Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 2 september 2011

Willem de Mérode, Chris Kuzneski, Johann Georg Jacobi, Manfred Böckl

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

 

Zijn ziel en adem was doorgeurd van wijn

 

Zijn ziel en adem was doorgeurd van wijn.
Hij leunde in zijn verscheurde kaftan tegen
De deur der kroeg en stamelde verwegen
Van God en wereld en zijn eigen pijn.

'Gunt Gij de mens alleen rampzalig zijn?
Waarom wordt 't leven ongevraagd verkregen?
Maak ons als 't stof waaraan wij zijn ontstegen!
Wees ééns barmhartig en beveel: verdwijn!'

Hemels onwrikbaarheid en menslijk dwalen
Hoonde hij en prees 't dronken ademhalen
Tussen 'nog niet' en 'niet meer' 't hoogst genot.

Maar in de roes en enkle stille dromen
Werd al zijn wrevel van hem weggenomen
En schreeuwde hij beschaamd als kind om God!

 

 

 

 

Finis

 

Wij weten niet wat komen zal.
Het hart gedenkt wat is geweest:
De vrede van een stille geest,
Vervreemding, duister, overal.

Maar smart en onrecht zijn voorbij.
Wij keerden weer tot liefdes wijk.
Als kind'ren van Gods koninkrijk
Zijn wij herboren, sterk en vrij.

God boog de rechte lijn; ‘t begin
Raakt aan het eind, de cirkel sluit.
De hemel heeft zijn zaalge buit.
En - harts verlies blijkt harts gewin.

 

 

 

 

Wintermorgen

 

De tuin is toegesneeuwd; 't gazon
Ligt onder 't hoge witte duin bedolven.
Maar veilig in hun warme strooien kolven
Wachten de rozen (en mijn hart wacht ook) de Zon!

't Is late nacht, de lamp brandt laag,
De ruiten glinstren van de blauwe koude,
En koel is 't hart, dat gaarne branden zoude
Van ongeduld naar Uwe komst. Vandaag?

O, nacht en morgen vloeien traag tezamen,
Ontberen en genieten smelt ineen,
Maar nòg heerst over ziel en de verbleekte ramen
Het grijzen van de schemering alleen.

Dan doet een licht de schaduw zwarten en versnellen.
Warmer en driftiger golft 't ongeduldig bloed.
Door de gestrekte stilte tinkelen de bellen.
Bij 't ijle dagen ijlt Ge ons tegemoet.

 

 

 

 985890-f02776e1ce6ce40a2431f37fcda44040.jpg

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Chris Kuzneski werd geboren op 2 september 1969 in Indiana, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 september 2009 en ook mijn blog van 2 september 2010

 

Uit: The Prophecy

 

„Prologue
June 17, 1566
Salon-de-Provence, France
The letter was written by an apothecary who had gained his notoriety in another field. Knowing the uproar it would cause, Michel sealed it and several documents inside a wooden box. He gave the box to his lawyer on the same day he signed his last will and testament.
The year was 1566. He was sixty-two years old.
He died fifteen days later.
When his possessions were divided amongst his heirs, the box was not mentioned. If it had been, the rest of his estate would have seemed inconsequential, for the contents of the box were far more valuable than gold or jewels or anything that he owned. Knowing this, he added a secret codicil to his will that only his lawyer knew about. The four-page appendix described in very specific terms what was to be done with the mysterious box and, more importantly, when.
To ensure that his wishes were followed, Michel established a trust fund that compensated the guardians of his secret from one generation to the next. None of these men knew who their benefactor was—otherwise curiosity would have overwhelmed them, tempting them to open the box. Instead, all they were given was a date and a simple set of instructions.
If they completed their task, they would be paid handsomely for their efforts.
If they didn’t, they wouldn’t see a cent.
Amazingly, the chain remained unbroken for over four hundred years. Decade after decade, century after century, they followed their orders like scripture and were rewarded as promised. Wars raged throughout Europe, but somehow the box survived. Cities burned to the ground, but somehow the box survived. No matter what happened, no matter where it was stored, the box always survived—as if it had a guardian angel. Or was protected by magic.“

 

 

 985890-070df0f8b28bb7bea34b4510a6112fdd.jpg

Chris Kuzneski (Indiana, 2 september 1969)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Georg Jacobi werd geboren op 2 september 1740 op Gut Pempelfort bij Düsseldorf. Zie ook mijn blog van 2 september 2009 en ook mijn blog van 2 september 2010

 

 

Venus im Bade

Schüchtern fliehn die Jungen Hirten?
Wen verbergen diese Myrthen,
In geheimnißvoller Nacht,
Unter ihren leisen Blättern?
O von tausend Liebesgöttern
Wird der ganze Hain bewacht!

Täubchen lassen sich hernieder,
Huldgöttinnen singen Lieder:
Ist es Venus? will sie hier
In dem Silberteiche baden?
Ihr gefälligen Dryaden,
Einen Blick gewähret mir.

Wollt ihr unter euern Zweigen
Mich beschützen, mir sie zeigen?
Ewig dank ich euch mein Glück,
Ewig soll mein Lied euch ehren;
Zeigt, ach! zeiget mir Cytheren:
O ihr Nymphen, einen Blick!

Die Gebüsche, die sie decken,
Hören mich. O süßes Schrecken,
Eine Göttin unverhüllt?
 Wag' ich es nach der zu blicken,
Die mit Liebe, mit Entzücken
Eine ganze Welt erfüllt?

Darf ein Sterblicher? Es glühet
Mars, wenn er die Reize siehet,
Wenn ihr Busen sich empört,
Und er nicht den Lärm des Krieges,
Nicht den wilden Ruf des Sieges,
Nur ein zärtlich Seufzen hört.

O ihr Myrthen! o umschließet
Sie vor mir. Der Gürtel fließet
Nun auf heil'gen Rasen hin.
Nieder steigt sie schon zur Quelle!
Schon berührt der Fuß die Welle,
Dem in Wüsten Rosen blühn.

Nie wird euch ein Sturm entehren,
Ihr Gebüsche, wo Cytheren
Der verliebte Frühling fand.
Kömmt ein Mädchen sich zu kühlen,
An den Teich, so wird es fühlen,
Was kein Mädchen noch empfand.

 

 

 985890-9203f9e97c521b1cae3b8f49045ee7fb.jpg

Johann Georg Jacobi (2 september 1740- 4 januari 1814)

Portret door  Johann Heinrich Wilhelm Tischbein, 18e eeuw

 

 

 


De Duitse schrijver
Manfred Böckl werd geboren op 2 september 1948 in Landau an der Isar. Zie ook mijn blog van 2 september 2009 en ook mijn blog van 2 september 2010

 

Uit: Der Hund des Culann

 

„In jenen Tagen versammelten sich die Götter auf einem der Eilande von Tír na n´Og; dem Land des Westens, welches jenseits aller irdischen Horizonte liegt. Dort, im Herzen von Annwn, der Anderswelt, beschlossen die Ewigen, einen aus ihrer Mitte menschliche Gestalt annehmen zu lassen. Dreifach sollte der Erwählte unter dem Himmel Erinns geboren werden: aus dem Kraftquell eines Menhirs, dem Schoß einer Sídh und dem Leib einer Jungfrau königlichen Geblüts.

Drei Namen - einen verborgenen und zwei irdische - würde der menschgewordene Gott im Laufe seines kurzen, aber unerhört ruhmreichen Lebens tragen. Er sollte aufwachsen als das Staunen Erinns, sollte später Taten wie kein Held vor ihm vollbringen; sollte zuletzt einen Tod finden, der ihm und seiner Unsterblichkeit gemäß war

So wurde es beschlossen in Tír na n´Og, auf dem Eiland im Herzen von Annwn, und nachdem die Entscheidung gefallen war, blickten die Göttinnen und Götter auf Taranis. Ihn, den Stierhäuptigen, den Herrn des Donners und der donnernden Elemente, den Erschütterer und Wandler von Erde und Kosmos, forderten sie auf, das Seinige zu tun.

Taranis erhob sich von seinem Platz, breitete die schwarzzottigen, von sprühenden Lichtblitzen umfunkelten Arme aus, reckte den gehörnten Schädel und ließ seinen tobenden Schrei erschallen. Das tosende Brüllen des Stiergottes durchdrang die Gefilde der Anderswelt und wühlte sie in ihren Tiefen auf; aus den Abgründen der jenseitigen See brachen dunkle und zugleich gleißende Wogen und formten sich unter zuckendem Firmament zu diesseitigen Wellenkämmen um.

Dann, während Taranis´ Schrei nachhallte und verklang, fanden die wild gischtenden Wogen ihren Weg, fegten nach Osten und verwandelten sich nahe der Küste von Erinn in tiefhängende, über das gurgelnde Meer peitschende Gewitterwolken; in wirbelnde Wolkenungetüme, welche nun, da sie gegen die schroffen Klippen Erinns prallten, abermals ihre Gestalt veränderten. Riesenhafte flatternde Schatten entstanden aus dem Gewittersturm; sich ballend, verwehend und sich neuerlich halb ausbildend rasten sie weiter gen Sonnenaufgang, bis in der Ferne der Ringwall des Königssitzes von Ulster auftauchte „

 

 

 

 985890-d2ed964349062ef0b3915ac87be50b0a.jpg

Manfred Böckl (Landau an der Isar, 2 september 1948)



Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:56 Reageer op dit bericht

Johan Daisne, Joseph Roth, Paul Bourget, Pierre Huyskens

De Belgische dichter en schrijver Johan Daisne werd op 2 september 1912 in Gent geboren als Hermanus Thiery. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Johan Daisne op dit blog.

 

 

Breugel

 

Vierhonderd jaar zijn gauw voorbij,
veranderingen louter schijn :
sinds hij zijn hoofd te ruste lei,
altijd, altijd blijft Breugel zijn.

 

De schilder van luilekkerland,
van kinderspel en kindermoord,
naar kreupelen gaat steeds zijn hand -
Ikaros valt, de boer ploegt voort !

 

Laten de wijven zich bekakken,
de mannen zat zijn als wijnslakken,
de kleur is sterker dan de geur.

 

En sterker dan het beest de geest,
spreuken van avond en van morgen.
God zal voor alle zondaars zorgen !

 

 

 

 985886-bb7ce13187f36c722984804946622f16.jpg

Johan Daisne (2 september 1912 – 9 augustus 1978)

Portret door J.Bauwens

 

 

 

 

De Oostenrijks – Hongaarse schrijver en journalist Joseph Roth werd geboren op 2 september 1894 in Brody in Galicië. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Joseph Roth op dit blog.

 

Uit: Radetzkymarsch

 

„Die Trottas waren ein junges Geschlecht. Ihr Ahnherr hatte nach der Schlacht bei Solferino den Adel bekommen. Er war Slowene. Sipolje -  der Name des Dorfes, aus dem er stammte - wurde sein Adelsprädikat.  Zu einer besondern Tat hatte ihn das Schicksal ausersehn. Er aber sorgte dafür, dass ihn die späteren Zeiten aus dem Gedächtnis verloren.  In der Schlacht bei Solferino befehligte er als Leutnant der Infanterie  einen Zug. Seit einer halben Stunde war das Gefecht im Gange. Drei  Schritte vor sich sah er die weissen Rüicken seiner Soldaten. Die erste  Reihe seines Zuges kniete, die zweite stand. Heiter waren alle und sicher des Sieges. Sie hatten ausgiebig gegessen und Branntwein getrunken, auf Kosten und zu Ehren des Kaisers, der seit gestern im Felde war. Hier und dort fiel einer aus der Reihe. Trotta sprang flugs in jede Lücke und schoss aus den verwaisten Gewehren der Toten und Verwundeten. Bald schloss er dichter die gelichtete Reihe, bald wieder dehnte er sie aus, nach vielen Richtungen spähend mit hundertfach geschärftem Auge, nach vielen Richtungen lauschend mit gespanntem  Ohr. Mitten durch das Knattern der Gewehre kläubte sein flinkes Gehör die seltenen, hellen Kommandos seines Hauptmanns. Sein scharfes  Auge durchbrach den blaugrauen Nebel vor den Linien des Feindes. Niemals schoss er, ohne zu zielen, und jeder seiner Schüsse traf. Die  Leute spürten seine Hand und seinen Blick, hörten seinen Ruf und fühlten sich sicher.

Der Feind machte eine Pause. Durch die unabsehbar lange Reihe der Front lief das Kommando: »Feuer einstellen!« Hier und dort klapperte noch ein Ladestock, hier und dort knallte noch ein Schuss, verspätet  und einsam. Der blaugraue Nebel zwischen den Fronten lichtete sich ein wenig. Man stand auf einmal in der mittäglichen Wärme der silbernen, verdeckten, gewitterlichen Sonne. Da erschien zwischen dem Leutnant und den Rücken der Soldaten der Kaiser mit zwei Offizieren  des Generalstabs.“

 

 

 985886-8f6585f755193ebe04a60538c0f66f1f.jpg

Joseph Roth (2 september 1894 - 27 mei 1939)

In 1918 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Paul Charles Joseph Bourget werd geboren op 2 september 1852 in Amiens. Zie ook mijn blog van 2 september 2007 en ook mijn blog van 2 september 2008 en ook mijn blog van 2 september 2009 en ook mijn blog van 2 september 2010

 

 

BEAU SOIR

 

Lorsque au soleil couchant les rivières sont roses

Et qu'un tiède frisson court sur les champs de blé.

Un conseil d'être heureux semble sortir des choses

Et monter vei's le cœur troublé.

 

Un conseil de goûter le charme d'être au monde

Cependant qu'on est jeune et que le soir est beau.

Car nous nous en allons, comme s'en va cette onde :

Elle à la mer, — nous au tombeau !

 

 

 

SPLEEN

 

Les livres que j'ai lus quand j'étais tout enfant

M'ont trop fait espérer. Ils m'ont gâté la vie. •

Et ma pensée, en eux exaltée et ravie.

En vain d'un grand dégoût du réel se défend.

 

Le plaisir n'eut pour moi qu'un charme décevant.

Je ne me suis assis que l'âme inassouvie

Au beau festin ob la jeunesse nous convie.

Et je m'en suis levé plus affamé qu'avant.

 

Je me sens inutile aux autres comme à moi;

Je travaille, je lis, et, sans savoir pourquoi.

J'écris comme en rêvant, des vers que je méprise.

 

Je sais pourtant qu'il est des beaux yeux ici-bas

Qui rendraient de la force à ce cœur qui se brise . . .

Mais ces yeux, ces beaux yeux, ne me regardent pas.

 

 

 

 985886-eb5f37c86eab0b7eb91d50e18f6c11d5.jpg

Paul Bourget (2 september 1852 – 25 december 1935)

 

 

 

 

De Nederlandse journalist en schrijver Pierre Huyskens werd geboren op 2 september 1931 in Wessem. Zie ook mijn blog van 19 november 2008 en ook mijn blog van 2 september 2009 en ook mijn blog van 2 september 2010

 

Uit: Omnium (Column in de Volkskrant)

 

‘Zij was om nooit te vergeten. Zij zat op de hoofdtribune van het Nijmeegse Goffert-stadion met haar ganse permanent onder een geel petje. Zij was dus een DOS-vrouw. En hoe had zij om DOS geleden? De wedstrijd zelf moet een kruisweg geweest zijn voor haar. Af en toe had zij geroepen van angst. Dan was Abe Lenstra haar kwelgeest.

(...)
‘De barre minuten van de eerste verlenging waren als spiesen in heur hart. En bij de tweede verlenging moet het haar te moede zijn geweest alsof zij het tijdelijke ging verwisselen met het eeuwige. Tijdens de derde verlenging sloeg zij de handen voor de ogen. In tranen barstte zij uit: ‘Tonny toch, Tonny’, kreet zij, alsof ze een beschermheilige aanriep in uiterste nood.

‘De hemel was de lijdende ziel genadig, op dat moment. Want Ton van der Linden danste door de Enschedese Maginot-linie heen. Zijn rake schot was de vlam in een kruitvat. Even is het roerloos onder het gele petje. Misschien dacht u dat de DOS-vrouw meteen een vreugdesprong maakte. Nee, ze nam, gelukzalig en plechtig, een paraplu. Die stak zij op. ‘Landskampioen’ stond in het geel op het zwart van haar regenscherm. Met de mysterieuze lach van Mona Lisa en met ogen starend als die van een slaapwandelaarster, liep zij voorzichtig naar een open plek. En pas daar, waar geen volk meer was, begon ze aan de beste Apache-dans die ooit in Nijmegen is opgevoerd.’

 

 

 985886-42d10aa41ca4f82f04100fa7389ee73c.jpg

Pierre Huyskens (2 september 1931 – 19 november 2008)

Geschreven door Romenu om 19:56 Reageer op dit bericht

Paul Déroulède, Giovanni Verga, Richard Voß

De Franse dichter, schrijver en politicus Paul Déroulède werd op 2 september 1846 geboren in Parijs. Zie en ook mijn blog van 2 september 2009 en ook mijn blog van 2 september 2010

 

 

Monsieur le Hulan  (Fragment)
conte de Noël

 

IV

 

Qu'y trouveront-ils ?... le bon Dieu s'en doute,
Et les chers dormeurs le sauront demain,
Car, lorsque minuit sonnait sous la voûte,
Le petit Jésus s'est mis en chemin,
Ayant décroché pour y voir en route
Une étoile d'or qu'il tient à la main.

 

V

Le petit Jésus marche vite, vite,
Il a tant à faire un jour de Noël,
Il est tant d'enfants qu'il faut qu'il visite...
Mais bientôt chacun a son lot tel quel ;
Le petit Jésus regagne son gîte,
Raccroche l'étoile et retourne au ciel.

 

VI

Or, le lendemain, lorsque vint l'aurore,
Les petits souliers près des gros chenets
Renfermaient chacun un noeud tricolore.
Et tous les bambins d'une voix sonore :
« O chères couleurs, je vous reconnais ! »
Et voilà les noeuds piqués aux bonnets.

 

 

 

 985882-ba167a436d4fa04056b40e2a67996cac.jpg

Paul Déroulède (2 september 1846 - 30 januari 1914)

In 1913

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Giovanni Verga werd op 2 september 1840 geboren als oudste zoon in een welgestelde liberale Siciliaanse familie in Catania op Sicilië. Zie ook mijn blog van 2 september 2009 en ook mijn blog van 2 september 2010

 

Uit: Cavalleria Rusticana and Other Stories (Vertaald door G. H. McWilliam)

 

„The She-Wolf

One evening she told him, while the men, exhausted from their day's labours, were nodding off to sleep in the barn, and the dogs were filling the dark air of the countryside with their howling, "It's you I want! You that are beautiful as the sun, and sweet as the honey! I want you!".

"It's the unmarried daughter of yours that I want," Nanni replied, laughing. The She-Wolf thrust her hands into her hair, tearing at the sides of her head without uttering a word, then strode off and stayed away from the barn. But then the olive-crushing season came round in October, she set her eyes on Nanni again because he was working next door to were she lived, and the creaking of the press kept her awake the whole night long.

"Pick up that sack of olives," she said to her daughter, "and come with me." Nanni was pushing the olives under the mill wheel with his shovel, and shouting "Gee up there!" to the mule to keep it moving.

"Do you want my daughter Marricchia?" Pina asked.

"What are you going to give her?" Nanni replied.

"She's got the things her father left, and she can have my house into the bargain. All you need to leave me is the corner of the kitchen to spread out my palliasse."

"In that case we can talk it over at Christmas." said Nanni.

Nanni was covered in grease sweat from the oil and the fermenting olives, and Maricchia wanted nothing whatever to do with him, but when they got home her mother grabbed her by the hair and said to her through clenched teeth: "If you don't take him, I'll kill you!". You would have thought the She-Wolf was ill, and people were saying that when the Devil grows old he goes into hiding. She never wandered about the village any more, she didn't stand on the doorstep flashing those crazy eyes of hers. Her son-in-law, whenever she fixed those eyes on him, began to laugh, and pulled out his scapular to bless himself with.“

 

 

 985882-2f74b0d547f46c5017810b5e109e22e8.jpg

Giovanni Verga (2 september 1840 – 27 januari 1922)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Richard Voß werd geboren op 2 september 1851 op Gut Neugrape in Pommern. Zie ook mijn blog van 2 september 2009 en ook mijn blog van 2 september 2010

 

Uit: Die Todteninsel


“Es war in Roms goldener Zeit. Die Kaiserstadt am Tiber war in Flammen aufgegangen und soeben aus der Asche neu erstanden. Was der menschliche Geist an Herrlichkeit, an Ueppigkeit und Vergeudung, an ungeheuerlichster Verworfenheit und schändlichem Laster hervorbringen konnte, ward ausgesprochen, wenn man Rom nannte. Mit dem Wahnwitze Nero’s war die schreckliche und scheußliche Kaiserkrankheit bereits typisch geworden: es gab Nichts, was in der Welt, die jener Grimasse eines großen Herrschers unterthan war, unmöglich gewesen wäre.

Noch lebten die Götter Griechenlands. In Rom befand sich eine Stadt von Tempeln, welche ein Volk von göttlichen Bildnissen aus Marmor, aus Gold und Elfenbein bewohnte. Ueberall standen die Altäre der Olympier. Aber bereits schwebte über der Glorie dieser Götterwelt der Schatten des Kreuzes, unter dessen triumphirendem Zeichen der Glanz der goldenen Roma erblassen, die Tempel zerbrechen, die Altäre stürzen, die Götter vergehen sollten; bereits stieg von Golgatha der Dunst vergossenen göttlichen Blutes auf, den alle Wohlgerüche Arabiens nicht zu überduften vermochten, und das bacchantische Evoë des Heidenthums durchzitterte der letzte Seufzer des sterbenden Gottessohnes: in der von Lust und Genuß übersättigten Menschheit erwachte die Sehnsucht nach einem erlösenden Tode.

Rom war das Meer brausender Lebensfreuden, schäumender Daseinswonnen und schimmernder Herrlichkeiten, von dem nach allen Himmelsgegenden Ströme ausgingen, die Welt mit Wogen römischen Glanzes und römischer Verderbniß überfluthend. Einer dieser zahllosen Kanäle, welche römische Kultur, Sitte und Fäulniß über die Erde verbreiteten, lief durch Latinum dem Meere zu, die ganze Küste von Centumcellae bis zu dem wollüstigen Bajä mit einem strahlenden Bande von ländlichen Lusthäusern und Prachtbauten säumend, daß der Strand weit hinausleuchtete in die blauenden Fernen des herrlichen, von Göttern und Menschen geliebten tyrrhenischen Meeres.“

 

 


985882-a1d1b00eaf5bd18b3f0c0d53d4c0ede0.jpg
Richard Voß (2 september 1851 – 10 juni 1918)

Geschreven door Romenu om 19:41 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten