Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 24 oktober 2015

Onno Kosters, Kester Freriks, August Graf von Platen, Ernest Claes, Zsuzsa Bánk, Denise Levertov, Norman Rush

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

Helm (bloem)

Zoals het begon,
mond die uit een kamer klonk,
maar aanhield, niet meer los-
liet: mij, de jouwe. Krul je tong.
 
Zoals het begon, winterzon
in de Zadelstraat,
een winkel waar ze vleugels verkochten
die ik zelf verzon en daarna bouwde
van 120 grams papier: uitknipte en vouwde,
op de aslijn perforeerde
en er een draagstel
van draadjes in monteerde.
Waar je voor viel, waar je me mee op-
 
tilde en ik zo je stempel vond.
 
Zoals het begon, winterzon,
voorjaarsgeuren,
lichte kleuren zo nabij en zo voorbij
de rand van waar ik stond,
zo aanraakbaar, lolly op tafel: stijl
 
waarlangs ik tot je vruchtbeginsel glij.
 
Zoals het begon, winterzon,
voorjaarsgeuren, zomerstop
bij de Dom.
 
Zoals het begon, winterzon,
voorjaarsgeuren, zomerstop, najaarskolk
in de dorst
 
van je kelk.
 
Zoals het begon,
 
tot het deze winter
dan eindelijk begon.

 


De man in de muur (Fragment)

Hij pikte er die dag met zorg zijn moeder uit.
Een vrouw met vlechten, die ze kortte toen ze,
die dag op haar heetst, de man nam die hij niet
voor het kiezen had. Daar lag deels zijn zorg.
 
Hij knipte er die dag met zorg zijn poppetjes uit,
uit weekbladen meegaand papier. De Margriet.
De vrouw en haar huis. De tennisballade. Zinnelijke
silhouetten en driekwartsopnamen van idealen
 
waarvoor Plato zich niet zou hoeven schamen.
Blanke nymfen, lange wimpers, dito benen,
pareltanden, in creaties van de Burda of serene
om zich heen geweven transparante nachtgewaden.
 
Hij lijmde die dag met zorg die papieren tijgerinnen
op het schetspapier. Stiekem dacht hij nog wel eens
dat de hoes van Zappa's Sgt Pepper's zijn idee was,
op mysterieuze wijze geciteerd. Soms verzon hij
 
dat hij zijn klassieken al kende voor ze het werden.
Al was het maar om het volgende: hij leerde die dag
zorgvuldig in de originelen de originelen van de
originelen onderscheiden. Het hart van de zaak.

 

 1830213-499612577484bb3fb9876b53de745fe6.jpg
Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

 

 

De Nederlandse schrijver (Cornelis Christophel Maria) Kester Freriks werd geboren in Djakarta, Indonesië, op 24 oktober 1954. Zie ook alle tags voor Kester Freriks op dit blog.

Uit: Over God (Piazza Annunziata)

“Enkele dagen verblijven we in Hotel God, Albergo Dio, wachtend op het wonder van de overkant.
De Italianen hier in Maiori, aan de Golf van Salerno, hebben met al hun passie voor overdaad een nietige gebeurtenis opgezweept tot een voorval van duizelingwekkend belang. Opwinding heerst op iedere straathoek. Men verdringt zich voor de deuren van de Chiesa Annunziata, de kerk van de aankondiging, in dit dorp dat als een mespunt in de zee snijdt.
Vanaf het balkon van onze hotelkamer op de tweede verdieping kijken we omlaag naar het schelpvormige plein waaraan de kerk is gelegen, een bouwwerk met een geometrische witte façade die versierd is met kleurrijke, rozetvormige ramen. Door een trap met talloze kleine treden is de kerk met de zee verbonden. Vlak na onze aankomst zijn Marcela en ik de trap afgerend, over het stenige strand naar het water.
Ik leg mijn armen langs haar heen en sluit mijn handen om het ijzerwerk van de balustrade, kus het haar dat in haar nek krult.
‘Laten we, om onenigheid te voorkomen, tossen. Wie munt gooit, neemt de beslissing waaraan niet getornd mag worden: of God verschijnt opnieuw, zoals iedereen buiten met vurigheid gelooft, of al die mensen hebben zich voor niets verzameld. Wie de beeldzijde treft moet zich daarbij aansluiten. Hier is het muntstuk.’
Marcela neemt het van me aan en ze verbergt het een ogenblik in haar handpalm.
‘Gooi maar.’
Een sierlijk gebaar, een rond plaatje koper dat blinkt in de lucht, dat zonlicht vangt en weerkaatst en dat met een zacht tikje in haar geopende hand valt: de muntzijde boven.
‘Nu jij, als je ook munt gooit dan nog een keer.’
Met twee handen moet ik het stuk van 200 lire, dat ik te hoog had opgeworpen, opvangen.
‘Opnieuw, dit is ongeldig.’
Kop valt mij ten deel, het slanke vrouwengezicht met het golvende haar.”

 

 1830213-d65a9e8bba65277c024a06740155151f.jpg
Kester Freriks (Djakarta, 24 oktober 1954)

 

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen-Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Fischerknabe

Des Abendsterns ersehnter Schein
Beglänzt den Saum der Flut,
Der Knabe zieht den Kahn herein,
Der still im Hafen ruht.

»Mein Tagewerk ist treu vollbracht,
Doch, liebe Seele, sprich,
O sprich, wie soll die lange Nacht
Vergehn mir ohne dich?«

Am Ufer steht ein Weidenbaum,
Und dran gelehnt ein Stein,
Und drunter liegt im schmalen Raum
Ihr kaltes Totenbein.

 

Laß tief in dir mich lesen

Laß tief in dir mich lesen,
Verhehl auch dies mir nicht,
Was für ein Zauberwesen
Aus deiner Stimme spricht?

So viele Worte dringen
Ans Ohr uns ohne Plan,
Und während sie verklingen,
Ist alles abgetan.

Doch drängt auch nur von ferne
Dein Ton zu mir sich her,
Behorch ich ihn so gerne,
Vergeß ich ihn so schwer!

Ich bebe dann, entglimme
Von allzurascher Glut:
Mein Herz und deine Stimme
Verstehn sich gar zu gut!

 


Nicht aus Begier und aus Genuß gewoben

Nicht aus Begier und aus Genuß gewoben
War unsre Liebe, nicht in Staub versunken:
Nur deiner Schönheit bebt ich wonnetrunken,
Und gütig warst du, Gleich den Engeln oben.

Du hattest mich zu dir emporgehoben,
In deinem Auge schwamm ein lichter Funken,
Der Farben schuf, den Pinsel drein zu tunken,
Den reine Dichterhände Gott geloben.

Nun, da ich fern von dir den Tag verbringe,
Erscheinst du der Bewunderung noch reiner,
Je mehr im Geist ich deinen Wert durchdringe.

Ja, immer sehnsuchtsvoller denk ich deiner,
Und legt die Welt mir auch so manche Schlinge,
Du sollst mich nie gefangen sehn in einer.

 

 1830213-e40d56feece2f6e7ba5e618497e6ac51.jpg
August Graf von Platen (24 oktober 1796 - 5 december 1835)

 

 

De Vlaamse auteur Ernest Claes werd geboren op 24 oktober 1885 te Zichem. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Ernest Claes op dit blog.

 Uit: De Witte

 “Daar waren nog andere godvruchtige bedrijven geweest waarin de Witte zich had geoefend. Zoo hing er namelijk thuis in de beste kamer een schilderij die hem een bijzonder ontzag inboezemde. Het was, in 't midden, een driehoek van waaruit u een eenig oog zoo dreigend en zoo loensch aankeek dat ge d'r naar van werdt. Bovenaan stond te lezen: God ziet mij! en er onder: Hier vloekt men niet! De schilderij in haar geheel hiet: een Christusoog, en men vindt die in de streek bijna in alle huizen hangen. Wanneer de Witte iets heel ergs miskeuterd had, kreeg hij gewoonlijk eerst zijn behoorlijke portie oorvegen, en dan moest hij op zijn bloote knieën in zijn holleblokken, met uitgestrekte armen Onze-Vaders bidden voor de Christusoog, die hem dan nog strenger en nog scheler aankeek en hem deed denken aan Dries de garde. Hij droomde er soms 's nachts van, en dan schoot hij angstig wakker. Het Hier vloekt men niet scheen echter weinig invloed uit te oefenen op vader, voornamelijk wanneer hij zondags 's avonds thuiskwam, of na de zittingen van den gemeenteraad, waar hij eens per maand van twee tot drie uur op het gemeentehuis, en van drie tot tien of elf in de herbergen, de belangen van 't dorp ging verdedigen. En op een zekeren dag was de Christusoog, tot groote vreugde van de Witte, van den nagel gevallen, 't glas was gebroken en de prent gescheurd, en de leege lijst stond nu achter de kleerkast. Als Nieke van Rozemoeike bij hen was, deed de Witte Nieke wel eens in de kamer voor hem op de knieën zitten, en hij zelf speelde dan Christusoog: hij nam de lijst in de handen, stak er zijn kop door, neep één oog toe, keek met het andere zeer streng naar Nieke en zei op somberen toon: ‘God ziet mij, - hier vloekt men niet.’ Maar Nieke, die erg dom en dik was, geraakte niet onder den eigenlijken indruk, en de Witte meende dat het kwam omdat de gebruikelijke oorvegen niet vooraf gingen zooals bij hem; die dorst hij er echter niet bijdoen.
Hij wist nog zeer wel hoe vervelend hij het vond met moeder mee naar de kerk te gaan. Dat was altijd rechtdoor naar de kerk, rechtdoor naar huis, zonder te mogen knikkeren op 't kerkpleintje, of voor de snoepwinkeltjes te mogen stilstaan. Eens was hij mee de kerk ingestapt met zijn klak op het hoofd, en was zóó op den stoel naast moeder komen zitten. Zoodra deze het zag rukte zij hem de klak van den kop, maar greep terzelfdertijd een deel van zijn haar vast, zoodat de Witte hardop geschreeuwd had: ‘Amai gedomme!’ tot groot schandaal van de geloovige gemeente.”

 

 1830213-1caa17d2d61f0a87d834d68be5ef6bc8.jpg
Ernest Claes (24 oktober 1885 - 2 september 1968)
Scene uit de film ‘De Witte van Sichem’ van Robbe de Hert uit 1980

 

 

De Duitse schrijfster Zsuzsa Bánk werd geboren op 24 oktober 1965 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Zsuzsa Bánk op dit blogen ook mijn blog van 24 oktober 2010.

Uit: Letzter Sonntag

„Jetzt steht sie da, vielleicht anderthalb Meter vor Anna, als hätte sie Angst, näher zu kommen. Die anderen sind zur Seite getreten, bilden einen Halbkreis. Sie ahnen, daß sie nicht stören dürfen, wenden sich ab, zögernd, gehen ein, zwei Schritte, schauen in ihre Taschen, ihre Hefte, auf ihre Uhren. Nach Annas Vortrag hat sie in der Menge gestanden und gewartet, bis die anderen ihre Fragen gestellt, mit Anna gesprochen haben, hat ihnen über die Schultern geschaut, auf Annas Tisch, auf das Papier, die Stifte.
Anna ist es seltsam vorgekommen, aber sie hat sich nichts dabei gedacht, sich nicht gefragt, wer sie sein könnte, weil es viele gibt, die das tun: stehenbleiben, wenn andere schon da stehen.
Sie fragt Anna: Bist du – ?, und sagt Annas Namen, als ob Anna eine andere sein könnte, wo doch hier jeder weiß, wer sie ist, schon weil es auf den Plakaten auf dem Gang, an der Tür und am Podium steht.
Später sagt sie, gleich habe sie gewußt, daß sie es ist, Anna, sie hätte nicht fragen müssen. Im Radio habe sie das Gespräch mit ihr gehört, am Morgen, in einem dieser neuen Magazine, als sie ihren ersten Tee getrunken habe, erklärt sie, fast, als müsse sie sich entschuldigen, dafür, daß sie hier steht und Anna anspricht. Aufgesprungen sei sie, um das Radio lauter zu drehen, die anderen seien sofort still gewesen, um zuzuhören, und dann sei sie durch die Stadt gefahren, habe auf ihre Uni, ihre Kurse verzichtet, ihre Eltern seien einverstanden gewesen, sei durch diese Halle gelaufen, durch diese große Halle, um jetzt, hier, vor Anna zu stehen. Sie fragt, also, bist du?, und sagt Annas Namen, ihren ganzen Namen, mit einer Stimme, die wenig sicher, die fast ängstlich klingt, und Anna denkt, was fällt ihr ein, was erlaubt sie sich, sie weiß doch, daß ich es bin, jeder hier weiß es, und sie sagt, ja, die bin ich, in einem Ton, der zu verstehen gibt, daß sie nicht angesprochen werden will, als sei sie für jedermann jederzeit ansprechbar.“

 

 1830213-789874d8c2c8c5596cc236cf4224df0a.jpg
Zsuzsa Bánk (Frankfurt am Main, 24 oktober 1965)

 

 

De Engels - Amerikaanse dichteres Denise Levertov werd geboren op 24 oktober 1923 in Ilford, Essex. Zie ook alle tags voor Denise Levertov op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010.

 

What Were They Like?

Did the people of Viet Nam
use lanterns of stone?
Did they hold ceremonies
to reverence the opening of buds?
Were they inclined to quiet laughter?
Did they use bone and ivory,
jade and silver, for ornament?
Had they an epic poem?
Did they distinguish between speech and singing?

Sir, their light hearts turned to stone.
It is not remembered whether in gardens
stone gardens illumined pleasant ways.
Perhaps they gathered once to delight in blossom,
but after their children were killed
there were no more buds.
Sir, laughter is bitter to the burned mouth.
A dream ago, perhaps. Ornament is for joy.
All the bones were charred.
it is not remembered. Remember,
most were peasants; their life
was in rice and bamboo.
When peaceful clouds were reflected in the paddies
and the water buffalo stepped surely along terraces,
maybe fathers told their sons old tales.
When bombs smashed those mirrors
there was time only to scream.
There is an echo yet
of their speech which was like a song.
It was reported their singing resembled
the flight of moths in moonlight.
Who can say? It is silent now.

 

 1830213-adf91ec4573861298a78cd0b77d14e28.jpg
Denise Levertov (24 oktober 1923 – 20 december 1997)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Norman Rush werd geboren op 24 oktober 1933 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Norman Rush op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010

Uit: Mating

“I think the falls represented death for the taking, but a particularly death, one that would be quick but also make you part of something magnificent and eternal, an eternal mechanism. This was not in the same league as throwing yourself under some filthy bus. I had no idea I was that sad. I began to ask myself why, out loud. I had permission to. It was safe to talk to yourself because of the roar you were subsumed in, besides being alone. I fragmented. One sense I had was that I was going to die sometime anyway. Another was that the falls were something you could never apply the term fake or stupid to. This has to be animism, was another feeling. I was also bemused because suicide had never meant anything to me personally, except as an option it sometimes amazed me my mother had never taken, if her misery was as kosher as she made it seem. There was also an element of urgency underneath everything, an implication that the chance for this kind of death was not going to happen again and that if I passed it up I should stop complaining – which was also baseless and from nowhere because I’m not a complainer, historically. I am the Platonic idea of a good sport.
Why was I this sad? I needed to know. I was alarmed. I had no secret guilt that I was aware of, no betrayals or cruelty toward anyone. On the contrary, I have led a fairly generative life in the time I’ve had to spare from defending myself against the slings and arrows. Remorse wasn’t it. To get away from the boys and their log I had moved to a secluded rock below the brink of the falls. At this point I was weeping, which was disguised by the condensation already bathing my face. No bypasser would notice. This is not saying you could get away with outright sobbing, but in general it would not be embarrassing to be come upon in the degree of emotional dishevelment I seemed to be in.
What was it about? It was nothing sexual: I was not dealing on any level with uncleanness, say. My sex history was the essence of ordinary. So any notion that I was undergoing some naughtiness-based lustral seizure was worthless, especially since I have never been religious in the slightest. One of the better papers I had done was on lustral rites.”

 

 1830213-c5bd9ab87a2dfaf65e22bc1856b2ba26.jpg
Norman Rush (San Francisco, 24 oktober 1933)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:16 Reageer op dit bericht

Robert Graecen, Yordan Radichkov, Adrian Mitchell, Marghanita Laski, Dorothea von Schlegel, Sarah Josepha Hale, Hubert Aquin

De Ierse dichter en essayist Robert Greacen werd geboren op 24 oktober 1920 in Derry. Zie ook alle tags voor Robert Greacen op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010

Uit: Captain Fox

Dream

We walked along the Alley of the Dead
Up to the plateau, on to the Peterskirche,
Three figures in smog-grey coats,
Carl Gustav Jung, Captain Fox, myself.
We came on a square, half-lit, desolate.
Where were we? Basle? Ziirich?
It was Switzerland and yet not Switzerland.
At last we saw a pool and in its centre
A tiny island sparkled diamond-bright
With one magnolia tree in blossom.
Fox swore at the fog, coughed out phlegm.
‘Isn’t it beautiful,’ Jung cried,
‘This pool of life, this light?
To Liverpool we have come/1oh so.”
I smiled at the pun.
‘Crazy old Swiss,’ Fox muttered.
Jung placed his hand on my shoulder,
We headed for the island.

 

The Fixer

Some say there never was a Captain Fox.
Well, then I’ll call a witness:
One Derek Stanford, poet, sage,
A citizen of London and the world.
He’ll swear on any Bible you can find
That he saw Fox as plain could be
In Brighton town with Lord Olivier,
Actors both and men of action too.
He caught some words of Fox:
‘Larry, the PM’s in a right old tizz.
I told him I could fix it.’
‘Quite 50’, said Lord Olivier,
‘You’re just the man, old chap.’
They talked a while, these Thespians,
Then laughed, embraced like Latins,
Parted, their business despatched
Stanford watched their ego-dance,
Knowing he lived in interesting times.

 

 1830206-6a2b2efd888594879964ccc5c0a126d6.jpeg
Robert Greacen (24 oktober 1920 – 13 april 2008)
Cover 

 

 

De Bulgaarse schrijver Yordan Radichkov werd geboren op 24 oktober 1929 in het dorp Kalimanitza, in de provincie Montana. Zie ook alle tags voor Yordan Radichkov op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010

Uit: Container
 
“We were unaware of when the iron shutters had closed except that now we were immersed in darkness together with a few hundred poor souls, shivering in the chillness of winter. We could hear the dull pounding of the waves against the sides of the ship which to our ears sounded even duller and made us drowsy.
The walls of the container were pressing down on us and the air was stale and fetid. It was difficult to breathe and we gasped in fitful draughts. Many of us were ill and the coughing, spilling out in surges, rebounded against the walls and gushed back in our faces.
“I haven’t been home for twenty years,” he said. “I don’t know whether I’d be able to find my family.”
I felt for him. He was a native of one of the small and distant Asian islands from where years ago he had fled, leaving his whole life behind. The place he called home was so obscure to me I thought that even if we survived the journey and made it there alive I would never be able to fully understand it.
It was our second day of the voyage but we were not allowed out of the container. Not for anything in the world. It was all so illicit. No one was to know that on this ship hundreds of people of different backgrounds and origin were to be smuggled illegally into the country.
I had only heard of the containers packed with refugees. I had seen pictures, but never had I imagined that a day would come when I would be in one of those containers. That I would be amongst those people of no belonging and no background and together with them I would be heading for a country which I knew nothing about.
And then he began to speak of his family as of something sacred. At first I could not understand him, because it was all so unfamiliar to one like me who had never known a mother’s gentle touch.
The family to him was his whole life. As he spoke the words illuminated every corner of the container and darkness gave way to light. Everyone listened without a sound so as not to interrupt his tale.”

 

 1830211-3b277f228cbac7ac39dd4867f0172c54.jpg
Yordan Radichkov (24 oktober 1929 - 21 januari 2004)

 

 

De Engelse dichter , dramaturg en schrijver Adrian Christopher William Mitchell werd geboren in Hampstead Heath op 24 oktober 1932. Zie ook alle tags voor Adrian Mitchell op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010

 

To All In The So-Called Defence Industry

Arms trade workers, here's an early warning
You might wake up tomorrow morning
And find that this is the glorious day
When all your jobs will just melt away
Because the people of the world are going to make sure
There'll be no more, no more, no more war
So now's the time to switch your occupation
From dealing in death and desolation
Don't hang around now you've been told
The international murder trade's about to fold
You won't have to maim, you won't have to kill,
You can use your brain and use your skill.
Peace needs workers of all kinds-
Make artificial limbs instead of landmines.
Tricycles instead of tridents,
Violins instead of violence,
Lifeboats, hospitals, medicine, drains,
Food and toys and buses and trains-
Come on, there's plenty of work to be done
If we're going to make peace for everyone.

 

 

What Is Poetry?

Look at those naked words dancing together!
Everyone’s very embarrassed.
Only one thing to do about it –
Off with your clothes
And join in the dance.
Naked words and people dancing together.
There’s going to be trouble.
Here come the Poetry Police!

Keep dancing.

 

 1830203-4f73080863775eb63588e4f64270b83f.jpg
Adrian Mitchell (24 oktober 1932 – 20 december 2008)
Portret door Tom Phillips, 1987-88

 

 

De Engelse schrijfster en journaliste Marghanita Laski werd geboren op 24 oktober 1915 in Manchester. Zie ook alle tags voor Marghanita Laski op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010

Uit:What Every Woman Knows By Now

“It is as much a source of amazement as of income to me that readers of the women's magazines have such an insatiable thirst for reading the same information over and over again, despite the fact that any one year's reading must inevitably give enough information about the technique of being a woman to see one through a lifetime. I have, then, no fear of spoiling the market, either for myself or others. Every subject in this symposium, given a snappy title and an angle that appeals to the editor, will still be worth a substantial fee.

ACCESSORIES
The simplest are in the best taste.
Men like women to be in the best taste.

BROKEN HEARTS
Find a new interest
Time cures all.
Men don't like women to ring them up.

CARE OF FACE
Remove old make-up with cream (dry skins), lotion (oily skins), or superfatted soap (if you must).
Then dab face with an astringent lotion.
Then pat in nourishing cream.
Blackheads are frequently due to internal causes. Drink lots of water.
Men are repelled by pimples.

 

 1830203-57da872526860cc41b7576d9d8fcb587.jpg
Marghanita Laski (24 oktober 1915 - 6 februari 1988)

 

 

De Duitse schrijfster Dorothea von Schlegel werd geboren op 24 oktober 1764 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Dorothea von Schlegel op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010

Uit: Florentin

„Schön ist's hier im Wald! hier möchte ich bleiben,... O hier, hier sollte ich bleiben!... allein?... ach, nicht allein!... mit ihr!... noch hat mein Auge sie nicht gesehn, aber ich kenne sie,... o sie wird alles verlassen, was sie halten will, und hat sie mich gefunden, mir hierher folgen, und hier mit mir der Liebe leben. Laß dich in meine Arme fassen! komm, ruhe hier aus an diesem Herzen, das harte Schläge des Schicksals erlitten hat wie deines; laß mich deine Tränen trocknen, blick um dich. Was du verließest, war nicht die Welt: Fesseln, enge Mauern, nanntest du das die freie schöne Welt?... Schwer hast du geträumt, o erwache, erkenne hier, was du suchtest!...«
Nicht weit von ihm fiel ein Schuß, und bald darauf hörte man ein Rufen nach Hülfe. Im Augenblicke hatte er Sattel und Bügel wieder in Ordnung gebracht, seine Träume, des Schimmels Müdigkeit, so wie seine eigne vergessen, sich aufs Pferd geschwungen und nach der Gegend hingespornt, von wo er die Stimme vernahm; er kam auf einen kleinen runden dicht umschloßnen Platz im dicksten Teil des Waldes; hier sprengte ihm hastig ein reichgekleideter Jockei entgegen, der ein gesatteltes Handpferd führte. »Retten Sie meinen gnädigen Herrn!« rief der Knabe. Unser Reisender sah nach der Gegend hin, wo der Knabe mit ängstlicher Gebärde hinzeigte, und erblickte einen ältlichen Mann, der eben im Begriff war, ein wildes Schwein abzufangen; er sah eben, wie der Mann noch einen Schritt zurücktrat, um sich mit dem Rücken an einen Baum lehnen zu können, sah ihn an eine Baumwurzel stoßen, rücklings niederfallen, und in der größten Gefahr, von der gereizten Sau zerfleischt zu werden. Im Moment sprang er vom Pferde und feuerte sein Pistol auf das Tier, wodurch er, ohne es zu treffen, seine ganze Wut auf sich zog: das war seine Absicht. Das erboste Tier kehrte um und rannte auf ihn los, er zog sein Jagdmesser und fing es mit Besonnenheit und Geistesgegenwart auf. Währenddessen war der alte Herr aufgestanden, näherte sich dem Reisenden und ergoß sich in Danksagungen und Lob wegen seines Mutes und seiner Geschicklichkeit. Dieser lehnte mit Anstand beides von sich ab, erkundigte sich freundlich, ob der Gefallne keinen Schaden genommen, und da dieser mit Nein antwortete, wandte er sich nach seinem Schimmel, der noch ruhig da stand, wo er ihn gelassen. Der Mann wunderte sich über die Demut eines sonst so mutig aussehenden Pferdes.“

 

 1830203-5dbca7d1935fe28149b7930a05e7c448.jpg
Dorothea von Schlegel (24 oktober 1764 – 3 augustus 1839)
Portret door Anton Graff, rond 1790

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sarah Josepha Buell Hale werd geboren op 24 oktober 1788 in Newport, New Hampshire. Zie ook alle tags voor Sarah Josepha Hale op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010

 

Birds

If ever I see,
On bush or tree,
Young birds in a pretty nest,
I must not, in my play,
Steal the birds away,
To grieve their mother's breast.

My mother I know,
Would sorrow so,
Should I be stolen away
So I '11 speak to the birds,
In my softest words,
Nor hurt them in my play.

 

Spring

The pleasant Spring has come again,
The pretty birds are here,
The grass grows in the gentle rain,
And buds and flowers appear

I love to see the sky so clear,
And all things look so gay
The fairest month in all the year
Is sweet and sunny May.

And well I know the cold deep snow
And winter storms are past,
And merrily now to school I’ll go,
Nor fear the chilling blast

I love the sun, the gentle wind,
And bird, and flower, and bud,
And well I love my teacher kind,
But best I love my God.

 

 1830203-c1a4e9f7d62dcab336ffea2bea72c501.jpg
Sarah Josepha Hale (24 oktober 1788 – 30 april 1879)
Portret door  James Reid Lambdin, rond 1831

 

 

De Canadese schrijver, politiek activist, essayist en filmmaker Hubert Aquin werd geboren 24 oktober 1929, in Montreal, Quebec. Zie ook alle tags voor Hubert Aquin op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010.

Uit:Next Episode (Vertaald door Sheila Fischman)

“Cuba is sinking in flames in the middle of Lac Léman while I descend to the bottom of things. Packed inside my sentences, I glide, a ghost, into the river’s neurotic waters, discovering as I drift the underside of surfaces and the inverted image of the Alps. Between the anniversary of the Cuban revolution and the date of my trial, I have time enough to ramble on in peace, to open my unpublished book with great care, and to cover this paper with the key-words that won’t set me free. I’m writing on a card table next to a window looking out on grounds enclosed by a sharp iron fence that marks the boundary between what’s unpredictable and what is locked up. I won’t get out before the day of reckoning. That’s written in several carbon copies as decreed, following valid laws and an unassailable royal judge. There are no distractions then, nothing to replace the clockwork of my obsession or make me deviate from the written record of my journey. Basically, only one thing really concerns me and it’s this: how should I set about writing a spy novel? My wish is complicated by the fact that I long to do something original in a genre that has so many unwritten rules and laws. Fortu nately, though, a certain laziness leads me to give up any idea about breathing new life into the tradition before I even get started. I may as well admit it – making myself comfortable in a literary form that’s already so well defined makes me feel very secure. And so without hesitation I decide to integrate my work within the main lines of the traditional spy novel. And since I want to set it in Lausanne, that’s taken care of.”

 

 1830203-f6f93b68f4719e07bf3a2bdc323ac9d7.jpg
Hubert Aquin (24 oktober 1929 - 15 maart 1977)

Geschreven door Romenu om 12:14 Reageer op dit bericht

Aristide von Bienefeldt

De Nederlandse schrijver Aristide von Bienefeldt (pseudoniem van Rijk de Jong) werd geboren op 24 oktober 1964 in Rozenburg bij Rotterdam. Zijn eerste roman “Bekentenissen van Een Stamhouder” (2002) werd zowel geprezen als bekritiseerd door de Nederlandse en de Vlaamse pers vanwege zijn expliciete homoseksuele passages. “Bekentenissen van Een Stamhouder” is het verhaal van een jongeman, ook wel Aristide, die door een onbegrensde seksuele honger wordt gedreven om de zelfkant van het leven te ervaren in Parijs en Londen, op het moment van de millenniumwisseling. In 2003 verscheen de tweede roman van von Bienefeldt. Een beschaafde jongeman”. De kritieken waren zo mogelijk nog verdeelder. “Leer mij Walter Kennen” werd gepubliceerd in mei 2007, gevolgd door “De zus die Anna Magnani niet was” in 2010. Von Bienefeldt eindigde zijn samenwerking met zijn uitgeverij, Meulenhoff, in januari 2011, als gevolg van een belangenconflict en stapte over naar uiteverij Marmer. “De avonturen van mijn kleine rode fles” (een verzameling van 51 colums) werd gepubliceerd in januari 2014 (Kleine Uil edities), in oktober gevolgd door zijn nieuwste, zeer autobiografische roman “En weer zat er een Paul Newman in de keuken”.

Uit: De avonturen van mijn rode flesje

"Homoseks en religie, het blijft behelpen
Ongeveer een jaar geleden ontmoette in een Amsterdamse sauna een jongen van 28 die graag seks met me wilde – dat zal niemand verbazen, want wie wil er nu geen seks met mij? – maar daartoe niet of nauwelijks in staat was, om religieuze redenen.
Ik werd geacht begrip op te brengen voor de gewetensbezwaren die zich bij sommige reli-homo’s naar de oppervlakte haasten zodra ze (quote De Sade) ‘handelen op basis van hun constitutie, van het stempel dat zij van de natuur hebben meegekregen […].’ Homoseks en godsdienst, het blijft behelpen.
De lezer vermoedt nu dat de jongeman in de sauna moslim was, en dat was ook zo, maar een problematische omgang met neigingen waarmee je ouders je de wereld ingestuurd hebben, is zeker niet voorbehouden aan onze moslimvrienden.
Jaren geleden raakte ik verstrikt in een verhouding met een Fransman die een gewichtige functie bekleedde bij de Evangelische Protestantse Kerk en die, toen ik hem leerde kennen, onder druk van zijn arbeidsveld en zijn familie, dreigde te bezwijken voor een huwelijk.
Een huwelijk met een vrouw – het homohuwelijk bestond nog niet, maar zelfs de gedachte aan een echtverbintenis met iemand van hetzelfde geslacht was onbespreekbaar. Toch was hij één van de weinige gelovigen – zij die de bijbel niet als sprookjesboek lezen maar als gebruiksaanwijzing – die ik gekend heb die bereid was er iets over te zeggen.
Het was voor hem, hoe graag hij het ook anders zag, onmogelijk om zelfs maar een beginnetje te maken met acceptatie van zijn ‘anders zijn’. Zijn behoefte aan seks met mannen beschouwde hij als een fout in zijn ‘systeem’. Iedereen, was hij van mening, heeft wel zo’n ‘fabrieksfoutje’, de een gaat zich te buiten aan chocola, de ander spendeert zijn halve maandsalaris aan dure parfums, weer een ander laat zich ontroeren door mannelijke geslachtsdelen. Hij compenseerde zijn ‘systeemfout’ met veel bidden en zich actief inzetten voor de misdeelden van de samenleving. Seks met hem was oké, maar nooit zonder alcohol. Als hij klaarkwam huilde hij.

‘Ik loop al vijftien jaar bij een psychiater,’ zei een roodharige man die een bedenkelijk soort van katholicisme aanhing en die ik op een zomerse dag aan de rechter Seinekade tegen het lijf liep, ‘maar het wordt alleen maar erger.’

 

 1866992-fb92250486ba80437e27ea428b74c748.jpg
Aristide von Bienefeldt (Rozenburg, 24 oktober 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten