Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 18 november 2011

Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Klaus Mann, Seán Mac Falls, Richard Dehmel

De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Zie ook alle tags voor Joost Zwagerman op dit blog.

 

Uit: De houdgreep

 

“Het gezin Rafferty was niet echt vermogend maar had toch genoeg geld om een au pair in huis te nemen. Zij kwam uit Nederland en heette Adriënne. Meneer en mevrouw Rafferty vonden haar soms wat onhandig en verward. Twee welwillende maar onnozele Oostenrijkse meisjes waren haar voorgegaan, zodat de Rafferty’s Adriënne’s kleine tekortkomingen voor lief namen.
Haar ijver en vooral haar oprechte genegenheid voor de dochtertjes Rafferty wogen ruimschoots op tegen dat kleine beetje verwarring en onhandigheid. Bovendien deelde Adriënne tot mevrouw Rafferty’s vreugde twee van haar meest dierbare liefhebberijen:lezen en spelletjes doen.

(…)

 

Voor Adriënne was niets vanzelfsprekend, dus ook de werkelijkheid niet. Zou ze een goede fotografe kunnen worden? Ze had geen zin meer om te luisteren. ‘De foto als metafoor.’ Ha! Zijn het niet juist metaforen - die grillige, onbeheersbare diabolo’s waarmee schrijvers, schilders en smachtende pubers lopen te goochelen- die almaar verhullen en redeloze vragen oproepen? Nee, aan Adriënne’s lijf geen kunstenmakerspolonaise. Wat ze wilde was eenvoudig: als Londen dan niet te veroveren viel kon ze nog altijd infiltreren, en de pocketcamera was haar handzaam excuus.
De cursusleider wees naar buiten.
‘Die muur daar,’ zei hij, ‘die heeft iets te zeggen. De topfotograaf ís de muur, zoals hij alles is wat hem omringt. Maar jij, meisje, jij moet om te beginnen een hele goeie vertolker, een monnik worden, a monk with a camera.’

 

 

 1034448-97fdfd020bd07a4e8da53469b0bf59c6.jpg

Joost Zwagerman (Alkmaar, 18 november 1963)

 

 

De Nederlandse dichter Toon Tellegen werd geboren op 18 november 1941 te Brielle. Zie ook alle tags voor Toon Tellegen op dit blog.

 

Twee

 

Twee mensen
De een is aardig, de ander is aardiger.
De een haalt de waarheid boven water,
de ander haalt de waarheid boven water en wringt haar uit.
De een verbergt zich, de ander verbergt zich en is onvindbaar.
De een valt, de ander valt en staat weer op en valt opnieuw.
De een klampt zich aan de ander vast,
de ander klampt zich aan de een vast en krabt hem, bijt hem,
knijpt zijn keel dicht, laat hem niet meer los.
De een denkt aan zijn liefste,
de ander denkt aan zijn liefste en aan de wereld
en aan de congruentie der dingen en de Heilige Augustinus
en hoog oplaaiend vuur.
De een is alleen,
maar zo eenzaam als de ander
is alleen een hond, in een hok, verkommerd.

 

 

 

 

Ik werd geboren

 

Ik werd geboren
en iemand kwam aansjokken, zette een ladder
tegen mij aan en klom naar boven
met op zijn rug mijn ziel en mijn gedachten.

Het begon te regenen
en hij sprong naar beneden, holde weg
om te schuilen, riep nog over zijn schouder:
'Wees gelukkig! Wees maar gelukkig!'

De zon verscheen,
maar er klom niemand meer naar boven.
Niemand legde uit hoe ik mijn gedachten
moest gebruiken,
niemand bracht schaduw,
niemand haalde de ladder weg,
niemand zei dat er niemand meer zou komen.

 

 

 

 1034448-5ff268e1c8aa35f6df1464226fdc172b.jpg

Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Klaus Mann werd op 18 november 1906 geboren als oudste zoon van Thomas en Katia Mann. Zie ook alle tags voor Klaus Mann op dit blog.

 

Uit: Das zwölfhundertste Hotelzimmer

 

“Zwölfhundertstes Hotelzimmer – sei mir gegrüßt!

Sei mir gegrüßt, mit mäßig gutem Bett, Spiegelschrank, Kommode, wackeligem Schreibtisch;

Mit rosa Nachttischlampe, abgeschabtem Teppich, Wasserkaraffe, Briefpapier, Kofferständer.

Sei gegrüßt, Heimat seit einer halben Stunde, Heimat für zwei, drei oder vierzehn Tage –:

Wirst du mir freundlich gesinnt sein? Werde ich bei dir ausruhen dürfen?

Oder gibt es gleich Aerger, weil der Kellner mich neun geschlagene Minuten warten läßt, seit ich nach meinem Frühstück geklingelt habe?

Neun bittere Minuten, die ich, zornig summend, zwischen Bett und Waschtisch spazierengehe;

Neun verfl uchte Minuten, zwischen Aufstehen und Café complet, die nicht mehr zur Nacht, noch nicht zum Tage gehören;

Was kann ein Tag bringen, der so beginnt?

Schlechte Heimat! Schon ist das Vertrauen dahin, das ich dir zunächst entgegenbrachte. –

Werde ich nach Kleiderhölzern, Tinte, Aschenbecher, Papierkorb erst verlangen müssen, oder ist alles zur Stelle? (Was für eine Heimat wäre denn das, ohne Tinte und ohne Papierkorb!)

Versuchest du ihn zu bluffen oder zu verblüffen, deinen Gast, deinen Schutzbefohlenen –

Oder trachtest du vielmehr danach, sachlich für ihn zu sorgen?

(Bluff scheint mir, wenn ich drei Glocken übereinander angebracht fi nde, für Kellner, Hausburschen, Zimmermädchen – noch dazu mit neckisch erläuternden Bildern, komisch flatterndem Frack des Kellners, Zimmermädchen, sich niedlich machend mit Besen: Es ist aber gleichgültig, auf welche Klingel man drückt, immer erscheint der Angestellte, der gerade nichts andres zu tun hat.)

Wie ist der Nachtportier?

Gestattet er mir, meinen Besuch mit aufs Zimmer zu nehmen, schaut höfl ich beiseite, wenn ich, mit gemachter Selbstverständlichkeit, vorbeischlendere an seiner Loge?

Oder spielt er den Strengen – «bitte sich ins Schreibzimmer zu bemühen, gibt es noch was zu besprechen.»

Wie verhält sich das Bett?”

 

 

 1034448-10a14f2274770fb602ddca653fdae3f8.jpg

Klaus Mann (18 november 1906 – 21 mei 1949)

Eind jaren 1920

 

 

 

 

 

De Iers-Amerikaanse dichter Seán Mac Falls werd geboren op 18 november 1957 in Boston. Zie ook alle tags voor Seán Mac Falls op dit blog.

 

 

The Blue Falcon

The Blue Falcon, cross the spire,
Waits in the gables of the white
House. Wounded in youth by crush
Of air, spent, a wisp perched
In the aerie dark with a view of mountains
Blue as ice under glacier. The wooden
Church from the other side clutches
The sky but the Falcon blue is lost
In a tuft of cloud that bobs but never
Kills. On this strike he is sheathed in stealth
The dull talons slip as they dry
In the tented air, the songbirds at play
In the high-ground underneath warble
And chide but the Falcon cannot hear
The Falcon near. His heart is soft
And muted in the breast, his ears
Are dumb to their tickling-songs.


Before the Falcons time, over
The tilling fields, dropped his world
In the spoils where splendour burst in green,
Rain meant the feathers ran and the woods,
A banquet of game, were bounty's breach
Fording blue currents he was
A fisher in the sun, but the sun
Sank in his drowning sky no store
From plateau to quarry the drought of days
Moved a castle felled in the dancing
Dust, his wings broke in the shuttered
Eye of the sun and etched his form
Into grey silhouette.

Now, the Blue Falcon, jeered
In the branches of the rooted air
Above the yellowed grass, under the pines
And a great blue mountain, stirs a Druid
Shape, vaporous, in the cauldron
Of the attic in the white house
A throw of stones crossways from
The sacred yews of the steeple spire.

.

 

 

 1034448-e4daa9d77b3067306b0a0dc87b3ba374.jpg

Seán Mac Falls (Boston, 18 november 1957)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Richard Dehmel werd geboren op 18 november 1863 in Wendisch-Hermsdorf. Zie ook alle tags voor Richard Dehmel op dit blog.

 

 

Stromüber

 

Der Abend war so dunkelschwer,
und schwer durchs Dunkel schnitt der Kahn:
die Andern lachten um uns her,
als fühlten sie den Frühling nahn.

Der weite Strom lag stumm und fahl,
am Ifer schoß ein schwankend Licht,
die Weiden standen starr und kahl.
Ich aber sah dir ins Gesicht

und fühlte deinen Atem stehn
und deine Augen nach mir schrein
und - eine Andre vor mir stehn
und heiß aufschluchzen: Ich bin dein!

Das Licht erglänzte nah und mild;
im grauen Wasser, schwarz, verschwand
der starren Weiden zitternd Bild.
Und knirschend stieß der Kahn ans Land.

 

 

 

Ruhe

Nach Verlaine

Auf die Nachricht vom Tode des Dichters

 

Ein großer schwarzer Traum

legt sich auf mein Leben;

Alles wird zu Raum,

Alles wird entschweben.

 

Ich kann nichts mehr sehn,

all das Gute, Schlimme;

kann dich nicht verstehen,

o du trübe Stimme.

 

Eine dunkle Hand

schaukelt meinen Willen,

glättet mein Gewand,

still im Stillen.

 

 

 

 1034448-2d3c1cc37ec623b943fb98d0793d05ec.jpg

Richard Dehmel (18 november 1863 – 9 februari 1920)
Portret door Max Liebermann, 1909



Zie voor nog meer schrijvers van de 18e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Eugenio Montejo, Jaap Meijer, Margaret Atwood, William Gilbert, Hans Reimann, Mireille Cottenjé

De  Venezolaanse dichter en schrijver Eugenio Montejo werd geboren in Caracas op 18 november 1938. Zie ook mijn blog van 18 november 2008 en ook mijn blog van 18 november 2009 en ook mijn blog van 18 november 2010.

 


Earthdom

 

To be here a few years on earth
with the clouds that arrive, with the birds
dangling from fragile hours.
On the edge, almost adrift,
closer to Saturn, more distant,
while the sun revolves and drags us with it
and the blood circles once more through the depths of its universe
more sacred than the stars.

To be here on earth; no more distant than a tree,
no more inexplicable;
thin in autumn, laden in summer,
with what we are and are not, with shadow,
memory, longing, until the end
(if there is one) voice to voice,
from house to house,
whoever it may be who carries the earth, if they carry it,
or whoever hopes for it, if they keep watch,
each time dividing our common bread
in two, in three, in four,
without forgetting the share for the ant
who is still travelling from remote stars
to be here on time at our table
even though the crumbs are bitter.

 

 

Vertaald door Peter Boyle

 

 


1034447-1407f108b3c99d13f62c0c2c45c4072d.jpg
Eugenio Montejo (18 november 1938 - 5 juni 2008)

 

 

 

 

De dichter (pseudoniem Saul van Messel) en historicus Jakob (Jaap) Meijer werd geboren in Winschoten op 18 november 1912. Zie ook mijn blog van 18 november 2008 en ook mijn blog van 18 november 2010.

 

 

 

Boetnbainder

 

Onwereg blad
woar komstoe heer
boom dij doe zöchst
staait hier nait meer

 

Zègt blad: is jou
din nait bekind
hou lös ik leef
aan waai'n wind

 

 

 

juli 1945

 

herkregen vrijheid

maar op zicht

ik wil terug

mijn kamp is dicht

 

 

 

salzburgerf festspiele

 

een felle vrouw

kijkt mij aan

instinctief voel ik

of mijn jodenster

wel goed zit

 

 

 1034447-e70c79581c9ac2697de8c71f9c6e19f5.jpg

Jaap Meijer (18 november 1912 - 9 juli 1993)

 

 

 

 

 

De Canadese schrijfster Margaret Atwood werd geboren in Ottawa op 18 november 1939. Zie ook mijn blog van 18 november 2008 en ook mijn blog van 18 november 2010.

 

Uit: Alias Grace

 

„About this time I began to notice a change in Mary. She was often late coming to bed; and when she did come, she no longer wanted to talk. She did not hear what I said to her, but appeared to be listening to something else; and she was constantly looking out through doorways, or windows, or over my shoulder. One night when she thought I was asleep, I saw her hiding something away in a handkerchief, under the floorboard where she kept her candle-ends and matches; and when I looked the next day, she being out of the room, I found that it was a gold ring. My first thought was that she had stolen it, which would be more than she'd ever stolen before, and very bad for her if she was caught; though there was no talk in the house of a missing ring.

But she did not laugh and fun as before, nor did she attend to her work in her usual brisk manner; and I became worried. But when I questioned her, and asked if there was some trouble, she would laugh, and say she did not know where I was getting such ideas. But her smell had changed, from nutmegs to salt fish.

The snow and ice began to melt, and a few birds returned, and they began to sing and call; so I knew it would soon be spring. And one day in late March, as we were carrying the clean wash up the back stairs in baskets, to hang it in the drying room, Mary said she was ill; and she ran downstairs and out into the back yard, behind the outbuildings. I set down my basket and followed her, just as I was, without my shawl; and I found her on her knees in the wet snow near the privy, which she had not had time to reach, as she had been overcome by a violent sickness.

I helped her up, and her forehead was damp and clammy, and I said she should be put to bed; but at that she became angry, and said it was something she'd eaten, it must have been yesterday's mutton stew, and now she was rid of it. But I'd eaten the very same thing myself, and felt perfectly well. She made me promise not to speak of it, and I said I would not. But when the same thing happened a few days later, and then again the next morning, I was truly alarmed; for I had seen my own mother in that condition very often, and I knew the milky smell of it; and I was well aware of what was wrong with Mary.“

 

 

 1034447-eaedb527a2ac4a653b24f46e3ac6be62.jpg

Margaret Atwood (Ottawa, 18 november 1939)

 

 

  

 

 

De Engelse toneelschrijver, librettist en illustrator Sir William Schwenck Gilbert werd geboren in Londen op 18 november 1836. Zie ook mijn blog van 18 november 2008 en ook mijn blog van 18 november 2010.

  

 

A Manager's Perplexities

 

Were I a king in very truth,

And had a son - a guileless youth -

In probable succession;

To teach him patience, teach him tact,

How promptly in a fix to act,

He should adopt, in point of fact,

A manager's profession.

To that condition he should stoop

(Despite a too fond mother),

With eight or ten "stars" in his troupe,

All jealous of each other!

Oh, the man who can rule a theatrical crew,

Each member a genius (and some of them two),

And manage to humour them, little and great,

Can govern a tuppenny-ha'penny State!

 

Both A and B rehearsal slight -

They say they'll be "all right at night"

(They've both to go to school yet);

C in each act MUST change her dress,

D WILL attempt to "square the press";

E won't play Romeo unless

His grandmother plays Juliet;

F claims all hoydens as her rights

(She's played them thirty seasons);

And G must show herself in tights

For two convincing reasons -

Two very well-shaped reasons!

Oh, the man who can drive a theatrical team,

With wheelers and leaders in order supreme,

Can govern and rule, with a wave of his fin,

All Europe and Asia - with Ireland thrown in!

 

 

 

 1034447-6e6cf642426c14faa29eb718da38e9d8.jpg

William S. Gilbert (18 november 1836 – 29 mei 1911)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en satircus Albert Johannes (Hans) Reimann werd geboren op 18 november 1889 in Leipzig. Zie ook mijn blog van 18 november 2010.

 

Uit: Die sächsische Lorelei. Sächsische Miniaturen

 

“In einem Gymnasiom gibt där Härr Konräktor in Onterprima Litäratorgäschichte. »Nathan där Weise« wird gäläsen, kommäntiert, teilweise gälärnt ond von dän Prämanern in Aufsätzen wieder ärbrochen. Ond das sächs Wochen lang. Ändlich ist där Härr Konräktor färtig, ond zosammenfassänd fragt är einen Schölär:

 

 »Möller, wälchen Eindrock hat ›Nathan där Weise‹ auf Sie gämacht?« -

 

»Einen tiefen!« - »Falsch! Sätzen Sie sich! Wär mössen sagen: Einen sähr tiefen!«

 

- Öberschrift: »Der Lährer«.

 

 

1034447-793ec6687cbf61936709dfe6e06c0f4f.jpg
Hans Reimann (18 november 1889 – 13 juni 1969)

 

 

 

 

 

De Belgische schrijfster Mireille Cottenjé werd geboren in Moeskroen op 18 november 1933. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 18 november 2008. 

 

Uit: Vijf jaar geleden overleed Mireille Cottenjé (Interview door Ronny de Schepper en Johan de Belie voor De Rode Vaan)

 

“TEVEEL SEKS?

- een TV-toestel houdt u buiten de deur vanwege de kinderen, maar u kent waarschijnlijk wel Jan Lenferink, die heeft een programma over kunst, cultuur, seks en wetenschap. Waarmee zouden we dit interview beginnen?

Mireille Cottenjé: Ik ga elimineren, hé. Dus alleszins geen wetenschap, geen kunst, geen cultuur. (Gelach)

- U wordt nogal eens verweten dat er teveel seks in uw boeken zit. Nu is dat bij heel veel mannelijke auteurs het geval, maar dat wordt blijkbaar zonder meer geaccepteerd. Waarom ligt dat voor een vrouw anders?

M.C.: Ik denk dat dit cultuurhistorisch te verklaren is. Nog tot voor twintig, dertig jaar was een vrouw een a-seksueel wezen. Voor Kinsey was men er zich absoluut niet van bewust dat er ook zoiets als vrouwelijke seksualiteit bestond. Mensen die met hun tijd zijn meegegaan weten nu heel goed dat een vrouw net zo goed een seksbeest is als een man. Maar een heleboel mensen zijn blijkbaar nog in die 19-de eeuwse mentaliteit blijven zitten van “seks, dat is uitsluitend voor mannen”. En dat verklaart dan wel sommige reacties.

- Heeft u het gevoel dat u als vrouwelijke auteur in Vlaanderen een speciale positie inneemt? Speciaal ook tegenover de mannen?

M.C.: Ik ervaar dat niet zozeer, ik zal zeker nooit beweren dat ik discriminerend behandeld word. Wel vind ik dat ik vaak het slachtoffer word van erg persoonlijke aanvallen in verband met bepaalde passages uit mijn boeken, maar misschien is dat ook het geval met mannelijke auteurs die in verband met seks ook geen blad voor hun mond nemen. Hoe dan ook, die aanvallen komen niet alleen van oudere mensen die nog helemaal in die Victoriaanse mentaliteit vastgeroest zitten, maar ook van jongeren. Ik heb net een lezing gegeven in de hoogste klassen van een technische school en de allereerste vraag daarna was: waarom gebruikt u in uw boeken zoveel vuile woorden. Nu, bij zo’n vraag val ik omver. Ik zeg: “Vuile woorden, ge moet me eerst eens goed uitleggen wat een vuil woord is, want ik weet dat niet. Wat ik wel weet is dat er vuile dingen bestaan in de wereld. Stront bijvoorbeeld, da’s vuil, dat stinkt en dat is vies, maar het woord stront, daar wil ik aan rieken, dat wil ik eventueel zelfs opvreten, dat doet mij niets.”

 

 

1034447-525bd401a21d1f106acfdf7f661b8f04.jpg
Mireille Cottenjé (18 november 1933 - 9 januari 2006)

Geschreven door Romenu om 19:24 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten