Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Marja Pruis, Andrew Motion

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marja Pruis werd geboren in Amsterdam op 26 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Marja Pruis op dit blog.

Uit: Huiswerk

“Ik lag vannacht in een gouden tent. Van buiten was alleen het licht zichtbaar, een blote borst, een korte kaki broek. Binnen was het warm en zacht, geluidloos.
Ik lees een boek waarvan de verteller zegt niet sentimenteel te zijn aangelegd. Maar wat is ze dan wel?
De eerste keer dat ik op papier ons huis zag, hoe het er vanbinnen zou gaan uitzien, kon ik wel huilen. Ik kijk nog wel eens rond met die blik, alsof ik het voor het eerst zie. Is het geworden wat ik toen op de tekening zag?
Hartog en ik scheurden plaatjes uit van dingen die we mooi vonden. Een kast, behang. Een badkamer alsof we in Brazilië gingen wonen. Ik had een dik boek, met honderd interieurs van over de hele wereld, met op de omslag een kamer met een boekenwand tot aan het plafond. Die wil ik, dacht ik.
Ik heb hem.
Schrijven vanuit geluk, niet vanuit verlangen, ik denk dat dat het moeilijkste is, maar ook wat me te doen staat.
Er werd ingebroken. Wat het extra eng maakte was dat de inbreker nog in huis moest zijn.
Toen ik naar beneden was gegaan, stond mijn vader daar. Het was stikdonker, de ruimte was leeg alsof er nog werd verhuisd. Er zou een televisie verschoven zijn.
‘Ga maar slapen,’ zei hij.
‘Maar wat nou als hij er weer is?’ vroeg ik.
Ik lag onder in het stapelbed, ik was nog maar klein. Dat was het meest onrustbarend, ik was iemand anders, ik had een andere naam. Toen ik in bed lag, dikke dekens op me, was er geschuif in de kamer, iemand die ik kende wist overal van, ze maakte een kast open waar de inbreker uit vandaan kwam, een vrouw met lange zwarte haren, stevige wenkbrauwen. Ze keek me vorsend aan zoals ik daar lag, ze zei iets tegen me, dat ik niks mocht zeggen of dat ik er niks van had begrepen. De pannen op tafel, oma’s brede vriendelijkheid, het lijkt een andere eeuw. Het ís een andere eeuw. Het schilderij met de magnoliatakken hangt hoog aan de mottige muur, ongeschonden en soeverein.
Het hangt nu hier, bij de trap naar boven.
Op een foto uit zonniger tijden staat opa bij de voordeur, met opgerolde hemdsmouwen. Hij staat er fier bij, fierder dan ik me hem herinner. Knap, met een naar binnen gekeerde lach.”

 


Marja Pruis (Amsterdam, 26 oktober 1959)

 

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

Dagen van herdenken

Vierde jaar

De avond valt terwijl weer
nieuwe sneeuw neerdaalt die bomen
tot witte vormen halveert
en die mij meedrijft naar

het eind van weer een jaar.
Wat heeft het jou te bieden
dat dit jaar erbij liet zitten?
Je hebt jezelf overleefd,

en brengt mij de wereld weer
die ik kende, zonder de tijd
die wij kwijt zijn; totdat ik vergeet
wat die tijd toch niet geven kan,

kom ik hier steeds eender aan,
geen dode te betreuren,
maar wel leven dat wij nergens
delen buiten jouw kamer,

onze liefde die zich herhaalt
als de sneeuw die ik deze avond
zie wervelen tegen mijn raam,
en die dan vervaagt in het donker.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 


Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn blog van 26 oktober 2025 en ook mijn blog van 26 oktober 2021 en ook mijn blog van 26 oktober 2018 en ook mijn blog van 26 oktober 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Elif Shafak, Andrew Motion

De Turkse schrijfster Elif Shafak (eigenlijk Elif Şafak) werd geboren in Straatsburg op 25 oktober 1971. Zie ook alle tags voor Elif Shafak op dit blog.

Uit: De eeuwigheid in een kort moment (Vertaald door Manon Smits)

“Aan de Seine, Frankrijk 18 april 1855
Als hij deze ochtend wakker wordt flitsen er maar twee gedachten door zijn hoofd: hij gaat de vrouw van wie hij houdt vermoorden, en dat zal hij vandaag doen. Hij kleedt zich aan, langzaam, methodisch. Zijn rituelen kennen een vaste volgorde die hij exact moet aanhouden, ook al is dit geen gewone dag. Als eerste trekt hij een schoon linnen overhemd aan. Dan: een lange onderbroek van katoen, wollen kousen, leren pantoffels — in Constantinopel gekocht tijdens zijn grand tour door de Oriënt, toen hij syfilis en melancholie opliep die sindsdien geen van beide volledig zijn genezen. Hij trekt een fluwelen robe de chambre aan, in de kleur van opgedroogd bloed, en bindt die losjes vast om zijn middel. Op een wastafeltje in de hoek staat een porseleinen kruik met bijpassende kom waaruit hij wat water op zijn voorhoofd spettert. Hij fatsoeneert zijn haar en strijkt zijn snor glad, maar het gezicht dat hem in de spiegel aanstaart ziet er nog steeds zorgelijk en vermoeid uit. Het is lang geleden dat hij een goede nachtrust heeft gehad. Te veel nachtmerries. Meestal dezelfde nachtmerrie. Over haar. Altijd over haar. Hij gaat aan zijn bureau zitten en kijkt door het raam, waar in de verte de zilverige rivierloop meandert. Hij is gefascineerd door de Seine — die grote slagader, vernoemd naar de Keltische godin Sequana —door dat rusteloze zwenken en zwellen waarmee de stroom zijn oevers afkalft, waardoor die zijn eigen herinneringen oplost, eeuwig in gevecht met zichzelf. Tegen de buitenkant van de ruit schrapen de bladeren van de tulpenboom — fluisterend in een taal die hij niet kan verstaan maar die hij dolgraag ooit zou leren. Hij heeft geen idee hoelang hij in die toestand is blijven zitten, verzonken in zijn mijmeringen. Er klopt iemand aan zijn deur, eerst zachtjes, dan harder. Tok-tok-tok. Waarschijnlijk de oude dienstmeid die zijn ontbijt en de ochtendpost komt brengen. Of misschien is het zijn moeder. Ze maken zich allebei zorgen over hem. Ze vinden dat hij zich de laatste tijd vreemd gedraagt, dat hij niet helemaal zichzelf is. Hij beseft dat hij eigenlijk een praatje met ze zou moeten maken — wat beleefdheden uitwisselen om hen gerust te stellen en ze te verzekeren dat alles is zoals het moet zijn. Bovendien moet hij wat eten. Hij heeft niets gehad sinds de kom runderbouillon van de vorige middag, en hij wil de vieze smaak in zijn mond graag verdrijven. Toch wil hij de deur niet opendoen.”

 


Elif Shafak (Straatsburg, 25 oktober 1971)

 

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

Gezelschap

II

Daar is hij, het zwakke geluid van zijn voetstap
in de slaapkamer herinnert mij eraan hoe ik
er voor hem uit moet zien – zijn gehoorzame
patiënt die zichzelf niet terug zal krijgen.
Tot op dit moment ben ik zelfs dat niet, niet meer

dan een geest die al zijn bewegingen volgt
op het gehoor. Kamer na kamer wacht ik
tot een vaas met water gevuld is,
een slot dicht klikt en de gordijnen worden
gesloten en vind dan mijn voortvluchtig leven.

Dit is het ene bestaan dat door niets
wordt verloochend, het spoken dat hem nog altijd
verbaast met het wijdopen zetten van
kastdeuren wazig van stof, en met
het schoonwrijven van een raam waarin rijen

stallen staan beneden in het donker.
Hij is omringd door wat hij verloren heeft
en wat ons beiden bespot – een stille boedel
van parodieën die ik completeer door hier
zo alleen naar het licht te liggen kijken

dat langzaam voortdringt over mijn kamerwand
totdat het mij daar vastlegt in de schaduw
waaraan ik nooit ontkom: roerloze handen,
mijn haar, en altijd dit luisterende, ontsierde
gezicht dat hij niet weigeren, niet liefhebben kan.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

 


Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e oktober ook mijn blog van 25 oktober 2022 en ook mijn blog van 25 oktober 2018 en ook  mijn blog van 25 oktober 2016 en eveneens mijn blog van 25 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

Onno Kosters, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

Mijn woestenij

Wat het hier uitstekend doet
zijn kamerplanten, halsreikend
of er hoop is te verliezen
zoeken ze het licht, uitbollend
of ze gefinisht zijn, zonminnend

staan onstuitbaar steeds
de loten uit de aarde op, grijpen
in het midden van de bitterste maand
hun handjes en voetjes zich vast
aan de boord van terracotta potten

Ik zit dat zo te zien omdat ik niets
Mijn land is op orde
rode steenslag donkert
onder diagonaal jagende regen

Twee derde van het toeval is gedaan
meer misschien, ik neem mij in
raak daaromheen aan niemand
verbeurde mijn krediet, verliet
wie ik liefhad, vervreemdde
van me wie mij liefhad, mij vergat
op den duur zich lavend aan wie niet

Deze plaatsbepaling heeft een peildatum
Deze put hier werd geslagen
voor een vorst zonder rijk
voor een vis zonder dorst

Het zwijgen dat ik ertoe doe
doet er niet toe
Niemand die het hoort
vraagt zich nog af
welk mensvormig gat
past om wie het vullen kan
niets met niets verbindend
Ik heb er geen Margate strand
voor nodig, zo ongekend
het helmgras, de vloedlijn

Ik spoelde uit je schoot aan
ik spoel me, de klos
ratelend achter me aan
naar je schoot terug, je schoot
die niet de jouwe is

Ik spel ’m
of ik er iets in lezen kan

 

 


Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

 

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Dat is vandaag precies 230 jaar geleden. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Tristan

Wie de schoonheid zag met eigen ogen
Is reeds aan de dood ten prooi gegeven,
Deugt voor niets meer in het aards vermogen,
En toch zal hij voor de dood nog beven,
Wie de schoonheid zag met eigen ogen.

Eeuwig zijn voor hem der liefde smarten,
Want een dwaas slechts kan op aard’ verlangen
Te voldoen aan deze drang des harten:
Wie eens door het schone werd gevangen,
Eeuwig zijn voor hem der liefde smarten.

Ach, hij wil wel als een bron verzanden,
Had met de adem gif graag ingezogen,
Wil op bloemgeur bij de dood belanden.
Wie de schoonheid zag met eigen ogen,
Ach, hij wil wel als een bron verzanden.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 

 


August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)
Tentoonstelling in de Staatliche Bibliothek in Ansbach naar aanleiding van de 230e geboortedag van August Graf von Platen in 2026.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:55 Reageer op dit bericht

Antjie Krog, Masiela Lusha, Willem Bijsterbosch

De Zuid-Afrikaanse dichteres en schrijfster Antjie Krog werd geboren in Kroonstad op 23 oktober 1952. Zie ook alle tags voor Antjie Krog op dit blog.

 

Hoe zeg je dat

Ik weet echt niet hoe ik het zeggen moet
je verwinterde getrimde baard is misschien
te nà, mij voor taal te dichtbij, te kiezelgrijs

ik weet werkelijk niet hoe ik je ouder wordende lijf moet weergeven
zonder de woorden ‘verlies’ of ‘fataal’. Ik heb geen idee
ik weet niet waarom het woord ‘rimpels’ zo banaal klinkt
ik weet niet hoe ouder worden moet klinken in taal

de irissen van je beruchte blauwe ogen
zijn intussen doordesemd geraakt met groen
maar dan stamelender en inniger – twee

blijvende koelten die mij een leven lang liefhebben
mijn wijsvinger trekt je wenkbrauwen na
waaruit haren groeien als bliksemschichten
gezicht dat ik liefheb: gezicht van verwering

als ik je tegen me aandruk voelen je haren als dons
je hoofdhuid verbaast me om zijn textuur – evenals
de lange groeven die van je oren naar je hals lopen

de mond die geniaal aan mootjes hakte rust nu
geurig tegen mijn slaap genadig als brood
je handen laten mijn borsten als glazen donkere
wijn in hun palmen zinken misschien wil ik wel zeggen

dat ik je dikke buik zo sexy vind
dat een erectie tegen de lichte glooiing
mij het water in de mond doet lopen misschien wil ik

wel zeggen dat ik mij voor de eerste keer
kan overgeven aan je dijen vanwege hun weke
witheid, dat ik het zachte lubberen van je billen
liever heb dan de jonge harde opgefokte geilheid

van vroeger het gaat je bij seks niet meer
om jezelf, maar om mij het gaat
je niet meer om de voortplanting, maar je

wijdt je in alle rust aan mij – in
deze schat aan ervaring strek ik me uit. het is
alsof je dieper in me gaat, ik stiller word, alsof we
in alle heelheid klaarkomen. hoe verzet je

je tegen de gemakkelijke smoes die oud worden botweg
tot metafoor van de dood vermomt? hoe
kom je aan de woordenschat van de ouderdom?

 

l’envoi

ik wil een ander leven
waarin ik onbevangen aanraak
en me blijf inzetten
ik heb genoeg van mijn tekortschietende handen
mijn zwatelende brein en snedige tong wil ik niet meer
ik ben moegeswitcht van:
hoe blijf je jong naar hoe blijf je levendig
van hoe blijf je levendig naar hoe heb je lief
van hoe heb je lief naar hoe heb je onbaatzuchtig lief

ik ben het zat een leven lang
een ander leven te willen

 


Antjie Krog (Kroonstad, 23 oktober 1952)

 

 

De Albanees-Amerikaanse schrijfster en actrice Masiela Lusha werd geboren op 23 oktober 1985 in Tirana. Zie ook alle tags voor Masiela Lusha op dit blog.

 

Een man van veertig

Een man van veertig. Veertig jaar lang een kind.
Zijn ogen zien mij niet, maar zijn moeder.
Zijn verleden. En als een kind dwaalt hij
dwars door de tunnels van zijn eigen tijd.
En is de logica kwijt, en heeft spijt gevonden.
Zijn geschiedenis speelt zich af in zijn ogen,
en zijn vingers spelen met zijn pijn.
Met logica speelt hij niet. Logica
is in het lot van dit kind niet te vinden.
En als een moeder ontferm ik me over hem.
Maar ik ken hem niet – hij lijkt mij wel te kennen,
en kan niet glimlachen. Zijn ogen dwalen slechts
van mijn lippen naar het haar van zijn moeder;
en zonder een woord te zeggen, toont hij zijn polsen.
Zijn mannelijke polsen, met kleine sporen van pijn.
Als ik kon, zou ik zijn polsen kussen.
Als ik maar de helft van de moed had om met zijn pijn om te gaan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Masiela Lusha (Tirana, 23 oktober 1985)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bijsterbosch werd geboren in Vught op 23 oktober 1955. Zie ook alle tags voor Willem Bijsterbosch op dit blog.

 

In de bus

Dode vogels in de sneeuw:
lage huizen en stallen
onder rook van een winter-
vuur ver weg in de velden.

Haar gezicht: been, wit vlees
in een donkere doek geknoopt,
ze moet kaal zijn of bijna.

Gebogen over tas en koffer
waar rabarberstokken en prei
als zieke asters uit puilen,
vliegen haar koortsige ogen
– rond, klein als van vissen –
door de bus, tot ze voorbij
het dorp niemand meer vreest,
ze haar hand, die oude bloem,
ontvouwt, kroonblaadjes plukt,
het zachte stuifmeel wrijft
en over haar zitplaats
strooit voor ze uitstapt
en verdwijnt achter bomen.

 


Willem Bijsterbosch (23 oktober 1955 – 18 januari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e oktober ook mijn blog van 23 oktober 2018 en ook mijn blog van 23 oktober 2017.

Geschreven door Romenu om 16:41 Reageer op dit bericht

Lévi Weemoedt, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

VLIEGEND TAPIJT

Ik werd als kind vaak uit de wieg genomen
en daar trok Moeder, steigerend in snoer en slang,
mij op de stofzuiger door heel het onderkomen:
ik reed door grauwheid en ellende, urenlang.

0, ‘k had daareven nog zo prachtig liggen dromen
van Gouden Koets en ruiters die van een rijk bal
een prinsje voerden en thans door de bomen
blij het paleis begroetten met hun hoorngeschal.

Maar hóóg daarbovenuit schalden de vloeken
van Moeder, ging het vloervarken tekeer
over de viezigheid die daag’lijks in de hoeken
klonterde en terugkwam, terugkwam, altoos weer…!

Ik zag het schaam’le kleed, het levensmoe behang
en dacht: ’t zal knokken worden. En de weg is lang.

 

 

KINDERTONEEL

Al sloeg ik kraaiend op het water,
spett’rend van vreugde in mijn babybad,
diep in mij wist ik: ’t is theater.
Ik was het leven al zó zat!

Er kon geen sprake zijn van later.
Ik had mijn toekomst al gehad.

 

 

Real time ruzie

’t Is windkracht 10 hier, zware storm.

Het huis buldert en kraakt.
En de veerdienst tussen mijn vrouw

en mij is tijdelijk gestaakt.
’t Is afwachten nu of ik nog tot haar

dan wel zij nog tot mij geraakt.
Maar het fijne daarvan wordt in elk geval

hier op Facebook bekendgemaakt.

 


Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Venetiaanse sonnetten

XXXI

Wanneer ik weemoed in mijn ziel voel stijgen,
Mag de Rialto met zijn winkels bruisen:
Om niet mijn geest met prullen te vergruizen,
Zoek ik de stilte, die de dag doet zwijgen.

Dan zal ik op een brug het oog vaak neigen
Naar doodse golven, die slechts zachtjes ruisen,
Waar boven muren van verweerde huizen
Een struik wilde laurier buigt met zijn twijgen.

En als ik, staande op versteende palen.,
De blik over de donkere zee laat dwalen,
Waar nooit een Doge nog de echt zal vieren,

Dan stoort me niet in eenzame kwartieren,
Opklinkend uit verwijderde kanalen,
Van tijd tot tijd een roep van gondelieren.

 

 

Vertaald door Paul Claes

 


August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)
Het grafmonument en de buste van August Graf von Platen in de historische en archeologische tuin van Villa Landolina op Sicilië.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 22 oktober 2021 en ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:29 Reageer op dit bericht

Martin Bril, Alphonse de Lamartine

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Martin Bril op dit blog.

 

 

Net

Het zijn weer van die dagen die
Te snel voorbij zijn, altijd moeilijk

Dan is het donker en in alle
Huizen gaan de lichten aan

Om een of andere reden
Loop ik dan altijd net op straat

 

 

Licht

Je kunt je duizend keer
Hetzelfde verkeerd
Herinneren.
Zo weet ik beslist
Dat de zon scheen toen
Ik voor het eerst
Een vrouw zoende
Tussen haar benen

Toch was het nacht
Of avond op z’n minst
Dat kan niet anders

Ik moet al die jaren
Het licht naast
Het bed voor de zon
Hebben aangezien

Ook is denkbaar dat ik
Die keer verwar
Met een andere
Keer, bij daglicht en later

 

 

Bij de dood

Meer nog dan een feit
Is de dood een zaak
Van horen zeggen,
Van praatjes en
Beschaamde gretigheid

“Heb je het al gehoord, die en die..”
“Uitzaaiingen overal, reddeloos.”

Dat werk

En in eerste instantie, zeg een half jaar geleden,
heeft die en die dan nog een
Jaar of twee, hooguit drie te leven – 
Best lang, in feite, maar kort
Als je nog jong bent

De tweede instantie dient 
Zich een maand of drie later aan:
Die en die gaat ineens
Heel hard achteruit

“Een half jaar nog op z’n hoogst.”

Het aftellen begint en een enkele grap valt:
Zul je net zien dat die en die iedereen overleeft

Maar nee, natuurlijk niet.

En dan is er de laatste fase: met die en die kan
Het nu iedere dag voorbij zijn

Een zekere stilte komt
Over het leven, tot
Genoemde dag een feit is

En enkel nog even
De eeuwige snik van
Een trombone klinkt

 


Martin Bril (21 oktober 1959 – 22 april 2009)

 

 

De Franse dichter en schrijver Alphonse de Lamartine werd geboren op 21 oktober 1790 in Mâcon. Zie ook alle tags voor Alphonse de Lamartine op dit blog.

 

 

De herfst

Ik groet de bomen die hun groen niet konden houden,
wat blaren op het gras vergelend en verdroogd.
De laatste mooie dag! gegroet natuur; uw rouwen
past goed bij mijn verdriet en het behaagt mijn oog.

‘k Laat dromerig mijn stap het pad het bos in dwalen
ik wens voor ’t laatst nog eens in ’t oude woud te zijn,
waarin de bleke zon met zijn verzwakte stralen
maar nauwelijks het stuk vlak voor mijn voet beschijnt.

Ja, op zo’n herfstdag schijnt de wereld te verstillen,
er liggen sluiers om de aanblik der natuur;
het is het afscheid van een vriend, het laatste stille
glimlachen van zijn mond voor ’t nakend stervensuur.

Aldus verlaat ik nu het uitzicht van mijn leven,
en ween om zoveel hoop die met de tijd vervlood;
ik wend mij nog eens om en met jaloerse wrevel
beschouw ik al dat moois waarvan ik niets genoot.

O aarde, o natuur zo schoon en zo verlokkend,
ik schenk u, haast in ’t graf, een traan als eerbetoon.
Hoe zuiver is de lucht, van najaarsgeur doortrokken;
in ’t oog eens stervenden is ’t daglicht wonderschoon.

Nu zal ik ’s levens kelk met al zijn droesem legen,
een beker die mij gal en ook wel nektar schonk,
ik hoop dat toch nog op de bodem is gelegen
een druppel honing in de allerlaatste dronk:

misschien dat desondanks het leven me wou schenken
de komst van een geluk waarop ik niet meer hoop;
een onbekende zou misschien eens aan me denken,
die antwoord geven kan, één uit de grote hoop?

De bloem valt uit: zijn geur blijft in het briesje dralen,
dat is zijn afscheid van het leven en de lucht.
Ik sterf, mijn ziel vliegt met mijn laatste ademhaling,
vervluchtigd als een diep melodieuze zucht.

 

Vertaald door J. P. Guépin

 

 


Alphonse de Lamartine (21 oktober 1790 – 28 februari 1869)
Portret door Henry Wyndham Phillips, 1848

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e oktober ook mijn blog van 21 oktober 2025 en ook mijn blog van 21 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Hans Warren, Arthur Rimbaud

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook alle tags voor Hans Warren op dit blog.

Uit: Geheim dagboek 1945 – 1948 (Deel 2)

“3 jan. 1945 – Het pad daalde naar het bolwerk af; het was met een glazige ijskorst overdekt en we kozen de graskant. Opeens sloeg ik mijn arm om haar schouder, rukte haar naar me toe. Ze wendde haar gezicht af, maar ik greep haar kin, dwong haar me aan te kijken. Ik voelde me geëxalteerd, zei hees: ‘Sibylle hoe kùn je dit doen’ – ik duwde haar toen ruw van me af, ze struikelde op het gladde pad. Zonder haar te helpen liet ik haar de smalle treden van het ravelijn afdalen, terug de stad in. Ik brak doelloos enkele takken van de heesters en volgde haar met die rare slepende benen van me die niet wilden; er viel vermoeidheid over me.
Opeens begon gelijkmoedigheid me te doorstromen, het geluk haast dat volgen kan op aangrijpende emoties. Hoog, bevrijd liep ik naast haar, een koning naast een slavin. Nooit zou ze mij hebben kunnen bereiken, ontslagen was ik van de angst dat haar oppervlakkigheid me in de toekomst onverdraaglijk zou worden.
We waren zelfs te vroeg terug voor de maaltijd. Het was ellendig daarop te moeten wachten. In de warme kamer verloor ik mijn strakheid van geest, het stroeve gevoel bleef beperkt tot mijn gladde, gloeiende wangen. Ik slaagde er in een beleefde conversatie te voeren. Over voorbijgangers op straat, over de vraag of de vleesbonnen al ingeleverd waren. Sibylle zat op de leuning van een fauteuil, vlak bij de haard en zo probeerde met zwakke stem ook wat onbenulligheden te zeggen. Haar mond was vormeloos van verdriet, haar gezicht vertrokkener dan van iemand die voluit schreit.
Ik kon niet eten, bedankte voor alles, verontschuldigde me en ging snel de kamer uit. Ik had geen plaats meer in dit huis, maar ik ging de trap op naar haar kamer, viel neer op haar bed en snikte het uit. Ik liet me helemaal gaan en men liet me gelukkig betijen. Ik waste mijn gezicht, ging naar beneden met een lach om de mond. Ik kon weer praten, eten, en ik deed of ik haar verwijtende blik niet zag.Toen stond zij op om naar boven te gaan.
Ik vond haar terug voor haar kaptafel. Ze keek me vanuit de spiegel aan terwijl ze haar haren borstelde. Ik meende wrevel in haar ogen te zien omdat ik haar nog niet met rust liet. Zo vaak had ik haar gadegeslagen terwijl ze toilet maakte, en ik ging als anders op een lage tafel zitten.”

 

Het moeras

Ik wist, als jongen, een moeras.
Je kon er langzaam in wegzinken
en zou niemand meer tot last zijn.
De zompen, mijn bittere troost
tussen orchis en wollegras, zijn drooggelegd.
Ik weet, als man, niet meer waar ik heen moet.

 

Strookje papier

In een lege ruimte wanhopig gezocht
naar een reepje papier, een pen
om dit op te schrijven. Waarom?
Omdat ik niet zingen kan als een vogel,
huilen als een hond.

 


Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)

 

 

De Franse dichter Arthur Rimbaud werd geboren op 20 oktober 1854 in Charleville. Zie ook alle tags voor Arthur Rimbaud op dit blog.

 

De slaper in het dal

Een en al groen, alwaar een beekje klaterend zingt
En stromend speels het gras wat flarden zilver laat,
Waar ginds vanaf de fiere berg het zonlicht blinkt;
Bezie een klein en lieflijk dal dat bruisend straalt.

Een soldaat, jong, blootshoofds en met open mond,
Zijn nek omhuld door frisse blauwe waterkers, ligt
Slapend uitgestrekt, zo maar op de blote grond,
Wat bleek op het groene bed in het plenzend licht.

De voeten tussen de lissen glimlacht hij licht,
Vaag zoals bij een koortsig kind op het gezicht.
Wieg hem, moeder aarde, waar hem van koude vrij.

Geen geurig kruid doet zijn neusvleugels bewegen;
Hij slaapt in de zon, een hand op zijn borst gelegen.
Twee ronde rode gaten in de rechter zij.

 

Vertaald door Paul Claes

 


Arthur Rimbaud (20 oktober 1854 – 10 november 1891)
Portret door Romina Rosati, 2000

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e oktober ook mijn blog van 20 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:44 Reageer op dit bericht

David Vann, Jan Wagner, Kristine Bilkau

De Amerikaanse schrijver David Vann werd geboren op 19 oktober 1966 op Adak Island, Alaska. Zie ook alle tags voor David Vann op dit blog.

Uit: Caribou Island (Vertaald door Arjaan van Nimwegen)

“MIJN MOEDER WAS niet echt. Ze was een vroege droom, een hoop. Ze was een plek- Sneeuwachtig, zoals hier, en koud. Een houten huis op een heuvel boven een rivier. Een bewolkte dag, de oude witte verf van de huizen die lichter leek door het opgesloten licht, en ik kwam thuis uit school. Tien jaar, ik liep in mijn eentje, liep door plekken vuile sneeuw in de tuin, liep de smalle veranda op. Ik weet niet meer hoe mijn gedachten toen werkten, weet niet meer wie ik was of hoe ik me voelde. Dat is allemaal weg, uitgewist. Ik deed onze voordeur open en zag mijn moeder hangen aan de dakspanten. Sorry, zei ik, deed een stap terug en sloot de deur. Ik stond weer buiten op de veranda. Zei je dat? vroeg Rhoda. Zei je sorry? Ja. 0, mam… Het is lang geleden, zei Irene. En het was iets wat ik zelfs op dat moment niet kon zien, dus ik zie het nu ook niet. Ik weet niet hoe ze eruitzag toen ze daar hing. Ik weet er niets meer van, alleen dat het zo was. Rhoda schoof dichterbij op de bank en legde haar arm om haar moeder heen, drukte haar tegen zich aan. Allebei keken ze naar het haardvuur. Een metalen scherm ervoor, kleine achthoeken, en hoe langer Rhoda keek, des te meer gingen die achthoekjes lijken op de achterwand van de open haard, door de vlammen verguld. Alsof de achterwand, zwartberoet, onthuld of veranderd kon worden door vuur. Daarna zou haar blik wegglijden en zou het weer gewoon een scherm worden. Ik wou dat ik haar had gekend, zei Rhoda. Ik ook, zei Irene. Ze gaf Rhoda een klopje op haar knie. Ik moet gaan slapen. Morgen een drukke dag. Ik zal dit huis missen. Het was een fijn huis. Maar je vader wil bij me weg, en de eerste stap is dat hij ons naar dat eiland laat verhuizen. Dan is het net alsof hij het nog geprobeerd heeft. Dat is niet waar, mam. We hebben allemaal onze regels, Rhoda. En de vaste regel van je vader is dat hij nooit een slecht mens wil lijken. Hij houdt van je, mam. Irene stond op en omhelsde haar dochter. Welterusten, Rhoda.
’s Morgens sjouwde Irene mee aan al die boomstammen, van de pick-uptruck naar de boot. Die passen nooit in elkaar, zei ze tegen Gary, haar man. Ik moet ze een beetje afvlakken, zei hij binnensmonds. Irene lachte. Dank je wel, zei Gary. Hij had alweer die grimmige, zorgelijke blik die al zijn onmogelijke plannen begeleidde. Waarom bouwen we geen hut van planken? vroeg Irene.”

 


David Vann (Adak Island, 19 oktober 1966)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

herfstvillanella

de dagen raken buiten licht
en een uur duurt vijf minuten.
de bomen speelden hun laatste kleuren.

aan de hemel worden decors gewisseld
te snel voor het kleine drama in ieder van ons:
de dagen raken buiten licht.

jouw grijze jas scheidt jou van de lucht,
een passe-partout voor een zin als deze:
de bomen speelden hun laatste kleuren.

ijsblauwe ramen – op de weerkaarten
van de televisies de duimafdrukken van de lage druk.
de dagen raken buiten licht,

het lege park, de vijver: de eenden worden
aan onzichtbare draden opgerold.
de bomen speelden hun laatste kleuren.

en iemand, die met drie zonnebloemen
door het donker tast, drie zwarte stippen op geel :
de dagen raken buiten licht.
de bomen speelden hun laatste kleuren.

 

Vertaald door Monique de Waal

 


Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijfster en journaliste Kristine Bilkau werd geboren in Hamburg in 1974 en groeide op  in Sleeswijk-Holstein. zie ook alle tags voor Kristine Bilkau op dit blog.

Uit: Halbinsel

„Es war umsichtig von der Ärztin, sofort etwas Beruhi-gendes zu sagen. »Keine Sorge, Ihrer Tochter geht es gut.« Kreislaufkollaps, vermutlich durch Dehydration. Der Sturz habe Prellungen an Kopf und Schulter hinterlassen, sagte die Ärztin. Zur Sicherheit wolle man Linn ein oder zwei Tage im Krankenhaus behalten, um Blutwerte abzu-warten, eine Gehirnerschütterung auszuschließen, ein EKG zu schreiben. Die Ärztin gab mir die Telefondurchwahl der Station und Linng Zimmernummer, sie entschuldigte sich für ihre Eile und legte auf. Linns Handy war ausgeschaltet, es kam sofort ihre Mail-boxansage, ich hinterließ eine Nachricht, dass ich auf dem Weg zu ihr sei. Kurz darauf rief ich ein zweites Mal an, nur um ihre Stimme zu hören. In der Bibliothek gab ich Bescheid, dass ich Urlaub bis Mitte der Woche nehmen müsse, dann buchte ich eine Zugverbindung über Hamburg nach Berlin und weiter nach Nordbrandenburg. Vier Anläufe brauchte ich, bis ich meine Kreditkartennummer ohne Fehler eingetippt hatte. Ich spürte meine Bauchschlagader, ein dumpfes Pochen, das sich seit einiger Zeit bei Aufregung meldete. Ich musste mich beeilen, um den nächstmöglichen Zug nicht zu verpassen, mit dem Auto brauchte ich eine halbe Stunde bis zur Stadt, zum Bahnhof, es war eine lange Fahrt, allein zwei Stunden bis Hamburg. Hastig packte ich meine Reisetasche, erst danach fiel mir auf, dass sich jemand um den Hund kümmern musste. Ich rief bei zwei Leuten an, die ich um Hilfe bitten konnte, doch niemand ging ans Telefon.“

 


Kristine Bilkau (Hamburg, 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e oktober ook mijn blog van 19 oktober 2018 en ook mijn blog van 19 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:07 Reageer op dit bericht

Kees Fens, Jan Wagner

De Nederlandse literatuurcriticus, essayist en letterkundige Kees Fens werd geboren in Amsterdam op 18 oktober 1929. Zie ook alle tags voor Kees Fens op dit blog.

Uit: Enkele aspekten van ‘Het glinsterend pantser’ (roman van Simon Vestdijk)

“Leidt S. nu een eigen leven? Het heeft de schijn van wel. Hij is een druk handelend iemand, niet zonder gevoelens van superioriteit, hij legt allerlei contacten, maar is gelijk bezig het verleden tot leven te wekken en daarmee begint zijn schaduwbestaan opnieuw. Slingeland beheerst de relatie met Alice van Voorde en voor een belangrijk deel die met Adri Duprez; beiden verliest S. aan Slingeland, staat ze als het ware aan hem af in volledige dienstbaarheid. In de beide relaties van S. is er een hoogst belangrijk intermediair: de muziek. Via de muziek verliest hij beiden aan Slingeland, zoals hij zich in deel ii via de muziek zelf aan S. verloor. Een der hoogtepunten ook lyrisch gezien, van het tweede deel is het vierde hoofdstuk, ‘Klopgeesten en spinetten’. Op de zolder van Duprez, die veel lijkt op een uitdragerij, ontdekt Slingeland een spinet. De scène waarin Slingeland zich op dat oude ding als musicus aan S. openbaart, wordt met uiterste precisie beschreven, bewijs van belang in zijn leven van die scène, zoals de herhaling aan het slot van de passage de getroffenheid van S. aangeeft: ‘Victor nam een kapotte keukenstoel, waarvan hij enkele jaargangen van een modeblad af liet glijden, en ging voor het tafeltje zitten. Hij bekeek het spinet nog eens goed. Hij verschoof zijn stoel, boog het hoofd, alsof hij nadacht. Hij hief de handen. Hij begon te spelen. Hij begon te spelen op dat spinet.’ (blz. 117) De beschrijving doet denken aan die van een ritueel. Een vergelijkbare scène staat in het laatste hoofdstuk van het tweede deel. Victor Slingeland speelt in zijn huis aan de student S. (het verleden en het houtstadje lijken al ver achter beiden te leggen) ‘La soirée dans Grenade’ en de sextenetude van Debussy voor. S. schrijft er jaren later over: ‘Ik kan dat niet beschrijven. Het was niet dat hij onberispelijk speelde, of ook maar een bijzondere opvatting liet raden, het was ook niet de verbazing omdat hij de verloren tijd zo glansrijk bleek te hebben ingehaald, maar het was omdat híj het was, die daar achter de vleugel zat te spelen, mijn jeugdvriend, mijn vriend.’ (blz. 189)
Zoals er zoveel van S. verzwegen wordt, is dat ook het geval met zijn muzikaliteit. We vernemen dat hij, omstreeks de tijd dat Slingeland in zijn leven verschijnt, al een aantal jaren pianoles heeft. Zijn muzikaliteit moet niet gering zijn geweest, de bekendheid van zijn begaafdheid evenmin: door de informaties van Bert Duprez wordt door de moeder van Adri Duprez op het muzikale oordeel van S. hoge prijs gesteld.”

 


Kees Fens (18 oktober 1929 – 14 juni 2008)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

de man uit de zee

hij wordt aangetroffen in een rokkostuum van zout
en zand. een paspoort van zeewier, een zwerm
mantelmeeuwen achter hem. de mist.

hij spreekt niet, maar aan de piano laat hij de vilten
branding opspringen, door de kast heen stromen,
zodat men versteld staat. de zware epauletten
van de handen die op de schouders worden gelegd;
het uur van roem, het tijdperk van de pillen,

de herfstnachten: in de gangen drijven de verplegers
als ijsbergen voorbij. in de kliniek-
tuin onder de muren, een flikkering
van de laatste bladeren, uit het oude schuurtje,
waar de klimop omhoog klimt, het gedempte geluid
van een piano. Men denkt dat het chopin is.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e oktober ook mijn blog van 18 oktober 2020 en ook mijn blog van 18 oktober 2018 en ook mijn blog van 18 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 18 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 04:00 Reageer op dit bericht

Simon Vestdijk, Jan Wagner

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

Uit: Ivoren wachters

“In de wachtkamer wierpen de overgordijnen een wijnrode gloed naar binnen. Het meisje boog zich diep over het tijdschrift, waarin zij zat te bladeren. Schuin voor haar aan de tafel bevochtigde Philip van tijd tot tijd het potloodstompje, waarmee hij schreef, of bracht langzaam zijn hand naar zijn slaap, ingespannen peinzend. Nog geen woord had hij tegen haar gesproken. Naast haar zat een heer van middelbare leeftijd, zwaar van wangen en onderkin, die zijn gouden lorgnet schoonpoetste, en ongeduldig met zijn voet trappelde, op de maat van een onzichtbare pijn. Philip kraste met dikke halen een paar regels door, en streek het papiertje glad. Toen haalde hij een boek naar zich toe, van een stapeltje, tussen de tijdschriften.
‘Vulpen bij je, Elly?’
Met een flauw glimlachje schudde zij het hoofd.
‘Sorry. U ’n vulpen bij u, meneer?’ vroeg hij, terwijl hij zich naar de andere kant omdraaide.
‘’n Vulpen?’ vroeg de heer, ‘ja… Waar heb je ‘m voor nodig? Ik leen niet graag vulpennen uit, zie je; ’n vulpen is ’n persoonlijk bezit, ’n ander verknoeit hem zo gauw.’
‘Dank u voor de moeite. Hij bedoelt natuurlijk ’n breukband,’ voegde hij er in éen adem aan toe, zich met een lenige beweging in de heupen weer naar Elly omwendend, die het niet verstond. Des te beter had de heer het verstaan. Nieuwsgierig zette hij zijn lorgnet op, en staakte zijn getrappel. Intussen had Philip het boek opengeslagen, – een geïllustreerde handleiding voor het kweken van kamerplanten, – hij scheurde er met éen ruk het schutblad uit, legde dit op het boek, en begon toen, na een blik op zijn horloge geworpen te hebben, langzaam en zorgvuldig het sonnet over te schrijven.
‘U schijnt zich hier thuis te voelen,’ zei de heer geamuseerd.
‘Pardon?’
Toen hij merkte geen vat op de jongen te krijgen, wiens welgevormd achterhoofd, door het lange, blonde haar overgoten, evenveel zelfverzekerdheid als minachting scheen uit te drukken, wendde hij zich tot het meisje met de vraag of zij op school gingen. Een stug knikje was het antwoord. Uitvoeriger inlichtingen had zij best willen geven, want het tijdschrift verveelde haar allang; maar ook zij had Philip’s achterhoofd geraadpleegd. Enige minuten was er in het vertrek niets anders te horen dan het fluwelige ruisen van het potlood over het glimmende papier.”

 


Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

Hamburg – Berlijn

De trein stopte midden op het traject.

Buiten hield men op aan de zwengel te draaien: het landschap lag roerloos,
als een schilderij vlak voor de derde slag van de veilingmeester.

Een dorp met de rug naar de dag. Bomen in groepjes,
met donkere capuchons. Rechthoekige velden,
de speelkaarten van een gigantisch solitaire spel.

In de verte voerden twee windturbines
een testboring uit in de lucht:
God hield zijn adem in.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e oktober ook mijn blog van 17 oktober 2018 en ook mijn blog van 17 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 17 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:00 Reageer op dit bericht

Alma Mathijsen, Oscar Wilde

De Nederlands schrijfster en journaliste Alma Mathijsen werd geboren in Amsterdam op 16 oktober 1984. Zie ook alle tags voor Alma Mathijsen op dit blog.

Uit: Binnen spelen (Nawoord 2026)

“Wolkers wilde ik simpelweg terugpakken voor wat hij me had aangedaan met De achtste plaag, een kort verhaal waarin een kip wordt verkracht. Op mijn middelbare school zong het rond dat we voor Nederlandse les een verhaal mochten lezen waarin een kip werd doodgeneukt. Daar moesten we toen allemaal erg om lachen. Ik ben opgegroeid in de tijd van Jackass, waarin mensen elkaar martelden als vermaak. Als Wolkers zoiets gruwelijks kon verzinnen, dan moest hij het ook zelf uitvoeren, vond ik. Hij mocht geen personage gebruiken om zich achter te verschuilen.
Gerard Reve, W.F. Hermans en Jan Wolkers komen allemaal op een bepaalde manier voor in het boek. Alleen Harry Mulisch ontbreekt. Ik weet niet zeker of ik dat bewust heb gedaan of dat het toevalligerwijze zo is gelopen. Maar het is wel frappant dat ik, die in een huis opgroeide waar Mulisch’ gehele oeuvre, inclusief zijn toneelstukken, aanwezig was, hem niet één keer noem. Mijn moeder kende zijn werk van voren tot achteren, ze had meerdere boeken over zijn romans geschreven. We vierden soms zelfs kerst bij hem thuis, aan de grote eikenhouten tafel met andere gewichtige mannen die het hele diner lang niet van hun stoel kwamen. Ook ik las zijn werk, en raakte in het geheim verslingerd aan de korte verhalen in Het mirakel. Puberen deed ik amper, dat hield ik voor mezelf, maar het ontbreken van Mulisch in Binnen spelen is misschien mijn enige rebelse daad richting mijn moeder.
Uit de blender die mijn referentiekader vormde kwamen ook de gebroeders Grimm en Hans Christian Andersen. Als kind luisterde ik iedere avond naar sprookjes terwijl ik langzaam in slaap viel. Mijn dromen werden overgenomen door vlechten die oneindig lang groeiden, door heksen met huizen van koek en door erwten onder talloze matrassen. Ik was verslaafd aan luisteren, ik had twee grote plastic mappen vol bandjes. Ik viel ermee in slaap, maar werd meteen wakker wanneer ze afsloegen. De playknop schoot omhoog en de trage stem vulde mijn slaapkamer niet langer. Dan kroop ik onder mijn deken vandaan en zette de cassetterecorder weer aan.”

 

 
Alma Mathijsen (Amsterdam, 16 oktober 1984)

 

De Iers-Engelse schrijver Oscar Wilde werd geboren op 16 oktober 1854 in Dublin. Zie ook alle tags voor Oscar Wilde op dit blog.

 

La Fuite de la Lune

Zo vredig als hier alles lijkt,
Dromerig, vredig overal:
Doodstil is ’t schaduwrijke dal,
Doodstil is ’t waar de schaduw wijkt.

Alleen een schrille kreet klinkt op:
Een kwartelkoning roept zijn maat,
Het antwoord echoot desolaat
Van de in mist gehulde top.

Plots glijdt de sikkel van de maan
Uit de al licht wordende lucht
Als ze haar somber hol invlucht
Met haar geel-gazen sluier aan.

 

Vertaald door Margriet Berg en Marja Wiebes

 


Oscar Wilde (16 oktober 1854 – 30 november 1900)
Portret door Tom Byrne, z. j.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn blog van 16 oktober 2021 en ook mijn blog van 16 oktober 2018 en ook mijn blog van 16 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 16 oktober 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:00 Reageer op dit bericht

A. F.Th. van der Heijden, Günter Grass

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Kastanje a/d Zee

“Nijmegen, maandag 6 oktober 1975
Zoals Albert geluidloos, zonder een tree te laten kraken, naar boven klom, veranderde het werkwoord traplopen vanzelf in betrappen. Hij betrapte de treden zoals een rat zijn tredmolen betrapt, maar op driehoog verwachtte hij bovendien, met de sterfte in het hart, een betrapping te kunnen verrichten. Mocht ergens onder zijn voet een plank waarschuwend piepen of kreunen, zodat het gerucht als een alarm de zolderverdieping bereikte, dan zou ‘betrappen’ weer gewoon het beklimmen van een trap worden, niets meer en niets minder.
Hij nam de overloop van de tweede etage met onhoorbare stappen, en begon aan de derde en laatste en smalste trap: die naar het kleine appartement van Marike de Swart. De moeilijkste – niet alleen omdat de treden er verraderlijker waren, maar vooral omdat elk gekraak veel directer tot het gehoor van de bewoonster door kon dringen. Haar kamerdeur stond meestal open, vanwege de bereikbaarheid van het keukentje aan de straatkant: zo kon ze de ketel horen fluiten en de deksels horen klepperen.
Het trapgat ging rechtstreeks over in het krappe voorportaal van de zolderkamer. Albert bereikte het zonder enig gerucht. De deur naar de woonruimte stond inderdaad op een flinke kier. Hij bleef op de bovenste tree dralen om zijn ademhaling, die geluidloos door zijn open mond ontsnapte, tot rust te laten komen. Inwendig leek het gehijg gewoon door te gaan, en even vreesde Albert dat Marike zijn heftig pompende hart door de deur heen kon horen bonzen. Niet dat traplopen bij hem een slechte conditie onthulde – het was juist de inspanning van het afremmen, in combinatie met de angstige onzekerheid over wat hij boven zou aantreffen. Bedaar nu, trampolinehart.
Voorlopig was hij degene die zich betrapt voelde. In de collegezaal al. Hij zag er voor het eerst sinds die rampzalig verlopen lentedag, een klein halfjaar geleden, Hans Krop terug, die hem ook nu nog weigerde te groeten. Was het de verongelukte trojka, of had zijn moeder uit de school geklapt over afgelopen zomer? Alsof De Krop het vertikte om met Albert in dezelfde ruimte te verkeren en met hem dezelfde lucht in te ademen, verliet hij vrij kort na het begin van het eerste uur Wijsgerige Antropologie de overigens goed geventileerde zaal – met geheven hoofd en vooruitgestoken kin, de bovenlip geboetseerd tot een minachtende krul. Zijn vertrek baarde geen opzien. Anders was dat toen Albert zich, halverwege het tweede uur, uit de banken wurmde, en daarbij met een luide klap zijn boek ( Jacques Lacan) op de parketvloer liet vallen. Iedereen, inclusief de docent, keek verstoord of nieuwsgierig op om zijn ontijdige aftocht te volgen. Betrapt.”

 

2725826-2646e7fd3dff100c9cad9c6f3b768447.jpg
A. F. Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook alle tags voor Günter Grass op dit blog.

 

 

Draai je niet om

Ga niet naar het bos,
in het bos is het bos.
Wie naar het bos gaat
en bomen zoekt, die wordt
in het bos niet meer gezocht.

Wees niet bevreesd,
de vrees ruikt naar vrees.
Wie naar vrees ruikt,
die ruiken helden,
die als helden ruiken.

Drink niet uit het meer,
het meer smaakt naar meer.
Wie uit het meer drinkt
heeft voortaan
nog slechts zin in zee.

Bouw voor jezelf geen huis,
want anders ben je thuis.
Wie thuis is,
die wacht op laat bezoek
en doet de deur open.

Schrijf geen brief,
de brief gaat naar het archief.
Wie de brief schrijft
onderschrijft wat van hem
ooit nog overblijft.

 

 

Vertaald door Jan Gielkens

 

2725826-afa4b843a2c2e1ce6c9200e6cf474fda.jpg
Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn blog van 15 oktober 2018 en ook mijn blog van 15 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:20 Reageer op dit bericht

Maarten van der Graaff, E. E. Cummings

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Zie ook alle tags voor Maarten van der Graaff op dit blog.

 

 

Drive-Thru Walk-in

frisse ochtend het inlichtingenbureau
in het diepst van je affecten
je hebt geen herinneringen aan je jeugd
of aan belangrijke delen van je verleden
postglaciaal verschuivende gevoelens
je hoort van vrienden en familie je bent jezelf niet meer

een walk-in is een ziel die de gebruikelijke manier om een menselijk
lichaam te verwerven – geboren worden, naar de basisschool gaan, etc.
-omzeilt

 

 

Uitbreiding

De bader draagt zijn kleren. Wie is hij?
Sla de maat. verlam. Of doe het daadwerkelijk.

De Internationale Vereniging voor de Studie van Pijn
breidt uit. Niet je prooi zwermen: ruk de nummers van ziekten.
Het was weldadig om, ontdaan van een symbolisch kleed,
op een verfijnde manier
in zonlicht op schrijftafels te spetteren.
Nu ligt hij onder zure lakens.
‘Ik wil niet sentimenteel doen,’ brult hij,
‘maar dát waren nog eens tijden!’

 

 

Daar

Ik maakte het binnenste van mijn vrienden open
en zag dat ze op bomen leken, op struiken en op straatlantaarns,
op stekelige, vreemde woorden en op paddenstoelen.

Ik opende ook de dagen die ik zonder ze heb doorgebracht
en zag mijn vrienden onder bomen lopen. Onder straatlantaarns.
Ze keken naar hun schoenen en dachten niet aan mij.

Zoek ik mijn binnenkant, vind ik de buitenlucht,
de parken en rangeerterreinen. En daarin, daarlangs,
daar lopen ze. Daar praten ze met elkaar.

 

2725660-fd3226ec0b53238906d6f0aca0f43507.jpg
Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

 

No Thanks (l935)
29

de meeste(mensen

kunnen gewoon

niet)
willen niet (de meeste
oudermensen moeten niet

moesten niet) de meeste durven niet

(mensen zoals ach
je weet wel van die)
zijn niet

&

zelfs
(omdat de meeste niet
ooit hebben geleefd

mensen altijd) gaan ze niet

dood (om hoogst begraven
te raken onaanraakbaar
zeer

door

de meeste)mensen

 

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

2725660-d438fb9cc1bfb0a28bb7f65be5c7f53d.jpg
E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn blog van 14 oktober 2025 en ook mijn blog van 14 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:27 Reageer op dit bericht

Colin Channer, Jeet Thayil

De Jamaicaanse dichter en schrijver Colin Channer werd geboren op 13 oktober 1963 in Kingston. Zie ook alle tags voor Colin Channer op dit blog.

 

 

Mons of Luke al Dente

Basil from a pot on the veranda,
over-priced pinoli and pimientos
pressured into dust,
brassy olio from TJ’s rumored virgin,
Greek alleged,
Israeli sea salt from Whole Foods
and Parmigiano-Reggiano
from that shoppe in Wayland Square
where la señora with the Spanish speaking helper
and the bum preserved by lunges
reaches from her core
for briny lemons brie and sausage
taut ficelle flown in from Orly and loose tea.

To pestle proper is a patience.
Squelching herbs and oil without no spillage
stone to stone is zazen for the savage,
koan in practice, jag belief.

If you did deh-deh babylove I woulda feed you,
fess up to the slip up with the garlic
as we lapse in chairs out-folded on the pout
projecting from this brick face building
where in daytime June-tucked herbs
in earthen gardens get full dandy for the sun.

If you did deh-deh babylove yours would be
bow ties pesto-dyed. Bow ties and Torrontes,
Mendocino short of gelid, pampas golden sipped in spate.

That slab table from the TIFF you joked off
as “enbuttered with thick books” I am there now,
taking succor in a mons of luke al dente
as I doodle and address pink Post-its like postcards.

I mammer to your belly’ s ear hole
as you do your what-you-do there
in your way-off near-far town.

Did you think a year would pass
before I got the what of what you wrote of
of the lemons? How when fixed in salt
they tang the tongue?

Tonight I cleared a spot, annulled my mustache.

Have a bowtie.
Let this salt and sour wince you.

Spring a nib of pee.

 

2725537-3d0f7010ea4a7641e8db0640f1dfded1.png
Colin Channer (Kingston, 13 oktober 1963)

 

 

De Indiase dichter, schrijver, librettist en muzikant Jeet Thayil werd geboren op 13 oktober 1959 in Kerala. Zie ook alle tags voor Jeet Thavil op dit blog.

 

DE SCHUILPLAATSEN

Als sterrenlicht, als as of regen,
als een vlek op de maan,

als een boom, laten we zeggen een magnolia,

als een blad of een man die een blad imiteert
in stukken gescheurd
en prooi van de wind,

als de stank van een klein dood dier.

als een trilling in het trappenhuis,
een melodie of muis,
een traan, een ruk,

als angst gezien vanuit een vliegtuigraam,

als een telepathische rode kater
die in een streepje maanlicht verschijnt
het afgesloten huis binnenkomt
en zijn stinkende spoor achterlaat in elke afgesloten kamer,

als een boot op de Muvattupuzha die haast
zijn last van twee kinderen en een vrouw
laat vallen in de moessonstroom,
en als de rivier hen had meegesleurd,
hoeveel pijn zou dat hebben veroorzaakt
en hoeveel hebben bespaard?

als mijn moeder die het monsterlijke hoofd tussen haar benen uit probeert te persen,

als de stalker om vier uur ’s morgens
de krakende schommel in het park bij mijn huis
het naar beneden gekeerde gezicht wit in het licht van het mobieltje,

als de god die over de zolder van mijn geest paradeert
of de geest die kronkelt in de kelder
of de slaaf die het midden bewoont,

als een ontroostbare sopraan haast aan het eind van het Ave Maria,

als een kersrode Stratocaster Elite
gevonden bij een lommerd in Vancouver
en afgepingeld tot achthonderd dollar,

als slechte heroïne in een steeg in Delhi
een verkruimelde roze pil, verkocht in een gedraaid stukje papier
hongerig maar vreugdeloos opgesnoven,

als een vrouw (weer en weer)
met krullend haar, met mond en ogen als de jouwe,

als een gestalte aan de kant van de snelweg
die me aanspoort om de auto in de prak te jagen
met een stem zo kalm en wijs
dat ik al mijn zelfbeheersing nodig had om niet toe te geven,

als goede heroïne in Zürich,

als een opgezwollen wit gezicht op het plafond van een geleende kamer
dat de hele nacht tegen me praat
met woorden die ik niet begrijp omdat ik er te high voor ben,

als een viool die kruipt door de
bomen voor de Humboldt Universiteit
en ik beschouwde muziek als de honger
die eet wie hij opstookt

als de voorzichtige hagedis die mijn brein bewaakt,

als de verblinde vogel die steelt – juwelen, rotzooi,
wat er maar te vinden is – om te bouwen
en wat bouwde ik meer dan een huis van stof?

als een ritueel van pasgetrouwde insecten
als een insect, gehoornd huiverend stuiptrekkend
piepkleine tyrannosaurusweeën,

als het wit van mijn baard, witheid die sneeuw of bedwelming te boven gaat,

als het verlaten kind dat je was
dat dag zei tegen wind en water 
het tegengestelde van lucht binnenging
nee zei tegen aardebloed

stop zei tegen lichaamsbloed
arriveerde als witte schaduw
zonder kenmerk of verlangen
als een druppel offerolie

je atomen liet samenkomen
vallend druipend onder
in je haast om het koninkrijk
van eeuwig leven in te gaan,

als ziekte, als leveraandoening
en de rivier van rode wijn die haar geneest,

als de blauwe druif die de wijn maakte,

als een zwarte brandplek op je been die ’s nachts ontstaat en jarenlang blijft zitten,
als een onverklaarbare bult op je schouder,

als het geluid van iemand die vlakbij zachtjes huilt in de nacht,

als een dood meisje met bloedrode lippen
bloedrode ogen en wangen
een bloedrood gewrongen hals,

als een crematoriumstank van
kamfer en vlees,

als wat je ook wilt,

maar kom terug.  

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

2725537-e5c7a669118c81706bcf8bb2b28541c0.jpg
Jeet Thayil (Kerala, 13 oktober 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e oktober ook mijn blog van 13 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:03 Reageer op dit bericht

Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

 

Troost van de broodschrijver

Vier met z’n vijven hoogtijd
in één lijf. Kermis in de hel.
Een van de vijf is op de loop.
Het regent dat het goud giet.

1

Ik drink op de wijn
die smaakt naar nu
wanneer hij oud is.
Ik drink op de melk
die smaakt naar toen
ik dronk voor het eerst.
Ik drink op het bier
dat smaakt naar meer.
Ik drink op het water
dat smaakt naar niets
dan dorst. Waarop ik drink.

2

Ik eet jullie brood.
Ik spreek jullie woord.
Ik eet meer dan brood.
Letters heb ik gegeten.
Koren heb ik gesproken.
Koren op mijn molen.
Bloem van jullie woord.
Lees, eet mijn woord.
Schrijf, spreek brood.

 

 

Zesde zintuig, zoekend

Een van de vijf is op de loop.
Liep uit de hand. Kroop uit mijn
lijf. Een zesde zintuig zoekt de
voortvluchtige. Geeft je de vijf.

1

Tastend naar de toetsen van het orgel
in eigen boezem, in het donker dansend
naar het blazen van de kat die hij wil
aaien of knijpen, dansend naar het pijpen
van de doedelzak van het oud zeer, leest
hij. Niemand leest beter dan de blinde.
In de sterren die hij ziet wanneer hij
stoot op de betekenis.

2

En om te ruiken hebben we de hond.
En om te rieken een paar schoenen,
Zie ze snuffelen met hun neus
tegen de grond. Zij vinden weer
waar vroeger plaats heeft gevonden
als jij ze eerst het zweetspoor op
laat snuiven. De plaats is vervaagd
en leeg en wat ontluisterd. Maar
we zijn er.

 

2725384-ced1cad940f4ca9f54b52669886b304c.jpg
Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

 

 

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren in Genua op 12 oktober 1896. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Eugenio Montale op dit blog.

 

 

Het kustwachtershuis

Jij denkt nooit meer aan het kustwachtershuis,
hoog bovenop de rotskust, op een klif:
verloren wacht het op je sinds de avond
dat daar jouw zwerm gedachten binnenging
en er rusteloos bleef.

Zuidwesters hebben sinds de oude muren jaar
na jaar gestriemd en jouw lach klinkt niet vrolijk meer:
de dolle naald van het kompas draait doelloos door,
de som van onze dobbelstenen klopt niet meer.
Jij denkt er nooit meer aan; een andere tijd
verduistert je herinnering; een draad raakt los.

Eén eind heb ik nog vast; maar het huis wijkt
en op de nok van ’t dak staat ongenadig
de zwartberookte windwijzer te draaien.
Ik heb een eind vast, terwijl jij alleen
blijft en in dit donker hoor ik nietje adem.

Oh de vluchtende einder waar zo zelden
het boordlicht van de tanker zichtbaar wordt!
Is dit de doortocht hier? (De branding kolkt
nog steeds tegen de rots die steil in zee staat…)
Jij denkt nooit meer aan het huis van die avond,
mijn avond. En ik weet niet wie blijft en wie gaat.

 

 

Vertaald door Marko Fondse en Peter Verstegen.

 

 

2725384-628cd1bf509d44c13c760f23ff239464.jpg
Eugenio Montale (12 oktober 1896 – 12 september 1981)
Portret door Sergio Vacchi, 1989

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2025 en ook mijn blog van 12 oktober 2023 en ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.



Geschreven door Romenu om 16:55 Reageer op dit bericht

Christoph Peters, Daniel Falb

De Duitse schrijver Christoph Peters werd geboren op 11 oktober 1966 in Kalkar. Zie ook alle tags voor Christoph Peters op dit blog.

Uit: Dood in Berlijn (Vertaald door Annemarie Vlaming)

“NERGENS HAD EEN GOD ZIJN SPOREN NAGELATEN. Niet dat die lang bewaard zouden zijn gebleven in het Brandenburgse zand. Nergens een Romeinse tempel, amfitheater, slotruïne of kathedraal om te getuigen van mythische grootsheid. Naar heiligengraven zou je tevergeefs zoeken, maar wie zocht daar ook naar? De graftombe van de Hohenzollerns was vanwege renovatiewerkzaamheden gesloten. En afgezien van een paar deskundigen was toch al niemand meer op de hoogte van namen en daden van het vroegere geslacht van overheersers. 0, koning van Pruisen, jij grote potentaat / wat zou de vreugde groot zijn als je snel je troon verlaat. Hier en daar sierde rococo in de stijl van Frederik de Grote het stadsbeeld, Deutscher Dom, Französischer Dom, een operagebouw, een zomerpaleis, best aardig uitgevallen, verder de Griekse dromen van Schinkel, aansluitend historiserende pracht en praal, gebouwd in opdracht van de laatste keizer. Wilhelm II stierf in 1941, nadat hij na een verloren wereldoorlog was afgezet en zijn verdere leven in ballingschap in Nederland had doorgebracht. Het Derde Rijk was er niet rouwig om. Van de Führer kreeg slechts een compacte delegatie toestemming om de reis naar de bijzetting in bezet gebied te maken. Op totale oorlog volgde totale verwoesting. Wederopbouw volgens de normen van het socialistische of kapitalistische realisme, Opgestaan uit de ruïnes, Siemens, AEG, VEB, LPG; arbeiderspaleizen, sociale woningbouw, de autovriendelijke stad, form follows function. Eens in de zoveel tijd sloegen staatsraad-voorzitters en Amerikaanse presidenten elkaar om de oren met oneliners van blijvende eeuwigheidswaarde. Niemand hat die Absicht, eine Mauer zu er-richten. Ich bin ein Berliner. Mr. Gorbachev, tear down this wall! De Vreedzame Revolutie, waar niemand van tevoren een perronkaartje voor had gekocht.’ Wir sind das Volk. Wir sind ein Volk. Deutschland einig Vaterland. Onlangs had das eine Volk zichzelf getrakteerd op een namaakpaleis, opgetrokken uit met zandsteen bekleed gewapend beton, KAMA JAJA JIPPIE JIPPIE JEEY!!!, adelaars, profeten, helden als gevelornamenten, omwille van de goede oude tijd. Op de koepel prijkte een kruis, met daaronder rondom het inschrift: EN DE ZALIGHEID IS IN GEEN ANDER, WANT ER IS ONDER DE HEMEL GEEN ANDERE NAAM ONDER DE MENSEN GEGEVEN, EN ELKE TONG ZOU BELIJDEN DAT JEZUS CHRISTUS DE HEERE IS, TOT HEERLIJKHEID VAN GOD DE VADER. OPDAT IN DE NAAM VAN JEZUS ZICH ZOU BUIGEN ELKE KNIE VAN HEN DIE IN DE HEMEL, EN DIE OP DE AARDE, EN DIE ONDER DE AARDE ZIJN.”

 

2725242-4b83e099bdf16ce301432cf084fe88e1.jpg
Christoph Peters (Kalkar, 11 oktober 1966)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Daniel Falb werd geboren op 11 oktober 1977 in Kassel. Zie ook alle tags voor Daniel Falb op dit blog.

 

Uit: De tred van de shar-pei
Vier gedichten uit ‘New Zork’

de meetbare diepte van de organisatie die ons animeerde. de oermeter ijken. de
huizen bestaan uit cake.

montagne sainte-victoire’s twenty four expiring versions per time unit. let op de
houdbaarheidsdatum van de dingen om ons heen.

de natuur produceert kant-en-klaargerechten. door publieke functies gaat het geoogste
dus, gaat het lichaamsgewicht gekleed heen.

we lagen bovenop elkaar, in de generatietijd. op mij drukte een president en de
eindeloze rij van zijn ferventste performers.

zegt de ene erwt tegen de andere. de bevoorradingslijnen zijn tot de nok toe bedekt
met woongebieden. gazons van burgerbureaus.

als structuren de straat op gaan, wat is dan de straat. en het fruit, aan de struik seconden
lang optimaal geconserveerd.

in de levensmiddelenafdeling rekende ik af en kreeg van de automaat geld terug dat
aan de bomen groeit.

 

Vertaald door Ton Naaijkens

 

2725242-c8975b0460248c77ed3fbe66c698a807.jpg
Daniel Falb (Kassel, 11 oktober 1977)




Zie voor nog meer schrijvers van de 11e oktober ook mijn romenu blog van 11 oktober 2018 en ook  mijn blog van 11 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 11 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:34 Reageer op dit bericht

Liliana Corobca, Tadeusz Różewicz

De Roemeense schrijfster Liliana Corobca werd geboren op 10 oktober 1975, in het dorp Săseni, raion Călărași, Sovjet Socialistische Republiek Moldavië. Zie ook alle tags voor Liliana Corobca op dit blog.

Uit: Kinderland (Vertaald door Jan Willem Bos)

“De moeders komen!
Net als de geiten in het sprookje komen de moeders naar huis, trillend van opwinding en angst wachten de bokjes thuis op hen, zijn ze niet door de wolf verslonden? De kinderen huilen bij de komst van de moeders, die overdonderd en ontdaan zijn hoeveel hun kroost is gegroeid tijdens hun afwezigheid. De moeders komen naar de kinderen van het dorp, want nu is het zomer en hebben ze vakantie, alleen onze moeder komt niet.
Ik wil er niet eens aan denken dat ik zou willen dat oma doodgaat zodat mama en papa allebei meteen naar huis komen. Dat hebben al oma’s kinderen zo besloten en daarom zijn we deze zomer alleen thuis. Onze ouders hebben dat afgesproken zodat ze niet twee keer hoeven te komen en twee keer geld uitgeven voor de reis. Afgelopen zomer is papa voor een paar dagen gekomen en toen heeft hij wat klusjes gedaan, wat reparaties uitgevoerd. Daarna is ook mama voor vakantie gekomen. En dit jaar wachten ze eerst totdat oma is overleden.
Wanneer mama komt, huilt ze niet in ons bijzijn, ze zegt, weet je, ik moet eventjes de schuur gaan opruimen of het varken knort van de honger of ze bedenkt een ander smoesje om zich te verbergen en daarna, als ze eenmaal uitgehuild is, komt ze glimlachend naar ons toe. En Marcel, die mama zo weinig in haar armen heeft gehouden, wil haar, als ze komt en in de weer is met de bagage en allerlei telefoontjes, zo graag knuffelen, dat hij neerhurkt en een van haar benen omklemt. Mama zegt niets, ze laat het toe, ze zou hem in haar armen willen nemen, maar dat kan nu even niet, daar heeft ze geen tijd voor. Ze loopt, of beter gezegd: ze sleept zich van hot naar her, terwijl Marcel aan haar been blijft hangen.
En een keertje, bij een eerdere gelegenheid, had Marcel zich verstopt, ik weet niet of hij geschrokken was, maar we riepen hem allemaal: Marcel, mama is er, mama zoekt je, en hij zat weggedoken onder de kussens in de woonkamer en we begonnen aan hem te sleuren, maar hij hield de kussens vast en gilde, hij gilde ook toen mama hem in haar armen nam, alsof ze te heet was en hij zich aan haar brandde. Nu verstopt hij zich niet langer. Mama brengt kleertjes, speelgoed, koekjes en heel fraai verpakte chocolaatjes voor hem mee en hij verheugt zich er even ongeduldig op als wij.”

 

2725111-979e1b63488b796b567f2ae86befe732.jpg
Liliana Corobca (Săseni, 10 oktober 1975)

 

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

 

GOUDEN BERGEN

Voor het eerst
zag ik bergen
toen ik zesentwintig
was

Ik lachte niet
ik schreeuwde niet
in hun aanschijn
sprak ik op fluistertoon

Toen ik thuiskwam
wilde ik vertellen
aan moeder
hoe bergen eruitzien

Het was een ingewikkeld verhaal
’s nachts
ziet alles er anders uit
ook bergen en woorden

Moeder zweeg
misschien was ze in slaap gevallen
van vermoeidheid

In de wolken
groeide de maan
de gouden berg
van arme mensen

 

 

Vertaald door Karol Lesman

 

2725111-d7811d0a47666939180ca587f9e3b172.jpg
Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2025 en ook mijn blog van 10 oktober 2021 en ook mijn blog van 10 oktober 2018 en ook mijn blog van 10 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:24 Reageer op dit bericht

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: Simpele personages

“Kleefland en Dorrus zaten op zekere dag in De Lobos. Ze dronken elk voor zich een Jupiler-pils. Buiten was het weer guur.
“Ik zou wel eens een dierentuin willen bezoeken”: zei Kleefland.
“Ach: zei Dorrus, “je weet niet waar je aan begint. Met al die beesten. Sommige spuwen in je gezicht”.
“Alleen de lama’s”, zei Kleefland, “en daar houd ik afstand van, je kent mij”.
De uitbater, tevens eigenaar van De Lobos, werd Fristi genoemd, vanwege dat roze drankje. Hij zei: “Ook vreemde wezens zijn Idafkoppers”.
“Wat zijn dat?’ wilde Kleefland weten.
“Kleine hagedissen die alleen voorkomen in het verleden”.
“Zijn ze derhalve uitgestorven?’ vroeg Dorrus.
“God mag het weten”, zei Fristi, en hij nam een slok van z’n Fristi. Je mocht hem midden in de nacht wakker maken om zo’n Fristi te drinken, maar niemand maakte hem ooit midden in de nacht wakker, wat hij een voordeel van slapen vond.
Verder zaten er in De Lobos een man in een rolstoel, twee nerveuze vrouwen, en iemand die leek op een jong kind maar toch al negentien jaar was. Hij heette Ros-veld, was op de sukkel en zat vaak op café om de tijd, die zichzelf nooit doodde, alsnog te doden. Op bepaalde tijdstippen ging hij naar het toilet om zich in te spuiten met speed.
“We kennen je niet, oude kerel”, zei Kleefland tegen de man in de rolstoel, “wie ben je?” “Noem jij mij een oude kerel?” zei de man. “Ik ben pas zeventig”.:
“En toch nog in een rolstoel zitten”, zei Dorrus.
“Dat komt door een ongeluk en door niks anders”, zei de man, “ik ben op m’n fiets geschept door een Scania Vabis”.
“Er gebeuren vele ongelukken met Scania’s”, zei Fristi, “en wat doet de regering eraan? Geen fluit”.

 

2724967-79def9ca5b7a578e7ba93e8736703e9b.jpg
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

 

Einst habe ich die Muse gefragt,
Und sie antwortete mir
Am Ende wirst du es finden…

maar hij die na het Einde kwam
kreeg geen antwoord

Op weg naar de Nieuwe Mens
het Nieuwe Jerusalem
Utopia

zocht ik moegeworden
naar schaduw
onder de boom van de kennis
van goed en kwaad
maar de boom was verdord
verwaaid

door de zwarte engel beroofd
van geloof hoop liefde
bevond ik me op een weg
leeg donker
ijzig koud

uit de verte bereikte me
geblaf van honden en mensen

maar thuis trof ik Vader
noch mijn broers noch was er brood

voor mij liet ik voetsporen achter
en ik week terug in een land zonder licht

 

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

2724967-763d028ab976f1d0b53974b265ef3088.jpg
Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook  mijn blog van 9 oktober 2018 en ook mijn blog van 9 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 9 oktober 2016 deel 2.






Geschreven door Romenu om 17:13 Reageer op dit bericht

Nobelprijs voor Literatuur 2026 voor Anne Carson

 

Nobelprijs voor Literatuur 2026 voor Anne Carson

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson heeft de Nobelprijs voor Literatuur 2026 gewonnen. Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

 

Tango XXV. Sad Severe Tango Dance of Love and Death Dance of Night and Men Dance of the Dark Kitchen of the Poverty of Desire

Shall we sharpen our eyes and circle closer to the beauty of the husband—
carefully, for he was on fire.
Under him the floor was on fire,
the world was on fire,
truth was on fire.
Around him green fire blew straight off every tree.
He was almost never sad, a god led him on.
Nor did he doubt his fate which looked as Napoleon used to say like this:
I write myself between worlds.
What he wrote depended on who he was with.
Once he met Ray
he began to write paintings.
In Ray’s room they worked side by side, the husband talked.
Ray liked learning about places in the world,
for he had scarcely travelled and about books,
for he did not read.
What are the Alps like?
From the plane they look fragile like pieces of pottery. Thin silences float inbetween.
And up close.
Up close more like cheese. Parmesan.
Is it expensive.
Parmesan?
Italy.
Yes and no.
You stay with your Italian sweetie?
She got married.
To who.
Man named Ricky.
They happy?
She had to unlock him she said.
Meaning sex.
I guess.
You know what’s good for that is tango.
For unlocking?
Cures the digestion too.
How do you know these things.
Remember Flor?
No.
The one before Karl.
Karl?
Karl was the one before Danny.
Oh.
And Flor was a tangoist.
That seems a long time ago to me.
Poor pure Flor.
Seems so long ago.
Flor was defenseless.
Doesn’t that seem a long time ago to you Ray.
No not so long but you were married then it was all different.
It makes me tremble.
What.
To think back. I remember exactly how I thought life would be.
Everyone has dreams.
No not dreams it was a precise picture.
What went wrong.
Middlemen.
Sorry?
Take the divorce for example, not her idea to divorce me. Middlemen got to her.
She knew you were lying and sleeping around.
Ray please I never lied to her. When need arose I may have used words that lied.
Way too philosophical for me.
Philosophers say man forms himself in dialogue.
That I understand.
So did she.
Now there you’re wrong.
Why do you say so.
I saw her go down.
She was far stronger than me.
She went down.
Everything I did I did for her.
Why are you yelling.
I’m going to see her this weekend.
You’re insane.
I’ll write first.
She divorced you three years ago why not leave her alone.
I have faith.
In what.
In us.
There is no us.
Deep pure faith.
But why.
Ray you know I wish I lived in another century.
You used to say the body is the beginning of everything.
I don’t believe that anymore.
You still sleep around.
I do.
You make me sad.
The way people live here—
Yes.
Land of no miracles.
What do you hope for now.
To be reborn as a great warrior in the year 3001.
On a June evening.
What did you say.
It’s a line from a tango song.
On a June evening yes.

They went on working, he at his easel
and he on the floor by the lamp
while high black banks of twilight came and stood around them close
as sentries.
The husband was making a plan of the Battle of Epipolai

which he hoped to transfer to a wall of his house using acrylic paint
and small flags.
Why Epipolai? This bloody Athenian defeat
began with one surprise night move in 413 B.C.
Blurring a line between courage and folly

the Athenians attacked uphill in the dark
against fortified Syracusan positions.
Its originality at first
brought success to the plan,
then the Syracusans grasped it

and charged and disorder flowed everywhere.
Visibility was by moonlight,
they could see outlines but not who was who.
Hoplites got churning
in a space no bigger than a stairwell

for those Athenians who were already routed and descending the cliff
met others arriving fresh to the attack
and took them for enemies—moreover,
constantly shouting the password
they revealed it to the enemy and with this word

coming at them wrongly in the dark the Athenians panicked.
Friend fell upon friend.
It was like a beautiful boiling dance where your partner
turns
and stabs you to death,

cauldron of red Sicilian moon and white Greek lips.
He hums as he works.
Rectangles for the Syracusan outbuildings,
broken lines for the brave Athenian assault,
triangles for likely places of confrontation,

black dots of varying sizes for estimated casualties along the path of the rout.
In his mind
he is composing a letter
to explain to her (again)
about the fog of war and need for endurance and splendor
they will come to in the end.
We need a new password he whispers with a smile,
as he imagines himself arriving exhausted and hoarse,
dusty from the road, riding a tank one fine evening.
June evening.

 

 2724963-e40206d56b45301f198e2663061976b5.jpg
Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

Geschreven door Romenu om 16:56 Reageer op dit bericht

Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

 

Mechaniek

Een klein metronoom die tikt en draait,
dat is de klok. Neutraal als hekwerkstaal.
Niet wreed zoals het weer, de vrouw, de man..
De klok maakt niemand oud of gek of kaal.

Het koele mechaniek heeft niets met ons
van doen. De wijzers draaien stijfjes door.
Hij komt uit onze hand, maar luistert niet
naar onze nood; hij volgt zijn tandenspoor.

Waarom gehoorzaamt u dat polsgeval?
Waarom zo zweten, janken, al die last?
Wanneer er van je neus een traan in drupt
verliest het ding meteen de maat. Roest vast.

 

 

Pijnloze metamorfosen V

Laten we zeggen:
ik ben een koning.
Niet om wat ik kan of
ben, ben ik koning, koning
ben ik zonder meer.
Al voor ik geboren werd
bekleedde men voor mij
de aarde met zachte wolken.
Bloesemend kant ben ik
dat zwijgt van waardigheid.

Het is mijn wens
een gelijke te ontmoeten
die mijn uitzicht kan delen,
maar niemand geeft gehoor
aan mijn bevel.
Ik ga soms liggen in het gras
om zichtbaar te worden
voor mijn volk,
maar het schijnt mij toe
dat wij werkelijk alleen zijn.

 

 

Springhond

Uit het donker komt ze tevoorschijn,
ze hijgt en zigzagt tussen sprieten door,
komt op mij af in bokkensprongen,
het lijkt of ze lacht, ze springt!

En ik ren en ik ren en ik ren door de nacht
en ik ben groter dan een grashalm
en de bomen duiken speels voor mij weg
en daar is een bankje en heel laag heel makkelijk
en ik spring!
en de sterren blijven plakken in mijn maanstraalhaar
en daar is de grond en boem! en ik ren en ik ren
en mijn tong laat ik slingeren over de grond
en ik proef de aarde en lekker! en 40.000 kilometer!
en ik ruik een appel en een hert en een zeehond
en de sterren zijn fris en vooral Sirius
en ze dansen als gras en ze zingen als blaadjes
en ze zijn mijn honderdduizend ogen en kijken fonkelend neer
op het draaien van de grote blauwe wereld
en zien mij rennen in het park,
een kleine witte hond in de nacht

 

2724802-f419023d664384a2b6948f4e65fd249b.jpg
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

 

te grote woorden

ster

langste lengtes
zicht en tast
baar over
bruggend
spuugt de koude
ster zijn einde
uit straalt bundel
gewijs rest
licht uit hangt in
de ruimte een vast
gevroren schijnsel
de hond ik noem
die ene ster
daar reeds lang
wordt korter zijn
vurige staart
stormt naar binnen
barst door
pupillenzwart als
uitgebrand
einde
naar jou toe

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2724802-0ea3ea3eed51956f6131710461e53ac4.jpg
Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017.

Geschreven door Romenu om 16:56 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten