Ein Haus wollt ich mir bauen,
Ein Stock von grünem Klee,
Mit Buchsbaum wollt ichs decken,
Und rothen Nägelein.

Und wenn das Haus gebauet wär,
Bescheert mir Gott was n’ein,
Ein kleines, kleines Kindelein,
Das soll mein Täublein seyn.

 

 

An einen Boten

Wenn du zu meim Schätzel kommst,
Sag: Ich ließ sie grüßen;
Wenn sie fraget, wie mirs geht?
Sag: auf beyden Füßen.
Wenn sie fraget: ob ich krank?
Sag: ich sey gestorben;
Wenn sie an zu weinen fangt,
Sag: ich käme morgen.

 

Stern

Ich sehe ihn wieder
Den lieblichen Stern.
Er winket hernieder,
Er nahte mir gern;
Er wärmet und funkelt,
Je näher er kömmt,
Die andern verdunkelt,
Die Herzen beklemmt.

Die Haare im Fliegen
Er eilet mir zu,
Das Volk träumt von Siegen,
Ich träume von Ruh',
Die andern sich deuten
Die Zukunft daraus,
Vergangene Zeiten
Mir leuchten ins Haus.

 

 1538170-e1ef792af4ad428e25838e57041e1774.jpg
Achim von Arnim (26 januari 1781 - 21 januari 1831)
Schloss Wiepersdorf in Brandenburg, het geboortehuis van  Achim von Arnim

 

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Carroll werd geboren op 26 januari 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Carroll op dit blog.

Uit: From the Teeth of Angels

“He and a bunch of other journalists were in Rumania a year before the fall of that government. The living standards were horrible and it was impossible to get a decent meal, even in the supposed best restaurants in Bucharest. But one guy had heard about a place, and they all went. They almost fell over backward when they saw what was offered on the menu. The most exquisite French cuisine—escargots, white truffles, and a wine list that was amazing. What a find! Was this the end of the rainbow? Whatever it was, first they feasted on the possibilities the menu offered, then very carefully made their selections. The waiter nodded and disappeared. They were the only customers in the place but thought that was because the food was obscenely expensive by Rumanian standards. An hour passed but nothing came. They hadn’t even seen the waiter in that time. By then they were getting suspicious. Finally he reappeared, very upset, and said unfortunately none of the things they’d ordered was available tonight. What else would they like? He offered menus and they chose again—lovely second choices. Another hour passed and the same thing happened—no food, no sign of the waiter. When he appeared he told them again he was sorry, but these things were also unavailable tonight. They were on the verge of killing him by now. What was available? He said pork. Pork? That’s all? Yes, that’s it. Why? Why hadn’t he told them that two hours ago and spared them the wait, rather than offering the menu that had them all drooling with anticipation?“

 

 1538170-ffe5ce68400f3ee56557210c628c0c24.jpg
Jonathan Carroll (New York, 26 januari 1949)

 

 

De Nederlandse schrijver Gerrit Jan Zwier werd geboren in Leeuwarden op 26 januari 1947. Zie ook alle tags voor Gerrit Jan Zwier op dit blog.

Uit: Het noordelijk gevoel

"De kapitein heet Kalashnikov, wat niet een geruststellende klank heeft. (....) Onder het dozijn passagiers bevinden zich enige opvallende karakters. Het luidruchtigst is een bejaarde Zwitserse dame op hoge hakken, met een oranje geverfde mond en de scherpe tong van Simon Wiesenthal. Wat Frau Junius op Groenland zoekt, zal voor mij een mysterie blijven. Waarchijnlijk zoekt zij gezelschap. Toch loop ik al gauw met een boog om haar heen, want zij heeft de neiging iedereen in haar omgeving tot dienstpersoneel te degraderen. De één draagt haar tas, een tweede haast zich naar de keuken om daar haar voedingsinstructies door te geven ('Keine Zwiebeln') en een derde biedt haar een arm als ze slingerend en kreetjes slakend over de hellende vloer van de eetzaal op weg is naar haar zitplaats.
'Hoe kan men hier leven?!' zal zij regelmatig uitroepen als het schip ergens het anker uitwerpt.
'Iedereen wil hier toch zeker weg?' is een goede tweede.
'Die arme, arme mensen! De video is een uitkomst voor deze barbaarse omgeving', mag er ook zijn".

 

 1538170-01c5af06bf72201fc30b50c6cc7caad1.jpg
Gerrit Jan Zwier (Leeuwarden, 26 januari 1947)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn tweede blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:39 Reageer op dit bericht

Bhai, Rudolf Alexander Schröder, François Coppée, Eugène Sue, Jochen Missfeldt

De Surinaamse dichter Bhai (eig.James Ramlall) werd geboren op 26 januari 1935 in het toenmalige district Suriname. Zie ook alle tags voor Bhai op dit blog.

 

ma-beta
(Moeder en Zoon)

Blank
is het rijstveld.
Een slanke vrouw
met bibit in d'r hand

Mááaaa............!

De stilte verbroken;
brokstukken vallen uiteen.
De echo weergalmt,
De luchtzee resoneert,
De blanke watermassa rimpelt,
De bladeren aan de bomen ritselen.
Dan richt de vrouw zich op,
kijkt,
legt de jonge plantjes neer
en glimlacht:
Mijn zoon is thuisgekomen!

 

 

chiriya aur naiya
(Vogel en Schip)

Ik ben een kleine, niet'ge koyal,
gezeten op een amrud-twijg.
De baren van de luchtzee
doen deinen mijn tere weke boot....
Schommel maar mijn scheepje,
dein maar op en neer.
Je lading zal nimmer kantelen,
noch zinken zal ze ooit:
Weet dat jouw lading vleugels heeft!

 

 1538155-9d2b7e464f4a33aa4e7cc997fa087eb5.jpg
Bhai (District Suriname, 26 januari 1935)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Alexander Schröder werd geboren op 26 januari 1878 in Bremen. Zie alle tags voor Rudolf Alexander Schröder op dit blog.

 

Sonett an eine Verstorbene

An jedem Tage gibt's ein Abschiednehmen;
Und irgend etwas, das uns angehört,
Wird jeden Augenblick für uns zerstört
Und wandelt hin zu den vergessenen Schemen.

Wohl, über dieses soll sich keiner grämen,
Weil immer auch ein Neues uns betört;
Und kein Verlassen ist so unerhört,
Dem wir uns nicht zu guter Letzt bequemen.

So gehn auch wir, und lassen alle Welt
Und sind nicht mehr; und jenes Wort: Gewesen
Erklingt von uns, wie wir's von vielem sagen.

Doch daß auch du dich denen zugesellt,
Von denen wir nur noch den Namen lesen,
Mein Herze will das nicht, und will's nicht tragen!

 

 

Im Dunkeln tret ich gern hinaus

Im Dunkeln tret ich gern hinaus,
die Sterne schaun zur Nacht,
sie halten über jedem Haus
vieltausendfält’ge Wacht.

Vieltausendfalt die schöne Schar,
die gleiche je und je
und führt mich durch das runde Jahr
wie meine Väter eh.

Da such ich, den ich nie gesehn,
den Einen für und für,
ob er mir winke nachzugehn
bis vor Marien Tür.

 

 1538155-da27cce5fc18e86d58f2cd1340d98913.jpg
Rudolf Alexander Schröder (26 januari 1878 – 22 augustus 1962)
Hier met  Paul Celan (links) in Bremen, 1958

 

 

De Franse dichter en schrijver François Coppée werd geboren op 26 januari 1842 in Parijs. Zie ook alle tags voor François Coppée op dit blog.

 

Décembre

Le hibou parmi les décombres
Hurle, et Décembre va finir ;
Et le douloureux souvenir
Sur ton coeur jette encor ses ombres.

Le vol de ces jours que tu nombres,
L'aurais-tu voulu retenir ?
Combien seront, dans l'avenir,
Brillants et purs ; et combien, sombres ?

Laisse donc les ans s'épuiser.
Que de larmes pour un baiser,
Que d'épines pour une rose !

Le temps qui s'écoule fait bien ;
Et mourir ne doit être rien,
Puisque vivre est si peu de chose.

 

Juin

Dans cette vie ou nous ne sommes
Que pour un temps si tôt fini,
L'instinct des oiseaux et des hommes
Sera toujours de faire un nid ;

Et d'un peu de paille ou d'argile
Tous veulent se construire, un jour,
Un humble toit, chaud et fragile,
Pour la famille et pour l'amour.

Par les yeux d'une fille d'Ève
Mon coeur profondément touché
Avait fait aussi ce doux rêve
D'un bonheur étroit et caché.

Rempli de joie et de courage,
A fonder mon nid je songeais ;
Mais un furieux vent d'orage
Vient d'emporter tous mes projets ;

Et sur mon chemin solitaire
Je vois, triste et le front courbé,
Tous mes espoirs brisés à terre
Comme les oeufs d'un nid tombé.

 

 1538155-2d2d63ba5f34a0de4c284b011a6a2c3d.jpg
François Coppée (26 januari 1842 – 23 mei 1908)
In zijn werkkamer, 1908

 

 

De Franse schrijver Eugène Sue zou geboren zijn op 26 januari 1804. Zie alle tags voor Eugène Sue op dit blog

Uit: Les mystères de Paris

“Un tapis-franc, en argot de vol et de meurtre, signifie un estaminet ou un cabaret du plus bas étage.
Un repris de justice, qui, dans cette langue immonde, s'appelle un ogre, ou une femme de même dégradation, qui s'appelle une ogresse, tiennent ordinairement ces tavernes, hantées par le rebut de la population parisienne; forçats libérés, escrocs, voleurs, assassins y abondent.
Un crime a-t-il été commis, la police jette, si cela se peut dire, son filet dans cette fange; presque toujours elle y prend les coupables.
Ce début annonce au lecteur qu'il doit assister à de sinistres scènes; s'il y consent, il pénétrera dans des régions horribles, inconnues; des types hideux, effrayants, fourmilleront dans ces cloaques impurs comme les reptiles dans les marais.
Tout le monde a lu les admirables pages dans lesquelles Cooper, le Walter Scott américain, a tracé les mœurs féroces des sauvages, leur langue pittoresque, poétique, les mille ruses à l'aide desquelles ils fuient ou poursuivent leurs ennemis.
On a frémi pour les colons et pour les habitants des villes, en songeant que si près d'eux vivaient et rôdaient ces tribus barbares, que leurs habitudes sanguinaires rejetaient si loin de la civilisation.
Nous allons essayer de mettre sous les yeux du lecteur quelques épisodes de la vie d'autres barbares aussi en dehors de la civilisation que les sauvages peuplades si bien peintes par Cooper.
Seulement les barbares dont nous parlons sont au milieu de nous; nous pouvons les coudoyer en nous aventurant dans les repaires où ils vivent, où ils se rassemblent pour concerter le meurtre, le vol, pour se partager enfin les dépouilles de leurs victimes.”

 

 1538155-0d7f24a50830111aff6c4e1e6f2af298.jpg
Eugène Sue (26 januari 1804 – 3 augustus 1857)
Scene uit de gelijknamige film met o.a. Jean Marais en Dany Robin, 1962

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jochen Missfeldt werd geboren op 26 januari 1941 in Satrup. Zie ook alle tags voor Jochen Missfeldt op dit blog.

Uit:Du graue Stadt am Meer. Der Dichter Theodor Storm in seinem Jahrhundert

„Was Storm und die Poesie angeht: In der Hansestadt Lübeck hat er vom Baum der Erkenntnis gegessen, in Altona an der Elbe bringt sie ihn in ihre Gewalt. In Gestalt eines unschuldigen Kindes tritt sie ihm entgegen, und Storm nutzt die Weihnachtsbescherung von 1836, um das eigene Poeten-Ich zu beleuchten und besser zu erkennen. Wir hören, an die Adresse eines Kindes gerichtet, leidenschaftliche Liebeslieder, Gesänge der Sinnlichkeit und des heftigen Begehrens.
Wer war dieses Kind? Bertha von Buchan wurde am 1. Februar 1826 in Rumburg (tschechisch: Rumburk) geboren. Heute liegt der Ort unmittelbar am deutsch-tschechischen Grenzübergang Seifhennersdorf. Die katholische Adelsfamilie von Buchan stammte aus Böhmen. Berthas böhmische Herkunft mag auf Storm einen besonderen Reiz ausgeübt haben. »Böhmen«, das klingt immer noch nach Musik, von daher kamen wanderndes Volk, Zitherspieler und Harfenmädchen.
Berthas Vater Eduard von Buchan hatte ein ansehnliches Erbteil erhalten, eine segensreiche Erziehung und Ausbildung legten ihm einen günstigen Grund; er wurde ein tüchtiger Geschäftsmann, der sich für Kunst und Kunsthandel interessierte. Berthas Mutter starb bald nach der Geburt des Kindes. Da Buchan seine Tochter nicht der frommen, katholischen Verwandtschaft seiner Frau zur Erziehung überlassen wollte, gab er sie in andere Hände, nach Hamburg, wo er oft in Geschäftsangelegenheiten gewesen war. Therese Rowohl (1782–1879) hieß die Pflegemutter, sie sollte Bertha im protestantischen Sinne erziehen, und er wollte dafür gut zahlen.
Auf einer farbigen Miniatur von 1833, Bertha ist sieben Jahre alt, sieht man das Kind zurechtgemacht als Erwachsene, in einem rosafarbigen, eng anliegenden, fast schulterfreien Kleid mit Puffärmeln.“

 

 1538155-670d17b72c18265784af38e5a5d17ab8.jpg
Jochen Missfeldt (Satrup, 26 januari 1941)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:38 Reageer op dit bericht

Philip José Farmer, Alfons Paquet, Lode Baekelmans, Jan van Hoogstraten, Delphine Gay, Sabino Arana Goiri

De Amerikaanse schrijver Philip José Farmer werd geboren in North Terre Haute (Indiana) op 26 januari 1918. Zie ook alle tags voor Philip José Farmer op dit blog.

Uit: To Your Scattered Bodies Go

“Slowly, he turned over in a somersault. Then the resistance halted him with his fingertips about six inches from the rod. He straightened his body out and moved forward a fraction of an inch. At the same time, his body began to rotate on its longitudinal axis. He sucked in air with a loud sawing noise. Though he knew no hold existed for him, he could not help flailing his arms in panic to try to seize onto something.
Now he was face "down," or was it "up"? Whatever the direction, it was opposite to that toward which he had been looking when he had awakened. Not that this mattered. "Above" him and "below" him the view was the same. He was suspended in space, kept from falling by an invisible and unfelt cocoon. Six feet "below" him was the body of a woman with a very pale skin. She was naked and completely hairless. She seemed to be asleep. Her eyes were closed, and her breasts rose and fell gently. Her legs were together and straight out, and her arms were by her side. She turned slowly like a chicken on a spit.
The same force that was rotating her was also rotating him. He spun slowly away from her, saw other naked and hairless bodies, men, women, and children, opposite him in silent spinning rows. Above him was the rotating naked and hairless body of a Negro.”

 

 1538147-aabf55ff73b482bd162d67a3de14984a.jpg
Philip José Farmer (26 januari 1918 - 25 februari 2009)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en journalist Alfons Paquet werd geboren op 26 januari 1881 in Wiesbaden. Zie ook alle tags voor Alfons Paquet op dit blog.

Uit: Im kommunistischen Rußland. Briefe aus Moskau

„In Wilna geht ein Alltag zu Ende, voll Gewöhnung an das Leiden, vom Schicksal abseits gestellt zu sein, bis eines Tages das Weitere geschehen wird. Die bronzene Kaiserin Katharina, nach rascher Eroberung einst Herrin dieser Stadt, hat sich nach unbekanntem Ort begeben. Die rötlichen Marmorquadern ihres Denkmals klaffen, kunstgerecht zerlegt, vor den Laubkulissen der öffentlichen Anlage. Volk ist über die warmen Straßen ausgeschüttet, bäuerlich langsam geht es einher, oder steht bettlerhaft vor Kircheneingänge hingepflanzt oder kleinhandelsmäßig in Läden beschäftigt. Landsturmleute mit gelben Blasinstrumenten gehen durch Geschäftsstraßen in der Richtung auf das Kasino. Aus oberen Stockwerken bellen Grammophone. Ein ländlich gebogener Fluß in hängenden Ufern umschimmert Flöße, gibt Anglern ihr dunkles Spiegelbild. Die weiße Kathedrale, griechisch und barock, bewacht den weiten Platz vor dunkel dämmernden Bäumen des Stadtgartens. Die Kirchen zeigen viel Eigentümlichkeit des Ortes. Die eine ist von kniendem Volk gefüllt, die Schellen vor dem Altar erklingen, der Weihrauch webt gewaltig duftend über die Köpfe hin, die Herzen werden kindUchin einem schmachtenden, in süße Terzen gefesselten Gesang. Vor den Stufen der anderen Kirche halten Droschken. Roter Laufteppich, offene Tür, elektrische Lichter, verhüllte Fahnen. Die in sich beschäftigte Gruppe einer Trauung: der Priester und das junge Paar, alle ein wenig bohemehaft, von kleinstädtischen Mädchen atemlos umstarrt. Im unsichtbaren Chor von der Orgel herab führt eine Frauenstimme, klar und durchdringend, die frohe altitalienische Melodie immer und immer einen fatalen halben Ton zu hoch.
Aus dem alten Eisenbahnwagen, zwischen eingeschlafenen Offizieren, sehe ich im schwachen Licht der Mitternacht die Stellungen der alten fürchterlichen Front bei Smorgon, wo vor einem Jahr der letzte Ansturm der russischen Massen ankam und zusammenbrach. Zwei Uhr nachts, es ist kühl, auf dem punktweise von starken Laternen beleuchteten Bahnhof von Molodetschno verteilen sich die Ankömmlinge auf Anschlußzüge. Ein langer russischer Zug, ohne Lichter, steht finster da“.

 

 1538147-02a25b04cd75d5918b16632d6c278813.jpg
Alfons Paquet (26 januari 1881 – 8 februari 1944)
In 1908

 

 

De Vlaamse schrijver Lode Baekelmans werd geboren in Antwerpen op 26 januari 1879. Zie ook alle tags voor Lode Baekelmans op dit blog.

Uit: Athenaeumtijd

“- 't Zal plezant zijn!
- Laat ons het bestuur maar kiezen.
- De Waal wordt Voorzitter, besliste de Snuggere, Willem Secretaris en ik Schatbewaarder...
- Ja maar, weifelde een.
- Zoo moet het zijn, steunde ook de Zeeman, ik word Ondervoorzitter en de ‘Scherpe’ Raadsman... We betalen vijf eens contributie per maand te beginnen van vandaag!
- Maar mijn cens zijn op, bekende de Schatbewaarder.
- Dat is niks, zei de Zeeman, ik zal u vijf eens leenen tot Zondag.
- 't Is goedgekeur, besloot de Voorzitter, Willem zal de reglementen maken ... maar een maatschappij moet hebben een naam.
- De lustige Jongens, bedacht de Scherpe.
- Neen, meende de Voorzitter.
- De jonge Strijders...
- Jong maar moedig!
- De jonge Klauwaerts...
- Licht immer Licht! verzon Willem.
- 't Is 'n schoon titel, oordeelde de Voorzitter, 't is veur de strijd veur de onderwijs.
- Licht immer Licht, stemde de Snuggere in, alleman vijf eens... En al de mannen van de klas moeten lid worden, behalve Piet want die kreeg een buis! En zonder diploma geen lid...
- Dat moet in het reglement geschreven worden, eischte de Zeeman.”

 

 1538147-b59f5f69494cc0f5074e35c4ab070126.jpg
Lode Baekelmans (26 januari 1879 - 11 mei 1965)

 

 

De Nederlandse dichter Jan van Hoogstraten werd geboren in Rotterdam op 26 januari 1662. Zie ook alle tags voor Jan van Hoogstraten op dit blog.

 

Zang

1.
Na de wijze van den XXXVII. Psalm.
't Word eenmaal tijd, den doolhof uit te treden,
Die hier op aard den blinden mens verleyt;
De Ziel te ontslaan van snoo genegentheden,
En Gode 't hart op te offeren, bereyt
Den weg des heils, hoe zeer van ramp bestreden,
Te zoeken om 't genot der zaligheyt.

2
Gun ons, ô Heer, met lust, in die gedagten
Te streven naar het allerhoogste goed,
Om uwe liefde al 't aardse te veragten,
Al 's werrelts lust te treden met de voet!
Zoo mogen we eens gerust ons heil betragten,
Van 't kwaad verlost, dat elk hier dolen doet.

 

 1538147-619f06d9a08d3c60886d930b26ac565a.jpg
Jan van Hoogstraten (26 januari 1662 – 28 juli 1736)
Rotterdam, de Wester Nieuwe Hoofdpoort oftewel de Witte Poort in de 17e eeuw

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Delphine Gay werd geboren op 26 januari 1804 in Aken. Zie ook alle tags voor Delphine Gay op dit blog.

Uit:À ma mère (Fragment)

En vain dans mes transports ta prudence m’arrête ;
Ma mère, il n’est plus temps ; tes pleurs m’ont fait poète !
Si j’ai prié le Ciel de me les révéler,
Ces chants harmonieux, c’est pour te consoler.
D’un tel désir pourquoi me verrais-je punie ?
Les maux que tu prédis ne sont dus qu’au génie ;
À d’illustres malheurs, va, je n’ai pas de droits :
Quel cri peut s’élever contre une faible voix ?
Vit-on jamais les chants d’une muse pieuse
Exciter les clameurs de la haine envieuse !
Non, l’insecte rongeur qui s’attache au laurier
Épargne en son dédain la fleur de l’églantier.
Ah ! de la gloire un jour si l’éclat m’environne,
Comme une autre parure acceptant sa couronne,
Je dirai : « Son éclat sur toi va rejaillir ;
Aux yeux de ce qu’on aime elle va m’embellir. »
À ce cruel destin, hélas ! me faut-il croire ?
Pourquoi me fuirait-on ? Le flambeau de la gloire,
Dont la splendeur effraye et séduit tour à tour,
N’est qu’un phare allumé pour attirer l’amour ;
Qu’il vienne !… Sans regret et changeant de délire,
Au pied de ses autels j’irai briser ma lyre ;
Mais dois-je désirer ce bonheur dangereux ?

 

 1538147-0904683e116e8de9e7deb7314fcadda3.jpg
Delphine Gay (26 januari 1804 – 29 juni 1855)
Lithografie naar Caecilie Brandt, ca 1860

 

 

De Baskische schrijver en politicus Sabino de Arana y Goiri werd geboren op 26 januari 1865 in Bilbao. Zie ook alle tags voor Sabino Arana Goiri op dit blog.

Uit: Que Somos (What are we?)

“The physiognomy of the Bizkaian is intelligent and noble; that of the Spaniard inexpressive and gloomy. The Bizkaian walks upright and manly; the Spaniard... has a feminine air (example, the bullfighter).
The Bizkaian is energetic and agile; the Spaniard lax and dull. The Bizkaian is intelligent and skillful in any type of task; the Spaniard lacks intelligence and ability for even the simplest of jobs. The Bizkaian is hardworking (witness his slopes cultivated to the hilltops); the Spaniard is lazy and slothful (witness his immense plains absolutely devoid of vegetation). The Bizkaian’s character degenerates through contact with the outsider; the Spaniard needs from time to time a foreign invasion to civilize him.”

 

 1538147-3867321d973461a0252bb0eb28c2444c.jpg
Sabino Arana Goiri (26 januari 1865 – 25 november 1903)
In de Larrínaga gevangenis, 1895

Geschreven door Romenu om 19:38 Reageer op dit bericht

Am dritten Sonntage nach Heilige Drei Könige (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Am dritten Sonntage nach Heilige Drei Könige

 

 

 1538140-eab8e471bc921e238a916d0f701d11df.jpg
Jezus geneest een melaatse door Jean-Marie Melchior Doze, 1864

 

 

Am dritten Sonntage nach Heilige Drei Könige
Evang.: Vom Aussätzigen und Hauptmann

"Geh hin, und dir gescheh, wie du geglaubt!"
Ja, wer da glaubt, dem wird sein Heil geschehen;
Was aber ihm, dem in verborgnen Wehen
Das Leben hat sein Heiliges geraubt?

Herr, sprich ein Wort, so wird dein Knecht gesund!
Herr, sprich das Wort, ich kann ja nichts als wollen;
Die Liebe kann das Herz dir freudig zollen,
Der Glaube wird ja nur als Gnade kund!

Wie kömmt es, da ich dich am Abend rief,
Da ich am Morgen ausging dich zu finden,
Daß du in Lauheit und des Zweifels Sünden
Mich sinken ließest, tiefer stets und tief?

Ist nicht mein Ruf in meiner höchsten Not
Zu dir empor geschollen aus der Tiefe?
Und war es nicht, als ob ich Felsen riefe?
Indes mein Auge stets von Tränen rot.

Verzeih, o Herr, was die Bedrängnis spricht!
Ich habe dich doch oft und süß empfunden,
Ich war ja Eins mit dir zu ganzen Stunden,
Und in der Not gedacht' ich dessen nicht!

Und ist mir nun, als sei ich ganz allein
Von deinem weiten Gnadenmahl verloren,
Der ausgesperrte Bettler vor den Toren:
O Gott, die Schuld ist doch gewißlich mein!

Fühlt' ich in Demut, wie ich nimmer wert,
Daß ich dein Wort in meinem Geist empfangen,
Daß meine Seufzer an dein Ohr gelangen,
Daß meine Seele dich erkennt und ehrt?

Mein Herr, gedenke meiner Sünden nicht!
Wie oft hab' ich auf selbstgewähltem Pfade
Geschrien im Dunkel, Gott, um deine Gnade
Wie um ein Recht und wie um eine Pflicht!

O hätt' ich ihre Gaben nicht versäumt,
Hätt' ich sie nicht zertreten und verachtet!
Ich stände nicht so grauenvoll umnachtet,
Daß das entfloh'ne Licht mir wie geträumt.

Wie oft ist nicht, noch eh' die Tat geschah,
Die als Gedanke lüstern mich umflogen,
In milder Warnung still vorbeigezogen
Dein Name mir, dein Bild auf Golgatha!

Und wenn ich nun mich frevelnd abgewandt,
Die Sünde, die ich klar erkannt begangen,
Wie hast du dann in reuigem Verlangen
Nicht oft in meiner Seele nachgebrannt!

Ach, viel und schwere Sünden übt' ich schon,
Noch mehr der Fehle, klein in ihren Namen,
Doch groß in der Verderbnis tiefstem Samen,
Taub für des jammernden Gewissens Ton!

Nun ist mir endlich alles Licht dahin
Und öfters deine Stimme ganz verschollen;
Doch wirf mich, o du siehst, ich kann noch wollen,
Nicht zu den Toten, weil ich lebend bin!

Mein Jesu, sieh, ich bin zu Tode wund
Und kann in der Zerrüttung nicht gesunden!
Mein Jesu, denk' an deine bittern Wunden
Und sprich ein Wort, so wird dein Knecht gesund!

 

 

 1538140-c209bff2132eabb03e8f600712606d92.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Haus Rüschhaus, waar Anette vanaf 1826 woonde, van boven gezien

Geschreven door Romenu om 19:37 Reageer op dit bericht

Jos van Daanen

De Nederlandse dichter en schrijver Jos van Daanen werd geboren op 26 januari 1959 in Kerkrade.Na het behalen van zijn vwo-diploma studeerde hij Nederlandse taal- en letterkunde en Algemene Literatuurwetenschap in Nijmegen. Gedichten van hem verschenen onder andere in Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, Krakatau, Op Ruwe Planken en in gelegenheidsbundels. Ook geeft hij regelmatig acte de présence met zijn gedichten bij diverse poëziepodia.

 

Tot er woorden waren, waren we niets

In het bladstil, in het oranje waar zon en maan
de schemering bedrijven, in de blik van glurend fauna
en de klamme veeg van klossend water over griend
zijn we opgestaan.

We schepten loof en legden op- en ondergang
op linnen vast. Jij zat in alle kleuren en ik schiep koffie,
sigaretten om het ruwe leven af te dwingen. Samen
gaven we licht.

Maar tot er woorden waren, waren we niets, en zelfs nu
zijn we nauwelijks. We zijn nog maar amper
goden in het spel, te druk met het wijzigen
van de regels.

 

 1545353-1ad871f3e73004431fb079135e299e66.jpg
Jos van Daanen (Kerkrade, 26 januari 1959)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten