Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 30 oktober 2011

Fjodor Dostojevski, Friedhelm Rathjen, Ezra Pound, Paul Valéry

De Russische schrijver Fjodor Michajlovitsj Dostojevski werd geboren ergens tussen 30 oktober en 11 november 1821 in Sint Petersburg. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor  Fjodor Dostojevski op dit blog.

 

Uit: Witte nachten (Vertaald door Marko Fondse)

 

„Neem hem eens van terzijde op, Nastjenka, en u zult meteen zien dat dit vreugdevolle gevoel reeds een gunstige uitwerking heeft gehad op zijn zwakke zenuwgestel en zijn ziekelijk overspannen fantasie. Kijk, zijn denken is reeds helemaal in de ban van een of ander… Wat denkt u, vertoeft hij in gedachten bij zijn avondmaal, bij de vrije avond die voor hem ligt? Wáár kijkt hij toch naar? Soms naar die deftig uitziende hier die zo’n schilderachtige buiging maakt voor die dame die in een schitterende, met snelvoetige rossen bespannen koets langs hem heen ijlt? Welnee, Nastjenka, wat kunnen dergelijke kleinigheden hem op dat moment eigenlijk schelen! Neen, momenteel is hij rijk omdat hij zijn eigen bijzondere leven leidt; hij heeft als het ware plotseling fortuin gemaakt en de laatste straal waarmee de uitdovende zon afscheid neemt heeft niet tevergeefs zo vrolijk voor hem gefonkeld en uit zijn warmgelopen hart een hele zwerm impressies te voorschijn geroepen. Op dat moment ziet hij amper de weg waarop hij loopt, hoewel er voordien op die weg niet het minste kon voorvallen, of het trof hem. Thans heeft ‘de godin fantasie’ (misschien heeft u Zjoekovski ook gelezen, Nastjenka) reeds met haar grillige hand haar gouden schering gegeven en is zij reeds doende voor zijn ogen de siermotieven van een sprookjesachtig, nog nooit geleefd bestaan aan te brengen – en wie weet, misschien heeft haar in luimen bedreven hand hem reeds opgeheven van het prachtig aangelegde granieten trottoir waarover hij huiswaarts wandelt, naar de kristallijnen zevende hemel. Probeert u hem nu maar eens staande te houden en hem opeens te vragen waar hij zich momenteel bevindt en welke straten hij is doorgekomen – dan zal zeker blijken dat hij daar niets meer van afweet, noch van waar hij geweest is, noch van waar hij momenteel is en blozend van ergernis zal hij een fatsoensleugentje verzinnen om de situatie te redden. Vandaar ook dat hij zo schrikachtig reageerde en bijna een kreet geslaakt had en ontzet om zich heenblikte, toen een allerbraafst oud vrouwtje hem op het trottoir staande hield om hem de weg te vragen. Met een frons van ergernis op zijn gezicht stapt hij verder, nauwelijks merkend dat meer dan één voorbijganger om hem moest glimlachen en hem nakijkt en dat een klein meisje, dat schuchter voor hem op zij gaat, met grote ogen staart naar de brede, contemplatieve glimlach en zijn gesticulerende handen en dat dan in lachen uitbarst.“

 

 

 

1021903-494d3ed82dd20af28f6f7975f2ef0760.jpg
Fjodor Dostojevski (30 oktober 1821 - 9 februari 1881)

Standbeeld voor de Nationale Bibliotheek in Moskou

 

 

 


De Duitse schrijver, vertaler en literauurwetenschapper
Friedhelm Rathjen werd geboren op 30 oktober 1958 in Westerholz. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2008 en ook mijn blog van 30 oktober 2009 en ook mijn blog van 30 oktober 2010

 

Uit: Quadratur des Kreises: wie Finnegans Wake übersetzen?

 

„Solange wir nicht wissen, worum es in Finnegans Wake eigentlich geht (falls es darin überhaupt um etwas geht und das Buch nicht einfach selbst ein Etwas ist), solange können wir auch nie sicher sein, ob nicht etwas verlorengeht, wenn wir irgend etwas im Text verändern. Deswegen sollte der Übersetzer so wenig verändern wie irgend möglich: also nicht frei übersetzen, wenn es eine Möglichkeit gibt, pedantischer zu übersetzen; sich nicht verpflichtet fühlen, in der Übersetzung einen guten deutschen Stil zu pflegen, wo schlechter deutscher Stil der Satzstruktur im Original näherkommt (dies ist übrigens auch der Grund dafür, daß ich glaube, ein guter Übersetzer und ein guter Wake-Übersetzer seien zwei ganz und gar unterschiedliche Paar Schuh); schließlich sollte man meines Erachtens versuchen, jeden Joyceschen Kalauer, jede Doppeldeutigkeit, jede Anspielung, jeden Klangeffekt oder was auch immer im Text vorkommt zu reproduzieren, und zwar möglichst genau an jener Stelle, wo es auch im Original auftritt (vielleicht ist die Stelle bedeutsam - wissen kann der Übersetzer das natürlich nicht, weil er nichts versteht.)
Meine Art und Weise, Finnegans Wake zu übersetzen, besteht also daraus, daß ich erstens alle Informationsschichten, die ich im Original vorfinde, identifiziere und voneinander ablöse, zweitens alle Informationsbrocken ins Deutsche übertrage und drittens soviel wie möglich von diesen übersetzten Informationsbrocken wieder miteinander vermenge. Dieser Ablauf klingt womöglich simpel (was er nur theoretisch ist), und er klingt folgerichtig, doch man sollte zur Kenntnis nehmen, daß manche Leute gänzlich andere Methoden bevorzugen. Manche Leute ziehen es vor, nur die offensichtlichste Sinnschicht des Textes herauszugreifen und alles andere wegzulassen; dies scheint die Methode des französischen Übersetzers Philippe Lavergne zu sein.“

 

 

1021903-e966d99492ee58d078d5896e4baccb03.jpg
Friedhelm Rathjen (Westerholz, 30 oktober 1958)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Ezra Pound werd geboren in Hailey, Idaho op 30 oktober 1885. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Ezra Pound op dit blog.

 

Uit: Canto II

 

The ship landed in Scios,

men wanting spring-water,

And by the rock-pool a young boy loggy with vine-must,

"To Naxos? Yes, we'll take you to Naxos,

Cum' along lad." "Not that way!"

"Aye, that way is Naxos."

And I said: "It's a straight ship."

 

And an ex-convict out of Italy

knocked me into the fore-stays,

(He was wanted for manslaughter in Tuscany)

And the whole twenty against me,

Mad for a little slave money.

 

And they took her out of Scios

And off her course...

And the boy came to, again, with the racket,

And looked out over the bows,

and to eastward, and to the Naxos passage.

 

God-sleight then, god-sleight:

Ship stock fast in sea-swirl,

Ivy upon the oars, King Pentheus,

grapes with no seed but sea-foam,

Ivy in scupper-hole.

 

Aye, I, Acœtes, stood there,

and the god stood by me,

Water cutting under the keel,

Sea-break from stern forrards,

wake running off from the bow,

And where was gunwale, there now was vine-trunk,

And tenthril where cordage had been,

grape-leaves on the rowlocks,

Heavy vine on the oarshafts,

And, out of nothing, a breathing,

hot breath on my ankles,

Beasts like shadows in glass,

a furred tail upon nothingness.

 

Lynx-purr, and heathery smell of beasts,

where tar smell had been,

Sniff and pad-foot of beasts,

eye-glitter out of black air.

 

The sky overshot, dry, with no tempest,

Sniff and pad-foot of beasts,

fur brushing my knee-skin,

Rustle of airy sheaths,

dry forms in the æther.

 

And the ship like a keel in ship-yard,

slung like an ox in smith's sling,

Ribs stuck fast in the ways,

grape-cluster over pin-rack,

void air taking pelt.

 

Lifeless air become sinewed,

feline leisure of panthers,

Leopards sniffing the grape shoots by scupper-hole,

Crouched panthers by fore-hatch,

And the sea blue-deep about us,

green-ruddy in shadows,

And Lyæus: "From now, Acœtes, my altars,

Fearing no bondage,

fearing no cat of the wood,

Safe with my lynxes,

feeding grapes to my leopards,

Olibanum is my incense,

the vines grow in my homage."

 

The back-swell now smooth in the rudder-chains,

Black snout of a porpoise

where Lycabs had been,

Fish-scales on the oarsmen.

 

And I worship.

 

I have seen what I have seen.

 

When they brought the boy I said:

"He has a god in him,

though I do not know which god."

And they kicked me into the fore-stays.

 

I have seen what I have seen:

Medon's face like the face of a dory,

Arms shrunk into fins. And you, Pentheus,

Had as well listen to Tiresias, and to Cadmus,

or your luck will go out of you.

 

Fish-scales over groin muscles,

lynx-purr amid sea...

And of a later year,

pale in the wine-red algæ,

If you will lean over the rock,

the coral face under wave-tinge,

Rose-paleness under water-shift,

Ileuthyeria, fair Dafne of sea-bords,

The swimmer's arms turned to branches,

Who will say in what year,

fleeing what band of tritons,

The smooth brows, seen, and half seen,

now ivory stillness.

 

 

 1021903-fe9b172c40e6e0054ea9b28b8d0f8332.jpg

Ezra Pound (30 oktober 1885 - 1 november 1972)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Paul Valéry werd geboren op 30 oktober 1871 in Sète Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Paul Valéry op dit blog.

 

 

Poésie

 

Par la surprise saisie,

Une bouche qui buvait

Au sein de la Poésie

En sépare son duvet:

 

-Ô ma mère Intelligence,

De qui la douceur coulait

Quelle est cette négligence

Qui laisse tarir son lait?

 

À peine sur ta poitrine,

Accablé de blancs liens,

Me berçait l’onde marine

De ton coeur chargé de biens;

 

À peine, dans ton ciel sombre,

Abattu sur ta beauté,

Je sentais, à boire l’ombre,

M’envahir une clarté!

 

Dieu perdu dans son essence,

Et délicieusement

Docile à la connaissance

Du suprême apaisement,

 

Je touchais à la nuit pure,

Je ne savais plus mourir,

Car un fleuve sans coupure

Me semblait me parcourir...

 

Dis, par quelle crainte vaine,

Par quelle ombre de dépit,

Cette merveilleuse veine

À mes lèvres se rompit?

 

Ô rigueur, tu m’es un signe

Qu’à mon âme je déplus!

Le silence au vol de cygne

Entre nous ne règne plus!

 

Immortelle, ta paupière

Me refuse mes trésors,

Et la chair s’est faite pierre

Qui fut tendre sous mon corps!

 

Des cieux même tu me sèvres,

Par quel injuste retour?

Que seras-tu sans mes lèvres?

Que serai-je sans amour?

 

Mais la Source suspendue

Lui répond sans dureté:

-Si fort vous m’avez mordue

Que mon coeur s’est arrêté!

 

 

 

 1021903-8bc68525d67b7c1818123e58cd7b95fc.jpg

Paul Valéry (30 oktober 1871 – 20 juli 1945)



Zie voor nog meer schrijvers van de 30e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:23 Reageer op dit bericht

Georg Heym, Kostas Karyotakis, Michal Ajvaz, Richard Sheridan, Phillipe Aubert de Gaspé

De Duitse dichter Georg Heym werd geboren op 30 oktober 1887 in Hirschberg. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Georg Heym op dit blog.

 

 

Die Stadt

 

Sehr weit ist diese Nacht. Und Wolkenschein

Zerreißet vor des Mondes Untergang.

Und tausend Fenster stehn die Nacht entlang

Und blinzeln mit den Lidern, rot und klein.

 

Wie Aderwerk gehn Straßen durch die Stadt,

Unzählig Menschen schwemmen aus und ein.

Und ewig stumpfer Ton von stumpfem Sein

Eintönig kommt heraus in Stille matt.

 

Gebären, Tod, gewirktes Einerlei,

Lallen der Wehen, langer Sterbeschrei,

Im blinden Wechsel geht es dumpf vorbei.

 

Und Schein und Feuer, Fackeln rot und Brand,

Die drohn im Weiten mit gezückter Hand

Und scheinen hoch von dunkler Wolkenwand.

 

 

 

An mein Herz...

 

An mein Herz! Auf daß es ruhig werde.

Daß es lerne, wieder ruhig schlagen.

Ruhlos ward's, ein Schiff, das Stürme jagen,

Nacht und Tag umwandert es die Erde.

 

Durch die Straßen werde ich getrieben,

Von der Leidenschaften Mörderkräften

Aufgejagt, es kreist in meinen Säften

Wie ein Gift, dich bitterlich zu lieben.

 

Ein Ahasver, der dem Tod nachrennet

Wie ein Pfeil, such ich nach deinem Kleide.

Ach, wo bist du, Herz ! Wo ist die Weide

Meiner Labsal, eh mein Geist verbrennet.

 

An mein Herz ! Ich kann an nichts mehr denken,

Als an dich, daß ich dich bald umarme,

Wie ein Blitz, der aus dem Wolkenschwarme

Blendend fällt, ins Meer sich zu versenken.

 

 

 

 1021902-f5ee6541a018f254c45291f61867560e.jpg

Georg Heym (30 oktober 1887 – 16 januari 1912)

 

 

 

 

De Griekse dichter en schrijver Kostas Karyotakis werd geboren op 30 oktober 1896 in Tripolis. Zie  ook mijn blog van 30 oktober 2008 en ook mijn blog van 30 oktober 2009 en ook mijn blog van 30 oktober 2010

 

 

Nobility

 

Make your pain into a harp.
Become a nightingale,
become a flower.
When bitter years arrive,
make your pain into a harp
and sing the one song.

 

Don't bind your wound
but with the branches of the rose.
I give you wanton myrrh
- for balm - and opium.
Don't bind your wound,
your purple blood.

 

Tell the gods to "let me die!"
but hold on to the glass.
Buck against your days when
there's a festival for you.
Tell the gods to "let me die!"
but say it with a laugh.

 

Make your pain into a harp.
Refresh your lips
at the lips of your wound.
One dawn, one evening,
make your pain into a harp
and laugh, and die.

 

 

 

Vertaald door Peter J. King en Andrea Christofidou

 

 


1021902-58b33d66134f2325121178a0bda023e7.jpg
Kostas Karyotakis (30 oktober 1896 – 21 juli 1928)

 

 

 

 

De Tsjechische dichter, schrijver, essayist en vertaler Michal Ajvaz werd geboren op 30 oktober 1949 in Praag. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2008 en ook mijn blog van 30 oktober 2010

 

 Uit: The Golden Age (Vertaald door Andrew Oakland)

 

“I was yet more afraid of the Book's peculiar tendency to uncontrollable proliferation and expansion. I knew the Book well enough to realise that it was unlikely that the long period it had spent in a remote part of my brain had sufficed for its deactivation. I knew that once I began bringing extracts from the Book out into the light I would need to proceed with the caution of an experienced pyrotechnician -- without careful handling any of them could explode, spraying over a wide area contents hitherto hidden. The light-minded narrator might have chosen a chapter from the Book and then found himself at the center of a blast, with pages raining down on him by the hundreds.

(…)

 

Genuine reality is the birth of reality, and the birth of reality is an act that is spun out of myth an alive with spirits. We see the world in the convex mirror of a weird obsession that belongs not to us but to the monster that stalks the halls of our consciousness; all plane mirrors are blind.

(…)

 

I should like to reveal to you -- my judicious reader, who is in no particular hurry -- that the most important aspects of any story reside in its digressions, even when connections between a digression and the main story are impossible to establish. This is one of the things I learned on the island, and I believe it to be true of more than just literature.”

 

 

 1021902-12dc5b0ca102f29072ce5b31934a9665.jpg

Michal Ajvaz (Praag, 30 oktober 1949)

 

 

 



De Ierse dichter, schrijver en politicus
Richard Brinsley Sheridan werd geboren in Dublin op 30 oktober 1751. Zie ook ook mijn blog van 30 oktober 2010

 

 

Had I a heart for falsehood framed

 

Had I a heart for falsehood framed,

I ne'er could injure you;

For though your tongue no promise claimed,

Your charms would make me true:

To you no soul shall bear deceit,

No stranger offer wrong;

But friends in all the aged you'll meet,

And lovers in the young.

 

For when they learn that you have blest

Another with your heart,

They'll bid aspiring passion rest,

And act a brother's part;

Then, lady, dread not here deceit,

Nor fear to suffer wrong;

For friends in all the aged you'll meet,

And lovers in the young.

 

 

1021902-3e51dc322c201408a3e36f5adc5f3fe1.jpg 

Richard Sheridan (30 oktober 1751 - 7 juli 1816)

Portret door Joshua Reynolds, 1788-89

 

 

 

 

De Canadese dichter en schrijver Phillipe Aubert de Gaspé werd geboren op 30 oktober 1786 in Quebec. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2006.  Zie ook mijn blog van 30 oktober 2008 en ook mijn blog van 30 oktober 2010

 

Uit: Mémoires

 

“Le soir, son mari arrive de l’ouvrage, tombe sur un coffret qui était au beau milieu de la porte d’entrée, se fait, dans sa chute, une bosse au front grosse comme un oeuf de poule, jure comme un possédé en criant à sa femme d’apporter la bouteille au vinaigre pour bassiner la contusion. Fanchette court au garde-manger ; on entend un bruit de vaisselle cassée, le mari s’égosille à crier : Apporteras-tu à la fin le vinaigre ; où le diable t’a-t-il emportée que tu ne reviens plus !

– Ce n’est rien, mon homme, répond Fanchette, j’avais laissé la bouteille sur le plancher, et j’ai eu le malheur de la casser, mais c’est égal, la saumure vaut encore mieux pour les bosses à la tête, et je cours à la cave.

La malheureuse Fanchette, dans son empressement, s’accroche les jambes quelque part, tombe la tête la première dans la cave et se casse le cou.

Je racontais un jour cette histoire à ma mère, laquelle, après en avoir ri d’assez bon coeur, elle, si propre et si rangée, me demanda où j’avais pris ce conte.

– Mais c’est ma grand-mère qui me l’a fait, lui dis-je.

– Fou que tu es, me dit-elle, tu avais à peine trois ans1, lorsque ma belle-mère mourut ; et ma mère est morte peu de mois après ta naissance.

– Ce qui n’empêche pas, répliquai-je, que j’ai bien connu ma grand-mère, la dernière décédée, s’entend : elle avait une grande paire de lunettes d’argent qui lui pinçaient tellement le nez que si j’eusse été assez fort, lorsque je les empoignais avec mes petites mains, j’aurais plutôt déraciné le nez de ma chère grand-mère qu’emporté les lunettes sans le nez.”

 

 

 1021902-e7b9bf5645facdfec82bfc76f9792c8d.jpg

Phillipe Aubert de Gaspé (30 october 1786 – 29 januari 1871)

Geschreven door Romenu om 19:17 Reageer op dit bericht

Georg-Büchner-Preis voor Friedrich Christian Delius

Georg-Büchner-Preis voor Friedrich Christian Delius 

 

 

Gisteren heeft de Duitse schrijver Friedrich Christian Delius in Darmstadt de Georg-Büchner-Preis in ontvangst genomen. De Georg-Büchner-Preis is de belangrijkste literaire prijs in Duitsland en het Duitse taalgebied. De Deutsche Akademie für Sprache und Dichtung is verantwoordelijk voor de toekenning. Friedrich Christian Delius werd geboren in Rome op 13 februari 1943.Zie ook alle tags voor Friedrich Christian Delius op dit blog.

 

Uit: Die Frau, für die ich den Computer erfand

 

An einem heißen Julitag 1994 entdeckte ich auf der Terrasse des Gasthauses "Burg Hauneck", auf einer abgelegenen Höhe des hessischen Berglands, den alten Herrn, den ich seit Jahren zu sprechen suchte. Obwohl wir verabredet waren, glaubte ich im ersten Moment an eine Erscheinung: so weiß leuchtete sein Haar im Spätnachmittagslicht. Ich trat näher, schaltete das Aufnahmegerät ein, begrüßte ihn und fand später folgende Sätze auf sieben Tonbändern gespeichert:


(Zwischen Oberstoppel und Unterstoppel)

Ja, der bin ich. Aber sprechen Sie meinen Namen nicht so ehrfürchtig aus, junger Mann! Ich bin hier in Zivil, und Sie hoffentlich auch ... Setzen Sie sich! Nein, neben mich, damit Sie was von der Landschaft haben. Außerdem hör ich besser auf dem linken Ohr. Ich hab Ihnen ja gesagt, Sie werden mich auf Anhieb finden, so viele Doppelgänger hab ich nicht, jedenfalls nicht auf der Höhe zwischen Oberstoppel und Unterstoppel ... Ganz meinerseits. Ich freue mich, Sie wiederzusehen. Bitte, nehmen Sie Ihr Gert aus der Tasche, legen Sie es auf den Tisch, ich hab keine Angst vor diesen Maschinchen ... Dafür sind wir ja noch gut, wir Alten, dass wir die Mikrofone füttern, die unersättlichen Raubtiere ... Sie haben auch so ein winziges. Früher, die großen fand ich viel schnittiger, da kam man sich gleich irgendwie bedeutend vor ... Sie haben Ihr Zimmer bezogen? Alles in Ordnung? ... Ja, es ist einfach, aber solide, ich mag diese einfachen Landgasthöfe.

Das Schwimmbad im Keller hätten sie sich sparen können meinetwegen, Schwimmen auf dem Stoppelsberg, das passt irgendwie nicht, oder? ... Haben Sie die Hitze gut Überstanden? ... Ich hab uns den Ecktisch reservieren lassen, mein Stammplatz, bin oft hier oben. Ist doch schön, der weite Blick in die Rhön hinein, auf die spitzen Berge, direkt auf das Hessische Kegelspiel ... Sehr gut, ich sehe, Sie haben keine Frage im Gesicht, was das nun wieder sein soll, das Hessische Kegelspiel. Schon die Hessen aus Frankfurt oder Wiesbaden, keine Ahnung haben sie von den Schönheiten der Vorderrhön, von diesen Basaltkuppeln, den eleganten Basaltkuppeln, erloschne Vulkane, einer neben dem andern. Fast so anmutig wie die Hügel in der Toskana, finden Sie nicht? ... Ich weiß, das hab ich nicht vergessen ... Trotzdem, ich gratuliere, der Test mit dem Kegelspiel ist bestanden. Heimatkunde, das ist immer ein Pluspunkt bei mir. Auch das glaubt mir keiner ... Aber nicht dass Sie denken, ich hätte Sie nur deswegen hierher auf den Stoppelsberg eingeladen, weil Sie die Gegend kennen ... Das werd ich Ihnen noch verraten, später, weshalb Sie heute neben mir sitzen und kein anderer ...“

 

 

 

 1021431-dd4451819104495df13685ef4c479571.jpg

Friedrich Christian Delius (Rome, 13 februari 1943)
Geschreven door Romenu om 08:25 Reageer op dit bericht

Jan Van Loy

De Vlaamse schrijver Jan Van Loy werd op 30 oktober 1964 geboren te Herentals, in de Antwerpse Kempen. Plannen om striptekenaar of professioneel gitarist te worden liepen uit op niets. Na het lezen van De Kapellekesbaan en Catch-22 besloot hij om schrijver te worden. Na zijn burgerdienst ging hij naar de universiteit, begon met Rechten maar eindigde met een diploma Wijsbegeerte. In 2001 won hij met zijn verhaal De hel van Jan Foster de Nieuw Proza Prijs. Zijn roman Bankvlees werd bekroond met de Debuutprijs 2005. Alfa Amerika stond op de shortlist van de Gouden Uil 2006, De heining op de shortlist van de Gouden Uil 2009. Jan Van Loy woont en werkt in Antwerpen.

 

Uit: Bankvlees

 

„De wereld valt niet te veranderen, maar toch proberen we het nog een keer. Met soep.
‘De wereld valt wel te veranderen,’ zegt Anja, een mollige studente die, af te zien aan de heftigheid waarmee ze de uien te lijf gaat, heel wat energie uit haar vetreserves put. ‘Vergelijk maar eens hoe het nu is met hoe het was in de negentiende eeuw.’
‘Cosmetica,’ zeg ik. ‘Twee seconden beschaving verandert niks aan een uur dierlijkheid.’
Onze stemmen resoneren in een uitgestrekte keuken, opgetrokken uit roestvrij staal en witte tegels.
‘Jij bent een pessimist,’ zegt Anja, ‘en pessimisme is conservatief.’
Who cares? Ik sta hier alleen maar prei en penen te hakken omdat ik bijna dol was geworden van het alternatief: thuis zitten met een kop vol dissonanten en niemand om te luisteren.
‘Luister, Anja’tje, ik ben vrijwillig uit de ratrace gestapt. Vind jij dat conservatief?’
‘Noem me niet Anja’tje, oké?’
De groentesoep bevat schilfertjes van een stuk vlees dat in de supermarkt ‘zenuwstuk’ wordt genoemd. Waarom geven we ze geen flinke brokken te kauwen? Zo wordt die soep toch wat substantiëler, pleit ik.
‘Dat is een budgetkwestie,’ zegt Erik, grote baas van de soeponderneming, maar zelf noemt hij zich liever coördinator.“

 

 

1114529-6f830b827bb7d8f5edaab11e78df8ec0.jpg
Jan Van Loy (Herentals, 30 oktober 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten