Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

October (J.C. Bloem), Wallace Stevens

 

 

2723716-a9ec8367bf2ef02bf55718af67485a64.png

October’s Flame door Robert Strong Woodward, 1932

 

 

October

De hooge vloed des zomers is vergleden;
Nog gister wiegden we in zijn diepen schoot,
Nu proeven wij, bij ’t ’s morgens buiten treden,
Iets in de lucht van zaligheid en dood.

Dit is de teerste maand van ’t jaar: October,
Die van in damp gebroken licht verzaad,
Geheiligd, onaantastbaar-kuisch en sober,
Langs een gewijde en stille wereld gaat.

Een nieuwe weelde lokt: het zijn de stralen,
Van warmte en wellust algeheel ontdaan,
Die door een sfeer van ijle nevels dalen,
Als najaarsdraden in een vochte laan.

En, nauw-omstrengeld, dwalen door die prachten
Twee zielen, waarvan de een voor de ander zwicht,
Broeder en zuster van mijn herfstgedachten,
De dunne schaduw en het dunne licht.

De schaduw heeft het zware en fulpen donker
Van ’t zomerlijke lommer afgeleid,
En aan het milde licht bleef glans noch flonker,
Alleen een wonderlijke helderheid.

De luister van deze aarde is niet te dooven.
Mijn liefde wemelt in een zonnestraal
Rondom de laatste rozen dezer hoven,
Als spel van luiten aan een koningsmaal.

En mijn verlangens trekken met de scharen
Van vogels krijtend lang de blauwe lucht,
Die dichtbij ’t stralend hart des hemels varen,
Terwijl mijn loomte aan de aarde kleeft en zucht.

Ik denk aan u, droom van dit korte leven,
En van zijn barren gloed het rustloos vuur.
Het bloed mijns harten wildë ik u geven –
Zie: ’t werd een roode wingerd langs den muur.

O latere geliefden langs deez’ paden,
Wanneer mijn stof al wervelt op den wind,
Herdenkt mij: toen mijn voeten het betraden,
Heb ik dit landschap ook zoozeer bemind.

Herdenkt, herdenkt mij dan – maar niet verweven
Met de gedachte aan die de harten bluscht,
Maar als gij naar de grenzen reikt van ’t leven,
In najaarsnachten, warm van liefde en lust.

 

2723716-dcbf57f30fde74ab4a07517893b99691.jpg
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Oudshoorn, de geboorteplaats van J. C. Bloem

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

 

Zondagmorgen

I

Peignoirgenoegens, late koffie en
Sinaasappels genoten in de zon,
De groene vrijheid van een kaketoe,
Verdrijven samenspannend op het kleed
De heilige huiver van de offerdood.
Zij droomt een beetje en zij voelt, hoe zwart
Die oude catastrophe naderkruipt,
Zoals de windstilte waterlichtjes dooft.
De groene vleugels, scherpe geur van ’t fruit,
Lijken trofeeën in een stoet van doden
Over wijde wateren, zonder geluid.
Zo haar dag: wijd water, zonder geluid,
Voor haar dromende voeten uitgelegd,
Een zee begaanbaar tot in Palestina,
Het zwijgende domein van bloed en graf.

 

 

Vertaald door Lloyd Haft

 

 

2723716-bc1f28f7fe47a483a78811e825f7b8d1.jpg
Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2025 en ook mijn blog van 1 oktober 2021 en ook mijn blog van 1 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 1 oktober 2018 en ook mijn blog van 1 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:30 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Hendrik Marsman, Wallace Stevens

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

Uit: Tempel en kruis

VII

‘O vleesch dat uzelve bevlekt
met het beursche vleesch der cultuur,
wees een plant weer, een stroomend wier
in de zwarte rivier der natuur.

al de woorden verdampen als dauw
en het zaad dat vruchtbaar zou zijn
in den buik van een bloeiende vrouw
verkwijnt in het knapenlijf

van den gladden hermafrodiet,
de hetaire die ’t embryo doodt;
slaap niet met het intellect,
paar niet met een kouden schoot.

want nog steeds is addergebroed
de vrucht van inteelt geweest
en ook de infant van den geest
zal den weg gaan van alle vleesch.

zie, de maan heeft het schrift al gevlekt
dat uw pen dreef in het papier;
ook het vers dat het merg u onttrekt
zal als het gras zoo kort zijn van duur.

verzink in het dal van den slaap,
in den humus der wereldgrond –
een bedwelming zonder naam,
een vergetelheid zonder grond.’

VIII

Vroeg in den morgen dwaalt hij door de stad.
de stilte schrikt, en vluchtig slaat de straat
de leege oogen op naar het gezicht
der oude scheemring aan den overkant,
een wezenloos gelaat, of zij zichzelve
in den spiegel ziet.
hij volgt de gracht,
het doode water slaapt in ’t bronzen bed
tusschen de werven nog, geen zon belaagt
in het beschimmeld duister van de brug

met judaspenning het geheim der visch.
de boomen stil, ’t blad houdt den adem in
van het doorschijnend lispelend verhaal
dat het zich eindeloos herhalen wil
en vreest den overval der dageraad.

 

2723541-548d2eaac01a0d58e00ea465dfe34ae1.jpg
Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)
De jonge Hendrik Marsman in 2016, 17 jaar oud

 



De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

The dwarf

Nu is het september
En het web geweven,
Het web is nu geweven
En je moet het aan.

De winter is gereed, je moet hem dragen,
Winterweb, wintergeweven wind,

Zomerse gedachten
Die het brein erover heenplakt
Ten spijt – lappen op een lappenpop.

De geest is nu gewrocht.
Langzaam, langzaam
Werd eraan gevlochten.

Dit is wat je bent,
Je uiteindelijke mannetje
Geweven, geweven
En hij wil nu gedragen.

Masker noch gewaad, dit
Wezen uit de vale zomer
Losgerukt, spiegel van de kou, komt zitten

Thuis naast je lampje:
Slokken van je glaasje,
Morsen met je mok.

Kijk maar: rijp
Tussen de baardstoppels al.

 

Vertaald door Lloyd Haft

 

2723541-dd6afe3de011f9977e8a2fb624056d4b.jpg
Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)
Ingekleurde portretdfoto uit 1948

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2023 en ook mijn blog van 30 september 2020 en eveneens mijn blog van 30 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:15 Reageer op dit bericht

Jon Fosse, W. S. Merwin

De Noorse schrijver en dichter Jon Fosse werd geboren in Haugesund op 29 september 1959. Zie ook alle tags voor Jon Fosse op dit blog.

 

IETS OVER DE TONEELSPELER

in wat zich roert
als het leven
altijd in verweesde beweging
is iets rustig
en zwaar
als het leven zelf
zwaar is           Voor sommigen
wordt het leven te licht
en tegelijkertijd te zwaar
en zij stappen uit het gebeuren
en staan daar
wankel
beschaamd
en weten niet wat te zeggen
ze hebben niets te zeggen
en daarom moet er iets gezegd            En ze stappen naar voren
met passen licht en doelgericht als de wind
stappen ze naar voren
en dan staan ze daar
zwaar van zichzelf
in elkaars licht
terwijl de schaamte
vervliegt
gewichtloos als de engel van de hond
 
En dan gaan de vleugels van de engel open
en vouwen zich om hen heen
 
En dan is het gezegd

 

 

DE BERG HOUDT ZIJN ADEM IN

een diep inademen
en toen stond de berg daar
toen stond de berg daar
en zo staat de berg daar
 
en buigt zich neer
en neer
in zichzelf
en houdt zijn adem in
 
terwijl wind en water
strelen en slaan
houdt de berg zijn adem in

 

 

GEWOON WETEN

de zang, de zang van de zee
glijdt neer langs de steile rotsen
en verder langs hemel
 
in blauwe zweefvlucht, als een schemeren
naar waar wij samenzijn
en waar wij nooit iets zeggen
 
en gewoon weten

 

 

Vertaald door Marianne Molenaar

 

2723545-3299908a4eed7ffebc8465e3367a2004.jpg
Jon Fosse (Haugesund, 29 september 1959)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

 

Bij het vallen van de avond

Wanneer het tijd is, volg ik de zwarte hond
de duisternis in die de geest van de dag is

Ik zie daar niets anders dan de zwarte hond
de hond die ik ken, die voor mij uit loopt

zonder om te kijken – o, het is de zwarte hond
op wie ik nu, na al die jaren, vertrouw

nadat ik jarenlang het vertrouwen van de zwarte hond genoot
door tijden van licht en door schaduw heen

verder, de blindheid van de zwarte hond in
waar de kamers van het donker al bekend waren

en geen angst in zich droegen voor de zwarte hond
die mij voorzichtig de blinde trap op leidde

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2723545-4a5042a37a6bda53a02210cd5a565c6f.jpg
W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2025 en ook mijn blog van 29 september 2020 en eveneens mijn blog van 29 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Philip Huff, W. S. Merwin

De Nederlandse dichter en schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Philip Huff op dit blog.

Uit: Open

“Negen jaar lang hebben we weinig onbesproken gelaten, maar dit wel: de zomer van 2020 stond ik in het Rijksmuseum voor Maria Magdalena in extase van Artemisia Gentileschi, ik keek naar het gezicht van Jezus’ metgezellin en mogelijke geliefde en besefte dat ik jou al maanden niet meer zo in vervoering had gezien.
Ik was moe. Moe van de lange nachten met de hitte en de muggen, moe van de zomer. We waren samen naar Portugal geweest, naar Ierland, maar jij had nog nooit zo ver van mij vandaan gevoeld. Ook niet toen ik nog in New York woonde. Ik was moe en ik was boos.
Ik wist dat gevoelens getijden kenden, maar ook dat die vergelijking een valse was: liefde is niet gelijkmatig als de zwaartekracht. Ik wist dat, als de tijdslijn van een relatie lang genoeg was, dit soort dingen gebeurden. Onze wittebroodsjaren waren voorbij, we hadden een roze periode gekend, en nu een blauwe. Ik wist ook dat je dan moest volhouden, een maand, een jaar, totdat je elkaar weer had gevonden, in een volgende roze periode. Maar ik had niet langer het gevoel dat we samen in de dagelijkse loopgraven van het bestaan zaten. Of misschien wel, maar dan aan andere kanten van het front.
Ik voelde elke dag je walging. Je vroeg mij niets meer. Wilde niets meer met mij doen. Je wilde niet mee naar het museum, en als we wel samen voor dat schilderij hadden gestaan, had jij mij niets gevraagd en ik had niet durven zeggen wat ik dacht: dat ik moe was en boos.
En toch… en toch liep ik door. Als een afgematte voetsoldaat. Maar ik wist, met elke polsslag, ik voelde, tot in elke vezel, dat deze aanpak geen verzoening bracht.
Waarom zei ik niets?
Dit praten, dit schrijven, dit altijd weer praten met jou. Ik doe het zodat ik zeker weet dat ik alles wat ik je wil zeggen ook daadwerkelijk zeg. Ik doe het, om het helder te krijgen, allemaal.
Wat Renate Rubinstein zei: Liever had ik geschreven met sereniteit en liefst in glorie, maar als die er niet zijn, dan kan het ook gewoon.”

 

2723211-0de1e7d75764fdc90d15bc6992bc1c4d.jpg
Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

Weerkaatsend licht

Toen ik net leerde lezen, stelde ik me voor
dat bruggen iets te maken hadden met vogels
en met wat op kooien leek, al wist ik
dat het geen kooien waren; het moet herfst zijn geweest
met het stoffige licht dat flikkerde op de tramleidingen
en die oranje plekken die in brand leken te staan ​​op de foto’s
en nu is het inderdaad herfst, de heldere
dagen niet ver van zee, met een briesje dat snuffelt
aan droog gras dat gisteren nog groen was
de lege maïs die staat te trillen en een dons
van spookbloemen dat de verwaarloosde velden sluiert
en overal de kleuren – ik kan mijn ogen
er niet vanaf houden: alles rood, zelfs de brede stromen
rood; het is het seizoen van de trekvogels
die ’s nachts vliegen en de draaiende aarde onder zich
voelen; ik werd wakker in de stad en hoorde
de roep van de plevier, steeds weer opnieuw
voordat ik in slaap viel, en hier, ver stroomafwaarts
samenscholend en weerkaatsend vlak bij de oever
hebben de langste bruggen hun slanke vleugels gespreid

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2723211-7a41fe30b569402cc5f4737d0a1e1886.jpg
W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e september ook mijn blog van 28 september 2020 en eveneens mijn blog van 28 september 2018 en ook mijn blog van 28 september 2017 en eveneens mijn blog van 28 september 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:05 Reageer op dit bericht

Kay Ryan, Nate Pritts

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

 

THE WOMAN WHO WROTE
TOO MUCH

 
I have written
over the doors
of the various
houses and stores
where friends
and supplies were.
 
Now I can’t
locate them anymore
and must shout
general appeals
in the street.
 
It is a miracle
to me now—
when a piece
of the structure unseals
 
and there is a dear one,
coming out,
with something
for me to eat.

 

 

FELIX CROW

Crow school
is basic and
short as a rule—
just the rudiments
of quid pro crow
for most students.
Then each lives out
his unenlightened
span, adding his
bit of blight
to the collected
history of pushing out
the sweeter species;
briefly swaggering the
swagger of his
aggravating ancestors
down my street.
And every time
I like him
when we meet.

 

 

SHARKS’ TEETH

Everything contains some
silence. Noise gets
its zest from the
small shark’s-tooth
shaped fragments
of rest angled
in it. An hour
of city holds maybe
a minute of these
remnants of a time
when silence reigned,
compact and dangerous
as a shark. Sometimes
a bit of a tail
or fin can still
be sensed in parks.

 

 

Niets gewaagd

Niets bestaat als één blok
dat niet in stukken kan worden gehakt.
Dus als er niets wordt gewaagd,
dat zijn geen loze woorden;
het is de ultieme inzet.
Vraag je je niet af
hoe mensen kunnen denken
dat de oevers van ruimte
en tijd er niet toe doen?
Hoe ze de grote bassins
leegtrekken tot op
slijm en salamanders na
en daarvoor nog dank verwachten?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2723041-4336b66ca35732631a71b4778162f38d.jpg
Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Nate Pritts werd geboren in Syracuse, New York, op 27 september 1974. Zie ook alle tags voor Nate Pritts op dit blog.

 

 

Forever War

In studying the anomaly
it was determined that holiday decorations
look sad out of season,
that there’s no excuse for the mistakes
of my people. Red paper hearts
on the front door into April,
a cauldron that doubles as a planter
in summer. Always the starscape
to help keep me honest, to remind me
that distance is easy to cross.
The analytic belt I’m equipped with
reminds me of an indescribable autumn
from one hundred generations ago
though even last year
I was someone else.
I was faced with a choice.
Proceed with the same core
or blow it up to restart
& maybe go further. Most of my programming
has survived into this new battle.
I can smell faint ocean
salt on the breeze & I have different
reactions for its presence or absence.
Now is the time to overcome problems.
I debate the finer points of being desperate,
of wanting things to remain
as they are, though they can’t.
I’d rather not go into details
since specifics make me queasy,
like in pictures when people put their heads
too close together. How can they stand
such forced intimacy?
I take off in search of my home planet.
My resolve is stronger than ever.

 

2723041-d5ae85e078a535c4969a538cfa220219.jpg
Nate Pritts (Syracuse, 27 september 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e september ook mijn blog van 27 september 2020 en eveneens mijn blog van 27 september 2018 en eveneens mijn blog van 27 september 2015 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 17:05 Reageer op dit bericht

Bart Chabot, T. S. Eliot

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

Uit: Engelenhaar

“WAAROM ZIJN WE HIER”,’ ZEI DE JOURNALISTE, ‘EN NIET BIJ jou thuis?” Een paar maanden voor mijn overlijden had ik een interview in het Carlton Ambassador, een hotel in de Haagse binnenstad. Ik vertelde dat ik hier zo’n vijftien jaar over de vloer kwam, wekelijks, en het hotel als mijn tweede huiskamer beschouwde. `Dat is geen antwoord op mijn vraag, zei de journaliste. Haar stem verried een zekere ergernis, al probeerde ze niets te laten merken. Het interview was pas een minuut of vijf bezig, ze had me nog nodig. Vanaf hun vaste stek in de vensterbank luisterden de hotelplanten belangstellend mee. Als hotelplant hoorde je van alles, maar bleef je je verbazen.
“Ik kom uit de rock-‘n-roll; zei ik. “Van huis uit kreeg ik te verstaan: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. In de rock-‘n-roll gold en geldt: hoe gekker, hoe beter, wat ik een heel wat vruchtbaarder uitgangspunt vind. Het grootste deel van mijn leven heb ik on the road doorgebracht en ik hou van het hotelleven. Je wordt in een handomdraai teruggebracht tot wat je bent: een passant met een valies in de hand, op doorreis. Een oude krijger, die taai is en dagenlang kan zwijgen. Wekenlang zelfs, als de situatie erom vraagt”. Ik kuchte en nam een slok koffie. Tegen wie zei ik dit eigenlijk? Zat ik tegenover een eenpersoons tribunaal? Diende ik me voor mijn doen en laten te verantwoorden en werd ik om die reden onderworpen aan een kruisverhoor? De journaliste maakte een aantekening. Geduldig wachtte ik tot ze klaar was. Stel je voor dat ze van haar ‘a propos zou raken. Buiten kleurden de kastanjebomen en het hotelgazon iets groener; maar echt van harte ging het niet. De winter had zich er met een jantje-van-leiden van afgemaakt en moest voor straf nablijven. “Mocht mijn echtgenote eerder komen te overlijden dan ik, vervolgde ik, “dan verkoop ik ons huis en ga ik de rest van mijn leven in een hotel wonen. Me voorgoed terugtrekken in een klooster of een abdij zou overigens ook tot de te overwegen opties behoren.” “Toch vind ik het vreemd”, zei de journaliste. Dat kon zijn. Maar ik voelde me niet geroepen me nader te verklaren. Dan maar “vreemd” “Je noemt je nieuwe boek een roman, zei ze. “Maar het is toch gewoon een verhaal over je leven?” Het beloofde een lange zit te worden.”

 

Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

 

De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor T. S. Eliot op dit blog.

 

Een zang voor Simeon

HEER, DE ROMEINSE HYACINTEN BLOEIEN IN SCHALEN langs de wand
En winterzon sluipt langs de heuvelen van sneeuw;
Het koppige seizoen houdt stand.
Mijn leven is zeer licht, wachtend naar doods wind,
Als een veder op de rug van mijn hand.
Stof in zonlicht, herinneringen achtergelaten,
Wachten de wind die verkilt naar het dood land.

Geef ons uw vrede.
Ik ben vele jaren lang door deze stad gegaan,
Geloof en vasten hield ik, verschafte aan de armen brood,
Nam en schonk eer en rust.
Nooit wierp ik één verworpene van mijne deur.
Wie zal mijn huis herinneren, waar zullen mijn kindskinderen leven
Wanneer de tijd der smarten zal gekomen zijn?
Ze zullen zich redden langs het pad der geiten en in ’t huis van de vos,
Vluchtend voor de vreemde aangezichten en de vreemde zwaarden.

Vóór de tijd der koorden en gesels en lamentaties
Geef ons uw vrede.
Vóór de staties van de berg van desolatie,
Vóór het zeker uur der moederlijke smart,
Nu in dit seizoen der geboorte van het sterven,
Laat het Kind, het nog niet sprekend en ongesproken Woord,
Geven Israel’s troost
Aan een die tachtig jaren en geen morgen telt.

Volgens het woord dat gij spraakt.
Zij zullen U eren en lijden in elke generatie
In glorie en spot,
Licht over licht, stijgend de ladder der heiligen.
Niet voor mij het martelaarschap, d’ extase van gedacht’ en gebed,
Niet voor mij het ultiem visioen.
Geef mij uw vrede.
(En een zwaard zal uw hart doorsteken,
Ook het uwe.)
Ik ben moe van mijn eigen leven en de levens van dezen na mij,
Ik ben stervend in mijn eigen dood, en de dood van dezen na mij,
Laat uw dienaar heengaan
Nu hij uw verlossing heeft gezien.

 

Vertaald door Ben Cami

 

T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e september ook mijn blog van 26 september 2018 en ook mijn blog van 26 september 2017 en eveneens mijn blog van 26 september 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:35 Reageer op dit bericht

Niccolò Ammaniti, Kay Ryan

De Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti werd geboren in Rome op 25 september 1966. Zie ook alle tags voor Niccolò Ammaniti op dit blog.

Uit: Kieuwen (Vertaald door Etta Maris)

“Salamanders weten met verbazingwekkende precisie hun hol terug te vinden. Als je ze oppakt en je loopt met ze over een berg, keren ze gewoon terug naar huis. Ik niet. Ik raak dc weg kwijt. Vooral wanneer ik drink. En vanavond is het ijskoud en regent het. Ik heb een hele tijd rondgedwaald. Was ik maar een salamander. Dan had ik naar de sterren gekeken en mijn neus in de lucht gestoken en zou ik naar de winkel zijn teruggekeerd. Ja, misschien had ik dat moeten proberen. Maar in Rome zie je geen sterren. De hemel gaat er schuil achter een grijze, fosforescerende kap en hoge woonblokken. En bovendien ben ik verkouden. Ik moet overgeven. Ik heb het gevoel alsof mijn maag vol zit met murenen. Vooruit. Sta dus maar op. Ik zit al een tijd op de motorkap van deze auto en ben doorweekt. Sta op, je bent er. Ik hijs mezelf overeind. Ik leun met mijn hoofd en armen tegen het rolluik om de draaikolkbeweging van de straat, de lantaarns en al het andere te stoppen. Ik vind mijn sleutels onder in de zak van mijn jas. Ik ga naar binnen. Ik loop door de winkel, die inmiddels niet meer in gebruik is; uit de aquaria, die ooit dienden om de klanten te lokken, stijgt een geur van ontbinding op. Jezus, wat veel stof. Waggelend loop ik door een lange, donkere gang en dan ben ik eindelijk in het hol. Dat is een grote kamer die uitkijkt op een binnentuin. Overdag schijnen de zonnestralen naar binnen door de grote ramen, zodat zich een dichte vegetatie kan ontwikkelen. Er staan aquaria in alle soorten en maten, sommige zo groot dat je erin zou kunnen zwemmen. Lange snoeren voeden dc lampen. De waterleidingen liggen kriskras door elkaar op de vloer. De grootste aquaria reproduceren complete regionale ecosystemen. Een van Zuid-Amerika, met planten met lange stengels. Een ander van Zuidoost-Azië, met waterlelies. En verder één van Europa en een van Afrika. Zodra ik binnenkom voel ik de vochtigheid door mijn kleren dringen en wordt ademhalen moeilijk. Dc lage lampen vullen de aquaria met een warm, zacht licht. De vissen zwemmen traag in scholen. Daaronder de duisternis en een sterke, zoete geur. Regen en vegetatie. De geur vult mijn neus en bedwelmt me. De ramen zijn beslagen door de condens. Tegen een van de muren staan op een toonbank een stuk of twintig kleinere aquaria. Daarin zitten dc pootvissen, dc pasgeboren visjes. Opzij daarvan staan een half versleten bank, de koelkast, een televisie en een stretcher. Ik laat me erop vallen. Het lukt mc niet me uit te kleden. lk trek mijn schoenen uit, meer niet. Ik vind de afstandsbediening onder het kussen en zet de tv aan. Ik houd mijn ogen dicht. ‘En? Hoc hebt u het ontdekt?’ vraagt Maurizio Costanzo.”

 

Niccolò Ammaniti (Rome, 25 september 1966)

 

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

EEN BAL ROLT OP EEN PUNT

De hele bal
van wie we zijn
drukt zich in
het groene laken
op één enkel,
minuscuul punt.
Een krakend
geluidsspoor
verraadt onze doortocht
door de
vezelige jungle.
Het is heet en
wanhopig. Insecten
springen eruit op.
De pressie is
intens, en de
perceptie dat we
de maat zijn kwijtgeraakt.
Alsof om te veel gewicht
op een te kleine plek
te laten rusten
onze keuze was.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 25e september ook mijn blog van 25 september 2021 en ook mijn blog van 25 september 2019 en ook mijn blog van 25 september 2018 en eveneens mijn blog van 25 september 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Joke van Leeuwen, Kay Ryan

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

 

Bang in het donker

Mama, papa, blijf je thuis?
Er lopen dieven door het huis.
Er lopen boeven op de gang.
In het donker ben ik bang.

Er zit een kater in de kast,
die daar met zijn nagels krast.
Moet ik ’s nachts naar de wc,
lopen spoken met me mee.

Op de zolder zit een beest.
Ik ben er weken niet geweest.
Hoor ik ’s nachts een harde klap,
dan is het oorlog op de trap.

Dan loopt een vent met een geweer
in het donker op en neer
en loert-ie naar me door een kier.
Blijf liever hier. Blijf liever hier.

 

 

NOSTRIFICATIE

Wie gaf er soep aan wie toen die opeens daar op de stoep, want
weggevlucht van waar die dacht te horen? Wie raakten er
voorgoed ontwricht? Wie deed zijn deuren dicht?

Waar wurmen massa’s zich langs ketens, waar wordt
bourgondisch, taaltje, zuinig en lawaai eens door elkaar gegooid
vermooid tot boor, aai, lading, uiting, schuw en zaaltje?

Wie is het snelst met zijn oudjaar, zijn gangen, bollen, flappen?
Wie kwamen uitgedosten halen van een halte, omdat de bus niet
reed? Wie deed wie na, hoe kusten zij elkanders wangen?

Waar zitten hier en daar de billen, hoe snel gaat lopen, waar
in de trein zit wie te bellen over liefde, die aan weerszijden
heus niet meevalt nee, dat weet nu heel de treincoupé?

Hoevelen staan er waar in brons gegoten, de kop gedragen in
een schaal van kraag? En hoeveel decibellen kunnen torens nog
verduren, blote putti en het stil vertoon van de moluren?

Wie praat tegen de wind in, woont in een fermetje, plakt aan zijn
geboortegrond? Wie schiet er door? Wie leidt het meeste om en
wie wil alles recht, zegt: heb ik al gezegd en zegt het weer?

Hoe traag gaat varen op kanalen? Waar reiken de rivieren
over grenzen? Wat bloeit er op de doden? Hoe ogen waar
de broden? Hoe zijn ze zo geworden?

Vul hier niets in. Schuif aan.
Zie hoe versierd het voedsel op de borden.

 

 

EENZAME UITVAART

De man van as zegt: neem mijn urn
bij mijn middel vast, ja zo, verstrooi mij
niet hier op het voorgeschreven gras, op
ander as van vorig jaar. Verstrooi mij als

een kruimelspoor, daar waar men voort-
stapt en iets meent te moeten. Leg mijn
verkleinde brein, mijn reumavoeten
onder de leuning van het viaduct

(bergje van niks, maar wel een bergje)
dan waai ik zelf als storend stof
op snelle auto’s ergens heen.
Toch licht. Toch tegenwoordig.

 

2722553-cf69a3f8d64bca7f3136725418ea4df6.jpg
Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

 

Waarom we moeten worstelen

“Als we niet hebben geworsteld
zo hard als we kunnen,
op het toppunt van onze kracht,
hoe zouden we dan de vorm
van ons verlies kunnen voelen,
of weten wat ons het langst
op de been houdt, of benoemen
wat verandering ons kost,
en zeggen hoe vreemd
het is dat het ene deel
van het zelf kan inspringen
voor het andere in nood,
hoe verlies een sluimerende
dubbelganger activeert, hoe
we ons kunnen voeden
– als met nectar –
met onze eigen behoefte?”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2722553-36b710b082c3a1cdf51a47fc2608a1f4.jpg
Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn blog van 24 september 2020 en eveneens mijn blog van 24 september 2019 en ook mijn blog van 24 september 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:30 Reageer op dit bericht

Jaap Harten, Dannie Abse

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Zie ook alle tags voor Jaap Harten op dit blog.

 

 

Jeugd

II

Wij sloegen wegen in
die met een sterke geur
van mest en winter
de middag tegemoet kwamen.
Wij zagen de hemel zich kleuren
met vossenrood toen de zon
wegreed in zijn zegekar en het land
achterliet aan vuursteen en hout.
Wij slopen over de paden
als soldaten op verkenning,
droegen een riem om ons
middel en het staal van
een roestig mes op
onze blote huid.

Wij verbrandden in de bossen
alle dode leefregels,
wij hurkten bij vuurtjes met
de schutterigheid van pubers,
wij waren jong als sap en
sterker dan kabeltouw.
Wij dachten niet meer aan

de ouderen, die uit een
vitaal tekort, bij gebrek
aan ruimte, alles uit
de helderheid wegzetten,
liefde en haat in dozen
borgen, in donkere laden
waar hun gevoel als
een kapotte batterij
stierf uit armoede.

Wij waren jong als sap
en sterker dan kabeltouw.
Wij hadden onze melktanden
verloren en daarvoor in
de plaats een mond vol
rauwe woorden. Wij woonden
niet meer als onze voorvaderen
op de rand van het ijs
maar in de kop van het vuur
of de vuist van het duister
en leefden een leven dat
niet mocht, omdat het vochtig
was als jong vel, en woonden op
de verborgen zolder van de droom.

 

 

Klokken en niets dan tijd

Uit zilver en glas zijn
de instrumenten gemaakt
waarmee wij de tijd meten,
maar kennen wij ook
die tijd? Wij kennen
onze angst, die sputtert
als een oliepit en soms dooft,
wij kennen geluk en wondpijn –
de koorts van die wond al minder.

Maar de tijd blijft een dunne adem
waaronder wij leven, vechten
of popelen van liefde,
de tijd is een geruisloze wind
die verandering, als spionnen,
onder zijn mantel meevoert.

En als hij kleur bekent
zien wij het niet – of te laat.
Met het oog op onszelf gericht
zien wij wel het vuur binnen
ons, blussen wij met koele
bekers, maar zien te laat

de weg die onheilsboden
nemen onder de zon.
En later, wanneer het voorbij is,
vragen we: wat was het?
Een windstoot of wapengerucht?
Een fel opstekend onweer?

Niemand weet het dan meer.
Waarom werd Troje veroverd?
De één zegt: om Helena.
Een ander: om de ijzervoorraad
te vermeerderen van de Grieken.
Wat was het: een vrouw of erts,
waarvoor legers hoog hielden
de tekens van hun gevechtswaarde?

 

 

2722169-836d33ce27f949ec15f7f36c9ac13b47.jpg

Jaap Harten (22 september 1930 – 2 december 2017)
Portret door Ringo Mollinger, 1984

 

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

MYSTERIËN

’s Nachts, weet ik niet wie ik ben
als ik droom, als ik slaap.

Wakker geworden, houd ik mijn adem in en luister:
een duimnagel krast over de andere kant van de muur.

’s Middags ga ik een zonverlichte kamer binnen
en neem er waar dat er zonder enige reden de lamp brandt.

Ik hoorde nu wel te weten dat je weinig octaven kunt horen,
dat een visioen sterft als je er te lang naar staart;

dat zelfs de hele geboekstaafde geschiedenis
maar wat geklets is in een grote stilte;

dat een magnesiumflits nog niet één enkel moment
het onzichtbare kan verlichten.

Ik klaag niet. Ik ga uit van het zichtbare
en het zichtbare ontstelt mij.

 

Vertaald door C. Buddingh’

 

 

2722169-a997162e8056b14e49fad8ff6edbccad.jpg
Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e september ook mijn blog van 22 september 20919 en ook mijn blog van 22 september 2018 deel 1 en deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Xavier Roelens, Leonard Cohen

De Vlaamse dichter Xavier Roelens werd op 21 september 1976 in Rekkem (Menen) geboren. Zie ook alle tags voor Xavier Roelens op dit blog.

 

 

1952

guust scheurt en knipt uit de foto wie vergeten is en zelfs meer. ook de
jongen die als straf na school de sjaal moest zoeken die hij nochtans
niet verstopt had, niet hij, deed de schoolpoort open en vertrok. ook de
jongen die in vaders schuif tastte, raderen en veren en wijzers betastte,
verdween finaal tussen de onderdelen voor vader zijn vingers kon
pletten. ook de jongen die zijn schooleten plette, ook die knipt hij uit.
en de jongen die ooit in de kleedkamer met zijn handdoek tegen
guusts blote kont kletste, is al lang gesmolten. en de jongen die een
krekel had gevangen, heeft ook de lente niet gehaald. en de jongen die
wou lopen met een pet over zijn ogen maar al na drie meter viel en de
enige lange broek scheurde die zijn ouders zich konden veroorloven,
is ver van huis. en ik die het warm kreeg achter in mijn broek en de
jongen die zijn mond vulde met crème glace in ruil voor zijn
amandelen en de jongen die bij het kippenhok regenwater oplepelde,
wij die ooit samen met guust rondhuppelden in de sneeuw, zien nu
onze sporen uitgewist. knip. knip. knip. en dan prikt hij nog van haar
bank de non die hem klappen gaf omdat hij te rommelig knutselde,
waarna moeder hem klappen gaf omdat hij klappen had gekregen. en
de plukjes hemel. en de bank als brandhout. en het gras. hij houdt
slechts zichzelf over, houdt zelfs zichzelf niet over.

 

 

1956

de smurfen zien smurfen op smurf smurfen kijken op een smurf
waarop zij smurfen kijken waarop smurfen die smurf kijken waarop
nonkel bob en tante terry te zien zijn
    kom, kom toch kijken smurfin!

maar smurfin zit in een zetel, nog voor de dag begint in een zetel tussen
twee teddysmurfen, nog niet aangekleed in een versleten,
stoffen zetel met houten leuningen en zij, nog net niet versleten, nog
voor het grauw van buitenwereld begint, hoort
    kom, kom toch kijken smurfin!
en brilsmurf ijsbeert voor het scherm want grote smurf dit en grote
smurf dat en als gargamel wat, maar als knutselsmurf zich ergert
omdat alles hetzelfde blijft en moppersmurf omdat alles verandert,
hangen ze samen brilsmurf met zijn muts aan een haak in de gang en
gaan op een pleintje spelen; speelgoed is niet nodig, ze spelen smurfje
en smurfen vakjes van een tot tien en gooien met een kiezel
     kom, kom toch kijken smurfin!
en voor gargamel is het ja en inderdaad, alleen zijn. geen broer of zus.
niet echt eenzaam, maar alleen. hij zit op regenachtige dagen smurfen
te knutselen en bomen waarachter ze zich mogen verstoppen en waar
hij ingenieuze valstrikken in bouwt. want smurfen wonen in een
gezondheidskolonie in een bos van zon, dat heeft hij uitgeplozen,
staan dicht bij bevroren bladeren en ijs. ze snuiven de geur en kou
diep in hun blauwe longen, tot
    kom, kom toch kijken smurfin!
klunssmurf uitglijdt op het meer. zijn buil zwelt en doet zeer. ze
dragen hem snel naar grote smurf die net de drinkbeker aan het
bijvullen is voor de slakken in hun vogelkooi.

 

 

2721966-19ec48fda4dcc5644b565eb821796fd9.jpg
Xavier Roelens (Rekkem, 21 september 1976)

 

 

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook alle tags voor Leonard Cohen op dit blog.

 

 

Hoeveel mensen in deze stad?

Ik vraag me af hoeveel mensen in deze stad
in gemeubileerde kamers wonen.
Laat in de nacht, als ik naar de gebouwen kijk:
ik zweer dat ik in elk raam een gezicht zie,
dat naar me terugkijkt,
en als ik me omdraai,
vraag ik me af hoeveel er teruggaan naar hun bureau
en dit opschrijven.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2721966-1015ca5171916cde205a304e4dde3dfb.png
Leonard Cohen (21september 1934 – 7 november 2016)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e september ook mijn blog van 21 september 2021 en ook mijn blog van 21 september 2020 en eveneens mijn blog van 21 september 2019 en ook mijn blog van 21 september 2018. 

Geschreven door Romenu om 16:59 Reageer op dit bericht

Conor O’Callaghan, Owen Sheers, Dannie Abse

De Ierse romanschrijver en dichter Conor O’Callaghan werd geboren op 20 september 1968 geboren in Newry. Zie ook alle tags voor Conor O’Callaghan op dit blog.

 

 

Fall

To unbalance. To keel over, accidentally, or submit to the pressures of gravity.
To plummet in worth, especially currency.
To lose altitude. To take place at some pre-ordained time and date.
To swallow tall tales at face value.
To lag such a distance back along the trail as to disappear from view.
To surrender, especially a country,
to the enemy camped in its margins for all of two nights and three days.
To vanish from the radar of grace.
To have no qualms any longer when it comes to telling friends and foes alike
precisely where to stick
their olive branches. To be the kind of sap who lapses now and then
into clandestine amorous crushes.
To indulge a whole continent its own broadleaf syllable for autumn.
To arrive back unexpectedly in the afternoon
and happen upon yourself dancing a single-handed two-step on the landing
to Bechet’s ‘As-tu le Cafard?’
To go, especially too far. To leave some unknown pal a shot behind the bar
and teeter out upon the dawn,
its parabola of stars, as wobbly on your pins as any newborn foal.
To bolt awake on a balcony
and see the horizon’s twinset of Med and azure in the Blinky Palermo abstract
that has lain open in your lap.
To realise the only part of flight you can handle is that moment after take-off
into a blank of unmarked blue.
when you feel like a kite getting nowhere fast or a balloon strung out on helium.
To listen to sound effect CDs so often
every track eventually returns to the common denominator called ‘wind in trees’.
To think the hymns of Ulrich Zwingli funny.
To praise a glass half full of homespun pear brandy that tastes of lighter fuel.
Also, to dwell on the bruise
of one dropped apple. Also, to descend and keep descending until it becomes
a sort of modus vivendi, a buzz.
Also, to stumble and nonetheless to continue, and always to be happy to go down
in history as anybody’s fool,
and somehow to believe in parachutes, and still to find it within you to forgive
the leaves whatever it is leaves do.

 

 

2721962-87a065daaf23507babf2ff34d39ba0ee.jpeg
Conor O’Callaghan (Newry, 20 september 1968)

 

 

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

Uit: Ik zag een man (Vertaald door Inge de Heer)

“Achter dit hek boog een treurwilg naar een van de zwemvijvers op de Heath. De afgelopen maand hadden die vijvers een laag kroos gekregen, dat verrassend helder van kleur was. Een paar minuten daarvoor had hij nog gehurkt zitten kijken naar een koet die zich er een weg doorheen kliefde, knikkend met haar nonnenkop, met haar kuikens zigzaggend in haar kielzog. Toen hij in de keuken stond luisterde hij nogmaals of hij iets hoorde. Het was niets voor Josh en Samantha om weg te gaan zonder hun huis af te sluiten. Hij wist dat Samantha het weekend op stap was met haar zus Martha. Maar hij dacht dat Josh en de meisjes thuis waren gebleven. Toch was het stil in huis. De enige geluiden die hij hoorde kwamen van de Heath achter hem: een blaffende hond, het gekwebbel van mensen die in de verte zaten te picknicken, de plons van een duiker in de zwemvijver voorbij het wandelpad. Dichterbij, in de tuin van  een van de buren, hoorde hij een sproeier, die op de middag in begon te hakken. Het was zo stil in huis dat deze geluiden vanaf zijn plek in de keuken al het karakter hadden van herinneringen, alsof hij een drempel in de tijd over was gegaan in plaats van een drempel van een huis. Misschien had Josh een briefje achtergelaten. Hij liep naar de koelkast om te kijken of hij er een zag. Het was een breed, matstalen Amerikaans model, met een in de deur ingebouwde ijsmachine. Over het hele oppervlak van het apparaat hingen papieren – een hoeveelheid waarmee je een bureau kon vullen -vastgemaakt met koelkastmagneten met Rothko’s. Michael bekeek de afhaalmenu’s, boodschappenlijstjes en verzuim-briefjes voor school, maar die gaven hem geen van alle een aanwijzing waar Josh zou kunnen zijn. Hij wendde zich af van de koelkast en keek het vertrek rond, in de hoop iets te vinden wat zou kunnen verklaren waarom de achterdeur niet op slot zat terwijl er niemand thuis was. Net als de rest van hun huis was de keuken van Samantha en Josh degelijk en royaal. De gestreepte schaduw van een jaloezie viel op het kookeiland in het midden, met een oven, twee kookplaten en een professionele verzameling kookgerei. In de serre, aan de andere kant van de ontbijtbar, stonden een doorgezakte bank en twee leunstoelen met potplanten eromheen. Okerkleurige rolgordijnen waren langs de ramen neergelaten. Aan het uiteinde van de keuken stond een ovale eettafel, en daarboven hingen de Nelsons.”

2721962-761bdcc620642533df1f7cacfd5fdf4c.jpg
Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

Röntgenfoto

Men stroopt zeebodems af of jaagt naar sterren
en, moeder, maniakken lichten elke tegel
of openen graven voor dat sterrenlicht.
Sommigen willen álles openen.

Harvey, de bloedsomloop en Freud, de omloop
van onze dromen, speurden eervol, worden
daarom geëerd, als alle onderzoekers.
Mensen die mensen zouden openen.

En dan die anderen, met ziekten, moeder,
naar hen genoemd als grote straten: Hodgkin,
Addison, Parkinson – artsen die snel,
als eersten, bij elk wrang sterfbed komen.

Ik ben hun slome collega, half bevreesd,
ongeïnteresseerd. Als jongen al: je weet dat
mijn kleine hand een wekker nooit aan stukken
gepeuterd of een dode muis geflenst heeft.

Net zo mijn grote hand. Uit een witte mouw
strekt hij zich, moeder, houdt voor ’t glanzend scherm
jouw röntgenfoto op. Mijn ogen kijken
maar willen niet; ik wil nog steeds niet weten.

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 

2721962-aa70621598777e6302fbbb33e1008822.png
Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 20e september ook mijn blog van 20 september 2022 en ook mijn blog van 20 september 2021 en ook mijn blog van 20 september 2020 en eveneens mijn blog van 20 september 2019 en ook mijn blog van 20 september 2018.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Orlando Emanuels, Crauss

De Surinaamse dichter en schrijver Orlando Emanuels werd geboren in Paramaribo op 19 september 1927. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Orlando Emanuels op dit blog.

Uit: Iets van waarde

“Mams,
Voor ik contact met je maakte wilde ik even met mezelf in balans komen en nu ik bijna een week van huis ben na mijn abrupt vertrek, is de storm in mij enigszins geluwd en adem ik de vredige kalmte om mij heen gretig in.
De kamer waarin ik mijn intrek heb genomen kijkt uit op een kinderspeelplaats, vanmiddag zaten daar twee jongens op een wip en een meisje met een rode strik in het haar vermaakte zich op de schommel. Op een bank dichtbij zat een vrouw, waarschijnlijk de moeder van de spelende kinderen, met een boek in haar schoot.
Het zou natuurlijk makkelijk geweest zijn naar de telefoon te stappen om met je te praten, maar ik heb bewust gekozen voor een brief. Een van de weinige dingen in het leven, waar de mogelijkheid tot kiezen ontbreekt is het bepalen van je ouders, die krijg je toegewezen. Heus mams, ik ben de kosmos of welke instantie dan ook, die verantwoordelijk is voor de keuze van jou als mijn moeder, heel erg dankbaar. Had ik zelf mogen kiezen, misschien had ik misgegrepen. Bij de relatie van paps en mij ligt dat wel enigszins anders.
Toen ik van de middelbare school kwam en aan tafel vertelde dat ik journalistiek wilde doen, beschouwde hij dat als volkomen onzin, evenals al mijn andere verlangens. Weet je nog hoe schamper hij had gelachen?
Jij, had hij gezegd, terwijl hij zijn bord van zich afschoof, jij had op je elfde jaar ook al van die wilde fantasieën, je zou schrijfster worden. Gelukkig heb ik je dat uit het hoofd kunnen praten, een Derde Wereldschrijver is op een enkele uitzondering na een elitaire hongerlijder! Toen hij opstond, was dat resoluut zoals altijd wanneer hij voor jou of voor mij een beslissing neemt. Ik weet dat zijn verbittering voortspruit uit het feit dat zijn enig kind een dochter is en geen zoon.
Zover ik mij kan heugen heeft hij vrouwen altijd bezien zoals een oosterling dat doet. Hij houdt van zijn vrouw en dochter precies zoals hij gesteld is op zijn Mercedes en zijn gouden horloge, bezit zonder recht op eigen emoties en dromen. Met zijn enorme kennis en reputatie die hij heeft opgebouwd als een van de meest vooraanstaande economen
van het land en hoog aangeschreven financieel adviseur van opeenvolgende regeringen, heeft hij het voorrecht en misschien ook het recht om voor anderen over veel te beslissen. Daar valt mijn beroepskeuze echter niet onder!”

 

2721618-c24d3d3aa3810c538a1d946f0f82b44d.jpg
Orlando Emanuels (19 september 1927 – 13 maart 2018)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook alle tags voor Crauss op dit blog.

 

Beuel Rheinaue

De wereld wankelt,
voor onze ogen beeft ze
opnieuw, terwijl wij, op een schommelende
brug, een zonsondergang in Bonn tegemoet
deinen. a slight glimpse of a hand holding, dan
luiden de klokken ons terug naar de vertrouwde
smalle steegjes. De tafel is gedekt, gegeten wordt
op blote voeten en met weemoedig gehemelte:
de wijn drinken we nu, de druiven
bewaren we voor ’s nachts.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2721618-b759d082205921032385f114ac8c6cf3.png
Crauss (Siegen, 19 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn blog van 19 september 2024 en ook mijn blog van 19 september 2021 en ook mijn blog van 19 september 2020 en eveneens mijn blog van 19 september 2018 en ook mijn twee blogs van 19 september 2011.



Geschreven door Romenu om 17:13 Reageer op dit bericht

Koen Stassijns, Owen Sheers

De Vlaamse dichter, schrijver en vertaler Koen Stassijns werd geboren op 18 september 1953 in Ninove. Zie ook alle tags voor Koen Stassijns op dit blog.

 

 

De wandeling

1

Ik wandelde vandaag een doodstuin in.
Oktober. Bomen bliezen uit. Er hing
nog rilling om de kruinen, binnenin
leek alles opgeruimd. Zo oogt herinnering.

Ik zag een pop, een huis, een grabbelton,
wat scherven. Als had een kind het daar pas
uitgestrooid. En het speelde. Het verzon
een beter woord voor alles wat hier was.

En alles kreeg zijn plaats, de lege bomen,
het wachten op de vogels, die er niet meer
waren, wat geen naam had, en wie niet.

Mijn wachten ook, op wat voorbij was gegaan
als ik er niet was geweest, niet stil had gestaan
bij het weinige dat ons beweegt.

 

2

Dus gingen we maar. Tot waar de stenen steeds
geduldig zijn. Samen. Zoals nooit voorheen.
Er hing een zon die zonder omzien scheen
en wij leken een vlek, gaandeweg, eindweegs.

Achter een hek, in een belendende weide
stond een schimmel, op zijn dooie gemak,
naar dat geschuifel, waar het toe leidde.
Als een lakei, oog op oneindig, lak.

Herfst kwam hem de neusgaten uit. Geen blad
liet los van een tak, en wij schoven trager
aan de gedachte voorbij dat ook dat

voorlopig was. Iemand wendde het hoofd af
toen een gehinnik het gelui overstemde.
Verder was het een dag waar niemand om gaf.

 

 

Het doodsbed

Kantelend licht. De avond is een kaars
die over haar gezicht een eiland legt.
Landschappen varen voorbij en zij is het
laken waarop nu alles wordt gezegd.

December. Bloemen klampen ramen aan,
broodkruim lijnt de perken af, verstikt
hun zucht. Het huis stokt in de kelen staan
de klinkers amper overeind. En ik vlucht

naar haar hals waarop een archipel bloedt,
ingebrand snoer van smaragd. Wie hangt
haar op, de ets die ik van haar bewaren moet,

het vergezicht dat stolt op haar huid, de
schreeuw die uitrolt op mijn hand? Zij zwijgt,
zij weigert elk geluid. In haar is alles uit.

 

2721421-d99f22596408e6f51b62a34376e77530.jpg
Koen Stassijns (Ninove, 18 september 1953)

 

 

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

 

 

Erfenis

Naar R.S. Thomas

Van mijn vader gestotter
als een stok in de spaken van mijn spreken.
Een vermoeid knipperen,
een behoefte om mijn botten
bij de kale steen van de heuvel te hebben.
Een voorliefde voor de orde van kaarten
en de chaos van slecht weer.

Van mijn moeder
een gevoeligheid voor de pijn in het genot.
Het blauwe erts van de blik,
stille momenten naast een nat paard
dat opdroogt in een stal vol regenrumoer.
De draaibank van een schrijnwerker
die feit in fabel verandert.

En van hen beiden —
een verlangen naar wat zij smeedden
in hun gedeelde leven;
het beproevend onder de harde hamer van de jaren,
gloeiend heet in de kern,
donker afgekoeld aan de zijden.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2721421-baf283d596505c0d61b922d40a67b515.jpg
Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18september 2020 en ook mijn blog van 18 september 2018 en ook mijn blog van 18 september 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 17:09 Reageer op dit bericht

H.H. ter Balkt, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

 

Verkeerde raadhuizen

Hartelijk lachend zit je
In de verkeerde raadhuizen
En zachtjes huilend zit je
In de verkeerde raadhuizen

Verkeerde raadhuizen, zijn
Alleen maar verkeerde raad-
Huizen; ook goede raadhuizen
Zijn de verkeerde raadhuizen

Alleen je eigen bleue hals
Draagt het goede raadhuis dat
Misschien het verkeerde maar
Toch het enige raadhuis is

 

 

Het klavertjevier

Daar staat hij, het klavertjevier,
uit de tent huilt de Diamond Dogs
en ook het kleine klavertje huilt
want geen hond wou hij zijn, nee,
ook niet dat roestige blikje, nee,
van zijn plaatsje wou hij weggaan,

wilde zijn worteltje oppakken en
wandelen naar waar het licht was,
daar waar geen blikjes rammelden en
doodziek roestbruin bloed ophoestten
naar hem, het arme klavertjevier.
‘Ach, kwam ik maar van de Antillen!’

‘Hing ik als wijnrank in een tuin
in Frankrijk! Had ik de Duitse hoed
van de Hanekam, wortels net als de eik!’
Geloof mij, al wat bos en veld stof-
feert met vaak bezongen bladerpracht,
dat snikt soms droef de Internationale mee.

Daar staat hij dan, het klavertjevier.
Op de asfaltweg bromt de bus van 20 u 7.
Ja, de zeven die zal er niet bij zijn;
kom nou! Uit de blauwe tent kwam zij toen,
het meisje, zo mooi dat het groene bloed
van eik en grassen stilstond in de vaten.

In de zoete zomeravond van juni of juli,
jullie marskramers weten wat ik bedoel,
heeft zij vrolijk geplukt t klavertjevier,
het aan haar borst gedrukt, en rennende
naar de halte waar de bus optrok, stof, stof,
terwijl zij niets zag dan t klavertjevier,
stof, stof! rent t klavertje naar de sterren.

 

 

Dennebos

Het uithangbord van ons gilde
is de onbeschilderde denappel, ei

van de dennen. Ongeverfde negorijen
doemen op waar de denappel uithangt.

t Plaveisel zand, de rede sagen.
Het zand knerst waar de dennen waaien.

 

2721293-513e201ccecf1da2d1e244df0e4a467a.jpg
H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Om een oudedame te wekken

Ouderdom is
een zwerm kleine
tjilpende vogels
scherend
langs kale bomen
boven verijsde sneeuw.
Stijgend en vallend
wordt het ze lastig gemaakt
door een donkere wind –
Maar kijk!
Op harde ruigtehalmen
is de troep neergestreken,
de sneeuw
ligt vol geschilferd
kaf
en de wind wordt getemperd
door een hoop
schril gepiep.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

2721293-ddc14d0f56759898624ed95d3e26f3e6.jpg
William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
Zelfportret 1914

 

Zie voor de schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2020 en eveneens mijn blog van 17 september 2018.



Geschreven door Romenu om 17:28 Reageer op dit bericht

Alfred Schaffer, Breyten Breytenbach

De Nederlandse dichter Alfred Schaffer werd geboren in Leidschendam op 16 september 1973. Zie ook alle tags voor Alfred Schaffer op dit blog.

 

 

Politiek voor beginners

Je staat te glunderen, alsof je al gewonnen hebt. Of wil je de
menukaart zien? Lieveling, er trok vandaag een optocht door
de straat, er was confetti, er waren voorzorgsmaatregelen, er
was genoeg voor iedereen. De dag stond bol van nijverheid.

Dit is geen gezeur, dit is de kolder in m’n kop, secondewerk.
En dit hier liep ik in de oorlog op, ik was een scherpschutter,
ik schoot met scherp, waande mij een voorvader, mijn bleke
snufferd in alle soorten en maten. Zo ging dat in die tijd van

voor de nieuwsberichten, wie niet deugde kon bij het grofvuil.
Ik moest tot inkeer komen, kwam tot inkeer en toen wilde ik
naar huis – tussen de flats laat jij je hondje uit, het kinderspel,

de graffiti, het gekef, alles in nostalgisch zwart en wit. Luister,
brult de meester. Eendracht, klaagt de meester. Wie de schoen
past, begint de meester. Maar wat het ook was, het is verleden.

 

 

Het persoonlijk magnetisme

 

Kijk eens naar rechts en vertel me wat je ziet.
De constante verandering,
nu al onderdeel van onze dagelijkse routine.

Dit is de grote dag,
de dag van het titelgevecht en het spontane compliment.
In de drukte zoek je naar het gat
in een gesprek en als op een teken lijkt de aandacht te verschuiven
naar geluiden buiten.
Het blijft vragen naar de bekende weg, een vloeiende beweging
van aantrekken en afstoten.

Onze speelsheid een nieuwe vorm van liefdewerk:
de kortstondige toewijding, het verrassend perspectief.

Zo te horen is het vrijgezellenfeest hiernaast een groot succes.
Maar laat je niet afleiden,
hier gelden andere wetten.

 

 

De dageraad stokt in zichtbaarheid

Hij ligt op zijn buik naast de bank, het televisielicht werpt
een zenuwachtig schijnsel op alles wat hier achterbleef.
Dit is nog net geen verhaal. Zijn ogen staan verbaasd, zweet
druipt van zijn voorhoofd, de mond klapt open en dicht.

Het is zaterdag of zondag, onbewolkt, een prachtige gelegenheid
voor een wandeling in het park, een bezoek aan de kermis.
De klok slaat zes: al die uren waarin hij zich heeft leeggeschreeuwd,
zich probeerde los te rukken, oorzaak en gevolg verwarde.

Een zeehond, blind of gewond, kruipt als vanzelf terug
naar het vrieskoude water, hoe ver ook, onder het ijs voorvoelt hij
de eerste sensaties van diepte als de uitkomst van een belofte.
Een dik rood spoor verklaart zijn tocht in minuten of dagen.

 

2721121-621aaeb7bc6c0ffff9503346ad9ae30b.jpg
Alfred Schaffer (Leidschendam, 16 september 1973)

 

 

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

zeelandschap

– And this very moment, this very world will be Eden – Enderby

kijk neer in de donkere spiegel kameraad
hoe jagen de palmen de wind achterna
kijk naar de zon,
ergens in jou schuilt de onvervoegde kracht
het roodborstje breekt ritmisch zijn kristallen pijn
in vermiljoenen vocalen
ergens in jou puilt de onvervoegde kracht
en de onverzadigbare engel teert in jouw stilte
vreet aan de zon
al geringer wordt het niks om het woord
ringen, ringen, ringen
wrijf je lippen aan het donker af
aan het lijk van de zon
en kijk hoe de stilte stralend over je kust breekt
tot het onvernietigbare sterk en blind zo
glanzend stinkt: de rictus, kameraad

 

Vertaald door Adriaan van Dis

 

2721121-42699a37cc91588d8e9aec086a7a094c.png
Breyten Breytenbach (16 september 1936 – 24 november 2024)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2025 en ook mijn blog van 16 september 2021 en ook mijn blog van 16 september 2020 en eveneens mijn blog van 16 september 2019 en ook mijn blog van 16 september 2018.



Geschreven door Romenu om 16:39 Reageer op dit bericht

Chimamanda Ngozi Adichie, Gunnar Ekelöf

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

Uit: Dream count (Vertaald door Adiëlle Westercappel)

“Ik heb er altijd naar verlangd om te worden gezien voor wie ik ben, om écht te worden gezien door een ander mens. Soms leven we jarenlang met verlangens die we niet kunnen verwoorden. Tot er een scheurtje in de lucht ontstaat en de hemd openbreekt en zichzelf aan ons openbaart, zoals met de pandemie, want het was tijdens de lockdown dat ik mijn leven begon uit te pluizen en woorden schonk aan zaken die lang niet in woorden konden worden uitgedrukt. Mijn oorspronkelijke bedoeling was om optimaal gebruik te maken van deze collectieve afzondering; als ik toch alleen maar binnen mocht blijven, zou ik elke dag mijn broze edges insmeren met olie, acht grote glazen water drinken, op de loopband rennen, overdadig lang slapen en dure serums op mijn huid deppen. Ik zou nieuwe reisverhalen schrijven op basis van ongebruikte kladjes die lagen te verstollen en als de lockdown lang genoeg zou duren, zou dat misschien eindelijk dat duwtje zijn dat ik nog nodig had voor een heel boek. Maar al in de eerste week belandde ik in een neerwaartse spiraal, verdween ik almaar dieper in een eindeloze tunnel. Woorden en waarschuwingen walsten om me heen en het voelde alsof alle vooruitgang die we als mensheid hadden geboekt omsloeg naar een eeuwenoude staat van verwarring die nu al lang en breed voorbijgestreefd had moeten zijn. Raak je gezicht niet aan, was je handen, ga niet naar buiten, gebruik ontsmettingsmiddel, was je handen, ga niet naar buiten, raak je gezicht niet aan. Wanneer ik mijn gezicht waste, telde het dan als aanraken? Ik gebruikte altijd een washandje, maar op een ochtend streek ik per ongeluk met mijn blote hand langs mijn wang en verstijfde ik terwijl het water uit de kraan bleef lopen. Het deed er niet toe, vast niet, ik was immers nooit naar buiten geweest, maar wat betekende ‘raak je gezicht niet aan’ en ‘was je handen’ wanneer niemand wist hoe dit was begonnen en wanneer het zou eindigen of zelfs maar wat het eigenlijk was? Ik werd elke dag in doodsangst wakker met een hart dat onwillekeurig in mijn borstkas bonkte en soms drukte ik mijn hand ertegenaan en hield hem daar even. Ik zat alleen in mijn huis in Maryland, in de kleinsteedse kalmte, met benauwende wegen begrensd door bomen die zelf leken geluwd door de stilte. Er reden geen auto’s. Ik keek naar buiten en zag een kudde herten voorbij schrijden over het veld dat mijn voortuin was. Een stuk of tien herten, misschien wel vijftien, heel wat anders dan de eenling die ik af en toe schichtig in het gras zag grazen. Ik werd bang van ze, van hun ongebruikelijke bravoure, alsof mijn wereld op het punt stond te worden overgenomen, niet alleen door herten maar door andere wezens die op de loer lagen en waarvan ik me geen voorstelling kon maken.”

 

2720975-ab77f03a13ef50ee09578fe5c0a6ac40.jpg
Chimamanda Ngozi Adichie (Enugu, 15 september 1977)

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Bengt Gunnar Ekelöf werd geboren op 15 september 1907 in Stockholm. Zie ook alle tags voor Gunnar Ekelöf op dit blog.

 

 

Euforie

Je zit alleen in de tuin met een zakboek, een broodje, je fles en je pijp.
Het is nacht maar zo kalm dat de kaars zonder flikkering brandt,
een weerschijn over de ruw-planken tafel verspreidt
en glinstert in fles en glas.

Je neemt een slok, een hap, je stopt je pijp en steekt hem aan.
Je schrijft een paar regels en overpeinst een ogenblik
de veeg van avondrood op weg naar morgenrood,
de zee van wilde kervel, groenwit schuimend in de schemer van de zomernacht,
geen vlinder om de kaars maar muggenkoren in de eik,
de bladeren verstild in de lucht… En de esp die in windstilte ritselt:
De hele natuur krachtig in liefde en dood om je heen.

Als was het de laatste avond voor een lange, lange reis:
Je hebt het biljet in je zak en eindelijk alles gepakt.
En je kunt de nabijheid van verre landen voelen,
hoe alles in alles begrepen is, begin en eind tegelijk,
hoe hier en nu je vertrek en je thuiskomst zijn,
hoe dood en leven krachtig als wijn in je werken!

Ja, één zijn met de nacht, één met mijzelf, met de kaarsvlam
die mij stil in de ogen ziet, ondoorgrondelijk en stil,
één met de esp die beeft en fluistert,
één met de bloemschermen die uit de duisternis leunen en luisteren
naar wat op de punt van mijn tong lag maar nooit werd gezegd,
iets dat ik niet zou verraden zelfs als het kon.
En dat het zuiverste geluk mij doorstroomt!

En de vlam klimt… Alsof de bloemen steeds dichterbij kwamen,
dichter en dichter, in iriserende glans, bij het licht.
Een huivering speelt door de esp, het avondrood krimpt
en alles wat onuitsprekelijk en ver was is onuitsprekelijk nabij.

 

Vertaald door Rita Verschuur en H.C. ten Berge

 

2720975-ad7dfef80958e1af1b6a36b86cd45180.jpg
Gunnar Ekelöf (15 september 1907 – 16 maart 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2021 en ook mijn blog van 15 september 2020 en eveneens mijn blog van 15 september 2018 en ook mijn blog van 19 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:28 Reageer op dit bericht

Jenny Colgan, William Carlos Williams

De Schotse schrijfster Jenny Colgan werd geboren op 14 september 1972 in Prestwick, Ayrshire. Zie ook alle tags voor Jenny Colgan op dit blog.

Uit: Boven de wolken (Vertaald door Inge Pieters)

“Mijn overgrootvader, gezagvoerder Ranald Murdo MacIntyre van het City of Aberdeen Auxiliary Squadron 612 van de Royal Air Force, was niet zo groot. De meeste mensen vermoedden dat hij daarom zo’n fel mannetje was.
Hij was wel stevig, met een compact hoofd en een blik die je bijna uitdaagde om tegen hem in te gaan, als je de consequenties tenminste aandurfde. Hij was een van die mannen voor wie de oorlog een geweldige tijd was geweest, een groot avontuur dat zijn smalle kijk op de wereld vanuit een klein stadje aan de Schotse noordkust openbrak.
Hij ging meteen in dienst, bij de luchtmacht, in een tijd dat de levensverwachting voor RAF-jongens een maand of zes was. De eerste keer dat hij opsteeg in een Spitfire was hij meteen verkocht. Hij vloog zonder een spoor van angst alles en iedereen tegemoet bij de verdediging van de Firth of Forth en scheerde vaker dan strikt noodzakelijk gevaarlijk dicht langs zijn aartsvijanden – niet de Luftwaffe, grappig genoeg, maar 602, het Glasgow Auxiliary Squadron, hun rivalen van de westkust.
Vlak voordat zijn zes maanden erop zaten en de statistiek hem te pakken kreeg – niet dat Ranald MacIntyre daar veel mee ophad – zette de RAF hem in Leuchars aan de grond om de volgende lichting op te leiden, en de volgende, een taak die hij uitvoerde met hetzelfde felle enthousiasme waarmee hij het hemelruim had bestormd. En toen de oorlog voorbij was, was de kans dat hij weer aan het werk zou gaan op het keuterboerderijtje van zijn familie definitief verkeken.
Hij vond een vliegtuigje, een Cessna die hij ergens op de kop had getikt – volgens de verhalen zou het heel goed kunnen dat de RAF hem dat ding gegeven had, gewoon om van hem af te zijn, aangezien zijn lessen in suïcidale heldenmoed voor piloten na de oorlog een iets minder populair onderdeel waren dan voorheen – en begon meteen een luchtvaartdienst in de archipel, de majestueuze keten van eilanden die boven de noordkust van Schotland uitwaaiert en die tot dan toe alleen met het vasteland was verbonden via niet al te regelmatige veerpontverbindingen, of vaak gewoon met zeil- en roeibootjes.
De eilanden vonden dat ze het prima in hun eentje redden, dank u hartelijk, en dat ze deze goddeloze, lawaaiige, naar olie stinkende verstoring in hun jaarritme niet nodig hadden, tot ze het steeds handiger begonnen te vinden om een krant in handen te krijgen die maar één dag oud was, of dat ze naar de dokter konden, of zelfs een dagje uit konden plannen in de verleidelijke grote steden Oban en Inverness, met hun flonkerende lichtjes.”

 

2720831-817570d1be1bef2968b647fa6348c18e.jpg
Jenny Colgan (Prestwick, 14 september 1972)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Het gedicht

Alles zit hem in
de toon. Een lied.
Zelden een lied. Het moet

een lied zijn – bestaand uit
concrete dingen, wespen,
een gentiaan – iets
directs, een open

schaar, de ogen
van een dame – wakker
centrifugaal, centripetaal

 

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

 

2720831-5f4fb8332c14c55092500f6a3f8c9637.png
William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
In 1938

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2020 en eveneens mijn blog van 14 september 2018 en ook  mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.

Geschreven door Romenu om 16:18 Reageer op dit bericht

Tõnu Õnnepalu, William Carlos Williams

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

Uit: Paradise (Vertaald door Christopher Moseley)

“And by evening, it is sunshine again. And the wind is warm at once. And below the window, one pretty summer tortoiseshell butterfly came to a dandelion flower to warm its wings. With that soft rain, I myself felt bored. And that is good. The fact that I felt it. For it brought to mind all the boredom of the days in paradise. And there was a lot of that.
Yes, but why? Why can’t we start to be satisfied with what we have?
But I am satisfied now. Satisfied that I can be here these seven days. It’s a long time. There’s plenty of time to feel and think.
Yet before, in the rain that was not really falling, I went for a walk along that road that leads from the gate here and which is one of the roads leading out of Paradise.
For there were four of those roads. The crossroads was in front of the gate on the seaward side, and one road went south from there, another went through the yard and the forest gate to the north (but went around the garden), and the other two led east and west.
The eastward road went past the Allika gardens and up to Aafrika and from there went on to the big highway. But before the Russians built the main highway, that was the main road leading out of Paradise. They conveyed those church people I was speaking about along it, the dead were carried off, and boys went yonder into the wide world. And now people used that road by which you left Paradise, by cycle or by car, for it was the most direct road if you were thinking of going onto the highway, into the wider county, and everywhere.
But for going by bus, you took the north road, which led from the forest gate straight to the Paradise bus stop and post-boxes. If you went on an early bus and it was winter, you certainly had to have a torch with you, because the spot where the road sinks from the forest gate into the forest was very dark. For the branches of the old birches had grown over the road, and you couldn’t even see where the road went by a strip of lighter sky, and you could easily end up in the blueberry bushes and heather feeling your way on foot. Further on, though, there was no problem, for there were the pines, and there was always a bright line of road visible between their branches.
“

 

2720713-e6f5053fd18fa9a15460d01d6cbc7d37.jpg
Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Tedere repliek

Dit zijn van die dagen dat ik wil
stoppen met mijn baan om mee te doen
met de oude man die ik eens
op de kade van Villefranche
op slakdolf zag vissen,
met een gevorkte stok,
in het ondiepe water –

Ik weet
wat anders voor je, zei ze, om iets
mee aan te vangen, in de lente,
heel eenvoudig, als je
zou willen. Maar dat wil je zeker
niet, toch?

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

2720713-99f69667def55405717875dcabc97171.jpg
William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
Hier waarschijnlijk met een patiëntje. Williams was kinderarts

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn blog van 13 september 2025 en ook mijn blog van 13 september 2020 en eveneens  mijn blog van 13 september 2018 en ook mijn blog van 13 september 2015 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:57 Reageer op dit bericht

James Frey, Louis MacNeice

e Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland. Zie ook alle tags voor James Frey op dit blog.

Uit: Next to Heaven

“Devon often dreamed of punching her husband in the face. She didn’t necessarily want to hurt him. And he often didn’t do any-thing to deserve it. She was just tired of him. Of his voice, of his smell, the way he breathed, how he chewed, the way he sniffed, the way it sounded when he swallowed, that he picked his fingernails and sometimes dropped them on the bathroom floor instead of the trash can, that he both snored and farted while he slept. None of it was done to deliberately annoy her, and he didn’t know that any of it did. It didn’t matter. She wanted to punch him. Right in his rotten fucking face. Like so many marriages among the one percent, and even more so among the one percent of the one percent, their marriage was one of convenience, a business relationship. They met when she was twenty-eight and he was thirty. At an art opening in Chelsea, New York City. The show was of highly sexual, abstract expressionist paintings made by a beautiful young French woman. It was called Nympho, and the paintings were believed, though the painter neither confirmed nor denied it, to be portraits of her and a series of wealthy older men with whom she had had affairs, one of whom was the richest man in Paris, another whose brother had been the President of France. Devon had been working at the gallery for six years. It was the largest and most prestigious art gallery in the world, with three spaces in New York, and outposts in Los Angeles, London, Paris, Rome, Dubai, Hong Kong, and Tokyo. Each of them had three or four directors, essentially high-paid salespeople with fancy titles. At twenty-five, Devon had become its youngest director. Yes, she had an art history degree from Princeton, and yes she had grown tip around art and the art world, and yes she was smart and capable and knew her shit, but none of those things really mattered. What mattered was that site was young and beautiful, and she had young and beautiful friends who would come to the shows, and she could sell extraordinarily expensive art to rich men who wanted to sleep with her. And occasionally she did sleep with one of them. Never to close a deal, but for the fun of it, the thrill, the feeling of power and agency it gave her, so she had a good story the next time she went out with her girlfriends.”

 

2720595-df8aa69f3c943cbfad4f3a9cd9238edb.jpg
James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

 

 

De Ierse dichter en schrijver Louis MacNeice werd geboren op 12 september 1907 in Belfast. Zie ook alle tags voor Louis MacNeice op dit blog.

 

 

Gebed van een ongeborene

Ik ben nog niet geboren; O hoor mij.
Laat niet de bloeddorstige stier, de vampier, de aasgier, de
gehoefde demon verschijnen voor mij.

Ik ben nog niet geboren; verkwik mij.
Straks komt de mensheid met kale kerkermuren rondom mij,
met bedwelmende drugs bij mij, met vrome leugens tot mij,
en pijnbanken pijnigen mij, een bloedbad verstikt mij.

Ik ben nog niet geboren; bereid mij
water dat schommelt rondom mij, gras dat groeit onder mij, bomen
die praten met mij, een hemel die zingt boven mij, een vogel
die mij voorgaat, een wit licht in mijn geest – het leidt mij.

Ik ben nog niet geboren; vergeef mij
de zonden die de wereld in mij zal bedrijven, mijn woorden
als ze tot mij spreken, mijn gedachten als ze mij denken,
mijn verraad dat verwekt is door verraders buiten mij,
mijn leven als ze door mijn handen moorden,
en mijn dood als hun kwaad leeft in mij.

Ik ben nog niet geboren; instrueer mij
hoe ik mijn stukken spelen moet, de clausjes die ik zeggen moet
als oude mensen mij beleren, bureaucraten mij schofferen, bergen
naar mij fronsen, liefjes met mij spotten, de witte
golven mij tot dwaasheid verleiden en de woestijn
mijn ondergang afroept, de bedelaar mijn aalmoes
afwijst; en stel: mijn nakroost kleineert mij!

Ik ben nog niet geboren; O hoor mij.
Laat niet de mens die beest is of denkt dat hij God is
verschijnen voor mij.

Ik ben nog niet geboren; O leer mij
me te weren tegen hen die de menselijkheid in mij
willen bevriezen, mij willen drillen tot een moordautomaat,
mij willen dwingen een radertje te zijn, een eendimensionaal
ding, niets dan een ding, en tegen al degenen
die mijn gaafheid willen verjagen, en mij
als bloempluis willen wegblazen, hierheen en
daarheen of hierheen en daarheen
als water dat door de handen
loopt – het onteert mij.

Laat ze geen steen van me maken, laat mij nooit zeggen: dit onteert mij.
Anders: liquideer mij.

 

Vertaald door Arie Sonneveld

 

2720595-e8da042d2c8e719c39773cec8b6d8e87.jpg
Louis MacNeice (12 september 1907 – 3 september 1963)
Portret door Nancy Culliford Spender, ca. 1936

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2025 en ook mijn blog van 12 september 2020 en eveneens mijn blog van 12 september 2018 en ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:00 Reageer op dit bericht

David van Reybrouck, William Carlos Williams

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

Uit: Slagschaduw

“Er staat een bericht op mijn antwoordapparaat als ik binnenkom. Eén bericht. De telefoon knippert traag in de halfdonkere kamer. Ik doe het licht aan, maar er gebeurt niets. De lamp zal gesprongen zijn. Ik zet mijn laptop naast de werktafel en loop met mijn jas nog aan naar de badkamer. Ook daar geen licht. Een kortsluiting ongetwijfeld. Met een lucifer kijk ik in het bezemhok naar het zekeringskastje. Alles ziet er goed uit: de zekeringen staan omhoog, de verliesstroomschakelaar staat op 1. In het nerveuze geflakker van de lucifer ademt alles rust en vertrouwen. Wellicht zit het ergens in de kelder, iets met de hoofdschakelaar, maar daar begin ik niet aan. Of iets in de straat. Een dronkaard die tegen een elektriciteitscabine reed, dat zou ook kunnen. De lucifer dooft vanzelf. Het is maandagavond, de stad ruist in de verte. Door het raam valt de oranje gloed van de hoofdstad. De nacht hier is niet zwart, maar oranje – een donker, desolaat oranje. Een schijnsel dat het duister niet verdrijft, maar erdoor besmet lijkt. In de badkamer haal ik de klamme zwemspullen uit mijn rugzakje. De geur van chloor, de geur van deze ochtend toen ik in het water dook. De badhanddoek gooi ik over het deurtje van de douche. Het zwembrilletje pluk ik uit het bewasemde plastic doosje; het bungelt aan mijn vingers als een kikker. Aan de wastafel spoel ik mijn zwembroek uit. Geen idee of dat nog zin heeft nadat hij een dag opgerold is geweest in mijn vochtige handdoek, maar ik heb ooit geleerd dat je na het zwemmen je zwembroek moet uitspoelen. (Beter voor de rekker, zei mijn vader vroeger, niet dat hij zelf ooit zwom.) Ik zie mijn contouren in de spiegel. Een man die met zijn jas nog aan een zwembroek uitspoelt, niet wetend of dat nog zin heeft. Ik zie hem denken: veel van wat ik uithaal, heeft wellicht nog minder zin. Ik zie de rondingen van zijn schedel, mijn schedel, mijn kaalgeschoren kop. Sinds twee jaar scheer ik me wekelijks en nee, daar is geen specifieke reden voor. Er ging geen caféweddenschap of chemokuur aan vooraf. Soms kan ik naar mijn kop kijken als zag ik hem voor het eerst. Een onvolmaakte bol met glimmende poriën en afgeplatte vlakken. Een windei. De pootjes van mijn bril omspannen mijn gezicht als een nietje. Op mijn slapen kronkelen aders, soms zie ik ze kloppen. Dan denk ik: ze moeten vast een naam hebben. Iets in het Latijn, iets langs, iets dat ik niet ken. Er is zoveel dat ik niet ken.”

 

2720452-8ddf9eaf1f8f82109f326f169d5486df.jpg
David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

 

Mussen tussen dorre bladeren

De mussen
bij de ijzeren hekpaal
nauwelijks te zien

door de dorre bladeren
waar ze half
onder schuil gaan –

ze warrelen de bladeren
op – vechten
en tjilpen

schel
zoeken
en

pikken het scherpe
zand voor
een goede vertering

en liefde’s
duistere en onverzadigbare
eetlust

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

 

2720452-ddf2fa20acfff74800b22d9bb68c369d.png
William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2021 en ook mijn blog van 11 september 2020 en eveneens mijn blog van 11 september 2018 en ook mijn blog van 11 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten