Hans Warren, Arthur Rimbaud

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook alle tags voor Hans Warren op dit blog.
Uit: Geheim dagboek 1945 – 1948 (Deel 2)
“3 jan. 1945 – Het pad daalde naar het bolwerk af; het was met een glazige ijskorst overdekt en we kozen de graskant. Opeens sloeg ik mijn arm om haar schouder, rukte haar naar me toe. Ze wendde haar gezicht af, maar ik greep haar kin, dwong haar me aan te kijken. Ik voelde me geëxalteerd, zei hees: ‘Sibylle hoe kùn je dit doen’ – ik duwde haar toen ruw van me af, ze struikelde op het gladde pad. Zonder haar te helpen liet ik haar de smalle treden van het ravelijn afdalen, terug de stad in. Ik brak doelloos enkele takken van de heesters en volgde haar met die rare slepende benen van me die niet wilden; er viel vermoeidheid over me.
Opeens begon gelijkmoedigheid me te doorstromen, het geluk haast dat volgen kan op aangrijpende emoties. Hoog, bevrijd liep ik naast haar, een koning naast een slavin. Nooit zou ze mij hebben kunnen bereiken, ontslagen was ik van de angst dat haar oppervlakkigheid me in de toekomst onverdraaglijk zou worden.
We waren zelfs te vroeg terug voor de maaltijd. Het was ellendig daarop te moeten wachten. In de warme kamer verloor ik mijn strakheid van geest, het stroeve gevoel bleef beperkt tot mijn gladde, gloeiende wangen. Ik slaagde er in een beleefde conversatie te voeren. Over voorbijgangers op straat, over de vraag of de vleesbonnen al ingeleverd waren. Sibylle zat op de leuning van een fauteuil, vlak bij de haard en zo probeerde met zwakke stem ook wat onbenulligheden te zeggen. Haar mond was vormeloos van verdriet, haar gezicht vertrokkener dan van iemand die voluit schreit.
Ik kon niet eten, bedankte voor alles, verontschuldigde me en ging snel de kamer uit. Ik had geen plaats meer in dit huis, maar ik ging de trap op naar haar kamer, viel neer op haar bed en snikte het uit. Ik liet me helemaal gaan en men liet me gelukkig betijen. Ik waste mijn gezicht, ging naar beneden met een lach om de mond. Ik kon weer praten, eten, en ik deed of ik haar verwijtende blik niet zag.Toen stond zij op om naar boven te gaan.
Ik vond haar terug voor haar kaptafel. Ze keek me vanuit de spiegel aan terwijl ze haar haren borstelde. Ik meende wrevel in haar ogen te zien omdat ik haar nog niet met rust liet. Zo vaak had ik haar gadegeslagen terwijl ze toilet maakte, en ik ging als anders op een lage tafel zitten.”
Het moeras
Ik wist, als jongen, een moeras.
Je kon er langzaam in wegzinken
en zou niemand meer tot last zijn.
De zompen, mijn bittere troost
tussen orchis en wollegras, zijn drooggelegd.
Ik weet, als man, niet meer waar ik heen moet.
Strookje papier
In een lege ruimte wanhopig gezocht
naar een reepje papier, een pen
om dit op te schrijven. Waarom?
Omdat ik niet zingen kan als een vogel,
huilen als een hond.

Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)
De Franse dichter Arthur Rimbaud werd geboren op 20 oktober 1854 in Charleville. Zie ook alle tags voor Arthur Rimbaud op dit blog.
De slaper in het dal
Een en al groen, alwaar een beekje klaterend zingt
En stromend speels het gras wat flarden zilver laat,
Waar ginds vanaf de fiere berg het zonlicht blinkt;
Bezie een klein en lieflijk dal dat bruisend straalt.
Een soldaat, jong, blootshoofds en met open mond,
Zijn nek omhuld door frisse blauwe waterkers, ligt
Slapend uitgestrekt, zo maar op de blote grond,
Wat bleek op het groene bed in het plenzend licht.
De voeten tussen de lissen glimlacht hij licht,
Vaag zoals bij een koortsig kind op het gezicht.
Wieg hem, moeder aarde, waar hem van koude vrij.
Geen geurig kruid doet zijn neusvleugels bewegen;
Hij slaapt in de zon, een hand op zijn borst gelegen.
Twee ronde rode gaten in de rechter zij.
Vertaald door Paul Claes

Arthur Rimbaud (20 oktober 1854 – 10 november 1891)
Portret door Romina Rosati, 2000
Zie voor nog meer schrijvers van de 20e oktober ook mijn blog van 20 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

